De T-Birds naar Wheels and Stones

Via Gino Van der Haegen kregen we dit prachtige verslag over Wheels and Stones, van vertrek op 19 juli en thuiskomst 21 juli.

“De T-Birds naar Wheels and Stones, het is een verhaal dat niet in 1 verhaal te vertellen is. Het is namelijk een compositie van verschillende invalshoeken, verschillende verhaallijnen, aparte vertrekpunten, ontstaan van subgroepen op weg naar (wegens pannes), verschillende T-Birds divisies die los van elkaar vertrokken om naar hun respectieve thuisbasissen te rijden. Dit is het verhaal verteld door mezelf, de oprichter van de club, en bijgevolg enkel vanuit mijn oogpunt bekeken.

Het verhaal begint maanden geleden toen we besloten om dit jaar naar Wheels and Stones, een caféracer-treffen in Duitsland te gaan. Om alles wat doenbaar te houden qua organisatie en ook om het op de baan wat vlot te laten verlopen, werd besloten om voor nacht 1, een tussenstop in Sankt Vith, een slaapzaal te boeken voor 16 man. Dit was direct volzet, dus het gaf al een goed gevoel dat mijn club ondertussen stabiel genoeg is met een grote groep op een meerdaagse, buitenlandse trip te gaan. Eerste feit is dat onze 16 motoren op geen enkel moment samen op de baan geweest zijn. Een week voor vertrek kwam Hans P plots tot de constatering dat zijn agenda niet goed geraadpleegd was, en dat hij professionele verplichtingen had waar niet onderuit kon gekomen worden. One man down dus. Twee dagen voor vertrek kregen we plots bericht van Sandra, de echtgenote van Karelken, bij de dienst bevolking beter bekend als Philippe: hij werd met spoed geopereerd, en zal sindsdien nooit meer zijn gal kunnen uitspuwen. Of dit een een voor- of nadeel zal zijn moet nog blijken, maar feit is dat hij eveneens moest afhaken. Het zou een gans arsenaal aan moppen en grappen schelen, gelukkig ook aan nachtelijk gesnurk, maar dat de lokale horeca een flinke deuk in de begroting zou krijgen, stond nu ook wel vast. Two men down. Dus waren we nog met 14, en ook die 14 zouden op geen enkel moment samen op de baan zijn. Maar daarover straks meer, laat ons beginnen bij het begin: het werd aftellen zoals de kinderen tijdens die laatste dagen: nog 4 keer slapen, nog 3 keer slapen, etc. We zijn de 2 weekends ervoor bewust niet samen gaan rijden om de honger wat aan te wakkeren, en dat hielp: iedereen die ik hoorde, zag of las die dagen ervoor, keek er enorm naar uit. Voor mij persoonlijk werden de dagen ervoor wel nog heel drukke dagen. Er moest immers nog serieus wat voorbereiding gedaan worden: al het materiaal dat met de begeleidende camionette meeging, moest immers verzameld worden. De camionette zelf moest nog afgehaald worden, de oude airhead moest nog een onderhoud krijgen (dit werd makkelijkheidshalve uitbesteed aan de T-Birds huismechanieker Steve), motoren van de camionettechauffeur en passagier moesten op de trailer gezet worden, er was nog een reisje Westmalle nodig om het materiaal van onze vrienden van de North Division op te halen, en de onfortuinlijke Karelken moest nog bezocht worden in het ziekenhuis. Wetende dat mijn professionele bezigheden me zelden voor 19:00-19:30 toe staan om thuis te zijn, begrijpt iedereen vast dat dit nog een hectische week was. Gelukkig kreeg ik hulp van Hans V en de Lappen of het was me allemaal alleen niet gelukt. Maar de beloning zou navenant zijn: de mindere weersvoorspelling was inmiddels omgeslagen naar een gans weekend ideaal motorweer: niet te heet, maar wel zonnig, en vooral droog.

En dan was het eindelijk D-day, reeds vroeg wakker om nog van een deugddoende douche en stevig ontbijt te kunnen genieten. Op het afgesproken uur kwamen Tubbs en Ben aan bij mijn woning en bij het vertrek naar de afspreekplaats daagde ook Glen nog net op tijd op. Met 4 T-Birds ging het dan naar Appels, slechts 1 dorpje verder, waar Bert reeds op ons zat te wachten. Iets later kwam ook Nonkel aan, en Hans V en de Lappen, die de nobele taak op zich namen om de camionette te besturen. Zo vertrokken we met 6, en 2 in de camionette, naar Mechelen voor een tankstop, en om Steve te laten aansluiten. Vandaar ging het naar Heist op den Berg voor een eerste echte tussenstop en daar werden we opgewacht door Benny. Na een deugddoende verfrissing was het tijd om ons terug on the road te begeven, want we hadden om 14:00 uur afgesproken aan het circuit van Zolder met onze vrienden van de North Division. Van hieruit ging Tubbs me ontlasten van mijn taak als voorrijder, want hij wou perse zijn nieuwe gps eens testen. Dat hij de instellingen nog niet volledig onder de knie heeft, bleek een halfuur later: na een miniatuurversie van de 1000-bochtenrit, offroad wegen incluis, zaten we nog steeds op grondgebied Heist op den Berg. Dus was het hoog tijd de gps even te overrulen, en de autostrade te nemen, om nog enigszins op schema te blijven. Het was even zoeken naar het juiste tempo op de snelweg, maar we slaagdener toch in slechts nipt te laat aan te komen aan de Roadhouse Classic, een geweldig ingerichte bar, met een mooi achterliggend terras met zicht op het circuit. Het geluk was met ons want er waren vrije ritten voor motoren bezig, dus we zaten al meteen in de sfeer. Het werd het een blij weerzien met de North Division, en genoten we van een lekkere lunch. Niet te zwaar, want we werden tegen 18:00 verwacht op de barbecue bij de zus van Hans V, die in Malmedy woont, op een boogscheut (nouja, een serieus kanonschot) van onze overnachtingsplaats Sankt Vith. Eindelijk waren we voltallig, uiteraard zonder de motoren op de trailer, en het gaf een echt cool gevoel om met zoveel T-Birds, allemaal uitgedost in de zwart-witte clubkleuren op de baan te zijn. De lol zou echter niet lang duren, want reeds een dik halfuur later, tijdens een tankstop, merkte Nick plots dat de rechtercylinder van zijn oude boxer, een enorm metalig lawaai maakte. Na het verwijderen van de cylinderkop, en het checken van de kleppen, bleek het probleem ter plaatse niet op te lossen. Dan maar de camionette optrommelen, die na Zolder doorgereden was naar Malmedy om onze bestelde barbecue bij een lokale slager te gaan ophalen. Toen ze onderweg waren, en de troubleshooting uiteindelijk het definitieve oordeel velde dat het geen zin had de oude BMW verder mee te nemen naar zijn geboorteland, werd besloten onze huismechanieker Steve op te trommelen om de BMW op te halen, en in 1 moeite een van Dries zijn Bol d’Or’s mee te brengen zodat Nick hiermee de reis kon verderzetten. Dat deze Bol d’Or nog zijn originele duozadel heeft zou later nog van pas komen, maar dat wisten we toen nog niet. Daarnaast begon natuurlijk het probleem duidelijk te worden dat de camionette nooit tijdig terug in Malmedy kon geraken om onze barbecue op te halen. Dus werd de zus van Hans V vriendelijk verzocht dit taakje voor haar rekening te nemen. Om de 2 uur verlies van de panne van de BMW goed te maken, werd besloten dat de Central Division reeds ging doorrijden om te helpen met de voorbereiding van de barbecue, en dat de North ging wachten op Steve, om dan eveneens in ijltempo naar Malmedy te vlammen. Hierdoor gingen enkele mooie wegen aan ons voorbij omdat ze voorbijvlamden langs de snelweg. Spijtig, but you can’t always get what you want, wisten de Stones reeds in 1969. Hierdoor waren we wel getuige van een uniek fenomeen: Tubbs slaagde er in om op de snelweg tegen 110 km/u een wind te laten waarvan enkele T-Birds konden meegenieten tijdens het doorklieven van de gaswolk, faut le faire.

De aankomst bij Lieve, de zus van Hans, was hartelijk, en het werd meteen duidelijk waarom ze niet terug wil keren naar het drukke Vlaanderen: de streek en haar woning waren echt idyllisch. Een uurtje na ons kwamen ook onze vrienden van de Northter plaatse. En toen werd het, nog voor aan tafel te gaan, even tijd om aan onze overnachtingsplek te denken: tot hoe laat konden we er binnen? Een telefoontje maakte ons duidelijk dat enkelen van ons toch even het uurtje heen en terug naar Sankt Vith zouden moeten ondernemen: we hadden immers sleutels en een code nodig. De keuze viel op Dave  en Dries, de president en vice van de North, en Nick, ook ikzelf gaf me aan als vrijwilliger. Na een leuk ritje van een halfuur kwamen we aan in de jeugdherberg waar we de nacht zouden doorbrengen op 2 aparte zalen van 8 man elk. Na het afrekenen, ontvangen van sleutels en ingangscode, keerden we terug naar Malmedy, waar we net op tijd waren om te genieten van een lekkere barbecue, gebakken door Hans en Ben. Lieve bleek een voortreffelijke gastvrouw die haar best deed het ons naar de zin te maken. Vooraf deed ik de oproep ons hier als gentlemen te gedragen, en haar huis achter te laten zoals we het aangetroffen hadden. Iedereen ruimde netjes zijn bord en bestek af, al was het de president zelf die alles afspoelde en in de vaatwasser zette, van een true gentleman gesproken.

Tijd om naar Sankt Vith te vertrekken, zodat we Lieve’s buren nog op een deftig uur even uit de slaap konden wekken. Hier bleek Glen zijn mooie BMW plots met een lekke band te staan. Opblazen zorgde er enkel voor dat de binnenband niet meer goed op de velg kwam te liggen, waardoor zijn band ovaal leek. Motor op de trailer dus en de Harley van Hans eraf. Onderussen waren er al een deel vertrokken die geen weet hadden van Glen zijn panne, en het duurde even voor de groep terug bij elkaar was. Op naar Sankt Vith dan maar, en na het verdelen van de bedden was het uiteraard hoog tijd om nog eentje of meer te gaan drinken. In Sankt Vith was net een openlucht volksfeest waar we nog enkele pinten gingen drinken nu we niet meer hoefden te rijden. De lokale hoempapa muziek in Duitstalig Belgie kon nu niet direct bekoren, maar zo lagen we uiteindelijk gelukkig toch nog om niet te ontiegelijk uur te bed. Na de obligate onderbroekenlol van de boys on the road, spookje spelen op elkaars kamer, een nachtwandeling door de gangen van de jeugdherberg, de discussie over ramen dicht of open, werd het al bij al snel rustig op de kamer. Maar dat bleek maar schijn te zijn: bij het ontwaken bleek de North, die op de andere kamer lagen, geen oog dichtgedaan te hebben. Op eentje na: Patrick had geslapen als een roosje, maar dan wel een roosje die een ganse nacht bewerkt werd met kettingzagen, slijpschijven, boormachines en hamers. Zijn gesnurk bleek niet te harden. De rest had uiteindelijk op de gang op de grond geprobeerd nog even de slaap te vatten, maar dat was niet in alle gevallen even goed gelukt. Het ontbijt in de jeugdherberg was vrij basic maar scoorde toch een voldoende. En dan was het eindelijk tijd voor dag 2, het hoogtepunt van onze trip. Samen ontbijten, samen on the road langs geweldige wegen, samen aankomen op het event, samen feesten, samen terug gaan slapen: dit was de grote dag van onze trip. Lappen bleef met de camionette rijden, waarop ook nog steeds Glen zijn BMW stond met een lekke band. Gelukkig was het pas zaterdagochtend, en waren er wel wat bandencentrales in de buurt. Het plan was, in de hoop dat we ons deel van de pech nu wel gehad hadden, dat de camionette, na de herstelling van de band, in een ruk zou doorijden naar Sankt Wendel, de motoren van de trailers gingen gehaald worden en dat Lappen en Glen naar afspreekpunt Echternach gingen terugkeren langs de snelweg. Zo konden we uiteindelijk toch nog op ‘full power’ een eindje rijden, en samen op het event aankomen. Maar niets van dit alles zou gebeuren…

Dag 2 begon geweldig: het weer deed zijn uiterste best om ons goed gezind te zijn. De wegen waren mooi, de groep was net iets te groot om heel vlot te kunnen rijden, maar het bendegevoel en de T-Birds jackets die in groep het Groothertogdom Luxemburg doorkruisten joegen het testosteron en adrenalinegehalte de hoogte in. Net na de middag jaagde Tubbs ons een onverhard baantje in waarvan iedereen dacht: dat loopt hier straks gewoon dood en we kunnen ons allemaal terugkeren. Op een bepaald moment begonnen de uitstekende cylinders van mijn boxer zelfs nauwelijks te kunnen passeren tussen de rots en het hekwerk. En net als we dachten: hier stopt het baantje, zette Tubbs zijn K100 opzij en parkeerde met een gelaatstrek alsof hij hier elke week met vrouw en kinderen kwam frietjes eten. Op onze rechterkant lag immers een frituur, en daarachter stopte het kleine baantje inderdaad, want het baantje werd terug een echte straat. Toeval maar het gaf wel een grappig effect. Hier verorberden we allen een bratwurst en wat frietjes, en tijdens de lunch hadden we contact met de camionette, waarna bleek dat Glen en Lappen niet meer gingen terugkeren, want ze waren ondertussen, geheel toevallig uiteraard, op een terrasje gesukkeld waar blijkbaar lekker trappistenbier geschonken werden. Dus hadden wij niet meer de verplichting om naar afspreekplek Echternach te rijden, en besloten we om dan ook maar van de vooropgestelde route af te wijken, en de weg wat af te snijden. De wegen bleven mooi, de sfeer zat er in, en het vooruitzicht nog een uur of 2 te moeten rijden schrikte ons verre van af. Maar bij de laatste tankstop, op 68 km van de aankomstplaats ging het mis: Dries zijn Bold’Or wou niet meer mee, een oud elektronisch probleem bij die motor dat blijkbaar niet opgelost geraakt. De camionette bellen dan maar: voicemail. Denken wat we kunnen doen: niks buiten de camionette nogmaals bellen. Het bleef voicemail. Dus moesten er beslissingen genomen worden die op dat moment de juiste leken: we gingen doorrijden naar Sankt Wendel, en bij aankomst de camionette terugsturen. Nick en Dave bleven bij Dries, de rest ging in spoedtempo naar Sankt Wendel om de camionette te verwittigen. Na een snelle rit kwamen we aan, en vonden we Glen en Lappen die blijkbaar allebei een platte gsm hadden, en dus bijgevolg niet konden bereikt worden. Net voor we wilden vertrekken om Dries op te halen, kregen we de melding dat Dries besloten had VAB te bellen om zijn motor te laten ophalen en te laten afzetten bij huismechanieker Steve. Dries had immers zijn tweede Bol d’Or laten meekomen met Steve toen die achter Nick zijn BMW kwam. Die waarvan de duozadel nog ging te pas komen, weet u nog? Wel: vanaf nu was het dus Nick achterop bij Dries. No man down, but one bike down. De camping voorzien voor motoren bleek ondertussen zo vol als een ei te zitten, waardoor we besloten ons op de camping voor mobilhomes, bij onze camionette te gaan staan. Het goede weer, en het schitterende uitzicht deden sommigen van ons besluiten onze tenten niet op te zetten, maar onder de blote hemel te slapen. Dan werd het stilaan tijd ons eens richting evenementenweide te begeven. De traditionele standjes met vanalles en nog wat waren uiteraard ter plaatse, eten en drinken was er ook niet echt een probleem. Ondertussen arriveerden ook onze vrienden die in Trier achtergebleven waren bij de onfortuinlijke Dries. Het feestje zelf kwam wat traag op gang, sommigen haakten zelfs vrij vroeg af om wat slaaptekort van de vorige nacht goed te maken. Maar zij hadden achteraf spijt, want tegen middernacht zat de sfeer er goed in, en werd het al bij al nog een wilde feestnacht. Tubbs wist niet dat hij kon dansen want hij had het nooit eerder geprobeerd. Sommigen bleken in beschonken toestand zelfs trucs uit te kunnen halen die ze nuchter zelfs niet zouden durven aan beginnen. Had het nog een uurtje langer geduurd waren de grand-ecards,  flik-flaks en achterwaartse salto’s schering en inslag geweest. Maar gelukkig voor de spieren en pezen trokken de organisatoren er net op tijd zelf de stekker uit. Na een slalom-tocht naar de kampeerplek werd het daar al bij al vrij snel stil, de alcohol deed zijn werk. De North plande reeds om 08:00 te zullen vertrekken. Persoonlijk vond ik dat heel ambitieus, en ik dacht dat ze dat nooit voor elkaar zouden krijgen. En ik kreeg gelijk: ze vertrokken niet om 08:00. De taaie kerels vertrokken zelfs om 07:00. Net voor hen vertrek bleek nog dat ik op Dave zijn paarse matje geslapen had. Mijn kleurenblinde ik had midden in de nacht in de camionette naar mijn roze matje gezocht, kwam een quasi identiek matje tegen maar achteraf bleek dit dus een paars matje te zijn. Ben, die zijn luchtmatras plat vond, keek even in de camionette en vond daar gelukkig voor hem nog een roze matje. Dave, die zich iets later wou te ruste leggen, zocht eveneens in de camionette naar een matje, maar vond niks meer, en sliep dan maar op de grond. Sorry voor de harde nacht Dave. Gelukkig was het geen te lange nacht. Hier stopt de verhaallijn van de North Division, die, naar ik later vernam, rond de middag reeds in de Kempen arriveerden.

De Central Division had iets meer tijd, en had wel zin in een lekker ontbijt dat spijtig genoeg niet te verkrijgen was op het evenement. Benny liet weten na het ontbijt niet te zullen mee terugkeren huiswaarts: hij had verlof en reed nog even door naar Oostenrijk. Een korte zoektocht in het centrum van St-Wendel bracht ons al gauw in het gezellige centrum, waar we de ideale locatie vonden: een uitgebreid ontbijtbuffet waarvoor je niet op voorhand hoefde te reserveren. Ideaal om de hongerige magen te vullen alvorens de lange rit huiswaarts van een slordige 400km aan te vatten. Op een moderne motor is dit peanuts: de dag nadien zou ik zelfs met mijn jongste zoon al terug op de moderne RT zitten voor een dagje ardennen, 350km rijden en zonder stramme spieren en nekpijn thuiskomen. Maar op een caferacer is 400km zware arbeid, uren aan een stuk in een moeilijke houding zitten, de nek constant omhoog op de baan gericht terwijl de rest van het lichaam voorovergebogen op je clip-ons rust. Maar wie mooi wil zijn, moet lijden zeg ik altijd. Met de camionette werden nog gauw enkele eventuele stopplaatsen besproken. Een eerste etappe van een dikke 100km bracht ons naar Echternach, net te vroeg voor de lunch, maar een drankje en wat stretchen was welkom. De tweede etappe ging ons naar Bastogne brengen, en hier werd afgesproken om te lunchen. Deze tweede etappe zal voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Qua puur rijplezier was dit uur het hoogtepunt van ons geweldige weekend. De Luxemburgse wegen zijn goed onderhouden, en zoals geweten heel bochtig. Doordat de groep ondertussen wat uitgedund was, kon het tempo ook iets omhoog. En zo konden we een vol uur rijden, zonder ook maar 1 rood licht en andere vervelende verkeersremmers waar Vlaanderen vol van staat, tegen te komen. Het iets hogere tempo, het prachtige weer, de wegen die uit een reclamespot leken te komen, in combinatie met het decibelorgasme die onze oude, quasi ongedempte 30-40 jaar oude motoren produceerden, gaf een echte kick. Het leek wel een race uit lang vervlogen tijden. Mijn oude boxer maakte een hels kabaal, Ben zijn XS650 uit ‘76 produceerde een geluid waarop een motorfreak kan masturberen. Bert, die achter mij reed op zijn prachtige Moto Guzzi, daagde ook af en toe eens aan mijn zijde op en de dwarse V-twin van de oude Le Mans, is niet enkel visueel een der mooiste blokken ooit gemaakt, maar liet zich ook niet onbetuigd in de decibelslag. De airhead van Glen en Harley van Hans reden achter ons, en ook daar hoorde je af en toe in de verte een gedaver dat aan oude racetaferelen deed denken. Tubbs hield er ondertussen het tempo strak in, en na een onvergetelijke etappe reden we Bastogne binnen. Ik was niet de enige die over de zopas afgelegde etappe zo dacht, want toen de helmen afgingen klonk overal hetzelfde signaal. Ondertussen reed ook de camionette Bastogne binnen, en vonden we algauw een terrasje waar we onze innerlijke medemens konden versterken. Na een lekker middagmaal, werd het tijd om de laatste 200km aan te vatten. Ben had nog een familiefeestje later op de namiddag en zou in Marche de autostrade op gaan, Glen liet weten hem te zullen volgen. Nonkel en Lappen zouden met de camionette ineens huiswaarts trekken, hun motoren van de trailer halen, en dan de camionette naar mijn huis brengen. De camionette moest immers liefst nog dezelfde avond teruggebracht worden naar Motopeinture, wereldberoemd in de motor custom wereld als de Belgische autoriteit op het vlak van het betere spuitwerk. Wij willen hierbij nogmaals Matthias bedanken voor de mooie geste ons zijn materiaal ter beschikking te stellen. Etappe 3 leek nog in niets op etappe 2. De N4 van Bastogne naar Namur loopt eigenlijk gewoon rechtdoor, dus werd dit al bij al een saaie rit. Bij het doorkruisen van de snelweg in Marche namen Glen en Ben afscheid van ons en joegen hun stalen ros voor nog een 130 km de snelweg op. De 4 resterende T-Birds reden door tot Namur, en besloten dat het hier tijd werd om nog een drankje te nuttigen en een laatste pitstop in te lassen. 110 km scheidden ons nog van de heimat, en de spieren begonnen te protesteren. Toch besloten we secundair te blijven rijden, maar de wegen bleven al bij al vrij saai, en hoe dichter we bij huis kwamen, hoe meer verkeer we begonnen tegen te komen. In Braine l’Alleud hielden we het voor bekeken, en kozen we ook eieren voor ons geld: de snelweg tot Aalst bracht ons op een dik halfuur tot mijn woning, waar we volgens afspraak een laatste keer het glas zouden heffen. Als bij toeval kwamen we net samen aan met de camionette, en passeerde Glen ook net met zijn madam om zijn bagage op te halen. Iets later deed Ben hetzelfde, waardoor het uiteindelijk toch nog even gezellig werd. Later op de avond bracht ik de camionette nog terug naar Motopeinture, en the day after bracht Hans het materiaal van de North naar Westmalle. Midden de week kwam Bert nog zijn materiaal ophalen, waarmee de laatste sporen van ons weekend verdwenen. Maar ik denk niet dat dit weekend gauw uit onze gedachten zal verdwijnen. Ik overwoog zondag even kort zelfmoord te plegen met de achterliggende gedachte dat het beste nu wel voorbij zou zijn. Maar ondertussen is besloten dat  we volgend jaar een grotere, en langere, buitenlandse trip zullen ondernemen.

Oorspronkelijk stond Wheels and Waves in Biarritz op onze wishlist, maar de pannes die we op deze, relatief korte trip, hoewel 900 km met oud ijzer niet te onderschatten valt, te verwerken kregen, heeft ons wat aan het denken gezet om eventueel andere pistes te bewandelen, of berijden als u wil. We overwegen momenteel nog de mogelijkheden, maar dat dit niet het laatste exploot van de T-Birds was, staat wel vast.”

Dit verhaal is aangeleverd door: Gino Van der Haegen l Quality Engineer, Power Climber and Power Climber Wind, Division of Safeworks, LLC, Kontich | Belgium www.powerclimber.be | www.powerclimberwind.be

Gino Fonzarelli

van de redactie, tussendoor

De zomervakantie zit er weer op.  We hebben in deze weken weer wat inspiratie opgedaan en leuke frisse items bedacht om de website nog aantrekkelijker te maken. Tot nu toe is 2019 een prachtig motorseizoen gebleken, en de mooie dagen zijn nog lang niet op. Bij de redactie zijn weer nieuwe artikelen binnengekomen die we komende tijd weer gaan publiceren.

Op onze Facebook pagina rollen de likes binnen en ook in de besloten groep op Facebook gaat het hard met de nieuwe leden. Het duurt nog enkele weken en dan bereiken we met deze twee pagina`s al 2.000 facebookende motorrijders in totaal. Twitter gaat niet zo hard, maar brengt wel leuke inspiratie en beeldmateriaal onze kant op. Verder wordt de site zelf steeds bekender. De bezoekstatistieken zijn de afgelopen maanden met regelmaat verdubbeld. Blijkbaar weten we de motorsnaren te raken.

De “over ons” pagina is wat aangepast/verbeterd.

Heb jij NIEUWSitems, tips, berichten, een verslag of vragen?

E-mail dan gerust naar redactie@ikzoekeenmotor.nl.

 

 

 

Je motorfiets in een ei parkeren

We hebben al een aantal alternatieven gezien voor motorstallingen. Voor iedereen die niet meteen een dure schuur wil neer zetten of een garage mist, zijn er ideeën te bedenken. Deze mobiele uitvoering en bijzondere vorm kwamen we tegen als filmpje op pinterest. Hier in enkele afbeeldingen.  Toch net weer even iets anders dan een hoes. Wellicht droogt het fijner en het oog wil ook wat.

 

Notoire motorrijder

(Dit artikel is eerder geplaatst op BoZinBeeld.nl en na toestemming van de auteur Sonn Franken hier doorgeplaatst).

Als ik met mijn motorfiets stop, krijg ik direct aandacht van vooral oudere mensen. De naam Indian draagt daar natuurlijk aan bij. Mijn Indian Scout is van 2016 en een behoorlijk zeldzame verschijning. Het oudste Amerikaanse merk leeft nog steeds onder ouderen. ‘Zo, die rijden er niet veel meer hoor’, is de meest gehoorde openingszin. Dan leg ik vol trots uit dat Polaris de rechten van Indian heeft opgekocht en het merk terug nieuw leven inblaast. Het feit dat ik een klein manneke met overwicht ben, bovendien in mijn uppie, en het gegeven dat mijn uitlaten heel braafjes zijn en geen bulderende dondertonen de wereld in spuwen, draagt er wel aan bij dat ik benaderbaar ben.

Als ik met mijn neef een rondje rij, wordt het wel anders. Met zijn Harley, open uitlaten en zijn grijs witte bandera voor de snoet, krijg je al snel het profiel van Hells Angel opgeplakt. En ja, dat zijn de mannen waar je voor uit moet kijken. Als je gezien wordt op een Harley Davidson, of in gezelschap er van, en je bent met meer motorrijders dan slechts jij in je eentje, ja dan ben je zo’n motorclub.

En we weten allemaal dat dat outlaws zijn. Het zijn mensen die zich niets aantrekken van de wet, die verderf zaaien, pure misdadigers, ja moordenaars zelfs! Ze bedreigen de buren en dwingen hen om op elke zolderkamer een cannabis plantage te bouwen. Ze persen elk “kefeeke” af en als je niet betaalt, laten ze elke klant “op z’n kop” hun pilske opdrinken. Zie dat maar eens te doen, al het bier gaat verloren en loopt via je kinnebakkes over je gezicht in je haar. En bier is echt niet de beste shampoo hoor!

Een voor een worden de clubs nu aangepakt en verboden. Eigenlijk maakt het niet meer uit wie wie is. Een groep motorrijders die zich verzamelt en organiseert, is verdacht. Plan je als groep een paar keer per jaar een tochtje Ardennen en geef je jezelf een naam met een leuke rugpatch voor iedereen? Lap, justitie zet je alvast op de zwartste lijst tussen de echte criminele clubs, die toevallig ook wel eens motor rijden! Politie zet die groep relaxte choppers en cruisers aan de kant; het zullen immers wel mensen met kwaadwillige bedoelingen zijn, die gecontroleerd moeten worden. Ondertussen rijden er zwermen racemotors, semi-racewagens en niet-zo-fast maar wel heel-furious-kijkende kullekes al jagend door de bochten van de Ardennen. Ze veroorzaken menig hartinzakking bij hun overige weggebruikers en lijken de verkeersregels aan hun sandalen te lappen. Het zijn de uitzonderingen die de meerderheid van zich wel aan de regels houdende motorrijders een slechte naam bezorgen.

Ondertussen beëindig ik het gesprek met die oude man, wens hem een prettig weekend en maak ik aanstalten om mijn ritje op de motor voort te zetten. Wat heerlijk zo’n tochtje op de tweewieler om lekker de dagelijkse beslommeringen uit je hoofd te doen waaien. Onderweg groet ik vriendelijk elke motorbroeder die mijn passie deelt. Morgen wacht weer mijn dagelijkse eerlijke baan, dus neem ik alle regeltjes in acht en tuf ik op mijn gemak huiswaarts.

Motorfietsen / motorrijders / interviews / motorverhalen / rijvaardigheid / motorkleding / helmen / toertochten / motorreizen / motorevents / motoren, importeurs van merken als BMW, Ducati, Harley-Davidson, Honda, Indian, Husqvarna, Kawasaki, KTM, MV Agusta, Suzuki, Triumph, Yamaha / alles over de PASSIE rondom motor rijden. Wil jij een motorfiets kopen? Je vindt het op #ikzoekeenmotor