Tag archieven: Hans den Ouden

Van Cafayate naar San Pedro de Atacama op de motor

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Cafayate to San Pedro de Atacama (januari 2026)

Tussen december 2025 en maart 2026 reden we op onze Suzuki V-Strom Motoren 22.000km door Chili, Argentinië en Peru.

Vanaf Cafayate reden we een eind naar het noorden en doorkruisten de Andes richting San Pedro de Atacama.

Gisteren reden we in een druilerige, regenachtige dag naar Monteros. Een klein stadje ten zuiden van Tucumán. Het hotel, Las Hortensias, vroeg, omgerekend €72 voor de kamer. Op Booking stond hij voor €45. De man van de receptie zei dat hij er niets aan kon doen. Meestal is de prijs hetzelfde of lager als je direct bij het hotel boekt. Nu boekte ik dan maar via Booking. De kamer was overigens uitstekend en in de parkeergarage onder het hotel stonden de motoren veilig en droog. Het heeft ontzettend veel en hard geregend in deze regio waardoor er veel modder op de weg ligt.

We zagen het zelfs op het nieuws en in de kranten op de voorpagina staan. De weg van Monteros door de bergen naar de Ruta 40 ten zuiden van Cafayate is prachtig, maar de eerste 80km reden we weer in de regen. Eenmaal boven de wolken scheen de zon. Op de pas El Infiernillo rij je op 3042m hoogte. Boven op de pas liepen veel Lama’s en Alpaca’s. Dia kocht er twee paar sokken van Lama wol. Eenmaal op de Ruta 40 weer beneden in het dal stroomde het vele water aan weerskanten met de weg mee. Op sommige plaatsen zijn er, wat ze in de UK ‘fords’ noemen, waar de weg lager ligt, zodat het water weg kan stromen. Maar daar moet je dan wel door de modderstromen rijden.

Tegen de middag kwamen we aan in Cafayate. Op de bergpas was het 13°C en het stadje was het 25°C, met het regenpak nog aan, pfff. Cafayate is een toeristisch dorpje met een park/plaza in het midden waaromheen talloze restaurantjes zijn gevestigd. We vonden een hotel (Plaza) vlak naast deze plaza. Gelukkig weer een ruime kamer voor €39 per nacht. We blijven hier twee nachten.

Van Cafayate naar Salta loopt de Ruta 68. Een prachtige weg door de bergen. Cafayate ligt op 1680m, Salta op 1152m De uitzichten en de bergen zijn schitterend. De RN68 is zonder meer een van de mooiste wegen van het noorden van Argentinië. Vooral vanuit Salta worden de toeristen met busladingen daarheen gereden om te genieten van de bijzondere plekken langs de weg. Zoals de Garganta del Diablo, the Devil’s Throat, een kloof met steile wanden.

Er lag nog veel modder op sommige plekken van de regen van de afgelopen dagen, maar gelukkig is het nu droog en lijkt het ook wel even zo te blijven. Salta is een grotere stad, met 450k inwoners, gesticht in 1582. Het is levendig met veel activiteiten. We streken er neer in Hotel de la Linda. Het hotel is prima, maar er is geen parkeerplaats voor de motoren. Die staan daarom in een parkeergarage ernaast voor, omgerekend €9 per dag per motor.

Na het avondeten liepen we het centrum nog eens rond, we hadden gezien dat er een band op zou treden en genoten van de muziek en de levendigheid. De bevolking deed volop mee met de volksdansen. Het concert werd door de gemeente georganiseerd trouwens.

Er zijn hier diverse, zeer grote, kerken. We liepen er bij enkele naar binnen. Overigens blijven we hier nog een dag en gaan dan door naar Susques, richting San Pedro de Atacama. Susques ligt op 3900m.

We reden vanaf Salta richting Susques. Het ging meteen al mis met de route en dat leidde tot een flinke omweg. De navigatie had er geen zin in vandaag m. Uiteindelijk zaten we op de juiste route en na een paar uur, gaf de navigatie dat Ruta 51 afgesloten was en suggereerde het apparaat dat we een omweg van 190 km moesten nemen. We vroegen het na aan een agent en een paar motorrijders die van de andere kant kwamen. De meningen waren verdeeld.

Uiteindelijk besloten we de omweg toch maar te nemen. Een dorpje verderop was geschikt voor een tankstop. Daar meldde de navigatie dat de 51 weer open was, dus besloten we de 20km naar de afslag terug te rijden. Zodoende reden we de prachtige route langs enorme bergen, tot op een hoogte van 3800m. Susques ligt op 3600. Het is nog 120km naar de grens met Chili. De weg loopt over de Paso de Jama, tot op een hoogte van 4800m. En inmiddels weten we dat de pas gesloten is bij de grens vanwege sneeuwval aan de Chileense zijde. Dat blijft in ieder geval tot maandag zo.

Gelukkig hebben we een kamer in hotel Pastos Chicos en die hebben we meteen tot maandag gereserveerd. Het hotel ligt in de bergen en er is hier verder niets. Zodra we aankwamen begon het te regenen en te bliksemen. Er is een kans dat de grens maandag open is, maar zeker is dat niet en de weersverwachting is dat het dinsdag weer slechter wordt. Maandag gaan we onze opties bekijken, want hier in de buurt is er geen alternatief. Dus dan moeten we terug naar het zuiden en kijken waar we de Andes over kunnen steken.

Na het karige ontbijt reden we net na 09:00 weg uit Susques, richting de grens bij de Paso de Jama. Alle andere gasten waren al vertrokken. De grens is op 90km en dan is het nog een flinke rit richting San Pedro de Atacama. Voor de grens stond een paar kilometer file van vrachtwagens. De auto’s en motoren kunnen daar langs rijden en de motoren zelfs tot vooraan. Er stonden ongeveer 70 auto’s. De grens zou om 13:00 opengaan, maar gelukkig begonnen ze al om 11:30 met het ‘verwerken’ van alle wachtenden. Sommigen waren hier al vanaf donderdag, de 22e. Het duurde overigens toch wel anderhalf uur voor we weer verder konden.

De grens ligt op 4200m en een aantal mensen, vooral kinderen, kregen er last van. Er viel er een flauw en er werd flink gebraakt. Vooral het staand wachten helpt niet. Na dat de formaliteiten afgehandeld waren reden we verder omhoog, tot ruim 4800m. De weg is niet echt uitdagend, maar de weidsheid van het land en de besneeuwde bergtoppen zijn indrukwekkend. Overigens was het beslist niet warm onderweg, de temperatuur zakte tot onder de 10°C. Op 4800m vloog er opeens een flamingo naast ons en met ons mee. Vliegend kom ik hem niet fotograferen, maar eenmaal geland gelukkig wel. Ook lopen er hier veel lama’s langs de weg en soms erop. Ik begon ook wat last te krijgen van de hoogte, maar gelukkig niet zo heel erg.

Aangekomen in San Pedro, gooiden we eerst de tanks weer vol en daar kwam opeens een man aanlopen, die we ontmoet hadden bij het ophalen van de motoren in Valparaiso. Zijn motor was kapot gegaan en niet te repareren. De motor was inmiddels terug gestuurd naar Valparaiso. Hij had daarom een auto gehuurd en reed nu wat rond. Gelukkig was het mooiste stuk, Patagonië, wel gelukt. Maar nu ging hij toch maar naar huis, zes weken eerder dan gepland. Zo sneu.

San Pedro is een gat, 10k inwoners, die vooral hun geld verdienen aan de toeristen. Die zijn talrijk en maken veel uitstapjes hier in de omgeving. Het ligt overigens op ruim 2500m en het is hier warm, 29°C. Morgen gaan we naar de kust en rijden dan verder naar het noorden over de Ruta 1, de kustweg.

Nog wat plaatjes en een youtube video eronder

Wil je de video bekijken van Hans?

Door de bergen van Argentinië op de motor

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Regen, bergpassen en nog meer regen

We reden vanuit Malarguë in de richting van Mendoza. Het eerste stuk, over de Ruta 40 is rechttoe, rechtaan.

We wilden niet in Mendoza verblijven, het is een grote stad, in de regio ruim een miljoen inwoners.

De stad is vermaard om zijn wijnen, de beste van Argentinië, maar helaas ook om zijn criminaliteit.

We waren er op onze vorige reis ook dus sloegen we het nu over en zo reden we naar Uspallata, in de bergen. Dat is het andere uiterste, een klein plaatsje.

We namen intrek in Hosteria Uspallata. Het is een luxueus hotel met enorme kamers, een kingsize bed en een jacuzzi op de kamer. Tegelijk zitten de stopcontacten allemaal los, de afvoer van de wastafel is niet helemaal goed aangesloten en de kraan om de jacuzzi te vullen zit naast het bad, zodat je het ding moet vullen met de douchekop.

Heerlijk zulke dingen.

Het hotel ligt vijf kilometer buiten Uspallata, dus namen we de motor om boodschappen te gaan doen en er te eten.

De volgende dag reden naar San Juan, dat is een vrij grote plaats, maar het was er uitgestorven en alles was dicht. Na veel zoeken vonden we een klein restaurantje, waar ze normaal eten serveren, maar nu konden ze alleen een tosti met een biertje leveren. Dat werd dus het avondeten. Het was de volgende morgen wat regenachtig, maar het was droog toen we vertrokken. De Ruta 40  reden we naar het noorden tot Jachal. Daar wilden we dan stoppen omdat het inmiddels was gaan regenen. Alleen er stond nergens een bord, er was geen bereik en zodoende zijn we er voorbij gereden zonder dat we het wisten. De 150 van Jachal naar Patquia is één van de mooiste wegen in het noorden van Argentinië.  Er lag wel wat modder op de weg en bij de afslag naar Patquía, aan de 38, stroomde een rivier over de weg. Terwijl ik met twee lokale motorrijders overlegde of de weg verder goed begaanbaar was, stond Dia geduldig te wachten in de modderstroom. Gelukkig was het droog toen we de RN150 reden. Het was er wel frisjes. Na aankomst in Patquia liep de temperatuur ineens op naar 30°C.

Gelukkig kon het regenpak ook uit. Na aankomst in La Rioja konden we het hotel niet vinden. Het was in ieder geval niet op de plek waar het had moeten zijn. Een aardige vrouw heeft samen met mij de kaart bekeken en stelde vast dat het drie blokken terug moest zijn. Daar vonden we evenwel ook niets. Het volgende hotel van mijn lijstje bleek wegens een verbouwing gesloten te zijn. Zo ben je toch al gauw drie kwartier verder. We vonden Hotel Sol del Velasco gelukkig wel. Daar hadden ze een ruime, airconditioned kamer voor ARS 55.000 (€34) voor ons.

De volgende dag reden we in druilerig, regenachtig weer naar Monteros, een klein plaatsje ten zuiden van Tucumán. Het hotel, Las Hortensias, vroeg omgerekend €72 voor een kamer, op Booking was de prijs €45. Ik betaal altijd liever aan het hotel zelf, maar de man van de receptie zei dat hij er niets aan kon doen, dus toen hebben we maar via Booking afgerekend. De kamer was overigens prima en de motoren stonden onder het hotel in de parkeergarage, veilig en droog.

Het heeft ontzettend veel en hard geregend in deze regio waardoor er veel modder op de weg ligt. We zagen het zelfs op het nieuws en in de kranten op de voorpagina staan. De weg van Monteros door de bergen naar de Ruta 40 ten zuiden van Cafayate is prachtig, maar de eerste 80km reden we weer in de regen. Eenmaal boven de wolken scheen de zon. Op de pas El Infiernillo rij je op 3042m hoogte. Boven op de pas liepen veel Lama’s en Alpaca’s. Dia kocht er twee paar sokken van Lama wol.

Eenmaal op de Ruta 40 weer beneden in het dal stroomde het vele water aan weerskanten met de weg mee.

Op sommige plaatsen zijn er, wat ze in de UK ‘fords’ noemen, waar de weg lager ligt, zodat het water weg kan stromen. Maar daar moet je dan wel door de modderstromen rijden.

Tegen de middag kwamen we aan in Cafayate. Op de bergpas was het 13°C en het stadje was het 25°C, met het regenpak nog aan, pfff. Cafayate is een toeristisch dorpje met een park/plaza in het midden waaromheen talloze restaurantjes zijn gevestigd. We vonden een hotel (Plaza) vlak naast deze plaza. Gelukkig weer een ruime kamer voor €39 per nacht. We blijven hier twee nachten. We naderen gestaag het noorden van Argentinië.

Wat anders op de weg, nog wat plaatjes en een Youtube video!

En de beloofde video:

 

Bosbranden en ander ongerief

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Van Villa Santa Lucía in Chile reden we naar Malarguë in Argentinië. Dat is bijna 1400 kilometer. Het was dan ook een reis van 6 dagen.

Toen ik naar de route keek van Villa Santa Lucía, naar het noorden richting Bariloche, zag ik dat de weg ten zuiden van El Bolsón was afgesloten. Bij het plaatsje Cushamen was een enorme bosbrand gaande en voor een deel was dat aan weerskanten van Ruta 40. Er zijn websites van de overheid waar je precies op kan zien waar de branden zijn. We besloten toch maar te vertrekken en we zouden wel zien of het tegen de tijd dat we daar in de buurt waren, nog steeds zo zou zijn. Er is ook eigenlijk geen andere weg die je kan nemen. In Chili zouden we dan een aantal ferries moeten nemen.

De grens over richting Argentinië veroorzaakte wat oponthoud want de douanier deed er ontzettend lang over om alles in te voeren in de computer. Zijn vrouwelijke collega, achter het loket naast hem, had intussen 7 andere reizigers over de grens heen geholpen. Na de grens volgt er een gravelweg van 80 kilometer. Het was weer flink hobbelen en schudden.

Ik zag op de site van de overheid dat Ruta 40 inmiddels weer open was. Wel reden we de hele middag in de rook. Inmiddels was er ook al 2000 hectare afgebrand en zagen we het vuur aan weerszijden van de weg, Er waren duizenden mensen geëvacueerd uit het gebied. In El Bolsón zijn veel cabañas en hospedajes, dus een onderkomen vinden was geen probleem. De dag erna kwamen we aan bij de volgende grensovergang om Chili weer in te gaan.

Voor de grens bij de pas stond een rij van meer dan 100 auto’s. Met de motor naar voren rijden werd niet toegestaan. Zo stonden we dus meer dan drie uur te wachten voor we Argentinië uit waren en dan nog Chili in. De grens was pas om 13:00 opengegaan en sommige automobilisten stonden er al vier uur . Zo was de frustratie voelbaar. Geduld was weer een schone zaak. Tegen 16:00 bereikten we de Chileense grens. Chili in is altijd tijdrovender, want de controle op groente en fruit is uitgebreid. Alle koffers en tassen worden gecontroleerd.

De oorzaak van dit geheel zag ik later bij het allerlaatste loket waar we langs moesten. Een Iron Man wedstrijd die tussen het dorp waar we nu zijn en Pucón plaatsvond. Je moet wat over hebben voor de sport. De weg hiernaartoe is overigens prachtig. De weg loopt door San Martin de los Andes, een mooi dorpje aan een meer en slingerend door de bergen.

Het plan was om na de grens door te rijden naar Villarica. In Curarrehue zag ik echter een B&B en verderop een restaurant. Het was mooi geweest. De B&B wordt gerund door een jonge vrouw, die het bedrijf sinds zes weken over heeft genomen van haar oma. Het heet ‘Hospedaje La Mami’. Eten deden we in het dorp bij een authentiek lokaal restaurant. Dia at een paard en ik een gevuld varken. Erg lekker! Vanavond ging twee keer een alarm af in het dorp. Er blijkt ook hier verderop een bosbrandje te zijn ontstaan vanavond.

Midden in de nacht werd ik wakker van een niersteenkoliek en daarom deden we het even rustig aan. Ik heb er gelukkig niet vaak meer last van, maar soms is er opeens weer een steen. Niersteenkolieken zijn ontzettend pijnlijk.

We reden daarom naar Talca over de snelweg om even wat kilometers te maken. Vanaf Talca, een stad met 220k inwoners, rij je in een uurtje naar de Andes. Over de 115, die in Argentinië overgaat in de 145.

Ik had tegen ChatGPT gezegd dat hij een mooie route moest uitzetten. En dat is zonder meer gelukt.
Het was een van de mooiste ritten tot nu toe. Talloze bochten en vergezichten en weinig verkeer. Nou ja, kijk maar naar de foto’s.

We reden 325km. Onderweg kwamen we langs de “Valle de los condores” en ze waren talrijk. Fotograferen is natuurlijk lastig maar eentje staat er toch best leuk op. In de bergen was het wel kil, de extra laag moest uit de tas komen.

De Paso Pehuenche ligt op 2553m. en de wind wakkerde aan in de middag. De grensposten van Chili  en Argentinië liggen bijna 100km uit elkaar. Vorige keer moest ik ter plekke een hotel opgeven, anders mochten we Argentinië niet in. Nu werd er hoegenaamd niets gevraagd. Ik zoek meestal wel een hotel uit, waar we heengaan, maar we boeken eigenlijk zelden. Ik wil eerst weten of de motoren veilig staan. Het hostel (Plaza Maule) van gisteren had wel een goede garage, maar was verder een van de slechtste tot nu toe. Het lag wel bij een enorm overdekt winkelcentrum met talloze winkels en restaurants. Het hotel van vandaag heet Rio Grande en is luxueus en aanzienlijk goedkoper dan het hotel van gisteren.

Nog wat indrukken van deze motorreis en de video eronder:

Het Zuiden van Chili op de Carratera Austral

(Een artikel in de serie van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

Het zuiden van Chile, Patagonië is werkelijk een prachtig gebied om door heen te rijden op de motor. Prachtig slingerende wegen en ongelofelijke vergezichten. Zo’n streek waarvan je denkt, hier wil ik nog wel eens heen.

Het heet daar Región de Los Lagos, ofwel het gebied van de meren. Er zijn negen grote meren, maar in totaal zijn er honderden kleinere meren in het gebied.

We verlieten Hospedaje Luchito in Mañiguales na het ontbijt, rond 08:30. We zouden vandaag rustig aan doen op de Carretera Austral (Ruta 7) en rijden naar Villa Santa Lucía, ongeveer 250 km naar het noorden. Daar is ook de afslag richting de grens met Argentinië. De omgeving is schitterend en de uitzichten fenomenaal.

Er zit wel een stukje gravel in. Op de heenweg waren we hier ook, alleen dan rij je naar boven en nu naar beneden en dat is een stuk lastiger. De haarspeldbochten en dan vooral de bochten naar rechts in de losse gravel zijn een uitdaging. Niet in de laatste plaats omdat er best wat auto’s de andere kant op reden. Dan heb je weinig ruimte en auto’s produceren veel stof, waardoor je ook vaak niet ziet waar je rijdt. Nou ja we hebben het weer gehaald zonder valpartijen. Na de gravel volgt er een heerlijke weg langs de rivier. Talloze bochten zijn je deel. De vergezichten zijn fenomenaal.

Watervallen en gletsjers, het is allemaal even schitterend. Er zijn, zoals ik al zei, veel enorme meren in dit gebied, de weg loopt er vaak vlak langs. In Villa Santa Lucia verbleven we in de Hospedaje El Mate, het is achter in het dorp en het is een prima plek. De motoren staan in de schuur, de kamer is goed en de douche is uitstekend. Wat wil een vermoeide reiziger nog meer? Natuurlijk wil hij eten, aan de andere kant van het dorp zit een restaurantje met één tafel. Het heet Donde La Betty. We aten er een vis met salade. Overigens het dorp heeft zes straten en een minimarket waar de schappen vrij leeg waren. Ze hadden wel lekkere kersen en bananen. s’ Avonds is er niets te doen in het dorp.We keken daarom naar een aflevering van “Wakker in Paraguay” over Nederlanders die daar hun heil zoeken. Het is de moeite waard.

We keken naar het traject van de volgende dag op de route apps. De weg naar het noorden in Argentinië, de Ruta 40 leek afgesloten te zijn door bosbranden. Nou ja we zullen wel zien, want er zijn eigenlijk geen alternatieven. Wordt vervolgd…

North on Ruta 7, motorrijden in Chili

(Een artikel in de serie van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

De Carretera Austral.

Een prachtige route in Chili. Hans schrijft ons…

Van Puerto Río Tranquilo vertrekken de toeristenbootjes naar de marmergrotten. Het is dus een zeer toeristisch plaatsje. Dat heeft dan weer als voordeel dat er veel hotels en cabañas zijn en ook veel eetgelegenheden. We vonden een leuke plek in Cabañas ronde Joaquin en laadden de motoren af.

Na een lekkere douche liepen we het dorp in om te eten en maakten we een avondwandeling. Juist toen we bij het meer aankwamen verschenen er een aantal gauchos met hun paarden om ons te vermaken. Ik heb geen enkel verstand van paarden, dus we moeten Google Lens laten uitzoeken wat voor soort paarden het zijn, Criollo paarden of Paso Fino. Maar het gaf mooie beelden bij zonsondergang. Ik kwam er achter dat door al het geschud en getril op de slechte wegen van de afgelopen dagen mijn E-reader is bezweken.

Mijn MacBook heeft het geschud gelukkig overleefd. De volgende dag reden we verder richting Cohaique. De weg is de Ruta 7, ook wel de Carretera Austral geheten is een weg van 1240 km die  van Puerto Montt naar Villa O’Higgins loopt en in de jaren 80 af was.

De weg bestaat weer voor een groot deel uit losse gravel en het is inspannend rijden op zulke wegen. We deden ruim 4 uur over 100 km. Het vervelende van rijden over gravelwegen zijn de hoeveelheden stof die opwaaien door het andere verkeer. Ook voor de motorrijder die achter rijdt is het stof vaak een probleem om de weg en de gaten en kuilen te zien. Daarom rijdt Dia vaak een flink stuk achter me, zodat ze er minder last van heeft.

We waren hier drie weken geleden ook, op weg naar het zuiden. Er zijn weinig alternatieven, dus je rijdt dezelfde weg weer terug naar het noorden. Wat echter veranderd was in die drie weken waren de wegwerkzaamheden. Een flinke laag nieuwe diepe gravel maakte de weg extra uitdagend.

Wat geweldig is dat je veel langs meren rijdt en uitzicht hebt op de bergen. Een deel van de route loopt langs het Parque Nacional Cerro Castillo. Bij Cohaique waren we toch nog vrij vroeg. Het is een drukke stad met zo’n 55.000 inwoners en vooral ook druk verkeer.

De omgeving is prachtig, de stad wordt gezien als de laatste stad van Chili en de poort naar Patagonië. De steden hier zijn allemaal van vrij recente datum, Cohaique werd in 1929 gesticht.

We wilden liever buiten de stad verblijven en daarom besloten we, na het voltanken van de motoren toch nog maar even door te rijden. Zo kwamen we aan het eind van de middag in Mañiguales.

We reden al met al ruim 500km. Een hospedaje, Hospedaje Lucito, was snel gevonden, maar de eigenaresse verhuurde eigenlijk alleen kamers, echter voor €10 extra kregen we het hele huis ter beschikking. Het lag wel buiten de stad en we houden er niet van, als we eenmaal afgestapt zijn, nog ergens heen te moeten rijden om te eten. Maar de eigenaresse kookte ook nog eens voor ons.

Wil je ook de Youtube video bekijken, die bij dit motorverhaal hoort?