Tagarchief: motorverhalen

Twee vrienden, twee motoren, één motorreis

Twee vrienden, twee motorfietsen, 41 landen en 83.000 kilometer. We kijken naar een film van twee Franse avonturiers die twee jaar lang reisden op hun Triumph Scramblers door meerdere continenten. Zoals trouwe lezers weten kijken wij (van de redactie@ikzoekeenmotor.nl) graag YouTube documentaires over motorreizen. Dit is een bijzondere die kijkt als een film. Wat ook fijn is, we hoefden tijdens het kijken nu eens niet om de 10 minuten de reclames te bekijken of over te slaan. De sfeer van deze film lijkt op die van een prettige roadmovie. Weinig geklets, veel mooie beelden en fijne muziek. Een aanrader voor mensen die graag reisverhalen bekijken. Verhalen van mensen die vertrokken, hun droom leefden.

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.

Bijna 3.000 leden in PASSIE VOOR MOTOREN

We zijn met onze website vanaf het begin erg actief geweest op de sociale media. Twitter is leuk, Instagram posten we wel eens iets, maar het blijkt dat Facebook voor onze website het beste social media platform is. We hebben daar een gewone Facebookpagina als Ikzoekeenmotor.nl en tevens een besloten Facebook groep, genaamd PASSIE VOOR MOTOREN.

Toen we een tijd terug 1500 leden hadden, hebben we eens een onderzoekje gedaan of mensen de groep het liefste openbaar zouden willen of juist besloten wilden houden. Daaruit bleek overduidelijk dan men een voorkeur voor besloten had. Mensen nodigen elkaar uit, en een nieuw lid moet eerst even wat vragen toelichten. Zo voorkom je allerlei spammers en het grootste voordeel is dat het vooral GEZELLIG blijft. Afgelopen  weekend zijn we de 2900 leden gepasseerd. Er wordt veel gedeeld. Verhalen, foto’s, filmpjes over mensen en motorfietsen, en vooral veel liefde: PASSIE VOOR MOTOREN.

Coos op Reis: APPELTJE-EITJE

Op het moment dat ik dit schrijf is het 27 april. Voorjaar. Strakblauw.

Het belooft een prachtige dag te worden.

De lezers mogen weer met Coos op Reis, in deze 59e aflevering.

Ik pak snel mijn spullen bij elkaar, vul mijn drie grote blikken koektrommels met mijn zooi en sjor de rest in tassen en zakken met spinnen en bandjes vast. Bij de receptie claxoneer ik met mijn extra luide claxon, de Stebel Wolo Very Loud Black Twin. Wereldding om slapende weggebruikers wakker te schudden. Ik zwaai en pruttel de poort uit.

Ik rijd ongeveer dwars door Rome. Er zijn veel stoplichten en het verkeer is hectisch. En vreselijk bandeloos. Dít is gewoon een bandietenstaat. Niemand trekt zich ergens iets van aan. We gaan als tweewielers met z’n allen constant over de doorgetrokken streep. Eén doorgetrokken streep is géén streep. En bij twee doorgetrokken strepen aarzelen we één seconde en gaan we ook daar overheen. Eén keertje zelfs met z’n allen om een politieauto heen. Buitenom. Die vinden het best. We rijden gewoon soms hele stukken op de baan van het tegemoetkomende verkeer. Die gaan natuurlijk naar rechts opzij. Ruimte maken voor ons. Heel logisch. Haha. Inhalen doen we links en rechts. En werkelijk niemand vertrekt één spier. Er is geen enkele irritatie. Niemand wordt boos. Het fijne is ook dat dít verkeer tweewielers gewend is en er rekening mee houdt. Net als in Frankrijk. In Duitsland had ik voor deze overtredingen mijn motor kunnen inleveren. Pas na zo’n kleine 50 kilometer kan ik de stad echt achter mij laten.

Ik kom op  de Via Appia, één van de oudste wegen van Italië. Die weg bestaat al vanaf 300 voor Christus. Wat een weg is het. En zo oud is dat asfalt ook vast. Het is ondertussen 25 graden en ik ben blij dat de snelheid oploopt en dat ik wat meer rijwind vang. Dat levert overigens wel een verkeersslachtoffer op.

De route loopt via Velletri naar Terracina. Het is maar een saaie weg met veel stoplichten. Daarom verleg ik de route naar Priverno, wat meer in de bergen. En dat is veel leuker rijden. Een poosje later kom ik door het prachtige natuurgebied Parco Naturale dei Monti Aurunci. Het is allemaal (nog) erg groen. De weg loopt door een dal, dus links en rechts liggen de bergen. Het stuk door de bergen is prachtig.

In de loop van de dag ontstaat wat sluierbewolking. Toch zie ik 30 graden op mijn boardcomputer. Pfff..

Bij Mondragone kom ik weer aan de kust. Het blijkt dat deze plaats bekend is van de buffelmozzarella. Dat weet ik vanwege de talloze reclameborden. Ik heb trouwens in de hele omgeving niet één buffel gezien, dus ik heb geen idee waar die mozzarella vandaan komt.

De Italiaanse politie is echt de beste kameraad die je je kunt voorstellen. Op een tweebaansweg plaatsen zij twee keer hele duidelijke aankondigingen dat er verderop een snelheidscontrole gaat plaatsvinden. Dat kan je ook zien aan de tegenliggers die allemaal met hun lichten knipperen. Een paar kilometer verder rijd ik langs een driepoot met een camera in de berm. De politiemannen zitten lekker in de schaduw op een stoeltje de dag door te brengen. Ze verwachten waarschijnlijk een lage score… Iedereen tevreden!

Bij Napels besluit ik om Napels maar Napels te laten. Ik heb vandaag voldoende verkeersdrukte gezien. De toegangswegen zien er druk en vervuild uit. Het stinkt en alle voertuigen zijn gedeukt en geroest. In een buitenwijk kom ik door wat ongure buurten en zie ghetto’s achter hekken. Ik geef een toefje extra gas. Ach, ze kunnen gelukkig bij mij geen deur opentrekken, denk ik maar.

Ik zoek en vind een onderkomen op de camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata in Sorrento.

Nou,
morgen laat ik mijn villa met uitzicht op zee zien…..

APPELTJE-EITJE

Mijn zeer uitgebreide lunch komt natuurlijk nog gratis mee van het ontbijtbuffet. Appeltje-eitje….

Nog even wat plaatjes van deze dag?

We zoeken unieke motorverhalen!

We zoeken unieke motorverhalen. We doen deze oproep vaker. Daardoor hebben we een paar motorcolumnisten leren kennen, die ons bijvoorbeeld prachtige motorreis-verhalen konden vertellen.  

De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat wij met ikzoekeenmotor.nl een bijzonder publiek hebben opgebouwd. Via onze gezellige besloten Facebookgroep “PASSIE VOOR MOTOREN” (met inmiddels bijna 3.000 leden) hebben we wat onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat de grootste groep leden bestaat uit motorrijders die een voorkeur hebben voor toermotoren en choppers. De helft van onze leden in deze groep bleken tussen de 40 en 60 jaar te zijn. Dit zijn ook degenen die het vaakst reageren op de artikelen of zelf foto’s en filmpjes plaatsen. Maar ook de racers of elektrische rijders komen aan bod. Liefhebbers, je hebt ze in allerlei leeftijden. Jongeren van tussen de 20 en 30 die op motorrijles gaan en nadenken over hun eerste motorfiets. Tot en met 70 en zelfs 80plussers. Die hun motorfiets soms helaas moeten inruilen voor een scootmobiel, maar nooit die enorme passie verliezen. Mannen en vrouwen die omkijken bij elke motor die ze langs horen komen. Het zijn allemaal trouwe lezers van onze website.

We delen die passie graag. We herkennen onze vrienden aan het motorgeluid wat de straat in komt rijden. Voor zover je vandaag de dag nog gezellig over een ‘virus’ mag spreken is de motorfiets voor velen een virus wat nooit meer weggaat. Een ritje van anderhalf uur tijdens een zwoele zomeravond op je trouwe bike kan soms voelen als of je een week op vakantie bent geweest.

Juist om onze bezoekers te plezieren zijn wij op zoek naar unieke verhalen. Kijk, nieuws, en rariteiten komen toch wel op ons pad. Maar, we doen vanuit de redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een oproep:

Ken jij een motorrijder met een uniek verhaal? Of ben jij zo iemand….? Ken jij een familie waarin 3 of meer generaties met de zelfde unieke motorfiets rijden? We zoeken verhalen over die unieke schuurvondst, de motorrijder ‘ver van huis’, die we tegenkwamen op vakantie, of de man die een jaar lang bouwt aan zijn eigen wensdroom. Waarbij we vaak denken dat we dit ook nog eens willen…

Heb jij of ken jij een uniek motorverhaal? Heb je er foto’s of een filmpje bij? Neem dan svp per e-mail contact op met redactie@ikzoekeenmotor.nl. We helpen uiteraard met het schrijven en de uitvoering van dit verhaal.

Coos op Reis: SJANS MET EEN KEREL

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Jôh! Het is gewoon droog.

En best veel zon. En nu al 15°.

Het mooiste motorweer van de hele wereld. Gauw op weg gaan maar.

Mijn dag begint natuurlijk met de eindcontrole van de caravan. Om 09:45 uur. Ze hebben een hele todo-list gemaakt. Nondeju. Ze hebben waarschijnlijk geen idee dat mensen hier voor hun vakantie komen. Het lijkt wel een werkkamp. Ik ben hier één dag geweest. Hoe bedoel je, alle ramen zemen?

Mina keurt mijn caravan goed. Ze telt alles. Ik heb niet één eierdopje gestolen.

Ik krijg een briefje mee met de naam van Mina en haar handtekening en een OK. Met dat briefje moet ik naar de receptie. Dan verscheuren zij het briefje waar ik goedkeuring gaf om bij schade 100 euro borg van mijn creditcard af te trekken. Ik denk dat hier een Duitser de baas is en dat hij één vervelende ervaring in zijn leven heeft gehad. Of twee misschien. En toen heeft hij het proces aangepast en er een totalitair systeem van gemaakt. Ordnung muss sein!

Saillant detail: ik voer niets maar dan ook niets van hun todo-list uit. En ik kan zó vertrekken. Hoe bedoel je, wassen neus?

Na mijn ontbijt in het dorp pak ik mijn route weer op. De route leidt mij binnendoor naar La Grande-Motte. Een prachtig stuk natuur. Ik kom langs het strand waar Janny en ik al jaren in mei naar toe gaan. Het ligt tussen Agde en Sète. We parkeren dan de auto altijd exact op dezelfde plek. Hé, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking, toch? En dít is toevallig de mijne. Het is gewoon een goed parkeerplekkie! Ik maak een foto en die schiet ik even naar haar toe. Zij herkent het onmiddellijk.

Ik stuur voor de argwanende lezer het bewijs van de vakantie er voor even mee! Dat je niet denkt ‘die Dr. Oetker lult maar weer lekker wat’…. Ik gebruikte overigens deze foto in een presentatie aan mijn collega’s van het ICT-managementteam bij DAS. Vlak voor mijn pensioen. Leek mij wel leuk. Ik heb mijzelf daarmee onsterfelijk gemaakt. Hèhèhè… Goh, wat mis ik ze toch, daar bij de DAS in Amsterdam…

Ik kom onderweg weer van die roze watervogels tegen, hoe heten ze ook alweer, oh ja, flamingo’s. Als ik dichtbij kom, dan vliegen ze weg.

De route gaat verder en komt door de Camarque. Dat is tegenwoordig een natuurpark. Het is ook een moerasgebied. Bij warmte en windstil weer heb je daar veel last van muggen. Ik vertelde al eerder: de vrouwtjesmuggen vinden mij het allerlekkerste ventje van de héle wereld: ik word letterlijk door ze opgezogen. Gelukkig waait het hard, maar ik blijf nergens lang staan. Het kriebelt overal.

Onze VW Golf uit 1986 (Janny rijdt er nog steeds in!) heeft in de Camarque nog haar bandafdrukken liggen. Daar stonden we, stoffig tussen de natte rijstvelden. Ik denk in de zomer van 1994. En zonder airconditioning in de auto. Sswweten, man! Heerlijk, al die ouwe herinneringen. Zou ik gauw doodgaan of zo, of ben ik gewoon een ouwe sentimentele zak?

Ik kan het niet laten en stop bij zo’n tent waar ze lokale producten verkopen. Ik krijg direct van de patron een alcoholisch drankje aangeboden. Ik bedank vriendelijk en zeg dat alcohol en motorrijden echt niet samengaan. En ook niet al om 11:00 uur ‘s morgens. Ik koop er wel wat lekkere dingen voor onderweg. Met pijn in mijn hart laat ik de bruine rijst uit de Camarque staan. Ik heb er absoluut geen plaats voor. Of ik ….uh …. moet een pak in mijn jaszak stoppen…dat zou wellicht…

Als ik verderop langs de bosjes loop, verstoor ik het zonnebad van wel 20 kikkers. Eén voor één springen ze met een boog in het water, plons-plons-plons.

Ik schiet nog wat meer mooie plaatjes onderweg. Over mooie plaatjes en reizen gesproken: gisteravond keek ik op de laptop noges naar de film Road to Paloma uit 2014. Aanrader! Prachtige plaatjes, prachtige muziek. Mooie road movie.

Onderweg naar Saintes-Maries-de-la-Mer zie ik tientallen prachtige jonge zwartglanzende stieren, in groepen bij elkaar. Schitterend gezicht. Ze verkopen op diverse plaatsen Saucisson de Taureau de Camarque, dus ik roep naar ze: Carpe Diem! Eten en gegeten worden, dáár draait het om in de natuur. En geiligheid. Maar das logisch…

Ik koop bij een supermarkt een gezonde lunch een ga op zoek naar een bankje uit de wind en een prullenbak voor mijn zooi. Dat laatste lukt helaas niet. Maar geen muggen. Ik doe het er voor.

Geen tourroute zonder pontje, roep ik altijd in de motorclub. Dus ik mag voor drie euro met een pontje de Rhône oversteken. Prachtig. Ik ben stapel op rivieren en stroompjes. En het water is wild! Mijn motor staat te steigeren op haar zijstandaard, ik hou haar maar even vast. Dat stelt haar gerust. En mij ook. Een koffer kost 550 euro.

Ik rijd nog langs wat grote havens voordat ik bij Marseille kom. Hier scheuren veel grote vrachtauto’s met enorme roestige zeecontainers als Max Verstappen in het rond. Als idioten! Levensgevaarlijk. En Marseille is een hele grote stad. Lijkt qua verkeer soms bijna op Parijs. Maar Marseille is omgeven door fraaie natuur en heeft mooie boulevards. Ik kom hier zeker noges terug. Mijn boordcomputer geeft 20° aan. En dat is al aardig warm als je in het zonnetje voor een stoplicht staat.

Ik doe met mijn superbrede motorfiets gewoon mee met de gekte van de scooters en de brommers en dender langs de files via de andere baan. Jôh, ik reed acht jaar lang twee keer per dag met mijn motor in de spits over het Maastunneltracé in Rotterdam. Ik snap wel hoe hier de hazen lopen. Tussen de auto’s door, dat kan niet. Daar ben ik te breed voor. Maar ach, de Fransen houden goed rekening met de motorrijders. Heel wat anders dan de Duitsers. Zij gaan lekker aristocratisch op hun voorhoofd zitten wijzen.

Na 19:00 uur vind ik met de ACSI-app in Sanary-sur-Mer een camping en een mobilehome. Snel uitpakken, douchen en wat te eten scoren. Maar éérst een zalig biertje…

Schitterende dag vandaag. Geen druppel regen gehad. Wat een mazzel. En uitstekend motorweer. Heerlijk!

Morgen, op 14 april, word ik 66 jaar. (Dit is het moment van schrijven, de publicaties van de verhalen op ikzoekeenmotor.nl vinden later plaats… Info, redactie) Vanaf die datum krijg ik óók mijn AOW! Dus ik ga vast eens een goed restaurant voor mijzelf uitzoeken…

SJANS MET EEN KEREL

Onderweg staan in de verte wilde Camarque-paarden. Allemaal wit. Als je hier als paard niet wit bent, dan kom je er niet in. Discriminatie op het Franse platteland.

Eén paard is wel heel erg blij om mij te zien…. Kijk maar. Schrijf ik hier net dat de vrouwtjesmuggen mij zo’n lekker ventje vinden, krijg ik aan een hekkie sjans met een kerelpaard…

Coos op Reis: LAATSTE BRATWURST VOOR AMERIKA

Vandaag reis ik weer verder. Met héél veel zin! Ik vertrek van Albufeira en rijd met een grote bocht naar Sines. Die plaats ligt aan de westkust, 100 kilometer onder Lissabon. Het is een rit van een kleine 300 kilometer.

Het is droog en het blijft vandaag droog, de zon schijnt, het waait als een malle en ik zie 17 graden op mijn dashboard.

Ik rijd met de zwaar beladen BMW-motorfiets door wat badplaatsen. Soms is de weg lekker heuvelachtig en dansen we samen, met de muziek van een Portugese fado zachtjes in mijn hoofd, door de bochten. En steeds is daar de zee weer, het oneindige zoute water dat mijn hart altijd wat sneller laat kloppen…

Vlak voor Portimão passeer ik via een moderne tuibrug de monding van de Arade river. Vervolgens rijd ik Praia da Rocha in. En daar ontdek ik onmiddellijk waarom er ook negatieve verhalen over Portugal zijn. Werkelijk enorm daar. Allemaal flats van zomaar 30 verdiepingen. Als je daar  achter de boulevard wandelt, zie je het daglicht niet. Absurd. Dan is Albufeira toch heel wat gezelliger.

Pal op mijn route hebben ze een groot hek geplaatst. Dwars over de straat. Achter het hek zijn ze een enorme put aan het graven om er nóg een flatgebouw tussen te proppen. Jeetje! Het is een chaos in dat straatje. Ik vecht met mijn navigatiesysteem om uit de drukte en weer ergens terug op mijn route te komen. Maar de vele eenrichtingswegen brengen mij in een gebied waar ik niet wil zijn. De aardstralen zijn hier niet goed, dus wegwezen. Vertrouw altijd op je gevoel en je instinct. Er blaft een straathond woedend naar mij. Hij is erg kwaad. Hij blaft zo hard dat hij met vier poten tegelijk van de grond komt. Hij zet zich in beweging en komt vanaf de zijkant op mij af. Ik besteed geen aandacht aan hem en rijd hem hooghartig voorbij. Plots zie ik puntjes van twee flapperende hondenoren in mijn spiegel en het geblaf verstomt niet. Dat stinkt naar de misdaad. Potver, de lummel komt mij achterna. Ik geef twee streepjes gas en de hond verdwijnt rap uit mijn spiegel.

Het herinnert mij wél aan een gebeurtenis uit het verleden. Janny en ik waren onderweg van Rotterdam door de polders naar Giessenburg. We reden samen op mijn Kreidler-brommer en waren 17 jaar. Een grote pokkenhond sprong uit een hek en rende ons hard en blaffend achterna. Janny wachtte rustig tot de dolle hond naast ons liep en een poging deed om in haar kuit te bijten. Precies getimed gaf ze hem met haar vlakke hand een ferme klap op zijn platte harses. Benggg! Wég hond. Whoehaa! Echt gebeurd.

Ik verlaat Praia da Rocha en dender een prachtig wit dorp door. Om de hoek staan twee stoere politie-agenten in uniform, compleet met pistolen, knuppels en handboeien aan hun lichaam. Ik krijg van beiden een brede grijns en ze steken hun hand op. De politie is je beste kameraad!

Het asfalt is erg wisselend. Soms prachtig, soms erg onbetrouwbaar. Ik doe het rustig aan, zodat ik om mij heen kan kijken. Lekker, hoor. Niemand van de motorclub achter mij om mij op te duwen. Lekker Remi-alleen-op-wereld zijn. Heerlijk.

Het gebied waar ik doorheen rijd, is zeer afwisselend. Ik zie veel bloemen en het is erg groen. Dat komt wellicht omdat er de laatste tijd veel regen viel. Soms is het polderachtig, zoals Het Groene Hart waar ik woon, soms heuvelachtig zoals de Ardennen, soms meer bergachtig zoals het in Oostenrijk kan zijn, soms wat ruiger zoals in Het Zwarte Woud, soms bosachtig en soms lijkt het op glooiend Texel. En ik ruik de zee. Het is prachtig. Mooi gebied. Ik geniet met volle teugen. Uh …. schreef ik nou vol….?

Ik stop, want ik wil tanken. Dat wil ik op tijd doen want dat heb ik mij voorgenomen. Ik kan bij de benzinepomp kiezen tussen Gasóleo en Gasolina. Nou, lekker dan. Ik kom er ff niet zo snel achter wát nu precies benzine en wát nu precies diesel is. Ik herinner mij mijn vriend Gerry, een paar jaar geleden in Italië. Hij tankte per ongeluk diesel. Wat een gezeik levert zo’n simpele vergissing op. Ik twijfel en twijfel en besluit gewoon om de volgende pomp te nemen.

Ondertussen denk ik aan een mooi nummer van David Bowie met de tekst: put it on fire with gasoline. Maar ja, wáár deed hij dat nou mee? En ondertussen is Bowie ook dood.

Voor de zekerheid vraag ik bij de volgende pomp tóch even wat nu precies benzine is. Ik moet gewoon even op de 95 letten, blijkt dan. Wat een spraakverwarring hier, joh. Ik heb inmiddels nu ruim 200 km met deze tank gereden en ik twijfel nog steeds…. Haha. Wat een muts ben ik, hè?

Omdat ik niet onnodig veel tijd in een restaurant wil verspelen, stop ik bij de Lidl voor een broodje.

Vlak bij de gevel ligt een jonge dood vogeltje. Tegen zijn vader en moeder vertel ik straks dat hij een KIA (Killed in Action) is. In het echies is hij met zijn botte harses tegen de glazen winkelruit van de Lidl gevlogen. Suffie!

Ik zoek in de winkel mijn lunch bij elkaar en vind kaas uit Maasdam. Het is flets verpakt en de kaas heeft de kleur van stopverf. Kaasfabrieken in Nederland: doe er wat aan. Ik schaam mij voor jullie product! Ik kies voor de véél duurdere Spaanse ham. Lekker, jôh. De vette randjes deel ik bij de vuurtoren op het méést zuidwestelijke puntje van Europa met de broer van onze kater Tijger. Hij smult er van.

En kijk wat je daar op dat puntje van Europa nog meer kunt kopen. Zoooo grappig!


Op een picknickbank houd ik een hazenslaapje in de zon. In tien minuten beleef ik de meest prachtige dromen. Ik word wakker van een motorfiets die aan komt scheuren en vlak achter mijn motor stopt. Ik heb je toch niet wakker gemaakt?, vraag een vriendelijke Engelsman. Ik vind het onbeleefd om zijn vraag bevestigend te beantwoorden. Hij stelt zich voor als Mike en staat hier te shinen met zijn BMW. We zitten samen een uurtje te kletsen. Hij vertelt dat hij met pensioen is, al dertien jaar in Lagos woont en zijn vrouw een bar in Lagos runt. Hij rijdt deze weg altijd om het motorseizoen op te starten. We keuvelen gezellig over motoren, motorrijden, de omgeving en hij geeft mij tips over routes in de buurt. Het is erg gezellig.

Over zessen vind ik in Porto Covo, een stukje onder Sines, bij een camping op een paar minuten wandelen van het dorp én van het strand, een stacaravan met drie kamers voor…. 30 euro per nacht. Het moet niet gekker worden!

Lekker gereje vandaag. Prachtig motorweer.

Coos op Reis: Drie Ferrari’s

Het is al weer eind maart. Er zijn weliswaar wolken, maar er is ook heel veel zon. En het is droog!
Prima weer voor “Coos op Reis”.  Factor 50, korte broek en jas. Das een logische combinatie.

Morgen verlaat ik Albufeira en reis ik verder. Dan ga ik via Sagres naar Sines, aan de westkust van Portugal, een stukje onder Lissabon. Daarom ruim ik vast in de caravan wat rommel op en pak wat zaken bij elkaar. Mijn regenpak leg ik ook vast klaar.

Ontbijten doe ik met het Belgische echtpaar met hun drie honden: eentje is stokoud en wil het liefst op schoot. Hij is daar écht veel te groot voor maar weet dat nog steeds niet; eentje heeft zichtbare ondertandjes en een gespleten verhemelte en maar één oog, en de laatste heeft een klompvoet omdat hij de spieren van zijn andere poot moet ontwikkelen. Deze hond is zes maanden oud en heet Duke. Maar zijn vrienden noemen hem Djoek. Dus ik ook…

Eigenlijk val ik met mijn kale harses, mijn Mengele brilletje en mijn flaporen in dit gezelschap helemaal niet zo op, besef ik. Dat stelt mij gerust, want het is hier retegezellig.

Vandaag wandel ik via het strand naar Olhos d’Água, een pokkeneind weg. Gelukkig wil ik het zelf.

Op de rotsen ontmoet ik een echtpaar uit Oud-Beijerland, gebóóóre Rôtterdam, kèje goed hóóóre…. Zij was, net als Janny en ik, eind jaren zeventig hier voor het laatst. Zij heeft, net als Janny en ik, járen op Zalmplaat (Portugaal) gewoond en hij is, net als ik, geboren in de oude Provenierswijk in Rotterdam. We staan zowat een uur over het leven, hoop, angsten en gevoelens te praten en hebben zoveel overeenkomsten dat ik ze persé niet durf te vragen of ze mijn overleden vriend Cor uit Oud-Beijerland gekend hebben. De kans is echt te groot en ik wil er eigenlijk op deze mooie dag niet aan herinnerd worden.

Hier kan je even meewandelen op de rotsen. Niet misstappen, hoor:

Ik nuttig een heerlijke salade op het strand van Praia da Oura. Als de vijf in de klok zit, dan mag je een drankje. Welnu, het is vijf over half drie, dus…..

0nderweg trekt ma met een gemotoriseerde lier het vissersbootje van pa veilig op het droge en doen twee meeuwen zich te goed aan een aangespoelde vis. Voor hen een echte Catch of the Day! Ze vinden hem te lekker om zich even weg te laten jagen. Ik respecteer hun maaltijd en ga niet dichterbij voor de foto.

DRIE FERRARI’S

‘s Avonds wandel ik naar restaurante O Veleiro, hét beroemde restaurant dat de dame in de rolstoel mij een paar dagen terug op de berg adviseerde. De indeling is daar bijzonder omdat veel tafels redelijk strak tegen elkaar staan. Het is druk en de ober wijst mij een plaats toe.

En zo raak ik een hele avond in gesprek met de Engelsman naast mij. Hij zit alleen aan tafel. Hij vertelt mij dat hij al 45 jaar lang drie keer per jaar met zijn vrouw aan de Algarve komt. Als ik hem vraag waar zijn vrouw is, maakt hij als een Italiaanse maffiabaas met zijn wijsvinger een snijdende beweging langs zijn keel en vertelt olijk dat zij in november binnen een tijdsbestek van drie weken aan de gevolgen van kanker is overleden. Ik neem even een slokje water om mijn grijns te verstoppen. Dat gebaar met die wijsvinger. Het kan niet waar zijn, toch? Maar de Engelsman toont geen enkel verdriet en zet vrolijk zijn verhaal voort. Ik huiver er een beetje van. Vijfenveertig jaar is toch niet niks, denk ik. Toch? Ze zal toch wel een beetje aardig zijn geweest? Soms?

Mijn buurman adviseert mij om het toeristenmenu te nemen: olijven en brood, plus boter en sardinepaté, een bord soep, een groot bord met kip piripiri met salade en rijst en friet, een halve fles wijn, een creme brulee en een expreszo. Voor…tadaaa…€ 10,50. Wat denk je dat ik doe? Ik doe het. En het is werkelijk uitstekend! Zie je wel: ga in een vreemde stad altijd eten waar het druk is. Maar het eten is véél teveel allemaal. Ik laat een grote hoeveelheid staan. Als je drie keer per dag buiten de deur eet, dan moet je dagelijks écht beheerst eten en drinken, anders ga je vroeg dood. Echt waar. Als ik met mijn 1.95 meter onder de 88 kilo blijf, dan voel ik mij goed. Maar gelukkig verbrand ik veel energie met mijn wandelingen.

De Engelse mijnheer is 72 jaar, woont in Essex, ten oosten van Londen, en was bij Ford jarenlang eindverantwoordelijk voor de investeringen van innovaties, vertelt hij monter. Hij vertelt luchtig, maar met glimmende oogjes, dat hij, naast ‘zijn estate’, ook nog twéé Ferrari’s heeft. Met de oudste heeft hij lang geracet en is hij twee keer kampioen in zijn klasse geworden, praat hij verder.

Hij weet alles van de circuits in Engeland, het nieuwe in Portugal, Zandvoort, de Nordschleife bij de Nurburgring, Ferrari en Lamborghini, hellingshoeken en G-krachten en weet ik veel… Hij vertelt honderduit. Het duizelt mij van alle techniek.

Hij is voorzitter van een Ferrari-club en organiseert vaak evenementen. Daar komen beroemdheden als leden van Pink Floyd, Cliff Richard en nog veel meer op af.

Die andere Ferrari gebruikt hij op de circuits in Engeland en ‘gewoon’ als vervoermiddel op de openbare weg.

Maar hij wil ook alles weten van mijn motorfiets en mijn reis. Ik laat hem foto’s zien en vertel waar ik vandaan kom en wat mijn verdere plannen zijn. Hij vindt het prachtig. Hij wil ook weten of ik met mijn motor ooit op de Nordschleife reed. Met mijn antwoord dat ik ‘erg van het leven hier op aarde houd’ is hij tevreden.

Omdat zijn vrouw overleden is en ze toch geen kinderen hebben, overweegt hij nu om nóg een Ferrari F12 met 800 pk aan te schaffen. Die heb je niet voor 350.000 euro. De levertijd is twee jaar, dus hij twijfelt nog een beetje. Zijn overleden vrouw hield helemaal niet van Ferrari’s, zegt hij bedroefd. Ik denk dat hij eerder daar bedroefd over is, dan dat ze is overleden. Maar ja, in zijn laatste hemd zitten straks geen zakken, dus nú kan het, spreekt hij blij…

Hij is superhappy met mijn visitekaartje van Indian Ocean, het Indiase restaurant waar ik gisteravond mijn very very spicy Chicken Curry Madras at. Zijn vrouw hield ook al niet van Indiaas eten, vertelt hij, al weer wat mistroostig. Nou, ik denk wel te weten waarom hij niet zo droevig is over het verlies van zijn vrouw, hoor. Geen Ferrari, geen Indiaas, wat moet je nou met zo’n mens?

Het is laat geworden. We nemen afscheid. Nice, we share the same interests, zegt hij, en wandelt weg, zomaar uit mijn reisverslag…

Mooie dag. Gezellige lange avond.

The Catch of the Day:

Mancave

“Ik (Dolf Peeters) ben al man zolang ik het me kan herinneren. Dat is niet altijd een makkelijk, maar best wel een interessante situatie. Qua generatie hoor ik niet meer tot het slag mannen dat hun zachte kant alleen gebruikt om op te zitten, maar ben zeker geen man die constant zijn gedachten of erger nog, zijn emoties, wil delen. Maar ik probeer op mijn onbeholpen manier wel bewust en respectvol te leven.

Toen ik op mezelf ging wonen hield ik mijn behuizing en mezelf netjes. Als ik niet uit eten ging kookte ik voor mezelf. Wassen en strijken deed ik ook. Toen de liefde in mijn leven en huis kwam werd het er alleen maar beter op. Vrouwen leggen immers de lat hoger. Waar dat te ver boven mijn macht ging, gaf ik het graag uit handen. Van het wasjes draaien werd ik volkomen bevrijd toen ik een grote, zachte fijnwollen sjawl uit de wasmachine haalde als een klein, handzaam en best stevig servetje. Maar het samenleven en samen doen heeft mijn leven op een hoger plan gebracht. Ik heb een hoop geleerd van de liefde. In harmonie samenleven met een lid van het prettiger geboetseerde soort is een verrijking van het ongecompliceerde mannenbestaan. Je moet opeens wel met een heleboel dingen rekening houden. Maar die ying/yang gedachte? Daar zit wel wat in.

Die zelfredzaamheid is misschien ook genetisch. Toen mijn moeder overleed zorgde mijn vader er nadrukkelijk voor dat hij geen vieze oude man werd. Want dat is toch een op de loer liggend gevaar voor ons jongetjes. We kunnen zonder toezicht zomaar een heleboel dingen belangrijker vinden dan het huishouden of de eigen verzorging.

Ik heb dat ooit zien gebeuren bij een kennis die op de vraag van zijn echtgenote “Wat er nu eigenlijk belangrijker was, die motorfietsen of ik? “ een antwoord gaf dat misschien wel eerlijk, maar strategisch onhandig was. In het vervolg van dat antwoord vertrok zijn vrouw. Nadat hij dat had gemerkt haalde hij zijn eten bij de Chinees en de snackbar. Zijn werkgever zorgde voor bedrijfskleding en de bewassing daar van. Maar thuis, in de garage telde hij de zegeningen van het feit dat jeans en T shirts steeds lekkerder gaan zitten naar gelang ze ouder en viezer worden. Als kraanmachinist in de constructie veranderde er weinig. Aan zijn woonomgeving des te meer. Inhoud van de garage verhuisde naar de woonkamer. Dat gaf meer ruimte voor meer spullen in de garage. Intussen was de aanloop van handtamme en keurige motorvrienden aardig afgenomen. Dat had vast wat te maken met de steeds onoverzichtelijker situatie en de garage en de woonkamer. Gelukkig was er in de voormalig echtelijke slaapkamer nog ruimte nadat de twee andere slaapkamers ook tot opslagruimtes waren opgewaardeerd. De mensen die nog wel over de vloer kwamen hadden geen moeite met de praktische inrichting van de woning en het vrij liberale kattenbakkenversingsschema van de man die eindelijk alle tijd voor zijn motorfietsen had. Maar die bezoekers werden allemaal wel steeds excentrieker.

Dat ging zo door tot de woningbouwvereniging het wel welletjes vond. Er werd ingegrepen, begeleid gezorgd en gecoached. Met een hoop mankracht M/V werd de motorliefhebber weer in het gareel gemasseerd. En hij werd verliefd op een van de hulp verlenenden.

Die dame had gezien waar hij vandaan kwam en had besloten dat hij die weg niet weer op zou gaan. Ze zette hem strak onder curatele. Ze zijn intussen alweer vier jaar een koppel. In de kamer staat een motorblok. In de schuur staan twee motorfietsen. En de kattenbakken worden weer schoon gehouden.”

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters?

Via de volgende link bestel je zijn boek “Mannen, motoren, en wat meisjes”.

Verhalen van Dolf op onze website vind je via de tag Dolf Peeters onderaan elk artikel van hem.