Tag archieven: Dolf Peeters

Motorlijn Holland voor de beste motorhefbrug

Ed van Nieuwenhuizen

Ed van Nieuwenhuizen, inmiddels eigenaar van Motorlijn Holland kocht er ooit eentje. En die beviel niet helemaal. Hij wist direct dat hij nooit meer zonder zou kunnen. Zonder motorhefbrug. Maar dat zou dan wel de perfecte motorbrug moeten zijn. En nu is hij dealer van zijn perfecte merk motor heftafels. Want goede dingen moet je delen.

Een onmisbaar stuk gereedschap

Er zijn Motorliefhebbers die een motorhefbrug alleen al als lifestyle monument in hun mancave hebben. Daar scoren ze vet mee. Maar een motorhefbrug is zoveel meer dan een monument. Een motorhefbrug is na eerste kennismaking een onmisbaar stuk gereedschap.

En het mooist is dat je dan meteen een zo goed mogelijk exemplaar koopt. Want ook voor motorhefbruggen geldt dat alle waar naar zijn geld is. De eerste plus bij de aanschaf van zo’n stuk gereedschap, want dat is een motorhefbrug, is dat je er iets mee koopt dat generaties lang in de familie kan blijven. Vanuit die insteek valt de prijs dan altijd mee.

Einde show of lekker doorgaan?

Veel van ons hebben vroeger gesleuteld. Gewoon op de grond. Met onze gemiddelde leeftijd hoeven we er ons niet voor te schamen comfortabeler te willen werken. Temeer omdat onze ruggen niet meer in zijn voor grondacrobatiek tijdens het sleutelen. We durven te stellen dat werken aan een motorfiets die stabiel en op een ergonomisch fijne werkhoogte staat ons motorleven zomaar met tien jaar kan verlengen.

Hoe technisch moet het worden?

Om goed aan een motor te werken is een hefbrug onmisbaar. Het demonteren van een wiel is zonder hefbrug een martelgang. En de dealer rekent zijn werkplaatstijd er voor. Net als voor heel veel dingen waar je thuis het voorwerk voor kan doen zoals het verwijderen van plaatwerk voordat de motor naar de dealer gaat. Zo’n dealer kan zomaar twee+ uur werktijd rekenen om kunststof delen te verwijderen. En bij een officiële dealer kost een werkplaatsuur zo maar € 100 ex. btw.  

Het echt goed schoonmaken van een motorfiets?

Dat gaat perfect op de hefbrug. Maar tussen schoonmaken en een stabiele situatie bij een totale demontage geeft een motorhefbrug alle ruimte om beter te werken. Denk aan het vervangen van remblokken en luchtfilters. En voor niet geroutineerden staat zowat elke actie in video en met uitleg op Youtube.

Meervoudig inzetbaar

Na de aanschaf van een motorheftafel kan je sociale leven veranderen. Motorrijdende vrienden M/V kunnen vaker langskomen.

Maar zo’n heftafel kun je natuurlijk ook prima gebruiken om aan motormaaiers, buitenboord motoren, fietsen en dergelijke dingen te werken.

Met een paar lijmklemmen kun je er zelfs een houten boekenkast op maken. En met een schoon kleed er over heb je de ideale party tafel.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Voor meer informatie over de motorheftafels kun je klikken op de doorlinkjes in de tekst of op de afbeeldingen. Of ga naar: //ikzoekeenmotor.nl/bedrijven/motorlijn-holland/

Meer schade aan hun ego dan aan de motorfiets

Regelmatig plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

“Ben zooi aan het opruimen. En dan vindt je nog meer reisherinneringen:

Als je niet altijd je oude motor hebt ingeruild, maar er af en toe gewoon eentje bijgekocht hebt, dan heb je na verloop van tijd best wat oude dingen in de schuur staan. Als je de enige niet bent met die verder onschuldige afwijking, dan is het leuk om eens per jaar wat oud ijzer te voorschijn te halen voor een lang weekend weg.

Dit jaar gingen we voor onverdund avontuur. Of zo. We besloten naar Italië te gaan om weer eens de Stelvio te pakken. Net als vroeger. We keken op Internet: de Stelvio was er nog steeds. Dus we konden gaan.

Eenmaal in de buurt viel ons op dat er blijkbaar gloednieuwe zware allroads, adventure-motoren, Ducati’s en KTM’s waren uitgedeeld in de regio. En dan ben je niet eens verbaasd dat al die motards ook in de meest actuele, trendy motor outfits gestoken zijn.

Ons kwartet, en ik moet eerlijk zeggen onze verschijning, stak daar wat povertjes bij af. Maar ach, wij rijden voor ons plezier en niet voor het uiterlijk vertoon. Dat is natuurlijk een zwaktebod, maar onder elkaar komen we ermee weg. De ochtend van onze eerste dag zaten we na een laat ontbijt nog wat cappuccini te verdelgen toen er een fraai geboetseerde dame op ook alweer zo’n showroomshine Ducati aan kwam.

We dachten eerst blij verrast dat ze alleen bodypainting droeg, maar het was haar motorpak. Dat was waarschijnlijk dicht gestikt terwijl zij er al in zat. En haar motorlaarzen? Dat waren stilletto’s in dezelfde styling als haar pak. Natuurlijk waren haar helm en handschoenen ook ‘matching’ bij haar kleding en haar moto. Goed. Ze draaide de parking voor ons terras op….

En smakte tegen de grond. We bleven even zitten omdat we dachten dat dat misschien een nieuwe trend was, maar stonden toch maar op om haar en haar motorfiets overeind te zetten. Toen ze stond, stond ze scheef. Eén van haar hoge hakken had het tijdens de landing begeven. We begeleiden haar naar een tafeltje.

Ze kreupelde als een mank paard. Eén van ons, een man met een Über Romantische hang naar het Wilde Westen, was nog bezig met de Duc en keek ons, de drie andere ridders en de gevallen prinses na. Later droomde hij weg: “Haar billen bewogen als twee jonge coyotes in een jute zak”. Dat bedoelde hij poëtisch romanties. Niet veterinair.

Omdat we niet in functie van ridders op witte paarden waren, trokken we verder ons plan. Aan iemand die met stilletto’s aan de Stelvio bedwingen wil, daar moet je niet teveel aandacht aan besteden. In de dagen daar op pakten we de Stelvio vier keer. Dat was erg leuk. Onze oudgedienden genoten er ook van. Ze bewezen ook dat wegligging, vering en remmen van 40+ jaar jonge machines op een heel ander plan staan dan tegenwoordig. Spannend! Ze gaven geen klap verkeerd en bewezen dapper dat 50-60 paarden voldoende zijn om dikke pret te hebben.

Bij onze passenpakkerij viel trouwens wel op dat ‘omvallen in haarspeldbochten’ blijkbaar tot een voor ons tot op dat moment onbekend facet van het motorrijden is. We moesten vier keer een tussenstop maken om gevallen motorrijders te helpen met weer opstaan. Ze hadden stuk voor stuk meer schade aan hun ego dan aan hun machines. Alleen al omdat omdat schades aan bijna nieuwe machines doorgaans 100% verzekerd zijn. Maar het leek ons een verontrustende trend.

Intussen is het statistisch al zo dat er meer motorrijders actief sturend de Stevio op gaan dan dat er afkomen. Het verschil wordt gecompenseerd door lieden die de pas per ambulance of traumahelikopter verlaten. Wij deden het hele verhaal keurig met de rubbertjes op het asfalt. De terugreis was al net zo probleemloos.

Misschien pakken we volgend jaar de Stelvio op onze moderne motoren. Hoe gevaarlijk dat blijkbaar ook zijn kan.”

Mash-i-nist

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek. Op sociale media lazen we van Dolf dit verhaal:

“Ik ben nu alweer een poosje eigenaar van een 2017 Mash 125 cc. En hier in de schuur staat ook de Honda CBF 125 die onze zoon door zijn studietijd heeft geloodst. Die Honda is ‘Made in India’. De Mash is Frans, en made in China. De Honda heb ik net even een beurt gegeven. Het konijn had bijna een jaar niet gelopen en startte met de eerste druk op de knop. Mijn Mash had ook ongeveer zolang gestaan en had twee tanks met een forse dosis brandstofsysteemreiniger nodig voordat hij weer gewoon wilde starten.

Vandaag heb ik de twee 125 cc giganten eens na elkaar bereden en naast elkaar gezet. De Honda is ‘modern’ gestyleerd, dus in mijn ogen lelijk. De Mash ziet er uit zoals een motorfiets er uit hoort te zien. Qua productiekwaliteit en afwerking blijft de Honda ver achter bij de Mash, die gewoon een echte motorfiets is. Het meest overtuigende deel van de Mash is daarbij zijn tankdop.

Het blokje en de inspuiting van de Honda zijn wat beter. De Honda loopt mooier rond. Aan de andere kant: Het Mash blokje is een clone van de Suzuki GN ( met carburateur). En dat blokje komt uit de vroege eerste helft van de jaren tachtig. Vanuit die hoek bezien is er weinig reden tot zeuren.

De Mash loopt iets van ruim 1 op 30. De Honda is (nog) wat zuiniger. Op secundaire wegen komen allebei de brommers goed mee. Maar als je achter een bus zit ben je de sjaak tot hij een halte pakt. Allebei de eenpittertjes lopen een kilometer of 100/uur.

De vering en remmen van de Honda zijn gemoedelijker. Met de Mash kan ik toch wat meer stoeien.

Qua prijsstelling is de Mash een 100% winnaar. Qua looks en motor gevoel ook. Misschien scoor ik er nog wel een ‘zware’Mash bij.”

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

Dolf Peeters: De Vondst

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

De Vondst.

Fred woont in een dorpje ergens langs de A2. Hij is daar “Die man met die motorfietsen.” Op een zaterdagochtend werd er gebeld. Aan de deur stond een oude- en een wat minder oude dame. Fred kent ze wel. Moeder en dochter. Ze wonen in het buitengebied. De moeder heeft ooit een attack gehad en praat moeilijk. De dochter is een verzuurde single. “Of ze Fred even mogen spreken?” Natuurlijk kan dat. Fred’s Inge zorgt voor koffie en koek. Er wordt wat over koetjes en kalfjes gepraat. Dat past in de landelijke omgeving. Maar dan komt moeder, moeizaam sprekend en ondersteund door de bitse blikken van de dochter ter zake. “Jij hebt van die oude motorfietsen. Mijn man zaliger spaarde die ook. Maar nu verkoop ik mijn huis en ga in een bejaardenflat. En dat oude spul van mijn man moet weg. Wil jij dat kopen?”

Fred is meer dan mild geïnteresseerd. Zegt dat hij de spullen dan wel eerst eens wil zien. Dat kan. Direct. Het trio vertrekt naar het buitengebied. Achter het huis staat een vervallen schuur van tien bij dertig. De sloten gaan er af. De deuren gaan open. Binnen, in de schemering staan de motorfietsen zij aan zij. Er staan ook nog een paar auto’s tussen de tweewielers. Fred is best bekend in motorland. Hij ziet één-, nee twee Norton Manxen. Een BMW met plaatstalen frame. Een Vincent, een Porsche 365 B Coupé, een paar Zündapp motorfietsen. Een Norton Atlas. Wat Harley’s. De weduwe vertelt dat haar man binnenvaarder was geweest. Als hij ergens en oude motor zag, dan kocht hij hem en nam hem mee aan boord. Dat deed hij vanaf 1950 tot zeg maar 1970. Tussen 1960 en 1970 hadden alle motorfietsen ongeveer dezelfde waarde wist Fred: ruim 0 gulden. Alle machines leken in redelijke- tot goede staat en kompleet en origineel. De dochter nam op kijverige toon het gesprek over. Zij was duidelijk de hard liner die de zaak tot een goed eind mocht brengen. Met de duidelijkheid dat de zaak glashard was zei ze dat Fred natuurlijk wel de knip moest trekken. “Wat willen jullie er voor hebben?”, sprak Fred die nog nauwelijks bijgekomen was van alles wat hij had gezien. Dochter keek onverbiddelijk en zei: “We weten dat het een hoop geld waard is. Dus ik wil er 5000 euro voor hebben.

De moeder knikte vol ontzag bij het noemen van zo’n monsterlijk bedrag. Fred deed alsof hij over zijn hart streek en zei: “Dat moet dan maar. Ik haal het geld en zorg dat de schuur maandag leeg is.” Moeder en dochter keken elkaar tevreden met hun keiharde zakelijke aanpak aan. Fred kwam zijn belofte na. En de Rudge Ulster met radiale kleppen vond hij pas bij het uitruimen. Die stond achter de Big Chief. Die maandag had hij nog even wat uit te leggen aan zijn werkgever. Want hij had zijn aanwinsten opgeslagen in een loods op zijn werk. In ruil voor de Norton Altlas had zijn baas er vrede mee.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

 

Cadzand in de regen

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Dolf schreef het boek “Mannen, motoren en (wat) meisjes”. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Hier een verhaal van hem:

Ernie is ooit, als dertienjarige naar Cadzand Bad gefietst. We besluiten de rit op de motor over te doen. In dertig jaar is Nederland erg veranderd. En vier ouwe motorfietsen zijn wat anders dan een fiets. Zeker als er een zijspan mee rijdt. De rit volgt zo natuurgetrouw de authentieke route. We rijden over fietspaden, door inmiddels gegroeide woonwijken, plantsoenen en winkelcentra. Het is hartje zomer dus iedereen denkt dat we een lokale vakantieactiviteit zijn. Het veer Kruiningen-Perkpolder is niet meer. Maar zo’n tunnel heeft ook wel wat. De oudgedienden daveren door de kilometerslange pijp die zich van voor tot achter met geblaf, geknal en gegrom vult. Wat spelen met de voorontsteking levert een onweersbui van daverende knallen en blauw paarse uitlaatvlammen op. Vakantiegangers met caravans dwarrelen verdoofd in ons spoor. De geluidsorkaan loopt ook voor ons uit. Dat heeft blijkbaar iets te maken met resonantiefrequenties. Het oplopen van blijvende gehoorschade is een feest!  Aan de andere kant van de tunnel komen we in een wat sombere klimaatzone, maar we halen Cadzand Bad, de badplaats met de lelijkste boulevard ooit. Het is een lange dag geweest en er moet dus eerst gefoerageerd worden. We lopen naar de Zeemeeuw. Daar is het gezellig druk op het terras. Iedereen knipoogt tevreden naar de zee. De bewolking neemt toe. Jacks en helmen mogen in een hoek van het terras uitrusten. We doen een bier en regelen asbakken. Er zit een man met Harley tattoos op zijn anabole schouders. Hij heeft een aanzienlijk jongere dame bij zich en is erg druk met het negeren van motorrijders zonder Harley tattoos. Zou dat eigenlijk pijn doen, een tattoo zetten? Er vallen wat druppels. Wij bestellen nog wat bier en een driedubbele bittergarnituur. Gefrituurde dingen zijn goed. Want een motor kan ook niet zonder olie. Het begint serieus te regenen. Het terrasvolk vlucht massaal naar binnen. Zomerregen is niet erg. We doen gewoon onze motorspullen weer aan. En waarom zou je je helm niet opzetten omdat je toevallig op een terras zit? De bediening snapt het volkomen. Onze bitterballen en dingen worden opgediend onder plastic. In de eetwaar zijn vrolijke parapluutjes gestoken die doorgaans op sorbets gezet worden. Het is stevig doordrinken om de glazen leeg te krijgen. We zoeken ons honk op. De volgende dag is het weer zomer. In Philippine zit een mosselrestaurant waarvan we de eigenaar kennen. De man heeft een mooie collectie Vincents achter de zaak staan. Een dag is zo voorbij.

Op de terugweg is er alleen nog wat consternatie bij de tolpoort. We zeggen dat we niet hoeven te betalen omdat er aan de andere kant van de tunnel een man met een tas staat die de voorverkoop van de kaartjes regelt. Er gaan direct twee tunnelaars met een dienstwagen op zoek naar de zojuist bedachte ondernemer aan het andere eind van de pijp. De terugreis gaat over gebaande wegen. Als je met tachtig over de snelwegen rijdt creëer je je eigen eiland van verkeersstilte. Zo’n weekend is zo voorbij. Jammer.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters? Hier bestel je zijn boek:

Mannen, motoren en (wat) meisjes

Als je Guzzi niet wil starten

We kwamen vandaag dit artikel tegen van Dolf Peeters, en met zijn toestemming delen we het graag met onze lezers.  Altijd handig in het handboek van sleutelaars aan oude klassiekers.

Stap voor stap op weg naar perfectie. Okay, daar moet je bij een wat oudere Italiaan een hoop stappen voor doen. Maar toch… De elektriek van de kleine Guzzies is naar Italiaanse aard gewoon karaktervol. Dat houdt dus in dat je er onverwachte storingen van kunt verwachten.

Een van de bekende problemen betreft het starten. De Italianen hebben zoveel elektriekerij over het contactslot laten lopen dat de motor – ook bij voldoende klemspanning op de accu – bij het starten regelmatig niet verder komt dan het zachtkens aantikken van het relais. Als je er een boosteraccu over zet, dan start hij wel.

Er zijn twee oplossingen: Een theelepeltje of een stukje extra elektrisch touw. Met dat theelepeltje sluit de startmotor kort. De oplossing met het externe touwtje is eleganter: touwtje van de + van de accu naar een waterdichte, veerbelaste schakelaar (scheepsbenodigdhedenwinkel, buitenboordmotorhandel) die normaal open is. Vandaar naar de aansluiting van het startrelais. Nooit meer problemen! Ik heb het originele draadje gewoon laten zitten. Want je weet maar nooit. Ik ben immers net zo’n ster met bedrading als dat Italianen zijn.

Tis alleen qua bediening handiger om die startknop over de rechter kant te bedienen. Dan kun je beter choken.

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Via deze link bestel je zijn boek:

Mannen, motoren en (wat) meisjes

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

 

Dolf Peeters op de Zero (motorrijden zonder franje)

Toen ik (Dolf Peeters) zestien was kocht ik een Norton 99 Dominator. Voor 75 gulden.. Later en legaler bleef ik op goedkope motoren rijden. Eerst uit armoe. Daarna uit een soort vertedering. Daarna uit overtuiging. Omdat ze me snel genoeg waren. Omdat ik ze zelf kon onderhouden (en repareren). En dat die oudste en goedkoopste motorfietsen die ik had nu heel dure klassiekers zijn? Dat is toch grappig?

Mijn interesse, of noem het hebzucht, naar merken of types stopt aan het begin van de jaren negentig. Vanaf toen werden motoren naar mijn smaak lelijke Tupperware vermogenspakhuizen met een overdaad aan elektronica. Meer dan 120 pk en topsnelheden boven de 250 km/u? Dat is voor mij net zoiets als het hebben van een jongeheer van 49 centimeter: Heel indrukwekkend in de sauna. Maar wat kun je er nog mee? Dat lelijke gaat trouwens ver sinds Star Trek en Manga series blijkbaar ‘leading edge’ zijn bij motorfiets designers. Aan de esthetische kant zijn de huidige motorblokken zelf ook het best bediend door ze achter plestik te verstoppen.
En dat steeds groeiende leger aan elektronische regelneefjes dat de motor nog net toestaat dat er iemand met zijn fikken aan het stuur zit? Dat is de wildgroei die je krijgt als je techneuten en marketeers in één hok hebt laten slapen. ABS is slim. Maar voor de rest vertrouw ik op de software tussen mijn oren, in mijn rechter pols en mijn kont.
Mijn daily driver was tot voor kort een Moto Guzzi Cali 3 uit 1991. Die machine belichaamde alles wat ik van een motorfiets vraag. Maar na nog geen drie ton was hij zo moe dat hij op pensioen mocht. Hij is vervangen door een nette 1984’er.

In de tussentijd rijdt ik ‘voor werk’ af en toe nog op moderne motoren. Die machines maken de oude werktuigbouwkundige in mij erg blij. Maar emotioneel doen ze me niets. Ik blijf dus gewoon op ouwe zooi rijden. Maar soms heb ik medelijden met die gedateerde, brave verbrandingsmotoren. Zoals op het moment dat ik na wat korte winterritten een druipende klont mayonaise aan mijn oliepeilstol zie. Mayonaise hoort op frieten. Niet in motorblokken.

En dan wordt je uitgenodigd om op een elektrische motorfiets te rijden. De elektrische motorwereld is uit de puppiefase en hangt nu ergens tussen pubertijd en adolescentie. De mensen die er vakmatig mee bezig zijn, zijn nog onbevangen. Die insteek zal er ook toe geleid hebben mij als fossiel uit te nodigen voor wat een stille omgang over het mooiste klaagdijkentraject.

In E-motorland zijn Zero (USA) en Energica (It) blijkbaar de pioniers. Het zijn jonge bedrijven, geen motofabrikanten die een loodzware historie achter zich aan trekken. De gevestigde grote motormakers stellen zich nog wat terughoudend op. De nieuwelingen hebben niets te verliezen en hopen alles te winnen. De Zero’s en Energica’s zien er gewoon uit als moderne motorfietsen. Ze hebben ook een hele pluk elektronische hulpjes. Maar met de rijmodus op ‘street’ ben je gewoon net zo bediend als op een BMW R75/5. Maar daarna gaan de zaken anders. Je zet de sleutel op contact en je geeft ‘gas’. Dan rijd je. Naar gelang je meer ‘gas’ geeft ga je sneller. Helemaal traploos versnellend. En met een maximum koppel dat vanaf de eerste meter domweg ongelofelijk is. In mijn MTS tijd zaten we midden in de overstap naar de Nieuwe Eenheden. We moesten leren dat 1 kW gelijk stond aan 1, 36 pk. De 82 kW van de Zero SR/S is dus bijna 112 pk. Het – feitelijk constant aanwezige – max koppel is een massieve 190 Nm.

Het rijden op de Zero is motorrijden zonder franje aan het kleed. Alle emo-opties zoals geluid en trillingen zijn afwezig. Elektriciteit brengt motorrijden terug naar zijn naakte essentie. Dat is anders. Dat is wennen. Maar dat wennen gaat snel. Tijdens de rit greep ik maar één keer naar het afwezige koppelingshendel.
Qua actieradius blijft de zaak nog wat achter voor de lange rittenrijders. Je BMW GS met Touratech tank aftanken gaat sneller dan het stekkeren van je E-Motor. Veel sneller. Maar voor regionaal gebruik zijn er geen problemen.

Maar wat mij overhaalde om zo’n elektriekeling als volgende daily driver te kiezen is dat je zo’n fiets niet mishandelen kunt door hem niet op temperatuur te krijgen. Op een elektrische motoriets (met 5 jaar en onbeperkte kilometer garantie) heb je nooit meer mayonaise aan je dipstick.

En of mijn toekomstige boodschappenfiets straks net zo’n klassieker wordt als de Norton die ik voor 75 gulden kocht? Daar praten we over 35 jaar eens rustig over verder.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Klassieke motoren als belegging?

Beleggen als kansspel?

Klassieke motoren als belegging? Welnee joh! Doe maar wat aandelen Thalys of zo. Natuurlijk is er een  aantal motoren waaraan een stevig prijskaartje hangt. Motoren die misschien nog wel duurder worden. Of niet.  Maar zelfs dat is vaak in de waan van de dag. Koester dus de droomwaarde en verkoop niet. Klassieke motoren zijn leuk omdat ze leuk zijn. Niet omdat ze ooit heel veel waard worden. 

En toen de Z1300 die al meer dan anderhalf jaar in diverse bladen werd geadverteerd weer eens voorbij kwam werd het tijd voor actie. De man was een liefhebber. De Kawasaki was een fraai exemplaar dat in een keurige garage onder een voorbeeldige motorhoes sliep. Het motorblok was alibi-loos  koud. De vers opgeladen accu werd in zijn hok gestopt. Fuel, Ignition. GO! De startmotor van de zescilinder jengelde er vrolijk op los. Verder gebeurde er overtuigend niets in de machinekamer. Tijd om te controleren of er vonkjes waren. Er waren vonkjes. Bougie er weer in. Weer dat zeurderige gejengel. Er werd gecontroleerd of de brandstof in elk geval ongeveer op zijn plek kwam. Dat leek het geval te zijn. De Kawasaki eigenaar was in de loop der tijd blijkbaar vergeten dat de zescilinders een vreemd karaktertrekje hadden. Wanneer zo’n ding – toen nog met echte ouderwetse benzine er in – een week of twee had gesluimerd, dan startte hij altijd bij de eerste keer. Of niet. We hadden hier een ernstig geval van never nooit niet. Dat vroeg om zwaardere middelen. Feitelijk om de demontage en reiniging van het hele carburatiegedoe. De Verkoper was intussen al wat aangeslagen. Een spuitbus met start pilot – ether dus – is doorgaans goed genoeg om een dood paard weer aan de gang te krijgen. Na de derde shot begon het in de garage aardig naar ziekenhuis te ruiken, maar de lompe schoonheid had nog geen kik gegeven. De starterij werd een teamsport: “Als jij gas geeft en start, dan spuit ik nog wat ether in het luchtfilter”. We gingen voor goud. Tijdens de volgende actie daalde de toonsoort waarin de startmotor jengelde en werden de etherdampen in de schuur zowat bedwelmend. De hoopvolle potentiele aanstaande ex-eigenaar zat met zijn hoofd bijna in het luchtfilter. Toen viel er, ergens in het vettige duister van het blok blijkbaar toch een vonkje in zijn bedje van etherdamp. Er klonk een holle ‘WHHHOEPP!” en vanuit de luchtfilterkast steeg er een mooi ronde, witte vuurbol omhoog. Het hoofd van de Kawaliefhebber werd volledig door de vuurwolk omsloten. Hij kwam verrassend soepel vanuit de hurken omhoog en kletterde tegen een kast achter hem. Uit de kast klonken geluiden van vallende dingen. De vuurwolk had de vrolijke etherpiraat beroofd van kuif, wenkbrauwen, snor en baard. Zijn brilleglazen waren matglasachtig aangeslagen. Dat leek het juiste moment om eens een Kawa te kopen. Zwijgend en in alle rust werd de helft van de vraagprijs plus een beetje in kleine coupures  op de buddy gestapeld. De eigenaar smeulde nog na. “Het is goed. Ik pak de papieren, zet hem maar vast buiten”.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.