Categorie archieven: Coos op Reis

Dertien blije snuitjes

(Een motorverhaal, geschreven door Coos van der Spek.)

“Als blije koeien in het voorjaar! Zo voelen wij ons bij het verzamelpunt van onze motorclub. Opgedirkt met onze gepoetste laarzen, gewassen motorpakken en onze lederen kleding in het verse vet. Lekker knuffelen met elkaar.

Gezamenlijk gluren naar de nieuwste gadgets en wetenswaardigheden uitwisselen over nieuwe banden en helmen en zo. Plannen bespreken en grappen maken. Saamhorigheid en vriendschap. Heerlijk.

We dansen de Lekdijk af. We doen het rustig aan, want niet alle leden rijden ‘s winters door. Zij moeten weer even wennen en het motorgevoel opbouwen. We hangen op de bochtige dijk met een denkbeeldig elastiekje aan elkaar en ons treintje krimpt en rekt. Soms wel twee kilometer lang. Het is mijn spiegels een machtig gezicht.

Bij Tiel wisselen wij van rivier en zwieren wij de Waalbandijk op richting het terras met de broodjes gezond en de uitsmijters.

Het is 17 graden en het zonnetje laat zich meer dan regelmatig zien. Prima weer voor een Italiaans ijsje bij Millingen.

In Duitsland vullen wij onze brandstoftanks, veranderen van koers, zien in de verte heel even de Maas en ontdekken in Batenburg de restanten van een indrukwekkende ruïne van een van de oudste kastelen van Gelderland.

We kiezen voor de brug bij Ewijk en draaien een stukje verder de A15 op. De meesten zijn voor half zeven weer thuis. We hebben zomaar een kleine 5000 km met z’n allen gereden.

De Honda CB 250 K3, Coos kocht hem nieuw in 1970 voor 3100 gulden.

De HONDA CB 250 K3 was de eerste motorliefde van Coos van der Spek. We publiceerden hier een eerder verhaal. Vandaag het vervolg van Coos.

🏍 🏍 🏍

Mijn lief en ik bezoeken in Twente de nieuwe eigenaar van mijn ouwe, trouwe Honda CB 250 K3. Ik kocht de motor nieuw in 1970 voor 3100 gulden. Maar dat wisten jullie al…

Theo heeft de motor in anderhalf jaar tijd met familie, vrienden en kennissen volledig gereviseerd. De motor is helemaal uit elkaar geweest en het frame is opnieuw gespoten. Werkelijk alles is aangepakt. Zelfs moertjes en boutjes zijn behandeld. De orsinele spaken zitten nog in de velgen, maar zijn weer prachtig verchroomd.

Het motorblok en de voorpoten zijn wonderbaarlijk mooi gepolijst. Wát een artiesten. De originele tank is van binnenuit met een drie-stappen plan behandeld en is weer helemaal ok. De orsinele buddyseat kreeg een nieuw dekje. Er zit een nieuw voorspatbord op en de kilometerteller en de toerenteller zijn gereviseerd. Minutieus is alles stapsgewijs aangepast. De meeste onderdelen komen overigens bij CMSNL vandaan.

Het resultaat? Kijk maar naar de foto’s…

Joke en ik maken van ons verre bezoek natuurlijk gelijk een feestje. We kijken in het kasteel Ruurloo naar de surrealistische schilderijen van Carel Willink, maar ook naar de exorbitante, sculpturale kledingstukken van zijn vrouw Mathilde, ontworpen door Fong-Leng. “Als men je niet opmerkt, kun je net zo goed niet bestaan”, aldus Mathilde. Nou, das haar gelukt.

We dineren, overnachten en ontbijten in de prachtige Othmar Herberg, tevens bierbrouwerij. We dwalen de andere dag door de stokoude straatjes van Ootmarsum en genieten van de galeries en de talloze winkeltjes van kleine ondernemers. Er is Sale, dus Joke slaat genadeloos haar slag. De ontzielde kledinghangers blijven triest in de donkere shops achter…

We eindigen de dag met een heerlijke rijsttafel bij Indrapura in Driebergen.

Mooie dagen! En het weekend moet nog beginnen. Yeah…

Mijn grote liefde

(een motorverhaal van Coos van der Spek)

In 1970 kocht ik mijn Honda CB250 nieuw in 1970 bij Motorhuis Safe in Rotterdam. Hij kostte 3300 gulden. Mijn vader pingelde er een paar honderd gulden af. Ik was zielsgelukkig en zo trots als een aap met zeven lullen.

Kort na de geboorte van mijn dochter (1978) verkocht ik de Honda terug aan dezelfde dealer voor 1000 gulden contant. Er stond toen ruim 80.000 km op de teller. Tranen over mijn wangen toen ik in mijn eentje terug naar de metro liep. Het voelde als verraad en het geld als Judaspenningen.

Jaren en jaren dacht ik met weemoed aan mijn trouwe Honda en aan onze avonturen tijdens kampeervakanties in Zwitserland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië.

Rond 2010 vond ik op Finnik mijn trouwe Hondaatje terug. Virtueel zwaaide ik haar gedag. Maar waar o waar zou zij toch zijn? In het kouwe Friesland? In het heuvelachtige Limburg? Of in een donkere garage in Drente?

Ruim twee jaar terug kreeg ik plotseling een gouden tip. Van een goede fee. Mijn emoties maakten eenzelfde soort rit als op de achtbaan Joris en de Draak in de Efteling. Een paar dagen later drukte ik, bij een wildvreemd huis in Dordrecht, zenuwachtig op de deurbel van de stiefvader van mijn Honda.

En ja hoor, hélemaal achteraan, stijf tegen een deur en klem tegen een muur en onder stapels spullen en dekens, trof ik haar aan, onder een dikke oude laag stof: mijn Honda CB250 uit 1970.

Ik trok schaamteloos haar rokken omhoog, zag haar benzinekraan, haar enorme cilinders, haar kickstarter en checkte haar kentekenplaat. Wow. Ik raakte haar aan en aaide haar. Een schok. Ik voelde haar. Zij was het. Zeker weten. Wat een emotie… Prachtig.

Ik hield contact met de eigenaar, maar toch verwaterde het contact. Via Curtain kwam de Honda in bezit bij Theo. En Theo maakte met zijn broer en een paar vrienden een groots plan en reviseerde de motor.

Vorige week kreeg ik een appje en een foto van Theo: je grote liefde is bijna klaar. Zij is bijna weer als nieuw.

Hij is WAAAANZINNIG MOOI geworden. Wat zijn die mannen artiesten. NIET NORMAAL!

Joke en ik gaan binnenkort naar Theo in Overijssel. Om te kijken. Naar mijn grote liefde…

Links de huidige BMW van Coos en rechts zijn oude liefde, de Honda CB 250.

Motorkleding testen

(Een motorverhaal van Coos van der spek)

Op mijn eettafel ligt een lange ToDo-lijst. Van ouwe meuk naar de stort brengen, het gras maaien, een formulier i.z. mijn zonnepanelen invullen tot een pasfoto laten maken voor een nieuw paspoort.

Máár….het is mooi weer. Het zonnetje schijnt en ik hoor mijn motor in de garage erbarmelijk kermen: ‘Ik wil d’r uit, ik wil een stukkie rijden!’

Dat snap ik wel. Ze is eenzaam. Mijn lief en ik hebben onlangs de garage opgeruimd en schoongemaakt, dus het galmt daar van de ledigheid.

Een stukje motorrijden. Mmmm. Dat komt mij eigenlijk wel goed uit. Ik kocht namelijk, samen met Joke, voor een hele mooie prijs een nieuw Rukka Armacor Stretch motorpak en een nieuwe Schuberth C5 helm. En dit is een toffe dag om alles effe te testen.

Een half uur later dender ik door polders. Ik zing in mijn potje. De zon buldert aan de hemel. Mijn zonnepanelen maken mij rijk terwijl mijn BMW en ik wat liters fossiele brandstof aan de frisse lucht offeren. Een een kleine twee uur later zit ik in mijn favoriete viswinkel Schmidt Zeevis in Rotterdam twee heerlijke haringen naar binnen te douwen. Wat een traktatie.

Ik gluur naar iemand met een glaasje witte wijn. Maar alcohol en motorrijden gaan absoluut niet samen. Daarnaast zijn Joke en ik de hele maand november alcoholvrij.

De Schuberth helm knelt nog wat van de nieuwigheid. Heb ik altijd met een nieuwe helm. Dat komt omdat ik een raar hoofd heb. Het komt wel goed. Met die helm, hè. Mijn hoofd blijft zo.

Het motorpak is gelamineerd en zalig warm. Dat komt goed uit, want het wordt mijn winterpak. Er zit zo’n los donzen jasje in, een soort ski-jack. En de buitenjas is voorzien van een borstprotector. Extra veiligheid kun je gewoon in de winkel kopen.

Na 150 km zet ik de motor in de garage.
We zijn allebei weer opgeladen en zielsgelukkig….

Vier Dagen Trier, naar huis

Onze schrijver en reisleider Coos van der Spek ging 4 dagen op pad naar Trier, met 20 motorrijders.

Hij schreef ons er vijf verhalen over; vandaag publiceren we het laatste verslag. 

VDT 4 – Thuis.

Vandaag gaan we weer naar huis. Maar we mogen eerst heerlijk 200 kilometer door Duitsland en België sturen. Allemaal binnenwegen. En dan vanaf Maastricht de snelweg op naar huis. Das wat minder.

Hans wordt al om half tien door een taxi uit Nederland opgehaald. Later op de dag horen wij dat er op de foto toch ook twee breuken in zijn hand zichtbaar zijn. Dat wordt gips.

We rijden in Duitsland langs prachtige uitgestrekte koolzaadvelden. Het blijft elke keer een betoverend gezicht. We maken tijd voor wat fraaie foto’s. De Sony RX100 maakt overuren. En het is prachtig weer. Al weer.

We drinken koffie op een mooi terras in een soort tuin. Lekker in de schaduw van een grote parasol. Wat kan het leven toch mooi zijn.

En bij een frietkot scoren wij tosti’s voor de luns. Het is er nogal druk, dus ik krijg een device mee dat gaat trillen als we ons voer af kunnen halen. Stop dit ding in de zak van je broek, zeg ik tegen Anton. En als je blij wordt, dan is je lunch klaar… Iedereen grinnikt.

Vlak voordat we de snelweg opdraaien, scoren wij nog een paar bolletjes ijs. Best een goede greep. De suiker geeft ons direct nieuwe energie. En die hebben we nodig.

Het is 29 graden in Limburg. En retedruk op de A2. We rijden constant links en met verhoogd tempo. Al onze aandacht is vereist en we rijden scherp. We komen wel een keer of zeven in files terecht. Alarmlichten en groot licht aan en er tussendoor met die gigantische brede motoren. Als voorrijder voel ik mij net een ijsbreker: ik zie de auto’s links en rechts ruimte voor ons maken. Het is een machtig gezicht. Maar ik ben alert. Een automobilist kan zomaar met zijn koektrommel van baan veranderen.

Bij Nieuwegein ontwijken we nog even een ongeval door de A2 te verlaten en een stuk door de polders te rijden.

Rond 19:00 uur is iedereen weer veilig thuis, zie ik in onze groepsapp. Dat stelt mij gerust.

We tikken met z’n allen zo’n 30.000 kilometer af in vier dagen. Er ging met één deelnemer helaas iets mis. Het was overigens de deelnemer met de minste rij-ervaring. Dat gaan we vóór volgend jaar bijspijkeren. En we gaan hem andere kleding adviseren. Iedereen is natuurlijk verantwoordelijk voor zichzelf, maar ik wil er geen last van hebben.

Mooi weekend. Mooi weer. Mooi kluppie. Lekker gereje. Doen we vast noges…

Voor de liefhebbers hebben we nog een fijne video en wat foto’s hieronder: