Categoriearchief: Dolf Peeters

Dolf Peeters: motoronderdelen zoeken, een kunst op zich

“Onlangs hadden we (onze schrijver Dolf Peeters / redactie) het over de vondst van een BMW R60/5. Dat ding had een jaar of twintig geslapen. En werd geadopteerd voor een paar honderd euro. Iemand vond het bericht zwaar gedateerd. Want een BMW voor dat geld? Dat was iets van jaren terug. Tegenwoordig werd er voor zo’n ding al gauw een paar duizend euro gevraagd. En dat was duidelijk te controleren op Marktplaats. De oplettende lezer had gelijk. Voor zover het Marktplaats, of desnoods het hele Internet betreft.

Gewoon, de echte mensenwereld

Maar vanuit ons beperkte universumpje is Internet, is Marktplaats, niet de norm der dingen. Wij zoeken – en vinden vaak genoeg – gewoon in de mensenwereld. Binnen de vrienden en kennissenkring. En dat resulteert dan niet gegarandeerd in aanklikken en wachten tot de doos bezorgd wordt. Maar via via kom je vaak bij mensen die zich digitaal niet of nauwelijks presenteren. We kennen intussen een handelaar voor wie het bijvoegen van een foto in een mailbericht absoluut te hoog gegrepen is. Dat zijn dan mensen waar je naar toe gaat en zo breidt je kennissenkring zich steeds verder uit.

En dan kom je weer op dat spanningsveld van prijzen

Een van de redactionele brommers, een 1984’er Moto Guzzi V65 die als daily driver wordt gebruikt had wat probleempjes en vroeg wat aandacht. Als je Moto Guzzi denkt in Nederland, dan denk je in elk geval aan TLM in Nijmegen. Dat bedrijf heeft Guzzi in alle genen, was één van de eersten die gebruikte onderdelen helemaal gedocumenteerd online zette en vanuit Nijmegen worden er gebruikte Guzzi onderdelen over de hele wereld verstuurd. Maar met de uurtarieven van TLM is het moeilijk slikken voor de eigenaar van een ouwe, kleine Guzzi.

De prijzen van gebruikte onderdelen

In de professionele motorsloopwereld is het al sinds jaar en dag zo dat de richtlijn is, dat de verkoopprijzen een derde tot de helft van de laatste nieuwprijs is. Dingen die bijna niemand zoekt zijn goedkoper. Heel zeldzame items zijn duurder. Maar elke discussie over die prijzen kan afgestopt worden met de vraag of ‘de markt’ het bedrag er voor wil betalen. Bij een serieuze organisatie als TLM is er al een hele hoop werk in de handel gestoken voordat het op de webshop komt. En de bedrijfskosten van een groot bedrijf moet je ook niet onderschatten. Aan het eind van het liedje biedt TLM een bijna dekkend aanbod aan hoogwaardige gebruikte Guzzi spullen voor bijna alle modellen met het koopgemak van een muisklik.

En zo vind je dan een accu zijdeksel voor € 96,59

Helaas heeft dat ding de verkeerde kleur. Maar het is er eentje zonder scheuren, krassen of afgebroken lipjes. Intussen is een kapot zijkapje geen ramp. Het doet alleen afbreuk aan de rest van de fiets die er nog best netjes uit ziet. Maar bijna 100 euro= Das serieus geld. Als de Guzzi dan tegen een elektrische ontstekingsprobleem op loopt, dan heeft dat prioriteit. Zelf kwam ik daar als ouwe wtb’er niet uit. Maar ik had goede dingen gehoord over Mark Wilmink uit Borne. Mark bleek geïnteresseerd in de rare storing. Want hij is geen motorhandelaar, hij is een techneut en repareert alleen Guzzies zonder injectie.

De Guzzi werd naar Borne gebracht waar Mark iets raars vond en oploste

Om de V65C bij hem in de bestanden te bergen deed hij een compressiemeting, een compressielektest en controleerde hij de lifthoogte van de nokken op de nokkenas. Dat geeft een mooi nulpunt voor de motor van een nieuwe klant en geeft een heldere indicatie van de toestand van het blok. De V65C bleek vermoeider dan gedacht. Om het mooi te maken worden volgende winter de koppen dus gerepareerd. Alles dik voor elkaar. Voor aflevering werd de Guzzi nog even op alle vloeistoffen en drukken gecontroleerd. Daarna werd de zaak nog even kort besproken en een van de laatste opmerkingen was “En je hebt toevallig geen zijdeksels voor een V65C denk ik”.

Die waren er toevallig wel

Nieuw, en ook in de verkeerde kleur. Maar het waren er wel twee voor € 30. Het blijkbaar hoge kilometrage – op de klok staat maar dik 40D km – had zich al eerder kenbaar gemaakt door carburateur problemen. Vervangende gasfabriekjes waren daarom al eerder gescoord bij een ander eenmansbedrijf, dat van Teun Beuzel uit Lochem. En Starten en laden uit Nijmegen heeft ooit een hele container vol imitatie Valeo startmotoren uit China laten komen. Die passen op veel BMW’s en Guzzies. En kosten nieuw – met drie jaar garantie – € 59,- En dat is dan alleen nog maar in het Guzzi wereldje. Een wereldje waarin Jan Robers uit Boekelo trouwens ook een ijkpunt voor de oudjes is. Dat zijn allemaal bedrijfjes die niet of nauwelijks adverteren. Dat is natuurlijk jammer als je een blad of een site hebt.

Maar ze bedienen een niche markt en voelen zich daar wel bij

En als je er bij eentje bent die zich bezorgd af vraagt of het niet allemaal uit de hand gaat lopen omdat hij de vorige dag zomaar zes mensen over de vloer heeft gehad? Dan heb je een goeie. En dat soort bedrijfjes zijn er gelukkig nog voor alle merken klassiekers.
En dan is er nog de ‘handel’ in de binnenste cirkel waar een stuur van een oude Amerikaan geruild werd tegen een stel uitlaatbochten van een motorfiets. Je moet ze alleen even vinden.

Maar onze insteek werkt niet voor iedereen

We hadden een kennis verwezen naar onze voortreffelijke vriend Kiat Que van Loods 8 . De brave kennis was naar het wat vage industrieterrein in Arnhem gereden. Hij had voor de zaak gestaan. En hij had er geen goed gevoel bij. Hij is door gereden.

Dus kost iets € 100 of een € 50?

Als je in de top van de markt online koopt en je wilt risicoloze kwaliteit klikken? Dan scoor je voor € 100. Als je de (vraag)prijzen op Marktplaats bekijkt? Dan weet je in elk geval wat er gevraagd wordt. Als je gewoon veel mensen kent en als je een beetje de tijd wilt nemen? Dan kun je op zoek in de kennissenkring of bij de kennissen van kennissen. Op die manier leer je veel mensen kennen en wordt het vinden van spullen steeds leuker, makkelijker en goedkoper. En leuker.”

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is een trouwe schrijver op onze website. Dolf droomt motoren, weet van motoren en er stroomt volgens ons (redactie@ikzoekeenmotor.nl) olie door zijn aderen. Of benzine? We twijfelen nog. Heb jij het BOEK van Dolf al gelezen trouwens?

Mancave

“Ik (Dolf Peeters) ben al man zolang ik het me kan herinneren. Dat is niet altijd een makkelijk, maar best wel een interessante situatie. Qua generatie hoor ik niet meer tot het slag mannen dat hun zachte kant alleen gebruikt om op te zitten, maar ben zeker geen man die constant zijn gedachten of erger nog, zijn emoties, wil delen. Maar ik probeer op mijn onbeholpen manier wel bewust en respectvol te leven.

Toen ik op mezelf ging wonen hield ik mijn behuizing en mezelf netjes. Als ik niet uit eten ging kookte ik voor mezelf. Wassen en strijken deed ik ook. Toen de liefde in mijn leven en huis kwam werd het er alleen maar beter op. Vrouwen leggen immers de lat hoger. Waar dat te ver boven mijn macht ging, gaf ik het graag uit handen. Van het wasjes draaien werd ik volkomen bevrijd toen ik een grote, zachte fijnwollen sjawl uit de wasmachine haalde als een klein, handzaam en best stevig servetje. Maar het samenleven en samen doen heeft mijn leven op een hoger plan gebracht. Ik heb een hoop geleerd van de liefde. In harmonie samenleven met een lid van het prettiger geboetseerde soort is een verrijking van het ongecompliceerde mannenbestaan. Je moet opeens wel met een heleboel dingen rekening houden. Maar die ying/yang gedachte? Daar zit wel wat in.

Die zelfredzaamheid is misschien ook genetisch. Toen mijn moeder overleed zorgde mijn vader er nadrukkelijk voor dat hij geen vieze oude man werd. Want dat is toch een op de loer liggend gevaar voor ons jongetjes. We kunnen zonder toezicht zomaar een heleboel dingen belangrijker vinden dan het huishouden of de eigen verzorging.

Ik heb dat ooit zien gebeuren bij een kennis die op de vraag van zijn echtgenote “Wat er nu eigenlijk belangrijker was, die motorfietsen of ik? “ een antwoord gaf dat misschien wel eerlijk, maar strategisch onhandig was. In het vervolg van dat antwoord vertrok zijn vrouw. Nadat hij dat had gemerkt haalde hij zijn eten bij de Chinees en de snackbar. Zijn werkgever zorgde voor bedrijfskleding en de bewassing daar van. Maar thuis, in de garage telde hij de zegeningen van het feit dat jeans en T shirts steeds lekkerder gaan zitten naar gelang ze ouder en viezer worden. Als kraanmachinist in de constructie veranderde er weinig. Aan zijn woonomgeving des te meer. Inhoud van de garage verhuisde naar de woonkamer. Dat gaf meer ruimte voor meer spullen in de garage. Intussen was de aanloop van handtamme en keurige motorvrienden aardig afgenomen. Dat had vast wat te maken met de steeds onoverzichtelijker situatie en de garage en de woonkamer. Gelukkig was er in de voormalig echtelijke slaapkamer nog ruimte nadat de twee andere slaapkamers ook tot opslagruimtes waren opgewaardeerd. De mensen die nog wel over de vloer kwamen hadden geen moeite met de praktische inrichting van de woning en het vrij liberale kattenbakkenversingsschema van de man die eindelijk alle tijd voor zijn motorfietsen had. Maar die bezoekers werden allemaal wel steeds excentrieker.

Dat ging zo door tot de woningbouwvereniging het wel welletjes vond. Er werd ingegrepen, begeleid gezorgd en gecoached. Met een hoop mankracht M/V werd de motorliefhebber weer in het gareel gemasseerd. En hij werd verliefd op een van de hulp verlenenden.

Die dame had gezien waar hij vandaan kwam en had besloten dat hij die weg niet weer op zou gaan. Ze zette hem strak onder curatele. Ze zijn intussen alweer vier jaar een koppel. In de kamer staat een motorblok. In de schuur staan twee motorfietsen. En de kattenbakken worden weer schoon gehouden.”

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters?

Via de volgende link bestel je zijn boek “Mannen, motoren, en wat meisjes”.

Verhalen van Dolf op onze website vind je via de tag Dolf Peeters onderaan elk artikel van hem.

Tussen twee dames in een tentje beland

De motorrijder die op het terras was aangeschoven zei: “ik rij nu alweer een jaar motor. Maar ik heb nog steeds niks mee gemaakt”. Ik keek naar zijn glimmende fiets en zijn keurige motor outfit. Ik keek naar mijn motorfiets waarvan de meeste mensen alleen maar denken “Wat een oud ding” en bedacht dat het net vrij fris rijden was in mijn T shirt en sandalen. Maar de boeren omelet op mijn bord deed zijn best om me weer blij te maken.

Een column van Dolf Peeters.

De man die ook dit boek geschreven heeft. Heerlijk om te lezen, ook als niets met motorfietsen hebt.

De artikelen van Dolf vind je hier.

Avontuur gezocht

“Wat dacht je dan mee te maken?” ”Nou ja, je leest van alles. Motorrijders maken van alles mee. Ik rij alleen maar rondjes”. Vrouwen claimen vaak het recht op emoties. Wij jongetjes hebben ook emoties. Niet dat we doorgaans weten wat we daar mee aan moeten. Maar toch. In het diepst van onze psyche – let even op: bij mannen is er pas vanaf bouwjaar 1960 een psyche gemonteerd, voor die tijd deden we maar wat – willen we graag leven zoals in jongensboeken uit de jaren vijftig en zestig. Maar dan wel met een sexleven. Want dat was in die lectuur een wat ondergeschoven onderwerp.

Allemaal valse romantiek

Motorrijden, trucker- en rechercheur zijn, dat zijn hoogst overgewaardeerde (plus in geval van de laatste twee, onderbetaalde) bezigheden. Voor hard motorrijders is motorrijden de belangrijkste bijkomstigheid in het leven. Voor veel mensen is motorrijden een lifestyledingetje. En boven alles is motorrijden nu iets voor 50-60+ ers. Dat is ‘where the nostalgia kicks in’. Wegdromen over je jeugd. De dingen die je hebt gedaan of had willen doen. Maar toen kwamen de kids. Kwam de carrière en de optionele scheiding en het tweede huwelijk.

Modern times

Na die blessuretijd kun je dan in de herkansing. Het realiseren van jongensdromen met de motor van je dromen. Of het moderne equivalent daar van. Want ook de meest gedomesticeerde mannen hebben doorgaans nog ergens een sluimerend Bokito gen. Dat hebben drie emancipatie tsunami’s er nog niet helemaal uit gekregen in een wereld waar wij mannen onze ‘zachte kant’ vroeger alleen maar gebruikten om op te zitten.

Avontuur valt tegen

“Er ligt olie onder je motorfiets” duidde mijn verse tafelgenoot bezorgd. “Ben je nou niet bang dat je met zo’n oude machine onderweg met pech komt te staan?” “Dat is geen pech. Dat is avontuur” corrigeerde ik hem vriendelijk. En dat wij hier zitten te ouwehoeren is ook avontuur. Kijk maar eens hoe vriendelijk dat serveersterje is. En daar staat een lief Moris Minortje”.
“Het zijn keuzes. Een kennis van me kreeg op een motortrip in Moldavië trombose in zijn been. De doktoren in het plaatselijke ziekenhuis spraken alleen Russisch. En in de OK stond er een raam open vanwege de frisse lucht. Hij heeft er een fantastisch litteken aan over gehouden. Een andere kennis ging off road en brak in Schotland een been. Hij heeft twee uur in de regen liggen wachten tot dat hij werd opgehaald in een Landrover van een landheer. In het landhuis werden de patiënt en zijn maat hartelijk ontvangen.
De lokale dierenarts keek naar het gebroken ben en gaf de gevallen ridder een stevige shot morfine. Ze kregen een dubbele borrel. De dochter des huizes had kostschool verlof en was hoogst onder de indruk van de stoere Dutchies. Eenmaal in het gips en in Nederland besliste de echtgenote van de brekebeen dat het nu afgelopen moest zijn met dat gedoe met die motorfietsen.
En een bekende van me, die op wereldreis is, zit nu al meer dan drie maanden vast in Nepal in verband met de Coronakriebels. Hij is al vijftien kilo af gevallen en wil naar huis” .
Dat was niet het soort avontuur dat mijn tafelgenoot zocht. Hij besloot dat het vooralsnog avontuurlijk genoeg was om in zijn eentje te blijven rijden. “Want als ik in een groep had gereden hadden we dit gesprek niet gehad”.

Het geheim: reis alleen

Motorrijden is van oudsher wat individualistisch. Rijden doe je in je uppie. Of maximaal met twee man. Als eenling ben je daarbij niet bedreigend en staan de kansen op onverwachte ontmoetingen open. Ik vertelde hoe ik een keer na een motorongeluk, een echtelijke ruzie en wat telefoonwerk in het Lake District in een tweepersoonstentje tussen een lesbisch koppel naar dromenland was gedeind. Mijn tafelgenoot keek dromerig weg. “Pech voor je dat ze lesbisch waren mijmerde hij”. “Pech dat de ene verschrikkelijk snurkte” antwoordde ik. Want met al die jongensboekendromerij moet je wel realistisch blijven.

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. 

Mannen, motoren, en (wat) meisjes.)

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Een klassieke motor kopen

“Een klassieke motor kopen“. Dit is een gastblog van Dolf Peeters

Er moest ander werk voor blijven liggen. Maar vriend G. wil een andere motorfiets kopen. Hij wilde terug naar iets klassiekers. Want zijn werksituatie is veranderd en hij heeft nu geen moderne vier seizoenen BMW voor nodig. Hij is op zoek naar een late tweekleps boxer met kuip. Voor de rest laten we even in het midden wat voor type, want dat zou flauw zijn voor de aanbieder waar we waren. De motor die we bekeken, die is het niet geworden. Ondanks het feit dat het een keurige fiets is.

Dolf Peeters, zijn foto zag je al eerder want Dolf is een trouwe gast-columnist, hij deelt zijn verhalen op #Ikzoekeenmotor. En daar zijn wij bij de redactie blij mee!

Maar we nemen je graag mee op de reis naar de ultieme fiets van G.: een late – monoshock – tweekleps BMW boxer met een kuip en koffers. Die machines staan bij particulieren doorgaans voor bedragen tussen de € 3.500-4.500. In de handel tref je ze met vraagprijzen tot voor in de € 5.000.

Dat soort klassieke motorfietsen koop je feitelijk zonder garantie. Maar in de reguliere handel worden er regelmatig afleverkosten/ een korte garantie van een maand of zo tot zo’n € 400 voor gevraagd. G. is zelf een getalenteerd sleutelaar. Garantie – voor wat het waard is – en afleveringskosten op een klassieke motorfiets ziet hij niet zitten.

Bij het bezoek aan een handelaar moet er dus ruimte in de prijs zitten, ook omdat er geen sprake van een inruiler is. We gingen naar een gewone, al jaren bestaande handelaar in motorfietsen. Geen merkdealer, merkspecialist of klassiekerspecialist. De motor die daar stond was onloochenbaar keurig. En hij had relatief weinig kilometers gedraaid. De machine was compleet op het gereedschapssetje en het onderhoudsboekje na. Dat laatste was wel een dingetje.

Het kilometrage zou ondanks het ontbreken van het onderhoudsboekje zomaar kunnen kloppen. De DOT code op de banden maakte duidelijk dat de rubbers – ondanks een nog redelijk profiel – over hun datum van uiterste houdbaarheid waren. De remvloeistof was helder, maar de remslangen waren zo te zien nooit vervangen. En het vervangen van de originele remslangen op oude motoren is echt wel belangrijk.

De vraagprijs van net € 5.000 kon in overleg niet lager worden dan € 4.800. Daarbij leverde G. dan de afleveringsbeurt en de ‘garantie’ in. En toen bleek wat een zuiver denkende karaktertijger G. is. De motor beviel hem. Was eigenlijk wat hij zocht. En die € 4.800 was ook het probleem niet. Maar hij bleef bij zijn eindbod van € 4.500. Dat was niet genoeg voor de verkoper. Het afscheid was correct maar koel. Voor € 3.500-4.500 moet G op de particuliere markt een heel net exemplaar kunnen vinden. Zonder garantie. Zonder afleveringsbeurt.

Om gewoon snel en probleemloos een goed exemplaar bij een handelaar te kopen had hij € 4.500, dat is ongeveer de hoofdprijs, over. Twee verse Battlaxjes kosten daarbij iets van € 200. Een set remslangen kost ongeveer hetzelfde. Tel daar bij nog eens een euro of honderd en dan zit je aan de vijf mille voor de klassieke motor van G. ’s dromen. Tenminste als dat het exemplaar zou zijn dat we bezichtigd hadden. En om een goede motor op een verschil van € 300 in de aankoop te laten lopen? Dat is zeker niet dom als de initiële prijs aan de hoge kant was en er nog meer van ‘dezelfde’ motoren te koop staan.

De foto’s zijn niet van de motor die we gezien hebben. Ook geen kwaad woord over de handelaar. Soms vind je elkaar. Soms niet. Maar het idee achter dit verhaaltje is hetzelfde wat we ooit van een handelaar in oudere, klassieke, auto’s hoorden: “Ik weet van de voren wat ik maximaal wil betalen. En daar ga ik nooit overheen”. Verstandig toch?

Klassiek of gewoon oud?

“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.

Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.

Dolf Peeters, gast-columnist

Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.

De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.

Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.

Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.

Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.

En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers. Kijk maar eens op FB wat die doet….

In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.

“Wheeler dealers”

“Wheeler dealers” – is een GAST COLUMN van Dolf Peeters.

Omdat het tijdens ritten in en om de Randstad niet opschoot, heb ik een aantal jaren geleden mijn auto verkocht. Daarna scoorde ik goedkope, motoren die het liefst voorzien moesten zijn van: 1) Een cardan, 2) elektronische ontsteking en 3) kleppen die ik zelf zonder veel moeite kan stellen. Want wanneer je een motor als auto in zet, dan draai je kilometers en gaan officiële werkplaatsbezoeken op uurtarief er nogal inhakken. Bovendien: ik heb een hefbrug, nogal veel gereedschap en ik heb schik in het sleutelen. Toen liep ik weer tegen een dikke ouwe Guzzi aan. Uit ervaring weet ik dat die leuk, lomp en taai zijn. En ‘leuk’ is de toegevoegde waarde voor een werkpaard. Want doorgaans was de insteek dat het alleen maar om mijn ‘auto’ ging en ik dus geen emotionele binding met zo’n tweewieler hoefde te hebben. Onder mijn gebilte had zo’n werkpaard een beter leven dan een Grieks ezeltje, dat alleen op slaag en geen vreten liep. Maar de knuffelfactor ontbrak bijna per definitie aan mijn werkfietsen.

Dolf Peeters, gastcolumnist op Ikzoekeenmotor.nl

Tot de aanschaf van de Guzzi. En die viel alleen binnen mijn budget omdat de motorfietsen momenteel wel heel consumentenvriendelijk zijn geprijsd. De Suzuki VX800 die bijna drie jaar mijn ‘auto ’was, had een aantal sterke punten. Alleen al het feit dat ik hem van een 82 jarige ex politie motor rijinstructeur had gekocht die er al jaren maar één keer per jaar mee naar de officiële Suzuki dealer was gereden voor een beurtje. Het feit dat de tweecilinder VXsen niet erg gevraagd waren – en zijn – telde ook zwaar mee. Dat resulteerde in een lage prijs en in meer geld voor motorfietsen waar mijn hart wel ‘BoemBoem” van deed. Kortom: de 82jarige vroeg € 2600 euro. Toen ik na een poosje nog eens belde werden we het eens op € 1600, – Op Marktplaats zijn prijzen vraagprijzen. En de zoon van de ex rijinstructeur had eens gekeken hoe de verzameling aangeboden VXsen op Marktplaats zich gedroeg. Het best is de verkoopsituatie van de gestrekte Suzuki’s nog te omschrijven met ‘Marktplaats is het clubblad voor de Suzuki VX Club en de clubleden zijn er trouw’. Hoe veel onrecht dat de wat eigenzinnig sturende Vtwins ook aan doet. Zo’n Vtwin is doorgaans goed voor meer dan een ton probleemloos rijplezier. Affijn. Ik gooide mijn VX dus na 30D kilometer terug in de digitale vijver. En het bleef oorverdovend stil. Misschien ook wel omdat ik een kop had bedacht waar de  Suzuki zoekmachines van Marktplaats het wat moeilijk mee had een: “Hoera! Ik heb weer een Guzzi”. Een tweede poging op marktplaats gaf sneller reactie: iemand die Edwin of zo heette bood 220 euro, terwijl ik 750 euro als minimale prijs had opgegeven. Daarna kwam er een Engelstalige reactie van Thelma Louise. Ze vroeg wat gegevens die ik opstuurde naar haar G.mail account. Per ommegaande ging ze akkoord met de prijs. Ik hoefde alleen maar even de voertuiggegevens en mijn naam, adres en bank gegevens te sturen. Dan zou zij via Western Union betalen en de motor wel laten ophalen. Dat leek me geen goed idee. Ik heb hoe dan ook mijn bedenkingen tegen hulp aan Afrika, zeker als het Nigeriaanse oplichters betreft. Martin mailde “lijkt me wel wat. Ik kom kijken. Adres graag”. Martin kwam. Van af de andere kant van het land. De Suzuki stond buiten de garage op het pad. Vanaf de voordeur keek Martin er naar. Hij greep in zijn broekzak en hield drie biljetten van 100 uit gestoken. “Geef me de papieren maar, dan ben ik weg.” Ik zei hem dat ik het eens was met dat “weg zijn”. Hij keek me glazig aan en zei: “Lul. Je mist je kansen.” Exit Martin. Nu staat die VX me niet in de weg. Ik blijf hem gewoon voor lokaal werk gebruiken waar ik mijn nieuwe aanwinst toch weer net te lief voor vindt. En met Marktplaats en Speurders is het zo beroerd nog niet. Want kameraad Henk zette zijn motor er op en kreeg per ommegaande de reactie: “Dat is precies de motor die ik zoek. Hou hem vast. Ik kom er nu aan!” En inderdaad, dik twee uur later kwam er een blije man uit Schagen die bij binnenkomst direct het geld op tafel legde en zei: ”Zo. Nu ben ik aan een kop koffie toe!” Henk’s motor was dan ook geen VX 800 maar een Honda CB 450 uit 1966. Een motor die nooit gerestaureerd was, maar gewoon meer dan een halve eeuw rustig en zorgvuldig onderhouden was.

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.