Tagarchief: Dolf Peeters

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

Dolf Peeters op de Zero (motorrijden zonder franje)

Toen ik (Dolf Peeters) zestien was kocht ik een Norton 99 Dominator. Voor 75 gulden.. Later en legaler bleef ik op goedkope motoren rijden. Eerst uit armoe. Daarna uit een soort vertedering. Daarna uit overtuiging. Omdat ze me snel genoeg waren. Omdat ik ze zelf kon onderhouden (en repareren). En dat die oudste en goedkoopste motorfietsen die ik had nu heel dure klassiekers zijn? Dat is toch grappig?

Mijn interesse, of noem het hebzucht, naar merken of types stopt aan het begin van de jaren negentig. Vanaf toen werden motoren naar mijn smaak lelijke Tupperware vermogenspakhuizen met een overdaad aan elektronica. Meer dan 120 pk en topsnelheden boven de 250 km/u? Dat is voor mij net zoiets als het hebben van een jongeheer van 49 centimeter: Heel indrukwekkend in de sauna. Maar wat kun je er nog mee? Dat lelijke gaat trouwens ver sinds Star Trek en Manga series blijkbaar ‘leading edge’ zijn bij motorfiets designers. Aan de esthetische kant zijn de huidige motorblokken zelf ook het best bediend door ze achter plestik te verstoppen.
En dat steeds groeiende leger aan elektronische regelneefjes dat de motor nog net toestaat dat er iemand met zijn fikken aan het stuur zit? Dat is de wildgroei die je krijgt als je techneuten en marketeers in één hok hebt laten slapen. ABS is slim. Maar voor de rest vertrouw ik op de software tussen mijn oren, in mijn rechter pols en mijn kont.
Mijn daily driver was tot voor kort een Moto Guzzi Cali 3 uit 1991. Die machine belichaamde alles wat ik van een motorfiets vraag. Maar na nog geen drie ton was hij zo moe dat hij op pensioen mocht. Hij is vervangen door een nette 1984’er.

In de tussentijd rijdt ik ‘voor werk’ af en toe nog op moderne motoren. Die machines maken de oude werktuigbouwkundige in mij erg blij. Maar emotioneel doen ze me niets. Ik blijf dus gewoon op ouwe zooi rijden. Maar soms heb ik medelijden met die gedateerde, brave verbrandingsmotoren. Zoals op het moment dat ik na wat korte winterritten een druipende klont mayonaise aan mijn oliepeilstol zie. Mayonaise hoort op frieten. Niet in motorblokken.

En dan wordt je uitgenodigd om op een elektrische motorfiets te rijden. De elektrische motorwereld is uit de puppiefase en hangt nu ergens tussen pubertijd en adolescentie. De mensen die er vakmatig mee bezig zijn, zijn nog onbevangen. Die insteek zal er ook toe geleid hebben mij als fossiel uit te nodigen voor wat een stille omgang over het mooiste klaagdijkentraject.

In E-motorland zijn Zero (USA) en Energica (It) blijkbaar de pioniers. Het zijn jonge bedrijven, geen motofabrikanten die een loodzware historie achter zich aan trekken. De gevestigde grote motormakers stellen zich nog wat terughoudend op. De nieuwelingen hebben niets te verliezen en hopen alles te winnen. De Zero’s en Energica’s zien er gewoon uit als moderne motorfietsen. Ze hebben ook een hele pluk elektronische hulpjes. Maar met de rijmodus op ‘street’ ben je gewoon net zo bediend als op een BMW R75/5. Maar daarna gaan de zaken anders. Je zet de sleutel op contact en je geeft ‘gas’. Dan rijd je. Naar gelang je meer ‘gas’ geeft ga je sneller. Helemaal traploos versnellend. En met een maximum koppel dat vanaf de eerste meter domweg ongelofelijk is. In mijn MTS tijd zaten we midden in de overstap naar de Nieuwe Eenheden. We moesten leren dat 1 kW gelijk stond aan 1, 36 pk. De 82 kW van de Zero SR/S is dus bijna 112 pk. Het – feitelijk constant aanwezige – max koppel is een massieve 190 Nm.

Het rijden op de Zero is motorrijden zonder franje aan het kleed. Alle emo-opties zoals geluid en trillingen zijn afwezig. Elektriciteit brengt motorrijden terug naar zijn naakte essentie. Dat is anders. Dat is wennen. Maar dat wennen gaat snel. Tijdens de rit greep ik maar één keer naar het afwezige koppelingshendel.
Qua actieradius blijft de zaak nog wat achter voor de lange rittenrijders. Je BMW GS met Touratech tank aftanken gaat sneller dan het stekkeren van je E-Motor. Veel sneller. Maar voor regionaal gebruik zijn er geen problemen.

Maar wat mij overhaalde om zo’n elektriekeling als volgende daily driver te kiezen is dat je zo’n fiets niet mishandelen kunt door hem niet op temperatuur te krijgen. Op een elektrische motoriets (met 5 jaar en onbeperkte kilometer garantie) heb je nooit meer mayonaise aan je dipstick.

En of mijn toekomstige boodschappenfiets straks net zo’n klassieker wordt als de Norton die ik voor 75 gulden kocht? Daar praten we over 35 jaar eens rustig over verder.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Klassieke motoren als belegging?

Beleggen als kansspel?

Klassieke motoren als belegging? Welnee joh! Doe maar wat aandelen Thalys of zo. Natuurlijk is er een  aantal motoren waaraan een stevig prijskaartje hangt. Motoren die misschien nog wel duurder worden. Of niet.  Maar zelfs dat is vaak in de waan van de dag. Koester dus de droomwaarde en verkoop niet. Klassieke motoren zijn leuk omdat ze leuk zijn. Niet omdat ze ooit heel veel waard worden. 

En toen de Z1300 die al meer dan anderhalf jaar in diverse bladen werd geadverteerd weer eens voorbij kwam werd het tijd voor actie. De man was een liefhebber. De Kawasaki was een fraai exemplaar dat in een keurige garage onder een voorbeeldige motorhoes sliep. Het motorblok was alibi-loos  koud. De vers opgeladen accu werd in zijn hok gestopt. Fuel, Ignition. GO! De startmotor van de zescilinder jengelde er vrolijk op los. Verder gebeurde er overtuigend niets in de machinekamer. Tijd om te controleren of er vonkjes waren. Er waren vonkjes. Bougie er weer in. Weer dat zeurderige gejengel. Er werd gecontroleerd of de brandstof in elk geval ongeveer op zijn plek kwam. Dat leek het geval te zijn. De Kawasaki eigenaar was in de loop der tijd blijkbaar vergeten dat de zescilinders een vreemd karaktertrekje hadden. Wanneer zo’n ding – toen nog met echte ouderwetse benzine er in – een week of twee had gesluimerd, dan startte hij altijd bij de eerste keer. Of niet. We hadden hier een ernstig geval van never nooit niet. Dat vroeg om zwaardere middelen. Feitelijk om de demontage en reiniging van het hele carburatiegedoe. De Verkoper was intussen al wat aangeslagen. Een spuitbus met start pilot – ether dus – is doorgaans goed genoeg om een dood paard weer aan de gang te krijgen. Na de derde shot begon het in de garage aardig naar ziekenhuis te ruiken, maar de lompe schoonheid had nog geen kik gegeven. De starterij werd een teamsport: “Als jij gas geeft en start, dan spuit ik nog wat ether in het luchtfilter”. We gingen voor goud. Tijdens de volgende actie daalde de toonsoort waarin de startmotor jengelde en werden de etherdampen in de schuur zowat bedwelmend. De hoopvolle potentiele aanstaande ex-eigenaar zat met zijn hoofd bijna in het luchtfilter. Toen viel er, ergens in het vettige duister van het blok blijkbaar toch een vonkje in zijn bedje van etherdamp. Er klonk een holle ‘WHHHOEPP!” en vanuit de luchtfilterkast steeg er een mooi ronde, witte vuurbol omhoog. Het hoofd van de Kawaliefhebber werd volledig door de vuurwolk omsloten. Hij kwam verrassend soepel vanuit de hurken omhoog en kletterde tegen een kast achter hem. Uit de kast klonken geluiden van vallende dingen. De vuurwolk had de vrolijke etherpiraat beroofd van kuif, wenkbrauwen, snor en baard. Zijn brilleglazen waren matglasachtig aangeslagen. Dat leek het juiste moment om eens een Kawa te kopen. Zwijgend en in alle rust werd de helft van de vraagprijs plus een beetje in kleine coupures  op de buddy gestapeld. De eigenaar smeulde nog na. “Het is goed. Ik pak de papieren, zet hem maar vast buiten”.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.

Dolf Peeters: MOTORRIJDEN IN DE REGEN

Baton Rouge

De laatste recreatieve rit viel laat. Maar het bezoek aan motorherberg le Baton Rouge was al te vaak uitgesteld. En het kan natuurlijk heel mooi zijn in de Ardennen in oktober. De weervrouw had de avond voor de rit een sombere blik in de ogen en een zwemvest onder haar arm. Maat Ernie werd opgebeld of hij de dame ook had gespot. We sproeiden vochtverdrijver over het elektriek van onze brommers. We maakten grote wind en regen vangende flappen van vijverfolie en tie-wraps bij de handvatten. En we besloten voor het slapen gaan een preventieve borrel tegen de natheid te nemen De volgende ochtend zwom er een goudvis op vensterbankhoogte door de regen. Bij ontbreken van een Rukka outfit werd gekozen voorde ouderwetse laagjes aanpak. In de hoop dat binnendringend regenwater de weg kwijt te laten raken. Hoop doet immers leven? Eerst een stel lange, dunne sokken, dan een setje van wat buurvrouw Adrie ‘terminaal’ ondergoed noemt. Daarover een lange onderbroek plus een sweatshirt. Een stel lange, dunne sokken. Een binnenvoering van een lang vergeten motorjack en een spijkerbroek. Een dun stel lange sokken. Een fleece trui met col. Een lederen motorbroek. Een textiel motorjack. Een wollen sjaal. Rubber laarzen van de Welkoop zijn de beste. Een plestikken regenoverall van een aan zijn eigen succes ten onder gegane Britse regenoverall fabrikant. Een sjaaltje. Binnenhandschoenen. Buitenhandschoenen. Een eerste generatie, gerubberd, regenjack. Even weer alles uit doen om de motorsleutels uit de spijkerbroekzak halen. Zo! Klaar voor de eerste drie kilometers naar Ellecom! Ernie stond als een geslaagde kruising tussen het Michelinmannetje en Erica Terpstra in de startblokken. Het staan ging prima. Bewegen ging moeilijker. Jethelms en motorbrillen. De laatste slag sjaal over neus en kin. Go! Tot aan Eindhoven bleven we droog. Bij Maastricht hadden het regenwater zijn eerste verkenners binnenboord geloodst. We besloten dat we de strijd tegen het water hadden verloren en kozen voor de toeristische route. Bij Triers/ Verviers had het water zich naar tevredenheid verdeeld over alle dunne lagen textiel. In de buurt van Francorchamps/Stavelot overheerste de sensatie op een drie weken oude, lauw warme Pamper te zitten. Dat was mooi wennen aan het verplegingsschema van Huize Terminus in het jaar 2038. Zo ommerdebij Trois ponts begonnen de perfect waterdichte Welkooplaarzen zich van binnen uit te vullen en leek de Drion pil een zinnig alternatief. Even later zagen we, vlak voor Vielsalm, le Baton Rouge. De dagteller stond op 289 km. We werden hartelijk verwelkomd. Hingen de herberg vol druipende kledingstukken. Haalden onze droge verschoningen uit hun unieke Komo bergingen. Namen staand een dubbele whiskey. Werden bij de open haard langzaam weer mens. Gastvrouw Hetty was elders. Dat was ons al gezegd. We doken dus zelf de keuken in. Dat mocht van herbergier Ben. Het eten was lekker. De rode wijn smaakte perfect. Een paar borrels en wat rookwaar later besloten we dat het mooi was geweest. Nog even het weerbericht bekijken. Want de volgende dag moesten we immers weer terug. Motorrijden is leuk. Toch? 1976? Nee: 2009.

Bovenstaand verhaal komt uit het boek

MANNEN, MOTOREN EN (WAT) MEISJES

Wil je hier op de website meer verhalen van Dolf lezen, dat kan via deze link.

Dolf Peeters: motoronderdelen zoeken, een kunst op zich

“Onlangs hadden we (onze schrijver Dolf Peeters / redactie) het over de vondst van een BMW R60/5. Dat ding had een jaar of twintig geslapen. En werd geadopteerd voor een paar honderd euro. Iemand vond het bericht zwaar gedateerd. Want een BMW voor dat geld? Dat was iets van jaren terug. Tegenwoordig werd er voor zo’n ding al gauw een paar duizend euro gevraagd. En dat was duidelijk te controleren op Marktplaats. De oplettende lezer had gelijk. Voor zover het Marktplaats, of desnoods het hele Internet betreft.

Gewoon, de echte mensenwereld

Maar vanuit ons beperkte universumpje is Internet, is Marktplaats, niet de norm der dingen. Wij zoeken – en vinden vaak genoeg – gewoon in de mensenwereld. Binnen de vrienden en kennissenkring. En dat resulteert dan niet gegarandeerd in aanklikken en wachten tot de doos bezorgd wordt. Maar via via kom je vaak bij mensen die zich digitaal niet of nauwelijks presenteren. We kennen intussen een handelaar voor wie het bijvoegen van een foto in een mailbericht absoluut te hoog gegrepen is. Dat zijn dan mensen waar je naar toe gaat en zo breidt je kennissenkring zich steeds verder uit.

En dan kom je weer op dat spanningsveld van prijzen

Een van de redactionele brommers, een 1984’er Moto Guzzi V65 die als daily driver wordt gebruikt had wat probleempjes en vroeg wat aandacht. Als je Moto Guzzi denkt in Nederland, dan denk je in elk geval aan TLM in Nijmegen. Dat bedrijf heeft Guzzi in alle genen, was één van de eersten die gebruikte onderdelen helemaal gedocumenteerd online zette en vanuit Nijmegen worden er gebruikte Guzzi onderdelen over de hele wereld verstuurd. Maar met de uurtarieven van TLM is het moeilijk slikken voor de eigenaar van een ouwe, kleine Guzzi.

De prijzen van gebruikte onderdelen

In de professionele motorsloopwereld is het al sinds jaar en dag zo dat de richtlijn is, dat de verkoopprijzen een derde tot de helft van de laatste nieuwprijs is. Dingen die bijna niemand zoekt zijn goedkoper. Heel zeldzame items zijn duurder. Maar elke discussie over die prijzen kan afgestopt worden met de vraag of ‘de markt’ het bedrag er voor wil betalen. Bij een serieuze organisatie als TLM is er al een hele hoop werk in de handel gestoken voordat het op de webshop komt. En de bedrijfskosten van een groot bedrijf moet je ook niet onderschatten. Aan het eind van het liedje biedt TLM een bijna dekkend aanbod aan hoogwaardige gebruikte Guzzi spullen voor bijna alle modellen met het koopgemak van een muisklik.

En zo vind je dan een accu zijdeksel voor € 96,59

Helaas heeft dat ding de verkeerde kleur. Maar het is er eentje zonder scheuren, krassen of afgebroken lipjes. Intussen is een kapot zijkapje geen ramp. Het doet alleen afbreuk aan de rest van de fiets die er nog best netjes uit ziet. Maar bijna 100 euro= Das serieus geld. Als de Guzzi dan tegen een elektrische ontstekingsprobleem op loopt, dan heeft dat prioriteit. Zelf kwam ik daar als ouwe wtb’er niet uit. Maar ik had goede dingen gehoord over Mark Wilmink uit Borne. Mark bleek geïnteresseerd in de rare storing. Want hij is geen motorhandelaar, hij is een techneut en repareert alleen Guzzies zonder injectie.

De Guzzi werd naar Borne gebracht waar Mark iets raars vond en oploste

Om de V65C bij hem in de bestanden te bergen deed hij een compressiemeting, een compressielektest en controleerde hij de lifthoogte van de nokken op de nokkenas. Dat geeft een mooi nulpunt voor de motor van een nieuwe klant en geeft een heldere indicatie van de toestand van het blok. De V65C bleek vermoeider dan gedacht. Om het mooi te maken worden volgende winter de koppen dus gerepareerd. Alles dik voor elkaar. Voor aflevering werd de Guzzi nog even op alle vloeistoffen en drukken gecontroleerd. Daarna werd de zaak nog even kort besproken en een van de laatste opmerkingen was “En je hebt toevallig geen zijdeksels voor een V65C denk ik”.

Die waren er toevallig wel

Nieuw, en ook in de verkeerde kleur. Maar het waren er wel twee voor € 30. Het blijkbaar hoge kilometrage – op de klok staat maar dik 40D km – had zich al eerder kenbaar gemaakt door carburateur problemen. Vervangende gasfabriekjes waren daarom al eerder gescoord bij een ander eenmansbedrijf, dat van Teun Beuzel uit Lochem. En Starten en laden uit Nijmegen heeft ooit een hele container vol imitatie Valeo startmotoren uit China laten komen. Die passen op veel BMW’s en Guzzies. En kosten nieuw – met drie jaar garantie – € 59,- En dat is dan alleen nog maar in het Guzzi wereldje. Een wereldje waarin Jan Robers uit Boekelo trouwens ook een ijkpunt voor de oudjes is. Dat zijn allemaal bedrijfjes die niet of nauwelijks adverteren. Dat is natuurlijk jammer als je een blad of een site hebt.

Maar ze bedienen een niche markt en voelen zich daar wel bij

En als je er bij eentje bent die zich bezorgd af vraagt of het niet allemaal uit de hand gaat lopen omdat hij de vorige dag zomaar zes mensen over de vloer heeft gehad? Dan heb je een goeie. En dat soort bedrijfjes zijn er gelukkig nog voor alle merken klassiekers.
En dan is er nog de ‘handel’ in de binnenste cirkel waar een stuur van een oude Amerikaan geruild werd tegen een stel uitlaatbochten van een motorfiets. Je moet ze alleen even vinden.

Maar onze insteek werkt niet voor iedereen

We hadden een kennis verwezen naar onze voortreffelijke vriend Kiat Que van Loods 8 . De brave kennis was naar het wat vage industrieterrein in Arnhem gereden. Hij had voor de zaak gestaan. En hij had er geen goed gevoel bij. Hij is door gereden.

Dus kost iets € 100 of een € 50?

Als je in de top van de markt online koopt en je wilt risicoloze kwaliteit klikken? Dan scoor je voor € 100. Als je de (vraag)prijzen op Marktplaats bekijkt? Dan weet je in elk geval wat er gevraagd wordt. Als je gewoon veel mensen kent en als je een beetje de tijd wilt nemen? Dan kun je op zoek in de kennissenkring of bij de kennissen van kennissen. Op die manier leer je veel mensen kennen en wordt het vinden van spullen steeds leuker, makkelijker en goedkoper. En leuker.”

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is een trouwe schrijver op onze website. Dolf droomt motoren, weet van motoren en er stroomt volgens ons (redactie@ikzoekeenmotor.nl) olie door zijn aderen. Of benzine? We twijfelen nog. Heb jij het BOEK van Dolf al gelezen trouwens?

Mancave

“Ik (Dolf Peeters) ben al man zolang ik het me kan herinneren. Dat is niet altijd een makkelijk, maar best wel een interessante situatie. Qua generatie hoor ik niet meer tot het slag mannen dat hun zachte kant alleen gebruikt om op te zitten, maar ben zeker geen man die constant zijn gedachten of erger nog, zijn emoties, wil delen. Maar ik probeer op mijn onbeholpen manier wel bewust en respectvol te leven.

Toen ik op mezelf ging wonen hield ik mijn behuizing en mezelf netjes. Als ik niet uit eten ging kookte ik voor mezelf. Wassen en strijken deed ik ook. Toen de liefde in mijn leven en huis kwam werd het er alleen maar beter op. Vrouwen leggen immers de lat hoger. Waar dat te ver boven mijn macht ging, gaf ik het graag uit handen. Van het wasjes draaien werd ik volkomen bevrijd toen ik een grote, zachte fijnwollen sjawl uit de wasmachine haalde als een klein, handzaam en best stevig servetje. Maar het samenleven en samen doen heeft mijn leven op een hoger plan gebracht. Ik heb een hoop geleerd van de liefde. In harmonie samenleven met een lid van het prettiger geboetseerde soort is een verrijking van het ongecompliceerde mannenbestaan. Je moet opeens wel met een heleboel dingen rekening houden. Maar die ying/yang gedachte? Daar zit wel wat in.

Die zelfredzaamheid is misschien ook genetisch. Toen mijn moeder overleed zorgde mijn vader er nadrukkelijk voor dat hij geen vieze oude man werd. Want dat is toch een op de loer liggend gevaar voor ons jongetjes. We kunnen zonder toezicht zomaar een heleboel dingen belangrijker vinden dan het huishouden of de eigen verzorging.

Ik heb dat ooit zien gebeuren bij een kennis die op de vraag van zijn echtgenote “Wat er nu eigenlijk belangrijker was, die motorfietsen of ik? “ een antwoord gaf dat misschien wel eerlijk, maar strategisch onhandig was. In het vervolg van dat antwoord vertrok zijn vrouw. Nadat hij dat had gemerkt haalde hij zijn eten bij de Chinees en de snackbar. Zijn werkgever zorgde voor bedrijfskleding en de bewassing daar van. Maar thuis, in de garage telde hij de zegeningen van het feit dat jeans en T shirts steeds lekkerder gaan zitten naar gelang ze ouder en viezer worden. Als kraanmachinist in de constructie veranderde er weinig. Aan zijn woonomgeving des te meer. Inhoud van de garage verhuisde naar de woonkamer. Dat gaf meer ruimte voor meer spullen in de garage. Intussen was de aanloop van handtamme en keurige motorvrienden aardig afgenomen. Dat had vast wat te maken met de steeds onoverzichtelijker situatie en de garage en de woonkamer. Gelukkig was er in de voormalig echtelijke slaapkamer nog ruimte nadat de twee andere slaapkamers ook tot opslagruimtes waren opgewaardeerd. De mensen die nog wel over de vloer kwamen hadden geen moeite met de praktische inrichting van de woning en het vrij liberale kattenbakkenversingsschema van de man die eindelijk alle tijd voor zijn motorfietsen had. Maar die bezoekers werden allemaal wel steeds excentrieker.

Dat ging zo door tot de woningbouwvereniging het wel welletjes vond. Er werd ingegrepen, begeleid gezorgd en gecoached. Met een hoop mankracht M/V werd de motorliefhebber weer in het gareel gemasseerd. En hij werd verliefd op een van de hulp verlenenden.

Die dame had gezien waar hij vandaan kwam en had besloten dat hij die weg niet weer op zou gaan. Ze zette hem strak onder curatele. Ze zijn intussen alweer vier jaar een koppel. In de kamer staat een motorblok. In de schuur staan twee motorfietsen. En de kattenbakken worden weer schoon gehouden.”

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters?

Via de volgende link bestel je zijn boek “Mannen, motoren, en wat meisjes”.

Verhalen van Dolf op onze website vind je via de tag Dolf Peeters onderaan elk artikel van hem.

Tussen twee dames in een tentje beland

De motorrijder die op het terras was aangeschoven zei: “ik rij nu alweer een jaar motor. Maar ik heb nog steeds niks mee gemaakt”. Ik keek naar zijn glimmende fiets en zijn keurige motor outfit. Ik keek naar mijn motorfiets waarvan de meeste mensen alleen maar denken “Wat een oud ding” en bedacht dat het net vrij fris rijden was in mijn T shirt en sandalen. Maar de boeren omelet op mijn bord deed zijn best om me weer blij te maken.

Een column van Dolf Peeters.

De man die ook dit boek geschreven heeft. Heerlijk om te lezen, ook als niets met motorfietsen hebt.

De artikelen van Dolf vind je hier.

Avontuur gezocht

“Wat dacht je dan mee te maken?” ”Nou ja, je leest van alles. Motorrijders maken van alles mee. Ik rij alleen maar rondjes”. Vrouwen claimen vaak het recht op emoties. Wij jongetjes hebben ook emoties. Niet dat we doorgaans weten wat we daar mee aan moeten. Maar toch. In het diepst van onze psyche – let even op: bij mannen is er pas vanaf bouwjaar 1960 een psyche gemonteerd, voor die tijd deden we maar wat – willen we graag leven zoals in jongensboeken uit de jaren vijftig en zestig. Maar dan wel met een sexleven. Want dat was in die lectuur een wat ondergeschoven onderwerp.

Allemaal valse romantiek

Motorrijden, trucker- en rechercheur zijn, dat zijn hoogst overgewaardeerde (plus in geval van de laatste twee, onderbetaalde) bezigheden. Voor hard motorrijders is motorrijden de belangrijkste bijkomstigheid in het leven. Voor veel mensen is motorrijden een lifestyledingetje. En boven alles is motorrijden nu iets voor 50-60+ ers. Dat is ‘where the nostalgia kicks in’. Wegdromen over je jeugd. De dingen die je hebt gedaan of had willen doen. Maar toen kwamen de kids. Kwam de carrière en de optionele scheiding en het tweede huwelijk.

Modern times

Na die blessuretijd kun je dan in de herkansing. Het realiseren van jongensdromen met de motor van je dromen. Of het moderne equivalent daar van. Want ook de meest gedomesticeerde mannen hebben doorgaans nog ergens een sluimerend Bokito gen. Dat hebben drie emancipatie tsunami’s er nog niet helemaal uit gekregen in een wereld waar wij mannen onze ‘zachte kant’ vroeger alleen maar gebruikten om op te zitten.

Avontuur valt tegen

“Er ligt olie onder je motorfiets” duidde mijn verse tafelgenoot bezorgd. “Ben je nou niet bang dat je met zo’n oude machine onderweg met pech komt te staan?” “Dat is geen pech. Dat is avontuur” corrigeerde ik hem vriendelijk. En dat wij hier zitten te ouwehoeren is ook avontuur. Kijk maar eens hoe vriendelijk dat serveersterje is. En daar staat een lief Moris Minortje”.
“Het zijn keuzes. Een kennis van me kreeg op een motortrip in Moldavië trombose in zijn been. De doktoren in het plaatselijke ziekenhuis spraken alleen Russisch. En in de OK stond er een raam open vanwege de frisse lucht. Hij heeft er een fantastisch litteken aan over gehouden. Een andere kennis ging off road en brak in Schotland een been. Hij heeft twee uur in de regen liggen wachten tot dat hij werd opgehaald in een Landrover van een landheer. In het landhuis werden de patiënt en zijn maat hartelijk ontvangen.
De lokale dierenarts keek naar het gebroken ben en gaf de gevallen ridder een stevige shot morfine. Ze kregen een dubbele borrel. De dochter des huizes had kostschool verlof en was hoogst onder de indruk van de stoere Dutchies. Eenmaal in het gips en in Nederland besliste de echtgenote van de brekebeen dat het nu afgelopen moest zijn met dat gedoe met die motorfietsen.
En een bekende van me, die op wereldreis is, zit nu al meer dan drie maanden vast in Nepal in verband met de Coronakriebels. Hij is al vijftien kilo af gevallen en wil naar huis” .
Dat was niet het soort avontuur dat mijn tafelgenoot zocht. Hij besloot dat het vooralsnog avontuurlijk genoeg was om in zijn eentje te blijven rijden. “Want als ik in een groep had gereden hadden we dit gesprek niet gehad”.

Het geheim: reis alleen

Motorrijden is van oudsher wat individualistisch. Rijden doe je in je uppie. Of maximaal met twee man. Als eenling ben je daarbij niet bedreigend en staan de kansen op onverwachte ontmoetingen open. Ik vertelde hoe ik een keer na een motorongeluk, een echtelijke ruzie en wat telefoonwerk in het Lake District in een tweepersoonstentje tussen een lesbisch koppel naar dromenland was gedeind. Mijn tafelgenoot keek dromerig weg. “Pech voor je dat ze lesbisch waren mijmerde hij”. “Pech dat de ene verschrikkelijk snurkte” antwoordde ik. Want met al die jongensboekendromerij moet je wel realistisch blijven.

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. 

Mannen, motoren, en (wat) meisjes.)

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Een klassieke motor kopen

“Een klassieke motor kopen“. Dit is een gastblog van Dolf Peeters

Er moest ander werk voor blijven liggen. Maar vriend G. wil een andere motorfiets kopen. Hij wilde terug naar iets klassiekers. Want zijn werksituatie is veranderd en hij heeft nu geen moderne vier seizoenen BMW voor nodig. Hij is op zoek naar een late tweekleps boxer met kuip. Voor de rest laten we even in het midden wat voor type, want dat zou flauw zijn voor de aanbieder waar we waren. De motor die we bekeken, die is het niet geworden. Ondanks het feit dat het een keurige fiets is.

Dolf Peeters, zijn foto zag je al eerder want Dolf is een trouwe gast-columnist, hij deelt zijn verhalen op #Ikzoekeenmotor. En daar zijn wij bij de redactie blij mee!

Maar we nemen je graag mee op de reis naar de ultieme fiets van G.: een late – monoshock – tweekleps BMW boxer met een kuip en koffers. Die machines staan bij particulieren doorgaans voor bedragen tussen de € 3.500-4.500. In de handel tref je ze met vraagprijzen tot voor in de € 5.000.

Dat soort klassieke motorfietsen koop je feitelijk zonder garantie. Maar in de reguliere handel worden er regelmatig afleverkosten/ een korte garantie van een maand of zo tot zo’n € 400 voor gevraagd. G. is zelf een getalenteerd sleutelaar. Garantie – voor wat het waard is – en afleveringskosten op een klassieke motorfiets ziet hij niet zitten.

Bij het bezoek aan een handelaar moet er dus ruimte in de prijs zitten, ook omdat er geen sprake van een inruiler is. We gingen naar een gewone, al jaren bestaande handelaar in motorfietsen. Geen merkdealer, merkspecialist of klassiekerspecialist. De motor die daar stond was onloochenbaar keurig. En hij had relatief weinig kilometers gedraaid. De machine was compleet op het gereedschapssetje en het onderhoudsboekje na. Dat laatste was wel een dingetje.

Het kilometrage zou ondanks het ontbreken van het onderhoudsboekje zomaar kunnen kloppen. De DOT code op de banden maakte duidelijk dat de rubbers – ondanks een nog redelijk profiel – over hun datum van uiterste houdbaarheid waren. De remvloeistof was helder, maar de remslangen waren zo te zien nooit vervangen. En het vervangen van de originele remslangen op oude motoren is echt wel belangrijk.

De vraagprijs van net € 5.000 kon in overleg niet lager worden dan € 4.800. Daarbij leverde G. dan de afleveringsbeurt en de ‘garantie’ in. En toen bleek wat een zuiver denkende karaktertijger G. is. De motor beviel hem. Was eigenlijk wat hij zocht. En die € 4.800 was ook het probleem niet. Maar hij bleef bij zijn eindbod van € 4.500. Dat was niet genoeg voor de verkoper. Het afscheid was correct maar koel. Voor € 3.500-4.500 moet G op de particuliere markt een heel net exemplaar kunnen vinden. Zonder garantie. Zonder afleveringsbeurt.

Om gewoon snel en probleemloos een goed exemplaar bij een handelaar te kopen had hij € 4.500, dat is ongeveer de hoofdprijs, over. Twee verse Battlaxjes kosten daarbij iets van € 200. Een set remslangen kost ongeveer hetzelfde. Tel daar bij nog eens een euro of honderd en dan zit je aan de vijf mille voor de klassieke motor van G. ’s dromen. Tenminste als dat het exemplaar zou zijn dat we bezichtigd hadden. En om een goede motor op een verschil van € 300 in de aankoop te laten lopen? Dat is zeker niet dom als de initiële prijs aan de hoge kant was en er nog meer van ‘dezelfde’ motoren te koop staan.

De foto’s zijn niet van de motor die we gezien hebben. Ook geen kwaad woord over de handelaar. Soms vind je elkaar. Soms niet. Maar het idee achter dit verhaaltje is hetzelfde wat we ooit van een handelaar in oudere, klassieke, auto’s hoorden: “Ik weet van de voren wat ik maximaal wil betalen. En daar ga ik nooit overheen”. Verstandig toch?