Tagarchief: Dolf Peeters

Een klassieke motor kopen

“Een klassieke motor kopen”. Dit is een gastblog van Dolf Peeters

Er moest ander werk voor blijven liggen. Maar vriend G. wil een andere motorfiets kopen. Hij wilde terug naar iets klassiekers. Want zijn werksituatie is veranderd en hij heeft nu geen moderne vier seizoenen BMW voor nodig. Hij is op zoek naar een late tweekleps boxer met kuip. Voor de rest laten we even in het midden wat voor type, want dat zou flauw zijn voor de aanbieder waar we waren. De motor die we bekeken, die is het niet geworden. Ondanks het feit dat het een keurige fiets is.

Dolf Peeters, zijn foto zag je al eerder want Dolf is een trouwe gast-columnist, hij deelt zijn verhalen op #Ikzoekeenmotor. En daar zijn wij bij de redactie blij mee!

Maar we nemen je graag mee op de reis naar de ultieme fiets van G.: een late – monoshock – tweekleps BMW boxer met een kuip en koffers. Die machines staan bij particulieren doorgaans voor bedragen tussen de € 3.500-4.500. In de handel tref je ze met vraagprijzen tot voor in de € 5.000.

Dat soort klassieke motorfietsen koop je feitelijk zonder garantie. Maar in de reguliere handel worden er regelmatig afleverkosten/ een korte garantie van een maand of zo tot zo’n € 400 voor gevraagd. G. is zelf een getalenteerd sleutelaar. Garantie – voor wat het waard is – en afleveringskosten op een klassieke motorfiets ziet hij niet zitten.

Bij het bezoek aan een handelaar moet er dus ruimte in de prijs zitten, ook omdat er geen sprake van een inruiler is. We gingen naar een gewone, al jaren bestaande handelaar in motorfietsen. Geen merkdealer, merkspecialist of klassiekerspecialist. De motor die daar stond was onloochenbaar keurig. En hij had relatief weinig kilometers gedraaid. De machine was compleet op het gereedschapssetje en het onderhoudsboekje na. Dat laatste was wel een dingetje.

Het kilometrage zou ondanks het ontbreken van het onderhoudsboekje zomaar kunnen kloppen. De DOT code op de banden maakte duidelijk dat de rubbers – ondanks een nog redelijk profiel – over hun datum van uiterste houdbaarheid waren. De remvloeistof was helder, maar de remslangen waren zo te zien nooit vervangen. En het vervangen van de originele remslangen op oude motoren is echt wel belangrijk.

De vraagprijs van net € 5.000 kon in overleg niet lager worden dan € 4.800. Daarbij leverde G. dan de afleveringsbeurt en de ‘garantie’ in. En toen bleek wat een zuiver denkende karaktertijger G. is. De motor beviel hem. Was eigenlijk wat hij zocht. En die € 4.800 was ook het probleem niet. Maar hij bleef bij zijn eindbod van € 4.500. Dat was niet genoeg voor de verkoper. Het afscheid was correct maar koel. Voor € 3.500-4.500 moet G op de particuliere markt een heel net exemplaar kunnen vinden. Zonder garantie. Zonder afleveringsbeurt.

Om gewoon snel en probleemloos een goed exemplaar bij een handelaar te kopen had hij € 4.500, dat is ongeveer de hoofdprijs, over. Twee verse Battlaxjes kosten daarbij iets van € 200. Een set remslangen kost ongeveer hetzelfde. Tel daar bij nog eens een euro of honderd en dan zit je aan de vijf mille voor de klassieke motor van G. ’s dromen. Tenminste als dat het exemplaar zou zijn dat we bezichtigd hadden. En om een goede motor op een verschil van € 300 in de aankoop te laten lopen? Dat is zeker niet dom als de initiële prijs aan de hoge kant was en er nog meer van ‘dezelfde’ motoren te koop staan.

De foto’s zijn niet van de motor die we gezien hebben. Ook geen kwaad woord over de handelaar. Soms vind je elkaar. Soms niet. Maar het idee achter dit verhaaltje is hetzelfde wat we ooit van een handelaar in oudere, klassieke, auto’s hoorden: “Ik weet van de voren wat ik maximaal wil betalen. En daar ga ik nooit overheen”. Verstandig toch?

Klassiek of gewoon oud?

“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.

Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.

Dolf Peeters, gast-columnist

Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.

De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.

Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.

Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.

Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.

En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers. Kijk maar eens op FB wat die doet….

In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.

“Wheeler dealers”

“Wheeler dealers” – is een GAST COLUMN van Dolf Peeters.

Omdat het tijdens ritten in en om de Randstad niet opschoot, heb ik een aantal jaren geleden mijn auto verkocht. Daarna scoorde ik goedkope, motoren die het liefst voorzien moesten zijn van: 1) Een cardan, 2) elektronische ontsteking en 3) kleppen die ik zelf zonder veel moeite kan stellen. Want wanneer je een motor als auto in zet, dan draai je kilometers en gaan officiële werkplaatsbezoeken op uurtarief er nogal inhakken. Bovendien: ik heb een hefbrug, nogal veel gereedschap en ik heb schik in het sleutelen. Toen liep ik weer tegen een dikke ouwe Guzzi aan. Uit ervaring weet ik dat die leuk, lomp en taai zijn. En ‘leuk’ is de toegevoegde waarde voor een werkpaard. Want doorgaans was de insteek dat het alleen maar om mijn ‘auto’ ging en ik dus geen emotionele binding met zo’n tweewieler hoefde te hebben. Onder mijn gebilte had zo’n werkpaard een beter leven dan een Grieks ezeltje, dat alleen op slaag en geen vreten liep. Maar de knuffelfactor ontbrak bijna per definitie aan mijn werkfietsen.

Dolf Peeters, gastcolumnist op Ikzoekeenmotor.nl

Tot de aanschaf van de Guzzi. En die viel alleen binnen mijn budget omdat de motorfietsen momenteel wel heel consumentenvriendelijk zijn geprijsd. De Suzuki VX800 die bijna drie jaar mijn ‘auto ’was, had een aantal sterke punten. Alleen al het feit dat ik hem van een 82 jarige ex politie motor rijinstructeur had gekocht die er al jaren maar één keer per jaar mee naar de officiële Suzuki dealer was gereden voor een beurtje. Het feit dat de tweecilinder VXsen niet erg gevraagd waren – en zijn – telde ook zwaar mee. Dat resulteerde in een lage prijs en in meer geld voor motorfietsen waar mijn hart wel ‘BoemBoem” van deed. Kortom: de 82jarige vroeg € 2600 euro. Toen ik na een poosje nog eens belde werden we het eens op € 1600, – Op Marktplaats zijn prijzen vraagprijzen. En de zoon van de ex rijinstructeur had eens gekeken hoe de verzameling aangeboden VXsen op Marktplaats zich gedroeg. Het best is de verkoopsituatie van de gestrekte Suzuki’s nog te omschrijven met ‘Marktplaats is het clubblad voor de Suzuki VX Club en de clubleden zijn er trouw’. Hoe veel onrecht dat de wat eigenzinnig sturende Vtwins ook aan doet. Zo’n Vtwin is doorgaans goed voor meer dan een ton probleemloos rijplezier. Affijn. Ik gooide mijn VX dus na 30D kilometer terug in de digitale vijver. En het bleef oorverdovend stil. Misschien ook wel omdat ik een kop had bedacht waar de  Suzuki zoekmachines van Marktplaats het wat moeilijk mee had een: “Hoera! Ik heb weer een Guzzi”. Een tweede poging op marktplaats gaf sneller reactie: iemand die Edwin of zo heette bood 220 euro, terwijl ik 750 euro als minimale prijs had opgegeven. Daarna kwam er een Engelstalige reactie van Thelma Louise. Ze vroeg wat gegevens die ik opstuurde naar haar G.mail account. Per ommegaande ging ze akkoord met de prijs. Ik hoefde alleen maar even de voertuiggegevens en mijn naam, adres en bank gegevens te sturen. Dan zou zij via Western Union betalen en de motor wel laten ophalen. Dat leek me geen goed idee. Ik heb hoe dan ook mijn bedenkingen tegen hulp aan Afrika, zeker als het Nigeriaanse oplichters betreft. Martin mailde “lijkt me wel wat. Ik kom kijken. Adres graag”. Martin kwam. Van af de andere kant van het land. De Suzuki stond buiten de garage op het pad. Vanaf de voordeur keek Martin er naar. Hij greep in zijn broekzak en hield drie biljetten van 100 uit gestoken. “Geef me de papieren maar, dan ben ik weg.” Ik zei hem dat ik het eens was met dat “weg zijn”. Hij keek me glazig aan en zei: “Lul. Je mist je kansen.” Exit Martin. Nu staat die VX me niet in de weg. Ik blijf hem gewoon voor lokaal werk gebruiken waar ik mijn nieuwe aanwinst toch weer net te lief voor vindt. En met Marktplaats en Speurders is het zo beroerd nog niet. Want kameraad Henk zette zijn motor er op en kreeg per ommegaande de reactie: “Dat is precies de motor die ik zoek. Hou hem vast. Ik kom er nu aan!” En inderdaad, dik twee uur later kwam er een blije man uit Schagen die bij binnenkomst direct het geld op tafel legde en zei: ”Zo. Nu ben ik aan een kop koffie toe!” Henk’s motor was dan ook geen VX 800 maar een Honda CB 450 uit 1966. Een motor die nooit gerestaureerd was, maar gewoon meer dan een halve eeuw rustig en zorgvuldig onderhouden was.

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.