Tag archieven: motorverhalen

Een Reliant Robin 3 wieler, wat moet je daar nou mee?

Vandaag publiceren we motorverhaal 5 van Bart Meijer (Facebook).  Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

“In mijn eerste blog hier, over de Honda Cub C90 had ik al verteld dat ik ooit een Reliant kreeg, terwijl ik genoot van mijn motor met warme kuip.

Ja, daar sta je dan, te kijken naar een Reliant Robin 3 wieler die je van iemand krijgt omdat je zo zielig altijd motor reed bij weer en wind, zelfs in de winter. Ik heb natuurlijk iets gezegd in de zin van: “O, wat geweldig, super bedankt” Maar je kunt je vast mijn
verbazing en verwondering voorstellen, want wat moet je met zo’n ding? Hij moest opgehaald worden uit Stolwijk, want rijden deed hij niet. Zou hij dat ooit weer gaan doen?

Eenmaal thuis met de zielige driewieler, kreeg ik na 20 rondjes er om heen, deurtjes en motorklepje open en dicht, wel affectie voor het malle ding.

Een motor met zijspan, volgens de papieren….

met dak, deuren en verwarming. Ja, dan maar met handen maat 11 in een motorruimte ter grootte van een wastobbe een 4 cilinder
0,85 liter 4-takt motor afstellen. Deze had klepjes van het formaat van mijn duimnagel, en een constant vacuüm carburateur met verstelbare sproeier, die ik moest inregelen en smeren. Het elektra gedeelte van het merk Lucas was de grootste uitdaging, het ding had zelfs contactpuntjes als die van mijn oude Kreidler. Nou herinnerde ik me, dat in mijn lagere school tijd er ook iemand in het dorp rondreed met zo’n ding, en er altijd lacherig over werd gedaan. Een invalide wagentje, dachten we. Niets was minder waar, na reparatie bleek die 3-wieler een schrikbarend pittig karretje waarmee je graag
hard remde voor de bochten. Na een paar keer een fout te maken om te remmen in de bocht en dan wel op twee wielen te rijden, herinnerde ik mijn de woorden van mijn rij-instructeur: “Voor de bocht remmen en schakelen, en in de bocht GAS!”

Ja dat trok lekker, met achterwielaandrijving die dan lekker grip kreeg op het asfalt, en soms ging dat wat driftend de bocht door. Spelen met dat ding ! Nieuwe schrokbrekers voor en achter, lekkere zachte 10 inch bandjes, en het reed geweldig makkelijk 120 plus en het lag strak op de weg als je in de bocht gas gaf. Na geleerd te hebben de Reliant Robin 850 te tunen, had ik opeens geen 40 paardenkrachten, maar wel 52 op een gewicht van 395 kg. Een sportwagen in vermomming, eigenlijk een zijspanmonster met dak, deuren en verwarming waar je heerlijk mee kon driften, maar ook zeer zuinig mee kon rijden.

De Silverwing werd steeds minder interessant, want die verbruikte meer en ik moest veel voor het werk rijden, dus ging die naar een andere liefhebber. En als het dan echt flink vriest, word je samen met een vriend die ook voor de Reliant Robin gevallen was, echt dapper. Wij gaan het ijs op, hij eerst! Dit ging me bijna te ver, toen ik ook maar het ijs op ging zat mijn hart in de keel. Nou had ik wel eerder veel gespeeld met het malle 3-wielertje op sneeuw, maar onder dit koude spul zat een plons water. Beste lezers, dit was geweldig! Als een kind glijden over ijs, proberend niet de wal te raken, hadden we echt vreselijke lol. Voor een mooie foto zetten we een van de ijsrijders op een brug en 1 er onder, en terwijl ik de
camera afstel komt er gekraak dichterbij.

Met open monden kijken mijn vriend en ik naar een Volkswagen Golf, die op weg rijd naar verder en vergeten we die te fotograferen.”

Wil je alle verhalen van Bart Meijer op onze site lezen? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/bart-meijer/

Een terugblik en een wens voor motorvrienden!

Beste motorvrienden en andere fans van Ikzoekeenmotor.nl. We zitten in de kerstdagen van 2022. De meesten van ons hebben hun motorfiets veilig en droog binnen staan, en wachten op het wat fijnere weer. Anderen rijden de hele winter door. We hebben het afgelopen jaar heel veel passie voor motoren mogen delen hier. Onze website wordt ook gelezen door mensen die van reizen houden en niet persé iets met motorrijden hebben. Op de diverse sociale media (die je vindt in de rechterkolom) krijgen we steeds meer volgers. Vooral op Facebook gaat het hard en daar hebben we tevens een besloten Facebook-groep van 3700 leden. Een gezellige club motorvrienden. Je bent er meer dan welkom!

Vanuit onze redactie willen we graag al onze lezers bedanken voor hun enthousiasme en het delen van onze artikelen met anderen. Voor jullie doen we het! Wij wensen dan ook iedereen een fijne kerst en vooral een gezond 2023 met veel veilige kilometers op de motor!

Deel 4: Braber Bouwt

In oktober publiceerden wij het derde deel in de serie Braber Bouwt.

Vandaag publiceren we deel 4 waarin Jan Braber ons weer meeneemt in het verdere proces van de bouw van zijn ‘scrambler Yamaha XJ900.

Project van de bouw van een scrambler op basis van een Yamaha XJ900.

Na het achterwiel, de achterste remklauw en een begin van de tank, zijn nu de schokbrekers aan de beurt. De standaard schokbrekers zijn 30cm lang hart op hart. Nu wil ik de motor een klein beetje naar de voorkant laten duiken. Enerzijds wordt dat bereikt door de voorvorkpoten iets te laten uitsteken en anderzijds door de
achterkant wat omhoog te werken in combinatie met een dikkere achterband. Bij de voorpoten is zo’n 2 cm te halen en aan de achterkant zou het mooi zijn schokbrekers met een lengte van
32 cm te monteren.

De volgende vraag dient zich aan. De uitgaande as en de kruiskoppeling vormen een zo goed mogelijk rechte lijn naar
de as die naar het cardan voert.

Hoeveel mag/kan je afwijken van die lijn?

“Want wat de ingenieurs van Yamaha met zorg hebben bedacht, wordt door Jan Braber vakkundig verkracht.” Dat moeten we niet hebben. Het gaat maar om 2 cm maar toch. Ooit heb ik met een oude Guzzi tijdens een rit een gebroken kruiskoppeling gehad en ik kan u verzekeren, dat is niet grappig. Afijn, ik heb contact gelegd met Edwin van wie ik de motor heb gekocht en Edwin is groot kenner van de Yamaha 900 en de broertjes en zusje van dat type. “Ja hoor geen probleem en die heb ik nog liggen ook.” Een week later is Edwin op de koffie geweest met 4 koni’s in de topkoffer. Twee waren slecht maar de veren nog goed en 2 in goede staat verkerende exemplaren maar zonder veren. Ombouwen dus.

Heb ik gereedschap om een schokbreker te demonteren? Nee, maar wel bakken vol met spullen waar altijd wel wat bij zit om iets in elkaar te knutselen. Na wat schuur en polijstwerk liggen er nu 2 Koni’s klaar van 32 cm lang als nieuw. Dank aan Edwin.

Dan is nu de achterbrug aan de beurt.

Ook die zit vol met vet en troep en daar waar geen vet zit bevindt zich roest. De achterbrug inclusief het cardan moet uiteindelijk zwart worden. Na het aanhoren van enkele verhalen over het cardan heb ik besloten die gewoon aan de achterbrug te laten zitten. Kennelijk is het uit elkaar halen, reviseren en monteren van het cardan niet eenvoudig. Bovendien is er blijkbaar een schaarste aan onderdelen. Dus in het kader “wat goed draait, niet aankomen” zal dit onderdeel en het motorblok zelf niet uit elkaar worden gehaald.

Nadat de achterbrug bewerkt is met een afbijtmiddel komt hij er na wat schrapwerk uit te zien als op de foto. Om hem goed schoon en kaal te krijgen staan er een paar dingen te doen. Of zelf aan de slag of stralen. Het probleem met stralen gaat worden dat het cardan aan de wielkant “open” is. Ook aan de kruiskoppelingkant is de boel open, helemaal goed dicht maken is wel een uitdaging en dus daar spuit je dan automatisch een heleboel troep in die je daar absoluut niet wil hebben. Dus zelf aan de slag. Het voordeel daarvan is dat ook de ruwere lasverbindingen wat netter gemaakt kunnen worden. Is dat een klus? Ja zeker maar het resultaat is er dan ook naar.

Opvallend is dat daar waar verf heeft gezeten (en waar dit ogenschijnlijk nog best in orde is), dat daar als een soort wormengangen de roest zijn weg heeft gevonden. Door blijven krabben en schuren is de remedie. En dan opeens kom je zo maar cadeautjes tegen tijdens het werken en fotograferen. Twee prachtige kunstwerkjes waar zo een lijstje omheen kan en aan de muur. Kijk daar wordt ik nou weer heel blij van. Zie de foto.

En dan opeens kom je tijdens het bewerken van het cardan een cijfercombinatie tegen. Die is er in gegraveerd en natuurlijk ga je dan op zoek naar de betekenis van die code.

Zoeken op internet leverde helemaal niets op en bij Edwin, die al tientallen van die apparaten in zijn handen heeft gehad, ging ook geen belletje rinkelen. Wij houden het er op dat een Japanner in 1994 in grote nood zijn benarde situatie via deze code kenbaar heeft willen maken. Uiteraard hopen wij voor de betreffende persoon dat hij zich weer wat comfortabeler voelt.  Uiteindelijk is dit na twee dagen prutsen en poetsen het resultaat en klaar om in de grondverf te zetten.

Hoe gaat het met de tank?

Intussen rollen de eerste foto’s binnen van de tank in zijn vervolgstadium en dat ziet er goed uit. Het model zie je nog onder de werkbank liggen en de ronding die je in de tank ziet komt prima overeen met het model. Wat een vakman die Jeroen!

Volgende stap in het verhaal tank is dat de motor naar Jeroen moet om de bodemplaat van de tank exact af te passen op het frame.
Daarvoor moet ik zorgen dat de motor weer op de wielen komt. Nou er is nog genoeg werk te doen aan de losse onderdelen, zoals remklauwen voor, accubak, en de bak voor de elektra. Ook weer een verhaal.

De startmotor is niet alleen schoongemaakt aan de buitenkant maar een de binnenkant ook. De koperwinding
is schoongemaakt en geïnspecteerd, zo ook de koolborstels en die zijn nog prima en nog lang niet op het kritische punt van vervanging. Gelukkig, zeg ik er maar bij want zo te zien is dat wel een priegelwerkje met kans op mislukkingen. Alles weer opnieuw in het vet gezet en dicht gemaakt. Ronddraaien en jawel, loopt soepel. de startmotor is klaar om in de grondverf gezet te worden. In het volgende deel zal ik me bezig houden met de lagers van het achterwiel, de bak voor de elektra en zo verder. Veel leesplezier, groet, Jan Braber

Tip van de redactie: Wil je alle verhalen van Jan lezen, klik dan op deze link: //ikzoekeenmotor.nl/tag/jan-braber/

Van kaal naar kuip, Bart zijn eerste motoren

We lezen motorverhaal 2 van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Mijn eerste motor (na het behalen van mijn motorrijbewijs), was een Kawasaki LTD 305 choppertje. Grappig fietsje al leek het wel erg op mijn les motor. Lekker niet meer achterom kijken omdat ik het papiertje had.
Eerder had ik al gereden op een Honda CB550 four, een geweldig ding die ik had weg gedaan aan een liefhebber, want rijden zonder rijbewijs was niet wijs. Zolang die in de schuur stond, lokte het
stiekem rijden me te veel.

Bart Meijer: “Mijn eerste motor was een Kawasaki LTD 305 choppertje.”

Toen ik mijn papiertje wel had, had ik heimwee, maar kocht wijs een zuinig motortje. Ondanks dat deze motorfiets niet snel was, en met het ruitje toch best wel koud, reed ik er dapper op rond door wind en weer, zelfs in de winter. Dikke winter overalls hielpen wel wat, behalve tegen het nat. Jakkes zo erg om met een nat kruis op het werk te komen. Het ding bracht me trouw waar ik gaan wilde, zonder gesputter en gedoe, maar het bleef een ding. Er zat voor mij geen ziel in, het was een vervoersmiddel. Opvallend, deze motor was helemaal niet zuinig maar wel betrouwbaar, stuurde heerlijk en gleed door de bochten.

Op weg naar mijn vriendin moest ik altijd over de Moerdijkbrug, dat was niet lekker. Niet de wind, of het water over de reling, maar het asfalt maakte die brug eng. Langs-sporen in het asfalt maakte dat het fietsje ging zwalken alsof je achterwiel naast je kont zat, dan links en dan rechts. Nee, van die brug kreeg ik het aan mijn eigen kleppen. Een keer, op de weg terug naar Dordrecht ging iemand mij lopen vervelen met zijn auto omdat ik niet snel genoeg was of zo. Het was net de in aanloop naar de Moerdijkbrug op dat enge asfalt ging de auto bestuurder mij nog verder lastig vallen. Dit was niet grappig meer. Opeens hoor ik grote klappen van andere motoren, een groepje bikers van een motorclub met dikke fietsen kwamen me te hulp, een paar van hen dwongen de auto naar de eerste baan en gebaarden hem normaal te doen. Na de brug namen ze de eerste afslag en staken ze hun hand omhoog als groet. Ik voelde mij gezien en merkte dat ik er met mijn kleine motorfiets toch bij hoorde !

Het fietsje zoop steeds meer als een ketter, niet normaal. Alles mooi afstellen, synchroniseren en nieuwe olie, het hielp geen moer. Op een mooie, zonnige dag, zouden mijn vriendin en ik naar een festival in Den Haag gaan. Van de snelweg af, eerste afslag, wilde ik even stoer klapperen met dat ding, en gaf flink gas. Er ging wat vliegen, niet wij, maar de riem.

“… met het onwillige ding op de aanhanger…”

Je kunt mijn stemming wel bedenken, diep bedroeft en pisnijdig. Weer thuisgekomen, met het onwillige ding op een aanhanger, kwam ik er achter dat die riem wel erg duur was. Een tijdje zoeken later kwam ik er achter dat een kettingset goedkoper was dan een riem, dus dat zette ik er dan maar op.

Opeens rijdt het motortje ruim 1:23, leuk, maar ik was het huppeltrutje zat. Snel verkocht, en weg er mee. Een jonge vrouw kwam hem kopen, met liefde in haar ogen, voor de in mijn ogen
minderwaardige motor die me toch al vele kilometers trouw gedragen had. Voor een paar knaken gaf ik het ding mee, zonder enige spijt aan een zeer blije vrouw.

Mijn oog viel op mijn pa’s Honda CX500, leuke fiets met cardan-aandrijving, geen snaar, ketting of onderhoud, en er is ook een model met kuip, de Silverwing.

Moest ik van kaal naar kuip?

Maar meneer, dat is toch een brommer?

We lezen een motorverhaal van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Ik ben een motorrijder, in hart en nieren kan ik je vertellen. Zelfs voordat ik mijn motorrijbewijs had, reed ik al stiekem motor, dat kon in de polder toen ik klein was. Wat ik ook reed, later met rijbewijs, ik had er altijd lol in. Op een gegeven moment, kreeg ik zelfs een Reliant Robin 3 wiel auto, omdat ik zo zielig altijd motor reed, in weer en wind. Zelfs dat was genieten, maar daar vertel ik later wel eens meer over.

Omdat ik steeds wat anders wilde ervaren, ging ik van het ene merk naar het andere merk, van stijl naar stijl. Ik reed, toen ik net les gaf, een Honda Silverwing GL500, wat was dat een luxe. Dat reed grappig, best wel goed maar vooral luxe. Ik kon, toen je nog mocht roken, zelfs op de motor op de snelweg gewoon een sigaretje roken op weg naar het werk.

De regen, vloog over me heen, en ik maakte vele veilige kilometers maar het jeukte. Tijd voor wat anders, of iets er bij? In mijn jeugd, toen ik altijd Kreidler RS reed, kon ik een paar maanden een Honda Cub C50 proberen. Een eigenwijs leuk ding, super zuinig, en zo’n mooi plop plop geluid.

Ik was van baan verwisseld, en gaf les in Woerden, wellicht dat ik daarom aan de C50 dacht? Ik reed vroeger bijna dezelfde weg, naar mijn middelbare school in Boskoop met de brommer, maar toen dus ook met die C50. Nostalgie?

Toen kwam de tijd dat ik iets meer verdienen, dus ben ik gaan kijken naar een Honda Cub C90, toentertijd een zeldzaam ding in Nederland. Dus na veel rondkijken heb ik er in Engeland maar een gekocht, met wat werk eraan, maar dat deerde me niet.

Lekker als vroeger, maar dan met nu handen maatje 11, klepjes stellen het formaat van mijn pink. Toen alles weer mooi schoon was, nieuwe kettingset er op, kleppen en carburateur afgesteld, moest er gereden worden. Met wat geluk, haalde ik 85 km/uur, met meewind wel 90 op de klok! De leerlingen wisten van het avontuur, en werden steeds nieuwsgieriger. “Meneer Meijer, gaat u nog eens naar school rijden met de C90?” Tja, dat kon ik niet laten.

Op stap met de Honda Cub, genietend, kwam ik niet ver. Bij Schoonhoven word ik aan de kant gezet door de politie. “Meneer, u hoort op het fietspad!” Zonder wat te zeggen en met een glimlach op het gezicht laat ik de papieren zien. “Maar meneer, dat is toch een brommer??” Na alles bekeken te hebben, mocht ik weer door en liet een stomverbaasde agent achter.

Bij Benschop net voor Oudewater, jawel, mag ik weer aan de kant. “Maar meneer. . . “ Weer staat een meneer de politie meneer met verbazing naar de papieren te kijken. Hij vraagt eens wat het verbruik is, de maximale snelheid, glimlacht en laat me weer gaan. Daarna word ik bijna elke dag van die week wel een keer aangehouden met de opmerking “Maar meneer, dat is toch een brommer??”

De laatste keer staan de agenten met zijn tweeën, en de ene herken ik. Die lacht breed en zegt geen woord. Zijn collega zegt uiteraard: “Maar meneer dat is toch een  . . . . “ De agent die me eerder aanhield, had het niet meer en vertelt schaterlachend: “Ja sorry meneer, maar mijn collega moest ik dit ook even laten meemaken, als u het niet erg vindt. U kunt weer gaan.”

Ik laat een schaterlachende agent achter, en eentje met nog steeds de mond open van verbazing .

Deel drie: Braber Bouwt

Eind augustus publiceerden wij het tweede deel van Braber Bouwt.

Vandaag publiceren we deel 3 waarin Jan Braber ons meeneemt in het hele proces van de bouw van zijn ‘scrambler Yamaha XJ900.

Project van de bouw van een scrambler op basis van een Yamaha XJ900.

De tank is alles bepalend voor de uitstraling van het totaalconcept. De zoektocht naar een geschikte tank valt dan ook niet mee. Meerdere zijn er op marktplaats voorbij gekomen. Van sommige kan echt gezegd wordt dat die qua vormgeving en uitstraling past. Maar dan begint het. De onderkant moet passend zijn op het frame, dat is een vast gegeven. De tank zou je eigenlijk ook het liefst niet willen verbouwen. Maar zo heb ik de volgende reactie gehad van een niet nader te noemen garage: “Wij leggen dan de tank ondersteboven op een kussen en dan slaan we er met een blok hout en een moker er paar deuken in net zolang tot die past”. Maar dat vond ik zo’n Peppie en Kokkie oplossing. Dus na veel informeren en proberen is er maar één conclusie en dat is maatwerk.

Jan bij zijn caféracer in wording, naast zijn schilderijen

Nou gaat mijn voorkeur uit naar een aluminium tank. Die is licht en je kunt er qua uitstraling alle kanten mee op. Wil je een gepolijste tank, een licht geschuurde doffe tank of zelfs een gespoten tank, alles kan.

In deel 2 schreef ik al over een aluminium tank via een particulier. Die tank, die qua maatvoering leek te passen, heb ik daadwerkelijk op het frame gehad maar helaas het frame is toch te eigenzinnig voor die tank. Daarnaast paste de vorm en omvang van de tank toch niet bij het ontwerp dat ik in gedachten heb.

Volgende stap was de zoektocht naar een bedrijf die maatwerk kan leveren. Een tweetal gevonden in de kop van Noord Holland. Niet echt handig als ook de motorfiets vanuit Zeeland daar naartoe moet, maar het doel heiligt de middelen dus vooruit. Mogelijkheden onderzocht en offertes opgevraagd, maar die prijzen zouden een groot deel van het budget opslokken en dat is echt niet grappig meer.

Toen kwam de dag dat ik in het kader van Beleef Zonnemaire aan een open atelier ronde kon deelnemen. Dus atelier open en dat is één grote speelplaats van schilderijen, beelden,  ontwerpen, los slingerende attributen en een motorfiets in aanbouw. Kijk maar even rond op Janbraber.nl

Dus mensen ontvangen die geïnteresseerd zijn in schilderijen en beelden, wijntje er bij. Hartstikke leuk.

En daar stapt Marcel Goudswaard binnen die direct op de motorfiets duikt en daarna nog eens mijn achterbuurman Paul Mulder, ook een motorrijder. Natuurlijk kwam het over de moeilijkheid om een geschikte tank te vinden, maar beiden hadden een oplossing. Er is maar één man die dat kan en dat is Jeroen Braat wisten ze mij te vertellen. Jeroen woont en werkt in Burgh Haamstede. Na het uitwisselen van telefoonnummers heb ik contact gezocht met Jeroen en we hebben een afspraak gemaakt om het een en ander is door te spreken.

Nou had ik al bedacht dat het voor de bouwer van de tank handig zou zijn dat hij een zo exact mogelijk model zou hebben. Daartoe heb ik een paar blokken EPS (piepschuim) uit de modelbouwwereld aangeschaft. Uit één blok is een tank te maken.

Het begin van de tunnel in de tank.
Tussenstadium.

Eindstadium, maar twijfelachtig model. Dus opnieuw.

Tweede model is goed en past beter op het frame.

Aluminium verfje gegeven voor het juiste beeld en op naar de afspraak met Jeroen. Het model, zo vindt ook Jeroen, is een handig hulpmiddel en hij gaat daarmee in de komende wintermaanden naast zijn vele andere projecten, werken aan de tank.

Intussen ga ik verder met het aanpakken van de andere delen van de motor. Het is niet de ideale volgorde van werken, want je wil eerst de gehele opbouw met al het slijpwerk en lassen klaar hebben en daarna polijsten schilderen etc. Maar mijn credo is altijd: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”.

Ik ga van het achterwiel, via het hulpframe, de achterbrug zo naar voren werken. Het achterwiel als eerste dus. Het wiel is ernstig vuil, de motor heeft altijd buiten onder een afdakje gestaan en dat heeft in de loop van de jaren natuurlijk z’n uitwerking gehad op het aluminium. Schoonmaken en met afbijtmiddel de verflagen er af schrappen. Eindeloos schuren op de aluminium delen. Beginnend met schuurpapier korrel 100, daarna met 120 droog. Daarna met waterproof schuurpapier van korrel 180 naar 400 naar 1000, naar 2000 om tenslotte met 3000 te eindigen. Als laatste komt het polijsten met Belgom.

Misschien op de foto niet helemaal te zien, maar als nieuw.

De conditie van de lagers is niet echt goed te bepalen. De kilometerstand is rond de 70.000,  maar omdat de motor altijd buiten heeft gestaan monteer ik overal nieuwe lagers en rubber dichtingen. Inmiddels staat het wiel in een aluminium primer en komt er later een zwarte laklaag op.

Nu is de remklauw achter aan de beurt. Inmiddels heb ik nieuwe RVS remleidingen besteld. Op aanraden van Edwin laat ik het T-stuk aan de voorkant vervallen. De twee leidingen van 83 cm lengte worden direct aan de rempot op het stuur bevestigd. Uiteraard worden de remklauwen van een revisiesetje voorzien.

De remzuigers zijn er met de kracht van de voetrem uit gedrukt, het is zaak geen beschadigingen aan te brengen.

In de grondverf, klaar voor montage. Nog even van belang, de remzuiger bij de helft te houden waar hij uit gekomen is. Daarnaast een merkteken in de zuiger zetten, zodat die weer op dezelfde plaats terug gemonteerd wordt

De volgende stap is het afzagen van de achterkant en het monteren van het subframe. In deel 1 is een foto van de motor opgenomen die model staat voor mijn project. Voor het bepalen van de lengte van het frame en van het spatbord neem ik als referentiepunten de as van het achterwiel en de onderste moer van de schokbreker.

De achterkant van het subframe zit recht boven de moer van de schokbreker en het spatbord eindigt boven de as. Omdat het zadel enigszins hol wordt moet het subframe onder den lichte hoek aan het frame gelast worden.

Oké, de slijptol er in.

Van het subframe is niet veel meer over dan een bocht. Met de vijl en het Black en Deckertje, smalle schuurband, wordt de zaak pas gemaakt.

Intussen rollen de eerste foto’s binnen van het proces van het bouwen van de tank. Jeroen heeft de linkerkant van de tank met behulp van het z.g. Engelse wiel vorm gegeven. Ziet er goed uit.

Beste lezers, dit was deel 3, wordt vervolgd. Hartelijke groet, Jan Braber

Wees Bamboe en 7 andere levenslessen uit de zijderoute

Een paar weken terug luisterden we weer eens naar een prachtige podcast aflevering van De Motor Podcast. Daarin maakte we kennis met Hans Go, die in 65 dagen naar China reed. Op de motor, 17.000 kilometer. Hij schreef er dit inspirerende boek over: Wees Bamboe.

Wees bamboe

‘Wees bamboe en 7 andere lessen van de zijderoute’ is een avontuurlijke boek in drie delen. Het gaat over een tocht langs de zijderoute van Utrecht naar Xian (China). Hans en zijn zus reden op motoren en zijn twee broers in een busje.

Alsof je met Hans meereist

Het eerste deel is een levendig verhaal over bijzondere plekken en momenten, alsof je met Hans meereist. Om je heen verandert alles als je door 16 landen trekt: cultuur, religie, bankbiljetten, taal, het verkeer, de geuren en geluiden, het landschap. Het gaat van besneeuwde bergpassen tot hete woestijnwegen. En de mensen onderweg maken het helemaal bijzonder.

De zijderoute

Het is ook een actueel boek, omdat de harde praktijk van het Chinese zijderoute-initiatief in de landen van Klein Azië duidelijk zichtbaar wordt. Daarnaast loopt de route door de provincie XinJiang waar de situatie met de Oeigoeren uit eerste hand wordt meegemaakt.

In het tweede deel presenteert Hans Go (de auteur) acht levenslessen aan de hand van situaties die zich onderweg voordeden. Het is een kruising tussen mindfulness en harde managementpraktijklessen. De lessen zijn universeel toepasbaar, op een zeiltocht rond de wereld, een bergexpeditie of gewoon in het dagelijkse leven.

Praktische tips voor mensen met avontuurlijke plannen staan in het derde deel.

Ach, had ik toen maar….

Het boek inspireert en maakt je bewuster van je dagelijkse leven. Misschien zet je nu die eerste stap voordat het moment komt waarop je moet zeggen: ” Ach had ik toen maar . . . ”

Dit prachtige boek, geschreven door Hans Go, kun je bestellen via Het Boekenschap door op deze groene regel te klikken.

Wil je de Motor Poscast over dit boek  terugluisteren via YouTube? Ga naar:

Op de motor naar China

Trouwe lezers weten dat we graag items publiceren over motorreizen. Daarbij maken we veel gebruik van YouTube video’s. Als je van luisteren houdt dan is het natuurlijk ook fijn om naar podcasts te luisteren. Zo volgen we al een tijdje ‘De Motor Podcast’ via Spotify. In de maand juli kwamen we deze aflevering tegen. Volgend stukje tekst hebben we geleend van ‘De Motor Podcast’.

Hans Go ontdekte op zijn motortocht van 65 dagen en 17.000 km naar China dat hij meer ‘bamboe’ is gaan leven: meebuigen zonder te breken. Word een betere versie van jezelf door motor te rijden. Klinkt zweverig, maar zijn motortocht is alles behalve zweverig. De reis naar zijn roots in China ondernam hij met een aantal familieleden, die ook een paar maanden vrij konden krijgen. Want voordat je in Beijing bent, zit je wel een poosje op de motor (BMW 650).

Wil je via YouTube luisteren? Ga naar:

Jan Braber bouwt verder aan zijn Yamaha XJ900

Eind mei schreef kunstenaar Jan Braber ons over zijn nieuwe project.

Je leest dit vorige eerste deel in deze link.

Vandaag publiceren we het vervolg.
Jan schrijft ons zijn Deel 2:

Project van de bouw van een caféracer op basis van een Yamaha XJ900.

Het plan is een caféracer of scrambler te bouwen en uiteraard heb ik een paar voorbeelden op mijn computer staan. De motor loopt, het schakelwerk is in orde en de remmerij werkt en het cardan klinkt gezond en er zijn geen lekkages of ”zwetend blok”.

Het eerst wat moet gebeuren is alle noodzakelijke aanpassingen uitvoeren en de motor volledig opbouwen. Daarna moet alles weer uit elkaar, het frame gepoedercoat, andere onderdelen gespoten en sommige delen zullen worden verchroomd. Tevens begint dan de revisie daar waar nodig. In ieder geval moet de voorvork van nieuwe sterkere veren worden voorzien en nieuwe keringen. Zo zal dat ook bij andere delen het geval zijn, maar dat zien we al werkende weg.

Het blok ga ik grondig schoonmaken, de deksels polijsten, de cilinders worden zwart en het kleppendeksel wordt aluminium gepolijst of verchroomd. Het stuur wordt ofwel ‘clip ons’ of een superbike stuur of zelfs een drag bar. Kortom veel werk en ik trek er globaal genomen een jaar voor uit. Ik werk er op aan om de motor maart/april 2023 op de weg te hebben.

Aan het werk

Eerst veel denkwerk, welke tank, de lengte van de spatborden, de vorm van het zitje. Tegelijkertijd wat schoonmaakwerk gedaan. De zoektocht naar geschikte spullen op het net neemt veel tijd in beslag. Er is een afspraak gemaakt voor een aluminium tank, we gaan kijken of ie past. Intussen wat modellen gemaakt van karton.

Dan ook maar is een stukje aluminium opknappen om te kijken hoe het werkt en of het werkt. Daar heb ik een schetsplaat voor gebruikt. Ik weet zeker dat ik die niet meer ga gebruiken. Dus eerst opschuren met schuurpapier, te beginnen met korrel 180, dan 280 en vervolgens waterproof 1000 en daarna 2000 en 3000. Vervolgens polijsten met Belgom en ziedaar het resultaat.

Perfect is het nog niet, maar de richting is helder en bruikbaar voor de deksels. Het is nog niet helemaal duidelijk of ik de deksels zal laten verchromen. Dat hangt af van het totaalbeeld en is pas later goed te zien.

Intussen zijn de nieuwe uitlaten binnen gekomen. Die zijn van RVS en kunnen met een verloopstuk direct op de collector worden aangesloten. Er zitten dempers in, maar op het oog weet ik al dat de XJ harder zal gaan praten. Hoe hard en of dat acceptabel is dat laat nog even op zich wachten. Desnoods moet er een aanpassing aan de dempers plaatsvinden. Aan de andere kant moeten we ook tegenwicht bieden aan die scheerapparaten als de Zero’s die op de weg dreigen te komen.

Ik heb een aluminium tank op het oog van een particulier. De moeilijkheid voor het vinden van een passende tank is het vaste gegeven van het frame en die van de ”vreemde” tank. Inmiddels al vele tanken voorbij zien komen en her en der wat maten opgevraagd om vervolgens tot de conclusie te komen dat het niet past. Wat ik wil voorkomen is dat ik de tank moet (laten) verbouwen. De verkoper van het aluminium exemplaar woont 160 km bij mij vandaan. Dus of motor gaat naar verkoper tank of verkoper tank komt naar motor. Dat laatste is hij bereid te doen en te combineren met een dagje strand met het gezin. Wat een geluk toch te wonen in een vakantieland als Zeeland.

In afwachting van de tank eerst maar het uitlaatsysteem aanpakken.

Het loshalen gaat met enige moeite. De moertjes op de tapeindjes van de cilinders eerst verschillende keren in de kruipolie gezet en daarna voorzichtig kracht erop gezet. En het geluk is aan mijn zijde, allemaal zonder problemen losgekregen.

De bochten uit de collector gingen ook met moeite los door weer kruipolie te gebruiken. De collector ziet er beroerd uit, maar bij nadere inspectie zijn de metaaldelen toch nog “gezond”. Na het verwijderen van de sierplaten aan de zijkanten kan het schoonmaken en schuren beginnen.

Inmiddels hittebestendige verf besteld voor de collector. Zowel de 4 bochten als de buitenste buizen van de collector worden met uitlaatwrap omwonden. Met de aanschaf van de wrap wacht ik nog even om de juiste kleur te kunnen bepalen.

Na behoorlijk wat schuurwerk is de collector behoorlijk schoon en klaar om gespoten te worden.

De vier genummerde bochten krijgen een zelfde behandeling. Ze zijn te veel aangetast om als prachtig gepolijste bochten verder door het leven te gaan, maar met wrap eromheen gaan ze het goed doen. Wat volgt is het pas maken van het aansluitstuk van de uitlaat op de collector. Er moet een paar millimeter van het passtuk af. Het mooie van de collector is dat het laatste stuk al wat omhoog gebogen staat, zodat de uitlaat in een fraaie sprekende positie op de motor komt te zitten.

Dan komt de zoektocht naar de bevestiging van de uitlaten. Eerder schreef ik dat ik de schetsplaten niet meer zou gebruiken. Daar moet ik op terugkomen, want ik het er aan weerkanten 2 bruikbare delen uit kunnen halen om de uitlaten te bevestigen.

Na veel schuur en poetswerk volstaan ze voorlopig en vormen ze een stevige bevestiging.

Wordt vervolgd in deel 3.
Met hartelijke groetJan Braber

Leestip: het eerste interview met Jan op onze site, lees je via: //ikzoekeenmotor.nl/jan-braber-zijn-motorfiets-moet-een-kunstwerk-zijn/

We zoeken unieke motorverhalen!

OPROEP

Wij (de redactiemensen van ikzoekeenmotor.nl) zijn altijd op zoek naar unieke motorverhalen. Of oude zwart-wit foto’s met net even wat achtergrondinformatie over de motorrijder of het verhaal erachter.

We doen deze oproep vaker.  Door deze oproep en via de sociale media zijn we bijvoorbeeld in contact gekomen met een paar trouwe columnisten die aan ons hun motorreis-verhalen wilden vertellen.  Zoals onze trouwe motorreiziger en schrijver Coos van der Spek, die al meer dan 100 verhalen schreef in onze serie Coos op Reis.

De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat wij met onze motorsite een bijzonder publiek hebben opgebouwd. Via onze gezellige besloten Facebookgroep “PASSIE VOOR MOTOREN” (met inmiddels ruim 3.400 leden) hebben we wat onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat de grootste groep leden bestaat uit motorrijders die een voorkeur hebben voor toermotoren en choppers. De helft van onze leden in deze groep bleken tussen de 40 en 60 jaar te zijn. En vooral over motorreizen en motorvakanties wordt hier veel geschreven en gelezen. 

De trouwe bezoekers zijn uiteraard veelal motorrijders die het vaakst reageren op de artikelen of zelf foto’s en filmpjes plaatsen. Maar ook de racers of elektrische rijders komen aan bod. Liefhebbers, je hebt ze in allerlei leeftijden. Jongeren van tussen de 20 en 30 die op motorrijles gaan en nadenken over hun eerste motorfiets. Tot en met 70 en zelfs 80plussers. Die laatsten moeten helaas hun motorfiets soms inruilen voor een scootmobiel, maar zullen nooit die echte passie verliezen. Mannen en vrouwen die omkijken bij elke motor die ze langs horen komen. Het zijn allemaal trouwe lezers van onze website. Want zeg nu zelf, “eigenlijk zijn we toch altijd op zoek naar een motor?”

We delen die passie graag. We herkennen onze vrienden aan het motorgeluid wat de straat in komt rijden. Voor zover je vandaag de dag nog gezellig over een ‘virus’ mag spreken is de motorfiets voor velen een virus wat nooit meer weggaat. Een ritje van anderhalf uur tijdens een zwoele zomeravond op je trouwe bike kan soms voelen als of je een week op vakantie bent geweest.

Juist om onze bezoekers te plezieren zijn wij op zoek naar unieke verhalen.  We doen vanuit de redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een oproep:

Ken jij een motorrijder met een uniek verhaal? Of ben jij zo iemand….? Ken jij een familie waarin 3 of meer generaties met de zelfde unieke motorfiets rijden? Zijn daar nog zwart-wit foto’s van?

We zoeken verhalen over die unieke schuurvondst, de motorrijder ‘ver van huis’, die we tegenkwamen op vakantie, of de man die een jaar lang bouwt aan zijn eigen wensdroom. 

Heb jij of ken jij een uniek motorverhaal? Heb je er foto’s of een filmpje bij? Neem dan svp per e-mail contact op met redactie@ikzoekeenmotor.nl. We helpen uiteraard met het schrijven en de uitvoering van dit verhaal.