Tagarchief: Dolf Peeters

Mash-i-nist

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek. Op sociale media lazen we van Dolf dit verhaal:

“Ik ben nu alweer een poosje eigenaar van een 2017 Mash 125 cc. En hier in de schuur staat ook de Honda CBF 125 die onze zoon door zijn studietijd heeft geloodst. Die Honda is ‘Made in India’. De Mash is Frans, en made in China. De Honda heb ik net even een beurt gegeven. Het konijn had bijna een jaar niet gelopen en startte met de eerste druk op de knop. Mijn Mash had ook ongeveer zolang gestaan en had twee tanks met een forse dosis brandstofsysteemreiniger nodig voordat hij weer gewoon wilde starten.

Vandaag heb ik de twee 125 cc giganten eens na elkaar bereden en naast elkaar gezet. De Honda is ‘modern’ gestyleerd, dus in mijn ogen lelijk. De Mash ziet er uit zoals een motorfiets er uit hoort te zien. Qua productiekwaliteit en afwerking blijft de Honda ver achter bij de Mash, die gewoon een echte motorfiets is. Het meest overtuigende deel van de Mash is daarbij zijn tankdop.

Het blokje en de inspuiting van de Honda zijn wat beter. De Honda loopt mooier rond. Aan de andere kant: Het Mash blokje is een clone van de Suzuki GN ( met carburateur). En dat blokje komt uit de vroege eerste helft van de jaren tachtig. Vanuit die hoek bezien is er weinig reden tot zeuren.

De Mash loopt iets van ruim 1 op 30. De Honda is (nog) wat zuiniger. Op secundaire wegen komen allebei de brommers goed mee. Maar als je achter een bus zit ben je de sjaak tot hij een halte pakt. Allebei de eenpittertjes lopen een kilometer of 100/uur.

De vering en remmen van de Honda zijn gemoedelijker. Met de Mash kan ik toch wat meer stoeien.

Qua prijsstelling is de Mash een 100% winnaar. Qua looks en motor gevoel ook. Misschien scoor ik er nog wel een ‘zware’Mash bij.”

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

Dolf Peeters: De Vondst

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

De Vondst.

Fred woont in een dorpje ergens langs de A2. Hij is daar “Die man met die motorfietsen.” Op een zaterdagochtend werd er gebeld. Aan de deur stond een oude- en een wat minder oude dame. Fred kent ze wel. Moeder en dochter. Ze wonen in het buitengebied. De moeder heeft ooit een attack gehad en praat moeilijk. De dochter is een verzuurde single. “Of ze Fred even mogen spreken?” Natuurlijk kan dat. Fred’s Inge zorgt voor koffie en koek. Er wordt wat over koetjes en kalfjes gepraat. Dat past in de landelijke omgeving. Maar dan komt moeder, moeizaam sprekend en ondersteund door de bitse blikken van de dochter ter zake. “Jij hebt van die oude motorfietsen. Mijn man zaliger spaarde die ook. Maar nu verkoop ik mijn huis en ga in een bejaardenflat. En dat oude spul van mijn man moet weg. Wil jij dat kopen?”

Fred is meer dan mild geïnteresseerd. Zegt dat hij de spullen dan wel eerst eens wil zien. Dat kan. Direct. Het trio vertrekt naar het buitengebied. Achter het huis staat een vervallen schuur van tien bij dertig. De sloten gaan er af. De deuren gaan open. Binnen, in de schemering staan de motorfietsen zij aan zij. Er staan ook nog een paar auto’s tussen de tweewielers. Fred is best bekend in motorland. Hij ziet één-, nee twee Norton Manxen. Een BMW met plaatstalen frame. Een Vincent, een Porsche 365 B Coupé, een paar Zündapp motorfietsen. Een Norton Atlas. Wat Harley’s. De weduwe vertelt dat haar man binnenvaarder was geweest. Als hij ergens en oude motor zag, dan kocht hij hem en nam hem mee aan boord. Dat deed hij vanaf 1950 tot zeg maar 1970. Tussen 1960 en 1970 hadden alle motorfietsen ongeveer dezelfde waarde wist Fred: ruim 0 gulden. Alle machines leken in redelijke- tot goede staat en kompleet en origineel. De dochter nam op kijverige toon het gesprek over. Zij was duidelijk de hard liner die de zaak tot een goed eind mocht brengen. Met de duidelijkheid dat de zaak glashard was zei ze dat Fred natuurlijk wel de knip moest trekken. “Wat willen jullie er voor hebben?”, sprak Fred die nog nauwelijks bijgekomen was van alles wat hij had gezien. Dochter keek onverbiddelijk en zei: “We weten dat het een hoop geld waard is. Dus ik wil er 5000 euro voor hebben.

De moeder knikte vol ontzag bij het noemen van zo’n monsterlijk bedrag. Fred deed alsof hij over zijn hart streek en zei: “Dat moet dan maar. Ik haal het geld en zorg dat de schuur maandag leeg is.” Moeder en dochter keken elkaar tevreden met hun keiharde zakelijke aanpak aan. Fred kwam zijn belofte na. En de Rudge Ulster met radiale kleppen vond hij pas bij het uitruimen. Die stond achter de Big Chief. Die maandag had hij nog even wat uit te leggen aan zijn werkgever. Want hij had zijn aanwinsten opgeslagen in een loods op zijn werk. In ruil voor de Norton Altlas had zijn baas er vrede mee.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

 

Cadzand in de regen

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Dolf schreef het boek “Mannen, motoren en (wat) meisjes”. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Hier een verhaal van hem:

Ernie is ooit, als dertienjarige naar Cadzand Bad gefietst. We besluiten de rit op de motor over te doen. In dertig jaar is Nederland erg veranderd. En vier ouwe motorfietsen zijn wat anders dan een fiets. Zeker als er een zijspan mee rijdt. De rit volgt zo natuurgetrouw de authentieke route. We rijden over fietspaden, door inmiddels gegroeide woonwijken, plantsoenen en winkelcentra. Het is hartje zomer dus iedereen denkt dat we een lokale vakantieactiviteit zijn. Het veer Kruiningen-Perkpolder is niet meer. Maar zo’n tunnel heeft ook wel wat. De oudgedienden daveren door de kilometerslange pijp die zich van voor tot achter met geblaf, geknal en gegrom vult. Wat spelen met de voorontsteking levert een onweersbui van daverende knallen en blauw paarse uitlaatvlammen op. Vakantiegangers met caravans dwarrelen verdoofd in ons spoor. De geluidsorkaan loopt ook voor ons uit. Dat heeft blijkbaar iets te maken met resonantiefrequenties. Het oplopen van blijvende gehoorschade is een feest!  Aan de andere kant van de tunnel komen we in een wat sombere klimaatzone, maar we halen Cadzand Bad, de badplaats met de lelijkste boulevard ooit. Het is een lange dag geweest en er moet dus eerst gefoerageerd worden. We lopen naar de Zeemeeuw. Daar is het gezellig druk op het terras. Iedereen knipoogt tevreden naar de zee. De bewolking neemt toe. Jacks en helmen mogen in een hoek van het terras uitrusten. We doen een bier en regelen asbakken. Er zit een man met Harley tattoos op zijn anabole schouders. Hij heeft een aanzienlijk jongere dame bij zich en is erg druk met het negeren van motorrijders zonder Harley tattoos. Zou dat eigenlijk pijn doen, een tattoo zetten? Er vallen wat druppels. Wij bestellen nog wat bier en een driedubbele bittergarnituur. Gefrituurde dingen zijn goed. Want een motor kan ook niet zonder olie. Het begint serieus te regenen. Het terrasvolk vlucht massaal naar binnen. Zomerregen is niet erg. We doen gewoon onze motorspullen weer aan. En waarom zou je je helm niet opzetten omdat je toevallig op een terras zit? De bediening snapt het volkomen. Onze bitterballen en dingen worden opgediend onder plastic. In de eetwaar zijn vrolijke parapluutjes gestoken die doorgaans op sorbets gezet worden. Het is stevig doordrinken om de glazen leeg te krijgen. We zoeken ons honk op. De volgende dag is het weer zomer. In Philippine zit een mosselrestaurant waarvan we de eigenaar kennen. De man heeft een mooie collectie Vincents achter de zaak staan. Een dag is zo voorbij.

Op de terugweg is er alleen nog wat consternatie bij de tolpoort. We zeggen dat we niet hoeven te betalen omdat er aan de andere kant van de tunnel een man met een tas staat die de voorverkoop van de kaartjes regelt. Er gaan direct twee tunnelaars met een dienstwagen op zoek naar de zojuist bedachte ondernemer aan het andere eind van de pijp. De terugreis gaat over gebaande wegen. Als je met tachtig over de snelwegen rijdt creëer je je eigen eiland van verkeersstilte. Zo’n weekend is zo voorbij. Jammer.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters? Hier bestel je zijn boek:

Mannen, motoren en (wat) meisjes

Als je Guzzi niet wil starten

We kwamen vandaag dit artikel tegen van Dolf Peeters, en met zijn toestemming delen we het graag met onze lezers.  Altijd handig in het handboek van sleutelaars aan oude klassiekers.

Stap voor stap op weg naar perfectie. Okay, daar moet je bij een wat oudere Italiaan een hoop stappen voor doen. Maar toch… De elektriek van de kleine Guzzies is naar Italiaanse aard gewoon karaktervol. Dat houdt dus in dat je er onverwachte storingen van kunt verwachten.

Een van de bekende problemen betreft het starten. De Italianen hebben zoveel elektriekerij over het contactslot laten lopen dat de motor – ook bij voldoende klemspanning op de accu – bij het starten regelmatig niet verder komt dan het zachtkens aantikken van het relais. Als je er een boosteraccu over zet, dan start hij wel.

Er zijn twee oplossingen: Een theelepeltje of een stukje extra elektrisch touw. Met dat theelepeltje sluit de startmotor kort. De oplossing met het externe touwtje is eleganter: touwtje van de + van de accu naar een waterdichte, veerbelaste schakelaar (scheepsbenodigdhedenwinkel, buitenboordmotorhandel) die normaal open is. Vandaar naar de aansluiting van het startrelais. Nooit meer problemen! Ik heb het originele draadje gewoon laten zitten. Want je weet maar nooit. Ik ben immers net zo’n ster met bedrading als dat Italianen zijn.

Tis alleen qua bediening handiger om die startknop over de rechter kant te bedienen. Dan kun je beter choken.

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Via deze link bestel je zijn boek:

Mannen, motoren en (wat) meisjes

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

 

Dolf Peeters op de Zero (motorrijden zonder franje)

Toen ik (Dolf Peeters) zestien was kocht ik een Norton 99 Dominator. Voor 75 gulden.. Later en legaler bleef ik op goedkope motoren rijden. Eerst uit armoe. Daarna uit een soort vertedering. Daarna uit overtuiging. Omdat ze me snel genoeg waren. Omdat ik ze zelf kon onderhouden (en repareren). En dat die oudste en goedkoopste motorfietsen die ik had nu heel dure klassiekers zijn? Dat is toch grappig?

Mijn interesse, of noem het hebzucht, naar merken of types stopt aan het begin van de jaren negentig. Vanaf toen werden motoren naar mijn smaak lelijke Tupperware vermogenspakhuizen met een overdaad aan elektronica. Meer dan 120 pk en topsnelheden boven de 250 km/u? Dat is voor mij net zoiets als het hebben van een jongeheer van 49 centimeter: Heel indrukwekkend in de sauna. Maar wat kun je er nog mee? Dat lelijke gaat trouwens ver sinds Star Trek en Manga series blijkbaar ‘leading edge’ zijn bij motorfiets designers. Aan de esthetische kant zijn de huidige motorblokken zelf ook het best bediend door ze achter plestik te verstoppen.
En dat steeds groeiende leger aan elektronische regelneefjes dat de motor nog net toestaat dat er iemand met zijn fikken aan het stuur zit? Dat is de wildgroei die je krijgt als je techneuten en marketeers in één hok hebt laten slapen. ABS is slim. Maar voor de rest vertrouw ik op de software tussen mijn oren, in mijn rechter pols en mijn kont.
Mijn daily driver was tot voor kort een Moto Guzzi Cali 3 uit 1991. Die machine belichaamde alles wat ik van een motorfiets vraag. Maar na nog geen drie ton was hij zo moe dat hij op pensioen mocht. Hij is vervangen door een nette 1984’er.

In de tussentijd rijdt ik ‘voor werk’ af en toe nog op moderne motoren. Die machines maken de oude werktuigbouwkundige in mij erg blij. Maar emotioneel doen ze me niets. Ik blijf dus gewoon op ouwe zooi rijden. Maar soms heb ik medelijden met die gedateerde, brave verbrandingsmotoren. Zoals op het moment dat ik na wat korte winterritten een druipende klont mayonaise aan mijn oliepeilstol zie. Mayonaise hoort op frieten. Niet in motorblokken.

En dan wordt je uitgenodigd om op een elektrische motorfiets te rijden. De elektrische motorwereld is uit de puppiefase en hangt nu ergens tussen pubertijd en adolescentie. De mensen die er vakmatig mee bezig zijn, zijn nog onbevangen. Die insteek zal er ook toe geleid hebben mij als fossiel uit te nodigen voor wat een stille omgang over het mooiste klaagdijkentraject.

In E-motorland zijn Zero (USA) en Energica (It) blijkbaar de pioniers. Het zijn jonge bedrijven, geen motofabrikanten die een loodzware historie achter zich aan trekken. De gevestigde grote motormakers stellen zich nog wat terughoudend op. De nieuwelingen hebben niets te verliezen en hopen alles te winnen. De Zero’s en Energica’s zien er gewoon uit als moderne motorfietsen. Ze hebben ook een hele pluk elektronische hulpjes. Maar met de rijmodus op ‘street’ ben je gewoon net zo bediend als op een BMW R75/5. Maar daarna gaan de zaken anders. Je zet de sleutel op contact en je geeft ‘gas’. Dan rijd je. Naar gelang je meer ‘gas’ geeft ga je sneller. Helemaal traploos versnellend. En met een maximum koppel dat vanaf de eerste meter domweg ongelofelijk is. In mijn MTS tijd zaten we midden in de overstap naar de Nieuwe Eenheden. We moesten leren dat 1 kW gelijk stond aan 1, 36 pk. De 82 kW van de Zero SR/S is dus bijna 112 pk. Het – feitelijk constant aanwezige – max koppel is een massieve 190 Nm.

Het rijden op de Zero is motorrijden zonder franje aan het kleed. Alle emo-opties zoals geluid en trillingen zijn afwezig. Elektriciteit brengt motorrijden terug naar zijn naakte essentie. Dat is anders. Dat is wennen. Maar dat wennen gaat snel. Tijdens de rit greep ik maar één keer naar het afwezige koppelingshendel.
Qua actieradius blijft de zaak nog wat achter voor de lange rittenrijders. Je BMW GS met Touratech tank aftanken gaat sneller dan het stekkeren van je E-Motor. Veel sneller. Maar voor regionaal gebruik zijn er geen problemen.

Maar wat mij overhaalde om zo’n elektriekeling als volgende daily driver te kiezen is dat je zo’n fiets niet mishandelen kunt door hem niet op temperatuur te krijgen. Op een elektrische motoriets (met 5 jaar en onbeperkte kilometer garantie) heb je nooit meer mayonaise aan je dipstick.

En of mijn toekomstige boodschappenfiets straks net zo’n klassieker wordt als de Norton die ik voor 75 gulden kocht? Daar praten we over 35 jaar eens rustig over verder.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Klassieke motoren als belegging?

Beleggen als kansspel?

Klassieke motoren als belegging? Welnee joh! Doe maar wat aandelen Thalys of zo. Natuurlijk is er een  aantal motoren waaraan een stevig prijskaartje hangt. Motoren die misschien nog wel duurder worden. Of niet.  Maar zelfs dat is vaak in de waan van de dag. Koester dus de droomwaarde en verkoop niet. Klassieke motoren zijn leuk omdat ze leuk zijn. Niet omdat ze ooit heel veel waard worden. 

En toen de Z1300 die al meer dan anderhalf jaar in diverse bladen werd geadverteerd weer eens voorbij kwam werd het tijd voor actie. De man was een liefhebber. De Kawasaki was een fraai exemplaar dat in een keurige garage onder een voorbeeldige motorhoes sliep. Het motorblok was alibi-loos  koud. De vers opgeladen accu werd in zijn hok gestopt. Fuel, Ignition. GO! De startmotor van de zescilinder jengelde er vrolijk op los. Verder gebeurde er overtuigend niets in de machinekamer. Tijd om te controleren of er vonkjes waren. Er waren vonkjes. Bougie er weer in. Weer dat zeurderige gejengel. Er werd gecontroleerd of de brandstof in elk geval ongeveer op zijn plek kwam. Dat leek het geval te zijn. De Kawasaki eigenaar was in de loop der tijd blijkbaar vergeten dat de zescilinders een vreemd karaktertrekje hadden. Wanneer zo’n ding – toen nog met echte ouderwetse benzine er in – een week of twee had gesluimerd, dan startte hij altijd bij de eerste keer. Of niet. We hadden hier een ernstig geval van never nooit niet. Dat vroeg om zwaardere middelen. Feitelijk om de demontage en reiniging van het hele carburatiegedoe. De Verkoper was intussen al wat aangeslagen. Een spuitbus met start pilot – ether dus – is doorgaans goed genoeg om een dood paard weer aan de gang te krijgen. Na de derde shot begon het in de garage aardig naar ziekenhuis te ruiken, maar de lompe schoonheid had nog geen kik gegeven. De starterij werd een teamsport: “Als jij gas geeft en start, dan spuit ik nog wat ether in het luchtfilter”. We gingen voor goud. Tijdens de volgende actie daalde de toonsoort waarin de startmotor jengelde en werden de etherdampen in de schuur zowat bedwelmend. De hoopvolle potentiele aanstaande ex-eigenaar zat met zijn hoofd bijna in het luchtfilter. Toen viel er, ergens in het vettige duister van het blok blijkbaar toch een vonkje in zijn bedje van etherdamp. Er klonk een holle ‘WHHHOEPP!” en vanuit de luchtfilterkast steeg er een mooi ronde, witte vuurbol omhoog. Het hoofd van de Kawaliefhebber werd volledig door de vuurwolk omsloten. Hij kwam verrassend soepel vanuit de hurken omhoog en kletterde tegen een kast achter hem. Uit de kast klonken geluiden van vallende dingen. De vuurwolk had de vrolijke etherpiraat beroofd van kuif, wenkbrauwen, snor en baard. Zijn brilleglazen waren matglasachtig aangeslagen. Dat leek het juiste moment om eens een Kawa te kopen. Zwijgend en in alle rust werd de helft van de vraagprijs plus een beetje in kleine coupures  op de buddy gestapeld. De eigenaar smeulde nog na. “Het is goed. Ik pak de papieren, zet hem maar vast buiten”.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.

Dolf Peeters: MOTORRIJDEN IN DE REGEN

Baton Rouge

De laatste recreatieve rit viel laat. Maar het bezoek aan motorherberg le Baton Rouge was al te vaak uitgesteld. En het kan natuurlijk heel mooi zijn in de Ardennen in oktober. De weervrouw had de avond voor de rit een sombere blik in de ogen en een zwemvest onder haar arm. Maat Ernie werd opgebeld of hij de dame ook had gespot. We sproeiden vochtverdrijver over het elektriek van onze brommers. We maakten grote wind en regen vangende flappen van vijverfolie en tie-wraps bij de handvatten. En we besloten voor het slapen gaan een preventieve borrel tegen de natheid te nemen De volgende ochtend zwom er een goudvis op vensterbankhoogte door de regen. Bij ontbreken van een Rukka outfit werd gekozen voorde ouderwetse laagjes aanpak. In de hoop dat binnendringend regenwater de weg kwijt te laten raken. Hoop doet immers leven? Eerst een stel lange, dunne sokken, dan een setje van wat buurvrouw Adrie ‘terminaal’ ondergoed noemt. Daarover een lange onderbroek plus een sweatshirt. Een stel lange, dunne sokken. Een binnenvoering van een lang vergeten motorjack en een spijkerbroek. Een dun stel lange sokken. Een fleece trui met col. Een lederen motorbroek. Een textiel motorjack. Een wollen sjaal. Rubber laarzen van de Welkoop zijn de beste. Een plestikken regenoverall van een aan zijn eigen succes ten onder gegane Britse regenoverall fabrikant. Een sjaaltje. Binnenhandschoenen. Buitenhandschoenen. Een eerste generatie, gerubberd, regenjack. Even weer alles uit doen om de motorsleutels uit de spijkerbroekzak halen. Zo! Klaar voor de eerste drie kilometers naar Ellecom! Ernie stond als een geslaagde kruising tussen het Michelinmannetje en Erica Terpstra in de startblokken. Het staan ging prima. Bewegen ging moeilijker. Jethelms en motorbrillen. De laatste slag sjaal over neus en kin. Go! Tot aan Eindhoven bleven we droog. Bij Maastricht hadden het regenwater zijn eerste verkenners binnenboord geloodst. We besloten dat we de strijd tegen het water hadden verloren en kozen voor de toeristische route. Bij Triers/ Verviers had het water zich naar tevredenheid verdeeld over alle dunne lagen textiel. In de buurt van Francorchamps/Stavelot overheerste de sensatie op een drie weken oude, lauw warme Pamper te zitten. Dat was mooi wennen aan het verplegingsschema van Huize Terminus in het jaar 2038. Zo ommerdebij Trois ponts begonnen de perfect waterdichte Welkooplaarzen zich van binnen uit te vullen en leek de Drion pil een zinnig alternatief. Even later zagen we, vlak voor Vielsalm, le Baton Rouge. De dagteller stond op 289 km. We werden hartelijk verwelkomd. Hingen de herberg vol druipende kledingstukken. Haalden onze droge verschoningen uit hun unieke Komo bergingen. Namen staand een dubbele whiskey. Werden bij de open haard langzaam weer mens. Gastvrouw Hetty was elders. Dat was ons al gezegd. We doken dus zelf de keuken in. Dat mocht van herbergier Ben. Het eten was lekker. De rode wijn smaakte perfect. Een paar borrels en wat rookwaar later besloten we dat het mooi was geweest. Nog even het weerbericht bekijken. Want de volgende dag moesten we immers weer terug. Motorrijden is leuk. Toch? 1976? Nee: 2009.

Bovenstaand verhaal komt uit het boek

MANNEN, MOTOREN EN (WAT) MEISJES

Wil je hier op de website meer verhalen van Dolf lezen, dat kan via deze link.

Dolf Peeters: motoronderdelen zoeken, een kunst op zich

“Onlangs hadden we (onze schrijver Dolf Peeters / redactie) het over de vondst van een BMW R60/5. Dat ding had een jaar of twintig geslapen. En werd geadopteerd voor een paar honderd euro. Iemand vond het bericht zwaar gedateerd. Want een BMW voor dat geld? Dat was iets van jaren terug. Tegenwoordig werd er voor zo’n ding al gauw een paar duizend euro gevraagd. En dat was duidelijk te controleren op Marktplaats. De oplettende lezer had gelijk. Voor zover het Marktplaats, of desnoods het hele Internet betreft.

Gewoon, de echte mensenwereld

Maar vanuit ons beperkte universumpje is Internet, is Marktplaats, niet de norm der dingen. Wij zoeken – en vinden vaak genoeg – gewoon in de mensenwereld. Binnen de vrienden en kennissenkring. En dat resulteert dan niet gegarandeerd in aanklikken en wachten tot de doos bezorgd wordt. Maar via via kom je vaak bij mensen die zich digitaal niet of nauwelijks presenteren. We kennen intussen een handelaar voor wie het bijvoegen van een foto in een mailbericht absoluut te hoog gegrepen is. Dat zijn dan mensen waar je naar toe gaat en zo breidt je kennissenkring zich steeds verder uit.

En dan kom je weer op dat spanningsveld van prijzen

Een van de redactionele brommers, een 1984’er Moto Guzzi V65 die als daily driver wordt gebruikt had wat probleempjes en vroeg wat aandacht. Als je Moto Guzzi denkt in Nederland, dan denk je in elk geval aan TLM in Nijmegen. Dat bedrijf heeft Guzzi in alle genen, was één van de eersten die gebruikte onderdelen helemaal gedocumenteerd online zette en vanuit Nijmegen worden er gebruikte Guzzi onderdelen over de hele wereld verstuurd. Maar met de uurtarieven van TLM is het moeilijk slikken voor de eigenaar van een ouwe, kleine Guzzi.

De prijzen van gebruikte onderdelen

In de professionele motorsloopwereld is het al sinds jaar en dag zo dat de richtlijn is, dat de verkoopprijzen een derde tot de helft van de laatste nieuwprijs is. Dingen die bijna niemand zoekt zijn goedkoper. Heel zeldzame items zijn duurder. Maar elke discussie over die prijzen kan afgestopt worden met de vraag of ‘de markt’ het bedrag er voor wil betalen. Bij een serieuze organisatie als TLM is er al een hele hoop werk in de handel gestoken voordat het op de webshop komt. En de bedrijfskosten van een groot bedrijf moet je ook niet onderschatten. Aan het eind van het liedje biedt TLM een bijna dekkend aanbod aan hoogwaardige gebruikte Guzzi spullen voor bijna alle modellen met het koopgemak van een muisklik.

En zo vind je dan een accu zijdeksel voor € 96,59

Helaas heeft dat ding de verkeerde kleur. Maar het is er eentje zonder scheuren, krassen of afgebroken lipjes. Intussen is een kapot zijkapje geen ramp. Het doet alleen afbreuk aan de rest van de fiets die er nog best netjes uit ziet. Maar bijna 100 euro= Das serieus geld. Als de Guzzi dan tegen een elektrische ontstekingsprobleem op loopt, dan heeft dat prioriteit. Zelf kwam ik daar als ouwe wtb’er niet uit. Maar ik had goede dingen gehoord over Mark Wilmink uit Borne. Mark bleek geïnteresseerd in de rare storing. Want hij is geen motorhandelaar, hij is een techneut en repareert alleen Guzzies zonder injectie.

De Guzzi werd naar Borne gebracht waar Mark iets raars vond en oploste

Om de V65C bij hem in de bestanden te bergen deed hij een compressiemeting, een compressielektest en controleerde hij de lifthoogte van de nokken op de nokkenas. Dat geeft een mooi nulpunt voor de motor van een nieuwe klant en geeft een heldere indicatie van de toestand van het blok. De V65C bleek vermoeider dan gedacht. Om het mooi te maken worden volgende winter de koppen dus gerepareerd. Alles dik voor elkaar. Voor aflevering werd de Guzzi nog even op alle vloeistoffen en drukken gecontroleerd. Daarna werd de zaak nog even kort besproken en een van de laatste opmerkingen was “En je hebt toevallig geen zijdeksels voor een V65C denk ik”.

Die waren er toevallig wel

Nieuw, en ook in de verkeerde kleur. Maar het waren er wel twee voor € 30. Het blijkbaar hoge kilometrage – op de klok staat maar dik 40D km – had zich al eerder kenbaar gemaakt door carburateur problemen. Vervangende gasfabriekjes waren daarom al eerder gescoord bij een ander eenmansbedrijf, dat van Teun Beuzel uit Lochem. En Starten en laden uit Nijmegen heeft ooit een hele container vol imitatie Valeo startmotoren uit China laten komen. Die passen op veel BMW’s en Guzzies. En kosten nieuw – met drie jaar garantie – € 59,- En dat is dan alleen nog maar in het Guzzi wereldje. Een wereldje waarin Jan Robers uit Boekelo trouwens ook een ijkpunt voor de oudjes is. Dat zijn allemaal bedrijfjes die niet of nauwelijks adverteren. Dat is natuurlijk jammer als je een blad of een site hebt.

Maar ze bedienen een niche markt en voelen zich daar wel bij

En als je er bij eentje bent die zich bezorgd af vraagt of het niet allemaal uit de hand gaat lopen omdat hij de vorige dag zomaar zes mensen over de vloer heeft gehad? Dan heb je een goeie. En dat soort bedrijfjes zijn er gelukkig nog voor alle merken klassiekers.
En dan is er nog de ‘handel’ in de binnenste cirkel waar een stuur van een oude Amerikaan geruild werd tegen een stel uitlaatbochten van een motorfiets. Je moet ze alleen even vinden.

Maar onze insteek werkt niet voor iedereen

We hadden een kennis verwezen naar onze voortreffelijke vriend Kiat Que van Loods 8 . De brave kennis was naar het wat vage industrieterrein in Arnhem gereden. Hij had voor de zaak gestaan. En hij had er geen goed gevoel bij. Hij is door gereden.

Dus kost iets € 100 of een € 50?

Als je in de top van de markt online koopt en je wilt risicoloze kwaliteit klikken? Dan scoor je voor € 100. Als je de (vraag)prijzen op Marktplaats bekijkt? Dan weet je in elk geval wat er gevraagd wordt. Als je gewoon veel mensen kent en als je een beetje de tijd wilt nemen? Dan kun je op zoek in de kennissenkring of bij de kennissen van kennissen. Op die manier leer je veel mensen kennen en wordt het vinden van spullen steeds leuker, makkelijker en goedkoper. En leuker.”

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is een trouwe schrijver op onze website. Dolf droomt motoren, weet van motoren en er stroomt volgens ons (redactie@ikzoekeenmotor.nl) olie door zijn aderen. Of benzine? We twijfelen nog. Heb jij het BOEK van Dolf al gelezen trouwens?