Tagarchief: motorverhalen

We zoeken unieke motorverhalen!

OPROEP

Wij (de redactiemensen van ikzoekeenmotor.nl) zijn altijd op zoek naar unieke motorverhalen. We doen deze oproep vaker.  Door deze oproep en via de sociale media zijn we bijvoorbeeld in contact gekomen met een paar trouwe columnisten die aan ons hun motorreis-verhalen wilden vertellen.  Zoals onze trouwe motorreiziger en schrijver Coos van der Spek, die al ongeveer 100 verhalen schreef in onze serie Coos op Reis.

De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat wij met onze motorsite een bijzonder publiek hebben opgebouwd. Via onze gezellige besloten Facebookgroep “PASSIE VOOR MOTOREN” (met inmiddels 3.400 leden) hebben we wat onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat de grootste groep leden bestaat uit motorrijders die een voorkeur hebben voor toermotoren en choppers. De helft van onze leden in deze groep bleken tussen de 40 en 60 jaar te zijn. En vooral over motorreizen en motorvakanties wordt hier veel geschreven en gelezen. 

De trouwe bezoekers zijn uiteraard veelal motorrijders die het vaakst reageren op de artikelen of zelf foto’s en filmpjes plaatsen. Maar ook de racers of elektrische rijders komen aan bod. Liefhebbers, je hebt ze in allerlei leeftijden. Jongeren van tussen de 20 en 30 die op motorrijles gaan en nadenken over hun eerste motorfiets. Tot en met 70 en zelfs 80plussers. Die laatsten moeten helaas hun motorfiets soms inruilen voor een scootmobiel, maar zullen nooit die echte passie verliezen. Mannen en vrouwen die omkijken bij elke motor die ze langs horen komen. Het zijn allemaal trouwe lezers van onze website. Want zeg nu zelf, “eigenlijk zijn we toch altijd op zoek naar een motor?”

We delen die passie graag. We herkennen onze vrienden aan het motorgeluid wat de straat in komt rijden. Voor zover je vandaag de dag nog gezellig over een ‘virus’ mag spreken is de motorfiets voor velen een virus wat nooit meer weggaat. Een ritje van anderhalf uur tijdens een zwoele zomeravond op je trouwe bike kan soms voelen als of je een week op vakantie bent geweest.

Juist om onze bezoekers te plezieren zijn wij op zoek naar unieke verhalen.  We doen vanuit de redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een oproep:

Ken jij een motorrijder met een uniek verhaal? Of ben jij zo iemand….? Ken jij een familie waarin 3 of meer generaties met de zelfde unieke motorfiets rijden? Zijn daar nog zwart-wit foto’s van?

We zoeken verhalen over die unieke schuurvondst, de motorrijder ‘ver van huis’, die we tegenkwamen op vakantie, of de man die een jaar lang bouwt aan zijn eigen wensdroom. 

Heb jij of ken jij een uniek motorverhaal? Heb je er foto’s of een filmpje bij? Neem dan svp per e-mail contact op met redactie@ikzoekeenmotor.nl. We helpen uiteraard met het schrijven en de uitvoering van dit verhaal.

Coos op Reis: de ondeugende koe

Als ik dit schrijf is het 18 juni en al wéér mooi motorweer. Joepie!
Voor jullie lezers is dit het 97e verhaal in de serie Coos op Reis. De foto hiernaast die we al een tijdje als logo bij deze motorverhalen gebruiken komt uit dit reisverslag.

We gaan vandaag één van de hoogtepunten van onze trip rijden. We rijden naar het oosten en bezoeken Slovenië en Italië. Het wordt een lange dag. Wellicht moeten we maar voor één keer (!) een uurtje eerder vertrekken. Maar 09:30 uur is ook goed, hoor. We hebben immers vakantie. Het is geen strafkamp.

We rijden vanaf het hotel direct omhoog en pakken de eerste tien haarspeldbochten om daarmee koers te zetten naar het plaatsje Kötschach-Mauthen. Het dorp is met haar 3500 inwoners net zo groot als Linschoten. Een wereldstad dus.

Na een kilometer of zeventig buigen we af naar het zuiden, richting Kranjska-Gora. Het is het eerste stadje van Slovenië en de toegangspoort naar het Triglav Nationaal Park, het enige Nationale Park van Slovenië. In Kranjska-Gora maken we een stoppie voor de koffie.

Na de koffie rijden we verder Slovenië in. We stoppen bij de Bleski Vintgar: een indrukwekkende kloof van tien kilometer lang met duizelingwekkende hoogtes en sprankelende watervallen. De rivier Radovna stroomt tussen de steile hellingen van de Hom en de Bort en heeft een kloof uitgesleten. De Vintgarkloof is sinds 26 augustus 1893 toegankelijk. Langs de kloof is een houten voetpad langs de rotswand. Als je tijd hebt, wandel er dan een stukje doorheen. De waterval heet Slap Šum.

Verder naar het zuiden rijden we af en toe op smalle weggetjes die niet altijd goed geasfalteerd zijn. Het is soms best spannend… Terwijl ik dit schrijf denk ik aan Gerda. Ik weet niet waarom… We vervolgen onze weg en rijden 20 km door het Triglavski Nationaal Park. In dit park zijn vorig jaar jonge beren gespot. Maar das al een jaar geleden, hè! Inmiddels zijn ze vast volwassen geworden…

Na ongeveer 140 km vinden we een mooi plekkie voor de lunch.

We rijden langzaam weer richting Tolmezzo. Dan zitten we alweer in Italië. Vervolgens omhoog naar de bekende Plöckenpass (1357 meter). De pas is een mooie uitdaging. In de Eerste Wereldoorlog was de Plöckenpas deel van het Oostenrijks-Italiaanse front. Resten van de toenmalige verdedigingswerken en bunkers kunnen vandaag de dag nog bezichtigd worden.

In Kötschach kunnen we nog even goedkoop tanken en vervolgens rijden we via de Gailberghöhe met z’n tien hairpins weer terug naar ons hotel. We hebben een koel glas bier verdiend!

DE ONDEUGENDE KOE

We stoppen onderweg even voor een korte pauze. Aan de overkant van de weg arriveert iemand op een brommertje bij een woonhuis. De man kijkt even in het rond en vindt een mooi parkeerplekje op het gras. Tevreden wandelt hij achterom en verdwijnt in het huis.

De man heeft echter geen aandacht besteed aan de drie loslopende koeien. Eén koe wordt een beetje chagrijnig van het roestige brommertje dat plots op háár sappige grasveldje staat te stinken. De koe wandelt naar de tweewieler en zonder er maar even aan te snuffelen geeft mevrouw het plastic ding een enorme hengst. Beng, daar ligt de brommer! De koe draait zich om en gaat rustig verder met grazen…..

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day:

Wil jij die bijna 100 andere motorverhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bei fragen bitte klopfen

DE BALKAN – BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Op het moment dat ik dit artikel voor de serie “Coos op Reis” schrijf is het zondag 16 juni. Hoera! Het lammetje is weg.

Het dashboard van mijn lichaams-managementsysteem staat weer op ‘groen’. Alle organen en systemen zijn weer ‘normaal’ in bedrijf. En ik heb als een marmot geslapen. Joepie.

De zon schijnt, het is prachtig weer en al 25 graden. Mooi weer om een stukkie motor te rijden. Alle accu’s van de e-reader, helm, telefoon en reserve-accu zijn ook weer opgeladen. Wij kunnen onze wereldreis van 150 km vandaag makkelijk aan.


Voor mij begint vandaag de VBT: De VrijheidBlijheidToer. Dat moet ik even uitleggen. Deze traditie begon in 2006 als De TentenToer 2006. Met z’n vieren, op vier motoren en met vier tentjes naar Zwitserland. Zwitserland is een fantastisch motorland. Ik kwam er al op de motor met Janny in 1971. Met de Honda 250cc over de Furka, de Grimsel en de Süsten. Ik droom er wel eens van en zou daar dolgraag nog eens rijden.

Enfin, de TentenToer. Maar toen we eens met de motorclub in het Zwarte Woud uit onze tentjes wegspoelden van de regen, doopten we de toer om naar de TeringTentenToer. Man, man, wat een nattigheid toen.


De tententoer is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met circa 20 deelnemers. We worden wat ouder en zijn wat meer op luxe en comfort gesteld. En nu zitten de meeste leden liever in een hotel. Maar je mág gerust met je tentje. Wat jij wilt. Kortom, de jaarlijkse toer heet nu de VrijheidBlijheidToer!

Kortom, de nieuwe dag is begonnen! Ik trek mijn motor uit de garage en ga op weg. Heerlijk om weer te rijden. Al is het vandaag maar een stukkie. Ik zit weer te zingen in mijn potje. De temperatuur loopt snel op naar 29 graden.

Op de pas zakt de temperatuur naar 22 graden. Ik weet bijna niet meer hoe dat aanvoelt.

Rond enen ben ik in het hotel. De kamers zijn nog niet schoon. Ik zet mijn bagage vast buiten mijn kamer en stal mijn motor in de garage.

En dan eet ik een heeeeerlijke salade. Ich darf das!

Nog een paar uurtjes en dan denderen de vrienden en vriendinnen hier het grote plein van het hotel op. Ik sta dan als welkomstcomité klaar. Ik kan niet wachten…

BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Aanstaande woensdag houdt de motorclub een rustdag. Dan gaan we met de trein naar Villach.

Als OberMotorradSturmGruppenLeiter heb ik extra taken en omdat ik vanmiddag toch wat tijd over heb, zoek ik vast de wandelweg naar het treinstation, de vertrektijden van het openbaar vervoer en de prijzen uit.

Het is buiten dertig graden. Onderweg zie ik dat er dit weekend hier een feestje is geweest…..

Ik wandel het totaal verlaten treinstation in. Er heerst een doodse stilte. Dit is hier duidelijk géén Rotterdam CS…

Ik zie een kaartjesautomaat hangen en daarnaast is een loket. De zilvergrijze lamellen van het loket zijn potdicht. Ach, heb ik weer, flitst het door mijn hoofd: het is zondag en alles is weer eens gesloten.

‘Bei Fragen bitte klopfen’, hangt, geheel overbodig, tegen het glas geplakt. Uit balorigheid klop ik hard tegen het glas en roep: ‘Weer gesloten, hè! En de koelére, hoor!’

Ik spring van schrik een meter achteruit als iemand de lamellen opentrekt en vraagt wat hij voor mij kan doen…..

Whoeeehaaa!

En dit zijn ze dan. Mijn motorvrienden!

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: Jazeker, de apotheker!

DE BALKAN – JAZEKER, DE APOTHEKER!

Het is (op het moment dat ik dit schrijf) vrijdag 14 juni, denk ik. Ik raak soms de dagen een beetje kwijt. Voor mij zijn alle dagen weekenddagen. En vakantiedagen trouwens…
We schrijven verder in de serie “Coos op Reis”. 

Ruim vóór zevenen maken de golfslag van de zee en de zeemeeuwen mij wakker. Glimlachend hoor ik vrolijke, droevige en chagrijnige zeemeeuwen met elkaar converseren. Ik luister naar die ene schorre ouwe en die twee jonkies met hun hoge piepstem. Iedereen heeft vanmorgen het hoogste woord. Bespreken ze de kwaliteit van hun ontbijt? Waar zou het toch over gaan? En zijn ze het nu eens met elkaar of juist niet? En natuurlijk zijn er de klagers, die steeds maar blijven zeuren. En het nooit ergens mee eens zijn. Altijd in verzet. Elke keer hetzelfde deuntje roepen: Kraakwaa, Kraakwaa, Kraakwaa. Het is in de wereld overal hetzelfde.

Om 08:00 uur schrik ik mij de tandjes en zit ik plots rechtop in mijn bed. Ik wist het niet, maar de geopende ramen van mijn slaapkamer liggen 20 meter van de kerk. Met haar klokkentoren. Een lawaai! Niet normaal. Maar wel een mooie tijd om op te staan. Als je naar je werk moet, tenminste.

De balkondeuren aan de zeekant staan ook open en ik kijk eerst eens minutenlang naar dit prachtige tafereel. Het lijkt mij fantástisch om hier te wonen. Elke dag de zee te zien en te horen. Ik zou er een been voor over hebben. Nou ja, een teen dan. Een kleintje.

Het is prachtig weer en inmiddels 28 graden. Ik heb geen idee wat voor weer het in Nederland is. Ik volg het niet zo.

Sommigen vroegen het al, maar het geelbruine lammetje is er nog steeds. Dank voor alle tips trouwens!

De mevrouw van het appartement en ik spreken Duits met elkaar. Zij is Kroatisch en ze spreekt het prima. Aan haar vertelde ik gisteravond al dat ik last had van Durchfall. Ze heeft mijn ontbijt voor een groot deel al op tafel in haar woonkamer klaargezet. Ze gebiedt mij te gaan zitten en begint in de keuken te rommelen. Zó, dat is goed voor jou, vertelt ze. Lekker opeten. Zie foto…. Hatseflats. En ook de tomaten en de komkommers opeten, gaat ze verder. Alles uit mijn tuin. Zo lekker heb je ze nog niet gegeten. Zou ze toch net wel haar handen ….?

Wat een schat van een mens is het. Ze doet dit al veertig jaar. En iedereen komt altijd naar haar terug, ratelt ze verder. Dat snap ik best. Haar man is zes jaar geleden overleden, vertelt ze met vochtige ogen. Ik zou wel met haar willen trouwen. Dan krijg ik vast korting als ik weer zo’n appartement bij haar huur. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Janny is gisteren pas 68 geworden. En zij is al 70. Dat is geen goede deal. Dan ga ik er op achteruit. En zij heeft hier vast geen AOW. Van Janny word ik slapend rijk. Waar denken jullie anders dat ik van op vakantie kan, huh?

Nederlanders staan bij haar in een extra goed blaadje. Nederlanders zijn op afstand haar betere bezoekers, beter dan alle andere gasten, vertelt ze. Nederlanders zijn vriendelijk, innemend, relaxed en niet afstandelijk. Leuk om te horen, hoor. Ik doe dan ook net alsof ze het over mij heeft… Als ze naar een ander land zou verhuizen, gaat ze verder, dan zou ze naar Nederland verhuizen. Wat leuk om te horen. Wellicht kunnen we ruilen. Zij naar het druilerige Nederland, met haar miljoen regeltjes waar anderen beter van worden en waar ik zelf niks aan heb, en Janny en ik aan zee wonen. Ik vind het een goede deal.

Na mijn ontbijt neem ik een Diacure in als verzekeringspremie. Het knijpt de anus samen, staat in de bijsluiter. Fijn. Precies wat ik nodig heb. Hoef ik dat tenminste niet de hele dag zelf te doen. Toiletbezoek leidt mij teveel af en gaat ten koste van mijn concentratie op de weg. Maar voor de zekerheid trek ik toch de van thuis meegenomen en ver naar beneden gezakte reserve-pleerol in mijn zijtas omhoog… Je weer ut maar nooit.

Ik vertrek vandaag richting Triëst in Italië. Dan wil ik zaterdag een rustdag inbouwen en zondag met een korte rit naar Oostenrijk rijden en daar ‘s middags een beetje wandelen.

Zondagavond tref ik dan mijn motorclub MC Zegveld in Oberdrauburg in Oostenrijk. We zijn daar tot vrijdag met een grote groep: twintig motorrijders. Deze toer organiseer ik jaarlijks. Das een oude traditie.

Tijdens deze dagen worden mijn persoonlijke reisverslagen dan wat korter. Anders kost dat teveel tijd. Als ik met de motorclub ben, dan moeten we ’s avonds schnitzels eten, bier drinken, schuine moppen vertellen, Coyote spelen en ouwehoeren. Tuurlijk schrijf ik een paar regels over de belevenissen van die dag en maak ik voldoende foto’s. Als ik tijd heb…

Mijn hospita loopt met mij mee en zwaait mij uit. Na een kwartier zit ik al weer te genieten en te sturen op de kustweg. Het gaat van links naar rechts. Wat een genot om hier te mogen rijden. Fantastisch. De route is nu van zuid naar noord en we rijden met het licht mee. Dat geeft een nog fraaier beeld en de kleuren komen nog sprankelijker uit. Super.

Ik maak, met een behoorlijk sportief tempo, een rechterbocht en kom bij de apex een oude witte bestelauto tegen, die half op mijn weghelft rijdt. Wat een levensgevaarlijke oetlul. De chauffeur heeft aan zijn kant het autoraam open. Net als ik er langs daver, claxonneer ik met mijn speciaal gemonteerde extra luide hoorn. De chauffeur springt van schrik bijna op de stoel van de bijrijder. Dat zal je leren, halve zool. Blijf gewoon op je eigen baan. Grrrr….! Al weer een bijna-dood-ervaring. Tja, als je zo’n auto raakt, dan hoef je je helm niet persé op te hebben, hoor.

Mijn pauze gebruik ik om de resterende Kuna’s in mijn tank te gooien. Inwisselen heeft geen zin. Ik blijf Nederlander, hè.

Ik rij een poos samen op met een Oostenrijker en zijn duo. Ik houd ruim afstand. Ik wil hem persé niet opduwen. Hij rijdt voor.

We gaan lekker en rijden sportief. Als ik echter zie dat het voor hem een wedstrijd wordt en hij samen met zijn duo levensgevaarlijke inhaalmanoeuvres uithaalt, laat ik hem gaan en stop om wat water te drinken. Als ze voor mijn neus verongelukken sta ik mooi voor Jan Lul met mijn drie overgebleven pleistertjes.

Het is warm en ik zie een paar keer de 33 graden voorbijkomen. Er is bijna nergens schaduw. De zon staat zowat recht boven ons; het is ook bijna de langste dag.

Ik vermijd de snelweg om zo de langdurige grenscontrole te omzeilen. Daar zie ik enorm tegen op. Bij de Kroatische grens staat niemand. Het interesseert ze niet als je vertrekt. En .. bij de grens van Slovenië is geen file. De beambte ziet gewoon aan mijn betrouwbare Rotterdamse ponem dat ik geen armlastige en werkzoekende Afrikaan ben. Ik mag zo doorrijden en daar ben ik heel erg blij om.

Om 15:00 uur is het tijd voor een zout groentensoepie en een cola. Dat blijkt een soort erwtensoep te zijn. Wellicht niet zo’n heel handige keus. Tegen zevenen vind ik in Italië een mooi hotel met een zwembad. Daar ga ik morgen op een bedje mijn boekje lezen. Maar ik ga eerst even heerlijk naar het toilet. Ik kijk er naar uit. En dan zondagmorgen door naar Oostenrijk. Mooi plan!

JAZEKER, DE APOTHEKER!

Dochter Danielle en motormaat / dokter Hans adviseren allebei om ORS bij een apotheek te kopen en dat in te nemen. Om schaarse stofjes in mijn lichaam aan te vullen. Dus storm ik dorp ÉÉN in en kijk ik scherp om mij heen of ik een apotheek zie. Noppes.

Bij dorp TWEE schiet ik een autochtoon aan om mij even een apotheek aan te wijzen. Zij snapt werkelijk helemaal niets van mijn vraag.

Dorp DRIE blijkt een flinke stad te zijn. Ik ram mijn kasteel de stoep op en stap met mijn zware laarzen de vloer van de Toeristinfo op. Uitgebreid vertelt men mij hoe ik snel bij de pillendraaiers kom.

En dan begint het. Het is vréselijk druk en hectisch in de stad. En abnormaal warm. Luxe auto’s, stinkende diesels, dubbel geparkeerde vrachtauto’s, autobussen met een strak schema, overal tussendoor racende scootertjes, overstekende winkelende mensen, luchtig geklede scholieren in groepen, een loslopende hond, motorrijders die willen dat je naar hen terugzwaait, en iedereen weet hier precies de weg behalve ik, en potver, zei die dame nu dat ik hier links moest of pas bij de volgende zijstraat?

Kut. Te laat. Het was hier… Ik sta op een éénrichtingsweg en ben tien meter te ver. Doorrijden betekent de hele stad weer door. En het is zo fucking heet en zo druk. Teringjantje.

Ik wandel mijn motor zachtjes achteruit. Maar gelijk komt een auto achter mij staan die juist daar ff dubbel wil parkeren. Het water loopt van mij af. Ik word gek. Maar ik zal die zooi nu kopen en nu opvreten! Het moet en het zal!

Tja… Achteraf denk ik dat ik ook andere stofjes te kort kwam. Ik was het plots zo zat en ik werd zo vreselijk pissig op die koelére hectiek. Ik draaide mijn kasteel een kwart slag, zette hem midden op de weg, draaide hem vervolgens weer een kwart slag om en reed tien meter dwars tegen de stroom in. Ze toeterden en gebaarden, terwijl ik hard in mijn potje riep:

JAAAZEEEEEKER, ik moet potverdorie ff naar de apotheeeeeker!

ORS gescoord. Gelijk ingenomen. Gatver. Vies, man!

Nog wat voor The Catch of The Day


Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bij Mostar is de politie je beste kameraad

DE BALKAN – BIJ MOSTAR IS DE POLITIE JE BESTE KAMERAAD

Op woensdag 12 juni (de datum dat ik dit schrijf) is het lammetje terug. Vanmorgen om 05:00 uur zat ik op de wc. Hatseflats… Maar het is gelukkig wel mooi weer vandaag…

Ideaal weer voor het vervolg van mijn verhalen in onze serie “Coos op Reis”.

Waarom schrijf ik eigenlijk zo vaak de datum op mijn reisverslag?, vraag ik mij af. Reisverslagen zijn immers tijdloos, die kun je altijd lezen. Nou, ik weet het eigenlijk niet. Wellicht voor als ik mijn verhalen eens bundel voor een boek. Dat denk ik. Ik blijf het gewoon doen.

Mijn wasje van gisteravond hangt in het zonnetje en is inmiddels lekker droog. Ik leer ut wel.

Ik start Rever voor de tracking en Flitsmeister voor de snelheidscontroles. Flitsmeister heeft mij al een paar keer gered. De plaatjes van Rever gebruik ik voor mijn verslaglegging. En als dat niet lukt, dan haal ik ze uit Basecamp.

Om 09:30 uur betaal ik de rekening, laad mijn route en ga op weg. Op jacht naar een ontbijtje. Dat lukt snel.

Na vijf kilometer rijd ik Dubrovnik al weer uit. Mijn spiegels tonen een prachtig uitzicht over de stad. Er vaart net weer een enorme boot binnen. Vast met van die lawaaiige Japanners…

Na 25 km ben ik uit de verkeershectiek en rijd een prachtig gebied in met veel cipressen. Het lijkt hier op Toscane.

Gelijk fotografeer ik een rode roos. Voor Janny. Zij is morgen jarig. Ik heb, vóór mijn vertrek, stiekem een kadootje ergens in ons huis verstopt. En daar ga ik haar morgen mee verrassen. Nou, is dat leuk of is dat leuk? Regeren is vooruitzien. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Anders zou ze het nu al weten…

MONTENEGRO

Bij de grenscontrole babbel ik met een Italiaans stel op twee Yamaha’s. Zij wonen in de buurt van het Como-meer en zijn nu onderweg naar Albanië. Daar varen zij over naar Italië en rijden weer terug naar huis. Das iets anders dan een rondje Veluwe.. Ze zijn … uh … zomers én vol vertrouwen gekleed…

De grenscontroles zijn kut-met-peren. Het duurt véél te lang allemaal. Als motorrijder sta je stil in de brandende zon. Het is ruim over de 30 graden. Het is echt géén doen.  En je bent twee keer aan de beurt: bij het verlaten van een land én bij het binnenkomen. Daar zit slechts een paar honderd meter tussen. Geen spoortje klantvriendelijkheid. Hoe bedoel je, even twee extra loketjes open omdat het zo druk is? Waarom?

Bij het ingaan van Montenegro moet ik zelfs de verzekeringspapieren van de motor laten zien. Alsof ik een motorfiets van over de 30K niet zou verzekeren. Hij controleert mijn kenteken ook niet, dus het kan ook zo maar een papiertje van iemand anders zijn. Wat een flauwekul, wat een paarse krokodil. En de grenspolitieman, met pistool en al, zit alles over te typen. Typen, typen, typen… Gewoon werkverschaffing. En te snauwen, te grauwen en te grommen. Ik zie door het luikje alléén een hand. Het gezicht van de grenspolitieman is afgeschermd. Ik vind het een beangstigende ervaring.  Mijn gevoel komt in opstand. Wat een lomperik, wat een ontevreden stuk onbenul. Óók
over de muur flikkeren, net als die Japanners in het vorige verslag.

Er staan twee rijen auto’s. In een ander hokje zie ik vier forse, volgevreten agenten verveeld onderuitgezakt op hun smartphone kijken. Die doen niks. Luie donders. Maar ja, het is ook klotuh-werk. Zo’n ambtenaar zit in een hokkie dat kleiner is dan mijn poepdoos thuis. De hele dag die stomme papieren te checken. Tot aan zijn pensioen. Pfff… OK, ik begrijp het misschien wel. Ik ga hier lekker vakantie vieren. Dág, stomme grenspost!

Om 12:00 uur heb ik nog maar 60 km gereden. En erg lang in de brandende zon staan wachten. Dat schiet lekker op. Maar …. ik ben in Montenegro. En dat wilde ik graag. Das gelukt. Het asfalt is slecht. Het is op en volledig kaal gereden. Rustig aan hier.

In Montenegro betaal ik met euro’s. Een grote en sterke koffie met een groot glas water kost een euro. En dat is een vriendenprijs. Dat water giet ik trouwens over de planten. En verder ziet alles er hier zo’n beetje hetzelfde uit als Kroatië. Eigenlijk best wel jammer. Tot aan de veerboot…

Ik ben de laatste passagier en kan er nog net op. Ik ben ook niet zo groot en mijn kasteel helemaal niet. Achter mij gaat ratelend de ophaalbrug omhoog. Ik moet er om grinniken. Een overtocht kost overigens twee euro.

Direct na de veerboot kom ik in een hele nieuwe wereld. Ik ben verrukt en sta vol enthousiasme op mijn steppies. Ook omdat ik een houten reet heb van het zitten, hoor. Ik rijd hier over een stokoude en smalle weg, heel laag langs het water van een baai met de naam Boka Kotorska, de baai van Kotor. Stenen muurtjes begrenzen de weg. Niks vangrail. Het is een soort Gardameer met héle steile bergen. En gelukkig niet zo druk. Het is fantastisch, waanzinnig! Het is de atmosfeer hier. Er is iets, het zindert, het vibreert. Het is heel apart. Ik zit te lekken op mijn motor.

Of komt dat door de temperatuur? Het is hier ongewoon rustig en niet zo absurd massaal. En toch voldoende terrasjes, mooie plekkies om te zonnen etc.

Wow, wat een tof land!

In een supermarkt scoor ik mijn lunch. Ze spreekt geen woord Engels, maar we komen er samen uit. Na afloop lacht ze haar fietsenrekkie bloot….

Ik gluur nog even naar een enorm cruiseschip en vind kort na Kotor een lekker lunchplekkie: een bankje aan het meer en in de schaduw. Het is een verstilde omgeving en ook hier is het extreem rustig. Ik koop hier een huis, ga hier wonen en nooit meer weg. Bijzonder, hè? Dat ik nou ineens zo’n gevoel kan hebben. Gewoon verliefd op een land. Dat enorm heldere water. Ik ben hier zó gelukkig. Of komt het omdat naast mij twee dames zitten die topless aan het zonnen zijn? Dat helpt natuurlijk wel. Maar mijn bolletjes zijn bruiner. En daar zit lekkere kaas op. Heb ik een foto? Tuurlijk! Snel kijken…. Jôh, sla de rest van dit zeikverhaal over en scroll snel naar die foto aan het einde! Schiet op! Whoehaaa!

Ik klim en kijk vanaf 600 meter naar de zee beneden. Ik rijd op een uiterst steile en slechte weg. Hier staan geen borden waarop staat dat je moet opletten voor vallende stenen. De stenen vallen hier en liggen er gewoon. Midden op de weg. En er zijn ook geen waarschuwingsborden voor overstekende koeien. Ze staan gewoon midden op de weg. En ook schapen en geiten. Heel normaal. Ik raak bijna met 50 km per uur zo’n bok. Het gaat net goed. Pokkebok…

Het is inspannend. Het water loopt van mij af. Als ik weer de N4 opdraai en de snelheid kan opvoeren, voel ik de koele wind door mijn ventilatie gieren. Heerlijk. Gas, gas!

Er steekt een schildpad over. Zó leuk. We hadden er vroeger eentje thuis. Ik stop, pak hem op en breng hem naar de overkant. Hij wurmt met al z’n beentjes. Ik lach even naar ‘m en zet ‘m in het gras. Hij gaat er als een haas vandoor. Echt dankbaar is hij niet, volgens mij.

BOSNIË-HERZEGOVINA

Bij Vraćenovići verlaat ik Montenegro weer en rijd de republiek Bosnië-Herzegovina in. De paspoortcontrole stelt weinig voor. Kort erna ga ik van de M20 af en draai de binnenlanden in. Bosnië is erg groen en erg verlaten. De natuur is prachtig. En toch domineert de natuur niet. Er is iets anders. Er zijn heel veel lege en vervallen huizen. Die maken op mij een droevige indruk. Het is hier treurig. Met slechte wegen. De armoede gonst over de velden. Er is niemand, beetje spookachtig. Het ziet er naar uit dat hier weinig werk is. Mensen trekken weg naar de stad of verlaten het land. Kortom, een prachtige en groene natuur,  maar voor mij niet zo’n inspirerende vakantie-omgeving.

Het is 17:45 uur en ik heb onderweg nog geen restaurant of slaapplaats gezien. Niets. Het is lastig zoeken op mijn telefoon. Ik heb onderweg geen internet. Dat komt omdat Bosnië niet in de EU zit en de Telco’s geen roamingcontracten met Bosnië hebben.

Rond 19:00 uur dender ik Mostar in. Ik ben er! Wow! Mostar stond al zoveel jaar op nummer één van mijn wish-list. Ik vervul mijn eigen wens. De mooiste cadeau’s geef je immers aan jezelf.

Ik parkeer in Mostar mijn motor op de stoep.

Waarschijnlijk staakt hier de vuilophaaldienst al een paar dagen. Tenminste, dat hoop ik dan maar… Er lopen wat gassies met opgeschoren koppies om mij heen, de één roept wat en een tweede schopt tegen een blikje. Ik steek vriendelijk mijn hand op en blijf grijnzend op mijn kasteel zitten. Ik tuur op mijn Garmin en hou de omgeving vanuit mijn ooghoeken en de spiegels in de gaten. Soms komt het gevaar van achteren, weet je nog?

Via de Points of Interest op mijn Garmin vind ik uiteindelijk een hotel. De receptionist is vriendelijk en aan het hotel mankeert niks, maar toch voelt de buurt hier niet goed. Ik vraag hem of ik mijn motor voor de deur van het hotel kan parkeren. Hij antwoordt dat het kan, maar dat hij het niet zou doen. Het zou ‘m verbazen als de motor er ‘s morgens nog zou staan…. Nou, lekker dan.

Met zijn toestemming rijd ik de motor een bevoorradingshelling op, manoeuvreer ik haar met veel moeite het hoekie van het gebouw om en parkeer de motor uit het zicht, een paar meter boven de grond. Ik controleer alle sloten drie keer, check het alarm twee keer, doe een schietgebedje en laat haar in het donker alleen. Ik besluit gelijk dat ik vannacht ga nadenken wat ik morgen ga doen.

Maar … het is hier beregoedkoop. Absoluut. Mijn kingsizekamer kost slechts 25 euro. Kom er elders maar eens om.

Ik mik mijn bagage in mijn kamer, stap onder de douche en wandel Mostar in. Deze stokoude stad werd al in de 13e eeuw gesticht. Het was in de middeleeuwen een belangrijke handelsstad en nog immer een smeltkroes van culturen.

Ik ben vreselijk nieuwsgierig naar de brug Stari Most. De brug houdt al sinds mensenheugenis de Moslims en de niet-moslims in Mostar gescheiden. Terwijl de brug nou juist moest verbinden. Ik zag in 1993 de jourmaalbeelden van de verwoesting van de oorspronkelijke brug. Die stamde uit 1566. Het is tot op de dag van vandaag niet bekend wie de brug heeft vernietigd. Je kunt de beelden van de vernietiging op JoeTjoep vinden. Het is nog steeds naar om te zien.

En dan …. sta ik op de brug. OP DE BRUG VAN MOSTAR!  En dát doet mij wat. Het is een soort eindbestemming van deze trip die ik bereik. Het verste punt. Een doel behaald. Een mijlpaal. Voor mij heel bijzonder.

Ik wandel verder, want stiekem is de Stari Most niet de oudste brug van de stad. De oudste brug ligt een paar minuten lopen verderop: Kriva Cuprija.

Ik wandel terug naar The Old Town. Als je goed kijkt, dan zie je overal sporen van de oorlog van 30 jaar geleden. Je kunt in deze omgeving als toerist niet om de oorlog heen. Een eigenlijk wíl ik dat ook niet. Ik kijk altijd naar de toekomst, maar het verleden mag niet vergeten worden. En dat verleden is hier duidelijk aanwezig. In de verte zie ik de Koski-Mehmed Pasha’s Moskee met haar minaret. Ik ben niet zo van de minaretten. Dat gejengel op die rare tijdstippen. Ik ben helemaal niet zo op geloofsuitingen, geloof ik. Ik geloof het allemaal wel… Haha.

Het is laat en ik ga eerst iets eten. Ik zorg ervoor om ergens op een terras te gaan zitten waar ik bier op tafel zie staan. Niet alle restaurants verkopen alcoholische dranken. En ik heb nu echt een groot glas bier verdiend. Of ze dat hier nou geloven of niet….

DE POLITIE IS JE BESTE KAMERAAD

Kort nadat ik Bosnië met mijn motorfiets ronkend binnendaver, stapt een forse agent vanaf de graskant de rijweg op en steekt tegelijk zijn spiegel-ei omhoog. Ik schrik er eigenlijk een beetje van en twijfel of ik niet een enorme poep gas moet geven. Iedereen kent immers de verhalen van nep-agenten in schurkenlanden met roverhoofdmannen zoals Radovan Karadzic. En als er iemand er als een-toerist-met-heel-veel-bagage uitziet, dan ben ik het wel. Ik neem binnen een seconde een besluit. Ik manoeuvreer de zware motor aan de kant en hou de agent vóór mij en in het zicht. Soms komt gevaar van voren. Ik zet de motor nog niet af. De agent lijkt echter wel veel op een heuse bromsnor. Hij is te gemoedelijk voor een boef. De agent wilt mijn paspoort zien. Nou had ik dat gelukkig vandaag al een paar keer nodig, dus ik hoef niet lang te zoeken. Bromsnor legt het document direct in zijn auto. Kijk, en dat doet in Nederland nou geen enkele agent, hè! Ik vind het bedreigend. Zonder kaal hoofd zouden mijn haren overeind gaan staan. Potverdorie. Het kost mij moeite om vriendelijk te blijven.

De agent spreekt niet één woord Engels, Duits of Frans. En Nederlands natuurlijk ook niet.

Met handen voeten gebaart hij dat de radarcontrole geconstateerd heeft dat ik te hard reed. Ik kan het mij nauwelijks voorstellen. Das niks voor mij. De agent kan mij nog niet exact vertellen hoeveel ik te hard heb gereden. Wat een onzin. Nou, het kan nooit veel zijn, probeer ik, meesmuilend.

Hij mag geen contant geld aannemen, geeft hij aan. Via Google Translate (tip van Coos!) vertelt hij dat ik met de bekeuring naar het dorp verderop moet en aldaar een bankoverschrijving moet laten uitvoeren. Ik vraag hem het adres. Maar dat weet hij niet. Dan vraag ik hem om mij uit te leggen waar het precies is. Het is ‘een disaster’, zegt hij plots, en schudt moedeloos zijn hoofd. Zelfs de inwoners kunnen die bank niet vinden, typt hij in zijn telefoon. Whoehaaa, zooo grappig!

We kijken een beetje meewarig naar elkaar en trekken onze schouders op. Mijn Rotterdamse oplossing is heel eenvoudig: laat me gewoon door. Hij kijkt mij met bruine ogen van zo’n trouwe labrador aan, aarzelt, twijfelt, kijkt om zich heen en typt op zijn telefoon ‘I never stopped you!’.

Natuurlijk niet, vriend! Ik heb je nóóóit gezien.

Ik geef ze de twee blikjes cola die ik zonet kocht om mijn iPhone te koelen, geef hem een hand, krijg mijn paspoort terug en zwaai gedag.

De politie bij Mostar? Die is je beste kameraad!

Owja, nog even de bruine bolletjes laten zien. Die had ik beloofd…

O ja, nog even de tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: Dubrovnik en De Man

DE BALKAN – DUBROVNIK en DE MAN

We gaan verder in onze serie Coos op Reis.

Het is schitterend weer vandaag. Tuurlijk. Het is om 07:00 uur al 26 graden.

Daar heb ik vannacht weinig van gemerkt met de airconditioning in de slaapkamer.

Het lammetje is weer voorbij. Das nu weer vaste stof. Deze informatie is alleen voor de oprecht geïnteresseerden natuurlijk. Bedankt voor alle belangstelling (not).


Ik ben nog maar tien minuten onderweg en de afsluiter van mijn verslag van vandaag zit al in mijn hoofd… Dat is wel lekker.

DUBROVNIK

Monter stap ik even voor tienen de bus uit en loop direct tegen een restaurant aan met een bord waar op staat English Breakfast. Daar hou ik van, dus ik stap het terras op. Het echtpaar naast mij zit al aan een fles rosé. Hatsekidee. Ik denk gelijk weer aan die fles rosé van een paar dagen terug: Kutjevo. Sommige dingen vergeet je nooit.

Voor slechts 200 Kuna mag ik én de stadsmuren én het kasteel bezoeken. Ik wandel boven de stad op de stadsmuren en dat is erg leuk. Het is een traject van twee kilometer en de uitzichten zijn schitterend. Deze muren werden al in de 12e eeuw gebouwd. Het zijn indrukwekkende verdedigingswerken.

Het is ondertussen bijna dertig graden. De zon fikt. En van mijn Alle-Duitsers-Zijn-Na-Pinksteren-Naar-Huis-Theorie klopt helaas ook geen ene reet.

Het is zó vreselijk druk, hier. Wat een mierenhoop.

Op de stadsmuur is eenrichtingsverkeer ingesteld en ik zie daar zelfs filevorming. Met gekmakende kwebbelende en alleen maar selfies-makende Japanners. Die overigens altijd in grote groepen ronddrentelen en veelal hinderlijk in de weg staan.

Ik maakte deze reis vóór het beruchte Corona tijdperk. Maar ik zie hier nu al Japanners met een mondkapje lopen. Jéétje. Die dragen ze sinds de aanval met Sarin in 1995. Je weet het immers maar nooit… En dan toch een selfie maken. Er loopt een Japanner naast mij met een neusuitsparing in het kapje. Jaaa, hallo, wat heeft zo’n kapje dan voor zin?

Japanners kunnen slecht tegen de warmte. Iedereen puft en loopt met waaiers. Zelfs eentje met een ventilator op batterijen. Nou, ga morgen maar ff mee op de motor, hoor. Maar nou opzij. Zal ik er eentje van de muur afschoppen? Wat denk jij? Zij zijn immers óók fout geweest in de oorlog. En dan gelijk een Duitser erbij doen? Haha.

Ik heb, geloof ik, weer wat nieuws gevonden om over te zeiken. Deze keer een belangrijk onderwerp!

Ik bekijk filmbeelden van de beschieting door het Joegoslavische leger van de stad in 1991. Marineschepen nemen de stad vanaf zee met daverende klappen onder vuur. Jachtvliegtuigen in de lucht. Ik herken plaatsen waar de zware granaten inslaan. Ik liep daar zonet. Het is dramatisch. Gewonden, huilende en dode mensen. Vernietigde gebouwen, bijna allemaal cultureel erfgoed.

Auto’s en boten in brand. En plotseling is ‘die oorlog van toen’ weer zó dichtbij. In de film loopt een vrouw in een witte jurk met een grote herdershond langs het haventje, waar ik net koffie dronk, als het schieten begint. In blinde paniek rent ze links en rechts zigzaggend over de weg, haar hond met zich meetrekkend. Als ze een schuilplaats vindt, trekt ze, met enorme schrikogen, de grote hond naar zich toe. Die denkt dat het een spelletje is en springt kwispelend tegen haar op. De tranen springen….. Sterk spul, dat Fisherman’s Friend…

Ik wandel weer verder over de verschroeiend hete muren. De stenen moeten wel 50 graden zijn. Op een terras zit een man in de schaduw een ansichtkaart naar huis te schrijven. Het bestaat echt nog.

Het is 13:45 uur en ik heb al anderhalf liter water op. Burn baby, burn! Tijd voor de lunch in de schaduw.

In Dubrovnik mag ik de kerk in met blote schouders en een kort hardloopbroekje. Ik snap dat wel. Ze hebben natuurlijk mijn Facebookpagina van een paar dagen terug gelezen.

Na mijn bestorming van de muren wandel ik door Stradun, de hoofdstraat van het stokoude Dubrovnik, bekijk de klokkentoren, het paleis van Rectar en de hele bliksemseboel. Ook in Dubrovnik zijn opnames gemaakt van de fantastische serie The Game of Thrones.

Proppers overtuigen mij dat ik voor tien euro 45 minuten met hun glasboot mee moet om bij een ander eiland te gluren. De boot vertrekt over vijf minuten. Ik doe het. Lekker uitwaaien op het water.

Iedereen heeft ergens op de wereld een dubbelganger. Henk van Rookhuijzen ook. De kapitein van de boot is mijn motormaat Henk. Henk woont normaal in Gouda. Maar vandaag dus ook in Dubrovnik.

Het is net Henk hè?

Werkelijk, zij lijken als twee druppels water. Alleen als Henk hier is, scheert hij zich fatsoenlijk. Dat ziet er wel beter uit. In Gouda loopt hij er wat vaker als Landru bij. En eerlijk is eerlijk, Henk kan lekker varen. Hij doet het goed. Hij doet trouwens net alsof hij mij niet herkent. Snap ik wel. Hij zal hier wel zwart werken. Die verzekeringslui zijn niet altijd betrouwbaar.

Henk van Rookhuijzen zelf.

Henk lult ook plots mooi Kroatisch. Goed gedaan, jochie. Motorclub: geen paniek, ik neem Henk zondag gelijk mee naar Oostenrijk.

Maar wacht vrijdagmorgen niet op hem in De Meern. Hij moet hier nog zijn kapiteinswerk afmaken.

Mwah. Ik heb 12 km gewandeld. Op mijn sandalen. Beter blaren dan hete poten, dacht ik vanmorgen. Ik heb maar drie dingen aan. Het is er heet zat voor. Er zijn hier nog mensen die een lange broek dragen. Maar ja, ik heb mooie benen… Dat dan weer wel.

Rond zessen ben ik weer terug op mijn strandje en geniet ik van het zonnetje, een koel biertje en de meer dan geweldige loungemuziek uit de paddo’s in de tuin. Wat een zaligheid, wat een heerlijke plek. Weet je wat? Ik neem nóg een biertje! Proost!

DE MAN

Onderaan de straat stap ik weer in de bus. Die ruikt naar warme mensen. Bus 6 brengt mij voor 15 Kuna naar The Old City. Ik rijd in de bus achteruit. De andere stoelen zijn bezet. Achteruitrijden is uiterst onnatuurlijk voor mij. Verder heb ik er altijd een hekel aan als ik niet weet wat er achter mij gebeurt. Op de motor komt het gevaar van voren. In de bus komt het vanachter. Dat is een wetmatigheid die ik net zit te verzinnen. Zoals zoveel trouwens…

De bus stopt bij de volgende halte en een zwerm toeristen bestormt het voertuig.

Ik ben fris gedouched en draag een luchtig shirt zonder mouwen. Plotseling krast een scherp voorwerp langs mijn arm. Net zei ik het nog. Als het komt, dan komt het vanachter. Een … uh …. wat forse man heeft een tas op zijn rug hangen. De wat erg forse buik van voren en zijn rugtas van achteren maakt het gangpad wel heel smal. Hij schraapt de gesp noges over mijn arm, draait zich om en duwt nu zijn dikke buik tegen mijn arm. Hij ademt zwaar en lange haren krullen uit zijn neus. Mijn voorkeur gaat uit naar de scherpe gesp…

De lege stoel naast de mijne is een stuk hoger geplaatst. Wellicht zit het wiel van de bus daar onder. Geen idee. Ik zie de dikkerd twee keer likkebaardend naar de lege stoel kijken. Ik doe snel een schietgebedje. Het helpt niet.

En ja hoor. Hij waagt het om in de schuddende en rijdende bus verlekkerd te kijken, half over mij heen te kruipen en moedig op weg te gaan naar de lege stoel naast de mijne. Zonder een enkele gène.

Het past niet, denk ik. Het past niet, het past nooit…

Geen idee hoelang het voor jou is geleden dat je in een bus zat, maar er is daar net zoveel ruimte als in het kleedhokje van een oud sportfondsenbad van twee eeuwen terug. De lomperd heeft niet eerst zijn rugtas afgedaan en zit nu, met de rugtas op, als een enorme reus klem in een te klein toilet. Hij kan geen kant op.

Vervolgens begint hij omstandig de rugtas af te doen. Ik deins achteruit om een elleboogstoot te voorkomen. Zwetend en puffend verricht hij zijn missie. Hij doet zijn machtige blote benen wijd en zet daar zijn tas tussen. De man puilt aan alle kanten over zijn stoel… Daarna schreeuwt hij iets in het Kroatisch naar zijn vrouw, die achter in de bus staat. Je leest het goed: zij staat… De man is inmiddels geïnstalleerd en het hoogteverschil tussen zijn stoel en de mijne brengt mijn neus naast zijn linker oksel zit. De man gebruikt géén deodorant, constateer ik.

Ik spurt de bus uit als de chauffeur omroept dat dit de halte voor de oude stad is. Wat een vreselijke onbeschofte hork. Een varken. Nee, laat die Jappen maar rustig stiefelen, ik flikker die hork wel van de muur. Whoehaa!

Heb ik een foto? Hèhè … Ik wist immers al héél snel waar mijn verhaal vandaag over zou gaan…

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Met de Matchless in 1980 naar Marokko

Coronawinters geven een mens veel tijd om thuis na te denken, of om die gedachten op schrift te stellen.
Al een paar maanden werkt Gijs van Hesteren aan zijn boek met motoravonturen. We mochten alvast een stukje meelezen. Gijs schrijft ons:

“Och, niks bijzonders, die avonturen. Iedereen zou ze kunnen beleven. Maar ja, nadat ik ze heb opgeschreven ben ik er vanaf. Ik hoop het na de zomer uit te kunnen geven.”

Speciaal voor Passie voor motoren – Ik zoek een motor hierbij een voorpublicatie.

We gaan terug naar de zomer van 1980. Inge en ik beladen de motor. We zouden op vakantie gaan. Een besluit dat we nog maar nét hadden genomen. Het zou voorlopig onze laatste kans zijn op een lange afwezigheid. Als student sociale wetenschappen had ik weliswaar een lange zomervakantie, maar Inge zou in september beginnen met haar opleiding tot timmervrouw aan het Centrum Vakopleidingen voor Volwassenen, het CVV. En we wisten sinds heel kort dat ze zwanger is, van ons eerste kind. Als dat eenmaal geboren zou zijn, zou het voorlopig niet meer komen van wekenlange tochten met de motor.

Kind mee
We hadden bedacht dat het kind gewoon mee mocht, in Inges buik. Zo zou de foetus stevig aan de baarmoederwand vast vibreren. We hadden een paar veel grotere problemen. Geld was er één van, maar het zou nét moeten kunnen. Belangrijker: hoe zouden we op pad gaan? De besteleend was defect. Ons enige vervoermiddel was een 350 cc Matchless G3 uit 1957 met een Steib 500 zijspan. Ook in 1980 al een hoogbejaard vehikel. De motor had ik gekocht van een gepensioneerde oud-militair, voor 350 gulden. In huidige valuta is dat ongeveer 165 euro.

De fiets lag legergroen verspreid over een aantal houten kistjes bij hem op zolder. Het was een ex-legermodel voor officieren. Hij had hem een paar jaar daarvoor helemaal uit elkaar gehaald, met de bedoeling al het plaatwerk te laten overspuiten. Zoals zo vaak was het daar niet van gekomen.Vaak ontbreken er heel veel  onderdelen in zo’n kisten- en dozenproject. Ik had geluk; alles was er nog. Het motorblok verkeerde in prima staat. De spullen bracht ik alsnog naar een lokale moffelinrichting en daarna was het een kwestie van afmonteren op de slaapkamer. Er valt weinig over te vertellen, behalve dat het naar beneden transporteren van het gevaarte heel wat voeten in de aarde had. Een negentiende-eeuws rijtjeshuis met draaitrap is er niet helemaal op ingericht, laat ik het daar maar op houden.

Ed Pols Motortoer
Eenmaal buiten hing ik het Steib-zijspan eraan. Ook dit is snel verteld, maar het zou me nooit gelukt zijn als Ed Pols van Motortoer me niet geholpen had. Ed had een klein motorzaakje in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij legde me alles uit over vlucht, toespoor en voorloop. Die dingen ben ik intussen weer vergeten. Ed leeft al lang niet meer, maar zijn bedrijf bestaat nog altijd, tegenwoordig onder leiding van Natascha Wiersma en mijn motorracevriend Ted Haanappel, onder de naam Ducati Amsterdam.

Het was een tamelijk zware combinatie gebleken. Veel sneller dan 85 kilometer per uur haalden we er niet mee. Een kleiner voorkettingwiel op de krukas zorgde dat er toch wat trekkracht beschikbaar was. We hadden niet meer dan 18 pk, maar ach, alle tijd.

(1980 Marokko) Daar staan we dan, gebroken krukas in Zuid-Spanje.

Peter Weeink, archivaris van de AJS en Matchless Vereniging stuurde me onlangs een kopietje van het toen nog gestencilde clubblad ‘Satisfaction Guaranteed’. In die tijd was ik daarvan de redacteur. Kort voor de tocht schreef ik in een redactioneeltje:

“Het wordt tijd dat we weer eens een forse tocht maken. We gaan naar het ZUIDEN. Deze week reden Inge en ik een proefrit van Utrecht naar Groningen en terug. O jee, bijna terug thuis een mankement. Hm, beter daar dan ergens in Frankrijk. Hevige rook kwam uit de primaire kettingkast. Dat leek niet best. Ondanks vloeken en zoeken kwam ik pas achter de oorzaak toen ik de cilinder lichtte: één zuigerveer in drie stukjes gebroken en één muurvast in de groef. Een wonder dat de motor nog zo goed liep. Morgen gaan er nieuwe zuigerveren in en dan vertrekken we toch echt. Na de herfst komen we met het verhaal.”

Dat verhaal is er nooit gekomen. Wat ik hier noteer is dus een primeur. De kleppen en de contactpuntjes had ik gesteld, verse olie in de tank, de primaire en secundaire kettingen op spanning gezet. We laadden een metalen kist achterop, gooiden er gereedschap in, vijf liter SAE 50 single grade smeerolie, een tentje, luchtbed en slaapzakken, een gasstelletje en wat kleding. Klaar om te gaan.

De eerste stop was mijn ouderlijk huis in Breda Liesbos. Mijn vader en moeder keken nadenkend toe. Ze hadden niet veel vertrouwen in onze plannen. Zelf voorzagen wij geen enkel probleem. Zesentwintig jaar oud waren we. De wereld lag voor ons open.

Binnendoor
Het fietsje plofte tevreden. We reden langs zoveel mogelijk ‘gele en witte weggetjes’, zoals die door Michelin op de wegenkaart waren ingetekend. Per uur legden we netto gemiddeld hooguit 45 kilometer af. Met de pitstops meegerekend kregen we per dag op zijn best 250 kilometer achter de wielen. Helemaal niet erg.

De tocht begon langs de oude rijksweg via Rijsbergen, Zundert, dwars door Antwerpen naar Gent. We passeerden Compiègne en stortten ons op de Parijse Route Périférique, toen ook druk. Langs Route Nationale 20 verder naar Orléans, Vierzon (Camping Municipale), Châteauroux, Argenton, Limoges, Brive en Cahors – wéér een Camping Municipale.

(1980 Marokko) Gebroken stoterstang, in een werkplaatsje in Fez keurig hersteld.

Dwars door Toulouse en omhoog de Pyreneeën in. Ik herinner me de steile hellingen, waar we uiteindelijk in de eerste versnelling tegenop ploften, met achter ons een lange file Fransozen. Het motortje liep er erg heet, zodanig zelfs, dat op zeker moment damp en gesis een al bijna doormidden gesmolten plastic brandstofslangetje aankondigden. De kist zat vol met gereedschap en reservedelen, en dat bewees zijn nut.

Niet alle pannes wisten we daarmee op te lossen. Ergens in Midden-Spanje liep ineens het spatbord van het zijspan tegen de band aan. Het plaatstaal rondom de bevestiging was doorgescheurd. Een taller, een autowerkplaatsje  zoals je die in dat land destijds overal rond de doorgaande wegen aantrof, liet ons zien hoe een goede plaatwerker zoiets in een ommezien kon verhelpen.

Ongerief
Tussenstops maakten we bijvoorbeeld in Madrid en Toledo. Een langere op de camping van Cadiz. Al een paar dagen had ik me niet lekker gevoeld. Die dag kwam het tot een dieptepunt. Uit alle openingen liep ik leeg, koorts veertig graden, en dat bij een zomerse buitentemperatuur van over de dertig graden. Dagenlang lag ik zwetend in ons tentje. Liefdevol en geduldig diende Inge mij aspirientjes en glaasjes water toe. Langzaamaan werd duidelijk dat ik een zonnesteek had opgelopen. In die dagen was er geen helmplicht in Spanje. De EU was er nog niet uitgevonden. Maar een mooie kans om het eens zonder valpet te proberen. Ja okee, maar dan moet je wel iets anders op je hoofd zetten, want anders ben je aan de beurt!

Aan alles komt een eind, ook aan ongerief. Na ruim twee weken en 2.300 kilometer meldden we ons bij de veerdienst in Algeciras. Een grote meute mensen die we destijds gastarbeiders noemden had zich daar al verzameld. Ze waren met volgepakte busjes, Opels Rekord, Mercedessen en Peugeots 504 aan komen rijden vanuit de industriegebieden in Noordwest-Europa – het Ruhrgebied, de Randstad. Het mooiste vonden we de omkleedpartij die er plaatsvond: vlak voor het inschepen verwisselde men westerse kledij voor djellaba en fez.

(1980 Marokkoreis) We staan hier in Algeciras te wachten op de veerboot over de Straat van Gibraltar, tussen een heleboel mensen die we toen nog gastarbeiders noemden. Het schoot niet zo hard op, maar ach, we hadden er mooi weer bij.

We staken de Straat van Gibraltar over. De opdracht voor de overkant: de douane. Het leek de bedoeling dat wij bij verscheidene minuscule hutjes de diverse benodigde stempels zouden inzamelen. Dat werd enigszins bemoeilijkt door de grote horde lotgenoten die zich zonder enig systeem voor het piepkleine loketje verdrongen. Gelukkig was er nog geen corona. Het zwetend duwen en trekken leverde succes op: onze paspoorten schoven we door dat raampje en een hele tijd later kregen we die na zweten, hijgen en duwen bij een volgend hutje terug.

Hobbelige wegen
De Marokkaanse wegen leken op die van de Spaanse hoogvlakte, de Meseta. Droog, heet, stoffig en hier en daar nogal hobbelig. Wij vonden dat prachtig. Het spatbord van de Steib zat weer goed vast; daar maakten we ons geen zorgen meer over. De plaatselijke jeugd lachte zich gek om onze zijspancombinatie. In die tijd zag je zoiets misschien niet vaak. Nu ook niet eigenlijk. Als Sinterklaas en Piet reden we zwaaiend naar links en rechts door de dorpen en stadjes. Eén enkele baldadig toegeworpen meloen wist onze goede stemming niet te verpesten.

Marokko was een cultuurschok voor on. We waren beschermd opgevoede babyboomers. Niet alleen een schok omdat er geen bier verkrijgbaar was op de terrasjes, ook omdat de verschillen tussen arm en rijk indringender waren dan in Noordwest-Europa. Een Nederlands sprekende Marokkaan, die wij op de markt waren tegenkomen liet zich door de verschillen niet tegenhouden. We moesten mee, theedrinken met de hele familie. Geweldig.

In Fez hield de Matchless er ineens mee op. Eén van de stoterstangen was gebroken. Voor wie geen verstand heeft van oude motoren: daarmee bedient de onderliggende nokkenas de kleppen in de cilinderkop. Een jong Brits stel dat de tent naast de onze had opgesteld hielp ons uit de brand. Zij reden met ons in hun Engelse misbakselautootje naar een werkplaatsje en net zoals in Spanje wist men er daar wel raad mee. Hardsolderen met koper. Het was in een ommezien hersteld.

(1980 Marokkoreis) Net zo makkelijk even de cilinderkop eraf, om de koppakking uit te gloeien op het gasstelletje. No worries.

Motor echt stuk
Het toch al in bescheiden mate voorradige studentengeld begon op te raken. We gingen naar huis. Alweer terug in Spanje, na 4.500 kilometer, waren we door onze voorraad ongedoopte, singlegrade SAE50 heen. Ergens voorbij Almeria, zo’n honderd kilometer na het bijvullen met 20W-50 multigrade klonken er ineens onheilspellende geluiden vanonder de tank. Het big-endlager was gebroken, het meest belangrijke onderdeel van een motor. Gebrek aan smering. De oliedoorvoer was verstopt geraakt door losgeweekt vuil uit de dirt trap in de krukas.

Op slechts enkele honderden meters duwen bevond zich een autowerkplaatsje. Hier mochten wij ons object opstellen in de schaduw, opdat we zonder oververhitting de diagnose definitief konden maken. De man van de taller was bereidwillig, al bleef communicatie beperkt tot gebarentaal. De ANWB zorgde dat de fiets terug naar Utrecht kwam en wij gingen liftend verder. De Matchless was er eerder dan wij.

(1980 Marokkoreis) Liften in de buurt van Barcelona.

Van Almeria tot Barcelona reden we mee in de Morris Mini van een Spanjaard met liefdesverdriet. Hij was op weg naar zijn geliefde. Misschien kon hij haar nog tot bezinning brengen. Hoe dichter we bij Barça kwamen, des te harder ging hij rijden, totdat hij het niet meer uithield en ons bij een benzinestation eruit gooide. Begrijpelijk, maar wat ons betreft niet zo’n goed idee. In the middle of nowhere hebben we daar een twintigtal uren doorgebracht. Inge in de wegberm en ik met de bagage verdekt opgesteld achter de vangrail. Spanjaarden bleken toch niet zo van het lifters meenemen te zijn. Zelfs niet als het ging om Noord-Europese jongedames.

Dankzij de Reis- en Kredietbrief van de ANWB waren we in staat om een taxi te bellen en vooral te betalen. De chauffeur bracht ons naar het Centraal Station in Barcelona. Treinen en bussen vervoerden ons vervolgens naar de Provence. Daar bewoonden mijn ouders destijds een pensionado-huisje. Hoofdschuddend over onze onverantwoordelijke avonturen trakteerden zij ons op copieuze maaltijden. Na een week verwennerij gaven zij ons een lift naar het station in Nice. We namen de internationale trein naar het noorden en betaalden ons nog maanden nadien blauw aan aflossing van onze reis- en kredietschulden.

Coos op Reis: Concert at Sea

DE BALKAN – CONCERT AT SEA.

Het is half bewolkt. Ik ga vandaag 27 graden zien. Het wordt een mooie motordag en ik popel om heerlijk samen op pad te gaan.

Hier mijn volgende verhaal in de serie ‘Coos op Reis’.

Het is al weer donderdag 6 juni. Whoeii, de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. En dát heb ik. Ik ruim de koelerebende in de caravan op, loop van binnen naar buiten met mijn spullen, sjor in mijn luchtige niksie alles op de motor, geniet nog even van de omgeving, trek mijn motorpak aan, rol zachtjes naar de receptie en laat de rekening opmaken. Er komen ook nog schoonmaakkosten bij, laat de receptioniste weten. Ze knippert zelfs niet met haar ogen. Schoonmaakkosten, dat zou elk weldenkend mens in een hotel heel raar vinden. Maar ik sluit mijn ogen, kijk niet naar de nota en betaal met mijn creditcard het totale bedrag. En de rest vergeet ik. Heel snel. Het was hier tof. Dat blijft mij bij. Bij wie mag ik een poossie slapen als Janny het op de bankafrekening ontdekt? Ik mik op een week of zes…

Braska is alleen toegankelijk met een elektrisch voertuig. Das prettig voor al die ronddwalende toeristen, maar niet voor een hongerige en zwaarbeladen motorrijder die met zijn dikke
verbrandingsmotor op jacht is naar een ontbijt. Ik skip dus Braska.

Maar …. slechts dertig kilometer verder heb ik geluk (!) en vind ik een supermarkt met een bruin broodje en …. mét kaas uit Gouda. Die ze overigens gewoon in Kroatië maken, zegt de dame. Wat een copycats, wat een Japanners, hè?

Terwijl ik mijn broodje buiten opeet, vraagt een langslopende Kroaat hoe ik in staat ben om zo’n zware en groots bepakte motor te rijden. Als hij rolt, dan doen de gyroscopische krachten de rest, vertel ik hem luchtig. En als hij stilstaat, dan helpt mijn 1.95 meter mij, grap ik. Zijn auto is werkelijk aan alle kanten gedeukt. Dus ik snap zijn vraag wel… Voor hem is alles moeilijk.

Ik dender door een dorpje en moet persé even stoppen voor een kleurig fotootje van een karretje met houten wielen. Het is zo’n tafereeltje, net een schilderij. Leuk!

Als ik de tolbrug van CRK terug naar het vaste land neem, lees ik de aankondiging ‘Free exit from CRK’. Ik moet gelijk aan Hotel Californië van The Eagles denken… Weet je nog? I had to find the passage back to the place I was before, ‘relax’, said the nightman, ‘we are programmed to receive, you can check-out any time you like, but you can never leave…!’. Ik geef een poep gas, trek de quickshifter een paar keer omhoog en verlaat het eiland. Dag eiland, tot ziens! Ik kom bij je terug. En sneller dan je denkt.

THE MAN AND HIS MACHINE

Aan de kant van de weg staan borden waarop staat dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Een stukje verder rijd ik tegen de staart van een flinke file aan. Ik kan zover niet kijken. Het is warm. Voor mij te warm om in de rij te gaan staan. Al op mijn 18e jaar danste ik twee keer per dag met mijn Honda 250 door de drukte van het smalle Maastunneltraject. Dus op z’n Rotterdams slinger ik mijn kasteel naar links, geef twee toefjes gas en knal langs de file. Ik passeer een paar keer groepjes Italiaanse BMW-rijders. Het zijn wel dertig motoren. Ze staan braaf tussen de auto’s op hun beurt te wachten. Ik wuif vriendelijk naar ze, maar kan niet zien of ze terugzwaaien. Ik denk het niet. Mijn kasteel en ik eindigen hélemaal vooraan, bij het rode stoplicht. Zó hoort dat, daar heb je immers een motor voor. Als ik arriveer, springt het licht gelijk op groen en dáár ga ik: gepromoveerd als voorrijder van een héle grote Italiaanse BMW Motorclub. Hahaha. Das genieten. Ik heb ze niet meer gezien, trouwens… Sissy-Boys!

Een stukje verderop rijd ik langs een apotheek. Het grote gebouw staat niet in een winkelcentrum,  maar gewoon langs de doorgaande weg. Een beetje in the middle of nowhere, zoals een benzinestation. Maar … het gebouw is wel helemaal rondom in een zwaar uitgevoerde stalen kooi gezet. Wow, wat een macaber gezicht. Voor mij geen gezellige plek om even een paracetamolletje te halen. Het verkeer is ter plekke helaas te druk om mijn motor te draaien voor een foto.

Rond 12:00 uur ben ik in Senj. Honderd kilometer verder. Weet je nog? Het plaatsje dat ik vanaf de camping kon zien. Senj blijkt een populaire plaats voor motorrijders te zijn. Ik drink daar mijn eerste
kopje koffie van deze dag, gooi mijn tank vol en reis verder.

En dan … volgt de kustweg. Het is de E65 en dat klinkt niet erg avontuurlijk. Maar hij is werkelijk waanzinnig. Het is gewoon één grote gemeen slingerende slang en absoluut de natte droom van elke motorrijder. Natuurlijk, je kunt met volle bak alle bochten gummen. Koffers aan de grond en je schouders intrekken om de struiken niet te raken. Ondanks de waarschuwingsborden, is het asfalt betrouwbaar en stroef. Maar… dat is dan wel zonde van de omgeving. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en onderdruk een paar keer de neiging om achterstevoren op mijn buddyseat te gaan zitten. Ik wil gewoon niks missen en alles drie keer zien. Het water, de vergezichten, de rotsen, het groen en al die mooie bloemen. En die eilanden in de verte, elke keer weer. Ik heb het gevoel er tussendoor te rijden. Zoooo mooi! Dit zijn nou de momenten dat ik het jammer vind dat ik ze met niemand kan delen. Was er nou maar iemand bij mij zodat we even samen hand in hand konden
grienen…

Ik rijd een stuk of tig brommertjes voorbij. Ze rijden de Kroatische JubileumToer van de Tomos. Stìnken, die twee-tact dingen! Haha. Het herinnert mij aan vervlogen tijden. Aan mijn jeugd. Ik reed in 1969 een Kreidler. Een Puch had niet de kwaliteit die ik toen al wenste, en een Tomos al helemaal niet. Maar ach, het maakt niks uit, dit clubje heeft duidelijk net zoveel plezier met hun tochtje als ik.

In Prizna pak ik voor 47 Kuna de veerboot naar Stara Novalja. Hij gaat over een uur. Kan ik mooi even lunchen. Ik maak een praatje met vier jonge Italianen. Zij reizen in een auto en bieden mij een halve liter koud bier aan. Ik bedank vriendelijk. Ik donder in deze warmte zo van mijn motor af.

Op de veerboot klets ik gezellig met een echtpaar uit Duitsland. Ze rijden een BMW 1250 GS. We maken wat foto’s van elkaar. Ze rijden ongeveer dezelfde toer en zijn nu onderweg naar Zadar en pakken daar de ferry naar Italië. Ze willen graag de Amalfi-kust rijden. Heee, mijn trouwe lezers veren nu op, want die kust reed ik immers vorig jaar.

Het schiereiland is magisch voor mij. Die bleke, kale rotsen. Het doet mij denken aan de Mont Ventoux, de favoriete plek van mijn oudste vriend Bas Bijl. Maar hier voegen de waanzinnige vergezichten over het water er een extra dimensie aan toe. Het is allemaal niet te vangen in een foto. Het is het gevoel. De verlatenheid. De verdorde struiken. De loslopende schapen. De honderden stenen muurtjes. Ergens rijd ik tussen metershoog olifantengras door. Het is zó kicken! De natuur is overweldigend. Een oergevoel bekruipt mij. Geweldig.

Ik zie in dit gebied echter ook veel vervallen en verlaten huizen. Of ze zijn oud en nog steeds niet af. Komt het door de oorlog? Of de recessie? Ik heb geen idee.

Rond half zeven vind ik mijn onderkomen bij Vodice. Dat ligt in Dalmatië. Het is een hypermodern huis op een camping met twee badkamers van een Poolse organisatie: CroatiaCamp.dot.com. Ik betaal een hotelprijs.

CONCERT AT SEA

‘s Avonds wandel ik vier kilometer langs de zee naar het levendige plaatsje Vodice. Vanaf morgen is daar een Concert at Sea. Verschillende muzikanten zijn nu al in het donker aan het oefenen. De generale repetitie. Ook een of andere populaire Kroatische meidenband. Een jonge knul naast mij zingt alle teksten woordelijk in het Kroatisch mee en danst en swingt en is zó aanstekelijk dat hij al zijn vrienden en vriendinnen meekrijgt. Zij vinden de muziek best wel geinig, maar die jonge gast is echt een muziekliefhebber, gaat compleet uit z’n bol en is helemaal in de zevende hemel. Prachtig.

WoW. Wat een mooi en verstild moment. Ik sta daar, op de boulevard, kijk zo eens links en rechts om mij heen, zie rechts het helverlichte podium en links de pikdonkere zee. Het is windstil. De muziek is prima, het enthousiasme van het publiek en de inzet van de artiesten ook. Ik ruik het zoute water en de temperatuur is nog helemaal goed. Wát een momentje. Ik sta met kippenvel op de kade, het ontroert mij. Zoooo mooi! Toffe avond. Ik kan hier gewoon niet weg. Het wordt vanzelf laat. Dat dan weer wel…

Morgen verder! Vroemmm…!

Voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Coos op Reis, cairns en het echte verhaal

DE BALKAN, CAIRNS ÉN HET ECHTE VERHAAL, VOLGENS HENK

Het is dinsdag 4 juni. (Toen Coos dit schreef dus… We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, momenteel vanuit de Balkan). Wie veel reist, kan veel verhalen, is een mooi spreekwoord. Maar ja, ik reis momenteel niet. Dus weinig te verhalen? Mwah…

“Ik leg hiero in het zand streeploos bruin te bakkuh en te braaie en een beetje te nixen, te lezen, te zwemmen en lekkere dingen te eten.” Heerlijk! En ik kan trouwens heeel goed lui zijn… Ik zou hier zo maar een week kunnen blijven. Of twee. Als ik maar rijk genoeg was.

CAIRNS

Cairns zijn steenmannetjes: op elkaar gestapelde natuurstenen. Per cultuur hebben ze een andere functie en betekenis. Het stapelen vraagt vaardigheid en geduld en werkt therapeutisch.

Zo links en rechts zie ik op de camping deze natuurmannetjes staan. Vast een enthousiasteling die overal zijn ‘tag’ zet, denk ik. Net als graffiti-artiesten. Of een reu, die overal tegenaan pist. Of een BMW-rijder met zijn BMW-pak, zijn BMW-helm, zijn BMW-laarzen en zijn BMW-shirt.

Gistermorgen ging ik op het strand rechtsaf, dus nu ga ik naar links. Een beetje variatie en wellicht is daar ietsje meer lebensraum. Met mijn 1,95 meter heb ik nu eenmaal een enorme spanwijdte.

En daar vind ik de artiest! Tot aan zijn knieën in het water staat hij zijn stenen te zoeken, te selecteren op grootte en gewicht, het evenwicht te bepalen en buitengewoon voorzichtig zijn steenmannetjes op te bouwen.

En als ik mijn iPhone voor een foto pak, dan stapt hij geduldig even opzij. Hij is er hele dagen mee bezig, vertelt hij. Hij vindt het gewoon leuk en ontspannend om te doen. Leuk, hè?

Tja, verder heb ik vandaag geen pleisters geplakt of chagrijnige wijven ontmoet of zo….

Maar … voor degenen die gisteren de reactie van mijn motorvriend Henk misten, heb ik een dessert. Ik herhaal zijn bericht. Zijn zienswijs mag persé niet op mijn podium ontbreken…

HET ECHTE VERHAAL, volgens motorvriend Henk:

Beste Coos, dit gedeelte uit je verslag miste ik gisteren. Waarschijnlijk is het per ongeluk verwijderd bij het ter perse gaan van je bericht. Maar gelukkig heb ik het nog kunnen redden…

De eerste dag in het kamp ontkleed ik mezelf en begin ik, weliswaar nog wat onwennig, rond te wandelen.

De eerste persoon die ik tegenkom is een uiterst mooie, rondborstige blondine. Het gevolg was direct duidelijk te zien aan het enige mannelijke lichaamsdeel dat nooit liegt: er volgde onmiddellijk een erectie. De blondine merkt de erectie op en zegt: “Meneer, u heeft mij geroepen?”. Ik schrik me het lazarus. “Nee, absoluut niet, wat bedoel je?”. De blondine zegt: ‘Oh, u moet nieuw zijn hier. Ik zal het uitleggen. Het is één van de regels hier dat als u een erectie krijgt, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Glimlachend neemt ze me mee naar de zijkant van het kiezelstrand, legt haar handdoek neer en laat me mijn lusten botvieren.

Maar de verkenningstocht is nog niet over. Wanneer ik ga zitten, moet ik plots een scheet laten en binnen een paar minuten komt er een enorme grote, nogal gore, harige gozer naar me toe. “U had mij geroepen? ‘, vraagt deze. “Neen, neen, wat bedoel je?”’, vraag ik. “Oh, u zult nieuw zijn hier”, zegt de man. “Het is hier één van de regels dat als je een scheet laat, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Ik weet niet wat me overkomt, hij pakt me vast en draait me om en begint zijn lusten op me bot te vieren.

Ik waggel uiteindelijk terug naar het kantoor van het nudistenkamp en word begroet door een glimlachende, naakte receptioniste. “Kan ik u helpen, mijnheer?”, vraagt ze beleefd. Ik roep: “Hier is mijn kaart, hier zijn mijn sleutels van de caravan en hou mijn 500 euro verblijfsbijdrage maar. ‘Ik vertrek meteen”.

“Maar mijnheer”, antwoordt ze, “U bent hier nog maar een paar uur en u heeft nog niet eens al onze faciliteiten bekeken”.

“Luister”, zeg ik, “ik ben 69 jaar, ik krijg nog ongeveer één keer per maand een erectie, maar ik moet wél minstens 15 keer per dag een scheet laten!”.

Fijne avond, mannen!

Met de groeten van motorvriend Henk van Rookhuijzen

 

Beperkte levensruimte vandaag, maar nog voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”, ga dan naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Twee vrienden, twee motoren, één motorreis

Twee vrienden, twee motorfietsen, 41 landen en 83.000 kilometer. We kijken naar een film van twee Franse avonturiers die twee jaar lang reisden op hun Triumph Scramblers door meerdere continenten. Zoals trouwe lezers weten kijken wij (van de redactie@ikzoekeenmotor.nl) graag YouTube documentaires over motorreizen. Dit is een bijzondere die kijkt als een film. Wat ook fijn is, we hoefden tijdens het kijken nu eens niet om de 10 minuten de reclames te bekijken of over te slaan. De sfeer van deze film lijkt op die van een prettige roadmovie. Weinig geklets, veel mooie beelden en fijne muziek. Een aanrader voor mensen die graag reisverhalen bekijken. Verhalen van mensen die vertrokken, hun droom leefden.