Categorie archieven: Coos op Reis

Coos op Reis: een wippie

DE BALKAN – EEN WIPPIE

Het is 15 juni als ik dit schrijf voor de serie Coos op Reis. Inmiddels heb ik heel wat liters water opgedronken. Ik heb er een waterbuik van. Ondanks de zakjes ORS van de apotheek én zelfs een extra zakje magnesium, dat ik vaak na het hardlopen gebruik, sta ik vannacht heel wat keren naast mijn bed vanwege kramp in mijn benen. Ik heb zélfs kramp in mijn handen.

En ik plas nauwelijks. Kortom, ik heb nog steeds te weinig vocht en te weinig juiste stofjes in mijn lichaam. Het lammetje blaat mij om 07:00 uur wakker. Maar heeft zich wel 24 uur koest gehouden. Ik zie vooruitgang en heb hoop.

Er valt een licht regentje. Heerlijk. Het verdrijft die zinderende warmte. Het is goed om vandaag hier aan het zwembad even rust te houden. De zon komt zo, maar mag gerust ook even wegblijven van mij. Ik kan toch wel lekker zwemmen. Eerst maar even een klein ontbijtje wegwerken. Want als ik niet eet, dan ga ik dood.

De eigenaar heeft vrijdag zijn nieuwe 250cc KTM-crossmotor laten bezorgen. In een bestelauto. Dat is nou het toppunt van luxe. De banden zijn nog niet eens vuil. Hij staat naast de ingang van het hotel, gewoon met de sleutels in het slot. Zo stond hij daar ook afgelopen nacht, vertelt hij… Mijn dikke 1200 staat in zíjn garage, drie keer op slot en met het alarm aan. Veel mensen leven makkelijker dan ik, bedenk ik mij. Of ze hebben gewoon meer geld om schades op te vangen.

Het familiehotel heeft vriendelijk en correct personeel; het gebouw staat op een gigantisch terrein en net een beetje uit de stadsdrukte. Ik hoor de weg, maar het is niet hinderlijk. In het fraaie restaurant kun je fantastisch eten. De echte Italiaanse keuken! En dus géén pizza. Ik schreef al eerder: ik houd van Italië. En dit hotel Albergo Ristorante Al Ponte in Triest is een aanrader. Een mooie tussenstop als je op weg bent naar Kroatië. En daar moet je zeker eens heen, hoor.

Aan het einde van de dag, na vier grote flessen water tegen hotelprijzen à vijf euro per stuk, maar ik heb helaas geen keus, denk ik dat het wat beter met mij gaat. Zonder Diacure, maar met ORS.

Tja. Verder gebeurt er vandaag weinig in mijn leventje. En iets verzinnen of liegen doe ik nooit. Dat wéét je…. Er was trouwens verder ook niemand bij het zwembad om mee te praten. Dus boekje lezen, afkoelen in het water, dutje doen, kopje koffie, tosti etc. Lekker een dagje in mijn Nothing Box.

En je ziet het gelijk: het verslag is wat korter. Wat minder bijzonder. Minder foto’s. Ik help je met afkicken! Vanaf maandag temper ik tijdelijk mijn verslaglegging. Maar …. nu toch nog even een bijzondere afsluiter.

EEN WIPPIE

Ik zit via de familiegroepsapp met Janny en Danielle te appen. Tja, ze hebben allebei geen Facebook, hè. Mijn leven gaat voorbij zonder dat zij het weten. Hahaha. Maar we delen via WhatsApp de dagelijkse gebeurtenissen.

Ik app dat ik voorlopig even hier aan het zwembad blijf. En wellicht vanmiddag met de bus naar het strand ga. Danielle vraagt vervolgens hoelang het rijden met de bus is naar het strand. Ach, antwoord ik, dat is vanaf hier maar een wippie.

‘Hoelang duurt een wippie?’, vraagt Janny, ‘want dat is al zo lang geleden, dat weet ik niet meer zo precies…’…😍

Danielle haakt gelijk af. Ik heb geen idee waarom…

O ja, de ‘catch of the day’:

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: Jazeker, de apotheker!

DE BALKAN – JAZEKER, DE APOTHEKER!

Het is (op het moment dat ik dit schrijf) vrijdag 14 juni, denk ik. Ik raak soms de dagen een beetje kwijt. Voor mij zijn alle dagen weekenddagen. En vakantiedagen trouwens…
We schrijven verder in de serie “Coos op Reis”. 

Ruim vóór zevenen maken de golfslag van de zee en de zeemeeuwen mij wakker. Glimlachend hoor ik vrolijke, droevige en chagrijnige zeemeeuwen met elkaar converseren. Ik luister naar die ene schorre ouwe en die twee jonkies met hun hoge piepstem. Iedereen heeft vanmorgen het hoogste woord. Bespreken ze de kwaliteit van hun ontbijt? Waar zou het toch over gaan? En zijn ze het nu eens met elkaar of juist niet? En natuurlijk zijn er de klagers, die steeds maar blijven zeuren. En het nooit ergens mee eens zijn. Altijd in verzet. Elke keer hetzelfde deuntje roepen: Kraakwaa, Kraakwaa, Kraakwaa. Het is in de wereld overal hetzelfde.

Om 08:00 uur schrik ik mij de tandjes en zit ik plots rechtop in mijn bed. Ik wist het niet, maar de geopende ramen van mijn slaapkamer liggen 20 meter van de kerk. Met haar klokkentoren. Een lawaai! Niet normaal. Maar wel een mooie tijd om op te staan. Als je naar je werk moet, tenminste.

De balkondeuren aan de zeekant staan ook open en ik kijk eerst eens minutenlang naar dit prachtige tafereel. Het lijkt mij fantástisch om hier te wonen. Elke dag de zee te zien en te horen. Ik zou er een been voor over hebben. Nou ja, een teen dan. Een kleintje.

Het is prachtig weer en inmiddels 28 graden. Ik heb geen idee wat voor weer het in Nederland is. Ik volg het niet zo.

Sommigen vroegen het al, maar het geelbruine lammetje is er nog steeds. Dank voor alle tips trouwens!

De mevrouw van het appartement en ik spreken Duits met elkaar. Zij is Kroatisch en ze spreekt het prima. Aan haar vertelde ik gisteravond al dat ik last had van Durchfall. Ze heeft mijn ontbijt voor een groot deel al op tafel in haar woonkamer klaargezet. Ze gebiedt mij te gaan zitten en begint in de keuken te rommelen. Zó, dat is goed voor jou, vertelt ze. Lekker opeten. Zie foto…. Hatseflats. En ook de tomaten en de komkommers opeten, gaat ze verder. Alles uit mijn tuin. Zo lekker heb je ze nog niet gegeten. Zou ze toch net wel haar handen ….?

Wat een schat van een mens is het. Ze doet dit al veertig jaar. En iedereen komt altijd naar haar terug, ratelt ze verder. Dat snap ik best. Haar man is zes jaar geleden overleden, vertelt ze met vochtige ogen. Ik zou wel met haar willen trouwen. Dan krijg ik vast korting als ik weer zo’n appartement bij haar huur. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Janny is gisteren pas 68 geworden. En zij is al 70. Dat is geen goede deal. Dan ga ik er op achteruit. En zij heeft hier vast geen AOW. Van Janny word ik slapend rijk. Waar denken jullie anders dat ik van op vakantie kan, huh?

Nederlanders staan bij haar in een extra goed blaadje. Nederlanders zijn op afstand haar betere bezoekers, beter dan alle andere gasten, vertelt ze. Nederlanders zijn vriendelijk, innemend, relaxed en niet afstandelijk. Leuk om te horen, hoor. Ik doe dan ook net alsof ze het over mij heeft… Als ze naar een ander land zou verhuizen, gaat ze verder, dan zou ze naar Nederland verhuizen. Wat leuk om te horen. Wellicht kunnen we ruilen. Zij naar het druilerige Nederland, met haar miljoen regeltjes waar anderen beter van worden en waar ik zelf niks aan heb, en Janny en ik aan zee wonen. Ik vind het een goede deal.

Na mijn ontbijt neem ik een Diacure in als verzekeringspremie. Het knijpt de anus samen, staat in de bijsluiter. Fijn. Precies wat ik nodig heb. Hoef ik dat tenminste niet de hele dag zelf te doen. Toiletbezoek leidt mij teveel af en gaat ten koste van mijn concentratie op de weg. Maar voor de zekerheid trek ik toch de van thuis meegenomen en ver naar beneden gezakte reserve-pleerol in mijn zijtas omhoog… Je weer ut maar nooit.

Ik vertrek vandaag richting Triëst in Italië. Dan wil ik zaterdag een rustdag inbouwen en zondag met een korte rit naar Oostenrijk rijden en daar ‘s middags een beetje wandelen.

Zondagavond tref ik dan mijn motorclub MC Zegveld in Oberdrauburg in Oostenrijk. We zijn daar tot vrijdag met een grote groep: twintig motorrijders. Deze toer organiseer ik jaarlijks. Das een oude traditie.

Tijdens deze dagen worden mijn persoonlijke reisverslagen dan wat korter. Anders kost dat teveel tijd. Als ik met de motorclub ben, dan moeten we ’s avonds schnitzels eten, bier drinken, schuine moppen vertellen, Coyote spelen en ouwehoeren. Tuurlijk schrijf ik een paar regels over de belevenissen van die dag en maak ik voldoende foto’s. Als ik tijd heb…

Mijn hospita loopt met mij mee en zwaait mij uit. Na een kwartier zit ik al weer te genieten en te sturen op de kustweg. Het gaat van links naar rechts. Wat een genot om hier te mogen rijden. Fantastisch. De route is nu van zuid naar noord en we rijden met het licht mee. Dat geeft een nog fraaier beeld en de kleuren komen nog sprankelijker uit. Super.

Ik maak, met een behoorlijk sportief tempo, een rechterbocht en kom bij de apex een oude witte bestelauto tegen, die half op mijn weghelft rijdt. Wat een levensgevaarlijke oetlul. De chauffeur heeft aan zijn kant het autoraam open. Net als ik er langs daver, claxonneer ik met mijn speciaal gemonteerde extra luide hoorn. De chauffeur springt van schrik bijna op de stoel van de bijrijder. Dat zal je leren, halve zool. Blijf gewoon op je eigen baan. Grrrr….! Al weer een bijna-dood-ervaring. Tja, als je zo’n auto raakt, dan hoef je je helm niet persé op te hebben, hoor.

Mijn pauze gebruik ik om de resterende Kuna’s in mijn tank te gooien. Inwisselen heeft geen zin. Ik blijf Nederlander, hè.

Ik rij een poos samen op met een Oostenrijker en zijn duo. Ik houd ruim afstand. Ik wil hem persé niet opduwen. Hij rijdt voor.

We gaan lekker en rijden sportief. Als ik echter zie dat het voor hem een wedstrijd wordt en hij samen met zijn duo levensgevaarlijke inhaalmanoeuvres uithaalt, laat ik hem gaan en stop om wat water te drinken. Als ze voor mijn neus verongelukken sta ik mooi voor Jan Lul met mijn drie overgebleven pleistertjes.

Het is warm en ik zie een paar keer de 33 graden voorbijkomen. Er is bijna nergens schaduw. De zon staat zowat recht boven ons; het is ook bijna de langste dag.

Ik vermijd de snelweg om zo de langdurige grenscontrole te omzeilen. Daar zie ik enorm tegen op. Bij de Kroatische grens staat niemand. Het interesseert ze niet als je vertrekt. En .. bij de grens van Slovenië is geen file. De beambte ziet gewoon aan mijn betrouwbare Rotterdamse ponem dat ik geen armlastige en werkzoekende Afrikaan ben. Ik mag zo doorrijden en daar ben ik heel erg blij om.

Om 15:00 uur is het tijd voor een zout groentensoepie en een cola. Dat blijkt een soort erwtensoep te zijn. Wellicht niet zo’n heel handige keus. Tegen zevenen vind ik in Italië een mooi hotel met een zwembad. Daar ga ik morgen op een bedje mijn boekje lezen. Maar ik ga eerst even heerlijk naar het toilet. Ik kijk er naar uit. En dan zondagmorgen door naar Oostenrijk. Mooi plan!

JAZEKER, DE APOTHEKER!

Dochter Danielle en motormaat / dokter Hans adviseren allebei om ORS bij een apotheek te kopen en dat in te nemen. Om schaarse stofjes in mijn lichaam aan te vullen. Dus storm ik dorp ÉÉN in en kijk ik scherp om mij heen of ik een apotheek zie. Noppes.

Bij dorp TWEE schiet ik een autochtoon aan om mij even een apotheek aan te wijzen. Zij snapt werkelijk helemaal niets van mijn vraag.

Dorp DRIE blijkt een flinke stad te zijn. Ik ram mijn kasteel de stoep op en stap met mijn zware laarzen de vloer van de Toeristinfo op. Uitgebreid vertelt men mij hoe ik snel bij de pillendraaiers kom.

En dan begint het. Het is vréselijk druk en hectisch in de stad. En abnormaal warm. Luxe auto’s, stinkende diesels, dubbel geparkeerde vrachtauto’s, autobussen met een strak schema, overal tussendoor racende scootertjes, overstekende winkelende mensen, luchtig geklede scholieren in groepen, een loslopende hond, motorrijders die willen dat je naar hen terugzwaait, en iedereen weet hier precies de weg behalve ik, en potver, zei die dame nu dat ik hier links moest of pas bij de volgende zijstraat?

Kut. Te laat. Het was hier… Ik sta op een éénrichtingsweg en ben tien meter te ver. Doorrijden betekent de hele stad weer door. En het is zo fucking heet en zo druk. Teringjantje.

Ik wandel mijn motor zachtjes achteruit. Maar gelijk komt een auto achter mij staan die juist daar ff dubbel wil parkeren. Het water loopt van mij af. Ik word gek. Maar ik zal die zooi nu kopen en nu opvreten! Het moet en het zal!

Tja… Achteraf denk ik dat ik ook andere stofjes te kort kwam. Ik was het plots zo zat en ik werd zo vreselijk pissig op die koelére hectiek. Ik draaide mijn kasteel een kwart slag, zette hem midden op de weg, draaide hem vervolgens weer een kwart slag om en reed tien meter dwars tegen de stroom in. Ze toeterden en gebaarden, terwijl ik hard in mijn potje riep:

JAAAZEEEEEKER, ik moet potverdorie ff naar de apotheeeeeker!

ORS gescoord. Gelijk ingenomen. Gatver. Vies, man!

Nog wat voor The Catch of The Day


Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: het lammetje blijkt hardnekkig

DE BALKAN – HET LAMMETJE BLIJKT HARDNEKKIG

We gaan verder in onze serie Coos op Reis. Al enkele jaren schrijft Coos de mooiste reisverhalen op onze website.

We hebben in zijn rubriek al meer dan 90 verhalen gepubliceerd. Je vindt ze via deze link.

Mostar is de heetste stad van Europa, vertelt de eigenaar van het hotel. Het was gisteravond laat dan ook nog bloedheet in de stad. Toch trok ik om 23:00 uur op het terras een truitje aan en stapte rond twaalven rillerig mijn bed in. Ik voelde mij toen al niet lekker…

Om 01:00 word ik plots wakker. Het is pikkedonker en ik ben misselijk. En niet zo’n beetje. Het rommelt overal. Alsof de oorlog in Bosnië terug is.

Ik kijk een paar minuten naar het plafond, besluit dat het niet goed gaat, stap snel mijn bed uit, vergeet in de haast mijn brilletje met jampottenbodempies sterkte -5, zie daardoor in het donker de verhoogde drempel naar de badkamer niet en stoot vreselijk mijn teen. Ondanks de erg lelijke woorden, die indruisen tegen mijn gereformeerde opvoeding, haal ik de wasbak nog maar net. Een seconde later verlaat het lammetje  mijn lichaam. Ze komt binnen 10 minuten nog een paar keer in golven terug. En dan is de rust weergekeerd. Ik val weer snel in slaap.

Om 02:00 uur word ik weer wakker en dient het lammetje zich aan op een plek van mijn lichaam waar de zon nooit komt. Een klein sprintje, waarbij ik rekening houd met de drempel naar de badkamer, zorgt ervoor dat ik ‘s nachts niet hoef te wassen. Ik val daarna weer vlot in slaap.

Om 03:00 uur hoor ik buiten iemand een paar keer een motor starten. Het lukt ‘m niet. Kort daarna timmert iemand ergens op een stuk ijzer. Teringjantje… Ik vecht een halfuur tegen de aandrang om met mijn Rocky-1 mes in mijn blote kont te gaan kijken of ze aan mijn motor aan het rotzooien zijn. Die heb ik immers met gevaar op krassen en deuken een smal hellend vlak opgereden en uit het zicht, strak naast het hotel, geparkeerd. Mooi verhaal, maar hij staat wél buiten….

Om 05:00 uur flikkert in mijn kamer met een oorverdovende klap één of ander schilderij naar beneden. Het valt bovenop het keiharde parket en spat uit elkaar. Alsof er een mortiergranaat inslaat. Nu is het hier écht weer oorlog, denk ik even. Als ik ga kijken, zonder mijn -5 brilletje, zie ik in het donker ongeveer wat er is gebeurd. Het kan niet waar zijn. Ik stap mijn bed weer. Het duurt nu een poosje voordat ik slaap.

Ok. Vannacht is mij weinig slaap gegund, vind ik. Ik hoef gelukkig morgen niet naar mijn werk. Om 09:30 uur vertrek ik. Maar ik voel mij niet fit. Ben een beetje wiebelig. Maar dat is mijn motor ook, dus het moet saampies lukken. Here we go… Natuurlijk heb ik antirace-tabletten bij mij. Maar daar ben ik altijd wat voorzichtig mee, want dan houd ik binnen wat naar buiten wil.

Tja, ik eet natuurlijk ook drie keer per dag het eten dat anderen voor mij bereiden. Je moet er maar vanuit gaan dat alle kokkies de regels van hygiëne in acht nemen. Wassen zij hun handen na toiletgebruik, reinigen zij het gebruikte materiaal goed en maakt het schoonmaakpersoneel deurknoppen, kranen etc goed schoon? Werkt men in de keuken op een ordelijke manier? Je weet ut niet. Ik heb overigens wel een beetje smetvrees, realiseer ik mij. Anders koop je onder Tilburg immers geen water in flessen.

Maar goed! Op pad! Het is prachtig weer en nu met 27 graden al lekker warm.

Ik vertrek uit Mostar. Heb vannacht mijn plan gewijzigd. Ik verlaat per vandaag Bosnië. Het is niet mijn land. Teveel culturen bij elkaar. Teveel tegenstellingen, zienswijzen en uitingen. Ik voel mij minder vrij hier en ben immers onderweg naar de Vrijheid-Blijheid-Toer met mijn motorclub in Oostenrijk. Ieder zijn mening en zijn geloof, maar ik ga terug naar Kroatië. Dat is een vakantieland. Meer zeg ik er niet over.

Ik creëer een mooie route en rijd avontuurlijk binnendoor. De wegen zijn half verhard en soms deels onverhard. En vaak erg smal. Het is een mooie en spannende trip terug naar de kust.

Ik fotografeer wat mooie bloemen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf code geel als reisadvies af voor Bosnië. Dat wist ik voor ik vertrok. Ik blijf hier dan ook altijd op het asfalt en durf vanwege eventuele mijnen niet van de gebaande wegen af te wijken. Onderweg zie ik veel zwerfvuil en illegale stort van vuil. Complete wasmachines, televisies en bankstellen. Het is werkelijk asociaal. En op de wegen zie ik nogal wat slangen. Dood en levend. Het asfalt is natuurlijk lekker warm. Daar houden ze van. Ik ook, als het niet te gek is tenminste. Het is inmiddels 35 graden.

Via mijn fantasieroute kom ik terug richting Kroatië. Via het scherm van mijn Garmin navigatiesysteem kies ik wat piepkleine weggetjes uit en kom via een gehucht de grens over. Gelukt! Er is hier geen file en de grenscontrole is een fluitje van een cent. De politieman vraagt zelfs de kentekenpapieren van de motor, maar als ik bereidwillig afstap om mijn topkoffer te openen, gelooft hij het wel en mag ik zonder verdere controle doorrijden. Ik maak nog even een praatje. Hij vertelt dat overdag in de bossen patrouilles met honden lopen en dat ’s nachts drones met infraroodcamera’s vliegen. De Europese Unie houdt haar grenzen daar goed dicht.

Om 13:00 uur stop ik in Promajna mijn motor. Ik wandel een schaduwrijk terras op. Het ligt nog een tien meter van zee en er staat een heerlijk windje. De ober verwacht dat ik een halve liter bier wil hebben en rent al bijna weg. Nou, dan flikker ik vanmiddag echt van mijn kasteel, hoor. Of over één of ander muurtje.

Maar als je niet eet, dan ga je dood. Dus ik bestel een lichte lunch, maar laat zelfs daar nog een deel van staan. Het water smaakt mij eigenlijk nog het beste. Ik heb zo’n krankzinnige dorst de hele dag.

Ik heb op dit tijdstip al meer dan anderhalve liter vocht op. Zou ik suikerziekte hebben? Ik ga weer snel op mijn buddyseat zitten. Dat voelt lekker veilig…

Rond 16:00 uur meldt het lammetje zich weer aan. Ik zet mijn tanden op elkaar en vervolg mijn weg. Rond 16.30 uur kies ik voor een stuk snelweg om wat eerder bij mijn privé-toilet te zijn. Ik heb een afschuw om op een vreemd toilet de broek te laten zakken. Vréselijk. Jaja, ik weet ut, ik ben een Sissie. Maar het is aangeboren, want ik had het als kind al. Ik heb vrienden die zelfs in een drukke en bezeken kroeg gaan zitten bouten. Nou, mij niet gezien.

Maar het lammetje dringt nu wel héél erg aan. Ik knijp ferm de billen bij elkaar en probeer aan iets anders te denken. Bij Starigrad gooi ik de handdoek in de ring. Ik ben kansloos. De krachten zijn werkelijk enorm. De natuur wint. Het lammetje wint. Het water staat mij op de rug. Ik moet, ik moet, ik moet… Ik kan aan niets anders denken.

Bij het eerste de beste restaurant knijp ik de rem in, gooi de machine op de zijstandaard, laat de boel de boel en trek een sprintje het restaurant door terwijl ik als een debiel roep ‘toilet? toilet? toilet?’. Ik haal het … nét. Met mijn motorlaarzen aan en met mijn dikke motorbroek aan. Op het nippertje… En ik vergeet niet om tijdig mijn bretels veilig te stellen. Ook niet onbelangrijk. Hèhèhè…

Ik heb vandaag ruim 300 km gereden. Het is mooi zat. Dus wandel ik hier zomaar een stukje de boulevard op, spreek een vrouw aan van in de zeventig die in haar tuin staat te werken en vind bij haar een prima appartement. Het ligt direct aan zee en het heeft een prachtig uitzicht over het water. Haar woonkamer op de begane grond is van haar en van haar gasten.

Fantastisch!

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

 

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bij Mostar is de politie je beste kameraad

DE BALKAN – BIJ MOSTAR IS DE POLITIE JE BESTE KAMERAAD

Op woensdag 12 juni (de datum dat ik dit schrijf) is het lammetje terug. Vanmorgen om 05:00 uur zat ik op de wc. Hatseflats… Maar het is gelukkig wel mooi weer vandaag…

Ideaal weer voor het vervolg van mijn verhalen in onze serie “Coos op Reis”.

Waarom schrijf ik eigenlijk zo vaak de datum op mijn reisverslag?, vraag ik mij af. Reisverslagen zijn immers tijdloos, die kun je altijd lezen. Nou, ik weet het eigenlijk niet. Wellicht voor als ik mijn verhalen eens bundel voor een boek. Dat denk ik. Ik blijf het gewoon doen.

Mijn wasje van gisteravond hangt in het zonnetje en is inmiddels lekker droog. Ik leer ut wel.

Ik start Rever voor de tracking en Flitsmeister voor de snelheidscontroles. Flitsmeister heeft mij al een paar keer gered. De plaatjes van Rever gebruik ik voor mijn verslaglegging. En als dat niet lukt, dan haal ik ze uit Basecamp.

Om 09:30 uur betaal ik de rekening, laad mijn route en ga op weg. Op jacht naar een ontbijtje. Dat lukt snel.

Na vijf kilometer rijd ik Dubrovnik al weer uit. Mijn spiegels tonen een prachtig uitzicht over de stad. Er vaart net weer een enorme boot binnen. Vast met van die lawaaiige Japanners…

Na 25 km ben ik uit de verkeershectiek en rijd een prachtig gebied in met veel cipressen. Het lijkt hier op Toscane.

Gelijk fotografeer ik een rode roos. Voor Janny. Zij is morgen jarig. Ik heb, vóór mijn vertrek, stiekem een kadootje ergens in ons huis verstopt. En daar ga ik haar morgen mee verrassen. Nou, is dat leuk of is dat leuk? Regeren is vooruitzien. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Anders zou ze het nu al weten…

MONTENEGRO

Bij de grenscontrole babbel ik met een Italiaans stel op twee Yamaha’s. Zij wonen in de buurt van het Como-meer en zijn nu onderweg naar Albanië. Daar varen zij over naar Italië en rijden weer terug naar huis. Das iets anders dan een rondje Veluwe.. Ze zijn … uh … zomers én vol vertrouwen gekleed…

De grenscontroles zijn kut-met-peren. Het duurt véél te lang allemaal. Als motorrijder sta je stil in de brandende zon. Het is ruim over de 30 graden. Het is echt géén doen.  En je bent twee keer aan de beurt: bij het verlaten van een land én bij het binnenkomen. Daar zit slechts een paar honderd meter tussen. Geen spoortje klantvriendelijkheid. Hoe bedoel je, even twee extra loketjes open omdat het zo druk is? Waarom?

Bij het ingaan van Montenegro moet ik zelfs de verzekeringspapieren van de motor laten zien. Alsof ik een motorfiets van over de 30K niet zou verzekeren. Hij controleert mijn kenteken ook niet, dus het kan ook zo maar een papiertje van iemand anders zijn. Wat een flauwekul, wat een paarse krokodil. En de grenspolitieman, met pistool en al, zit alles over te typen. Typen, typen, typen… Gewoon werkverschaffing. En te snauwen, te grauwen en te grommen. Ik zie door het luikje alléén een hand. Het gezicht van de grenspolitieman is afgeschermd. Ik vind het een beangstigende ervaring.  Mijn gevoel komt in opstand. Wat een lomperik, wat een ontevreden stuk onbenul. Óók
over de muur flikkeren, net als die Japanners in het vorige verslag.

Er staan twee rijen auto’s. In een ander hokje zie ik vier forse, volgevreten agenten verveeld onderuitgezakt op hun smartphone kijken. Die doen niks. Luie donders. Maar ja, het is ook klotuh-werk. Zo’n ambtenaar zit in een hokkie dat kleiner is dan mijn poepdoos thuis. De hele dag die stomme papieren te checken. Tot aan zijn pensioen. Pfff… OK, ik begrijp het misschien wel. Ik ga hier lekker vakantie vieren. Dág, stomme grenspost!

Om 12:00 uur heb ik nog maar 60 km gereden. En erg lang in de brandende zon staan wachten. Dat schiet lekker op. Maar …. ik ben in Montenegro. En dat wilde ik graag. Das gelukt. Het asfalt is slecht. Het is op en volledig kaal gereden. Rustig aan hier.

In Montenegro betaal ik met euro’s. Een grote en sterke koffie met een groot glas water kost een euro. En dat is een vriendenprijs. Dat water giet ik trouwens over de planten. En verder ziet alles er hier zo’n beetje hetzelfde uit als Kroatië. Eigenlijk best wel jammer. Tot aan de veerboot…

Ik ben de laatste passagier en kan er nog net op. Ik ben ook niet zo groot en mijn kasteel helemaal niet. Achter mij gaat ratelend de ophaalbrug omhoog. Ik moet er om grinniken. Een overtocht kost overigens twee euro.

Direct na de veerboot kom ik in een hele nieuwe wereld. Ik ben verrukt en sta vol enthousiasme op mijn steppies. Ook omdat ik een houten reet heb van het zitten, hoor. Ik rijd hier over een stokoude en smalle weg, heel laag langs het water van een baai met de naam Boka Kotorska, de baai van Kotor. Stenen muurtjes begrenzen de weg. Niks vangrail. Het is een soort Gardameer met héle steile bergen. En gelukkig niet zo druk. Het is fantastisch, waanzinnig! Het is de atmosfeer hier. Er is iets, het zindert, het vibreert. Het is heel apart. Ik zit te lekken op mijn motor.

Of komt dat door de temperatuur? Het is hier ongewoon rustig en niet zo absurd massaal. En toch voldoende terrasjes, mooie plekkies om te zonnen etc.

Wow, wat een tof land!

In een supermarkt scoor ik mijn lunch. Ze spreekt geen woord Engels, maar we komen er samen uit. Na afloop lacht ze haar fietsenrekkie bloot….

Ik gluur nog even naar een enorm cruiseschip en vind kort na Kotor een lekker lunchplekkie: een bankje aan het meer en in de schaduw. Het is een verstilde omgeving en ook hier is het extreem rustig. Ik koop hier een huis, ga hier wonen en nooit meer weg. Bijzonder, hè? Dat ik nou ineens zo’n gevoel kan hebben. Gewoon verliefd op een land. Dat enorm heldere water. Ik ben hier zó gelukkig. Of komt het omdat naast mij twee dames zitten die topless aan het zonnen zijn? Dat helpt natuurlijk wel. Maar mijn bolletjes zijn bruiner. En daar zit lekkere kaas op. Heb ik een foto? Tuurlijk! Snel kijken…. Jôh, sla de rest van dit zeikverhaal over en scroll snel naar die foto aan het einde! Schiet op! Whoehaaa!

Ik klim en kijk vanaf 600 meter naar de zee beneden. Ik rijd op een uiterst steile en slechte weg. Hier staan geen borden waarop staat dat je moet opletten voor vallende stenen. De stenen vallen hier en liggen er gewoon. Midden op de weg. En er zijn ook geen waarschuwingsborden voor overstekende koeien. Ze staan gewoon midden op de weg. En ook schapen en geiten. Heel normaal. Ik raak bijna met 50 km per uur zo’n bok. Het gaat net goed. Pokkebok…

Het is inspannend. Het water loopt van mij af. Als ik weer de N4 opdraai en de snelheid kan opvoeren, voel ik de koele wind door mijn ventilatie gieren. Heerlijk. Gas, gas!

Er steekt een schildpad over. Zó leuk. We hadden er vroeger eentje thuis. Ik stop, pak hem op en breng hem naar de overkant. Hij wurmt met al z’n beentjes. Ik lach even naar ‘m en zet ‘m in het gras. Hij gaat er als een haas vandoor. Echt dankbaar is hij niet, volgens mij.

BOSNIË-HERZEGOVINA

Bij Vraćenovići verlaat ik Montenegro weer en rijd de republiek Bosnië-Herzegovina in. De paspoortcontrole stelt weinig voor. Kort erna ga ik van de M20 af en draai de binnenlanden in. Bosnië is erg groen en erg verlaten. De natuur is prachtig. En toch domineert de natuur niet. Er is iets anders. Er zijn heel veel lege en vervallen huizen. Die maken op mij een droevige indruk. Het is hier treurig. Met slechte wegen. De armoede gonst over de velden. Er is niemand, beetje spookachtig. Het ziet er naar uit dat hier weinig werk is. Mensen trekken weg naar de stad of verlaten het land. Kortom, een prachtige en groene natuur,  maar voor mij niet zo’n inspirerende vakantie-omgeving.

Het is 17:45 uur en ik heb onderweg nog geen restaurant of slaapplaats gezien. Niets. Het is lastig zoeken op mijn telefoon. Ik heb onderweg geen internet. Dat komt omdat Bosnië niet in de EU zit en de Telco’s geen roamingcontracten met Bosnië hebben.

Rond 19:00 uur dender ik Mostar in. Ik ben er! Wow! Mostar stond al zoveel jaar op nummer één van mijn wish-list. Ik vervul mijn eigen wens. De mooiste cadeau’s geef je immers aan jezelf.

Ik parkeer in Mostar mijn motor op de stoep.

Waarschijnlijk staakt hier de vuilophaaldienst al een paar dagen. Tenminste, dat hoop ik dan maar… Er lopen wat gassies met opgeschoren koppies om mij heen, de één roept wat en een tweede schopt tegen een blikje. Ik steek vriendelijk mijn hand op en blijf grijnzend op mijn kasteel zitten. Ik tuur op mijn Garmin en hou de omgeving vanuit mijn ooghoeken en de spiegels in de gaten. Soms komt het gevaar van achteren, weet je nog?

Via de Points of Interest op mijn Garmin vind ik uiteindelijk een hotel. De receptionist is vriendelijk en aan het hotel mankeert niks, maar toch voelt de buurt hier niet goed. Ik vraag hem of ik mijn motor voor de deur van het hotel kan parkeren. Hij antwoordt dat het kan, maar dat hij het niet zou doen. Het zou ‘m verbazen als de motor er ‘s morgens nog zou staan…. Nou, lekker dan.

Met zijn toestemming rijd ik de motor een bevoorradingshelling op, manoeuvreer ik haar met veel moeite het hoekie van het gebouw om en parkeer de motor uit het zicht, een paar meter boven de grond. Ik controleer alle sloten drie keer, check het alarm twee keer, doe een schietgebedje en laat haar in het donker alleen. Ik besluit gelijk dat ik vannacht ga nadenken wat ik morgen ga doen.

Maar … het is hier beregoedkoop. Absoluut. Mijn kingsizekamer kost slechts 25 euro. Kom er elders maar eens om.

Ik mik mijn bagage in mijn kamer, stap onder de douche en wandel Mostar in. Deze stokoude stad werd al in de 13e eeuw gesticht. Het was in de middeleeuwen een belangrijke handelsstad en nog immer een smeltkroes van culturen.

Ik ben vreselijk nieuwsgierig naar de brug Stari Most. De brug houdt al sinds mensenheugenis de Moslims en de niet-moslims in Mostar gescheiden. Terwijl de brug nou juist moest verbinden. Ik zag in 1993 de jourmaalbeelden van de verwoesting van de oorspronkelijke brug. Die stamde uit 1566. Het is tot op de dag van vandaag niet bekend wie de brug heeft vernietigd. Je kunt de beelden van de vernietiging op JoeTjoep vinden. Het is nog steeds naar om te zien.

En dan …. sta ik op de brug. OP DE BRUG VAN MOSTAR!  En dát doet mij wat. Het is een soort eindbestemming van deze trip die ik bereik. Het verste punt. Een doel behaald. Een mijlpaal. Voor mij heel bijzonder.

Ik wandel verder, want stiekem is de Stari Most niet de oudste brug van de stad. De oudste brug ligt een paar minuten lopen verderop: Kriva Cuprija.

Ik wandel terug naar The Old Town. Als je goed kijkt, dan zie je overal sporen van de oorlog van 30 jaar geleden. Je kunt in deze omgeving als toerist niet om de oorlog heen. Een eigenlijk wíl ik dat ook niet. Ik kijk altijd naar de toekomst, maar het verleden mag niet vergeten worden. En dat verleden is hier duidelijk aanwezig. In de verte zie ik de Koski-Mehmed Pasha’s Moskee met haar minaret. Ik ben niet zo van de minaretten. Dat gejengel op die rare tijdstippen. Ik ben helemaal niet zo op geloofsuitingen, geloof ik. Ik geloof het allemaal wel… Haha.

Het is laat en ik ga eerst iets eten. Ik zorg ervoor om ergens op een terras te gaan zitten waar ik bier op tafel zie staan. Niet alle restaurants verkopen alcoholische dranken. En ik heb nu echt een groot glas bier verdiend. Of ze dat hier nou geloven of niet….

DE POLITIE IS JE BESTE KAMERAAD

Kort nadat ik Bosnië met mijn motorfiets ronkend binnendaver, stapt een forse agent vanaf de graskant de rijweg op en steekt tegelijk zijn spiegel-ei omhoog. Ik schrik er eigenlijk een beetje van en twijfel of ik niet een enorme poep gas moet geven. Iedereen kent immers de verhalen van nep-agenten in schurkenlanden met roverhoofdmannen zoals Radovan Karadzic. En als er iemand er als een-toerist-met-heel-veel-bagage uitziet, dan ben ik het wel. Ik neem binnen een seconde een besluit. Ik manoeuvreer de zware motor aan de kant en hou de agent vóór mij en in het zicht. Soms komt gevaar van voren. Ik zet de motor nog niet af. De agent lijkt echter wel veel op een heuse bromsnor. Hij is te gemoedelijk voor een boef. De agent wilt mijn paspoort zien. Nou had ik dat gelukkig vandaag al een paar keer nodig, dus ik hoef niet lang te zoeken. Bromsnor legt het document direct in zijn auto. Kijk, en dat doet in Nederland nou geen enkele agent, hè! Ik vind het bedreigend. Zonder kaal hoofd zouden mijn haren overeind gaan staan. Potverdorie. Het kost mij moeite om vriendelijk te blijven.

De agent spreekt niet één woord Engels, Duits of Frans. En Nederlands natuurlijk ook niet.

Met handen voeten gebaart hij dat de radarcontrole geconstateerd heeft dat ik te hard reed. Ik kan het mij nauwelijks voorstellen. Das niks voor mij. De agent kan mij nog niet exact vertellen hoeveel ik te hard heb gereden. Wat een onzin. Nou, het kan nooit veel zijn, probeer ik, meesmuilend.

Hij mag geen contant geld aannemen, geeft hij aan. Via Google Translate (tip van Coos!) vertelt hij dat ik met de bekeuring naar het dorp verderop moet en aldaar een bankoverschrijving moet laten uitvoeren. Ik vraag hem het adres. Maar dat weet hij niet. Dan vraag ik hem om mij uit te leggen waar het precies is. Het is ‘een disaster’, zegt hij plots, en schudt moedeloos zijn hoofd. Zelfs de inwoners kunnen die bank niet vinden, typt hij in zijn telefoon. Whoehaaa, zooo grappig!

We kijken een beetje meewarig naar elkaar en trekken onze schouders op. Mijn Rotterdamse oplossing is heel eenvoudig: laat me gewoon door. Hij kijkt mij met bruine ogen van zo’n trouwe labrador aan, aarzelt, twijfelt, kijkt om zich heen en typt op zijn telefoon ‘I never stopped you!’.

Natuurlijk niet, vriend! Ik heb je nóóóit gezien.

Ik geef ze de twee blikjes cola die ik zonet kocht om mijn iPhone te koelen, geef hem een hand, krijg mijn paspoort terug en zwaai gedag.

De politie bij Mostar? Die is je beste kameraad!

Owja, nog even de bruine bolletjes laten zien. Die had ik beloofd…

O ja, nog even de tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: Dubrovnik en De Man

DE BALKAN – DUBROVNIK en DE MAN

We gaan verder in onze serie Coos op Reis.

Het is schitterend weer vandaag. Tuurlijk. Het is om 07:00 uur al 26 graden.

Daar heb ik vannacht weinig van gemerkt met de airconditioning in de slaapkamer.

Het lammetje is weer voorbij. Das nu weer vaste stof. Deze informatie is alleen voor de oprecht geïnteresseerden natuurlijk. Bedankt voor alle belangstelling (not).


Ik ben nog maar tien minuten onderweg en de afsluiter van mijn verslag van vandaag zit al in mijn hoofd… Dat is wel lekker.

DUBROVNIK

Monter stap ik even voor tienen de bus uit en loop direct tegen een restaurant aan met een bord waar op staat English Breakfast. Daar hou ik van, dus ik stap het terras op. Het echtpaar naast mij zit al aan een fles rosé. Hatsekidee. Ik denk gelijk weer aan die fles rosé van een paar dagen terug: Kutjevo. Sommige dingen vergeet je nooit.

Voor slechts 200 Kuna mag ik én de stadsmuren én het kasteel bezoeken. Ik wandel boven de stad op de stadsmuren en dat is erg leuk. Het is een traject van twee kilometer en de uitzichten zijn schitterend. Deze muren werden al in de 12e eeuw gebouwd. Het zijn indrukwekkende verdedigingswerken.

Het is ondertussen bijna dertig graden. De zon fikt. En van mijn Alle-Duitsers-Zijn-Na-Pinksteren-Naar-Huis-Theorie klopt helaas ook geen ene reet.

Het is zó vreselijk druk, hier. Wat een mierenhoop.

Op de stadsmuur is eenrichtingsverkeer ingesteld en ik zie daar zelfs filevorming. Met gekmakende kwebbelende en alleen maar selfies-makende Japanners. Die overigens altijd in grote groepen ronddrentelen en veelal hinderlijk in de weg staan.

Ik maakte deze reis vóór het beruchte Corona tijdperk. Maar ik zie hier nu al Japanners met een mondkapje lopen. Jéétje. Die dragen ze sinds de aanval met Sarin in 1995. Je weet het immers maar nooit… En dan toch een selfie maken. Er loopt een Japanner naast mij met een neusuitsparing in het kapje. Jaaa, hallo, wat heeft zo’n kapje dan voor zin?

Japanners kunnen slecht tegen de warmte. Iedereen puft en loopt met waaiers. Zelfs eentje met een ventilator op batterijen. Nou, ga morgen maar ff mee op de motor, hoor. Maar nou opzij. Zal ik er eentje van de muur afschoppen? Wat denk jij? Zij zijn immers óók fout geweest in de oorlog. En dan gelijk een Duitser erbij doen? Haha.

Ik heb, geloof ik, weer wat nieuws gevonden om over te zeiken. Deze keer een belangrijk onderwerp!

Ik bekijk filmbeelden van de beschieting door het Joegoslavische leger van de stad in 1991. Marineschepen nemen de stad vanaf zee met daverende klappen onder vuur. Jachtvliegtuigen in de lucht. Ik herken plaatsen waar de zware granaten inslaan. Ik liep daar zonet. Het is dramatisch. Gewonden, huilende en dode mensen. Vernietigde gebouwen, bijna allemaal cultureel erfgoed.

Auto’s en boten in brand. En plotseling is ‘die oorlog van toen’ weer zó dichtbij. In de film loopt een vrouw in een witte jurk met een grote herdershond langs het haventje, waar ik net koffie dronk, als het schieten begint. In blinde paniek rent ze links en rechts zigzaggend over de weg, haar hond met zich meetrekkend. Als ze een schuilplaats vindt, trekt ze, met enorme schrikogen, de grote hond naar zich toe. Die denkt dat het een spelletje is en springt kwispelend tegen haar op. De tranen springen….. Sterk spul, dat Fisherman’s Friend…

Ik wandel weer verder over de verschroeiend hete muren. De stenen moeten wel 50 graden zijn. Op een terras zit een man in de schaduw een ansichtkaart naar huis te schrijven. Het bestaat echt nog.

Het is 13:45 uur en ik heb al anderhalf liter water op. Burn baby, burn! Tijd voor de lunch in de schaduw.

In Dubrovnik mag ik de kerk in met blote schouders en een kort hardloopbroekje. Ik snap dat wel. Ze hebben natuurlijk mijn Facebookpagina van een paar dagen terug gelezen.

Na mijn bestorming van de muren wandel ik door Stradun, de hoofdstraat van het stokoude Dubrovnik, bekijk de klokkentoren, het paleis van Rectar en de hele bliksemseboel. Ook in Dubrovnik zijn opnames gemaakt van de fantastische serie The Game of Thrones.

Proppers overtuigen mij dat ik voor tien euro 45 minuten met hun glasboot mee moet om bij een ander eiland te gluren. De boot vertrekt over vijf minuten. Ik doe het. Lekker uitwaaien op het water.

Iedereen heeft ergens op de wereld een dubbelganger. Henk van Rookhuijzen ook. De kapitein van de boot is mijn motormaat Henk. Henk woont normaal in Gouda. Maar vandaag dus ook in Dubrovnik.

Het is net Henk hè?

Werkelijk, zij lijken als twee druppels water. Alleen als Henk hier is, scheert hij zich fatsoenlijk. Dat ziet er wel beter uit. In Gouda loopt hij er wat vaker als Landru bij. En eerlijk is eerlijk, Henk kan lekker varen. Hij doet het goed. Hij doet trouwens net alsof hij mij niet herkent. Snap ik wel. Hij zal hier wel zwart werken. Die verzekeringslui zijn niet altijd betrouwbaar.

Henk van Rookhuijzen zelf.

Henk lult ook plots mooi Kroatisch. Goed gedaan, jochie. Motorclub: geen paniek, ik neem Henk zondag gelijk mee naar Oostenrijk.

Maar wacht vrijdagmorgen niet op hem in De Meern. Hij moet hier nog zijn kapiteinswerk afmaken.

Mwah. Ik heb 12 km gewandeld. Op mijn sandalen. Beter blaren dan hete poten, dacht ik vanmorgen. Ik heb maar drie dingen aan. Het is er heet zat voor. Er zijn hier nog mensen die een lange broek dragen. Maar ja, ik heb mooie benen… Dat dan weer wel.

Rond zessen ben ik weer terug op mijn strandje en geniet ik van het zonnetje, een koel biertje en de meer dan geweldige loungemuziek uit de paddo’s in de tuin. Wat een zaligheid, wat een heerlijke plek. Weet je wat? Ik neem nóg een biertje! Proost!

DE MAN

Onderaan de straat stap ik weer in de bus. Die ruikt naar warme mensen. Bus 6 brengt mij voor 15 Kuna naar The Old City. Ik rijd in de bus achteruit. De andere stoelen zijn bezet. Achteruitrijden is uiterst onnatuurlijk voor mij. Verder heb ik er altijd een hekel aan als ik niet weet wat er achter mij gebeurt. Op de motor komt het gevaar van voren. In de bus komt het vanachter. Dat is een wetmatigheid die ik net zit te verzinnen. Zoals zoveel trouwens…

De bus stopt bij de volgende halte en een zwerm toeristen bestormt het voertuig.

Ik ben fris gedouched en draag een luchtig shirt zonder mouwen. Plotseling krast een scherp voorwerp langs mijn arm. Net zei ik het nog. Als het komt, dan komt het vanachter. Een … uh …. wat forse man heeft een tas op zijn rug hangen. De wat erg forse buik van voren en zijn rugtas van achteren maakt het gangpad wel heel smal. Hij schraapt de gesp noges over mijn arm, draait zich om en duwt nu zijn dikke buik tegen mijn arm. Hij ademt zwaar en lange haren krullen uit zijn neus. Mijn voorkeur gaat uit naar de scherpe gesp…

De lege stoel naast de mijne is een stuk hoger geplaatst. Wellicht zit het wiel van de bus daar onder. Geen idee. Ik zie de dikkerd twee keer likkebaardend naar de lege stoel kijken. Ik doe snel een schietgebedje. Het helpt niet.

En ja hoor. Hij waagt het om in de schuddende en rijdende bus verlekkerd te kijken, half over mij heen te kruipen en moedig op weg te gaan naar de lege stoel naast de mijne. Zonder een enkele gène.

Het past niet, denk ik. Het past niet, het past nooit…

Geen idee hoelang het voor jou is geleden dat je in een bus zat, maar er is daar net zoveel ruimte als in het kleedhokje van een oud sportfondsenbad van twee eeuwen terug. De lomperd heeft niet eerst zijn rugtas afgedaan en zit nu, met de rugtas op, als een enorme reus klem in een te klein toilet. Hij kan geen kant op.

Vervolgens begint hij omstandig de rugtas af te doen. Ik deins achteruit om een elleboogstoot te voorkomen. Zwetend en puffend verricht hij zijn missie. Hij doet zijn machtige blote benen wijd en zet daar zijn tas tussen. De man puilt aan alle kanten over zijn stoel… Daarna schreeuwt hij iets in het Kroatisch naar zijn vrouw, die achter in de bus staat. Je leest het goed: zij staat… De man is inmiddels geïnstalleerd en het hoogteverschil tussen zijn stoel en de mijne brengt mijn neus naast zijn linker oksel zit. De man gebruikt géén deodorant, constateer ik.

Ik spurt de bus uit als de chauffeur omroept dat dit de halte voor de oude stad is. Wat een vreselijke onbeschofte hork. Een varken. Nee, laat die Jappen maar rustig stiefelen, ik flikker die hork wel van de muur. Whoehaa!

Heb ik een foto? Hèhè … Ik wist immers al héél snel waar mijn verhaal vandaag over zou gaan…

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: het spel met de kawasaki’s

DE BALKAN – HET SPEL MET DE KAWASAKI’S

Op het moment dat ik dit schrijf voor de serie “Coos op Reis” is het maandag 10 juni ennuh … saai om te vertellen, maar het is wéér prachtig weer. Sorry.

Ik heb gisteravond mijn klamme strandlaken, zwembroek, handdoeken en wat andere kleding gewassen en buiten gehangen, maar alles is nu nog zeiknat. Das een misser van mij. Tja, ik heb ook geen centrifuge bij mij. Wellicht is dat een ideetje voor volgend jaar.

De op houtvuur gegrilde lamskoteletjes van gisteravond vallen vanmorgen … mwah … niet zo lekker. Het lammetje neemt wraak op mij én met veel bombarie … uh … afschijt van de wereld. Het was ook allemaal wat veel en eigenlijk ben ik niet zo’n enorme vleeseter. Ik ben al tevreden met een piepklein kipfiletje. Hé, ook ik moet moeite doen om niet zo’n dikke 65-plusser te worden, hoor!

OK. Ik zal het ff gewoon duidelijk schrijven: ik ben aan de diarree, aan de rees, spuitpoep, Poepen-Zonder-Douwe…
En dat is zeker niet handig op de motor. Nou ja, ik zie wel. Er is nu toch niks meer aan te doen. Dag lammetje. Vaarwel wrede wereld.

Ik red eerst even een bij uit mijn woonkamer. Hij is kwaad en vliegt woedend tegen het glas aan. D’r uit, d’r uit, d’r uit, roept zijn instinct. Ik vang hem met een glas en een stukje keukenrol. Voorzichtig, wij zijn vrienden, alleen wéét hij-de-bij dat niet. En ik heb genoeg aan één lichamelijk ongemak.

Als mijn meuk op mijn motor zit, dan pruttel ik op mijn motor naar de receptie. Het is dan al 29 graden. De receptionist overhandigt mij een nota met 1879 Kuna. Ik geef hem zijn kladbriefje van twee dagen terug met daarop .. 1618 Kuna. Hij doet quasi verbaasd en snapt niks van het bedrag dat op het briefje staat. Nou, ik ook niet hoor, antwoord ik nonchalant en kijk vervolgens een beetje achteloos om mij heen. Voor mij is het nog te vroeg om ruzie te maken. De receptionist stottert wat en zegt dat hij het verschil uit eigen zak zal bijbetalen.

Zullen wij samen lekker zoenen?, vraag ik hem. Dat snapt hij niet. Nou, als ik genaaid word, dan zoen ik er graag bij, glimlach ik. Yeah, life sucks… Je kunt best proberen om een toerist te neppen, maar dat lukt jou niet bij een zuunige Holllander, mooie oplichter.

Tussen de camping en Omis is het erg druk. Het verkeer gaat traag. Campers, vrachtauto’s, caravans en een bus met toeristen rijden allemaal voor mij uit. Het is ondertussen 31 graden. Het credo van een surfer luidt: wacht op wind. De motorrijder kan die wind maken… Ik voer de snelheid op en ga een paar keer de doorgetrokken streep over. FF dapper zijn. Er is trouwens opvallend weinig politie hier…

Bij een stop maak ik een praatje met een Duits stel. Hij rijdt op een oude African Twin, met van die lelijke schuinstaande beschuittrommels, en zij rijdt op een oude Triumph. Allebei in korte broek en in een luchtig hempie. Zij doen zoiets anders echt nooit, vertellen zij, met een beetje schaamte. Maar het is nu 33 graden… Ze dragen trouwens wél handschoenen. Tja, alle beetjes helpen. Als je vingers heel blijven na een crash, dan kan je tenminste nog zelf wat pleisters plakken.

Ik zie het echter anders. Ik heb al mijn motorkleding altijd aan. Het is óf zweet óf bloed. Als je met 50 km een schuiver over het ruwe asfalt maakt, dan lig je tot op het bot open. En verder. Ja, het is erg warm. De mouwen staan open, beide borstzakken zijn van mijn jas, de ventilatie is optimaal. De ruit een beetje naar beneden, blijven rijden, alleen in de schaduw stoppen en veel water drinken. Dat is het.

In een toeristisch plaatsje passeer ik een jongedame op een witte scooter. Het is ook hier weer retedruk.  De dame zit met een gipsen been op haar tweewieler. Ook wit. Het steekt een halve meter uit. Ik rijd met mijn kasteel bijna dat been eraf. Nou ja, wat maakt het uit, het was toch al gebroken. Tja, wie rekent dáár nu op?

Bij Drvenik verlaat ik even de route. De veerboot naar Hvar komt net aan. Ze hebben daar een waanzinnig kekke servicepaal voor fietsen. Het gereedschap hangt weliswaar vast aan stalen kabels, maar is door de lengte van de kabels allemaal te gebruiken. Ik heb zoiets nog niet eerder gezien.

In de buurt ga ik gelijk even plassen. Rustig aan. Vooral niet persen. Billen knijpen. De koteletjes van het lammetje blaten, maar het gaat goed…

Langs de rivier Neretva verkopen de lokale boeren hun producten. Aan de doorgaande weg wemelt het van de kraampjes. En die zien er allemaal precies hetzelfde uit. Bij wie moet ik nu ff stoppen om iets te eten te kopen? Maar verderop staan ook wat dames die hun vruchten te koop aanbieden. Daar is het zéker veel te warm voor, hoor.

Ik moet door dat fruit denken aan een mop. Een groenteboer heeft op de Wallen een publieke dame vermoord. De politie ondervraagt de groenteboer en wil zijn motieven weten. De man vertelt dat hij gewoon stikjaloers was omdat zij met haar ene pruim meer verdiende dan hij met zijn hele groentenwinkel. Haha. Het is wel een ouwe mop, denk ik. Mijn oma vertelde ‘m al en zij is in 1984 gestorven. Wat er allemaal door je hoofd gaat op zo’n drukke provinciale weg met wat fruitkramen.

Ik stop om te tanken en koop gelijk wat water. Ik schat het water van mijn veldfles in mijn tanktas op ruim 40 graden. Mijn grote grijze zak, achterop de duo-plek, staat inmiddels bol omdat daar de zak met de natte was aan het exploderen is. Het is inmiddels 34 graden. We steunen en kreunen wat en ik verlos de zak van haar spanning. Wat een hitte.

Er staat plots een symbool van een temperatuurmeter op mijn iPhone. Huh? En eronder staat ‘ik ga weer verder als ik ben afgekoeld’. Ik snap dat. Het is heet!

Mijn persoonlijk warmterecord staat op 38.5 graden. Dat stamt al weer van een paar jaar terug. We reden met de motorclub dwars door Freiburg in Duitsland. Veel verkeersdrukte en talloze stoplichten. Het hield niet op. Ik had hetzelfde Stadler-pak aan. Ik lag bijna op apegapen… Yeah..

Joh, ik stop mijn oordoppies gewoon vandaag niet in. Dan kan de stoom makkelijker uit mijn oren! Tegelijk roep ik, net als Nux in Mad Max Fury Road: Oh, what a day, what a lovely day! Het is afzien! Lijden! Zweten! Met klotsende oksels! Natte sokken, het water in mijn laarzen. Tanden op elkaar. The man and his machine!

Ik rijd een soort tolpoort in, moet stoppen en mijn paspoort laten zien. Het blijkt dat ik een stukje door Bosnië ga rijden. Het is Europa’s grootste zeegeheim: Bosnië-Herzegovina heeft stranden!
Ze hebben in het verleden wellicht een doorgang naar zee geclaimd toen de grenzen werden bepaald, denk ik. Ik dender ruim vijfentwintig kilometer over de zogenaamde Neumcorridor en moet vervolgens mijn paspoort weer laten zien om terug Kroatië in te komen.


Op mijn eindbestemming blijkt de camping vol. Cobus, jij denkt wel heel slim te zijn met je Pinkstertheorie, maar nu zit je er mooi naast. Er is nog één twee-onder-één-kap caravan vrij, die ‘gesplitst’ is in 1a en 1b. Kost 90 euro per nacht. Zien! De uiterst vriendelijke receptionist neemt mij in een golfkarretje mee om het onderkomen te showen. De man doet de deur open en ik kijk zó de wc in. Het lammetje blaat gelijk vrolijk tegen de binnenkant van mijn motorbroek. Ik vraag aan de receptionist: verrèk, hoe wéét jij nou dat ik aan de spuitpoep ben?

Verder is er alleen een slaapkamer en een keukentje van één bij één. Lekker gezellig om vanavond nog ff een boekje te lezen. En een dun plastic wandje tussen de buren en mij. Hoe kan je nu een caravan opdelen in twee appartementen? Wat een schijthok! En dat voor 90 euro. Dat is toch niet normaal?

Ik bedank de man vriendelijk voor zijn service, zoek via Booking-dot-Com een appartement, neem het adres van de site over in mijn navigatiesysteem, rijd er heen, onderhandel met de uiterst vriendelijke dame over de bovenste verdieping, want ik wil persé geen mensen boven mijn hoofd, en de prijs. Ik heb de etage nog veertig euro onder de al extra scherpe prijs van Booking. En het is super. Mooier en beter en ruimer dan elke caravan tot nu. Het is echt een aanrader. Ik betaal contant en zeg dat ik geen factuur hoef. Ze is zooo aardig en alles is zooo schoon. Super.  Het kost 140 euro voor twee nachten. Inclusief de schoonmaak. Ja, túúrlijk, dit is hier geen peperdure naturistencamping…

Tip van Coos? Het stikt in héél Kroatië van de appartementen. Om de tweehonderd meter kom je iets tegen. Op de mooiste plekken. En veel appartementen hebben uitzicht op zee.

Even samen mijmeren? Het is zo tof om elke keer in een andere omgeving te komen. Alles is elke keer nieuw. Alle omgevingsparameters veranderen permanent. Andere stad, andere restaurants, ander terrassen, andere mensen. Er is steeds een andere dynamiek. Je reset jezelf steeds, de teller op nul. Je weet elke keer niks. Wéér ergens je weg vinden. Enerverend en inspirerend. Ik hou ervan!

Na mijn douche wandel ik, downhill, in twintig minuten naar het strand in Lapad. Het beach-restaurant heeft de speakers in verborgen paddenstoelen in het groen in de tuin geplaatst. Het geluid is overal! Ze draaien loeiharde loungemuziek. En het klinkt vreselijk goed. WoW! Ik zit in mijn blote bast in het zonnetje met een biertje helemaal te genieten. Het kost mij moeite om te vertrekken.

Oh, what a day, what a lovely day! En wat een mooie avond.

DE KAWASAKI’S

Bij een stoplicht sluit ik aan bij vier jonge gassies op Kawasaki’s. Ik mik op Z1000’s of Ninja’s, fraaie straatvechters. Ik heb weinig verstand van die racemachines. Ik ben er veel te groot en lomp voor. En ik herken het merk aan het Kawasaki-green. De mannen zijn Oostenrijkers. We groeten elkaar vriendelijk. Ik steek, rechtop zittend, meer dan een halve meter boven ze uit. De kleuren en lijnen van hun lederen motorpakken corresponderen met de motoren. Ze zijn professioneel gekleed. Goede pakken, prima helmen en laarzen en uitstekende handschoenen. Het ziet er prima uit. Dit zijn de mannen die opgegroeid zijn in de bergen. Zij hebben het motorrijden met de paplepel ingegoten gekregen. Wij zijn opgegroeid met pindakaas en stroopwafels, zij met gas blijven geven in scherpe bochten.

Het stoplicht gaat op groen en ze spuíten op volle snelheid en met oorverdovend lawaai weg. De achterste motorrijder checkt zijn spiegels om te zien wat ik doe. Ik volg op gepaste afstand vanwege het lawaai. Er is niet ééntje die een standaard uitlaat heeft. Koelere, was een pokkeherrie. Het is net de doorstart van een F16 van General Dynamics.

Ik geef mijn volbepakte kasteel twee toefjes gas en het personeel gooit vast wat stevige blokken hout op het haardvuur. … Ik verklein de afstand iets. Mijn BMW heeft bijna 140 pk aan boord, dus ik hoef mij nergens voor te schamen.  En ik hoef mij trouwens ook nog niet te haasten.

De spiegels van hun motoren hangen onder hun stuur. Vast een nieuw modeverschijnsel, denk ik. Hebben ze opgepikt uit een motorblad of op internet gezien. Zo gaat dat. Je hebt wéér niet opgelet, ouwe lul… Daar rijd je dan, met je spiegels bóven je stuur.

De mannen hebben moed, ervaring in de Oostenrijkse bergen en durven een poepie gas te geven. Ze gaan er voor zitten en geven ‘m van Jetje. Ik volg gezellig. Ik sluit mijn helm en mijn vizier. Ze ronden prachtig de bochten af en, zoals de echte racers dat doen, met het knietje aan de grond. En elke keer lekker vroeg in de bocht dat gas open en brullend er uit. Heerlijk om te zien. De achterste rijder kijkt weer in zijn spiegels.

Het asfalt is goed en het is droog. Ik geef twee toefjes gas bij en trek met de schakelassistent het motorblok in de volgende versnelling. Ik houd voldoende afstand en ga lekker mee. Ik duw niemand op. Niet remmen, beheerst de bocht in en vol d’r weer uit. Als een dweil er in en als een speer er uit, heet dat.

De achterste coureur kijkt links en rechts steeds wat nerveus in zijn hypermoderne upsite-down-spiegels. En … ziet daar steeds maar die grote kale Nederlander op zijn kasteel in zijn spiegels. Hij praat waarschijnlijk via de motorintercom met zijn maatjes en ze schakelen door en door. De achterste kijkt weer in zijn spiegels, en daar is die lelijke kale BWM-rijder weer. Wat bochten later weer. En weer. En noges! Als een Knaus-caravan achter een Volkswagen. Ik zit met een grote grijns op mijn gezicht. Het is zó grappig en het gaat moeiteloos. Ze trekken en scheuren en draaien en gummen. En hup, daar is dat kasteel met die drie lampen weer in de spiegels. Elke keer weer en weer en weer. Hèhèhè…

Het spel eindigt na een half uur bij een pauzestop. En dan is het klaar. Het was goed en het was leuk. We zwaaien naar elkaar.

Mooie dag. Wel warm. Maar ik kan er goed tegen. Fantastische avond. Magisch, met die lounge-muziek aan het strand. Net een trip. Topper.!

Morgen met de bus naar Dubrovnic. Ik kijk er naar uit. Lekker lang verhaal!

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: idioot met waterscooter

DE BALKAN – IDIOOT MET WATERSCOOTER

Prachtig weer. Strakblauw en nu al warm. Oh, moedertje, wat is het heet!

(Redactie: we schrijven je weer in verhaal in onze serie Coos op Reis, met deze maanden avonturen vanuit de balkan.)

Ik besluit spontaan om hier nog een nacht te blijven en pas morgen te vertrekken. Das handiger. Op maandag is voor veel toeristen Pinksteren weer voorbij en heb ik meer kans om op maandagavond een goed bedje op te snorren. Deze camping staat echt bomvol. Dat zal best op meer plekken het geval zijn. Regeren is vooruitzien.

Overmorgen verder naar het zuiden. Ik heb nog voldoende tijd. Ik organiseer immers voor mijn motorclub MC Zegveld de jaarlijkse Vrijheid-Blijheid-Toer. We rijden dit jaar in Oostenrijk. Ik sluit volgende week zondag aan. En daar zijn we dan met twintig deelnemers. Wel ff heel iets anders dan in je eentje, maar dat is gelijk ook het leuke ervan. Bij deze tour reden we een rondje Gardameer.

Owja! Gisteren vergeten te vertellen. Een Japanner maakt met een dikke full-frame Nikon-camera op afstand foto’s van Japanners die eerst hun bekende foto-pose aannemen, dan een zwoele glimlach opzetten en vervolgens een selfie maken. Hij loopt er als een roofdier omheen en pakt ze pas als hun vierde gefingeerde glimlach een grimas wordt. Hij doet het prima. Ik hoor zijn sluiter elke keer precies op het goede moment afgaan. Hij brengt vast een tof fotoboek uit…

Vandaag een relax-dagje. Ik ga met mijn e-reader naar het strand, 100 meter verderop. Het leven moet geleden worden. Voor sommigen loopt dat niet goed af …. Het is warm, maar er staat een lekker briesje van zee.  En ik heb gelijk tijd om de typevautjes in het verslag van eergisteren te corrigeren.

De meeste lezers weten ondertussen dat ik al mijn verslagen op de iPhone maak. Dat is best veel werk en ik kan ook niet altijd alles onthouden. Hoe heette dat dorp nou ook al weer? Tegenwoordig verdeel ik het werk wel wat meer over de dag heen, tijdens de koffie, een plaspauze, bij een appeltje etc.

De tip van Coos:

Dat typen is soms best een gepriegel en zeker als de zon op het scherm schijnt. Tip van Coos? Lastig om in de bestaande tekst de cursor op de goede plek te krijgen als je iets wilt corrigeren? Hou dan op je iPhone heel even de SPATIEBALK ingedrukt, hou vast en gebruik het onderste deel van het nu bijna onzichtbare toetsenboard als ‘een speelveldje’ om met je vinger muisbewegingen te simuleren. Je kunt op deze manier exact je cursor op de juiste plek zetten. Ik gebruik het vaak.

Kort na 14:00 uur is het lunchtijd. Bij de tonijnsalade bestel ik een halve liter gekoeld water. Mijn oog valt echter ook op de uitdagende naam die op het etiket van een fles rosé staat: … Kutjevo ..

Ze is wel een tikje jong: uit 2018… En dat is best link tegenwoordig. Voor je het weet sta je plots elke dag met je gezicht op de voorpagina van het Algemeen Dagblad, gaat je stoel als columnist van één van de meest beroemde motorwebsites van Nederland naar de gallemiezen, loop je tonnen aan inkomen mis en kan je nooit meer van die peperdure motorreizen maken…

Nou, ik durf het! Ik heb eigenlijk helemaal geen trek in rosé, maar bestel toch maar een glaasje. Speciaal voor de foto natuurlijk… Heb ik die foto? Wat dacht je?

Van de ober moet ik tijdens de lunch op het terras persé een shirt aan. OK, ik snap dat. Ik doe het. Ik zit weliswaar aan het strand, maar dit is geen strandtent. Het is een restaurant. Op een camping. Dat dan weer wel. Maar goed… Echter, om mij heen zitten tenminste tien mensen te roken. Duitsers en Kroaten. Het terras ziet blauw, het stinkt en het kriebelt in mijn ogen. Ik vind die regels krom. Er klopt geen reet van. Wedden dat de eigenaar een Duitse dikbuikige roker is? Haha. OK, ik overdrijf wellicht weer een tikje.

Alhoewel… gisteren moest ik in de kathedraal ook een lap over mijn blote schouders draperen. Uit respect. Voor wie of wat? Een beeld? Wat een onzin. Of was dat juist om mij tegen seksueel misbruik te beschermen? Je weet het maar nooit, met die priesters. Die staan trouwens ook al jaren in de krant. De afgelopen 70 jaar zijn in de kerk ruim 300.000 kinderen misbruikt. Hoe bedoel je, geen blote schouders? Hoe bedoel je, schijnheiligheid?

Ok, ok, ik ga weer in mijn mandje. Koest, Bello!

In mijn kleine wereld op het strand ontwaar ik een krab. We gluren naar elkaar. Hij schuifelt vanuit het water over de rotsen naar mij toe. Hij woont daar en zit er bijna de hele dag. Kijk hem smullen van allemaal lekkers op zijn rotsje. Hij eet met twee pootjes. Om de beurt. Vast met mes en vork. Ik zie trouwens best dat hij zich aan het volproppen is, de ouwe dikzak…

‘s Avonds, in de binnenlanden van Stobrec, vind ik het kadaver van een oranje Zastava 750LT. Ik schat dat hij ruim vijftig jaar oud is. Het was de eerste auto van mijn oudste vriend Bas. We hebben er ooit met z’n vieren in gezeten. In 1970, schat ik. We vlogen er bijna mee uit de bocht, op weg naar de Brobbelbies in Brabant. Kwam door het overgewicht. Ik stuur de foto uiteraard gelijk naar hem in Frankrijk door. Mooie tijd.

IDIOOT MET WATERSCOOTER

Eén of andere gek brult met zijn waterscooter, zo’n lawaaimakend pokkeding dat een metershoge pisstraal naar achteren opwerpt, op hoge snelheid tussen honderden op het water dobberende meeuwen door.

Hij komt met het racemonster vanuit de verte recht op mij af, dus ik zie de vogels in paniek naar links en rechts wegschieten. En als hij midden in de zwerm vaart, hoor ik hem nog meer gas geven. Wat een randdebiel.

Hij heeft alleen een zwembroek aan en is werkelijk idioot, want als je zo’n meeuw met die snelheid tegen je hoofd krijgt, dan ga je echt out.

Diep in mijn hart hoop ik dat het gebeurt… Voor hem. Best gemeen van mij, maar laat die beesten lekker dobberen en eten. En laat die oude visser rustig zitten. Er is hier toch plaats genoeg om elders gek te doen?

Halve zool…!

Mooie dag. Lekker zitten niksen. Heerlijk uitgerust. Zin in morgen! Vrroemmmm….!

Nog wat foto’s van gisteren… The Catch of the Day.

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: dagje Split, toch weer een ongeval

DE BALKAN – DAGJE SPLIT – TÓCH WEER EEN ONGEVAL

Het is strakblauw en nu al 29 graden. En al weer zaterdag 8 juni. Op de dag dat ik dit schrijf in onze serie Coos op Reis.

Op de camping zit een prima restaurant. Ik scoor er voor minder dan vier euro scrambled eggs met bacon. Vertel dat ook ff aan Janny als je haar tegenkomt? Alle beetjes helpen…

Vandaag ga ik met bus 60 naar Split. Paar honderd meter wandelen, een half uur meehobbelen en dan ben ik er. En dan is hij óók nog tien keer gestopt. Ik wandel vanuit de bus vanzelf de beroemde fruitmarkt op. Het plein heet Vocni Trg en het is vol in bedrijf.

Naast de grote marktkoopmannen verkopen daar ook nog steeds de lokale boertjes hun fruit en groenten. Met allemaal hun eigen ouderwetse weegschalen met gewichtjes. Als kind zag ik in de
jaren vijftig de groenteboer in Rotterdam die ook gebruiken. Dat vond ik toen al magisch.

Ik scoor bij een dame voor een paar euro een sapje met vers geperst fruit van ananas, sinaasappel, citroen en weet ik veel. Ze mikt er ook gember in. Lekker pittig. Super.

Ik kom bij het Paleis van Diocletianus. Het paleis is van het begin van de vierde eeuw. Het paleis bestond uit een rechthoek met vier hoektorens, enkele muurtorens en grote poorten. De vorm lijkt sterk op een Romeins castrum, een versterkte legerplaats. Het oude centrum van Split wordt gevormd door het oude paleis, waarin winkels, restaurants en markten zijn gevestigd. Het paleis is een ommuurde stad in een stad en bestaat uit zeer smalle en hoge straatjes, poortjes, nisjes,
trappetjes en steegjes waar de zon niet komt. Het is prachtig!

En ik zie toeristen, toeristen en nog eens toeristen. Bijna net zoveel als stenen onderweg. Als mieren lopen ze zwetend in het rond. Groot en klein, dun en dik. De meesten te dik. De mensendrukte komt natuurlijk omdat het ook hier Pinksteren is.

De glimmende, spekgladde uitgesleten stenen, nog met de groeven van oude karren, maken op mij diepe indruk. Hier kijkt de oudheid mij vanuit het verleden aan en is mijn leven plotseling maar nietig. We zijn hier maar even. I am just a passenger, zingt Iggy Pop in mijn hoofd.

 

Vervolgens bezoek ik het Republiekplein. Het heet Trg Republike. En natuurlijk kuier ik over de Riva, een mooie en autovrije boulevard. Ik loop zo Narodni Trg op, ook een mooi en oud plein. Het is allemaal oud en zeker de moeite waard om te bekijken. In Split en omgeving zijn veel opnames van The Game of Thrones gemaakt. Ik vond het een onwijs mooie serie. Ik ben gek op die spectaculaire beelden. Ik kan het niet nalaten om het museum van de Game of Thrones te bezoeken. Mwah, het is aardig. En best wel klein.

Door het museum schalt bulderend de muziek van de soundtrack. Das best wel stoer. In het museum veel replica’s van kostuums en wapentuig. De gids laat foto’s uit de film zien en vertelt waar in de stad de opnames zijn gemaakt. Ik was een uurtje daarvoor o.a. in de crypte. In de film werd nou precies daar de draak gevangen gehouden.

De filmopnames zijn in Split en in de buurt gemaakt, maar ook o.a. in Dubrovnik. Dat ligt ook in Kroatië. Ik kom trouwens over een paar dagen ook in Dubrovnik.

Er is een grote zeehaven. Er liggen talloze enorme boten. Voor een paar centen…

Het is ondertussen 32 graden en de koperen knoert brandt ongenadig op mijn witte hoedje. In het park Sustipan is het even lekker koel. Park Suma Marjan blijkt te ver weg om te lopen. Dat bewaar ik voor een andere keer.

Ik liep vandaag ruim 15 kilometer. En twee dagen eerder hád ik al een blaar onder mijn rechtervoet… Pff.

Conclusie? Split is een mooie stad en een bezoek zeker waard. Het is enorm druk en absoluut toeristisch. Maar dat heeft natuurlijk een reden en dat maakt Split erg gezellig. Ook het avondleven bruist en knalt. Als ik rond 22:00 uur naar de bus wandel, dan zitten alle terrassen, en het zijn er héél veel, nog stampvol.

EN TOCH WEER EEN ONGEVAL…

Aan het einde van de dag wandel ik vanuit het oudste gedeelte van Split weer terug naar de bus. Een jochie van een jaar of zes fietst mij onstuimig op het trottoir met een noodgang voorbij. De dood of de gladiolen. Ik denk nog: kind, doe hier rustig, die oude stenen zien er echt spekglad uit.

Met een knal gaat hij onderuit en zijn fiets draait 360 graden. Het geluid maakt mij misselijk. In eerste instantie zet hij een enorme keel op en dan … wordt het plotseling doodstil. Beangstigend. Het joch draagt weliswaar een fietshelm, maar is met zijn platte gezicht op de stenen gevallen. Hij verroert geen vin, blijft seconden als dood, heel onnatuurlijk, met zijn gezicht naar beneden op straat liggen en beweegt totaal niet. En … wordt vervolgens na een minuutje krijsend wakker. Breath Holding Spell heet dat, leer ik nog dezelfde avond van motormaatje Hans den Ouden. Het is een reflex en het komt voor bij jonge kinderen.

 

Uh … zijn vader en moeder zijn erbij, en volgens mij ook zijn opa en oma en neven en nichten, ik vind het best zo en ik heb toch geen pleisters bij mij, draai mij om en haast mij naar de bus. Die arriveert gelijk.

Mooie dag. Mooie stad. Lekker rondgesjouwd!

Coos op Reis: gevaarlijk industrieterrein

Prachtig weer. Ik stap vanuit mijn hypermoderne huis het terras op om mijn BMW even een hele goede morgen te wensen en te vragen of zij de nacht ook lekker is doorgekomen. Ze staat er nog! Wat is ze lief, hè?


(We kunnen weer verder in onze serie Coos op Reis)

En … mijn helm en doorwaai-handschoenen zijn er ook nog… Jeetje, DIE was ik gister gewoon vergeten van het trapje van de buren te halen. Ze hebben vannacht gewoon buiten gebivakkeerd. Das knap stom van mij. Ik vind hier echt niet vlot een nieuw potje met mijn XXL-hoofd. En handschoenen in maatje 13/14 zullen in dit kabouterland ook wat lastig zijn. Nog beter opletten dus. Potver, sufferd!

Alles ingepakt en opgebonden. Daar gaan we weer. Het wordt vandaag 30 graden. Joepie. Zonder aarzelen komt met donderend geraas mijn ijzeren vriendin tot leven. Bij een supermarktje, 300 meter van de uitgang van de camping, koop ik een sappie en een lekker bruin broodje. En ik laat daar gelijk wat hele oude kaas snijden. Het breekt in stukjes uiteen. Op een muurtje in de schaduw van een olijfboom peuzel ik dat op. En ik geniet van mijn vruchtensapje. Jôh, het is pas half tien, maar mijn dag kan nu al niet meer stuk. En gelukkig heb ik mijn helm en handschoenen ook nog…

Ik mik mijn afval in mijn koffer. We vinden straks wel een prullenbak. Vervolgens draai ik de weg op en zoek naar mijn route. De onderkant van de vangrail is hier bijna altijd open. Patatsnijders, noemen motorrijders de ijzeren paaltjes. Maar over de motor-onvriendelijke vangrail geniet ik van de zee, het lichtspel van de zon op het water en van de baby-eilandjes in de verte. Achgossie, ze zijn vannacht helemaal alleen in het pikdonkere water geweest.

Ik vervolg mijn weg door het binnenland. En ik zie stenen, stenen en nog eens stenen.  Man, wat een stenen. Tien kilometer verderop pruttel ik een dorp binnen,  ik draai een bocht door en rijd tegen een soort warenhuis aan. Verkopen ze daar sténen! Gekkenhuis.

Ik krijg tot drie keer een insect in mijn gezicht. Dat doet trouwens flink zeer. En hoe harder ik rijd, hoe meer zeer het doet. Weer eens iets anders dan verkeersdrempels. Bij zee heb je normaliter minder last van beessies.

Dit blijken zwarte torren te zijn. Met zo’n keihard schildje. Een soort vliegende schildpadden. Ik sluit mijn vizier en hoor steeds Tok-Tok-Tok op mijn helm. Ga iemand anders pesten.

Dichterbij zee is het gelukkig weer over.

Tja, en dan komen we bij het volgende dorp langs een carwash. En natuurlijk vraagt ze of ze in bad mag. Ze voelt zich vies en wil dolgraag gewassen worden. Mmmm… Ik kleed haar helemaal uit: alle pakken en zakken haal ik van haar rug en heupen. Ze kirt als ik allemaal sop over al haar rondingen doe en haar later lekker spons in al haar geheime gaatjes en kiertjes. Ik was haar koplamp en haar uitlaat en raus ruig over haar spaken en velgen. En dan pak ik warm en helder water….. nou, verder deel ik geen intimiteiten, hoor…. Maar ze glimt en ruikt weer heerlijk fris. En dat allemaal voor drie eurootjes.

In een prachtig stuk natuur nuttig ik mijn gezonde, lichte lunch. Fotooo!

Vroeg in de middag vind ik op de camping de allerlaatste beschikbare caravan. Dat valt mij erg mee, want half Duitsland heeft Pinkstervakantie en is hier aanwezig. De caravan staat vijftig meter van het strand. Whoeiii! Een half uur na aankomst zit ik met mijn E-reader op mijn stoeltje in het zonnetje aan het strand. Het is 28 graden en er staat een lekkere bries van zee.

TripAdvisor (toffe app!) brengt mij ‘s avonds naar het Nummer Twee restaurant in het oude gedeelte van Stobrec: Kasa Grill. Lekkere kipfilet met gegrilde groenten. Voor tien euro. En alles van de houtgrill. Super. Heerlijke dag, heerlijk gereden.

GEVAARLIJK INDUSTRIETERREIN

De route is vandaag lekker kort. Dat is weer eens iets anders.

Op precies 3,6 km van mijn eindbestemming rijd ik tegen een afsluiting in verband met wegwerkzaamheden aan. Normaal is dat geen probleem. Binnen de motorclub hanteren we in dit soort gevallen de ‘MC Zegveld Methode’: we volgen de weg totdat 100% bewezen is dat we echt niet verder kunnen. Meestal kunnen we er met de motor wel langs, er is altijd wel een gaatje. Bij deze wegopbreking staat echter een hoog hek, volledig over de breedte van de weg. Er is geen doorkomen aan.

In Linschoten is elke versperring een fluitje van een cent. Als de vuilnisman Het Jaagpad blokkeert, dan rijd ik eenvoudig een straatje om. Maar in zo’n omgeving als dit, ligt dat anders. Dit is geen woonbuurt. Links is afgesloten, dus ik ga overstag en kies voor rechts en rijd daarmee een of ander smerig industrieterrein op. Je weet het niet, hè. Je kiest in een onderdeel van een seconde. Foute keus. Dat had ik niet moeten doen…

Er ligt allerhande troep in de berm. Lege flessen, doorgeroeste ijzeren jerricans, natte kartonnen dozen, half gevulde en aangevreten vuilniszakken, vervuild kinderspeelgoed, vergane autobanden, stukken hout, afgebrokkeld gips en weet ik veel… In de dode takken van grote dorre sinistere bomen klapperen flinke lappen gevangen plastic en wappert papier in de wind. Het ziet er hier vreselijk naar en spookachtig uit. Waar ben ik in vredesnaam in terechtgekomen? Een dikke penetrante lucht van de vuilnisbelt van Split rolt over het vergiftigde veld zó mijn helm binnen. In de verte ontwaar ik de contouren van een grauwe, traag malende cement-fabriek.

De rijweg is hier totaal verrot gereden. Aan de wegkanten steken stukken geroest betonijzer vanuit het asfalt omhoog. Grote kiepauto’s, diepladers, vrachtwagens en ander verkeer jakkert met hoge snelheid over wegen die ze al jaren berijdt en verder naar de klotuh helpt. En ik? Ik zit daar plotseling en zonder enige waarschuwing ineens midden tussen en ben voor 200% bezig met overleven. Man, die auto’s zijn zo vreselijk groot! En die wielen! Pff… Ik ben op mijn motor nergens. Ik stel helemaal niks voor. Mijn kasteel is plots een minihuisje uit Madurodam.

Een tegemoetkomende vrachtauto neemt bij een wegversmalling in stofwolken nonchalant en hondsbrutaal voorrang. De lul kijkt vanuit zijn hooggeplaatste bestuurdersplek niet eens naar mij. Rechts gaat de betonweg, zonder vangrail, minstens vier meter naar beneden. Ik kan met moeite mijn motor tijdig stoppen en met mijn rechtervoet (!), half onder mijn motor, mijzelf in evenwicht houden. Doodstil in balans blijven, even niet ademen en vér vooruitkijken. Concentreren op een niet bestaand punt in de verte. De volle twee seconden in overgave en wachten totdat alle 18 wielen met veel kabaal en in een wolk rubberlucht voorbij gedenderd zijn. Het gaat. Het is letterlijk en figuurlijk op het randje. Ik haal opgelucht adem, kantel mijn motor naar links en geef gas, weg van die rand. Het was echt mijn tweede ‘bijna ongeluk’.

Dit is een bandeloos gebied zonder wetten en regels. Een terrein waar de grootse, lelijkste en goorste vrachtauto de baas is. Het stinkt naar verrotting. Een gebied van rondrijdende zombies en living dead in trucks, geladen met oude kadavers. En van waaruit bijna geen ontsnappen mogelijk lijkt. Hier moet ik heel snel weg, flitst er door mijn hoofd. Ik ben nog aan het shaken van de woeste aanval van die truck. Ik moet zelfs een beetje opletten om niet in paniek te raken.

Met een grote bocht probeer ik weer terug naar mijn route te gaan. Als ik mijn geprogrammeerde route kruis, dan blijkt die weg als viaduct dertig meter boven mijn weg te liggen. Daar heb ik niks aan.

Ik keer om, want ik sta aan alle kanten vast. Ik moet persé weer door dat nare oorlogsgebied. Er is geen andere mogelijkheid. Zonder kleerscheuren sta ik een half uur later weer bij dezelfde immens grote rotonde. Natuurlijk stuurt mijn Garmin mij weer hetzelfde gebied in. Als ik zelf niet ingrijp, dan doet dat navigatietuig dat nog 100 keer, hoor. Maar deze keer kies ik voor rechtuit en rijd toch maar de snelweg op. Ik zie de rokende schoorstenen in mijn spiegels verdwijnen.

De weg komt door vier tunnels en de eerste afslag is pas twintig kilometer verder. Daar is echter geen veilige plek om te stoppen om mijn situatie even in ogenschouw te nemen. Ik zie dat ik steeds verder wegrijd van mijn eindbestemming. Dat is niet de bedoeling.

Bij een uitritje van een weiland besluit ik om mijn eindbestemming vanuit het zuiden te benaderen. Ik programmeer een plaatsje in de bergen in mijn navigatietoestel om vervolgens dan maar vanuit die nieuwe richting naar de camping te rijden. Ik heb weer moed en vertrouwen. Ik heb wat water gedronken en tegen een boom geplast. Daar knap ik altijd wel van op….

Onderweg zie ik trouwens dat het een volledig werkende fabriek is die een complete berg aan het opeten is. De berg is al half verdwenen. Gatver, wat kan de wereld soms ook naar zijn. Ik kom verdorie net uit het paradijs.

Maar het lukt allemaal. Ik worstel en kom boven. Al met al ben ik ruim een uur aan het vechten en zwoegen geweest. Mwah, het was best lekker spannend.

Ik heb nog even tijd om lekker in de zon te zitten. Morgen met de bus naar Split. Lekker relaxed. De bus stopt tegenover de camping. Maar das geen geluk, dat had ik afgelopen winter al uitgevogeld.

Héééé, spannend verhaal, hè? Whoeeiii!

Tip van de redactie:

Ben je thuis, met koud weer bij de kachel, of lig je net als Coos lekker ergens aan het water? Je kunt heel gemakkelijk alle verhalen van “Coos op Reis” op deze site lezen, via de rubrieken. Of ga meteen naar:
->  //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

Coos op Reis: Concert at Sea

DE BALKAN – CONCERT AT SEA.

Het is half bewolkt. Ik ga vandaag 27 graden zien. Het wordt een mooie motordag en ik popel om heerlijk samen op pad te gaan.

Hier mijn volgende verhaal in de serie ‘Coos op Reis’.

Het is al weer donderdag 6 juni. Whoeii, de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. En dát heb ik. Ik ruim de koelerebende in de caravan op, loop van binnen naar buiten met mijn spullen, sjor in mijn luchtige niksie alles op de motor, geniet nog even van de omgeving, trek mijn motorpak aan, rol zachtjes naar de receptie en laat de rekening opmaken. Er komen ook nog schoonmaakkosten bij, laat de receptioniste weten. Ze knippert zelfs niet met haar ogen. Schoonmaakkosten, dat zou elk weldenkend mens in een hotel heel raar vinden. Maar ik sluit mijn ogen, kijk niet naar de nota en betaal met mijn creditcard het totale bedrag. En de rest vergeet ik. Heel snel. Het was hier tof. Dat blijft mij bij. Bij wie mag ik een poossie slapen als Janny het op de bankafrekening ontdekt? Ik mik op een week of zes…

Braska is alleen toegankelijk met een elektrisch voertuig. Das prettig voor al die ronddwalende toeristen, maar niet voor een hongerige en zwaarbeladen motorrijder die met zijn dikke
verbrandingsmotor op jacht is naar een ontbijt. Ik skip dus Braska.

Maar …. slechts dertig kilometer verder heb ik geluk (!) en vind ik een supermarkt met een bruin broodje en …. mét kaas uit Gouda. Die ze overigens gewoon in Kroatië maken, zegt de dame. Wat een copycats, wat een Japanners, hè?

Terwijl ik mijn broodje buiten opeet, vraagt een langslopende Kroaat hoe ik in staat ben om zo’n zware en groots bepakte motor te rijden. Als hij rolt, dan doen de gyroscopische krachten de rest, vertel ik hem luchtig. En als hij stilstaat, dan helpt mijn 1.95 meter mij, grap ik. Zijn auto is werkelijk aan alle kanten gedeukt. Dus ik snap zijn vraag wel… Voor hem is alles moeilijk.

Ik dender door een dorpje en moet persé even stoppen voor een kleurig fotootje van een karretje met houten wielen. Het is zo’n tafereeltje, net een schilderij. Leuk!

Als ik de tolbrug van CRK terug naar het vaste land neem, lees ik de aankondiging ‘Free exit from CRK’. Ik moet gelijk aan Hotel Californië van The Eagles denken… Weet je nog? I had to find the passage back to the place I was before, ‘relax’, said the nightman, ‘we are programmed to receive, you can check-out any time you like, but you can never leave…!’. Ik geef een poep gas, trek de quickshifter een paar keer omhoog en verlaat het eiland. Dag eiland, tot ziens! Ik kom bij je terug. En sneller dan je denkt.

THE MAN AND HIS MACHINE

Aan de kant van de weg staan borden waarop staat dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Een stukje verder rijd ik tegen de staart van een flinke file aan. Ik kan zover niet kijken. Het is warm. Voor mij te warm om in de rij te gaan staan. Al op mijn 18e jaar danste ik twee keer per dag met mijn Honda 250 door de drukte van het smalle Maastunneltraject. Dus op z’n Rotterdams slinger ik mijn kasteel naar links, geef twee toefjes gas en knal langs de file. Ik passeer een paar keer groepjes Italiaanse BMW-rijders. Het zijn wel dertig motoren. Ze staan braaf tussen de auto’s op hun beurt te wachten. Ik wuif vriendelijk naar ze, maar kan niet zien of ze terugzwaaien. Ik denk het niet. Mijn kasteel en ik eindigen hélemaal vooraan, bij het rode stoplicht. Zó hoort dat, daar heb je immers een motor voor. Als ik arriveer, springt het licht gelijk op groen en dáár ga ik: gepromoveerd als voorrijder van een héle grote Italiaanse BMW Motorclub. Hahaha. Das genieten. Ik heb ze niet meer gezien, trouwens… Sissy-Boys!

Een stukje verderop rijd ik langs een apotheek. Het grote gebouw staat niet in een winkelcentrum,  maar gewoon langs de doorgaande weg. Een beetje in the middle of nowhere, zoals een benzinestation. Maar … het gebouw is wel helemaal rondom in een zwaar uitgevoerde stalen kooi gezet. Wow, wat een macaber gezicht. Voor mij geen gezellige plek om even een paracetamolletje te halen. Het verkeer is ter plekke helaas te druk om mijn motor te draaien voor een foto.

Rond 12:00 uur ben ik in Senj. Honderd kilometer verder. Weet je nog? Het plaatsje dat ik vanaf de camping kon zien. Senj blijkt een populaire plaats voor motorrijders te zijn. Ik drink daar mijn eerste
kopje koffie van deze dag, gooi mijn tank vol en reis verder.

En dan … volgt de kustweg. Het is de E65 en dat klinkt niet erg avontuurlijk. Maar hij is werkelijk waanzinnig. Het is gewoon één grote gemeen slingerende slang en absoluut de natte droom van elke motorrijder. Natuurlijk, je kunt met volle bak alle bochten gummen. Koffers aan de grond en je schouders intrekken om de struiken niet te raken. Ondanks de waarschuwingsborden, is het asfalt betrouwbaar en stroef. Maar… dat is dan wel zonde van de omgeving. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en onderdruk een paar keer de neiging om achterstevoren op mijn buddyseat te gaan zitten. Ik wil gewoon niks missen en alles drie keer zien. Het water, de vergezichten, de rotsen, het groen en al die mooie bloemen. En die eilanden in de verte, elke keer weer. Ik heb het gevoel er tussendoor te rijden. Zoooo mooi! Dit zijn nou de momenten dat ik het jammer vind dat ik ze met niemand kan delen. Was er nou maar iemand bij mij zodat we even samen hand in hand konden
grienen…

Ik rijd een stuk of tig brommertjes voorbij. Ze rijden de Kroatische JubileumToer van de Tomos. Stìnken, die twee-tact dingen! Haha. Het herinnert mij aan vervlogen tijden. Aan mijn jeugd. Ik reed in 1969 een Kreidler. Een Puch had niet de kwaliteit die ik toen al wenste, en een Tomos al helemaal niet. Maar ach, het maakt niks uit, dit clubje heeft duidelijk net zoveel plezier met hun tochtje als ik.

In Prizna pak ik voor 47 Kuna de veerboot naar Stara Novalja. Hij gaat over een uur. Kan ik mooi even lunchen. Ik maak een praatje met vier jonge Italianen. Zij reizen in een auto en bieden mij een halve liter koud bier aan. Ik bedank vriendelijk. Ik donder in deze warmte zo van mijn motor af.

Op de veerboot klets ik gezellig met een echtpaar uit Duitsland. Ze rijden een BMW 1250 GS. We maken wat foto’s van elkaar. Ze rijden ongeveer dezelfde toer en zijn nu onderweg naar Zadar en pakken daar de ferry naar Italië. Ze willen graag de Amalfi-kust rijden. Heee, mijn trouwe lezers veren nu op, want die kust reed ik immers vorig jaar.

Het schiereiland is magisch voor mij. Die bleke, kale rotsen. Het doet mij denken aan de Mont Ventoux, de favoriete plek van mijn oudste vriend Bas Bijl. Maar hier voegen de waanzinnige vergezichten over het water er een extra dimensie aan toe. Het is allemaal niet te vangen in een foto. Het is het gevoel. De verlatenheid. De verdorde struiken. De loslopende schapen. De honderden stenen muurtjes. Ergens rijd ik tussen metershoog olifantengras door. Het is zó kicken! De natuur is overweldigend. Een oergevoel bekruipt mij. Geweldig.

Ik zie in dit gebied echter ook veel vervallen en verlaten huizen. Of ze zijn oud en nog steeds niet af. Komt het door de oorlog? Of de recessie? Ik heb geen idee.

Rond half zeven vind ik mijn onderkomen bij Vodice. Dat ligt in Dalmatië. Het is een hypermodern huis op een camping met twee badkamers van een Poolse organisatie: CroatiaCamp.dot.com. Ik betaal een hotelprijs.

CONCERT AT SEA

‘s Avonds wandel ik vier kilometer langs de zee naar het levendige plaatsje Vodice. Vanaf morgen is daar een Concert at Sea. Verschillende muzikanten zijn nu al in het donker aan het oefenen. De generale repetitie. Ook een of andere populaire Kroatische meidenband. Een jonge knul naast mij zingt alle teksten woordelijk in het Kroatisch mee en danst en swingt en is zó aanstekelijk dat hij al zijn vrienden en vriendinnen meekrijgt. Zij vinden de muziek best wel geinig, maar die jonge gast is echt een muziekliefhebber, gaat compleet uit z’n bol en is helemaal in de zevende hemel. Prachtig.

WoW. Wat een mooi en verstild moment. Ik sta daar, op de boulevard, kijk zo eens links en rechts om mij heen, zie rechts het helverlichte podium en links de pikdonkere zee. Het is windstil. De muziek is prima, het enthousiasme van het publiek en de inzet van de artiesten ook. Ik ruik het zoute water en de temperatuur is nog helemaal goed. Wát een momentje. Ik sta met kippenvel op de kade, het ontroert mij. Zoooo mooi! Toffe avond. Ik kan hier gewoon niet weg. Het wordt vanzelf laat. Dat dan weer wel…

Morgen verder! Vroemmm…!

Voldoende gevangen voor The Catch of The Day….