Itchy Boots rijdt met drie Ducati’s

Voor Itchy Boots kwam er een ​​echte Ducati-droom uit toen Ducati Zaltbommel haar drie motorfietsen uitleende om een ​​dag mee te gaan rijden. Ze begon met de Streetfighter 848, gevolgd door de Monster 1200 S en daarna stapte zij op de Panigale V2. Uiteraard delen we graag haar rij ervaringen. Corona zorgt er voor dat zij helaas niet haar normale motorreizen kan maken, maar gelukkig is er in Nederland ook een hoop te beleven op motorgebied.

Hans en Dia, onderweg naar Alaska

“Let’s go North- The Northern Rockies & de YukonTerritories.”

Hier het volgende reisverslag van onze vaste columnist Hans den Ouden, die samen met zijn vrouw Dia deze reis maakte in 2019:

In 2019 reden we vanuit Vancouver naar het noorden. Van Teslin naar Takhini Hotsprings en voorts naar Dawson City.

We reden rustig aan, een kleine 250 km. We kwamen langs de Miles Canyon, vlak voor Whitehorse. De Miles Canyon is een prachtige plek waar je leuk kan wandelen, zoals we dan ook gedaan hebben. De wanden bestaan uit gestolde lava. De lavawand is 110 meter diep en 8.5 miljoen jaar gelden ontstaan. Een indrukwekkend stukje van de Yukon Rivier.

Grappig was dat er midden in het bos een stel muziek zat te maken, een gitarist en een violiste. Niet voor het geld, maar gewoon voor de lol.

 

Iets noordelijker rij je dan Whitehorse binnen en na korte tijd kom je langs de SS Klondike II. Dat was het tweede schip met die naam. Deze schepen werden gebruikt op de Yukon voordat de weg van Whitehorse naar Dawson City er was. Begin jaren 50 werd het schip overbodig en werd er een cruiseschip van gemaakt, alleen daar bleek geen vraag naar. Uiteindelijk werd het, net voor de sloop, gered en nu is het een National Historic Site of Canada.

Whitehorse ligt op km 1426 van de Alaska Highway in het zuiden van de Yukon. Het is de provinciehoofdstad en de plaats waar veel mensen komen om boodschappen te doen. Er zijn veel buitensportzaken en andere winkels.  Er zijn ook meerdere motordealers (o.a. Honda en Yamaha).

De eerste (westerse) bewoners in dit gebied waren overigens Russen en Aziaten. Dat waren pelsjagers.

Weer een klein stukje noordelijker kom je bij de Takhini Hotsprings waar we gingen kamperen en in het warme water wilden dobberen.

Een leuke camping met veel ruimte.

Er liep zelfs een vosje over de camping. In de middag gingen we in de Hotsprings liggen. Nu waren we reeds in de Liard Hotsprings geweest waar je echt in een natuurbad ligt en dit is meer een zwembad met warm bronwater. Een deel was zo warm dat je het er maar een paar minuten volhoudt, dan zwem je naar het volgende bad waar het wat minder heftig is. De bron is al ruim 100 jaar bekend en in gebruik om in te baden. Al luierend daar spraken we twee dames die onderweg waren naar het zuiden en net van de Dempster Highway afkwamen. De Dempster is een onverharde weg en Dia moest daar tot dan toe niet zoveel van hebben. Evenwel, het enthousiasme van de dames was zo groot, dat we besloten die weg te gaan rijden. De Dempster is 740 km lang en eindigt in Inuvik.

Dan kan je nog een eindje verder naar de Arctic Ocean, daar ligt Tuktoyaktuk (in de volksmond Tuk geheten). Grappig is dat Tuk vroeger Port Brabant heette. Er wonen ongeveer 1000 mensen in 283 huizen, vrijwel allemaal mensen van inheemse stammen. Dit stuk van 140 km werd gepland in de jaren 70 van de vorige eeuw, maar was uiteindelijk pas in November 2017 klaar, het kostte $300 miljoen!

Hoe de tocht over de Dempster verliep beschreef ik reeds in een andere column.

Na twee nachten op de Takhini camping gingen we verder de Alaska Highway op richting Dawson City, na korte tijd buigt de Alcan af naar het westen en ga je verder op de Klondike Hwy. Onderweg zagen we grote bosbranden en zelfs vlak langs de weg. Best wel spannend als het zo dichtbij komt.

Er zijn veel bosbranden in Canada. De grootste oorzaak daarvan is de hogere temperaturen tegenwoordig, vooral in de winter. Daardoor gaan de “Mountain Pine Beetles” niet dood en deze kevers hebben veel naaldbomen gedood, die dan vervolgens makkelijk afbranden.

Tegenwoordig zijn er regelmatig bosbranden ten noorden van de poolcirkel, dat kwam vroeger zelden voor. Je ziet ook hele bossen die er bruin uitzien, je denkt het lijkt wel herfst, maar het zijn dus dode bomen. Het viel me trouwens deze zomer in Frankrijk ook op dat er daar ook zo veel dode naaldbomen waren. Naar ik begreep is dat ook het gevolg van een kever.

De afstand van Whitehorse naar Dawson City is 532km over de Klondike Highway.

Dawson City is een goudkoorts stadje. De Klondike Goldrush. Nu wonen er nog 1375 mensen maar in 1898 waren hier kampen van goudzoekers met 40.000 mensen. Een van de beroemdste inwoners was Jack London, die er The Call of the Wild schreef (dat stond op mijn eindexamen boekenlijst Engels op de HBS). Er wordt nog steeds goud gedolven overigens, maar niet zoals vroeger.

Het stadje leeft nu vooral van het toerisme. Het is nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Door het ontdooien van de permafrost zijn er wel flink wat huizen aan het wegzakken, die staan daardoor helemaal scheef. Je kan je in de zomer nauwelijks voorstellen dat het 9 maanden per jaar winter is en de temperatuur daalt tot rond de -25°C en zelfs -40°C.

We zagen toevallig een aankondiging van een lezing in het dorpshuis van een gezin met drie jonge kinderen, dat een jaar in het achterland had gewoond. We besloten om er heen te gaan. Ze toonden veel prachtige natuurfoto’s en vertelden over hun belevenissen.

Het gezin besloot om een jaar samen in de wildernis te gaan wonen, in een zelfgebouwde hut om eens goed tot elkaar te komen en omdat het kon. De hut moesten ze zelf bouwen en de reis er heen werd gemaakt in een paar rubberbootjes. Indrukwekkend.

Vlak buiten Dawson City kan je een stukje de heuvels in rijden en daar vind je nog een gouddelfmachine. De Dredge No.4, zie foto, was de grootste van deze drijvende fabrieken. Het principe is hetzelfde als zeven met een pan, alleen dan in het groot want deze “dredge”kon 4.000 m3 per dag zeven. In totaal werd er met deze machine 8 kubieke ton goud gedolven in 46 jaar. Op het hoogte punt wasten ze 23kg goud uit per 3 à 4 dagen.

Er zijn twee campings in Dawson, de ene is in het stadje zelf maar die is totaal ongeschikt om te tent-kamperen. Wel kan je er douchen voor $2.- Het is gewoon een geasfalteerd parkeerterrein voor RV’s. De andere camping is aan de overkant van de Yukon en je moet dus met de pont naar de overkant. Daar is dan een camping zonder faciliteiten, zelfs geen kantoortje of park ranger. Je moet een formulier invullen op een enveloppe met de data van aankomst en vertrek en het verschuldigde geld stop je in die enveloppe. Een stukje scheur je er af en dat bevestig je aan de paal bij je plek zodat iedereen weet dat die plek bezet is.

De hoeveelheid muggen was ook hier weer heftig. Daarom gingen we snel koken en dan de tent in. Door die muggen lagen we dan wel weer vroeg in bed.

Het plan was om hier vandaan de Dempster Highway op te rijden. Daarom gingen we naar het Tourist Office voor advies en ontmoeten daar een Fries die er werkte en tevens een motorrijder bleek te zijn.  Over de Dempster schreef ik een aparte column. Een van de dingen die we leerden was dat de afstand tot de eerste benzinepomp 400 km was- in Eagle Plains. Daar we niet zeker wisten of Dia dat zou redden op een tank, stelde hij voor dat we na zijn werk bij hem thuis kwamen om een jerrycan op te halen voor 5 L reservebenzine. Na de tocht zouden we hem weer terugbrengen. Zo gemakkelijk zo als dat gaat met alles daar en hoe bereid iedereen is om te helpen, dat vind je in West-Europa zelden meer.

Volgende keer: Alaska!

BRAVOK, waar stond dit ook al weer voor?

Iedereen die zijn motorrijbewijs heeft gehaald, is geconfronteerd met de afkorting BRAVOK. Een afkorting van een aantal belangrijke zaken die we eigenlijk dagelijks zouden moeten controleren, voor dat we op onze motorfiets stappen. Rijschoolhouder Gijs van Wijk, maakte in 2012 dit filmpje. En het is nog steeds actueel. Voor jouw veiligheid als rijder, en voor de veiligheid van de ander. Ken jij ze nog, de letters…? En controleer jij dit elke keer als je op motor stapt?

 

 

“Dat kan niet”, kent Luuc Muis niet.

De woorden “Dat kan niet”, kent Luuc Muis niet.

Drie dagen geleden kwamen we Luuc Muis tegen op Youtube. In een prachtig internationaal filmpje van Racer TV vertelde de Groninger heel nuchter over het bouwen van een unieke Indian. Dit filmpje is nu al bijna 85.000 x bekeken. Uiteraard namen wij contact op met Luuc. We mochten hem voor Ikzoekeenmotor exclusief interviewen.

LM Creations:
“Combining my passion for motorcycle design, technology and craftsmanship to design products and parts suitable to your request.”


Luuc, kun je ons vertellen waar, op welke leeftijd de passie voor motoren begonnen is?

Haha, mijn passie voor motorfietsen begon al heel vroeg. Ik weet niet precies hoe oud ik was, maar eigenlijk ben ik zolang als ik weet al wel gebiologeerd geweest door motorfietsen. Wat op zich best gek was want in mijn familie kwamen motoren eigenlijk niet voor. Mijn beide ooms hebben motor gereden maar waren beiden gestopt. Ik heb ook enkel alleen daar een herinnering aan, dat er een “rode” motor bij mijn oom in de schuur stond. Toen ik met mijn motorrijbewijs begon wist ik (en de rij-instructeur ook) dat het niet veel lessen zou kosten om het te halen.

De motivatie die het rijden qua gevoel met zich mee bracht was zeer hoog! Twee weken voor het afrijden van mijn rijbewijs had ik mijn eerste motor gekocht en die lag dezelfde avond nog gedeeltelijk uit elkaar om wat dingetjes aan te passen. Enkele jaren later hoorde ik pas dat mijn opa ook motor reed en toen heeft mijn oom een super vette foto gestuurd van mijn opa op zijn eerste motor een Maico M250. En heb ik mijn eigen vader voor zijn 55ste verjaardag maar zijn eerste motor rij les gegeven en hij heeft nu ook zijn rijbewijs gehaald, wat ik echt heel tof vind!

Wat heb je voor opleiding gedaan, waar heb je zoal gewerkt de afgelopen jaren, en hoe ben je er toe gekomen met je eigen bedrijf te starten?

Ik heb Industrieel product ontwerp (IPO) gestudeerd op het Windesheim in Zwolle, de keuze voor deze opleiding lag bij mij al lang vast omdat ik wist dat ik hier zou leren wat ik moest leren om zelf mooie producten en motorfietsen te kunnen gaan ontwerpen. Mijn vader was grafisch vormgever zodoende was ik als kind al veel in contact met Photoshop Illustrator en andere design programma’s. Deze interesse is nooit weer verdwenen. Rechtstreeks vanuit mijn studie ben ik dankzij één van mijn hobby bouw motorfietsen (een BMW R60/2 met een R90S blok en zeldzame Heinrich tank) terecht gekomen bij Motorcycle Storehouse een groothandel in Harley Davidson Aftermarket parts. Hier heb ik bijna 6 jaar gewerkt als product designer en engineer. Onder andere heb ik hier onderdelen ontworpen, verbeterd, motoren gebouwd en samen met een collega het kledingmerk Roeg neergezet. Hoe ik er bij ben gekomen om een eigen bedrijf te starten kwam eigenlijk mede door het Indian project dat ik mocht doen voor Indian Benelux, aan de hand van dit project heb ik dusdanig veel vraag gekregen naar werkzaamheden dat dit niet meer te combineren was met mijn fulltime baan. Toen daar ook nog eens de V85tt marketing motorfiets van Vanguard bij kwam wist ik het zeker. Ik moet voor mijzelf beginnen!

Aan motorrijders vragen we vaak, welke motor ze zouden kopen bij het winnen van de loterij. Aan jou een andere vraag: Stel, ze geven jou een basis motorfiets waar jij een ultiem exemplaar van mag maken en je inkomsten worden sowieso een half jaar vergoed? Heb je al een idee wat voor een droomproject je dan zou willen uitvoeren?

Haha, zelfs dat is een lastige vraag, meestal heb ik een motor maar gemiddeld 6 maanden en dan verbouw ik hem en is voor mij de uitdaging er weer af en kan ik er iemand anders blij mee maken. Mijn focus op mijn eigen motorfietsen ligt momenteel veelal op moderne exemplaren na 2015. Weinig bouwers gebruiken moderne motorfietsen vanwege de “moeilijke of grote hoeveelheid” electronica maar ik zie hier juist mooie uitdagingen om nieuwe dingen te proberen. Maar ik heb wel een lijstje van motorfiets basis-en (en dan heb ik het veelal met name alleen over het blok) die ik ooit zal willen gebruiken: beginnen met de Vincent 1000, Indian FTR, BMW R18, Aprilia Rs660. Daarnaast vind ik elektrische motorfietsen ook wel interessant om customs mee te gaan bouwen maar hiervoor is nog niet echt een publiek.

We hebben in je filmpjes al gezien, dat je leeft voor je passie. Heb je naast jouw bedrijfsactiviteiten zelf nog tijd om te toeren en mooie ritten te maken?

Jazeker, ik heb vele van mijn vrienden aan weten te sporen om ook hun motorrijbewijs te halen. Dus samen met hen en met mijn vriendin (die ook 3 motorfietsen heeft) maken we redelijk wat tripjes. Momenteel rijden we regelmatig TET routes, wat echt super is om te doen dus daar ga ik een dedicated motor voor bouwen op basis van een MT-07. Daarnaast hebben we veel motorvrienden in het buitenland en daar proberen we toch zeker wel 1 keer met de motor op bezoek te gaan. Tot slot rij ik samen met mijn vriendin (sinds deze zomer) amateur motorsport flattrack (voor ons eigen plezier, niet echt competitief) wat echt leuk is om te doen. Wat naast “driftend door de bocht gaan” mooi is aan deze sport, is dat er ook een behoorlijk custom-bouw gehalte is aan de motoren waarin ik mijn ei goed kwijt kan.

Kun je ons een paar foto’s laten zien van de mooiste of leukste concepten die je gebouwd hebt, en de lezers van Ikzoekeenmotor.nl uitleggen waarom deze voor jou zo bijzonder zijn?

Foto 1 (Indian Hasty Flaming Buffalo) Dit was het grote project waar ik het over had dat voor mij de eerste doorslag gaf om voor mijzelf te gaan. En echt een mega uitdaging om deze motor in slecht 20 weken van begin tot eind klaar te krijgen voor Indian Benelux, wat ik heel bijzonder vind is dat de motor zelf een jaar later nog steeds overal op social media opduikt en in artikelen word geplaatst. (tevens is hij te koop)

Foto 2 (Moto Guzzi V85tt) Deze heb ik gebouwd voor Vanguard als marketing project en de eerste motor die ik als officieel bedrijf heb afgeleverd wat ik tof vind aan dit project is dat bepaalde design aspecten redelijk uniek zijn zoals de resin inlays, cleane aspect van de tank met gat er door. Daarnaast is het gewoon super tof om bijna iedere dag de motor wel een keer op de TV reclame voorbij te zien komen in de commercial van Vanguard.

Foto 3 (Flattracker KTM 390) Dit is de motor die ik voor ons volgend Flattrack seizoen ga bouwen om de baan mee op te gaan. Ik ga hiervoor een uni body uit aluminium engineeren die “bolt on” op het bestaande frame zal passen.

Foto 4 (Yamaha XSR700) Dit ontwerp word de eerste (van hopelijk vele) kit en producten die ik wil gaan verkopen. Volledig bolt on, met nette instructies en alles er op en er aan. Geïnspireerd op Flattrack motorfietsen maar volledig bruikbaar voor op de weg.

Wat doet Luuc over 10 jaar?

Wat doe ik over 10 jaar… uhm.. geen idee, hopelijk hetzelfde maar iets groter. Met meer gereedschap speeltjes zoals een metaal 3D printer, 3D scannen, succesvolle kits ontwikkelen en bouwen aan leuke unieke motorfietsen. Maar het zou wel echt mijn droom zijn om een productie motorfiets onder mijn naam te hebben of misschien zelf wel mijn eigen motorfiets productie merk te voeren. Dat kan lastig worden, maar ik zie niet zo snel iets als onmogelijk, vrijwel alles is te bedenken en er is meer te maken dan men denkt! “Kan niet”, ken ik niet.

Waarom we motorrijden?

Wie met een auto rijdt, gaat nogal eens van A naar B. Wordt vervoerd. Motorrijders zien hun motorfiets toch veelal als veel meer dan een vervoermiddel. Heel wat motorrijders rijden vanuit passie. Maken hun hoofd leeg. Kiezen om een stuk te gaan rijden. Vaak zonder doel. Kijken waar het stuur naar links gaat, of rechtsaf. Als het maar rolt. De reis is belangrijker dan de bestemming.

Even een rondje uitwaaien, noemen we dit dan graag. En kom je na 2 uurtjes weer thuis dan kan het voelen alsof je een week met vakantie bent geweest of een goed gesprek hebt gehad met de beste psycholoog ter wereld. Dat gevoel, is eigenlijk bijna niet uit te leggen. Dit filmpje komt echter aardig dicht in de buurt bij wat we hier proberen te omschrijven.

 

De Royal Enfield 650 Interceptor

De Royal Enfield 650 Interceptor. Een Indiase motor met Britse roots.

Een trouwe lezer van onze website, Ad van Dijk, maakte eerder een proefrit met deze motorfiets en was zo vriendelijk om voor onze redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een leuk verslag over te schrijven. Met meteen een mooi stuk geschiedenis erin!

“Royal Enfield werd in Groot-Brittannië in 1893 opgericht en begon o.m. met de productie van fietsen. In 1901 zag de eerste motorfiets met 211 cc Minerva inbouwmotor het levenslicht. Vanaf 1933 rolden de 350 cc en 500 cc ééncilinder Bullets van de band, die tot op de dag van vandaag nog steeds geproduceerd worden, zij het wel met de nodige wijzigingen. Na de Tweede Wereldoorlog ging men ook weer dikkere twins bouwen, de 750 cc Interceptor was in 1963 de grootste twin die het merk ooit gebouwd heeft. Royal Enfield vestigde in 1955 in India een dependance fabriek onder de naam Enfield India. In de toenmalige Britse kolonie was veel vraag naar motoren voor het leger en voor andere overheidsinstellingen. Daar werd ook begonnen met de productie van de 350 cc Bullet, waarvan zelfs een Dieselversie leverbaar is geweest. Evenals vele Engelse motorfietsfabrikanten sloot Royal Enfield in 1970 de hoofdvestiging, daarentegen is de Indiase vestiging “still going strong”, maar het duurde wel een aantal jaren voordat de Indiase vestiging de naam Royal Enfield mocht gebruiken.

Vanaf 1976 wordt de 350 cc Bullet weer in Nederland geïmporteerd en in de loop der jaren kwam er ook een 500 cc uitvoering, die inmiddels diverse varianten kent. Door de steeds groeiende vraag naar motoren vestigden diverse motorfabrikanten filialen in India, kijk maar naar BMW en Harley Davidson en daarvan profiteren ook de Indiase fabrikanten.

Vorig jaar introduceerde Royal Enfield 2 modellen met een nieuwe 650 cc twin, goed voor 47 pk, dus ook geschikt voor het A2 rijbewijs. Retro modellen zijn populairder dan ooit en de nieuwe Interceptor lijkt als 2 druppels water op zijn 750 cc naamgenoot uit 1963. Er is ook een caféracer onder de naam Continental GT leverbaar, dit model heeft een andere tank, zadel, stuur en de voetsteunen zijn 65 mm naar achteren geplaatst.

Motomondo heeft de import van het Indiase merk op zich genomen en er zijn al een aantal nieuwe dealers aangesteld. Lowlands Biker Store in Zwolle is één van de nieuwe dealers waar ik (Ad van Dijk) tijdens een demo-dag de Interceptor kon rijden. Met een zithoogte van 804 mm kan menig rijder prima uit de voeten en de machine weegt droog 202 kg.

Behalve een elektronisch motormanagementsysteem zijn beide twins verder wars van elektronica. Of de twin is uitgerust met een balansas is niet bekend, maar hinderlijk trillen doet het blok met 270 graden ontstekingsinterval absoluut niet. Schakelen doet de zesbak perfect en de kabelbediende natte meerplaatskoppeling is prima te doseren. Vanaf 2500 toeren heeft de machine al voldoende in huis om weg te rijden en de krachtbron is werkelijk soepel te noemen. Bediening van de knoppen op het stuur gaat als vanzelf en de analoge klokken zijn prima afleesbaar. Verchroomde ronde spiegels passen goed bij dit concept en bieden prima zicht. Om de 18 inch velgen zijn Pirelli Phantom banden gemonteerd, je merkt wel dat de machine gevoelig is voor oneffenheden in het wegdek, ondanks de goede stuureigenschappen. Aan het frame kan het niet liggen, dat is bij Harris Performance in Engeland ontworpen. Het schijnt dat de Continental GT door de sportievere zithouding daar minder gevoelig voor is. Stelmogelijkheden zijn alleen weggelegd voor de veervoorspanning van de stereo achterschokbrekers. Voor en achter zijn beide modellen uitgerust met een enkele schijfrem voorzien van dubbelzuigerklauwen, die voldoende vertraging hebben en afkomstig zijn van BijBre, het Indiase zusterbedrijf van Brembo. Op de bedienbaarheid van beide standaards valt niets aan te merken.

Dat Royal Enfield vertrouwen heeft in de nieuwe twins blijkt wel uit het feit dat er 3 jaar garantie zonder kilometerbeperking gegeven wordt. Vanaf € 7798,- verwisselt de Interceptor van eigenaar, de prijs verschilt wel per kleur! Je kunt kiezen uit oranje, rood, zilvergrijs, wit, zwart of grijs. Aan de Continental GT hangt een prijskaartje vanaf € 8098,-  ook afhankelijk van de kleur.

Voor beide modellen zijn er inmiddels een aantal accessoires leverbaar en er wordt ook gewerkt aan een kledinglijn. Gewerkt wordt er ook aan uitbreiding van de 650 cc modellenlijn, waarvan ik inmiddels  al een aantal schetsen heb gezien. Een allroad en een paar ruigere caféracers behoren daar zonder meer al toe!”

Wil je meer informatie over Royal Enfield? De importeur is MotoMondo.

Ad van Dijk, de schrijver van dit verslag, heeft proefgereden bij Lowlands Biker Store in Zwolle.

De foto’s zijn gemaakt bij Motor Centrum Roosendaal.

 

 

Luuc Muis met zijn unieke Indian op Racer TV

Als motorliefhebber kijk je nogal eens op YouTube naar filmpjes van nieuwe motorfietsen en bijzondere creaties. Zo kom ik regelmatig terecht op Racer TV, en getriggerd door een bijzonder plaatje van een omgebouwde Indian motorfiets start ik bijgaand filmpje. De monotone stem van de presentator is bekend. Niet door iedereen geliefd maar de man weet nu eenmaal waar hij over praat. Bij de eerste beelden blijkt het deze keer om een Nederlandse bouwer te gaan. Luuc Muis Creations heeft met behulp van hele bijzondere bouwtechniek en unieke materialen, met veel geduld en passie een machine gebouwd die jaren geleden als model al bestond, alleen dan nu met de motortechniek van Indian van vandaag. Kijk en verbaas je. Deze 27 jarige bouwer uit de provincie Groningen mag trots zijn dat hij door Racer TV op de kaart is gezet. We gaan hem op ikzoekeenmotor volgen uiteraard. Het recente filmpje bekijk je hier via:

Van Vancouver naar Alaska op de motor

“Let’s go to the other side. We’re going all the way up!”

Weer een prachtig reisverslag van onze vaste columnist Hans den Ouden, die samen met zijn vrouw Dia deze reis maakte in 2019:

Veel familie van mij emigreerde na WO II naar Canada en allen gingen in het westen wonen. Het gevolg is dat ik nu in BC zo’n 50 familieleden heb, zowel van mijn vaders als moederskant. Dus we gingen eerst uitgebreid op familiebezoek en dat was dan ook meteen goed voor de jetlag. We kregen veel hulp met het afhalen van de motoren en er werd ons onderdak geboden, waar we uiteraard graag gebruik van gemaakt hebben. Uiteraard moesten er ook nog wat boodschappen gedaan worden want voor het koken moest er gas gekocht worden en we wilden ook een spuitbus “Bearspray” meenemen. Bearspray is hetzelfde als traangas, maar dat is dan weer verboden in Canada. We hebben het steeds bij ons gehad maar nooit nodig gehad al zagen we wel beren, zelfs van dichtbij.

Na een kleine week gingen we noordwaarts, uiteindelijk was dat de reden van onze reis.
Vanuit Vancouver reden we de Sea to Sky Highway, een leuke slingerende bergweg richting Whistler en daarna naar Lytton. Ooit was ik daar met mijn kinderen om te raften met Kumsheen Rafting op de Thompson River. Dat is echt “White Water Rafting”, erg spectaculair om te doen. Alleen toen we er aankwamen bleek dat ze tot eind juni alleen met motorboten voeren en de concurrent was gesloten. Jammer, maar daarom hebben we dat rondje later nog een keer gereden en de tweede keer ging het wel door en wat meer is, dat was op Labour Day en konden we voor de halve prijs mee. Dat was wel fijn want het is niet goedkoop.

Gelukkig is er wel een camping. De campings in de National Parks zijn veelal vrij primitief. Er zijn geen toiletgebouwen en alleen chemische toiletten, dat is geen feest want ze stinken enorm. Gelukkig is er meestal wel water, maar meestal alleen een kraan en geen douche.

De volgende dag deden we rustig aan, immers stond er geen raften op het menu. In Spences Bridge ontbeten we in een leuk zaakje aan de rivier en kwamen daar iemand tegen die onderweg terug was uit Alaska. Hij had er 24 dagen getoerd op zijn KTM en hij was er nog stil van.

We reden naar het noorden langs Kelowna en Lake Okaganan naar Shuswap Lake. Daar woont ook familie. Tegenover mijn neef Norm woont iemand die oude A Fords verzamelt en restaureert. Van alle ooit uitgebrachte modellen heeft hij er een en de meeste zijn inmiddels klaar.

Na een gezellige avond met Norm en Pauline gingen we verder richting Nakusp. We kregen onderweg een paar flinke buien over ons heen. Tegen de avond zagen we wel veel bliksem en regen in de bergen maar wij kampeerden droog. De volgende dag echter was zo nat dat we in Golden besloten om een hotel te nemen. De ferry’s die we onderweg namen waren allemaal gratis want in Canada maken die gewoon deel uit van het wegennet, zo is de filosofie.

Na 4 dagen van gemiddeld 400 km rijden waren we in Jasper. De week voor we aankwamen op 30 juni, bleek het er nog gesneeuwd te hebben. Onderweg kwamen we langs de Columbia Icefields aan de Icefields Parkway. Uiteraard was het daar erg druk. Grappig was het om te zien hoeveel mensen zich voor serieus geld (CA$ 87 pp) de gletsjer op laten vervoeren waar ze dan een kwartier een rondje mogen lopen. Na het boodschappen doen zaten we op het terras met twee andere bikers, ze hadden er zelfs Hefeweizen van de tap. Gezelligheid alom. We verbleven er in een cabin bij Beckers die €150 per nacht kostte. De campings waren er allemaal vol en het was ook de laatste cabin die we konden boeken.

Onderweg van Jasper naar Hythe zagen we de eerste beer, een Grizzly, kariboe’s en een elk. De kariboe’s zijn de neefjes van de rendieren.

 

De elk was net zo schuw als de elanden in Noorwegen, dus die was al weg voor ik de camera had getrokken.
In Hythe was de camping dan weer helemaal leeg en inclusief gratis hout voor een kampvuur betaalden we €10.-

Na een stevige regenbui in de nacht, met een kleddernatte tent tot gevolg, klaarde het ’s morgens op en bleef het verder droog die dag. Voor we erg in hadden waren we Mile Zero van de Alaska Highway gepasseerd. Zo’n plek waar iedereen een, die er langs komt, een foto van maakt.

De Alascan Highway is 2237 km lang. De eerste 450 km is tamelijk desolaat. Je komt er een benzine pomp en een winkeltje tegen, maar verder niets. Dan arriveer je in Fort Nelson, een dorpje met 4500 inwoners. Grappig is dat je steeds dezelfde motorrijders tegenkomt bij elke benzine pomp. Voorts door naar de Liard Hotsprings weer 500 km. Op dat hele traject is geen enkele winkel dus we konden ook geen eten in slaan. Gelukkig is er wel een indiaans restaurant waar je een buffalo burger kan eten. De tijd heeft daar flink stil gestaan. Bij de benzinepomp moet je zelf onthouden hoeveel liter je getankt hebt en dan binnen gaan afrekenen. Warbij met zo’n jaren 80 rekenmachientje vastgesteld wordt hoeveel je moet betalen.

Na een dagje relaxen in de Liard Hotsprings (waar de week daarna een aantal mensen werd vermoord door een stel gekken) gingen we naar Teslin Jct. Een spectaculaire rit want we zagen buffalo’s, meerdere beren, een wolf, herten en een racoon. Allemaal vrij dicht langs de kant van de weg. Helaas zijn sommigen dieren zo schichtig dat je niet de kans hebt om de camera te pakken voor ze verdwenen zijn.

Onderweg naar Teslin kom je langs Watson Lake waar het Signpost Forest is. Dat werd gestart door de bouwers van de Alcan Highway in 1942 en bevat nu duizenden nummerplaten en andere bordjes uit de hele wereld, een leuke lunch plek.
De camping daar in de buurt was vergeven van enorme muggen, die door je motorbroek heen steken. Daarom zijn we verder gereden en na 200 km kwamen we een hotel tegen.

Royal Enfield in Roosendaal bij MCR

In diverse columns van onze motorreizigers lezen we spannende verhalen over tochten door bijvoorbeeld India en Nepal.

Een merk wat we daar dagelijks tegenkomen is de Royal Enfield. Dit is van oorsprong een Brits motormerk wat destijds werd geëxporteerd en verder uitgebouwd in India. Wie verre reizen naar het Oosten maakt kent dit motormerk. Juist die enorme retro look is de laatste jaren erg in.

Zoek je een handzame stadse motorfiets of wil je gewoon lekker betaalbaar toeren, dan is Royal Enfield een bijzonder fijn motormerk. We wilden het gewoon eens rustig bekijken. En eens even op gaan zitten. Het voelde klasse.

Motor Centrum Roosendaal staat al jaren goed bekend als Harley Davidson specialist. Sinds begin dit jaar zijn ze ook officieel dealer van dit unieke merk Royal Enfield. Tijdens een bakje koffie met de mannen van MCR hebben we een paar foto’s genomen. Binnenkort gaan we er nog een middagje mee rijden. Wordt vervolgd.

De importeur van Royal Enfield is MotoMondo in IJsselstein.

De foto’s zijn genomen bij MCR in Roosendaal.

PASSIE VOOR MOTOREN, motorfietsen / motorrijders / motorliefhebbers / motoren / motorbedrijven / motorgarage / motordealers / caféracers / motoroccasions / motor accessoires / motor zoeken / interviews / motorverhalen / rijvaardigheid / motorkleding / helmen / toertochten / motorreizen / motorevents / motorsport / motoren / klassiekers / caféracers / importeurs van merken als BMW, Ducati, Harley-Davidson, Honda, Indian, Husqvarna, Kawasaki, KTM, MV Agusta, Suzuki, Triumph, Yamaha / alles over de PASSIE rondom motor rijden. Wil jij een motorfiets kopen? Je vindt het op #ikzoekeenmotor