Categorie archieven: Gastcolumns & blogs

Tobias bereidt zich voor op de zwaarste motorrit van zijn leven

In 18 maanden tijd bereidt Tobias zich samen met zijn Suzuki DR-Z4S voor op de ultieme test van mens en machine: de Baja 1000. Waarom? Om te ontdekken of moderne dualsports nog steeds het Dakar-dna hebben. In overleg met Suzuki Motoren mogen we dit artikel met jullie delen op Ikzoekeenmotor.nl.

Screenshot van de website van Suzuki Motoren

Lees het Suzuki Avontuur van Tobias:

In de Baja 1000 heb je 48 uur om 1000 mijl (1600 kilometer) aan ongetemde woestijn te trotseren, terwijl de trophy trucks je met 200 km/u om de oren vliegen. De gedachte alleen al doet ervaren rallyrijders duizelen, laat staan een leek als ik.

Hoe train je voor zoiets? En dan ook nog in Nederland, waar dergelijke wilde natuur in de verste verte niet te bekennen is. Het eerlijke antwoord is dat ik geen flauw idee heb, maar met wat Nederlands pragmatisme komen we hopelijk een heel eind.

Ik heb geleerd dat je een groot project het beste in behapbare brokken kunt opdelen. Voor de Baja 1000 ziet dat er zo uit:

  • je rijdt honderden kilometers door mul zand en de beruchte ‘silt beds’, een sliblaag van zand zo fijn dat het op bloem lijkt;
  • je kruist opgedroogde rivierbeddingen vol keien in voetbalformaat;
  • je slingert urenlang over verraderlijke singletracks die worden omzoomd door cactussen met keiharde, vlijmscherpe stekels;
  • je rijdt twee nachten door het pikkedonker met niets anders dan je motorverlichting en een hoofdlamp om de weg te vinden;
  • je deelt de route met twee- tot driehonderd andere voertuigen, soms schouder aan schouder, die allemaal zo snel mogelijk de finish willen halen;
  • je ziet de helft van de tijd geen hand voor ogen door het opwaaiende stof;
  • en als kers op de taart beginnen solorijders na 20 tot 24 uur te hallucineren als gevolg van slaapdeprivatie.

De individuele brokken klinken niet minder intimiderend, maar het zijn tenminste concrete dingen die je kunt oefenen.

Motortraining

Zonder goede basis komen we nergens, dus first things first. Gedurende deze eerste 12 weken richt ik me met name op het leren rijden in zand, het wennen aan lange ritten en het opbouwen van een goede fysieke conditie. Woestijn is in Nederland niet te vinden, maar wat wij wél veel hebben zijn crossbanen, inclusief een paar hele zanderige. Jeffrey Herlings staat in de motorcross niet voor niets bekend als de Koning van het Zand.

Een Nederlandse woestijnracer raadde me de banen in Berghem, Boekel, Budel, Nunspeet en Lommel aan. Die zijn het zwaarst en moeilijkst, zei hij in iets minder beschaafde krachttermen. De komende 16 maanden zal ik daarom wekelijks op deze banen te vinden zijn.

Zestien maanden klinkt lang, maar als je het trainingsschema uitschrijft, wordt duidelijk hoe snel de tijd voorbij vliegt. Alles in mijn training is daarom gericht op snelle progressie en een stevige opbouw. Na 12 weken is het doel om vier moto’s van 40 minuten te kunnen rijden. Ter vergelijking: dat is meer dan het dubbele van wat er in officiële MXGP-races wordt gereden.

De motorcrosstraining wordt aangevuld met wekelijkse trailritten. Ook die ritten bouwen snel in duur op: van 3 à 4 uur in de eerste vier weken tot 8 à 9 uur na week 12. Het doel tijdens deze ritten is om een gemiddelde snelheid van 40 km/u vast te houden. Dat klinkt langzaam, maar dit is inclusief alle technische passages, pauzes en pitstops. Als ik die snelheid tijdens de Baja 1000 weet vast te houden, zou ik er precies 40 uur over doen. A man can dream…

Belangrijk tijdens deze trailritten is om de stilstand zo veel mogelijk te beperken. Dat betekent slim gebruikmaken van het terrein en dingen als eten, drinken en actief herstel zo veel mogelijk op de motor doen.

Fysieke training

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de Baja 1000 boven alles een uitputtingsslag is. Ja, het terrein is pittig, maar de grootste strijd voer je tegen je lichaam en de vermoeidheid. Tijdens een van mijn late-night researchsessies stuitte ik op deze post op het forum ThumperTalk:

“Personally I’m good for racing 500 miles, or 11 or so hours on the bike. After that I start to forget where I’m at and what I’m doing. Then I slowly begin to fade. Then fatigue sets in. And then I wished I never rode motorcycles in the first place. I’m blown away by the guys who Ironman Baja. They are sick individuals who love pain. After hundreds of miles on a dirtbike, racing at high speeds is truly, very difficult. The miles just don’t go by very fast. You try not to look at mile markers, because it’s just a reminder of how much farther you have to go. What torture.”
— Dan Lorenze

De enige manier om die vermoeidheid tegen te gaan, is door fysiek én mentaal in topconditie te zijn. Fitness is nooit mijn hobby geweest en ik heb geen idee hoe je je brein traint om te floreren in tegenspoed. Daarom heb ik de hulp ingeschakeld van de meest actieklare mannen ter wereld: de Special Forces.

Voor dit project werk ik samen met Unbreakable Academy, dat zich specialiseert in weerbaarheidstrainingen en wordt geleid door Nederlands best getrainde teamleider van de Special Forces en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden, Sander Aarts (bekend van het Videoland-programma Special Forces VIP).

Middels trainingsprogramma’s en coachingsessies gaan Sander en zijn team mij leren het maximale uit mezelf te halen en door te zetten wanneer mijn lichaam niets liever wil dan opgeven. Voordat ik aan die trainingen kan beginnen, moet ik eerst ‘basisfit’ worden. Natuurlijk is wat de Special Forces basisfit noemen, helemaal niet zo ‘basis’.

Wil je weten wat het inhoudt? De eerste officiële aflevering van The Dualsport Experiment kun je hier bekijken:

Van Cafayate naar San Pedro de Atacama op de motor

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Cafayate to San Pedro de Atacama (januari 2026)

Tussen december 2025 en maart 2026 reden we op onze Suzuki V-Strom Motoren 22.000km door Chili, Argentinië en Peru.

Vanaf Cafayate reden we een eind naar het noorden en doorkruisten de Andes richting San Pedro de Atacama.

Gisteren reden we in een druilerige, regenachtige dag naar Monteros. Een klein stadje ten zuiden van Tucumán. Het hotel, Las Hortensias, vroeg, omgerekend €72 voor de kamer. Op Booking stond hij voor €45. De man van de receptie zei dat hij er niets aan kon doen. Meestal is de prijs hetzelfde of lager als je direct bij het hotel boekt. Nu boekte ik dan maar via Booking. De kamer was overigens uitstekend en in de parkeergarage onder het hotel stonden de motoren veilig en droog. Het heeft ontzettend veel en hard geregend in deze regio waardoor er veel modder op de weg ligt.

We zagen het zelfs op het nieuws en in de kranten op de voorpagina staan. De weg van Monteros door de bergen naar de Ruta 40 ten zuiden van Cafayate is prachtig, maar de eerste 80km reden we weer in de regen. Eenmaal boven de wolken scheen de zon. Op de pas El Infiernillo rij je op 3042m hoogte. Boven op de pas liepen veel Lama’s en Alpaca’s. Dia kocht er twee paar sokken van Lama wol. Eenmaal op de Ruta 40 weer beneden in het dal stroomde het vele water aan weerskanten met de weg mee. Op sommige plaatsen zijn er, wat ze in de UK ‘fords’ noemen, waar de weg lager ligt, zodat het water weg kan stromen. Maar daar moet je dan wel door de modderstromen rijden.

Tegen de middag kwamen we aan in Cafayate. Op de bergpas was het 13°C en het stadje was het 25°C, met het regenpak nog aan, pfff. Cafayate is een toeristisch dorpje met een park/plaza in het midden waaromheen talloze restaurantjes zijn gevestigd. We vonden een hotel (Plaza) vlak naast deze plaza. Gelukkig weer een ruime kamer voor €39 per nacht. We blijven hier twee nachten.

Van Cafayate naar Salta loopt de Ruta 68. Een prachtige weg door de bergen. Cafayate ligt op 1680m, Salta op 1152m De uitzichten en de bergen zijn schitterend. De RN68 is zonder meer een van de mooiste wegen van het noorden van Argentinië. Vooral vanuit Salta worden de toeristen met busladingen daarheen gereden om te genieten van de bijzondere plekken langs de weg. Zoals de Garganta del Diablo, the Devil’s Throat, een kloof met steile wanden.

Er lag nog veel modder op sommige plekken van de regen van de afgelopen dagen, maar gelukkig is het nu droog en lijkt het ook wel even zo te blijven. Salta is een grotere stad, met 450k inwoners, gesticht in 1582. Het is levendig met veel activiteiten. We streken er neer in Hotel de la Linda. Het hotel is prima, maar er is geen parkeerplaats voor de motoren. Die staan daarom in een parkeergarage ernaast voor, omgerekend €9 per dag per motor.

Na het avondeten liepen we het centrum nog eens rond, we hadden gezien dat er een band op zou treden en genoten van de muziek en de levendigheid. De bevolking deed volop mee met de volksdansen. Het concert werd door de gemeente georganiseerd trouwens.

Er zijn hier diverse, zeer grote, kerken. We liepen er bij enkele naar binnen. Overigens blijven we hier nog een dag en gaan dan door naar Susques, richting San Pedro de Atacama. Susques ligt op 3900m.

We reden vanaf Salta richting Susques. Het ging meteen al mis met de route en dat leidde tot een flinke omweg. De navigatie had er geen zin in vandaag m. Uiteindelijk zaten we op de juiste route en na een paar uur, gaf de navigatie dat Ruta 51 afgesloten was en suggereerde het apparaat dat we een omweg van 190 km moesten nemen. We vroegen het na aan een agent en een paar motorrijders die van de andere kant kwamen. De meningen waren verdeeld.

Uiteindelijk besloten we de omweg toch maar te nemen. Een dorpje verderop was geschikt voor een tankstop. Daar meldde de navigatie dat de 51 weer open was, dus besloten we de 20km naar de afslag terug te rijden. Zodoende reden we de prachtige route langs enorme bergen, tot op een hoogte van 3800m. Susques ligt op 3600. Het is nog 120km naar de grens met Chili. De weg loopt over de Paso de Jama, tot op een hoogte van 4800m. En inmiddels weten we dat de pas gesloten is bij de grens vanwege sneeuwval aan de Chileense zijde. Dat blijft in ieder geval tot maandag zo.

Gelukkig hebben we een kamer in hotel Pastos Chicos en die hebben we meteen tot maandag gereserveerd. Het hotel ligt in de bergen en er is hier verder niets. Zodra we aankwamen begon het te regenen en te bliksemen. Er is een kans dat de grens maandag open is, maar zeker is dat niet en de weersverwachting is dat het dinsdag weer slechter wordt. Maandag gaan we onze opties bekijken, want hier in de buurt is er geen alternatief. Dus dan moeten we terug naar het zuiden en kijken waar we de Andes over kunnen steken.

Na het karige ontbijt reden we net na 09:00 weg uit Susques, richting de grens bij de Paso de Jama. Alle andere gasten waren al vertrokken. De grens is op 90km en dan is het nog een flinke rit richting San Pedro de Atacama. Voor de grens stond een paar kilometer file van vrachtwagens. De auto’s en motoren kunnen daar langs rijden en de motoren zelfs tot vooraan. Er stonden ongeveer 70 auto’s. De grens zou om 13:00 opengaan, maar gelukkig begonnen ze al om 11:30 met het ‘verwerken’ van alle wachtenden. Sommigen waren hier al vanaf donderdag, de 22e. Het duurde overigens toch wel anderhalf uur voor we weer verder konden.

De grens ligt op 4200m en een aantal mensen, vooral kinderen, kregen er last van. Er viel er een flauw en er werd flink gebraakt. Vooral het staand wachten helpt niet. Na dat de formaliteiten afgehandeld waren reden we verder omhoog, tot ruim 4800m. De weg is niet echt uitdagend, maar de weidsheid van het land en de besneeuwde bergtoppen zijn indrukwekkend. Overigens was het beslist niet warm onderweg, de temperatuur zakte tot onder de 10°C. Op 4800m vloog er opeens een flamingo naast ons en met ons mee. Vliegend kom ik hem niet fotograferen, maar eenmaal geland gelukkig wel. Ook lopen er hier veel lama’s langs de weg en soms erop. Ik begon ook wat last te krijgen van de hoogte, maar gelukkig niet zo heel erg.

Aangekomen in San Pedro, gooiden we eerst de tanks weer vol en daar kwam opeens een man aanlopen, die we ontmoet hadden bij het ophalen van de motoren in Valparaiso. Zijn motor was kapot gegaan en niet te repareren. De motor was inmiddels terug gestuurd naar Valparaiso. Hij had daarom een auto gehuurd en reed nu wat rond. Gelukkig was het mooiste stuk, Patagonië, wel gelukt. Maar nu ging hij toch maar naar huis, zes weken eerder dan gepland. Zo sneu.

San Pedro is een gat, 10k inwoners, die vooral hun geld verdienen aan de toeristen. Die zijn talrijk en maken veel uitstapjes hier in de omgeving. Het ligt overigens op ruim 2500m en het is hier warm, 29°C. Morgen gaan we naar de kust en rijden dan verder naar het noorden over de Ruta 1, de kustweg.

Nog wat plaatjes en een youtube video eronder

Wil je de video bekijken van Hans?

Gezag is goed!

(Een column van Dolf Peeters)

De Autoroute du Soleil. Te heet voor de motor en zijn berijder. De vakantiestroom loopt weer noordwaarts. Massa’s gele kentekens, vut-rekken vol fietsen en caravanisten. Doorgaand vrachtverkeer. Maar de tijd om de terugweg te rijden is te kort voor de schilderachtige route over de Routes Nationaux.

De lederen broek blijft aan. Het motorblok straalt te veel warmte uit voor een korte broek. Boven de gordel: een valveilig T-shirt met de tekst “The KGB is still watching you” Pfahhh. Hebben ze zeker nog niet van de AIVD gehoord. En onze eigen Poesjkins. De ROOF boxer helm staat helemaal open. De zonnebril met holografische oogbollen houdt de meeste wind uit de ogen. Met 140 op de teller draaft de oude Moto Guzzi braaf door. Moet ook. Hij heeft bijna twee en een halve ton de tijd gehad om het te leren.

Het wordt weer tijd voor een stop. Op de Aire de Tournalet. Het is er – met excuses voor het taalgebruik – Godallejezus druk. Een miljoen Nederlandse caravanisten. Tweehonderdvijftigduizend trucks van alle nationaliteiten. Duizenden Fransen die het ook even niet meer trekken. Her en der staan motorfietsen geparkeerd. Nederlandse kinderen uit de caravantrekkers zwalken rond en zijn het levende bewijs dat hun ouders feitelijk elk recht op voortplanting ontnomen moet worden. De helm is nog niet af of een Kevin of Kjelt zit al aan het gashendel van de motor te draaien. Het kind krijgt een tik. “Opzouten kutkleuter!”. De hitte maakt korzelig.

Terwijl de brand net in de sigaar is gestoken komt er een boos ouderpaar met de Kevin of Kjelt plus een Anita of Kimberly. Of ik hun kind heb geslagen? Jazekers. “En ik sta nu op het punt om jullie af te rossen”. De familie trekt zich bescheiden terug. De vrouw gilt tegen haar man “Dat laat je je toch niet zeggen!? Lul!” Gilt tegen mij: “Asociale kanker motorrijder!”. Daar wordt vanavond weer geruzied in plaats van gevreeën. Zo komt er geen derde kind. Goed zo.

De sigaar brandt. Nicotine verdrijft vrije radicalen. Prima. Want radicalen zijn slecht. Erg slecht. Een colonne Russische vrachtwagens verlaat de Aire. Dat maakt plaats voor een stationair draaiende Portugese koel oplegger en een blauwgele combinatie van Betz met zijn twee ex oostblokchauffeurs voor de prijs van een. Een overstekende moeder met kind wordt bijna overhoop gereden door een Duitser op een KTM die op zijn achterwiel vertrekt. Er komen twee motoragenten de Aire op gereden. Op BMW’s. Ze stoppen. Zetten de motoren op de zijstandaards. Doen hun Ray Ban zonnebrillen af. Zetten hun helmen af. Doen hun zonnebrillen weer op. Twee doodkalme gespierde mannen in uniform met korte mouwen en kort geknipte haren. Ze laten hun loodzware blikken over de aire dobberen. Ze heersen.

Met hun tweeën hebben ze de totale overmacht over minstens vijfhonderd mensen. Een moeder raapt gauw een lollypapiertje van de grond. Een motorrijder loopt de volle vijf meter om zijn sandwichverpakking in de vuilnisbak te doen. In sommige landen is een agent nu eenmaal niet iemand om gekkigheid mee uit te halen.

Door de bergen van Argentinië op de motor

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Regen, bergpassen en nog meer regen

We reden vanuit Malarguë in de richting van Mendoza. Het eerste stuk, over de Ruta 40 is rechttoe, rechtaan.

We wilden niet in Mendoza verblijven, het is een grote stad, in de regio ruim een miljoen inwoners.

De stad is vermaard om zijn wijnen, de beste van Argentinië, maar helaas ook om zijn criminaliteit.

We waren er op onze vorige reis ook dus sloegen we het nu over en zo reden we naar Uspallata, in de bergen. Dat is het andere uiterste, een klein plaatsje.

We namen intrek in Hosteria Uspallata. Het is een luxueus hotel met enorme kamers, een kingsize bed en een jacuzzi op de kamer. Tegelijk zitten de stopcontacten allemaal los, de afvoer van de wastafel is niet helemaal goed aangesloten en de kraan om de jacuzzi te vullen zit naast het bad, zodat je het ding moet vullen met de douchekop.

Heerlijk zulke dingen.

Het hotel ligt vijf kilometer buiten Uspallata, dus namen we de motor om boodschappen te gaan doen en er te eten.

De volgende dag reden naar San Juan, dat is een vrij grote plaats, maar het was er uitgestorven en alles was dicht. Na veel zoeken vonden we een klein restaurantje, waar ze normaal eten serveren, maar nu konden ze alleen een tosti met een biertje leveren. Dat werd dus het avondeten. Het was de volgende morgen wat regenachtig, maar het was droog toen we vertrokken. De Ruta 40  reden we naar het noorden tot Jachal. Daar wilden we dan stoppen omdat het inmiddels was gaan regenen. Alleen er stond nergens een bord, er was geen bereik en zodoende zijn we er voorbij gereden zonder dat we het wisten. De 150 van Jachal naar Patquia is één van de mooiste wegen in het noorden van Argentinië.  Er lag wel wat modder op de weg en bij de afslag naar Patquía, aan de 38, stroomde een rivier over de weg. Terwijl ik met twee lokale motorrijders overlegde of de weg verder goed begaanbaar was, stond Dia geduldig te wachten in de modderstroom. Gelukkig was het droog toen we de RN150 reden. Het was er wel frisjes. Na aankomst in Patquia liep de temperatuur ineens op naar 30°C.

Gelukkig kon het regenpak ook uit. Na aankomst in La Rioja konden we het hotel niet vinden. Het was in ieder geval niet op de plek waar het had moeten zijn. Een aardige vrouw heeft samen met mij de kaart bekeken en stelde vast dat het drie blokken terug moest zijn. Daar vonden we evenwel ook niets. Het volgende hotel van mijn lijstje bleek wegens een verbouwing gesloten te zijn. Zo ben je toch al gauw drie kwartier verder. We vonden Hotel Sol del Velasco gelukkig wel. Daar hadden ze een ruime, airconditioned kamer voor ARS 55.000 (€34) voor ons.

De volgende dag reden we in druilerig, regenachtig weer naar Monteros, een klein plaatsje ten zuiden van Tucumán. Het hotel, Las Hortensias, vroeg omgerekend €72 voor een kamer, op Booking was de prijs €45. Ik betaal altijd liever aan het hotel zelf, maar de man van de receptie zei dat hij er niets aan kon doen, dus toen hebben we maar via Booking afgerekend. De kamer was overigens prima en de motoren stonden onder het hotel in de parkeergarage, veilig en droog.

Het heeft ontzettend veel en hard geregend in deze regio waardoor er veel modder op de weg ligt. We zagen het zelfs op het nieuws en in de kranten op de voorpagina staan. De weg van Monteros door de bergen naar de Ruta 40 ten zuiden van Cafayate is prachtig, maar de eerste 80km reden we weer in de regen. Eenmaal boven de wolken scheen de zon. Op de pas El Infiernillo rij je op 3042m hoogte. Boven op de pas liepen veel Lama’s en Alpaca’s. Dia kocht er twee paar sokken van Lama wol.

Eenmaal op de Ruta 40 weer beneden in het dal stroomde het vele water aan weerskanten met de weg mee.

Op sommige plaatsen zijn er, wat ze in de UK ‘fords’ noemen, waar de weg lager ligt, zodat het water weg kan stromen. Maar daar moet je dan wel door de modderstromen rijden.

Tegen de middag kwamen we aan in Cafayate. Op de bergpas was het 13°C en het stadje was het 25°C, met het regenpak nog aan, pfff. Cafayate is een toeristisch dorpje met een park/plaza in het midden waaromheen talloze restaurantjes zijn gevestigd. We vonden een hotel (Plaza) vlak naast deze plaza. Gelukkig weer een ruime kamer voor €39 per nacht. We blijven hier twee nachten. We naderen gestaag het noorden van Argentinië.

Wat anders op de weg, nog wat plaatjes en een Youtube video!

En de beloofde video:

 

Petra Peperkamp en haar liefde voor Suzuki Motoren

Suzuki Nederland bestaat 60 jaar en deelde dit verhaal over Petra Peperkamp en haar liefde voor Suzuki Motoren.  Dit artikel mogen wij delen met jullie, de lezers van Ikzoekeenmotor.nl. Hieronder het interview.

60 jaar Suzuki in Nederland – Suzuki Stories: Petra Peperkamp

Suzuki bestaat 60 jaar in Nederland. Dat is 60 jaar aan bijzondere verhalen. Zoals dat van Petra Peperkamp, die 30 jaar na haar eerste Suzuki motor helemaal verliefd werd op de GSX-S1000GT. Lees haar Suzuki Story.



In 1992 kocht Petra Peperkamp haar droommotor:

De Suzuki GSX600F. Zij stopte met motorrijden, maar bijna dertig jaar later sloeg de vonk opnieuw over, ditmaal op de Suzuki GSX-S1000GT. Het bloed kruipt blijkbaar waar het niet gaan kan.

“Dat klopt. Ik heb lang niet gereden, maar zes jaar geleden begon het weer te kriebelen. Ik ben toen teruggegaan naar de Suzuki-dealer waar ik begin jaren negentig mijn eerste motor had gekocht: Hoegee Suzuki Center in Afferden. Die moeten jullie echt noemen in het verhaal hoor; ik ben zó blij met de fijne service die ze bieden… Maar goed, in de showroom stond dus een Suzuki V-Strom 650. Ik zag hem staan en dacht: ja, ik begin weer met rijden! Ik heb twee jaar met veel plezier op de V-Strom gereden, maar toen brachten jullie de GSX-S1000GT uit. Ik kreeg precies hetzelfde gevoel als destijds, met mijn eerste motor… Ik was op slag verliefd. Ik heb Hoegee gebeld en de motor uit de folder gekocht. De GSX-S1000GT was nog niet eens leverbaar. Ik had hem nog niet eens in het echt gezien, laat staan dat ik ermee had gereden. Maar ik wist gewoon: deze motor móést ik hebben.”

Het klinkt alsof het meteen weer raak was. Vertel eens iets over je passie voor jouw Suzuki?

“Ik rijd inmiddels op mijn tweede Suzuki GSX-S1000GT. Dat zegt misschien wel genoeg. Ik val echt op het design; ik vind het zo’n beeldschone motor. Alleen al die blauwe kleur… Ik kan het niet goed uitleggen, maar hij maakt me zó blij. Als ik opstap, is het net alsof er een stekker in het stopcontact gaat. Je bent helemaal één met je motor. Ik heb jaren paardgereden en met deze Suzuki is het net als met sommige paarden: soms heb je gewoon een klik. Het is echt pure emotie.”

De GSX-S1000GT wordt vaak geprezen om zijn combinatie van comfort, kracht en sportiviteit. Herken je dat?

“Dat herken ik zeker. Mijn GSX-S1000GT rijdt geweldig, stuurt strak en heeft veel koppel. Ik rijd regelmatig in de bergen, dat gaat zó gemakkelijk. Ik vond het in het begin best spannend om van mijn V-Strom met 650cc over te stappen naar de zwaardere GSX-S1000GT. 1000cc is niet niks, weet je. Maar de GSX-S1000GT levert zijn vermogen met veel gemak en souplesse. Hij is helemaal niet ‘happig’ zoals sommige zware motoren kunnen zijn. Als je een keer het gas opentrekt, hang je niet meteen in een boom; ik voel precies aan waar de grenzen liggen. Eigenlijk zou ik wel weer een nieuwe GSX-S1000GT willen, want er staat inmiddels alweer 45.000 kilometer op de teller.”

Zo te horen pak je het rijden na al die jaren zonder motor weer fanatiek op.

“Dat is inderdaad zo, haha. Ik rijd regelmatig gidsweekenden. We rijden dan met een hele club een mooie route door bijvoorbeeld Duitsland. Ik rijd voorop; vandaar de naam gidsweekenden. Ik vind het ontzettend leuk om te doen en om samen met andere motorrijders te genieten van onze passie. Ik rijd het liefst in het buitenland. Ik zit vlak bij de grens; de Eifel is maar drie uur rijden, dus als we zin hebben, pakken mijn vriend en ik de motor en gaan we een weekend op pad. We doen dat tegenwoordig echt zo vaak als we kunnen. Het leven is kort, dus je moet er lekker van genieten.”

Je klinkt als een gepassioneerde motorrijder. Waarom ben je destijds eigenlijk gestopt met rijden?

“Het was bij ons in de familie niet de vraag óf je ging motorrijden, maar wanneer. Mijn vader was motorrijinstructeur. Als meisje van zes stond ik op de hoek van de straat te wachten tot hij thuiskwam van zijn werk. Ik mocht dan voor op de tank een klein stukje meerijden. Niemand was dus verbaasd dat ik op mijn achttiende meteen mijn motorrijbewijs wilde halen.

Het was begin jaren negentig nog best apart dat je als jonge vrouw motorreed, en dan had ik ook nog die opvallende Suzuki GSX600F. Als ik ermee door het dorp reed, wist iedereen: ha, dat is die van Peperkamp. Maar ja, je weet hoe het kan gaan in het leven: ik werd ouder, kreeg een baan en mijn interesse verschoof naar het paardrijden. Na zes jaar heb ik mijn GSX600F verkocht.”

Kun je eens wat meer over die Suzuki GSX600F vertellen, Petra?

“Achteraf was het een redelijk zware motor, zeker voor iemand die net haar rijbewijs had. Maar ik vond hem zo mooi… het was liefde op het eerste gezicht, net als met mijn huidige Suzuki. Ik viel direct op het design. Ik was er ontzettend zuinig op. Ik ben er een keer mee op vakantie naar Noorwegen gegaan, samen met een groep jongens die ik had leren kennen van een andere motorreis. We hadden allemaal sportieve motoren; het was echt supergaaf. Er bleken in Noorwegen best nog wat onverharde wegen te zijn. Ik was als de dood dat de kuip van mijn Suzuki zou beschadigen, dus ik plakte hem helemaal af met tape, zodat opspattend grind geen schade kon aanrichten. Iedereen lachte me uit, maar na de eerste dag kwamen al die mannen vragen of ik misschien wat extra tape bij me had, zodat zij hun motoren ook konden beschermen, haha. Dat rijden over onverharde wegen ging trouwens prima met mijn Suzuki; ik heb tijdens die ritten menig offroad-rijder ingehaald.”

Is er iets dat jij aan de lezers meegeven over het motorrijden?

“Het verkeer is veranderd, dus wees op je hoede. Sommige elektrische auto’s trekken net zo snel op als een motor, en daardoor zitten automobilisten en motorrijders elkaar soms in de weg. Maar mijn belangrijkste advies is toch wel: stel je passie niet uit tot later, maar geniet er nu van. Maar geldt dat eigenlijk niet voor alles in het leven?