COOS OP REIS: ZIJN ZE ÉCHT OP DE MAAN GEWEEST?

Werkelijk schítterend weer vandaag. Geen wólkje. Mijn telefoon voorspelt 21 graden. Whoeiii! Sorry voor mijn enthousiasme… Morgen zeker wél, maar vandaag geen heel erg spannende dag. Een beetje een opvuldagje, de opmaat tot Departure Day…  Dus ik moet bij het ontbijt even een dagbesteding verzinnen. Haha, wat een seniorenwoord, hé!

Omdat ik morgen met de motorfiets hier weer vertrek, organiseer en verzamel ik nu vast alle losse zooi en stop dat in zakjes, tassen en koffers. Dat doet normaal Janny. Maar die is hier niet. Ik ben het niet gewend en loop er dan ook al dagen in mijn hoofd over te miepen. Het is werkelijk in tien minuten gebeurd. Stelt niks voor.

De wintervoeringen zitten trouwens nu in een vacuüm getrokken zak. Tip van Coos! Die koop je voor een paar centen bij de Marskramer. Dat scheelt ruimte, jôh. Ik gebruik ze al jaren. En alles dat morgen niet meer past, flikker ik gewoon weg, besluit ik. Zo, DAS opgelost, zeiden we bij de DAS in Amsterdam.

Ik kledder factor 50 op mijn kaalgeschoren hoofd en deze keer smeer ik ook maar gelijk mijn knieholtes in. Pfff… En dan fluitend op pad natuurlijk. Naar het ontbijt natuurlijk. In de zon natuurlijk. Stralend weer natuurlijk.

Het verbaast mij dat dingen zo snel vertrouwd raken. Natuurlijk het weer, maar ook elke dag monter door dezelfde straten stappen, naar dezelfde palmbomen kijken, dezelfde oude Spaanse mijnheer gedag zeggen die elke dag op hetzelfde stoepie zit, naar hetzelfde winkelcentrum, op hetzelfde plein, op hetzelfde terras etc. Terwijl ik tóch zo’n enorme bloedhekel heb ‘aan elke keer hetzelfde’. Das niks voor mij. Maar die constantheid geeft ook rust. Dat is de andere kant.

Ik ben trouwens ook héél slecht in herhalingen. Zet mij aan de lopende band bij Volkswagen en ik laat heel VAG failliet gaan. Na het vierde moertje aan het nippeltje denk ik al lang ergens anders aan en draait de boel in de puin. En bij het vijfde moertje ga ik lopen klieren. Dat deed ik als kind al.

Maar jôh, eerlijk waar, dat ontbijtje én dat kekke pleintje én dat nikszeggende terrasje, waar die bloedmooie, lieve mevrouw met die donkere fonkelende ogen ondertussen precies weet wat ik elke dag bij haar nuttig, voelt voor die paar dagen wel heel lekker aan.

Tijdens het ontbijt ontdek ik een omgedraaid ANWB-setje. ANWB-setjes zijn paren die allebei dezelfde kleding dragen. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina van. Zoek maar eens op. De dame van dit setje draagt een broek met een opvallende print en een zwarte polo en de heer een zwarte broek en de polo in dezelfde opvallende print. Ik moet er stiekem om lachen.

Na mijn ontbijt wandel ik naar het lokale fietsverhuurbedrijf om een fiets te huren. Dat lijkt mij leuk.

Toen ik voor mijn 65e verjaardag een nieuwe Koga Traveller kado kreeg, ruilde ik mijn 43 jaar (!) oude Batavus-fiets in. Die zag er nog prima uit. Toch was de restwaarde minimaal. Maar ja, wat moest ik er verder mee?

Maar voor de fietsen die deze Spaanse mijnheer verhuurt, haalt elke eerlijke Nederlandse fietsendief zijn neus op. Wat een ongelooflijke barrels. En voor mijn 1.95 meter allemaal in kindermaatjes natuurlijk…

TIEN euro (!) huur voor één dag vraagt de señor, met droge ogen, voor een dergelijk lijk. Jôh, zeg ik tegen hem, ik wil alleen maar een fiets húren hoor, ik wil je hele bedrijf niet kopen…

Overigens moet ik voor het roestige geval ook nog HONDERD euro borg betalen. Hij denkt écht dat er mensen zijn die zo’n stuk schroot willen houden. En hij wil de fiets persé vóór 17:00 uur terug hebben. Hij is trouwens niet eens stiekem over zijn prijzen. Ze hangen gewoon aan de muur…. Hij kan krijgen wat Piet Heijn heeft gekregen en díe is er aan dood gegaan. Oplichter!

Dus een ander plan. Ik wil vandaag niet met de bus. De bus is voor Sissies, wees eerlijk. Ik besluit om via het strand langs de vloedlijn naar Santiago de Compastella te gaan lopen. Dat ligt een stuk noordelijker. Zei ik net nou Compastella? Het is ondertussen warm geworden en er staat een stevige wind. Whoeii!

De gemeente hoogt het strand al vast op voor het nieuwe toeristenseizoen. Nog een poosje en dan kun je het zand niet meer zien van de zonaanbidders.

Best veel werk om elk jaar dat zand weer aan te voeren, mijmer ik. Nou, daar hebben ze hier echt een héél simpele oplossing voor: gewoon met de dragline de zee in en zand scheppen. Je verzint het niet.

Op het strand donderen de Spaanse gevechtsvliegtuigen weer over mij heen. Ik schrik mij de tandjes en duik bijna plat in het zand. Ze oefenen veel formatievliegen, maar duikelen ook als harlekijnen over en naast elkaar en uit elkaar. Eéntje oefent touch and go en stormt recht op mij af. Nou, met hem ga ik geen riddergevecht aan. Ik geef mij over.

Wat een helse machines.

Ze oefenen verticaal stijgen en komen in formatie op volle snelheid weer wervelend naar beneden. Ik sta wel een uur te kijken.

Heb ik een foto? Is de paus …?

Restaurant San Antonio nodigt via een reclamebord haar voorbijgangers uit om een driegangendiner boven de zee te komen nuttigen. Dat lijkt mij erg luxe, maar ik ga niet. Mij te duur.

En dan ook nog ‘drinks not included’. Pfff.

Tijdens een “expreszo” heb ik op een terrasje een gezellig gesprek met een Engels echtpaar. Ze komen oorspronkelijk uit Manchester. Ik vertel ze dat ik ooit Manchester bezocht, in Old Trafford was en twee keer de Curry Mile heb gedaan. Ze zijn gelijk enthousiast. Curry Mile? Koekel maar en ga er maar eens lekker eten. Het echtpaar heeft al tien jaar een appartement in Spanje, maar zijn nu op de terugreis naar Engeland. Hij werkt bij de gemeente. Zij overwegen om naar Spanje te emigreren. Ze wonen nu in Yorkshire. Het is te koud en te nat daar. Wat houdt jullie tegen, vraag ik hen. De Brexit, roepen ze in koor. De koers van de pond ten opzichte van de euro, de gezondheidszorg in Spanje is duurder en de onzekerheid hoe het allemaal verder gaat uitpakken. Ze denken er nog over na. Maar hij mag binnenkort met pensioen, zegt hij glimmend. Wat hebben sommige mensen toch mazzel….

In de verte vertrekt een grote groep veldwerkers met een bus. Ze hebben kroppen sla geplukt. De sla is gelijk in plastic verpakt en in kratten gestopt. De kratten staan klaar en worden direct door een vorkheftruck in de reeds gereedstaande vrachtauto gezet. Iedereen is in 10 minuten vertrokken. Uiterst efficiënt proces.

Als Catch of the Day laat ik je ook zomaar wat foto’s van mooie dingen zien, die ik vandaag tegenkwam.

Morgen reis ik verder naar het zuiden. Ik slinger alle bepakking er dan weer op. En zal de vering weer op het gewicht van mijn onderbroekies afstellen. Ik moet vast weer aan dat extra gewicht wennen. Vroemmm! Ik heb er zin in. Ik ben hier klaar. Mijn doel is bereikt. Ik ben geaard in Spanje. Ik ben zelfs inmiddels wat gewend aan de enorme koelereherrie die alle Spanjaarden met hun televisies, radio’s, getelefoneer en weet ik veel wat maken. Ze zijn gek.

Ik zette vandaag ruim 23 kilometer op de schoenenteller. En ondanks de factor 50 voel ik mijn bolletje gloeien als zo’n ouderwets lampje.

Inmiddels totaal vet 100 km hier gewandeld. Lekker, man. Ik ben met de snelheid van cocaïne op een junkie verslaafd geraakt aan het wandelen. Heerlijk. Maar nu wil ik mijn vrijheid. Mijn motor. Zij gromt als een ontembare vrouw als ik langs haar loop. Ik wil spanning, zij wil sensatie, zij wil kilometers maken, ik wil verrotte spieren en gewrichten, pijn in mijn reet, ik wil de enorme stuwende kracht van die vette tweecilinder voelen, ik wil aan haar quickshifter rukken, ik wil …. on the move! Ik reis morgen verder. De volgende stop is circa 300 km verder. Het doel is Almería. Vroemmmm!!!

Ik heb voor mijn reis verder geen overnachtingen meer geregeld. Ik ga ‘op geluk’. Ik zie wel. Het moet immers een avontuur blijven.

Owja. Over foto’s gesproken…. Nog één afsluiter. Mijn vriend Jos reageert zojuist op één van mijn eerdere foto’s van een fraaie boom in Murcia. Hij laat weten een poosje terug precies dezelfde foto van dezelfde boom te hebben gemaakt. Dat kan best, want de moeder van Jos woont in Murcia. Haalde jij die foto ook van internet, vraag ik hem lollig. Jôh, vervolg ik, ik haal álle foto’s van internet! Ik ben trouwens ook gewoon thuis in Linschoten en verzin al die verhalen moeiteloos in de woonkamer. Janny heeft geen Facebook en weet niet eens dat ik elke dag een reisverslag maak.

Mwah, wees eens eerlijk, denk jij dan dat ze écht op de maan zijn geweest?

Coos op Reis: MURCIA

Ik word wakker met getik in mijn oren. Wat hóór ik toch? Het zijn grote dikke druppels water. Ze vallen op het zeiltje dat de BBQ droog houdt. Het regent!  Gekkenwerk. This is Spain, man! (Coos van der Spek vervolgt zijn verhalen, hier nummer 12 in de serie Coos op reis.)

Maar…..tegen de tijd dat ik al mijn standaard-thuis-dingetjes-in-volgorde heb gedaan en naar buiten stap, is het droog. Het is windstil en achter de wolken zie ik een waterig zonnetje.

Het leven is echt een stuk mooier als je, na je ontbijt en terwijl je blikken over zee dwalen, via de promenade naar je bushalte wandelt. Dat is absoluut níet te vergelijken met ’s morgensvroeg met z’n allen via  de A2 naar Amsterdam sukkelen. Om maar eens een naar voorbeeld te noemen. Jeetje, als ik iets niet mis, dan is het dat wel.

Herinner je je de fraaie muurtekening van eergisteren nog? Kijk, hij is hier noges. De regen van vanmorgen zorgt voor grote plassen op de weg. De Spanjaarden rijden er als gekken doorheen. Zit ik wel veilig in mijn bushokje, op weg naar Murcia?, vraag ik mij af.

De bus naar Murcia is van een andere busmaatschappij dan die van de keren ervoor. Deze rijdt wel op tijd. Maar, in tegenstelling tot de bus van eergisteren, heeft deze géén 220-volt stopcontacten, geen Windows-besturingssysteem voorin en beeldschermen in de hoofdsteunen waar je je eigen films via USB vanaf je smartphone kunt afspelen. Jullie dachten toch niet dat Spanje nog een bananenrepubliek was, hè?

De bus stopt bij een volgende halte.

Een gesluierde zwangere vrouw stapt met twee jonge kinderen in. Terwijl de vrouw haar geld opbergt, schakelt de buschauffeur in en trekt vast op… Lekker klantvriendelijk. De vrouw pakt zichzelf snel vast aan een paal en kan haar dochter nog net aan de punt van haar jasje grijpen, maar het jochie komt als een golfballetje door het gangpad aan stuiteren. Armen en benen alle kanten op. Ik schiet in de lach maar steek ook gelijk mijn arm uit en vang hem als Eddie PG op. Grote donkere ogen kijken mij stomverbaasd aan. Ik krijg een brede glimlach met veel witte tanden van zijn moeder. Wát een mooie dag.

Er is in deze omgeving veel landbouw. De landbouwwerktuigen hebben de wegen modderig gemaakt. Zelfs de buschauffeur schakelt terug voor de bochten en gaat er voorzichtig doorheen. Hij is vast niet bang dat zijn bus vies wordt, denk ik, het moet hier gewoon spekglad zijn.

De stad Murcia is rond 800 ontstaan. Er wonen een kleine half miljoen mensen.

Google Maps op mijn iPhone stuurt mij feilloos naar het centrum van de stad.

 

Daar geniet ik, op het grote plein voor de kathedraal, een poos van een abstracte, kunstzinnige expressie van een grote groep enthousiaste jonge mensen. Ik ontcijfer dat 8 maart de dag van de  internationale strijd voor de vrouwenrechten is. Dolle Mina’s heette dat in mijn tijd. Ik vind het allemaal prachtig en allemaal best, ze maken mij hier de pis niet lauw.

Trommels begeleiden de expressie en er is een enorme menigte op de been. Het is erg leuk om te zien wat ze uitbeelden en ik geniet volop.

Op zoek naar een lunchplek in de zon kom ik aan tafel met een stel van mijn leeftijd uit Limburg. Errug jonge goden dus. Zij zit in een elektrische rolstoel en ze zijn al vier weken met hun camper onderweg. Eind april terug in Nederland. Hoezo, beperkingen? Doen en gáán! We eten met z’n drietjes, wisselen kennis en ervaringen uit, het is erg gezellig en het is prachtig weer. Wat moet een mens nog meer?

GoogleMaps brengt mij naar de mooie plekken van Murcia. De stad moet een mengelmoes van Arabische, Joodse en Christelijke culturen zijn. Dat gaat samen met een rijk verleden. Maar dat ademt de stad voor mij niet echt uit. Ik zie natuurlijk wel pracht en praal in de kathedraal. Verrek,  dat rijmt. Het meeste is trouwens geroofd in het verleden.

En ik zie best mooie gebouwen.

Maar toch… Er is bijvoorbeeld slechts een beperkt voetgangersgebied. De auto’s, scooters, vrachtauto’s en bussen razen door de overige straten van de stad.

De stank van de stokoude diesels blijft lang hangen in de straten met hun hoge woongebouwen van zomaar 15 verdiepingen hoog.

Murcia? Mwah. Ik ben er geweest.
Ik hoef er niet persé noges heen.

 

Ik pak de bus van 18:00 uur terug. Na 70 minuten hobbelen ben ik weer waar ik de dag begon. Ik  loop langs zee terug. Er staat 17 kilometer op de schoenenteller. Best een relaxed dagje. Ik ga straks een plan voor morgen verzinnen.

Jan Braber, zijn motorfiets moet een kunstwerk zijn

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Laat ik beginnen mij voor te stellen. Jan Braber, woonachtig in Zonnemaire in die altijd weer mooie provincie Zeeland. De familiegeschiedenis heb ik uitgezocht tot 1625 en alle roots liggen in Zeeland. Mijn ouders zijn na de oorlog vertrokken naar Holland –zoals de Zeeuwen dat noemen. Mijn werkend leven heb ik eveneens in Holland doorgebracht, maar al heel snel had ik me voorgenomen bij de eerste beste gelegenheid terug te keren naar mijn thuis -Zeeland.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Zeker heb ik een bromfiets gehad. De eerste was een Typhoon in 1966.
Hij kwam met de boot en de bodedienst uit Brouwershaven, Zeeland. Daar hadden mijn grootouders een rijwielhandel annex huishoudelijke apparaten. Al na een paar maanden maakte een 80jarige boer op een trekker een eind aan de brommer en bijna aan mij. Hij dook plotseling mijn rijbaan op en ik klapte frontaal op de neus van de trekker. De 80 jarige, niet bijster snel met zijn reactie, eindigde met het grote achterwiel van de trekker bovenop mijn met tomaten plukken verdiende Typhoon. Total loss natuurlijk.

De tweede was een Eijsink. Met vijlen en verstelbare sproeiers kreeg ik hem tot 70 km per uur. Uiteraard reden we in die tijd nog zonder helm en geheel op het gehoor. Dat leverde weer veel oei momenten op en weer een crash. Ditmaal gooide de directeur Gemeentewerken in Waddinxveen zijn portier zonder te kijken open. Hij begreep niet waarom hij plotseling met al zijn brieven op de straat lag en ik begreep niet waarom ik op de stoep van het postkantoor weer durfde te kijken. Schaafwonden, kneuzingen en weer een bromfiets total loss waren mijn deel.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Dat moet ergens in de 80er jaren zijn geweest. Dat was de Kawasaki Z650.
Een moorddadig ding. Ik kocht hem bij Sjaak Korteland in Hardinxveld Giessendam. Hij werkte toen nog vanuit zijn schuurtje achter zijn huis.
Ik kwam regelmatig bij Sjaak ook in zijn nieuwe pand. En daar is het magische moment voorgevallen. De uitgang van de zaak van Sjaak was een pad tussen 2 grote panden met van die metalen wanden. Een motorrijder startte daar een motor met het geluid van een bommenwerper. Zware roffel lichtelijk onregelmatig en het wegrijden ging met een oorverdovend prachtig geluid gepaard. Dit was bijzonder, merkte ik en ik rende naar de plek des onheils. Echter het enige wat ik zag was de in het zwart leer gestoken rijder en de groene nummerplaat van Sjaak. Aha, proefrit dus. Mijn besluit was, als het leren pak terugkomt, dan is die motor van mij.
En hij kwam terug. Hij dook met Sjaak het kantoor in. Ik nam een kop koffie en oefende alvast de aankoopstrategie voor de motor waar ik inmiddels op had plaatsgenomen. Een Moto Guzzi Le Mans II. Man man wat een apparaat. En toen kwam het leren pak naar buiten. Sjaak had een pokerface het leren pak glimlachte. Podverdikkeme, wat betekent dat! Ze gaven elkaar de hand en ik hoorde dat de papieren in orde gemaakt zouden worden. Gloeiende gloeiende, mis. Ja zei Sjaak, soms komt er wel eens één op mijn pad. En ik vroeg of ie mij een seintje wilde geven als het zo ver was. Een jawel, een paar maanden later had ik een Le Mans III.

De Proefrit. You love it or hate it. Dat is vrij vertaald wat Sjaak me liet weten. Het is een eigenwijs ding, die graag rechtuit wil. Het zou zo maar kunnen dat je bij de eerste bocht alweer terug komt. Het was wennen, maar ik vond het prachtig. Hier en daar een klap verkeerd en werken op dat ding. Geen allemansvriend.
Ik heb daarnaast nog andere motoren gehad zoals de VFR750, een Honda Hornet 900 en een Guzzi Griso 1100. Intussen verkocht ik nog een keer de Le Mans en daar kreeg ik zo’n spijt van dat ik weer op zoek ben gegaan naar een andere. Ook weer verkocht. Nu rijd ik een caféracer op basis van een Moto Guzzi Le Mans III (Zie foto bovenaan artikel.)

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Nee, ik ben absoluut geen mooi weer rijder. Alhoewel ik moet eerlijk bekennen dat ik nu wel wat vaker naar buienradar kijk.
Ik heb op de motor alle weertypen al wel een keer meegemaakt.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Geen, ik ben zeer tevreden met wat ik heb. Ik zou de prijs liever benutten om een motorvriend uit te nodigen en een reis naar het Kremlin maken. In de karresporen van Napoleon.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Dat was zonder meer een rondreis in Amerika. Met mijn vrouw hebben we een fantastische reis door het “Wilde Westen” gemaakt. 5600 km prachtige natuur, stapels herinneringen, fantastische ontmoetingen in 3 weken op een Harley Road King. Wat een tractor is dat zeg. Ruim 350kg staal, inclusief 2 personen, bagage en benzine ruim 600 kg op 2 wielen. Als het eenmaal loopt op de highway gaat het wel, maar parkeren en in de mountains. Vreselijk.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Zeker, dat is in september 2021 naar Mandello del Lario, daar waar de Moto Guzzi fabrieken staan. Het merk bestaat dit jaar 100 jaar. Daar moet je bij zijn natuurlijk.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Absoluut niet.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Heel veel. Vrijheid, plezier, bijzondere ontmoetingen en het warm welkom in elke groep van motorrijders. Hartelijke vrienden in Noorwegen en ga zo maar door.
Daarnaast is het een enorme stimulans in het creatieve deel van mijn leven geweest. Daar waar ik vaak bezig ben met schilderijen, objecten en allerlei ontwerpen brengt de motor mij prachtige vergezichten, objecten langs de route, bijzondere gebouwen en niet te vergeten de motor op zich.
Wat mij betreft moet alles aan de motor kloppen. Vormgeving, kleur, de juiste wielen, rempotjes, handles etc. Kortom ik kijk ernaar als naar een kunstwerk. De zoektocht is naar de juiste compositie, de kleurstelling en de details.

Ik moet de motorfiets in de woonkamer kunnen zetten en er telkens weer vanuit welke hoek dan ook naar kunnen kijken, zonder dat het saai wordt.
Dan heb je de juiste motorfiets in je bezit. Moet natuurlijk ook fijn zijn om op te rijden.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

De aandachtige lezer heeft al wel uit het verhaal kunnen opmaken dat ik van het jaar 1950 ben.
De vraag doet zich dan voor, hoe lang kan je de motor nog rijden.
Uiteraard is dat afhankelijk van je fysieke en geestelijke gezondheid. We gaan er even van uit dat die nog in orde is. Dan is mijn antwoord: “Heel lang”.
Met de motor ervaring die velen hebben opgebouwd, weten zij precies waar ze wel en niet moeten zijn. De snelheid heb je zelf in de hand. En mocht je motor te zwaar voor je worden, wat let je dan om een lichter exemplaar te gaan rijden.
Kortom: Als motorrijder moet je je altijd aanpassen, wel nu in deze zin ook.
Ik wens elke motorrijder en lezer van deze column heel veel motorplezier. Ik zwaai naar je!

Oh, en wil je wat van mijn kunstwerken zien, kijk dan op www.janbraber.nl

Links rijden, het is even wennen…

In een eerder bericht vertelde we dat we Itchy Boots gaan volgen tijdens haar nieuwe avonturen in Zuid-Afrika. Eenmaal aangekomen is ze meteen op zoek gegaan naar de motorfiets waarmee ze haar reizen weer gaat maken. Zou het deze Honda worden? We rijden even mee met een testrit. Links rijden, het is even wennen…

Oma Broemmmm

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Sherry, 58 jaar, en ik werk in de zorg met ouderen. Vrienden noemen mij Sher en mijn kleinzoons van 1 en 3 jaar noemen mij Oma Broemmmm. Ik ben een Drentse van geboorte en woon tegenwoordig in Zwolle.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Ik heb ooit een blauwe maandag op een witte Puch Maxi rond gecrossed, op het veldje naast mijn ouderlijk huis, ik was toen 15 jaar. Mijn ouders hadden deze gekocht van een buurvrouw voor mijn 16e verjaardag. Maar toen ik eindelijk 16 werd en ik officieel op de weg mocht rijden, wilde ik toch liever zo’n spiksplinternieuwe fiets met versnellingen. Ik had genoeg gecrossed op de Puch, het spannende was eraf!

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motorfiets waar ik af en toe op reed was een Yamaha XS750 van mijn ex-man. Eigenlijk ook weer stiekem, ik had toen nog geen rijbewijs. Kort daarna ben ik gaan lessen en heb ik een Yamaha Dragster gekocht. Daarna was ik een aantal jaren motorloos totdat het weer begon te kriebelen. De kinderen waren wat ouder en ik had meer tijd voor mezelf. Er kwam toen een Suzuki Intruder VS700, waar mijn dochter nu nog op rijdt. Wij gaan dan wel eens samen rijden, heel erg leuk!

De liefde voor Engelse motoren en met name oldtimers, kwam door iemand die Triumph reed en het duurde niet lang of ik reed ook op een oldtimer: een Triumph Tiger 100 uit 1963. Wat een avonturen heb ik met dat ding beleefd! Uitlaten verloren (en terug gevonden) kickstarters die spontaan door midden braken, olie verliezen onderweg, na eindeloos kicken en met het hemd nat op de rug blij zijn dat ik eindelijk de motor aan de praat kreeg om daarna weer af te slaan, … je wil het allemaal niet weten! Het was nooit saai als je met mij op pad ging! Toch heb ik er 10 jaar plezier aan beleefd en toen was het welletjes. Ik wilde het mezelf wat makkelijker maken en zo kwam de Royal Enfield in beeld. Super leuk motorfietsje maar ik miste toch iets. Dat gemis resulteerde in een onlangs gekochte Triumph Bonneville T100.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik ben iemand die van mooi weer houdt, dus ben blij dat de lente in aantocht is. Maar ik laat mij door kou en regen niet weerhouden om te rijden, je kan je er immers op kleden. Maar zodra er pekel op de weg komt, blijft de Bonnie in de schuur!

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Poeh, eerst zorgen voor een ruimte waar ze in zouden kunnen staan. En dan als eerste zou ik een stoere Triumph Truxton kopen, om af en toe even op te scheuren, haha. Dan zou ik nog een oldtimer willen hebben. Zo’n prachtige BSA Goldstar, die kwam dan in de woonkamer te staan!

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Dat was mijn vakantie vorig jaar, heerlijk een week getoerd in Duitsland. Alle weersomstandigheden gehad en veel rijervaring opgedaan.

Maar er is één rit, die ik nooit zal vergeten! Toen ik mijn maatje onderweg kwijt raakte en ik in mijn uppie in de stromende regen vanaf Breda door Antwerpen naar Zeeuws-Vlaanderen moest rijden naar een motortreffen. Zonder navigatie dus “old skool” de borden lezen. Tot op mijn string nat en met m’n rug onder de modder kwam ik aan. Ja, ik was toen best trots op mezelf en wat smaakte dat biertje toen lekker!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Ja zeker, wat het gaat worden weet ik nog niet. Even afwachten hoe het gaat met de beperkingen op het reizen naar het buitenland.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nee hoor, ik ben sinds Januari in het bezit van een gave Triumph Bonneville T100!

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vrijheid (vooral nu tijdens corona) en blijheid, verbondenheid, de kans om ontzettend leuke mensen te mogen leren kennen. Daaruit zijn een paar bijzondere vriendschappen ontstaan.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Niets eigenlijk. Ik hoop dat het een geweldig mooi motorseizoen wordt en dat wij kunnen doen wat wij allemaal graag willen: motor rijden!

Coos op Reis: SEARCH AND DESTROY

We volgen de avonturen van Coos van der Spek.

Bij het ontbijt begint zijn volgende verhaal in onze serie “Coos op Reis”. We rijden drie maanden met hem mee door Zuid-Europa.

Strálend weer. Joepie! Ik ben hélemaal opgewonden. En het is pas 09:15 uur!

Met een grote grijns rollen mijn dikke 1200cc twee-cilinder BMW GS Adventure Liquid Cooled en ik samen naar mijn ontbijt, hier aan het einde van de straat in Los Alcázares in Spanje. Ik strijk neer bij een leeg tafeltje en geniet op een door de zon verschoten roodplastic stoeltje van het zonnetje.

De ober brengt mijn café Americano en zet met een zwaai een héél gróót glas bier op de tafel bij een Duitser naast mij. Het is 09:20 uur…

Ik ben nog niet van mijn bier-verbazing bekomen als de Engelse mijnheer verderop een brandy bestelt. Pfff….

Nou, díe twee gaan vast niet lekker motorrijden vandaag, grijns ik. Na mijn ontbijt wens ik die twee alcoholisten een fijne dag en vertrek voor mijn rondrit in de omgeving.

De route van vandaag loopt via Casas Nuevas, gedeeltelijk óm en dóór het regionale park Humedal del Ajuaque y Rambla Salada. In één keer goed getypt. Olé. Het is een superroute om lekker relaxed te rijden, een beetje rond te kijken en gewoon wat te genieten. Het is een prachtig gebied, maar het asfalt is ruk. De héle dag trouwens. Ik maak met dit droge weer zelfs twee uitstapjes aan de achterkant. En ik heb aan extra gewicht bijna niks bij mij, want mijn reserve onderbroekies liggen allemaal opgevouwen in mijn appartement.

Als ik met mijn motorclub www.elbacon.nl op pad ga, dan houden we ons strikt aan de route. Maar nú, in mijn uppie, hóeft dat niet… Ik sla gewoon af en toe spontaan eens een weg in.

Eén zo’n weg brengt mij bij hardwerkende sinaasappelplukkers. Ik stop voor een praatje. Ze zijn blij met mijn onderbreking en met wat afleiding van het saaie werk. Een uit de kluiten gewassen Afrikaanse man vraagt of hij mee achterop mag. Ja, hoor, héb ik weer…. De patron vindt het allemaal wel leuk, maar kijkt ook zuinig op zijn horloge, dus ik vervolg mijn weg.

Ik rij genietend tussen de vele sinaasappel- en citroenboomgaarden door. Grappig, die dingen horen in zakkies in de schappen bij Albert Heijn in Woerden en nou rij ik er met mijn BMW langs, bedenk ik mij. Ik kan mij zo vaak dan op een kinderlijke manier over dit soort zaken verbazen.

Alles wat we thuis eten, groeit hier gewoon aan de kant van de weg. Zo kan ik mij ook verbazen over de verkoop van de enorme stapels vis in de Spaanse supermarkten. Wáár komen al die vissies in hemelsnaam allemaal vandaan? En er zijn zóveel supermarkten in de héle wereld…

Ik sta in een wat grotere en drukkere plaats, als een gehelmde kasteelheer in zijn metalen maliënkolder óp zijn kasteel, vooraan bij een stoplicht. In mijn spiegels wringt een jonge vrouw op een scooter zich tussen de auto’s door naar voren. Zij eindigt pal naast mij, kijkt opzij en glimlacht. Zij heeft een kort rokje aan en, óf verbeeld ik mij dat nou, een doorkijkblouse. Zij heeft donkere ogen, donker haar en haar lippen zijn felrood gestift. Ik krijg het Spaans benauwd. Potver, bij mij wil natuurlijk alleen zo’n hele grote kerel achterop…

Twintig kilometer verderop staat aan de linkerkant van de weg een kudde schapen. Ik stuur de Beamer de weg af en rij voorzichtig richting de schapen voor een fotomoment. Er komen gelijk twee honden op mij af. Eentje op een sukkeldrafje die goedmoedig whoehoefff zegt, maar het zelf eigenlijk allemaal niet meer zo gelooft. Hij is aan zijn pensioen toe. Heel herkenbaar… Hond Twee is echter nét in dienst en heeft nog héél wat te bewijzen. Zijn poten raken nauwelijks de grond en achter zijn lijf ontstaat een turbulente draaiing van lucht en stof als hij op topsnelheid als een Shrike-raket récht op mij, zijn indringer, af stormt. Search and Destroy staan, samen met mijn coördinaten, in zijn reptielenbrein geëtst.

Vanaf mijn kinderjaren waren bij ons flinke herdershonden in huis. Hollandse herders, Belgische herders en Duitse herders. Mijn vader trainde ze als verdedigingshond en haalde er diploma’s mee. Ik ben niet bang voor honden, hoor. Als ze maar groot genoeg zijn om mee te vechten. Dan vreet ik ze op. Maar deze aanstormende hond is zo’n tussenmaatje. Geen tafel én geen servet. Maar wél twee rijen blinkende tanden. Dat mooie nieuwe mes van mij is te ver weg én zit onhandig ingepakt in mijn tas en op mijn motor. Alhoewel, motor, onhandig…

Dus geef ik een vreselijke dot gas en dender, met drie koplampen aan, récht op Hond Twee af. We zijn als ridders met lange lansen in een steekspel. Het recht van de sterkste en de grootste. En de meeste moed. Hond Twee gooit zijn anker uit en zet alle vier zijn poten schrap. De hond is geen merkhond. Het is een bastaard en heeft van huis uit geen ABS meegekregen. Zijn achterkant schiet weg en hij komt als een honkbalspeler, op weg naar zijn home, met zijn achterlichaam naar voren tot stilstand. Hij bijt in het stof. Hij is verslagen. Hond Twee druipt af. En dan blijkt ook gelijk definitief de hiërarchie bepaald te zijn. Ik kan rustig wat plaatjes van zijn schaapies schieten.

Kort in de middag stop ik in een dorp bij een kruideniertje voor een broodje. Ik organiseer met handen en voeten bij moeder en dochter iets eetbaars bij elkaar. Moeder komt met mijn 1.95 meter ongeveer tot mijn navel. Ik reken twee euro af en krijg van dochter gratis twee sinaasappels mee. Wat leuk, hè. Maak een praatje met mensen en je zíet mensen. Én ze zien jou. Overigens kost een kilo sinaasappels daar 35 cent. Heel ander prijsnivo dan bij Albert Heijn…

Ik spoel bij de plaatselijke benzinepomp de eventuele pekel, wellicht opgelopen in de omgeving van Barcelona, van mijn motor. Zij is weer schoon en fruitig.

Onderweg doe ik nog even een wedstrijdje ‘wie heeft de grootste’, maar dat verlies ik echt hoor, ondanks mijn 1.95 meter…

Om 16:00 uur verschijnt er 21 graden op mijn dashboard. Een nieuw record. De lente is begonnen.

Als laatste nog even over herdershonden. Kijk eens wie er, héél relaxed, met zijn gitaar en mondharmonica, hier in het centrum, waar ik elke avond eet, een práchtige ouwe rockballad zit te spelen.

Het is zó móói en ik word er zó blij en vrolijk van. En kijk die grote herdershonden als makke schaapjes naast hem liggen. Ik geef de muzikant wat geld. Dat kan makkelijk, want gelukkig heb ik géén Belgisch pensioentje…

Het was een tóffe dag. Een culturele trip naar een stad is mooi, een wandeling door de natuur is super, máár….motorrijden is en blijft…..gewéldig….en ontroerend! Eén met de natuur, de geurtjes onderweg, het horen en voelen van je omgeving, de zon, de wind, de techniek, het sturen, het geronk van je motor, het donderen en trillen van het blok, het swingen in de bochten, gas geven, schakelen, remmen en gelijk die achterlijke gladiolen in die koekblikken in de gaten houden.

Machtig, man!

Itchy Boots is back!!

Onze Nederlandse motorreiziger Itchy Boots vertrekt weer op schiphol. Nederland is te klein voor Noraly, en de wereld nog te ingewikkeld om te reizen. Corona zette een grote streep door haar manier van leven. Dus heeft ze een nieuw plan opgepakt. Ze vliegt naar Zuid-Afrika, na een fikse training om weer super fit te zijn. En natuurlijk gaan we haar weer volgen. Dat deden we al. Ze gaat een motor kopen daar, …. enfin, kijk haar filmpje maar…

Namens ikzoekeenmotor.nl wensen we haar een veilige reis en succes bij haar nieuwe plannen!!

Coos op Reis: Saint Christopher

Coos van der Spek is bezig aan een motorreis van drie maanden door Zuid-Europa.

Hij deelt zo ongeveer 3 verhalen per week met ons op ikzoekeenmotor.nl. Hij is tien artikelen geleden begonnen met dit verhaal. Hier weer een deel van Coos op Reis: 

Saint Christopher is de patroonheilige van alle (motor)reizigers en geldt als één van de helpers die je in noodsituaties kunt aanroepen. Al in de vijfde eeuw werd hij, met name langs pelgrimroutes, vereerd.

Mijn dag begint wéér zonnig en stralend in Los Alcázares. Het is nog vroeg en mijn motorfiets staat er rustig en vredig bij. Ze slaapt vast nog. Stilletjes check ik het alarm, het stuurslot en het voorremslot. Ze staat nog gezellig in de buurt van de Hollandse Gazelle-fietsen. Morgen gaan we weer samen een rondje rijden, fluister ik haar toe.

Deze keer wandel ik de supermarkt in voor verse broodjes, versgeperste sinaasappelsap en luxe Spaans beleg.

Kort nadat ik met pensioen ging, gaf ik mijzelf een fors mes van Gerber kado. Als je op avontuur gaat, dan heb je een mes nodig. Ik ben het speciaal in Apeldoorn gaan kopen. Eenmaal uitgeklapt staat het mes veilig vast en opgevouwen past het risicoloos in zijn foedraal. Het ligt diep opgeborgen in mijn rugtas. Wellicht is het dan nét toegestaan. Want oei, je snijdt jezelf al in je duim door naar het mes te kijken. Niet normaal. Dus snijd ik mijn verse broodjes héél voorzichtig met mijn nieuwe mes op een bankje aan het strand mét uitzicht over zee. Werkelijk, de koning te rijk…

Ik neem voor € 1,49 de bus richting het noorden, naar Lo Pagán, stap uit, zoek een café op, bedank voor de kusjes van de harige barman, kies voor een simpele café solo en geniet op het terras van het weer en het uitzicht. Zie foto.

Zes Spaanse gevechtsvliegtuigen oefenen formatievliegen boven zee en zwenken links en rechts. Het is een indrukwekkend gezicht en ze maken een enorm kabaal als ze overkomen.


Later zie ik een zwerm vogels precíes hetzelfde kunstje doen. Zo grappig. De vliegtuigen komen van de militaire luchthaven, hier in de buurt. Het vliegveld werd een jaar of tien geleden gebruikt voor de opnames van de oorlogsfilm Green Zone met o.a. Matt Damon.

Ik wandel het beoogde natuurgebied Parque Regional Salinas de San Pedro in. Het is een enorm uitgestrekt moerasgebied van dik 800 hectare met veel zoutvlaktes, water, zand, stuwen, duinen, zandbanken en vogels. Ik begin aan een kilometerslange gecultiveerde dam. Aan de ene kant liggen modderbaden en aan de andere kant kabbelt de zee. Zo’n modderbad zet ik gelijk op mijn bucketlist. Héérlijk in je blote tokus in de prut, bruin van de modder laten opdrogen en dan lekker afspoelen en vervolgens zwemmen in het zoute water.

Verderop wordt zout in zoutmijnen gewonnen. In dit gebied overwinteren flamingo’s. Net als al die Engelse bejaarden… Ik zie de flamingo’s in de verte. Eentje staat vlakbij, helemaal alleen. Net als ik, bedenk ik mij. Maar bij zijn appartement staat géén dikke motorfiets te wachten, glimlach ik. Hij verschalkt snel zijn schelpdier en vliegt weg.

Na flink wat kilometers versmalt de dam en verandert de ondergrond. Er zijn hier beduidend minder wandelaars en fietsers. En na nóg een flink stuk dam zie ik iedereen weer terugkomen.

Plotseling is er niemand meer. Ik ben hier helemaal alleen. Maar de dam loopt nog verder…

Ik wil graag in het natuurgebied een rondje lopen en in het volgende dorp eindigen, dus vervolg ik de dam en sla helemaal aan het einde linksaf. De dam verandert langzaam in een zandweg en kort daarna in een heuvelachtig zandpad. De vraag is of het allemaal wel kan wat ik wil. Kan ik hier inderdaad wel in het rond lopen? Ik heb ondertussen geen ontvangst meer op mijn iPhone, dus ik kan het ook niet onderzoeken. Is het gebied verderop wel toegankelijk? Ik zie soms in de verte wat hoge hekken staan. Ik heb inmiddels ruim 10 kilometer gewandeld en ben het point-of-no-return gepasseerd….

Wat zal ik doen? Ga ik dóór of ga ik terug? Er moet natuurlijk vlak bij het eind géén hek staan… Of een diep kanaal liggen… Ik besluit de gok te nemen. Ik ga dóór. Het moet ook een beetje spannend zijn, nietwaar?

Er is hier niemand. De natuur en de natuurlijke stilte overheersen. De zon blijft schijnen ondanks alle dreigende donkere wolken om mij heen. Ik wandel langs een sinistere poel en gooi er een grote steen in. De steen zakt borrelend weg. Het is drijfzand…

Aan de rand van het bassin lopen schuchtere, vederlichte en vliegensvlugge watervogels. Bij de grens van het water ligt een soort koraal. Ik krabbel er wat van af en proef het. Het is ruw zout. Ik vervolg mijn weg verder door het ruwe terrein. Het gaat hier omhoog en omlaag. Meeuwen vliegen krijsend met mij mee. Waarschuwen ze mij ergens voor?

Verderop zie ik in het zand afdrukken van grote poten met dikke nagels. Kort daarna ligt een dode, aangevreten meeuw. Ik vind de botten van een opgepeuzeld dier. Er liggen enorme keutels, zo groot als Engelse cokes, her en der verspreid. Mijn hand zoekt dat grote mes uit Apeldoorn…

Ik moét dóór! Ik ben de 15 kilometer gepasseerd. Terug betekent nog eens 15 kilometer.

Jôh…. potver….loop ik een duin over en precíes tegen het bordje ‘Playa Mojon, links af’ aan. Whoehaaa!

Binnen de 22 kilometer wandel ik het busstation in San Pedro binnen.

Vlak vóór aanvang van mijn reis schonken onze oude vrienden van de Dinerclub mij een Saint Christopher. Die kan je voor jezelf niet kopen. Dan werkt hij niet. Nee, je moet hem kado krijgen van dierbaren. Hij hangt sinds de aanvang van mijn reis aan mijn rugtas, die ik altijd bij mij heb.

SAINT CHRISTOPHER heeft mij vást en zeker geholpen, makkers…!

PASSIE voor MOTOREN! Verhalen, interviews, liefhebbers, inspiratie, aanschaf, rijden, veiligheid, events, motorreizen. Motorbedrijven in de regio.