Alle berichten van Redactie

WakkerMaker in diverse online media. Schrijver Knappers.nl. Eigenaar Ikzoekeenmotor.nl.

Coos op Reis: DJANGO

“Het is prachtig weer in Roquetas de Mar. De wind is gelukkig gaan liggen. Ik ga op weg naar mijn ontbijt. What’s new?”

(Je leest het 15e verhaal wat we op deze website publiceren in de serie “Coos op Reis”.

Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en we reizen met hem mee in zijn verhalen.)

 

“In de campingwinkel hangt een corpulente, ongeschoren oude man onderuitgezakt op een  gammele burostoel achter een ouderwetse computer. Hij heeft een groezelig shirt aan en kijkt verveelt naar zijn beeldscherm. Ik vraag hem vriendelijk of hij Engels spreekt. Met moeite kan hij voor mij een half ooglid optrekken. Hij bromt dat hij geen Engels spreekt en richt zijn lodderige oog weer op het scherm. Het is zo’n belachelijke en onbeschofte vertoning dat ik de man midden in zijn gezicht hard uitlach. Gaat hij plotseling rechtop zitten en lacht hij met mij mee! Whoehaa! We gieren het samen uit. De dag is begonnen!

Ik scoor een bruin broodje en zo’n lekker mals Spaans hammetje. Ik zorg ervoor dat die lamlendige vetklep mijn eten niet aanraakt. Een heel klein beetje smetvrees heb ik wel, denk ik.

Verse jus d’orange is echt een utopische gedachte in het sobere campingwinkeltje. Dat koopt niemand daar. Al die campingoudjes scoren hier kilo’s sinaasappels voor een prikkie bij de boeren. Zij hangen ze als trofeeën in zakken aan hun plastieke huisjes. Als je geen zak met sinaasappels aan je caravan hebt hangen, dan ben je een sufferd en doe je niet mee met de rollatorbrigade. Ouwe gekko’s!

Op een stoepie in het zonnetje nuttig ik mijn ontbijt.

Het voordeel van een camping is dat je snel contact hebt. Het nadeel van een camping is dat iedereen een praatje komt maken…

Ik kom niet aan mijn broodje toe. Ze komen allemaal leuteren. De grappigste is de Duitse mevrouw die komt vragen of ik soms onwel ben geworden omdat ik op het stoepie zit. Tja, wie gaat er nou op straat zitten als je bij je caravan tien zitplekken hebt? Al die ouwetjes zitten al vanaf begin november achter de plastic raampjes van hun voortent te gluren en te wachten tot zo’n ouwe kale gek uit Nederland op het stoepie van het hoekie van de straat kwijlend het loodje legt. Dan heb je de familie in Nederland ook eens wat te vertellen, bedenk ik, traag kauwend op mijn bruine broodje.

En toch heeft zo’n camping wel wat. Het wordt in het winterseizoen een geheel eigen gemeenschap. Met veel nationaliteiten. De gemeenschappelijkheid zíe je en voel je aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan.

Tot nu verbleef ik in twee hotels, in een bed&breakfast, in een appartement en dan nu in een hutje op een camping. Die b&b beviel mij het beste. Maar dat was er ook wel eentje van een aparte klasse, met mijn motor in de grote parkeergarage onder het gebouw… Wat ruimere mobilehomes en mijn eigen tentje staan voor mijn reis o.a. nog op de planning. Hotels zijn lekker en luxe, maar toch een stuk massaler, anoniemer en rumoeriger. En ik heb dan minder zicht op mijn motor, schat ik in.

Mijn reis door Zuid-Europa is niet alleen een motorvakantie. Het is tegelijk een gewone vakantie. Maar wel lekker lang dan… Heerlijk om dat te kunnen combineren.

Ik probeer tijdens deze trip in principe overal tenminste twee nachten te blijven. Dan kan ik op de tweede dag iets gaan bekijken, iets gaan doen, gaan wandelen of fietsen of zwemmen, stukje hardlopen (ik heb mijn hardloopschoenen en spullen bij mij… ) etc. En dan hoef ik mijzelf ook niet elke dag te installeren. Ik noem mijn concept: avontuur en rust. Een contradictio in terminis!

Naast mijn passie voor motoren heb ik nog een passie: het strand. Het liefst bij Noordwijk. De ruimte, de zon, de zee, de rust maar óók de bulderende branding, de sensuele warmte van het zand aan mijn ouwe verbleekte botten, een spannend boek van Lee Child in mijn e-reader, lekkere bruine boterhammen van de bakker uit Linschoten in een zakkie, een kouwe chocomelk… Mmmmm. Strand is áltijd geweldig.

Dus …. vandaag ga ik heerlijk langs het strand wandelen. 17 kilometer staat op de planning. Lunch onderweg. Ik smeer mij goed in en ga op weg. Onderweg vang ik nog wat mooie plaatjes voor The Catch of The Day.

Deze verzonnen opslagplek van de winterbanden is wel erg bijzonder. Het valt mij wel meer op dat Spanjaarden veel vuil zo maar ergens storten. Ik kom onderweg ook wasmachines tegen die ze van bovenaan de berg naar beneden hebben gegooid. Een lelijke gewoonte. Dan is Spanje toch plots weer een bananenrepubliek.

Het was een lekkere relaxte, actieve dag. Hoe heet zoiets ook al weer? Een contradictio…..

DJANGO

Tijdens de lunch in een restaurant bezoekt Django mij. Gewoon even kennismaken. We vinden elkaar gelijk leuk. Django is een enorm grote, jonge, edoch vroeggrijze bouvier. Hij heeft de soepele loop van een tangodanser. Hij loopt niet, hij glijdt. Net de Moonwalk van Michael Jackson.


Met zijn postuur kan hij moeiteloos naar mijn heerlijke tappas op tafel gluren. Want Django vindt mij wel leuk, maar mijn tappas nog veel leuker. Zéér waarschijnlijk heeft hij in het verleden van zijn baas wel eens een enorme stuiter tegen zijn harige harses gekregen vanwege het stelen van  tappas. Daarom kijkt Django mij, tijdens het gluren naar mijn tappas, schuin en omzichtig aan. Ik schud in het Spaans nee. Django knort, draait zich om en danst naar binnen. Wát een leuke hond die Django…

Morgen reis ik weer verder. Langs de kust richting Malaga. Volgens de weersvoorspelling kan ik beter hier bij Almería blijven, maar ja, ik zal nog wel eens vaker minder weer krijgen. Ik kan niet overal omheen rijden. Morgen tot Motril door de bergen, dan de kustweg af. Ik ga. Ik heb zin.”

Coos op Reis: PERSPECTIEF

Coos van der Spek vervolgt zijn motorreis. Drie maanden door Zuid-Europa, we lezen zijn 14e verhaal vanuit Spanje.

De wekker loopt om 07:00 uur af. Het is koud in het huis. Ik heb niet zo goed geslapen. Geen idee.

Ik plaatste gisteravond mijn reisverslag heel laat op de avond en noteer ‘s morgens vroeg al méér dan 35 reacties.

Mijn Facebookvrienden hebben ook niet zo goed geslapen, denk ik.

Ik ruim de laatste spullen op en laad alles in en op de motor. Das best even een werkje. Ik zie haar onder het gewicht diep in haar vering zakken.


Maar dáár heeft zo’n BMW R1200 GS Adventure een mooie oplossing voor: ESA. Dat staat voor Electronic Suspension Adjustment. Ik pas vóór vertrek met één druk op de knop aan het stuur mijn vering elektronisch aan. Ik voel de GSA zichzelf oppompen. Zij staat weer recht. Verder kan de vering van de GSA o.a. in de ‘harde’ stand staan. Dat gaat ten koste van het comfort, maar het geeft ook wel meer stabiliteit in de bochten. En dat is nodig met deze bepakking.

Overigens kan ik óók de dynamiek van het motorvermogen op het stuur aanpassen. Voor elk rij-karakter is een modus. Als het regent, als ik gewoon wil toeren of als alles lekker dynamisch en fel moet zijn. Prachtige techniek en allemaal bereikbaar onder wat knopjes.

Om 09:30 uur heb ik het ontbijt achter de kiezen, de sleutels bij het buro ingeleverd en dender ik het dorp uit. Het is prachtig weer en er staat een stevige bries. Ik gooi de machine een paar keer links en rechts om weer even aan het gewicht te wennen.

In Mazarrón vul ik de werkelijk enorme brandstoftank van de GSA voor een prikkie met benzine. Lekker dik dertig liter aan extra gewicht voorin hangen. Is goed voor de balans. Ooit was ik met een reisgenoot ten zuiden van de Pyreneeën. Mijn maat vroeg of ik moest tanken. Welnee, antwoordde ik, dat heb ik vorige week toch nog in Utrecht gedaan… De motorwereld kenmerkt zich door sterke verhalen.

Omdat de route veelal door de bergen voert, verwacht ik onderweg weinig horeca. Als ik plots door een stadje rijd waar de supermarkt wél op zondag open is, sla ik mijn slag. Bij twee bakken lekkers staat geen tekst, dus die kies ik allebei meteen. Met handen en voeten ritsel ik een plastieke vork en bezweer de blozende Spaanse señorita dat ik mijn héle leven van haar zal blijven houden.

De weg slingert omhoog en de wind is ondertussen tot stormkracht aangetrokken. Bij Puerto Lumbreras werp ik vanuit de verte even snel een blik op Castillo de Nogalte. Ik kijk vlug weer voor mij. Ik moet echt mijn aandacht op de weg houden.

Inmiddels waarschuwen borden boven de weg voor extreme wind en windstoten. De storm buldert om mijn Beierse kasteel en fluit en giert door alle schietgaten.

Niet normaal. Ik zie lege containers omvallen, reclameborden aan barrels gaan, afgewaaide palmboombladeren op de weg liggen en grote stukken losgelaten landbouwplastic door de lucht vliegen. Ronde, verdorde struiken bolderen sinister als verlaten geesten over de weg. Tumbleweeds uit horrorfilms!

Maar het is wél gewoon strakblauw en 18 graden in de bergen.

Ik heb weinig plezier op de motor. Het is gevaarlijk. Door de wind bonkt en schudt en steigert de zwaarbeladen BMW enorm. Als ik een bocht neem, en daardoor van rijrichting verander, ligt de wind op de loer om de motor en mij te grazen te nemen en ons een greppel in te flikkeren. Ik schroef het tempo terug. Het is te tricky. Jôh, ik ben gewoon een ouwe kale Sissie. Ik geef het toe. Maar ik kom vanavond wél veilig aan. Dat dan weer wel.

Ik rij onderweg door de beroemde Tabernaswoestijn. Het is de enige woestijn in West-Europa. De zon schijnt er 3000 uur per jaar. In de jaren zestig zijn hier veel westerns door regisseurs zoals Sergio Leone opgenomen. Eén daarvan is de bekende film The Good, The Bad and The Ugly.

De woestijn is nu een beschermd natuurgebied van zo’n circa 300 vierkante kilometers. Het ziet er daar vreselijk stoer uit. Kicken, man! Maar nu snel weer voor mij kijken en op de weg letten.

Waarschijnlijk hou ik door de bulderende wind het stuur te stevig vast. Ik krijg extreme kramp in beide handen. Mijn vingers staan gespreid en ik kan soms mijn duimen niet meer opponeren. Ik moet er voor afstappen en pauzeren. Ik doe ontspanningsoefeningen, eet een banaan, drink voldoende water, plas, heb op grotere hoogte de handvatverwarming aan en probeer het stuur meer losjes vast te houden. Het helpt wel, maar eigenlijk komt het de hele dag elke keer terug.

Ik zal mijn hulptroepen van thuis eens aanroepen, bedenk ik mij. Dus ik vraag via Facebook dokter Hans Den Ouden, onechte nicht en coureur Nikki van der Spek, instructeurs Stephan Moerkerken en Bert Duursma en ervaren motoragent Dennis. Hoe voorkom ik het? En wat doe ik verkeerd? Dan zie ik de kracht van social media. Ik krijg mijn antwoorden. En natuurlijk houd ik het stuur te stevig vast en moet ik meer ontspannen. En moet ik voldoende eten en drinken. En moet die klerewind een keer ophouden, mopper ik in mijzelf…

Na 300 km vind ik rond half zes een hutje op een strandcamping bij Almería.

De camping telt 700 plaatsen en was in december vol, aldus een Engels echtpaar. Als je meer dan 100 dagen blijft, dan krijg je 60% korting. Maar ik blijf zoveel dagen niet, dus ik betaal € 53,- per nacht. En aan mijn zo slim aangeschafte speciale ACSI-kortingskaart heb ik geen reet. Die geldt alleen voor een tentje.

Owja, en ik moet minstens twee nachten blijven. Maar het hutje is veel groter dan mijn tent, ik kan morgenochtend poepen op mijn eigen doossie en daarna onder mijn eigen douche stappen. In die volgorde trouwens. En al mijn spullen staan hier achter slot en  grendel en mijn motor in mijn eigen tuin, op mijn eigen oprit. Voor € 53,- per nacht terug naar de jaren zestig, terug naar The Good, The Bad and The Ugly. Wat een goudmijn hebben ze hier aangeboord. Kleredieven. Jôh, wat kan mij het schelen…

PERSPECTIEF

Ok, ik zal eerlijk zijn. Ik zie mijzelf best wel een beetje als de grote flinke ik-durf-alles-reiziger. Stoere motor, voor een wereldreis beladen, slaapzakken en tentje en kookspullen mee, grote stoffige laarzen aan, intermediate handschoenen, navigatie en natuurlijk als een wijze uit het oosten een landkaart van Spanje en Portugal zichtbaar onder het ruitje van de tanktas. Heb je het beeld een beetje? Dat beeld ff vasthouden dan…

Ik heb benzine getankt. Ik sta nog een beetje te dralen, slokje water te drinken, mijn bepakking te controleren en zo. Komt de dame achter haar kassa vandaan om te vragen of ik soms ‘assistentie nodig heb bij het tanken’….

Jemig, ben ik toch plotseling weer zo’n hulpbehoevende ouwe bejaarde in Spanje…. Whoeii! Teringjantje….

Coos op Reis: ZIJN ZE ÉCHT OP DE MAAN GEWEEST?

Werkelijk schítterend weer vandaag. Geen wólkje. Mijn telefoon voorspelt 21 graden. Whoeiii! Sorry voor mijn enthousiasme… Morgen zeker wél, maar vandaag geen heel erg spannende dag. Een beetje een opvuldagje, de opmaat tot Departure Day…  Dus ik moet bij het ontbijt even een dagbesteding verzinnen. Haha, wat een seniorenwoord, hé!

Omdat ik morgen met de motorfiets hier weer vertrek, organiseer en verzamel ik nu vast alle losse zooi en stop dat in zakjes, tassen en koffers. Dat doet normaal Janny. Maar die is hier niet. Ik ben het niet gewend en loop er dan ook al dagen in mijn hoofd over te miepen. Het is werkelijk in tien minuten gebeurd. Stelt niks voor.

De wintervoeringen zitten trouwens nu in een vacuüm getrokken zak. Tip van Coos! Die koop je voor een paar centen bij de Marskramer. Dat scheelt ruimte, jôh. Ik gebruik ze al jaren. En alles dat morgen niet meer past, flikker ik gewoon weg, besluit ik. Zo, DAS opgelost, zeiden we bij de DAS in Amsterdam.

Ik kledder factor 50 op mijn kaalgeschoren hoofd en deze keer smeer ik ook maar gelijk mijn knieholtes in. Pfff… En dan fluitend op pad natuurlijk. Naar het ontbijt natuurlijk. In de zon natuurlijk. Stralend weer natuurlijk.

Het verbaast mij dat dingen zo snel vertrouwd raken. Natuurlijk het weer, maar ook elke dag monter door dezelfde straten stappen, naar dezelfde palmbomen kijken, dezelfde oude Spaanse mijnheer gedag zeggen die elke dag op hetzelfde stoepie zit, naar hetzelfde winkelcentrum, op hetzelfde plein, op hetzelfde terras etc. Terwijl ik tóch zo’n enorme bloedhekel heb ‘aan elke keer hetzelfde’. Das niks voor mij. Maar die constantheid geeft ook rust. Dat is de andere kant.

Ik ben trouwens ook héél slecht in herhalingen. Zet mij aan de lopende band bij Volkswagen en ik laat heel VAG failliet gaan. Na het vierde moertje aan het nippeltje denk ik al lang ergens anders aan en draait de boel in de puin. En bij het vijfde moertje ga ik lopen klieren. Dat deed ik als kind al.

Maar jôh, eerlijk waar, dat ontbijtje én dat kekke pleintje én dat nikszeggende terrasje, waar die bloedmooie, lieve mevrouw met die donkere fonkelende ogen ondertussen precies weet wat ik elke dag bij haar nuttig, voelt voor die paar dagen wel heel lekker aan.

Tijdens het ontbijt ontdek ik een omgedraaid ANWB-setje. ANWB-setjes zijn paren die allebei dezelfde kleding dragen. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina van. Zoek maar eens op. De dame van dit setje draagt een broek met een opvallende print en een zwarte polo en de heer een zwarte broek en de polo in dezelfde opvallende print. Ik moet er stiekem om lachen.

Na mijn ontbijt wandel ik naar het lokale fietsverhuurbedrijf om een fiets te huren. Dat lijkt mij leuk.

Toen ik voor mijn 65e verjaardag een nieuwe Koga Traveller kado kreeg, ruilde ik mijn 43 jaar (!) oude Batavus-fiets in. Die zag er nog prima uit. Toch was de restwaarde minimaal. Maar ja, wat moest ik er verder mee?

Maar voor de fietsen die deze Spaanse mijnheer verhuurt, haalt elke eerlijke Nederlandse fietsendief zijn neus op. Wat een ongelooflijke barrels. En voor mijn 1.95 meter allemaal in kindermaatjes natuurlijk…

TIEN euro (!) huur voor één dag vraagt de señor, met droge ogen, voor een dergelijk lijk. Jôh, zeg ik tegen hem, ik wil alleen maar een fiets húren hoor, ik wil je hele bedrijf niet kopen…

Overigens moet ik voor het roestige geval ook nog HONDERD euro borg betalen. Hij denkt écht dat er mensen zijn die zo’n stuk schroot willen houden. En hij wil de fiets persé vóór 17:00 uur terug hebben. Hij is trouwens niet eens stiekem over zijn prijzen. Ze hangen gewoon aan de muur…. Hij kan krijgen wat Piet Heijn heeft gekregen en díe is er aan dood gegaan. Oplichter!

Dus een ander plan. Ik wil vandaag niet met de bus. De bus is voor Sissies, wees eerlijk. Ik besluit om via het strand langs de vloedlijn naar Santiago de Compastella te gaan lopen. Dat ligt een stuk noordelijker. Zei ik net nou Compastella? Het is ondertussen warm geworden en er staat een stevige wind. Whoeii!

De gemeente hoogt het strand al vast op voor het nieuwe toeristenseizoen. Nog een poosje en dan kun je het zand niet meer zien van de zonaanbidders.

Best veel werk om elk jaar dat zand weer aan te voeren, mijmer ik. Nou, daar hebben ze hier echt een héél simpele oplossing voor: gewoon met de dragline de zee in en zand scheppen. Je verzint het niet.

Op het strand donderen de Spaanse gevechtsvliegtuigen weer over mij heen. Ik schrik mij de tandjes en duik bijna plat in het zand. Ze oefenen veel formatievliegen, maar duikelen ook als harlekijnen over en naast elkaar en uit elkaar. Eéntje oefent touch and go en stormt recht op mij af. Nou, met hem ga ik geen riddergevecht aan. Ik geef mij over.

Wat een helse machines.

Ze oefenen verticaal stijgen en komen in formatie op volle snelheid weer wervelend naar beneden. Ik sta wel een uur te kijken.

Heb ik een foto? Is de paus …?

Restaurant San Antonio nodigt via een reclamebord haar voorbijgangers uit om een driegangendiner boven de zee te komen nuttigen. Dat lijkt mij erg luxe, maar ik ga niet. Mij te duur.

En dan ook nog ‘drinks not included’. Pfff.

Tijdens een “expreszo” heb ik op een terrasje een gezellig gesprek met een Engels echtpaar. Ze komen oorspronkelijk uit Manchester. Ik vertel ze dat ik ooit Manchester bezocht, in Old Trafford was en twee keer de Curry Mile heb gedaan. Ze zijn gelijk enthousiast. Curry Mile? Koekel maar en ga er maar eens lekker eten. Het echtpaar heeft al tien jaar een appartement in Spanje, maar zijn nu op de terugreis naar Engeland. Hij werkt bij de gemeente. Zij overwegen om naar Spanje te emigreren. Ze wonen nu in Yorkshire. Het is te koud en te nat daar. Wat houdt jullie tegen, vraag ik hen. De Brexit, roepen ze in koor. De koers van de pond ten opzichte van de euro, de gezondheidszorg in Spanje is duurder en de onzekerheid hoe het allemaal verder gaat uitpakken. Ze denken er nog over na. Maar hij mag binnenkort met pensioen, zegt hij glimmend. Wat hebben sommige mensen toch mazzel….

In de verte vertrekt een grote groep veldwerkers met een bus. Ze hebben kroppen sla geplukt. De sla is gelijk in plastic verpakt en in kratten gestopt. De kratten staan klaar en worden direct door een vorkheftruck in de reeds gereedstaande vrachtauto gezet. Iedereen is in 10 minuten vertrokken. Uiterst efficiënt proces.

Als Catch of the Day laat ik je ook zomaar wat foto’s van mooie dingen zien, die ik vandaag tegenkwam.

Morgen reis ik verder naar het zuiden. Ik slinger alle bepakking er dan weer op. En zal de vering weer op het gewicht van mijn onderbroekies afstellen. Ik moet vast weer aan dat extra gewicht wennen. Vroemmm! Ik heb er zin in. Ik ben hier klaar. Mijn doel is bereikt. Ik ben geaard in Spanje. Ik ben zelfs inmiddels wat gewend aan de enorme koelereherrie die alle Spanjaarden met hun televisies, radio’s, getelefoneer en weet ik veel wat maken. Ze zijn gek.

Ik zette vandaag ruim 23 kilometer op de schoenenteller. En ondanks de factor 50 voel ik mijn bolletje gloeien als zo’n ouderwets lampje.

Inmiddels totaal vet 100 km hier gewandeld. Lekker, man. Ik ben met de snelheid van cocaïne op een junkie verslaafd geraakt aan het wandelen. Heerlijk. Maar nu wil ik mijn vrijheid. Mijn motor. Zij gromt als een ontembare vrouw als ik langs haar loop. Ik wil spanning, zij wil sensatie, zij wil kilometers maken, ik wil verrotte spieren en gewrichten, pijn in mijn reet, ik wil de enorme stuwende kracht van die vette tweecilinder voelen, ik wil aan haar quickshifter rukken, ik wil …. on the move! Ik reis morgen verder. De volgende stop is circa 300 km verder. Het doel is Almería. Vroemmmm!!!

Ik heb voor mijn reis verder geen overnachtingen meer geregeld. Ik ga ‘op geluk’. Ik zie wel. Het moet immers een avontuur blijven.

Owja. Over foto’s gesproken…. Nog één afsluiter. Mijn vriend Jos reageert zojuist op één van mijn eerdere foto’s van een fraaie boom in Murcia. Hij laat weten een poosje terug precies dezelfde foto van dezelfde boom te hebben gemaakt. Dat kan best, want de moeder van Jos woont in Murcia. Haalde jij die foto ook van internet, vraag ik hem lollig. Jôh, vervolg ik, ik haal álle foto’s van internet! Ik ben trouwens ook gewoon thuis in Linschoten en verzin al die verhalen moeiteloos in de woonkamer. Janny heeft geen Facebook en weet niet eens dat ik elke dag een reisverslag maak.

Mwah, wees eens eerlijk, denk jij dan dat ze écht op de maan zijn geweest?

Coos op Reis: MURCIA

Ik word wakker met getik in mijn oren. Wat hóór ik toch? Het zijn grote dikke druppels water. Ze vallen op het zeiltje dat de BBQ droog houdt. Het regent!  Gekkenwerk. This is Spain, man! (Coos van der Spek vervolgt zijn verhalen, hier nummer 12 in de serie Coos op reis.)

Maar…..tegen de tijd dat ik al mijn standaard-thuis-dingetjes-in-volgorde heb gedaan en naar buiten stap, is het droog. Het is windstil en achter de wolken zie ik een waterig zonnetje.

Het leven is echt een stuk mooier als je, na je ontbijt en terwijl je blikken over zee dwalen, via de promenade naar je bushalte wandelt. Dat is absoluut níet te vergelijken met ’s morgensvroeg met z’n allen via  de A2 naar Amsterdam sukkelen. Om maar eens een naar voorbeeld te noemen. Jeetje, als ik iets niet mis, dan is het dat wel.

Herinner je je de fraaie muurtekening van eergisteren nog? Kijk, hij is hier noges. De regen van vanmorgen zorgt voor grote plassen op de weg. De Spanjaarden rijden er als gekken doorheen. Zit ik wel veilig in mijn bushokje, op weg naar Murcia?, vraag ik mij af.

De bus naar Murcia is van een andere busmaatschappij dan die van de keren ervoor. Deze rijdt wel op tijd. Maar, in tegenstelling tot de bus van eergisteren, heeft deze géén 220-volt stopcontacten, geen Windows-besturingssysteem voorin en beeldschermen in de hoofdsteunen waar je je eigen films via USB vanaf je smartphone kunt afspelen. Jullie dachten toch niet dat Spanje nog een bananenrepubliek was, hè?

De bus stopt bij een volgende halte.

Een gesluierde zwangere vrouw stapt met twee jonge kinderen in. Terwijl de vrouw haar geld opbergt, schakelt de buschauffeur in en trekt vast op… Lekker klantvriendelijk. De vrouw pakt zichzelf snel vast aan een paal en kan haar dochter nog net aan de punt van haar jasje grijpen, maar het jochie komt als een golfballetje door het gangpad aan stuiteren. Armen en benen alle kanten op. Ik schiet in de lach maar steek ook gelijk mijn arm uit en vang hem als Eddie PG op. Grote donkere ogen kijken mij stomverbaasd aan. Ik krijg een brede glimlach met veel witte tanden van zijn moeder. Wát een mooie dag.

Er is in deze omgeving veel landbouw. De landbouwwerktuigen hebben de wegen modderig gemaakt. Zelfs de buschauffeur schakelt terug voor de bochten en gaat er voorzichtig doorheen. Hij is vast niet bang dat zijn bus vies wordt, denk ik, het moet hier gewoon spekglad zijn.

De stad Murcia is rond 800 ontstaan. Er wonen een kleine half miljoen mensen.

Google Maps op mijn iPhone stuurt mij feilloos naar het centrum van de stad.

 

Daar geniet ik, op het grote plein voor de kathedraal, een poos van een abstracte, kunstzinnige expressie van een grote groep enthousiaste jonge mensen. Ik ontcijfer dat 8 maart de dag van de  internationale strijd voor de vrouwenrechten is. Dolle Mina’s heette dat in mijn tijd. Ik vind het allemaal prachtig en allemaal best, ze maken mij hier de pis niet lauw.

Trommels begeleiden de expressie en er is een enorme menigte op de been. Het is erg leuk om te zien wat ze uitbeelden en ik geniet volop.

Op zoek naar een lunchplek in de zon kom ik aan tafel met een stel van mijn leeftijd uit Limburg. Errug jonge goden dus. Zij zit in een elektrische rolstoel en ze zijn al vier weken met hun camper onderweg. Eind april terug in Nederland. Hoezo, beperkingen? Doen en gáán! We eten met z’n drietjes, wisselen kennis en ervaringen uit, het is erg gezellig en het is prachtig weer. Wat moet een mens nog meer?

GoogleMaps brengt mij naar de mooie plekken van Murcia. De stad moet een mengelmoes van Arabische, Joodse en Christelijke culturen zijn. Dat gaat samen met een rijk verleden. Maar dat ademt de stad voor mij niet echt uit. Ik zie natuurlijk wel pracht en praal in de kathedraal. Verrek,  dat rijmt. Het meeste is trouwens geroofd in het verleden.

En ik zie best mooie gebouwen.

Maar toch… Er is bijvoorbeeld slechts een beperkt voetgangersgebied. De auto’s, scooters, vrachtauto’s en bussen razen door de overige straten van de stad.

De stank van de stokoude diesels blijft lang hangen in de straten met hun hoge woongebouwen van zomaar 15 verdiepingen hoog.

Murcia? Mwah. Ik ben er geweest.
Ik hoef er niet persé noges heen.

 

Ik pak de bus van 18:00 uur terug. Na 70 minuten hobbelen ben ik weer waar ik de dag begon. Ik  loop langs zee terug. Er staat 17 kilometer op de schoenenteller. Best een relaxed dagje. Ik ga straks een plan voor morgen verzinnen.

Jan Braber, zijn motorfiets moet een kunstwerk zijn

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Laat ik beginnen mij voor te stellen. Jan Braber, woonachtig in Zonnemaire in die altijd weer mooie provincie Zeeland. De familiegeschiedenis heb ik uitgezocht tot 1625 en alle roots liggen in Zeeland. Mijn ouders zijn na de oorlog vertrokken naar Holland –zoals de Zeeuwen dat noemen. Mijn werkend leven heb ik eveneens in Holland doorgebracht, maar al heel snel had ik me voorgenomen bij de eerste beste gelegenheid terug te keren naar mijn thuis -Zeeland.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Zeker heb ik een bromfiets gehad. De eerste was een Typhoon in 1966.
Hij kwam met de boot en de bodedienst uit Brouwershaven, Zeeland. Daar hadden mijn grootouders een rijwielhandel annex huishoudelijke apparaten. Al na een paar maanden maakte een 80jarige boer op een trekker een eind aan de brommer en bijna aan mij. Hij dook plotseling mijn rijbaan op en ik klapte frontaal op de neus van de trekker. De 80 jarige, niet bijster snel met zijn reactie, eindigde met het grote achterwiel van de trekker bovenop mijn met tomaten plukken verdiende Typhoon. Total loss natuurlijk.

De tweede was een Eijsink. Met vijlen en verstelbare sproeiers kreeg ik hem tot 70 km per uur. Uiteraard reden we in die tijd nog zonder helm en geheel op het gehoor. Dat leverde weer veel oei momenten op en weer een crash. Ditmaal gooide de directeur Gemeentewerken in Waddinxveen zijn portier zonder te kijken open. Hij begreep niet waarom hij plotseling met al zijn brieven op de straat lag en ik begreep niet waarom ik op de stoep van het postkantoor weer durfde te kijken. Schaafwonden, kneuzingen en weer een bromfiets total loss waren mijn deel.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Dat moet ergens in de 80er jaren zijn geweest. Dat was de Kawasaki Z650.
Een moorddadig ding. Ik kocht hem bij Sjaak Korteland in Hardinxveld Giessendam. Hij werkte toen nog vanuit zijn schuurtje achter zijn huis.
Ik kwam regelmatig bij Sjaak ook in zijn nieuwe pand. En daar is het magische moment voorgevallen. De uitgang van de zaak van Sjaak was een pad tussen 2 grote panden met van die metalen wanden. Een motorrijder startte daar een motor met het geluid van een bommenwerper. Zware roffel lichtelijk onregelmatig en het wegrijden ging met een oorverdovend prachtig geluid gepaard. Dit was bijzonder, merkte ik en ik rende naar de plek des onheils. Echter het enige wat ik zag was de in het zwart leer gestoken rijder en de groene nummerplaat van Sjaak. Aha, proefrit dus. Mijn besluit was, als het leren pak terugkomt, dan is die motor van mij.
En hij kwam terug. Hij dook met Sjaak het kantoor in. Ik nam een kop koffie en oefende alvast de aankoopstrategie voor de motor waar ik inmiddels op had plaatsgenomen. Een Moto Guzzi Le Mans II. Man man wat een apparaat. En toen kwam het leren pak naar buiten. Sjaak had een pokerface het leren pak glimlachte. Podverdikkeme, wat betekent dat! Ze gaven elkaar de hand en ik hoorde dat de papieren in orde gemaakt zouden worden. Gloeiende gloeiende, mis. Ja zei Sjaak, soms komt er wel eens één op mijn pad. En ik vroeg of ie mij een seintje wilde geven als het zo ver was. Een jawel, een paar maanden later had ik een Le Mans III.

De Proefrit. You love it or hate it. Dat is vrij vertaald wat Sjaak me liet weten. Het is een eigenwijs ding, die graag rechtuit wil. Het zou zo maar kunnen dat je bij de eerste bocht alweer terug komt. Het was wennen, maar ik vond het prachtig. Hier en daar een klap verkeerd en werken op dat ding. Geen allemansvriend.
Ik heb daarnaast nog andere motoren gehad zoals de VFR750, een Honda Hornet 900 en een Guzzi Griso 1100. Intussen verkocht ik nog een keer de Le Mans en daar kreeg ik zo’n spijt van dat ik weer op zoek ben gegaan naar een andere. Ook weer verkocht. Nu rijd ik een caféracer op basis van een Moto Guzzi Le Mans III (Zie foto bovenaan artikel.)

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Nee, ik ben absoluut geen mooi weer rijder. Alhoewel ik moet eerlijk bekennen dat ik nu wel wat vaker naar buienradar kijk.
Ik heb op de motor alle weertypen al wel een keer meegemaakt.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Geen, ik ben zeer tevreden met wat ik heb. Ik zou de prijs liever benutten om een motorvriend uit te nodigen en een reis naar het Kremlin maken. In de karresporen van Napoleon.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Dat was zonder meer een rondreis in Amerika. Met mijn vrouw hebben we een fantastische reis door het “Wilde Westen” gemaakt. 5600 km prachtige natuur, stapels herinneringen, fantastische ontmoetingen in 3 weken op een Harley Road King. Wat een tractor is dat zeg. Ruim 350kg staal, inclusief 2 personen, bagage en benzine ruim 600 kg op 2 wielen. Als het eenmaal loopt op de highway gaat het wel, maar parkeren en in de mountains. Vreselijk.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Zeker, dat is in september 2021 naar Mandello del Lario, daar waar de Moto Guzzi fabrieken staan. Het merk bestaat dit jaar 100 jaar. Daar moet je bij zijn natuurlijk.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Absoluut niet.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Heel veel. Vrijheid, plezier, bijzondere ontmoetingen en het warm welkom in elke groep van motorrijders. Hartelijke vrienden in Noorwegen en ga zo maar door.
Daarnaast is het een enorme stimulans in het creatieve deel van mijn leven geweest. Daar waar ik vaak bezig ben met schilderijen, objecten en allerlei ontwerpen brengt de motor mij prachtige vergezichten, objecten langs de route, bijzondere gebouwen en niet te vergeten de motor op zich.
Wat mij betreft moet alles aan de motor kloppen. Vormgeving, kleur, de juiste wielen, rempotjes, handles etc. Kortom ik kijk ernaar als naar een kunstwerk. De zoektocht is naar de juiste compositie, de kleurstelling en de details.

Ik moet de motorfiets in de woonkamer kunnen zetten en er telkens weer vanuit welke hoek dan ook naar kunnen kijken, zonder dat het saai wordt.
Dan heb je de juiste motorfiets in je bezit. Moet natuurlijk ook fijn zijn om op te rijden.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

De aandachtige lezer heeft al wel uit het verhaal kunnen opmaken dat ik van het jaar 1950 ben.
De vraag doet zich dan voor, hoe lang kan je de motor nog rijden.
Uiteraard is dat afhankelijk van je fysieke en geestelijke gezondheid. We gaan er even van uit dat die nog in orde is. Dan is mijn antwoord: “Heel lang”.
Met de motor ervaring die velen hebben opgebouwd, weten zij precies waar ze wel en niet moeten zijn. De snelheid heb je zelf in de hand. En mocht je motor te zwaar voor je worden, wat let je dan om een lichter exemplaar te gaan rijden.
Kortom: Als motorrijder moet je je altijd aanpassen, wel nu in deze zin ook.
Ik wens elke motorrijder en lezer van deze column heel veel motorplezier. Ik zwaai naar je!

Oh, en wil je wat van mijn kunstwerken zien, kijk dan op www.janbraber.nl

Links rijden, het is even wennen…

In een eerder bericht vertelde we dat we Itchy Boots gaan volgen tijdens haar nieuwe avonturen in Zuid-Afrika. Eenmaal aangekomen is ze meteen op zoek gegaan naar de motorfiets waarmee ze haar reizen weer gaat maken. Zou het deze Honda worden? We rijden even mee met een testrit. Links rijden, het is even wennen…

Oma Broemmmm

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Sherry, 58 jaar, en ik werk in de zorg met ouderen. Vrienden noemen mij Sher en mijn kleinzoons van 1 en 3 jaar noemen mij Oma Broemmmm. Ik ben een Drentse van geboorte en woon tegenwoordig in Zwolle.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Ik heb ooit een blauwe maandag op een witte Puch Maxi rond gecrossed, op het veldje naast mijn ouderlijk huis, ik was toen 15 jaar. Mijn ouders hadden deze gekocht van een buurvrouw voor mijn 16e verjaardag. Maar toen ik eindelijk 16 werd en ik officieel op de weg mocht rijden, wilde ik toch liever zo’n spiksplinternieuwe fiets met versnellingen. Ik had genoeg gecrossed op de Puch, het spannende was eraf!

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motorfiets waar ik af en toe op reed was een Yamaha XS750 van mijn ex-man. Eigenlijk ook weer stiekem, ik had toen nog geen rijbewijs. Kort daarna ben ik gaan lessen en heb ik een Yamaha Dragster gekocht. Daarna was ik een aantal jaren motorloos totdat het weer begon te kriebelen. De kinderen waren wat ouder en ik had meer tijd voor mezelf. Er kwam toen een Suzuki Intruder VS700, waar mijn dochter nu nog op rijdt. Wij gaan dan wel eens samen rijden, heel erg leuk!

De liefde voor Engelse motoren en met name oldtimers, kwam door iemand die Triumph reed en het duurde niet lang of ik reed ook op een oldtimer: een Triumph Tiger 100 uit 1963. Wat een avonturen heb ik met dat ding beleefd! Uitlaten verloren (en terug gevonden) kickstarters die spontaan door midden braken, olie verliezen onderweg, na eindeloos kicken en met het hemd nat op de rug blij zijn dat ik eindelijk de motor aan de praat kreeg om daarna weer af te slaan, … je wil het allemaal niet weten! Het was nooit saai als je met mij op pad ging! Toch heb ik er 10 jaar plezier aan beleefd en toen was het welletjes. Ik wilde het mezelf wat makkelijker maken en zo kwam de Royal Enfield in beeld. Super leuk motorfietsje maar ik miste toch iets. Dat gemis resulteerde in een onlangs gekochte Triumph Bonneville T100.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik ben iemand die van mooi weer houdt, dus ben blij dat de lente in aantocht is. Maar ik laat mij door kou en regen niet weerhouden om te rijden, je kan je er immers op kleden. Maar zodra er pekel op de weg komt, blijft de Bonnie in de schuur!

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Poeh, eerst zorgen voor een ruimte waar ze in zouden kunnen staan. En dan als eerste zou ik een stoere Triumph Truxton kopen, om af en toe even op te scheuren, haha. Dan zou ik nog een oldtimer willen hebben. Zo’n prachtige BSA Goldstar, die kwam dan in de woonkamer te staan!

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Dat was mijn vakantie vorig jaar, heerlijk een week getoerd in Duitsland. Alle weersomstandigheden gehad en veel rijervaring opgedaan.

Maar er is één rit, die ik nooit zal vergeten! Toen ik mijn maatje onderweg kwijt raakte en ik in mijn uppie in de stromende regen vanaf Breda door Antwerpen naar Zeeuws-Vlaanderen moest rijden naar een motortreffen. Zonder navigatie dus “old skool” de borden lezen. Tot op mijn string nat en met m’n rug onder de modder kwam ik aan. Ja, ik was toen best trots op mezelf en wat smaakte dat biertje toen lekker!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Ja zeker, wat het gaat worden weet ik nog niet. Even afwachten hoe het gaat met de beperkingen op het reizen naar het buitenland.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nee hoor, ik ben sinds Januari in het bezit van een gave Triumph Bonneville T100!

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vrijheid (vooral nu tijdens corona) en blijheid, verbondenheid, de kans om ontzettend leuke mensen te mogen leren kennen. Daaruit zijn een paar bijzondere vriendschappen ontstaan.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Niets eigenlijk. Ik hoop dat het een geweldig mooi motorseizoen wordt en dat wij kunnen doen wat wij allemaal graag willen: motor rijden!