Categoriearchief: Gastcolumns & blogs

De spijkervanger

De schrik van motorrijders is en blijft een lekke band. Nu zijn er tal van middeltjes op de markt, die je in je motorband kunt spuiten en deze moeten voorkomen dat je band leegloopt, ingeval er een scherp voorwerp je band doorboort. Toch kennen de doorgewinterde motorrijders de zogenaamde ‘mudflap’ oftewel ‘spijkervanger’. Een even simpel als doeltreffend middel om lekrijden van de achterband te minimaliseren.

Toen ik (Werner Buurma), puur toevallig, melding maakte (in de Facebookgroep PASSIEVOORMOTOREN) van mijn knutselwerk, verbaasde het me hoeveel motorrijders nog nooit van deze flap/spijkervanger gehoord hadden. Bij politie en KMar motoren, kom je de spijkervanger/mudflap vaak tegen! Die groep weet dat het werkt!

Dus bij deze, voor de lezers van Ikzoekeenmotor.nl toch maar even wat uitleg:

Hoe werkt de spijkervanger en hoe maak je die zelf voor een paar euro?

(Zit je dik in de slappe was, kun je hem ook kant en klaar kopen bij de BMW-dealer………Kun je beter een mooie wijn of whisky voor kopen!)

Ter illustratie: lekker toerend rijd je nietsvermoedend over een scherp voorwerp. Je voorband is het eerste aan de beurt, maar die raakt meestal niet lek! De voorband gooit het voorwerp omhoog en dit wordt, als je pech hebt, richting je achterband gelanceerd, waar het zich in je achterband nestelt. Gevolg: lek en dikke pech.
Maar….als het voorwerp, op zijn reis tussen voor-en achterband, een blokkade tegenkomt, kan het zich niet in je achterband boren. Zo gemakkelijk is het!

Dan komt het volgende:

Hoe maak je zo’n blokkade/mudflap of spijkervanger?

A: check of jouw motor aan de onderzijde van het motorblok, meestal ter hoogte van de middenbok, boutgaten heeft. Heb je een BMW, dan bof je. Deze motoren zijn aan de onderzijde van fabriekswege voorzien van twee 8mm boutgaten vlakbij de middenbok. In elk ander geval moet jezelf wat knutselen, hetgeen voor motorrijders geen probleem is….toch?

B: benodigdheden:

-een stuk aluminium hoekprofiel van circa 15 cm lengte,
-een Bibia Click spatlap (deze is van zichzelf al redelijk stevig en kost circa €4,00)
-3 M6 boutjes + moertjes+ grote onderlegringen. Zie foto.
-2 M8 boutjes RVS circa 20-30mm lengte.

C: bepaal de hartafstand tussen beide boutgaten onder het motorblok en teken deze af op het aluminium hoekprofiel.

D: boor de beide gaten in het aluminium hoekprofiel wat groter, dan heb je ietwat speling om te schuiven als het net niet past…

E: knip bij de Bibia Click spatlap de beide clips eraf. Met moeders schaar uit de naaidoos gaat dat prima! Waarschijnlijk moet je de bovenzijde van de spatlap ook iets recht knippen, maar dat merk je vanzelf.

F: bepaal waar er drie bevestigingspunten voor de spatlap moeten komen, zonder dat je daarbij straks de 8mm boutjes in de weg zit.

G: boor de 6mm gaten in het hoekprofiel en prik 3 gaten in de spatlap voor de bevestiging.

H: nu simpel aan het hoekprofiel bevestigen.

I: beetje kopervet op de 8mm boutjes en onder het motorblok bevestigen.

Klaar!!!!!

Ik ben benieuwd of er meer motorrijders dit zelf gaan maken zo. In elk geval maak ik er nu eentje voor onder de BMW f650gs van mijn vrouw.

Succes. Werner Buurma. (Hier op de foto op de BMW R1200RT.)

(voor hele specifieke vragen kun je e-mailen met info@ikzoekeenmotor.nl, ze weten mij wel te vinden).

We zoeken unieke motorverhalen!

OPROEP

Wij (de redactiemensen van ikzoekeenmotor.nl) zijn altijd op zoek naar unieke motorverhalen. We doen deze oproep vaker.  Door deze oproep en via de sociale media zijn we bijvoorbeeld in contact gekomen met een paar trouwe columnisten die aan ons hun motorreis-verhalen wilden vertellen.  Zoals onze trouwe motorreiziger en schrijver Coos van der Spek, die al ongeveer 100 verhalen schreef in onze serie Coos op Reis.

De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat wij met onze motorsite een bijzonder publiek hebben opgebouwd. Via onze gezellige besloten Facebookgroep “PASSIE VOOR MOTOREN” (met inmiddels 3.400 leden) hebben we wat onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat de grootste groep leden bestaat uit motorrijders die een voorkeur hebben voor toermotoren en choppers. De helft van onze leden in deze groep bleken tussen de 40 en 60 jaar te zijn. En vooral over motorreizen en motorvakanties wordt hier veel geschreven en gelezen. 

De trouwe bezoekers zijn uiteraard veelal motorrijders die het vaakst reageren op de artikelen of zelf foto’s en filmpjes plaatsen. Maar ook de racers of elektrische rijders komen aan bod. Liefhebbers, je hebt ze in allerlei leeftijden. Jongeren van tussen de 20 en 30 die op motorrijles gaan en nadenken over hun eerste motorfiets. Tot en met 70 en zelfs 80plussers. Die laatsten moeten helaas hun motorfiets soms inruilen voor een scootmobiel, maar zullen nooit die echte passie verliezen. Mannen en vrouwen die omkijken bij elke motor die ze langs horen komen. Het zijn allemaal trouwe lezers van onze website. Want zeg nu zelf, “eigenlijk zijn we toch altijd op zoek naar een motor?”

We delen die passie graag. We herkennen onze vrienden aan het motorgeluid wat de straat in komt rijden. Voor zover je vandaag de dag nog gezellig over een ‘virus’ mag spreken is de motorfiets voor velen een virus wat nooit meer weggaat. Een ritje van anderhalf uur tijdens een zwoele zomeravond op je trouwe bike kan soms voelen als of je een week op vakantie bent geweest.

Juist om onze bezoekers te plezieren zijn wij op zoek naar unieke verhalen.  We doen vanuit de redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een oproep:

Ken jij een motorrijder met een uniek verhaal? Of ben jij zo iemand….? Ken jij een familie waarin 3 of meer generaties met de zelfde unieke motorfiets rijden? Zijn daar nog zwart-wit foto’s van?

We zoeken verhalen over die unieke schuurvondst, de motorrijder ‘ver van huis’, die we tegenkwamen op vakantie, of de man die een jaar lang bouwt aan zijn eigen wensdroom. 

Heb jij of ken jij een uniek motorverhaal? Heb je er foto’s of een filmpje bij? Neem dan svp per e-mail contact op met redactie@ikzoekeenmotor.nl. We helpen uiteraard met het schrijven en de uitvoering van dit verhaal.

Ton Eppenhof perfectioneert zijn Royal Enfield

Ton Eppenhof schreef al eerder wat artikelen op op onze site over zijn zoektocht naar accessoires voor zijn Royal Enfield Interceptor.

Na een korte pauze ontvingen we hier het vervolg:

“Inmiddels heb ik toch nog wat meer dingen weer verder verbeterd. Ik begon met een paar Hagon schokbrekers die ik bij Gebroeders van Doorn Motoren besteld heb. Bij Hagon Nederland zijn er de juiste veren opgezet (passend bij mijn gewicht) en het gewicht van de overige accessoires is daarbij opgeteld.

Beide banden zijn bij Van Doorn Motoren vervangen door de Bridgestone BT46. Deze banden geven meer grip in de regen en minder problemen met lengtegroeven in het wegdek.

Ik bestelde tevens een kettingscherm van Enfield Precision en een zijstandaardvergroter van hitchcocksmotorcycles.com/
Dat kettingscherm is van RVS en het zag er gewoon mooi uit.

De zijstandaardvergroter is handig omdat de motor nu iets minder overhelt. Hij zakt ook niet meer weg in zachte grond door het grotere oppervlak. Ideaal als je wat vaker in het buitengebied rijdt en je niet te lang wilt zoeken om je motorfiets te parkeren.

Daarna heb ik iets besteld wat eigenlijk “not like me at all” is. Ik kocht een free flow airfilter van DNA omdat het schijnbaar iets meer koppel geeft in het middengebied. Uiteindelijk moet je wat kosten besparen omdat het nooit vervangen hoeft te worden. Af en toe reinigen en weer een nieuwe laag olie aanbrengen is alles wat nodig is volgens de leverancier.  En last but not least kocht ik ook een paar mooie dempers bij hitchcocksmotorcycles.com/.

De Enfield Precision dempers. Voorlopig kijk ik dus geen video’s meer van Stuart Fillingham. De DB killers zijn wel gemonteerd, dus rij ik niet met een aso geluid. Een lagere roffel is eigenlijk het juiste woord. Meer kan je niet vervangen aan de uitlaat (is mij verteld) of je moet de ECU gaan aanpassen.

Volgend jaar misschien nog een USB aansluiting/of een stroompunt maar ik heb daar geen haast mee. Wordt vervolgd.

Coos op Reis: bei fragen bitte klopfen

DE BALKAN – BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Op het moment dat ik dit artikel voor de serie “Coos op Reis” schrijf is het zondag 16 juni. Hoera! Het lammetje is weg.

Het dashboard van mijn lichaams-managementsysteem staat weer op ‘groen’. Alle organen en systemen zijn weer ‘normaal’ in bedrijf. En ik heb als een marmot geslapen. Joepie.

De zon schijnt, het is prachtig weer en al 25 graden. Mooi weer om een stukkie motor te rijden. Alle accu’s van de e-reader, helm, telefoon en reserve-accu zijn ook weer opgeladen. Wij kunnen onze wereldreis van 150 km vandaag makkelijk aan.


Voor mij begint vandaag de VBT: De VrijheidBlijheidToer. Dat moet ik even uitleggen. Deze traditie begon in 2006 als De TentenToer 2006. Met z’n vieren, op vier motoren en met vier tentjes naar Zwitserland. Zwitserland is een fantastisch motorland. Ik kwam er al op de motor met Janny in 1971. Met de Honda 250cc over de Furka, de Grimsel en de Süsten. Ik droom er wel eens van en zou daar dolgraag nog eens rijden.

Enfin, de TentenToer. Maar toen we eens met de motorclub in het Zwarte Woud uit onze tentjes wegspoelden van de regen, doopten we de toer om naar de TeringTentenToer. Man, man, wat een nattigheid toen.


De tententoer is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met circa 20 deelnemers. We worden wat ouder en zijn wat meer op luxe en comfort gesteld. En nu zitten de meeste leden liever in een hotel. Maar je mág gerust met je tentje. Wat jij wilt. Kortom, de jaarlijkse toer heet nu de VrijheidBlijheidToer!

Kortom, de nieuwe dag is begonnen! Ik trek mijn motor uit de garage en ga op weg. Heerlijk om weer te rijden. Al is het vandaag maar een stukkie. Ik zit weer te zingen in mijn potje. De temperatuur loopt snel op naar 29 graden.

Op de pas zakt de temperatuur naar 22 graden. Ik weet bijna niet meer hoe dat aanvoelt.

Rond enen ben ik in het hotel. De kamers zijn nog niet schoon. Ik zet mijn bagage vast buiten mijn kamer en stal mijn motor in de garage.

En dan eet ik een heeeeerlijke salade. Ich darf das!

Nog een paar uurtjes en dan denderen de vrienden en vriendinnen hier het grote plein van het hotel op. Ik sta dan als welkomstcomité klaar. Ik kan niet wachten…

BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Aanstaande woensdag houdt de motorclub een rustdag. Dan gaan we met de trein naar Villach.

Als OberMotorradSturmGruppenLeiter heb ik extra taken en omdat ik vanmiddag toch wat tijd over heb, zoek ik vast de wandelweg naar het treinstation, de vertrektijden van het openbaar vervoer en de prijzen uit.

Het is buiten dertig graden. Onderweg zie ik dat er dit weekend hier een feestje is geweest…..

Ik wandel het totaal verlaten treinstation in. Er heerst een doodse stilte. Dit is hier duidelijk géén Rotterdam CS…

Ik zie een kaartjesautomaat hangen en daarnaast is een loket. De zilvergrijze lamellen van het loket zijn potdicht. Ach, heb ik weer, flitst het door mijn hoofd: het is zondag en alles is weer eens gesloten.

‘Bei Fragen bitte klopfen’, hangt, geheel overbodig, tegen het glas geplakt. Uit balorigheid klop ik hard tegen het glas en roep: ‘Weer gesloten, hè! En de koelére, hoor!’

Ik spring van schrik een meter achteruit als iemand de lamellen opentrekt en vraagt wat hij voor mij kan doen…..

Whoeeehaaa!

En dit zijn ze dan. Mijn motorvrienden!

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Met de Matchless in 1980 naar Marokko

Coronawinters geven een mens veel tijd om thuis na te denken, of om die gedachten op schrift te stellen.
Al een paar maanden werkt Gijs van Hesteren aan zijn boek met motoravonturen. We mochten alvast een stukje meelezen. Gijs schrijft ons:

“Och, niks bijzonders, die avonturen. Iedereen zou ze kunnen beleven. Maar ja, nadat ik ze heb opgeschreven ben ik er vanaf. Ik hoop het na de zomer uit te kunnen geven.”

Speciaal voor Passie voor motoren – Ik zoek een motor hierbij een voorpublicatie.

We gaan terug naar de zomer van 1980. Inge en ik beladen de motor. We zouden op vakantie gaan. Een besluit dat we nog maar nét hadden genomen. Het zou voorlopig onze laatste kans zijn op een lange afwezigheid. Als student sociale wetenschappen had ik weliswaar een lange zomervakantie, maar Inge zou in september beginnen met haar opleiding tot timmervrouw aan het Centrum Vakopleidingen voor Volwassenen, het CVV. En we wisten sinds heel kort dat ze zwanger is, van ons eerste kind. Als dat eenmaal geboren zou zijn, zou het voorlopig niet meer komen van wekenlange tochten met de motor.

Kind mee
We hadden bedacht dat het kind gewoon mee mocht, in Inges buik. Zo zou de foetus stevig aan de baarmoederwand vast vibreren. We hadden een paar veel grotere problemen. Geld was er één van, maar het zou nét moeten kunnen. Belangrijker: hoe zouden we op pad gaan? De besteleend was defect. Ons enige vervoermiddel was een 350 cc Matchless G3 uit 1957 met een Steib 500 zijspan. Ook in 1980 al een hoogbejaard vehikel. De motor had ik gekocht van een gepensioneerde oud-militair, voor 350 gulden. In huidige valuta is dat ongeveer 165 euro.

De fiets lag legergroen verspreid over een aantal houten kistjes bij hem op zolder. Het was een ex-legermodel voor officieren. Hij had hem een paar jaar daarvoor helemaal uit elkaar gehaald, met de bedoeling al het plaatwerk te laten overspuiten. Zoals zo vaak was het daar niet van gekomen.Vaak ontbreken er heel veel  onderdelen in zo’n kisten- en dozenproject. Ik had geluk; alles was er nog. Het motorblok verkeerde in prima staat. De spullen bracht ik alsnog naar een lokale moffelinrichting en daarna was het een kwestie van afmonteren op de slaapkamer. Er valt weinig over te vertellen, behalve dat het naar beneden transporteren van het gevaarte heel wat voeten in de aarde had. Een negentiende-eeuws rijtjeshuis met draaitrap is er niet helemaal op ingericht, laat ik het daar maar op houden.

Ed Pols Motortoer
Eenmaal buiten hing ik het Steib-zijspan eraan. Ook dit is snel verteld, maar het zou me nooit gelukt zijn als Ed Pols van Motortoer me niet geholpen had. Ed had een klein motorzaakje in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij legde me alles uit over vlucht, toespoor en voorloop. Die dingen ben ik intussen weer vergeten. Ed leeft al lang niet meer, maar zijn bedrijf bestaat nog altijd, tegenwoordig onder leiding van Natascha Wiersma en mijn motorracevriend Ted Haanappel, onder de naam Ducati Amsterdam.

Het was een tamelijk zware combinatie gebleken. Veel sneller dan 85 kilometer per uur haalden we er niet mee. Een kleiner voorkettingwiel op de krukas zorgde dat er toch wat trekkracht beschikbaar was. We hadden niet meer dan 18 pk, maar ach, alle tijd.

(1980 Marokko) Daar staan we dan, gebroken krukas in Zuid-Spanje.

Peter Weeink, archivaris van de AJS en Matchless Vereniging stuurde me onlangs een kopietje van het toen nog gestencilde clubblad ‘Satisfaction Guaranteed’. In die tijd was ik daarvan de redacteur. Kort voor de tocht schreef ik in een redactioneeltje:

“Het wordt tijd dat we weer eens een forse tocht maken. We gaan naar het ZUIDEN. Deze week reden Inge en ik een proefrit van Utrecht naar Groningen en terug. O jee, bijna terug thuis een mankement. Hm, beter daar dan ergens in Frankrijk. Hevige rook kwam uit de primaire kettingkast. Dat leek niet best. Ondanks vloeken en zoeken kwam ik pas achter de oorzaak toen ik de cilinder lichtte: één zuigerveer in drie stukjes gebroken en één muurvast in de groef. Een wonder dat de motor nog zo goed liep. Morgen gaan er nieuwe zuigerveren in en dan vertrekken we toch echt. Na de herfst komen we met het verhaal.”

Dat verhaal is er nooit gekomen. Wat ik hier noteer is dus een primeur. De kleppen en de contactpuntjes had ik gesteld, verse olie in de tank, de primaire en secundaire kettingen op spanning gezet. We laadden een metalen kist achterop, gooiden er gereedschap in, vijf liter SAE 50 single grade smeerolie, een tentje, luchtbed en slaapzakken, een gasstelletje en wat kleding. Klaar om te gaan.

De eerste stop was mijn ouderlijk huis in Breda Liesbos. Mijn vader en moeder keken nadenkend toe. Ze hadden niet veel vertrouwen in onze plannen. Zelf voorzagen wij geen enkel probleem. Zesentwintig jaar oud waren we. De wereld lag voor ons open.

Binnendoor
Het fietsje plofte tevreden. We reden langs zoveel mogelijk ‘gele en witte weggetjes’, zoals die door Michelin op de wegenkaart waren ingetekend. Per uur legden we netto gemiddeld hooguit 45 kilometer af. Met de pitstops meegerekend kregen we per dag op zijn best 250 kilometer achter de wielen. Helemaal niet erg.

De tocht begon langs de oude rijksweg via Rijsbergen, Zundert, dwars door Antwerpen naar Gent. We passeerden Compiègne en stortten ons op de Parijse Route Périférique, toen ook druk. Langs Route Nationale 20 verder naar Orléans, Vierzon (Camping Municipale), Châteauroux, Argenton, Limoges, Brive en Cahors – wéér een Camping Municipale.

(1980 Marokko) Gebroken stoterstang, in een werkplaatsje in Fez keurig hersteld.

Dwars door Toulouse en omhoog de Pyreneeën in. Ik herinner me de steile hellingen, waar we uiteindelijk in de eerste versnelling tegenop ploften, met achter ons een lange file Fransozen. Het motortje liep er erg heet, zodanig zelfs, dat op zeker moment damp en gesis een al bijna doormidden gesmolten plastic brandstofslangetje aankondigden. De kist zat vol met gereedschap en reservedelen, en dat bewees zijn nut.

Niet alle pannes wisten we daarmee op te lossen. Ergens in Midden-Spanje liep ineens het spatbord van het zijspan tegen de band aan. Het plaatstaal rondom de bevestiging was doorgescheurd. Een taller, een autowerkplaatsje  zoals je die in dat land destijds overal rond de doorgaande wegen aantrof, liet ons zien hoe een goede plaatwerker zoiets in een ommezien kon verhelpen.

Ongerief
Tussenstops maakten we bijvoorbeeld in Madrid en Toledo. Een langere op de camping van Cadiz. Al een paar dagen had ik me niet lekker gevoeld. Die dag kwam het tot een dieptepunt. Uit alle openingen liep ik leeg, koorts veertig graden, en dat bij een zomerse buitentemperatuur van over de dertig graden. Dagenlang lag ik zwetend in ons tentje. Liefdevol en geduldig diende Inge mij aspirientjes en glaasjes water toe. Langzaamaan werd duidelijk dat ik een zonnesteek had opgelopen. In die dagen was er geen helmplicht in Spanje. De EU was er nog niet uitgevonden. Maar een mooie kans om het eens zonder valpet te proberen. Ja okee, maar dan moet je wel iets anders op je hoofd zetten, want anders ben je aan de beurt!

Aan alles komt een eind, ook aan ongerief. Na ruim twee weken en 2.300 kilometer meldden we ons bij de veerdienst in Algeciras. Een grote meute mensen die we destijds gastarbeiders noemden had zich daar al verzameld. Ze waren met volgepakte busjes, Opels Rekord, Mercedessen en Peugeots 504 aan komen rijden vanuit de industriegebieden in Noordwest-Europa – het Ruhrgebied, de Randstad. Het mooiste vonden we de omkleedpartij die er plaatsvond: vlak voor het inschepen verwisselde men westerse kledij voor djellaba en fez.

(1980 Marokkoreis) We staan hier in Algeciras te wachten op de veerboot over de Straat van Gibraltar, tussen een heleboel mensen die we toen nog gastarbeiders noemden. Het schoot niet zo hard op, maar ach, we hadden er mooi weer bij.

We staken de Straat van Gibraltar over. De opdracht voor de overkant: de douane. Het leek de bedoeling dat wij bij verscheidene minuscule hutjes de diverse benodigde stempels zouden inzamelen. Dat werd enigszins bemoeilijkt door de grote horde lotgenoten die zich zonder enig systeem voor het piepkleine loketje verdrongen. Gelukkig was er nog geen corona. Het zwetend duwen en trekken leverde succes op: onze paspoorten schoven we door dat raampje en een hele tijd later kregen we die na zweten, hijgen en duwen bij een volgend hutje terug.

Hobbelige wegen
De Marokkaanse wegen leken op die van de Spaanse hoogvlakte, de Meseta. Droog, heet, stoffig en hier en daar nogal hobbelig. Wij vonden dat prachtig. Het spatbord van de Steib zat weer goed vast; daar maakten we ons geen zorgen meer over. De plaatselijke jeugd lachte zich gek om onze zijspancombinatie. In die tijd zag je zoiets misschien niet vaak. Nu ook niet eigenlijk. Als Sinterklaas en Piet reden we zwaaiend naar links en rechts door de dorpen en stadjes. Eén enkele baldadig toegeworpen meloen wist onze goede stemming niet te verpesten.

Marokko was een cultuurschok voor on. We waren beschermd opgevoede babyboomers. Niet alleen een schok omdat er geen bier verkrijgbaar was op de terrasjes, ook omdat de verschillen tussen arm en rijk indringender waren dan in Noordwest-Europa. Een Nederlands sprekende Marokkaan, die wij op de markt waren tegenkomen liet zich door de verschillen niet tegenhouden. We moesten mee, theedrinken met de hele familie. Geweldig.

In Fez hield de Matchless er ineens mee op. Eén van de stoterstangen was gebroken. Voor wie geen verstand heeft van oude motoren: daarmee bedient de onderliggende nokkenas de kleppen in de cilinderkop. Een jong Brits stel dat de tent naast de onze had opgesteld hielp ons uit de brand. Zij reden met ons in hun Engelse misbakselautootje naar een werkplaatsje en net zoals in Spanje wist men er daar wel raad mee. Hardsolderen met koper. Het was in een ommezien hersteld.

(1980 Marokkoreis) Net zo makkelijk even de cilinderkop eraf, om de koppakking uit te gloeien op het gasstelletje. No worries.

Motor echt stuk
Het toch al in bescheiden mate voorradige studentengeld begon op te raken. We gingen naar huis. Alweer terug in Spanje, na 4.500 kilometer, waren we door onze voorraad ongedoopte, singlegrade SAE50 heen. Ergens voorbij Almeria, zo’n honderd kilometer na het bijvullen met 20W-50 multigrade klonken er ineens onheilspellende geluiden vanonder de tank. Het big-endlager was gebroken, het meest belangrijke onderdeel van een motor. Gebrek aan smering. De oliedoorvoer was verstopt geraakt door losgeweekt vuil uit de dirt trap in de krukas.

Op slechts enkele honderden meters duwen bevond zich een autowerkplaatsje. Hier mochten wij ons object opstellen in de schaduw, opdat we zonder oververhitting de diagnose definitief konden maken. De man van de taller was bereidwillig, al bleef communicatie beperkt tot gebarentaal. De ANWB zorgde dat de fiets terug naar Utrecht kwam en wij gingen liftend verder. De Matchless was er eerder dan wij.

(1980 Marokkoreis) Liften in de buurt van Barcelona.

Van Almeria tot Barcelona reden we mee in de Morris Mini van een Spanjaard met liefdesverdriet. Hij was op weg naar zijn geliefde. Misschien kon hij haar nog tot bezinning brengen. Hoe dichter we bij Barça kwamen, des te harder ging hij rijden, totdat hij het niet meer uithield en ons bij een benzinestation eruit gooide. Begrijpelijk, maar wat ons betreft niet zo’n goed idee. In the middle of nowhere hebben we daar een twintigtal uren doorgebracht. Inge in de wegberm en ik met de bagage verdekt opgesteld achter de vangrail. Spanjaarden bleken toch niet zo van het lifters meenemen te zijn. Zelfs niet als het ging om Noord-Europese jongedames.

Dankzij de Reis- en Kredietbrief van de ANWB waren we in staat om een taxi te bellen en vooral te betalen. De chauffeur bracht ons naar het Centraal Station in Barcelona. Treinen en bussen vervoerden ons vervolgens naar de Provence. Daar bewoonden mijn ouders destijds een pensionado-huisje. Hoofdschuddend over onze onverantwoordelijke avonturen trakteerden zij ons op copieuze maaltijden. Na een week verwennerij gaven zij ons een lift naar het station in Nice. We namen de internationale trein naar het noorden en betaalden ons nog maanden nadien blauw aan aflossing van onze reis- en kredietschulden.

Coos op Reis, cairns en het echte verhaal

DE BALKAN, CAIRNS ÉN HET ECHTE VERHAAL, VOLGENS HENK

Het is dinsdag 4 juni. (Toen Coos dit schreef dus… We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, momenteel vanuit de Balkan). Wie veel reist, kan veel verhalen, is een mooi spreekwoord. Maar ja, ik reis momenteel niet. Dus weinig te verhalen? Mwah…

“Ik leg hiero in het zand streeploos bruin te bakkuh en te braaie en een beetje te nixen, te lezen, te zwemmen en lekkere dingen te eten.” Heerlijk! En ik kan trouwens heeel goed lui zijn… Ik zou hier zo maar een week kunnen blijven. Of twee. Als ik maar rijk genoeg was.

CAIRNS

Cairns zijn steenmannetjes: op elkaar gestapelde natuurstenen. Per cultuur hebben ze een andere functie en betekenis. Het stapelen vraagt vaardigheid en geduld en werkt therapeutisch.

Zo links en rechts zie ik op de camping deze natuurmannetjes staan. Vast een enthousiasteling die overal zijn ‘tag’ zet, denk ik. Net als graffiti-artiesten. Of een reu, die overal tegenaan pist. Of een BMW-rijder met zijn BMW-pak, zijn BMW-helm, zijn BMW-laarzen en zijn BMW-shirt.

Gistermorgen ging ik op het strand rechtsaf, dus nu ga ik naar links. Een beetje variatie en wellicht is daar ietsje meer lebensraum. Met mijn 1,95 meter heb ik nu eenmaal een enorme spanwijdte.

En daar vind ik de artiest! Tot aan zijn knieën in het water staat hij zijn stenen te zoeken, te selecteren op grootte en gewicht, het evenwicht te bepalen en buitengewoon voorzichtig zijn steenmannetjes op te bouwen.

En als ik mijn iPhone voor een foto pak, dan stapt hij geduldig even opzij. Hij is er hele dagen mee bezig, vertelt hij. Hij vindt het gewoon leuk en ontspannend om te doen. Leuk, hè?

Tja, verder heb ik vandaag geen pleisters geplakt of chagrijnige wijven ontmoet of zo….

Maar … voor degenen die gisteren de reactie van mijn motorvriend Henk misten, heb ik een dessert. Ik herhaal zijn bericht. Zijn zienswijs mag persé niet op mijn podium ontbreken…

HET ECHTE VERHAAL, volgens motorvriend Henk:

Beste Coos, dit gedeelte uit je verslag miste ik gisteren. Waarschijnlijk is het per ongeluk verwijderd bij het ter perse gaan van je bericht. Maar gelukkig heb ik het nog kunnen redden…

De eerste dag in het kamp ontkleed ik mezelf en begin ik, weliswaar nog wat onwennig, rond te wandelen.

De eerste persoon die ik tegenkom is een uiterst mooie, rondborstige blondine. Het gevolg was direct duidelijk te zien aan het enige mannelijke lichaamsdeel dat nooit liegt: er volgde onmiddellijk een erectie. De blondine merkt de erectie op en zegt: “Meneer, u heeft mij geroepen?”. Ik schrik me het lazarus. “Nee, absoluut niet, wat bedoel je?”. De blondine zegt: ‘Oh, u moet nieuw zijn hier. Ik zal het uitleggen. Het is één van de regels hier dat als u een erectie krijgt, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Glimlachend neemt ze me mee naar de zijkant van het kiezelstrand, legt haar handdoek neer en laat me mijn lusten botvieren.

Maar de verkenningstocht is nog niet over. Wanneer ik ga zitten, moet ik plots een scheet laten en binnen een paar minuten komt er een enorme grote, nogal gore, harige gozer naar me toe. “U had mij geroepen? ‘, vraagt deze. “Neen, neen, wat bedoel je?”’, vraag ik. “Oh, u zult nieuw zijn hier”, zegt de man. “Het is hier één van de regels dat als je een scheet laat, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Ik weet niet wat me overkomt, hij pakt me vast en draait me om en begint zijn lusten op me bot te vieren.

Ik waggel uiteindelijk terug naar het kantoor van het nudistenkamp en word begroet door een glimlachende, naakte receptioniste. “Kan ik u helpen, mijnheer?”, vraagt ze beleefd. Ik roep: “Hier is mijn kaart, hier zijn mijn sleutels van de caravan en hou mijn 500 euro verblijfsbijdrage maar. ‘Ik vertrek meteen”.

“Maar mijnheer”, antwoordt ze, “U bent hier nog maar een paar uur en u heeft nog niet eens al onze faciliteiten bekeken”.

“Luister”, zeg ik, “ik ben 69 jaar, ik krijg nog ongeveer één keer per maand een erectie, maar ik moet wél minstens 15 keer per dag een scheet laten!”.

Fijne avond, mannen!

Met de groeten van motorvriend Henk van Rookhuijzen

 

Beperkte levensruimte vandaag, maar nog voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”, ga dan naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: het chagrijn van de kampwinkel

DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL

We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:


Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.

Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.

De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…

Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.

Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.

Nou, mooi wat geleerd?

Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.

Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…

Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.

Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!

Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!

Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.

DE KAMPWINKEL

Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.

De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.

Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.

Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.

En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.

En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.

Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…

Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…

Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!

 

O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf:

Coos op reis, vanuit de Balkan: Sorry pa!

DE BALKAN – MET DE BUS NAAR TRIËST 

We lezen verder in onze vervolgserie “Coos op Reis”, waarin Coos van der Spek ons meeneemt door de Balkan landen.

Het is inmiddels donderdag 30 mei. Mijn BMW en ik hebben heerlijk geslapen. Zij dichies bij mij en droog onder de luifel op het piepkleine terras van de caravan en ik lekker warm onder het dekbed in mijn grote tweepersoonsbed.

Op deze camping staan geen mensen met een arbeidsethos, maar louter vrolijke en opgeruimde vakantiegangers. Hun levensritme benadert meer het mijne. Hier in de vroegte geen slaande deuren en stampende voeten op oude houten vloeren van schoenen van de …. nee, ik zou dat rare woord niet meer schrijven. Ik zal er over op houden. Denk ik.

Oh, nee. Nog ff niet. Ik word wakker. Het is 05:30 uur. Er loopt een enorme vogel met grote blote poten over mijn plastieken dak. Hij maakt ruzie met een andere vogel en eet gelijk iets hards op. Dat slaat hij eerst even stuk tegen mijn schoorsteen. Rakker! Ik ga gelijk maar plassen en zie dat het licht is. Verrèk…, dat wist ik helemaal niet. Het is zó vroeg al licht? Is dat altijd zo geweest?

Het is bewolkt en 15 graden. En droog. Hoera! Vandaag laat ik de motor staan en ga met de bus naar Triëst. Goretex-wandelschoenen aan. Tuurlijk heb ik die bij mij. En mijn sandalen. En vier paar handschoenen trouwens. Die ik overigens al allemaal aan had. Tja, ik moet die grote koffers en die gladde grijze zak ergens mee vullen. Ik kan daar moeilijk leeg mee gaan rijden. Mijn zak en ik horen immers bij elkaar…

Ik loop de poort van de camping uit en loop zo tegen Pekarna Slascicarna Pannetería-pastíccería aan. Heb jij ook geen idee wat het is? Nou, ik ook niet, maar het ruikt naar lekkere broodjes. En koffie. Met een keurig blauw flesje jus d’orange. Hé, je kan niet alles hebben. Geen verse jus, het is hier geen Spanje. En het moet hier een beetje een avontuur blijven. Whoehaaaa! Enfin, een lekker broodje dus. Ik heb ook altijd geluk.

Behalve met de bus. Daar heb ik pech mee. Die vertrekt pas over een uur. En ik mis in Koper straks mijn aansluiting. Wéér een uur. Ach, kan ik lekker lang over mijn broodje doen en vast hier een beetje rondkijken. Ik heb de tijd. Tot aan mijn dood in 2070. Want zó oud ga ik worden. Ik moet nog heel veel beleven. Zeker met die flesjes jus d’orange.

Ik koop een buskaartje. De chauffeur noemt de prijs. Ik heb geen idee wat hij zegt, dus geef hem 50 euro. Kost een enkeltje 80 cent. Ik pis in mijn broek. Wat een lullo ben ik toch, hè? Voor 50 euro koop je hier een hele bus. Krijg je de chauffeur er bij.

De bus heeft gedeeltelijk een houten stuur. Prachtig. Ik ben gelijk verliefd. Ik wil ook een bus.

Het doet mij aan onze Kever uit 1975 denken. Daar was ik ook verliefd op. Een witte. Hij had van die grote Amerikaanse achterlichten. In onze Kever zat een gehéél houten stuur. Een piepkleintje. Die Kevers waren zo windgevoelig als wat, dus als het waaide ging ik met mijn handen op stand ‘half één’ aan het stuur over de Van Brienenoordbrug. Wacht, anders geloven jullie mij niet. Ik heb nog een oude foto. Eentje met Janny en Danielle d’r op. Ach, ze hebben toch geen Feestboek…

Mijn vader vond zo’n Kevertje maar niks. Die vond toen al dat zijn zoon in een dikke BMW of Mercedes moest rijden. Ik ben nooit verder dan Passats gekomen. Sorry, pa…

TRIËSTE.

Inmiddels is het 18 graden. Wel zwaar bewolkt. En nog steeds droog. Triëst is een echte Italiaanse stad. Het is groot, mooi en statig. Net als de vrouwen. Die zijn statig en slank en prachtig gekleed. De stad heeft een oud centrum, veel terrasjes en veel winkels. Triëst heeft een echt Canal Grande, van wel 200 meter lang… En een soort Ramblas op de Viale Venti Settembre. En Klein Berlijn: een stokoude gevangenis. Die is helaas gesloten. En uiteraard veel prachtige gebouwen en monumentale gevels. Italië is geweldig. Ik hou van Italië! Meer dan Spanje en meer dan Frankrijk. Heerlijk en gezond eten. Italië hééft het!

Ik navigeer op een bankje via mijn telefoon naar een kathedraal. Ik heb gelijk aanspraak met een grote zwarte hond. Hij is aan de achterzijde voor een groot deel verlamd, vertelt haar bazin. Aangereden door een grote motorfiets, zegt ze plotseling fel. Wat erg, antwoord ik. Ik ben hier met de bus naar toegekomen, meesmuil ik en hoor een haan driemaal in de verte kraaien…

Om 14:00 uur is het ineens lekker weer. De kouwe wind is weg en de bewolking dunner. Ik zie zelfs een waterig zonnetje.

In een kerk kan ik voor twee euro water van Benedetta kopen. Dat water is door een priester gewijd en kun je gebruiken voor een symbolische reiniging. Ik zondig nooit, volgens de kranten veel priesters wel trouwens, dus heb ik helemaal niks aan dat water. Ik laat de flesjes staan.

Een stukje verderop tref ik, in een oude tuin van een museum, oude Romeinse resten aan. Er liggen zelfs ouwe stenen gewoon op een bergje opgestapeld. Het water loopt in mijn mond. Zou ik er eentje mee mogen nemen? En zal ik dan alsnog ff zo’n flesje water van Benedetta gaan kopen? Voor de zekerheid?

Ik pak om 19:00 uur de bus van Triëst naar Koper. Mis net mijn tweede bus naar Ankaran. Fijn dat ze ff op elkaar wachten. Maar dan neem ik maar voor zes euro een taxi. Niet in mijn vaders Mercedes, maar in een Dacia. Ja, hoor, heb ik weer. Sorry pa.

De taxichauffeur en ik maken gezellig een praatje. Hij komt uit Bosnië en is Christen. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Maar woont en werkt nu heel gelukkig in Slovenië. Er was geen werk waar hij geboren is. Zijn vader werkte in de jaren zeventig bij Shell in Pernis / Rotterdam. Als ik hem vertel dat ik hier met de motor ben, toont hij mij op vier plaatsen in zijn lichaam stalen pennen van een eerder motorongeval. En bedankt voor de gezelligheid en de goede vooruitzichten, hè? Ik geef hem maar een royale fooi.

Ik vond vanmorgen hier een restaurant annex bierbrouwerij: Ristorante Mangal ad Ancarano. Piepklein en zonder toeristen. Top! De eigenaresse wil met mij mee op reis. Effe aan Janny gevraagd. NOGO…. Ook stom om zoiets te vragen.

Toffe dag. Heerlijk 13 kilometer gewandeld. Lekker relaxed. Effe geen gehoorbescherming in mijn oren.

Net zoiets als geen tampon in hebben. Stel ik mij maar zo voor, hoor…

Morgen weer verder. Ik vertrek naar Pula. Langs de kust. Kort ritje. Maar daar is het beter weer. Voorlopig heb ik ff geen zin in regen. Ik wil factor 50 en de zon!

Lekker kort verhaal vandaag. Mijn vrienden klagen. Ik zal mijn leven beteren.

Nog wat van The Catch of the Day kijken?

Coos op Reis, elke dag nasi is ook niet lekker

COOS SCHRIJFT ONS VANUIT DE BALKAN – TRIËST

Met al die duizenden lezers hier op de website en sociale media, is elke dag de druk om te presteren gigantisch hoog. Mijn serie CoosOpReis wordt super gelezen, dus ik blijf gas geven uiteraard. Hapklare teksten en kekke foto’s. Daar gaat het om. En precies op tijd.

Net als de krant. Die moet ruim vóór zevenen ‘s morgens op de mat liggen. En de stukken moeten vermakelijk zijn. En informatief. En verrassend. En blijven boeien. En niet te kort. En niet te lang. Oei, dat laatste is wat lastig voor mij. Pffff…

Maar … exact vanmorgen om 06:00 uur bedenkt het brein in mijn geschoren hoofd bovenstaande regels als eerste voor vandaag. Want precies op dat tijdstip laat de matineuze (ok, ik zal het nu niet meer doen…) pater zijn klokken in de kerktoren beieren. Hard! Niet normaal. Aan het werk, aan het werk, schreeuwen die klokken. Ik zit gelijk rechtop in mijn bed. Idiote blote poten paters, dat zijn het.

Om 08:00 uur is het zwaarbewolkt. En het regent behoorlijk. Gatver. Nog een natte dag.

Mijn motor sliep in de zelfventilerende hotelgarage. Met lichte tegenzin hing ik gisteravond mijn zeiknatte kleding en handschoenen in het Trockenraum van het hotel. Ik heb nou eenmaal alles graag bij mij. Ja, ik ben een tikkeltje autistisch. Ik weet het. De hotelier keek gisteren naar mijn regenpak en vertelde zo sip dat het fraaie houten parket  al 200 jaar in het oude hotel ligt… Dat gaf voor mij de doorslag. Ik haal de motor en al mijn regenspullen op. Het is super. Echt. Alles is kurkdroog. Ik ben om.

Het hotel is prima. En de familie is erg vriendelijk. Precies zoals het hoort.

En de kamer heeft een fijne en moderne douche. Ik reken 75 euro (!) af, inclusief ontbijt, diner en drankjes. Het kan allemaal best.

Is er dan vandaag helemaal niks te zeiken, Coos? Weet je dat zeker?

Uh … jawel. Er mag daar binnen gerookt worden. Op veel plaatsen in Oostenrijk overigens. Als enige land in de EU. Ik ben zelf een kind van de jaren vijftig. Opgegroeid met een rokende vader en vanaf mijn middelbare schooltijd ook shaggies gepaft. Iedereen deed dat in die tijd. Tijdens een jarenlange avondstudie, die ik in de jaren tachtig volgde, ben ik met roken gestopt. Ik dacht: dan heb ik straks eindelijk mijn diploma en ga ik vervolgens dood aan longkanker; das zonde van de tijd. Sindsdien heb ik niks meer met roken. Ik vind het vies. En zeer zeker binnen. Ik zet daarom dit land voorlopig op mijn blacklist. Totdat het is opgelost. En verder wemelt het daar van de flitscamera’s en borden met maximum snelheden… Dat moedigt mij ook niet zo aan.

Opmerking: inmiddels heeft Oostenrijk ook de wet aangepast en mag je binnen niet meer roken.  Nou die snelheidscamera’s nog weg.

Ik bepak mijn ezel en vertrek. Al rap bestijg ik de Plockenpass. Saillant detail: ze verstoppen op deze pas de haarspeldbochten in de donkere tunnels. En dat is een heel raar gevoel. Ik los mijn desoriëntatie op door steeds net op tijd vlot mijn vizier omhoog te swipen. We stijgen tot circa 1400 meter. Het is 6 graden en nat. Echt een zomervakantie, jôh…

Mijn BMW en ik rijden Italië in. Gelijk verandert de structuur van het asfalt. Niet meer van die gitzwarte glimmende platen. Dit is ruwer, stroever. Zoals het verschil tussen een zijden blouse van een dame en een nieuwe spijkerbroek van een man. Zoiets. Het geeft direct meer vertrouwen en ik ben gelijk weer lekker aan het sturen. Italië is fantastisch.

Rond 11:30 uur is het droog. Een uur later regent het weer. En zo wisselt het de hele dag. Het goede nieuws is dat alle watervallen op ‘aan’ staan. Het water gutst de bergen af. Ik ben dol op watervallen en vind het elke keer prachtig om te zien. Ik stop bij elke waterval.

Dan denderen we Slovenië in. Uh …. het asfalt is hier meestal Kwalitatief Uiterst Twijfelachtig… Ik doe het wat rustiger aan.

Van de Slovenische taal snap ik helemaal niks. Het is een Slavische taal.  Ze spreken soms wat Duits en soms wat Engels. Maar … ik snap de plaatjes. Zie foto. Welja jôh, jij ken die shit, ouwe!, zou mijn Danielle zeggen, die overigens cum laude is afgestudeerd in Letteren aan de Universiteit in Utrecht.

Slovenië is ruiger, steiler en woester. Het is veel meer echte, ruige natuur. Ik vind het mooi.

Ergens in de hoogte en in de Sloveense kou scoor ik een warm broodje met tomaat en mozzarella. En een warme choco, die meer naar melk smaakt. Ach, wat maakt het uit.

TRIËSTE

Ik rijd door Triëste. Dat is een grote Italiaanse stad aan de Adriatische Zee. Vlakbij de grens van Slovenië. Het is een magische stad voor mij. Ik weet niet waarom. Morgen ga ik er met de bus heen en daar lekker wandelen.

Voor nu heb ik een stacaravan op een Sloveense camping gevonden op 50 meter van de Middellandse Zee. Ik blijf hier twee nachten. Voor ruim € 170,-. Gekkenhuis. Maar goed, even iets anders, even geen motorrijden. Het is net zoiets als elke dag nasi eten. Dan is dat ook niet meer lekker…

THE CATCH OF THE DAY

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch of the day. Veel plezier. Welterusten.

Ton Eppenhof over passie voor Royal Enfield

Onze motorcolumnist Ton Eppenhof schreef ons eerder over zijn zoektocht naar zijn Royal Enfield en bijbehorende accessoires.

Soms mijmert hij wat hardop, en wij vroegen hem of hij deze herinneringen dan aan ons wilde schrijven, enfin, lees mee:

Ton Eppenhof, jaren terug, sleutelend in zijn achtertuin

“Er was eens een leerling monteur die werkte bij een Mercedes en Honda dealer. Ik ga terug naar de jaren 70. Om precies te zijn 1975 en het was mijn eerste baan, al kreeg ik er niet voor betaald in het begin. Het ging slecht in de garages en een leerling monteur kon amper een betaalde baan vinden . De eis om de cursus te kunnen blijven doen was dat je wel een baan had en die baan kreeg ik bij de Mercedes en Honda dealer. Ik had weinig met Mercedes in die tijd al waren ze toen eigenlijk veel meer bijzonder dan nu. Ik kreeg steeds meer belangstelling voor Honda omdat het merk echt in de lift zat. De S800 zag ik nog amper maar de Civic werd zo goed verkocht en elk jaar werd die auto weer wat beter. Dat was nodig ook. Ik had vaak medelijden met de kopers van de Honda Civic. Maar Honda groeide verder en werd uiteindelijk net zo betrouwbaar als een Toyota.

Ik mocht toen met een collega op cursus naar Ridderkerk en onze cursusleider was Frans Visbach, nestor en erelid van de Sparta Motorclub. Al snel kwam ik er achter dat Frans echt een passie voor motoren had. Hij had niet alleen de passie maar ook de kennis om alles te maken wat in zijn handen terecht kwam. Zelfs op late leeftijd reed hij nog met zijn vrouw op zijn Honda CB400F als ik het mij goed herinner. Frans overleed overigens in 2016 op 98-jarige leeftijd.

Ik haalde Frans regelmatig uit zijn concentratie tijdens onze auto cursussen en begon telkens weer over motoren met hem. Ik vond dat Honda Ridderkerk met Frans echt een geweldige man binnen gehaald had. Wat een passie voor motoren had die man. En hoe belangrijk is het voor een merk om een man met zo’n passie in je bedrijf aan te nemen. Frans kon ons overtuigen dat er voor bijna alle fouten een oplossing zou komen met de tijd. Die passie deed me geloven in het merk. Ik heb in al die jaren daarna maar weinig mensen ontmoet die die passie en kennis hadden. Als je echt iets hebt met een merk voelt het werk niet eens aan als werk vaak. Okay op het eind van de dag ben je moe maar genieten van je passie voor het werk moet net zo belangrijk zijn als geld verdienen.

Ik heb natuurlijk sinds die tijd veel motorfietsen gehad en aangezien mijn oudste broer ooit een Enfield Bullet had, besloot ik om ook eens een gebruikte Bullet te kopen. Niet omdat die motor kwalitatief zo geweldig was. Die motor had een mooi kloppend hart. Een blok dat bij een enorm laag toerental nog lekker rond draaide. Het geluid wat veel Britse één cilinders hadden.

Helaas deed de importeur in die tijd niet veel moeite om Enfield ‘s te verkopen. Ja het was mogelijk maar ik voelde de passie niet echt. Misschien was er die passie wel ooit maar voor mij ontbrak er veel aan. Mijn enthousiasme voor de Bullet werd wel op de proef gesteld omdat je moest blijven sleutelen en ik wilde toch ook graag wel een eind rijden. Uiteindelijk gingen onze wegen uit elkaar en ik kocht een BMW F650Strada . Eigenlijk was er weinig BMW te vinden aan deze motor. Met een super motorblok van Rotax. Tussendoor had ik nog wat meer motoren natuurlijk en uiteindelijk kwam ik weer terug bij BMW. Ik had nooit gedacht dat ik afscheid kon nemen van de BMW.

Maar waarom viel ik dan uiteindelijk vorig jaar op die Royal Enfield terwijl het zo’n probleem motor was in het verleden. Enfield mocht uiteindelijk de naam Royal Enfield weer gebruiken. De kwaliteit van nu is niet te vergelijken met de oude Bullet. Wat wel te vergelijken is, dat is dat mooie kloppende hart.

En dan kom ik eens terug op die passie. Ikzoekeenmotor is een website die nog maar enkele jaren bestaat, maar ze gooien zoveel passie voor motoren in deze website! Ze hadden contacten met diverse RE dealers, en publiceerden regelmatig verhalen over de mooie Interceptor.

Ik dacht even terug aan mijn oude Bullet en dacht die fout maak ik niet weer. Ik zei toen meteen tegen mijzelf: begin er niet aan je krijgt er spijt van. Maar toch, de nieuwsgierig was aangewakkerd en ik ging me verdiepen in de RE Interceptor en de Himalayan. De goede punten en de minder goede punten. Hoe meer ik las, hoe meer zin ik kreeg en hoe vaker ik bij de dealers binnen liep. Bij sommige RE dealers was er die passie voor het merk in mijn ogen niet maar bij andere duidelijk wel. John had de naam Gebroeders van Doorn in Ammerzoden al meerdere keren vermeld en ik wist niet eens dat we Royal Enfield dealers hadden in Nederland. We hadden er zelfs meerdere en Axel’s Bike Shop was ver weg maar toch zocht ik daar ook contact mee. Hier waren plotseling twee enthousiaste dealers.

Ik ging toch eerst bij van Doorn langs in Ammerzoden. Eerst dacht ik wat een klein bedrijfje totdat ik die trap op ging. Ik was aangenaam verrast. Wat een mooie showroom en winkel. Ook de werkplaats was geweldig. Ik droomde helemaal weg en na de proefrit was ik eigenlijk al verkocht toen ik de startknop indrukte. Het was bijna liefde op het eerste gezicht. Dat geluid alleen al. Al de eventuele foutjes zou ik gewoon zo vergeten. Sjaak vertelde mij wie de nieuwe importeur was en ik had nooit eerder van Motomondo gehoord. Als motorliefhebber had ik toch eigenlijk moeten weten dat we een nieuwe importeur hadden. En dat we nu een mooi dealer netwerk hebben. Nu moest ik bij de dealer horen dat we een Royal Enfield importeur hadden. Daar ben ik blij mee hoor. Sjaak gaf me veel informatie en ik had bijna de motor daar meteen gekocht na de proefrit. Lekker dichtbij voor mij. Echter, ik had Axels bike shop beloofd tijdens de zomervakantie dat ik na de vakantie eerst bij hem zou langskomen omdat ik van hem als eerste een bod kreeg op mijn motor. Ook bij Axels bike shop kwam ik diezelfde passie tegen voor het merk en toen ik daar die mooie Sunset strip Interceptor zag staan. was ik verkocht.

Binnen een paar weken stond die prachtige Royal Enfield Interceptor bij mij thuis. Beide dealers hebben een geweldige indruk achter gelaten bij mij. Ik zal bij allebei nog regelmatig spulletjes voor mijn motor bestellen. Ga bij deze heren kopen mensen, want ja, ze zijn er nog mensen met echte passie voor motoren.

Wat nu echter wel blijkt uit dit alles dat ik zonder de site Ikzoekeenmotor.nl en hun facebook groep Passie voor motoren nooit had geweten dat we Royal Enfield dealers hebben en een importeur die Motomondo heet. Toevallig werd ik vandaag gebeld door Motomondo (met wat goed nieuws over een vraag) en dus alvast bedankt voor de aangeboden oplossing. Ik heb vertrouwen in mijn Royal Enfield Interceptor en eigenlijk moet ik de redactie van deze website bedanken want zonder zijn site had ik nooit in contact gekomen met al deze mensen en dan had ik nu deze RE niet gehad.

Mijn tip is dus ga vooral een keer proefrijden op een Royal Enfield en je zal niet teleurgesteld zijn. Nou lijk ik verdorie wel een verkoper dat was nou ook weer niet de bedoeling.”