Cadzand in de regen

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Dolf schreef het boek “Mannen, motoren en (wat) meisjes”. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Hier een verhaal van hem:

Ernie is ooit, als dertienjarige naar Cadzand Bad gefietst. We besluiten de rit op de motor over te doen. In dertig jaar is Nederland erg veranderd. En vier ouwe motorfietsen zijn wat anders dan een fiets. Zeker als er een zijspan mee rijdt. De rit volgt zo natuurgetrouw de authentieke route. We rijden over fietspaden, door inmiddels gegroeide woonwijken, plantsoenen en winkelcentra. Het is hartje zomer dus iedereen denkt dat we een lokale vakantieactiviteit zijn. Het veer Kruiningen-Perkpolder is niet meer. Maar zo’n tunnel heeft ook wel wat. De oudgedienden daveren door de kilometerslange pijp die zich van voor tot achter met geblaf, geknal en gegrom vult. Wat spelen met de voorontsteking levert een onweersbui van daverende knallen en blauw paarse uitlaatvlammen op. Vakantiegangers met caravans dwarrelen verdoofd in ons spoor. De geluidsorkaan loopt ook voor ons uit. Dat heeft blijkbaar iets te maken met resonantiefrequenties. Het oplopen van blijvende gehoorschade is een feest!  Aan de andere kant van de tunnel komen we in een wat sombere klimaatzone, maar we halen Cadzand Bad, de badplaats met de lelijkste boulevard ooit. Het is een lange dag geweest en er moet dus eerst gefoerageerd worden. We lopen naar de Zeemeeuw. Daar is het gezellig druk op het terras. Iedereen knipoogt tevreden naar de zee. De bewolking neemt toe. Jacks en helmen mogen in een hoek van het terras uitrusten. We doen een bier en regelen asbakken. Er zit een man met Harley tattoos op zijn anabole schouders. Hij heeft een aanzienlijk jongere dame bij zich en is erg druk met het negeren van motorrijders zonder Harley tattoos. Zou dat eigenlijk pijn doen, een tattoo zetten? Er vallen wat druppels. Wij bestellen nog wat bier en een driedubbele bittergarnituur. Gefrituurde dingen zijn goed. Want een motor kan ook niet zonder olie. Het begint serieus te regenen. Het terrasvolk vlucht massaal naar binnen. Zomerregen is niet erg. We doen gewoon onze motorspullen weer aan. En waarom zou je je helm niet opzetten omdat je toevallig op een terras zit? De bediening snapt het volkomen. Onze bitterballen en dingen worden opgediend onder plastic. In de eetwaar zijn vrolijke parapluutjes gestoken die doorgaans op sorbets gezet worden. Het is stevig doordrinken om de glazen leeg te krijgen. We zoeken ons honk op. De volgende dag is het weer zomer. In Philippine zit een mosselrestaurant waarvan we de eigenaar kennen. De man heeft een mooie collectie Vincents achter de zaak staan. Een dag is zo voorbij.

Op de terugweg is er alleen nog wat consternatie bij de tolpoort. We zeggen dat we niet hoeven te betalen omdat er aan de andere kant van de tunnel een man met een tas staat die de voorverkoop van de kaartjes regelt. Er gaan direct twee tunnelaars met een dienstwagen op zoek naar de zojuist bedachte ondernemer aan het andere eind van de pijp. De terugreis gaat over gebaande wegen. Als je met tachtig over de snelwegen rijdt creëer je je eigen eiland van verkeersstilte. Zo’n weekend is zo voorbij. Jammer.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters? Hier bestel je zijn boek:

//bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

Delen op

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *