Categoriearchief: Gastcolumns & blogs

Motorreizen, het komt weer op gang

Het motorreizen komt weer op gang. Van lieverlee gaan landen hun grenzen weer open zetten. Van een trouwe lezer kregen we op de redactie@ikzoekeenmotor.nl deze ‘ingezonden brief’ als reactie.

Deze foto hebben we even geleend uit een aflevering van onze serie Coos op Reis. Foto: dit is de BMW van Coos van der Spek, bepakt aan de grens van Portugal.

“Blijkbaar zijn er al vakantiebestemmingen (o.a. Griekenland, Portugal, Ierland etc.) die hun restricties opheffen om het toerisme aan te zwengelen. Soms is het te omslachtig, riskant, vermoeiend om er met de eigen motorfiets naar toe te rijden. Zelf heb ik verschillende keren in een vakantieland ter plaatse een motor gehuurd (Portugal, Mallorca, Kreta, Rhodos, enz.) en rondgetoerd. In combinatie met een goedkope vlucht, hotelpromotie(s) en een motorverhuurder die niet te ver van de luchthaven of hotel is, kon ik dankzij een goede planning en timing leuke motorreizen maken binnen een bepaald budget. Ik had natuurlijk het voordeel dat ik al gepensioneerd was, dus kon het hoogseizoen vermeden worden en het plannen van zo’n reis was voor mij al zeker de helft van mijn vakantieplezier! Ik reed dan met mijn eigen motor naar de luchthaven (gratis en overdekt parkeren). Mijn bagage was mijn rugzak met trolley-functie die ik dus kon gebruiken op mijn rondreis ter bestemming. “Travelling light” is wel aanbevolen.

Ik heb maatjes die een East to West trip maakten in de US op rent-Harleys. Zij hadden in ieder geval de trip van hun leven, zoals ik dat hoorde. Weer eens iets anders dan een rondje Zeeland!”

Tips van de ANWB over vakantiereizen en motorreizen, je vindt ze hier: //www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer 

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.

Coos op Reis: VERS MAALTJE VIS

VERS MAALTJE VIS

Vandaag publiceren we het 39e verhaal van onze motorreiziger en verhalenmaker Coos van der Spek. Coos reisde  na zijn pensioen (voor Corona tijd) een 3-tal maanden door Zuid-Europa. Wij zijn op 9 februari begonnen met publiceren dus het “uitzenden” van de verhalen in onze serie “Coos op Reis” zal bij ons wellicht tot ergens in juli duren. We genieten wat langer door dus. Coos rijdt niet alleen wat rond. Coos luistert naar mensen, maakt overal en altijd vrienden, deelt zijn passie en verzamelt verhalen…  Enfin, laten we naar Coos luisteren: 

Het is 6 april. Ik ben in Mundaka, aan de noordkust van Spanje.

Ik heb sinds gisteren spiksplinternieuwe Spaanse banden, maar toch ga ik lekker naar het strand wandelen. Het is strakblauw en de weervrienden beloven 23 graden. Dat ga ik meemaken! Ik neem mijn draagbare Helinox stoeltje en e-book mee.

Voor mijn ontbijt moet ik werken: éérst de berg naar het dorp op wandelen voor de supermarkt. Dat jullie niet denken dat ik hier een luizenleventje heb, hè? Het valt soms echt niet mee. Soms dan, hè…. soms…. nou ja, heel soms dan….

Ik heb de laatste weken zoveel gelopen, dat mijn wandelsokken versleten zijn.

De gaten zitten er in. Natuurlijk heb ik nog een paar extra wandelsokken bij mij. Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je …..

Het strandje van Mundaka valt mij tegen. Ik vind het niks. De provinciale weg gaat bijna over mijn hoofd, de kleur van het zand staat mij niet aan, er liggen hondendrollen, ik vind het water een beetje laf en er staat een vals windje. Nou, veel meer commentaar heb ik niet op dat KUT-strandje, geloof ik.

Ik wandel nog een stuk door de omgeving en verzamel vast wat materiaal voor The Catch of the Day. Anders durf ik niet naar bed vanavond.

Verderop in het dorp vind ik een trap naar zee, met een extra stukje beton. Voor mij, denk ik. En helemaal prima voor mijn opvouwbare stoel. Uit de wind, zicht op het water en een lekker rustig plekkie om een boekje te lezen. De koning te rijk.

Ik zit er de hele middag. Ik moet er nu nog van gapen: A Lazy Friday Afternoon.

Ik sluit de vrijdagmiddag in het dorp af met een biertje en een schoteltje olijven, lekker tussen de vreselijk lawaaiige locals met hun ontiegelijk drukke blèrende koters, op een heerlijk intiem pleintje met oude, schaduwrijke bomen, aan de haven bij de zee. Een heel apart en aangenaam sfeertje. Hier ontmoeten de dorpsgenoten elkaar aan het einde van de werkweek. In Mundaka is geen reet te doen en dat is precies
haar charme.

Het restaurant bij de camping heeft in de wijde omtrek een meer dan uitstekende naam. Ik besluit om daar te gaan eten. Het is zo’n restaurant waar ze tussendoor de kruimeltjes brood van je tafellaken komen vegen. Ik voel mij altijd snel overal thuis, maar helemaal in dit soort restaurants… Lekker jôh. Ik geniet altijd erg van luxe.

Een groot bord houdt haar gasten bij de ingang tegen: het restaurant gaat pas om 21:30 uur open. Als je sjiek bent, dan moet je je ook sjiek gedragen, nietwaar? Alleen werkvolk heeft eerder honger. Die hebben immers hard gewerkt. Zoiets…

Ik ben te vroeg, dus ik bestel een kopje koffie en ga aan een tafel in de bar vast aan mijn reisverslag knutselen. Anders krijg ik van mijn vrienden op mijn kop.

Even vóór 21.30 uur verwijdert de manager met een theatrale zwaai het bord en gaat vol verwachting bij de trap staan wachten. Ik heb nog genoeg aan mijn verslag te knutselen, dus ik blijf nog even aan mijn tafel zitten. En ik vind het wel grappig om hem te jennen natuurlijk.

De manager draalt eerst wat in het rond, maar komt dan toch naar mij toe en nodigt mij uit om naar het restaurant te komen. Met een theatraal gebaar toon ik hem de klok van mijn iPhone. Het is 21:29 uur. Dat is mij nog te vroeg…. Whoehaaa…! Echt gebeurd.

We schieten allebei in de lach en zijn gelijk vrienden. Binnen praten wij geruime tijd over het Baskenland en de Basken. Hij vergelijkt het met Ierland en ik vergelijk het met Friesland. Dat zijn ook van die deugnieten… Het bommengooiensmijttijdperk in Baskenland is al lang voorbij, beweert hij. Maar echte vrienden worden ze echter nooit.

Als ik vraag hoe het komt dat de Basken een lichtere huidskleur hebben dan de Spanjaarden in het zuiden, dan vertelt hij mij lachend dat het komt omdat de Basken altijd aan het werk zijn en de Spanjaarden tijd hebben om in de zon te zitten. Ik moet zoooo lachen. Het is ook overal hetzelfde.

We praten over motorfietsen. Hij knalt met zijn crossmotor al tien jaar daar in de buurt door de natuur. De politie laat dat oogluikend aan de bewoners toe. Vaak hebben ze met elkaar op school gezeten of komen ze uit hetzelfde dorp. De manager is bezig om van een BMW K100 een soort caféracer te maken. Een erg bijzondere combinatie in mijn ogen.

Ik hoef de door mij bestelde tien jaar oude port niet te betalen. Invitación, staat er op de rekening. Krijg ik kado van hem. Dat is leuk. Een goeie Bask!

Mooie dag. Geen reet gedaan. Schaamteloos geleefd. Ledigheid is des duivels oorkussen. Nou en?

VERS MAALTJE VIS

Ik zit dus op mijn stukje beton in de zon mijn e-boekje te lezen. Blijkt het helemaal niet mijn stukje beton te zijn!

Ik hoor iemand achter mij zingen en er stapt geroutineerd een gebronsde Spanjaard in een zwembroek voorbij. In zijn ene hand heeft hij een duikbril en zwarte zwemvliezen en in zijn andere hand een lange stok met twee ijzers aan het einde en een groot mes. Hij trekt zijn zwemvliezen aan, schuift de duikbril voor zijn ogen en zonder een halve seconde te aarzelen duikt hij het steenkoude water van de oceaan in.

Tien minuten later stapt hij weer op de kant met twee grote vissen. Zo, lekkere verse en gratis vis voor vanavond, zingt hij in het Spaans….

Teringjantje, wat een mooi leven heb je dán…!

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Coos op Reis: ALTIJD NATTE SOKKEN OF NOOIT MEER SEKS?

Ik ben in San Vicente de la Barquera. Het is best wel bewolkt, maar ik zie tegelijk een zonnetje. Het is nog fris. Het is ook ietsje vroeger dan normaal: ik sta vandaag zelfs vóór half tien al buiten op mijn terras, schoon, geknipt en geschoren. De wind komt onbarmhartig over de baai aanwaaien. De jongens van het weer voorspellen regen. Ik trek echter boordevol vertrouwen mijn sexy afritsbroek aan en, met factor 50 op mijn kale knar en een trui om mijn bast, scoor ik een riant ontbijt op de camping.

Vandaag maak ik een strandwandeling. Zo’n ruim 20 kilometer staat op het programma. Net als gisteren verrast de warmte aan het strand mij. Het zonnetje schijnt en er dreigen donkere wolken. Niks van aantrekken. Gewoon doen alsof je gek bent. Mwâh, dat lukt mij altijd aardig…

Ik zie de lokale vissersboten tussen de pieren door de haven in file binnenkomen. Zouden ze dat zo van tevoren met elkaar afspreken? Via radiocontact? Of wordt het gewoon eb en hebben ze weinig keus, vraag ik mij af? Ook alle surfers verdwijnen als bij afspraak uit het water. Maar die gaan vast even koffiedrinken en opwarmen.

In de verte hangt een bijzondere mist boven zee en een intensief hel licht boven het strand. Erg fraai om te zien.

De mensen kijken mij op het strand een beetje raar aan. Zou het soms komen omdat ik mijn afritsbare pijpen in mijn sokken hebt gestopt? Daarmee krijg ik een soort klompvoeten. Ik trek ze maar even uit, geloof ik…

Aan het strand vind ik drie piepkleine zoetwaterwatervalletjes (woordwaarde?). Best bijzonder, maar ook wel logisch met al die besneeuwde bergen achter mij. Het water moet ergens heen.

Halverwege mijn wandeling tref ik, in een verstild dorp, een terras aan met een luifeltje en, op de menukaart, een lekkere salade met tonijn.

Ondertussen valt de eerste bui van die dag. Ik blijf droog. Je moet natuurlijk ook geen luifeltjes voorbij lopen als er donkere wolken aankomen. Want dan ben je een sufferd…

Achteraf valt de regen die dag wel mee. Rond zessen gaat het echter los en wordt het koud. Maar dan zit ik reeds in een café, warm en droog aan de expreszo. Geen koffietjes voorbijlopen als er donkere luchten aankomen…

Op advies van de app TripAdvisor (!) kom ik bij het verstopte restaurant Boga-Boga. Van tevoren bedenk ik dat, als hun buitendeur dicht (koud!!) is en er geen televisie aan staat, ik dáár ga eten. Het komt allemaal uit zoals ik hoopte. Lekker warm en een oase van rust. Ongevraagd krijg ik, als amuse, een grote kop dampende vissoep. Heerlijk. Mijn hoofdgerecht, aan de lijn gevangen heek met grote garnalen in twéé teentjes meegebakken knoflook, komt borrelend van de kook in de olijfolie in een ovenschaal aan tafel. Ik kwijl er een beetje van. Er zit acht uur tussen mijn lunch en diner, dus ik lust wel iets.

Heerlijk gegeten daar. Toptent. Aanrader.

Het was een mooie, sportieve dag. Het weer viel erg mee. Geen parapluutje nodig gehad. Wel koud aan het einde van de dag. Brrr…

Morgen stap ik weer op de motor en reis ik verder. Naar Bilbao. Daar heb ik een BMW-dealer gevonden die een set nieuwe motorbanden kan monteren. Teringjantje, ze kosten 350 euro. Tóch weer duurder dan bij Sabra Motorbandenservice in Alblasserdam, die blijft de beste en de goedkoopste, maar in dit geval toch ietsje te ver weg…

ALTIJD NATTE SOKKEN AAN OF NOOIT MEER SEX?

Het strand lijkt dood te lopen, maar als ik de voetsporen van iemand volg, dan vind ik, via wat rotsblokken, toch een doorgang naar een nieuw breed strand.

Op de vloedlijn liggen enorme stukken vervormd hout, die daar door een woeste storm een keer zijn neergesmeten. Vlak voordat het volgende strand eindigt, zie ik een kiezelweg omhooglopen. Dáár wil ik heen! Vraag mij niet waarom. Ik wil het.

Ik moet dan echter over een stuk strand met hele grote stenen. En alleen maar stenen! En net als ik met twee wiebelige spillebenen wijdbeens op twee spekgladde stenen sta, rolt een extra hoge golf mijn gebied in. Ik hoor het water achter mij ruisen. Ik hoor het aankomen. Ik durf niet om te kijken, want dan val ik vast. Springen is geen optie. Dat is paniek en dan breken er botten. Ik kan alleen maar duimen dat ik hoog genoeg op die twee stenen sta. Het water komt en komt ….uh…jammer… ik sta NIET hoog genoeg! Het water komt tot mijn enkels. Kut. Twee natte zeikerds.

De Volkskrant presenteerde in 2014 een boek over dilemma’s. Er is zelfs een Facebookpagina van: Dilemma op Dinsdag. Dilemma’s zijn onaantrekkelijke alternatieven. Dan moet je bijvoorbeeld kiezen tussen “altijd natte sokken aan of nooit meer sex”.

Klote, heb ik weer, ik heb nu ff allebei…

DE KEUKEN

Owja, ik ging jullie nog iets vertellen over de keuken in mijn huis.

Ik was gisteren eigenlijk al een paar uur in mijn nieuwe huis. Ik mistte iets, maar ik wist niet wat. Toen ik echter een glas water uit de kraan in de badkamer stond te tappen, wist ik het: verrek, ik heb nog helemaal geen keuken gezien. Een keuken mis ik natuurlijk niet gelijk, omdat ik nooit kook. Maar … ik heb ‘m gevonden. Ik was er al vijf keer langsgelopen. Briljante oplossing! Zooo leuk!

Zie de foto’s in The Catch of The Day

Coos op Reis: DE KEUKEN

Vandaag het 36e verhaal in onze serie “Coos op Reis“.

Coos reist 3 maanden door Zuid-Europa en schrijft dit verslag vanuit het noorden van Spanje.

Het is maandag. Ik zit op de camping El Rosal in een vierpersoons huisje, dat er van buiten uitziet als een tent, op een camping in San Vicente de la Barquera, aan de Noord-Spaanse kust.

Vanaf mijn terras, met echt kunstgras en plastic stoelen, kijk ik uit over een baai die in verbinding staat met de Golf van Biskaje. Als ik drie nachten blijf, dan betaal ik 39 euro per nacht. Weet je wat? Dat doe ik! En er is een kachel voor de koude avonden. En díe zet ik pas uit als ik hier ‘s morgens de deur uitstap.

Er is veel bewolking, ook wat zon en het is nu al 19 graden. Het voelt lekker zwoel aan. Beetje mediterraan sfeertje. En dat aan de Atlantische Oceaan. Whoei! De sneeuw en de bergen liggen nog vers in mijn geheugen. Straks eens kijken of ik ze hiervandaan kan zien.

Op de camping is het nog lekker rustig.

Er is hier geen Paasvakantie. De Spanjaarden moeten werken, hun pensioen verdienen. Trabaja duro! De kinderen zijn wel vrij.

Het campingterrein ligt aan de baai. Tweehonderd meter naar rechts ligt het strand Playa del Rosal. Aan de oceaan uiteraard. Als je de andere kant op loopt, dan kom je, via een brug over de baai, na een paar kilometer, in het plaatsje San Vicente. Daar zijn voldoende restaurants, café’s en winkeltjes. En ik zie een mooi kasteel in de verte liggen.

Als het eb is dan liggen de boten in de baai op de drassige bodem en als het vloed is dan dobberen ze lekker in het water. Het is elke keer weer spannend of het eb of vloed is. Het fascineert mij. En ik ruik hier werkelijk overal de zee. Geweldig.

Het was gisteren een lekkere pittige dag. Ik sta vandaag laat op en ontbijt op mijn gemak in het restaurant op de camping. Dat gaat daar prima. En ze hebben hier echte, verse…

Na het ontbijt trek ik mijn motorkleding aan en maak ik, een paar kilometer verderop, de motor grondig schoon. Eerst met koud spoelwater, dan met actief schuim en sop en vervolgens weer met speciaal water zonder kalk.

Een bejaarde Spanjool wacht achter mij uiterst ongeduldig op zijn beurt om zijn oude gebutste auto te wassen. Ik zie het aan de onrustige gebaren van zijn hoofd en lichaam. Als ik mijn derde euro in de automaat wil mikken voor het kalkvrije water van het laatste programma 3, houdt de bejaarde man het niet meer en laat hij mij woedend in het Spaans en met driftige gebaren weten dat hij mijn motorfiets wel voldoende schoon vindt. Echt waar! Ik lach hem vierkant uit en zeg in het Nederlands tegen ‘m: jôh, ga jij ff lekker gewoon thuis een poossie televisie kijken met het geluid heel hard aan of zo. Of doe gezellig mee met een leuke quiz, das leuk voor je, halve zool! Hij gaat mokkend weer in zijn auto zitten. Hahaha, zo’n grappige belevenis.

Weer terug op de camping trek ik mijn wandelschoenen aan en bezoek het kasteel en de kerk aan de overkant van de baai. Ik moet weliswaar twee keer een toegangskaartje kopen, maar het is de moeite waard. Ik bewonder o.a. de prachtige stokoude beukenhouten vloer. Mooi! Het is een prachtige wandeling van ruim 13 kilometer.

Mwah, lekkere relaxte dag vandaag. Verder niks gedaan eigenlijk. Voor vanavond maar eens een klein restaurantje zoeken voor een gebakken vissie. Ik heb nou al trek.

Ik blijf hier een paar daagjes. Daar heb ik wel zin in. Ik moet ook nog op bandenjacht. Deze banden hebben nu circa 9000 km weg.

Motorbanden schijnen in Spanje goedkoper te zijn. Bij mijn trouwe leverancier Sabra Motorbandenservice zit ik iets boven de 300 euro voor een setje. In Bolzano (I) tilden ze mij wat jaren terug voor 450 euro. Maffioso!

KEUKEN

Morgen laat ik je mijn keuken zien. Hij is briljant!

Kijk nog even mee naar The Catch of the Day.

Coos op Reis: VAN TWEE NAAR TWINTIG

Het is zondag 1 april. Ik vertrek uit een hotel in La Bañeza, een stadje in Noord Spanje dat op 800 meter hoogte ligt. Het heeft vannacht geregend. Maar nu is het droog. Ik noteer een waterig zonnetje. Het is 4 graden. En das koud. Ik gaap. Moet weer even wennen aan het extra uur tijdverschil tussen het land waar ze ‘gracias’ zeggen en het land waar ze ‘obrigada’ roepen. Dag Portugal, je was leuk, mooi en lekker!

Ik haal, samen met de hotelpapa, mijn motorfiets op. Hij staat in hun privé-garage, vijf minuten stevig wandelen van het hotel. Vervolgens haal ik mijn zooi van mijn kamer en belaad mijn merrie. En pas dan aan het ontbijt. Jôh, ik heb er al een dagdeel opzitten en nog niets gegeten.

Als hotelvader om 09:30 uur zijn televisie bulderend aan zet en apathisch naar een kwis gaat zitten kijken, dan schrok ik mijn toast op, spoel de kruimels snel met sinaasappelsap-uit-een-pak (doe ik het wéér…) weg, betaal bij de hoteldochter, trek rap mijn jas aan en vertrek. Héérlijk de buitenlucht in en lekker rustig alleen met mijn motor op pad. De bergen lonken…

Ik rijd het stadje uit. Het land is hier volledig vlak. Het is net Maasdam en Puttershoek. Maar dan met besneeuwde bergen in de verte in plaats van suikerbieten onder de grond. Als ik tien kilometer verder ben, dan rijd ik plots weer in de heuvels. Zo grappig allemaal. Om het half uur ziet de wereld er anders uit. Steeds weer. Wat een mooie wereld.

Eerst even tanken voor ik de bergen in rijd. Ik tank altijd vol. Volgens mij doen alle Nederlanders dat. Veel Spanjaarden tanken hier voor een bedrág. Bijvoorbeeld 20 euro. En in veel gevallen is de pomp bediend en tank je niet zelf. Behalve ik natuurlijk… Je blijft er mooi van af, knoeikont. Maar goed, ik kan weer bijna 600 km rijden, zegt het dashboard van mijn motor. Ik check gelijk de bandenspanning via mijn meters.

We denderen door Leon. Mooie film met dezelfde titel, ooit gezien, bedenk ik mij. Een huurmoordenaar met liefde voor een plantje.

En … SEAT heeft een Leon, realiseer ik mij nu. En een Alhambra, Toledo, Ibiza en sinds kort de Arteca. Allemaal markante plekken in Spanje. Ik sta er nu pas echt bij stil. Vroeger deed Blaupunkt dat ook met haar autoradio’s. De oudjes weten het vast nog wel: Blaupunkt Bremen, Blaupunkt Hannover etc.

In het volgende plaatsje is het doodstil op straat. Waar is iedereen? Het is hier net een spookstad. Maar bij een rotonde vind ik ze: er is markt! En iedereen is op de been. Veel meer belangstelling voor die ouwe meuk dan gisteren voor die processie, realiseer ik mij. Zouden dit nou schijnheiligen zijn?

Ik rijd de bergen in en klim een paar honderd meter. Ik heb het ondertussen koud. Het is weliswaar 6 graden, maar de zon is verdwenen en vadertje winter likt met zijn koude tong langs mijn rammelende, oude, magere, vergeelde botten. De handvatverwarming zet ik op standje twee. Ik mis de buddyseatverwarming van mijn BMW RT nog steeds. Lullo!

Mijn BMW en ik rijden over de ijskoude Rio Porno. Ik word er niet warm van. Zei ik nou Porno? Ik word wél warm van een grote kop hete, dampende koffie. Met een warme croissant.

Achter de ramen geniet ik ervan hoe voorbijgangers blijven staan om naar mijn motor te kijken. De bagage trekt enorm. En dan gluren ze even naar de kentekenplaat. Weten zij veel dat ik met het vliegtuig kwam. Leuk, jôh.

Ik trek mijn kanariegele regenjas tegen de kou aan en ga weer op weg. In de etalages van de winkelstraat zie ik dat ze ook ski-kleding verkopen. Das niet goed. Dat hoort bij koud. Ik wil bikini’s zien! Tja, wie niet?

Ik verlaat het dorp. De eerste watervalletjes en sneeuw dienen zich aan. Mijn BMW wil graag op de foto. Nou, vooruit dan. Alarmlichten aan en de motor op de zijstandaard strak aan de kant. Van de weg af. Ondertussen geniet ik van het uitzicht.

Een grote luxe auto stopt naast mij en het elektrische raam zakt geruisloos aan mijn kant naar beneden. Een hele mooie vrouw komt achter het donkere, wegzakkende glas te voorschijn. Uit de auto waait de zwoele geur van haar exotische parfum mijn neus in. Een neus die al dagen alleen maar olie en brandstofdampen ruikt. Is het de hoogte van de berg die mij plots zo duizelig maakt? De dame vraagt aan mij of alles in orde is. Wat is ze lief! En wát antwoord ik? Nou? Toe? Wat denk je? Ik zeg JA, alles is in orde, dankuwel! Hoe stom kan een mens zijn? Wie is hier nu de Dr. Oetker? Wie verzint hier nou in een halve seconde drie  verhalen? Wie kakt heel Facebook elke dag vol? JA, alles is in orde, dankuwel! Pfff… De dame steekt haar duim op, het raampje zoeft weer omhoog en de glanzende auto rijdt verder. Ik heb bij de afgrond as over mijn hoofd gegooid, mijzelf gestenigd en al mijn kleding ritueel verbrand… En ’s avonds in mijn kussen gebeten.

Ik rijd verder en kom in het prachtige natuurgebied van Picos de Europa. We stijgen nog meer. Het wordt 4 graden en er ligt steeds meer sneeuw aan de kant. De weg is door grote voertuigen sneeuwvrij gemaakt en de sneeuw is hoog aan de kanten geschoven. Ik rijd eigenlijk in een diepe greppel van sneeuw. Bij 3 graden hoor ik een akoestisch alarm in mijn helm en geeft mijn motor op het navigatiescherm middels een sneeuwvlokje een ijsalarm aan. De weg is op veel plaatsen nat van het smeltwater. De temperatuur zakt naar 2 graden. De temperatuurmeter knippert inmiddels. En vervolgens zakt hij naar 1 en 0 graad. Ik zit op dat moment ergens rond de 1600 meter hoogte. Het smeltwater op de weg glimt ondertussen niet meer en is dof geworden. Ik stop op de weg om het te controleren. Het smeltwater is hier bevróren! Grote stukken sneeuw zijn van de helling gevallen en liggen op de weg. Dat helpt allemaal niet. Het is hier adembenemend mooi, maar ik moet stoppen om te kijken. Ik heb tijdens het rijden al mijn aandacht nodig om mijn verhuiswagen tussen de sneeuw door en over het bevroren ijswater te krijgen. Ik rijd stik in mijn eentje, er is hier helemaal niemand. Zo’n avontuur als dit is hartstikke leuk om aan je vrienden te vertellen als je inmiddels weer veilig thuis bent. Maar dan moet je daar wel weer komen. En niet eindigen als een ingevroren lelijke ouwe Nederlandse haan. Nietwaar?

Vliegt er plotseling een ooievaar voorbij! Echt waar. Op minder dan twintig meter afstand. Ik word gek, denk ik. Tja, weet dat beest veel. Die denkt, net als ik, lekker warm te overwinteren in Spanje.

Ik kom bij een kruising en besluit deze route af te breken en linksaf naar beneden te gaan. Ik zie echter op mijn navigatiesysteem, die de actuele verkeerssituatie via internet ophaalt en op mijn scherm toont, dat die weg naar beneden is afgesloten. Ik kan kiezen tussen teruggaan of doorgaan…. Tja, wat zal ik doen? En ik moet er toch een keertje doorheen. Jôh, teruggaan is voor watjes. Weet je wat? Ik ga rechtsaf, ik ga door!!

De weg stijgt nog een klein beetje verder en dan blijkt … dat ik goed gokte. De weg zakt weer naar 1500, 1400 en 1200 meter en later nog wat verder. De sneeuwwallen zijn niet meer zo dreigend, de temperatuur gaat weer wat omhoog. En vervolgens kom ik in het echte gebied van de Picos de Europa. Wat ben ik plots een heel klein mannetje. Het wordt groener. Het is hier werkelijk prachtig. Absoluut de moeite waard. Ik kijk mijn ogen uit. Ik kom onderweg bokken en schapen tegen en zie prachtige vogels. Het smeltwater dondert met geweld naar beneden. Kijk maar:

//youtu.be/RCksY-e9H5M

En … de drollen van een paard. Midden op de weg. En verderop weer. En dan weer en weer. Wat zou dit paard in hemelsnaam te eten krijgen, denk ik? Maar dan lost het raadsel zich vanzelf op. Ook paarden lopen hier in het wild. Ik zie er wel tien. En ezels. Het is een super gebied hier. De natuur in optima forma. Wow.

Tóch nog een verrassing. Voor insiders van mijn motorclub. Kom ik met de motor uit de kou denderen, zie ik, dat tijdens de afwezigheid van El Bacon, Maarten Zonruiter (mazo@hotmail.nl) de macht van MC Zegveld probeert te grijpen. Tja, daar waar sturing en visie ontbreekt, grijpen boekhouders de macht, hè….?

Whoei! Dit was een stoere dag. Eéntje voor in het boekje. Het was in elk geval spannend om alles heel te houden. Moooooooi daar! Het is een aanrader. Zet ‘m op je bucketlist!

VAN TWEE NAAR TWINTIG

Vanmiddag heel lang slechts twee graden gezien op mijn dashboard. Zelfs heel even nul graad. Rijd ik twee uur later een dal in, noteer ik 20 graden. Niet normaal. Lekker, joh! Ik vind pas laat in San Vicente de la Barquera een plek om te slapen. Ik zit weer aan zee. Fantastisch. Maar ik ben erg moe. Morgen eerst het zout van mijn motor wassen.

Nog even wat foto’s voor The Catch of the Day!

Dolf Peeters: MOTORRIJDEN IN DE REGEN

Baton Rouge

De laatste recreatieve rit viel laat. Maar het bezoek aan motorherberg le Baton Rouge was al te vaak uitgesteld. En het kan natuurlijk heel mooi zijn in de Ardennen in oktober. De weervrouw had de avond voor de rit een sombere blik in de ogen en een zwemvest onder haar arm. Maat Ernie werd opgebeld of hij de dame ook had gespot. We sproeiden vochtverdrijver over het elektriek van onze brommers. We maakten grote wind en regen vangende flappen van vijverfolie en tie-wraps bij de handvatten. En we besloten voor het slapen gaan een preventieve borrel tegen de natheid te nemen De volgende ochtend zwom er een goudvis op vensterbankhoogte door de regen. Bij ontbreken van een Rukka outfit werd gekozen voorde ouderwetse laagjes aanpak. In de hoop dat binnendringend regenwater de weg kwijt te laten raken. Hoop doet immers leven? Eerst een stel lange, dunne sokken, dan een setje van wat buurvrouw Adrie ‘terminaal’ ondergoed noemt. Daarover een lange onderbroek plus een sweatshirt. Een stel lange, dunne sokken. Een binnenvoering van een lang vergeten motorjack en een spijkerbroek. Een dun stel lange sokken. Een fleece trui met col. Een lederen motorbroek. Een textiel motorjack. Een wollen sjaal. Rubber laarzen van de Welkoop zijn de beste. Een plestikken regenoverall van een aan zijn eigen succes ten onder gegane Britse regenoverall fabrikant. Een sjaaltje. Binnenhandschoenen. Buitenhandschoenen. Een eerste generatie, gerubberd, regenjack. Even weer alles uit doen om de motorsleutels uit de spijkerbroekzak halen. Zo! Klaar voor de eerste drie kilometers naar Ellecom! Ernie stond als een geslaagde kruising tussen het Michelinmannetje en Erica Terpstra in de startblokken. Het staan ging prima. Bewegen ging moeilijker. Jethelms en motorbrillen. De laatste slag sjaal over neus en kin. Go! Tot aan Eindhoven bleven we droog. Bij Maastricht hadden het regenwater zijn eerste verkenners binnenboord geloodst. We besloten dat we de strijd tegen het water hadden verloren en kozen voor de toeristische route. Bij Triers/ Verviers had het water zich naar tevredenheid verdeeld over alle dunne lagen textiel. In de buurt van Francorchamps/Stavelot overheerste de sensatie op een drie weken oude, lauw warme Pamper te zitten. Dat was mooi wennen aan het verplegingsschema van Huize Terminus in het jaar 2038. Zo ommerdebij Trois ponts begonnen de perfect waterdichte Welkooplaarzen zich van binnen uit te vullen en leek de Drion pil een zinnig alternatief. Even later zagen we, vlak voor Vielsalm, le Baton Rouge. De dagteller stond op 289 km. We werden hartelijk verwelkomd. Hingen de herberg vol druipende kledingstukken. Haalden onze droge verschoningen uit hun unieke Komo bergingen. Namen staand een dubbele whiskey. Werden bij de open haard langzaam weer mens. Gastvrouw Hetty was elders. Dat was ons al gezegd. We doken dus zelf de keuken in. Dat mocht van herbergier Ben. Het eten was lekker. De rode wijn smaakte perfect. Een paar borrels en wat rookwaar later besloten we dat het mooi was geweest. Nog even het weerbericht bekijken. Want de volgende dag moesten we immers weer terug. Motorrijden is leuk. Toch? 1976? Nee: 2009.

Bovenstaand verhaal komt uit het boek

MANNEN, MOTOREN EN (WAT) MEISJES

Wil je hier op de website meer verhalen van Dolf lezen, dat kan via deze link.

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!