(Een artikel in de serie van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)
Het was op 4 januari 2026 een warme dag, met temperaturen tot 32ºC. We rijden op de motor in Argentinië. Tussen El Calafate en Perito Moreno zijn veel wegen niet geasfalteerd. Het stuk van Ruta 40 dat bekend staat als Los Malditos 73 en het is echt een zwaar stuk om te rijden.
Hadden we op de heenweg naar het zuiden de wind om ons te plagen, nu was het de warmte. Want diepe gravel vereist veel concentratie en je moet echt goed opletten dat je in het spoor blijft, want daarnaast ligt een strook van 10-15 cm diepe keien. Hoe lastig dit traject is, blijkt uit het feit dat er aan weerskanten pick-up trucks staan waarmee je de motor naar de andere kant kan laten brengen. Dat kost US$250. We zagen diverse motoren opgeladen worden voor deze tocht.
De Malditos eindigen bij Gobernador Gregorus. Daar is een prima hotel, met airconditioning, hotel Parador geheten. Ondanks dat het open had moeten zijn, was er niemand en daar stonden we dan in de bloedhitte in onze warme motorpakken. In dit soort dorpjes kent iedereen elkaar dus toen we eens verderop gingen kijken kwam een van de buren naar buiten en die wist waar de eigenaar was. Zo konden we toch weer een koele douche nemen in een al even koele kamer.
Overigens stond er bij de benzinepomp naast het hotel een enorme rij auto’s. We tanken eigenlijk altijd bij aankomst, zodat je niet ’s morgens moet beginnen met een tankstop. Nu besloten we dan toch maar te kiezen voor de volgende dag. Gelukkig was er toen vrijwel niemand.
Na Gobernador Gregorus loopt de weg 350 km door naar Perito Moreno. Dat stuk was op onze vorige reis een uitdaging geworden omdat de wind zo hard was, dat onze actieradius terugliep van 400 naar 250km en dan wordt het een uitdaging. Er is een pompstation in Bajo Caracoles, maar dat is vaak gesloten en soms hebben ze geen benzine.
Het pompstation hoort bij een winkel annex bar annex hotel, maar als de winkel dicht is, is de pomp ook dicht. Deze keer waren ze open, al hadden we Perito Moreno ook wel gehaald zonder deze stop. Maar je wet nooit of het volgende station wel open is.
Onderweg zagen we naast de lama’s ook veel nandoes. Bij Bajo Caracoles stonden de lama’s gewillig te poseren maar nandoes zijn een stuk lastiger. Ze zijn familie van de struisvogel en kunnen dus ook ontzettend hard lopen.
Ze staan keurig langs, of zelfs op de weg, maar zodra je stopt gaan ze er als een haas vandoor. We verbleven in Perito Moreno in hetzelfde hotel als op de heenweg en de volgende morgen reden we naar de grens van Chili. Uitchecken uit Argentinië ging razend snel, maar de Chilenen hadden er zin in. Alle bagage moest van de motoren en door een scanner, op zoek naar groente en fruit en andere biologische bedreigingen. Nadat, in 2022, onze mandarijntjes in de kliko verdwenen, letten we goed op. Een half uur later konden we weer verder rijden.
Na de grens rij je op Ruta 265, die is grotendeels onverhard, maar de uitzichten zijn fenomenaal. Om 1500 u waren we in Puerto Tranquillo (vertaald als Rustige Haven). Daar zijn de marmer grotten. In 2022 deden we de tocht daarheen, dat hebben we nu daarom niet gedaan. Een leuke overnachtingsplek vonden we in de Cabañas donde Joaquin. Na het eten liepen we nog een rondje langs het meer en genoten van de mannen op hun paarden. Criollo paarden volgens Google Lens, ik heb geen verstand van paarden, dus als het Paso Fino paarden waren, vind ik het ook goed.
De Youtube video bij dit verhaal van Hans en Dia:

































