Categoriearchief: Coos op Reis

Coos op Reis: SJANS MET EEN KEREL

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Jôh! Het is gewoon droog.

En best veel zon. En nu al 15°.

Het mooiste motorweer van de hele wereld. Gauw op weg gaan maar.

Mijn dag begint natuurlijk met de eindcontrole van de caravan. Om 09:45 uur. Ze hebben een hele todo-list gemaakt. Nondeju. Ze hebben waarschijnlijk geen idee dat mensen hier voor hun vakantie komen. Het lijkt wel een werkkamp. Ik ben hier één dag geweest. Hoe bedoel je, alle ramen zemen?

Mina keurt mijn caravan goed. Ze telt alles. Ik heb niet één eierdopje gestolen.

Ik krijg een briefje mee met de naam van Mina en haar handtekening en een OK. Met dat briefje moet ik naar de receptie. Dan verscheuren zij het briefje waar ik goedkeuring gaf om bij schade 100 euro borg van mijn creditcard af te trekken. Ik denk dat hier een Duitser de baas is en dat hij één vervelende ervaring in zijn leven heeft gehad. Of twee misschien. En toen heeft hij het proces aangepast en er een totalitair systeem van gemaakt. Ordnung muss sein!

Saillant detail: ik voer niets maar dan ook niets van hun todo-list uit. En ik kan zó vertrekken. Hoe bedoel je, wassen neus?

Na mijn ontbijt in het dorp pak ik mijn route weer op. De route leidt mij binnendoor naar La Grande-Motte. Een prachtig stuk natuur. Ik kom langs het strand waar Janny en ik al jaren in mei naar toe gaan. Het ligt tussen Agde en Sète. We parkeren dan de auto altijd exact op dezelfde plek. Hé, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking, toch? En dít is toevallig de mijne. Het is gewoon een goed parkeerplekkie! Ik maak een foto en die schiet ik even naar haar toe. Zij herkent het onmiddellijk.

Ik stuur voor de argwanende lezer het bewijs van de vakantie er voor even mee! Dat je niet denkt ‘die Dr. Oetker lult maar weer lekker wat’…. Ik gebruikte overigens deze foto in een presentatie aan mijn collega’s van het ICT-managementteam bij DAS. Vlak voor mijn pensioen. Leek mij wel leuk. Ik heb mijzelf daarmee onsterfelijk gemaakt. Hèhèhè… Goh, wat mis ik ze toch, daar bij de DAS in Amsterdam…

Ik kom onderweg weer van die roze watervogels tegen, hoe heten ze ook alweer, oh ja, flamingo’s. Als ik dichtbij kom, dan vliegen ze weg.

De route gaat verder en komt door de Camarque. Dat is tegenwoordig een natuurpark. Het is ook een moerasgebied. Bij warmte en windstil weer heb je daar veel last van muggen. Ik vertelde al eerder: de vrouwtjesmuggen vinden mij het allerlekkerste ventje van de héle wereld: ik word letterlijk door ze opgezogen. Gelukkig waait het hard, maar ik blijf nergens lang staan. Het kriebelt overal.

Onze VW Golf uit 1986 (Janny rijdt er nog steeds in!) heeft in de Camarque nog haar bandafdrukken liggen. Daar stonden we, stoffig tussen de natte rijstvelden. Ik denk in de zomer van 1994. En zonder airconditioning in de auto. Sswweten, man! Heerlijk, al die ouwe herinneringen. Zou ik gauw doodgaan of zo, of ben ik gewoon een ouwe sentimentele zak?

Ik kan het niet laten en stop bij zo’n tent waar ze lokale producten verkopen. Ik krijg direct van de patron een alcoholisch drankje aangeboden. Ik bedank vriendelijk en zeg dat alcohol en motorrijden echt niet samengaan. En ook niet al om 11:00 uur ‘s morgens. Ik koop er wel wat lekkere dingen voor onderweg. Met pijn in mijn hart laat ik de bruine rijst uit de Camarque staan. Ik heb er absoluut geen plaats voor. Of ik ….uh …. moet een pak in mijn jaszak stoppen…dat zou wellicht…

Als ik verderop langs de bosjes loop, verstoor ik het zonnebad van wel 20 kikkers. Eén voor één springen ze met een boog in het water, plons-plons-plons.

Ik schiet nog wat meer mooie plaatjes onderweg. Over mooie plaatjes en reizen gesproken: gisteravond keek ik op de laptop noges naar de film Road to Paloma uit 2014. Aanrader! Prachtige plaatjes, prachtige muziek. Mooie road movie.

Onderweg naar Saintes-Maries-de-la-Mer zie ik tientallen prachtige jonge zwartglanzende stieren, in groepen bij elkaar. Schitterend gezicht. Ze verkopen op diverse plaatsen Saucisson de Taureau de Camarque, dus ik roep naar ze: Carpe Diem! Eten en gegeten worden, dáár draait het om in de natuur. En geiligheid. Maar das logisch…

Ik koop bij een supermarkt een gezonde lunch een ga op zoek naar een bankje uit de wind en een prullenbak voor mijn zooi. Dat laatste lukt helaas niet. Maar geen muggen. Ik doe het er voor.

Geen tourroute zonder pontje, roep ik altijd in de motorclub. Dus ik mag voor drie euro met een pontje de Rhône oversteken. Prachtig. Ik ben stapel op rivieren en stroompjes. En het water is wild! Mijn motor staat te steigeren op haar zijstandaard, ik hou haar maar even vast. Dat stelt haar gerust. En mij ook. Een koffer kost 550 euro.

Ik rijd nog langs wat grote havens voordat ik bij Marseille kom. Hier scheuren veel grote vrachtauto’s met enorme roestige zeecontainers als Max Verstappen in het rond. Als idioten! Levensgevaarlijk. En Marseille is een hele grote stad. Lijkt qua verkeer soms bijna op Parijs. Maar Marseille is omgeven door fraaie natuur en heeft mooie boulevards. Ik kom hier zeker noges terug. Mijn boordcomputer geeft 20° aan. En dat is al aardig warm als je in het zonnetje voor een stoplicht staat.

Ik doe met mijn superbrede motorfiets gewoon mee met de gekte van de scooters en de brommers en dender langs de files via de andere baan. Jôh, ik reed acht jaar lang twee keer per dag met mijn motor in de spits over het Maastunneltracé in Rotterdam. Ik snap wel hoe hier de hazen lopen. Tussen de auto’s door, dat kan niet. Daar ben ik te breed voor. Maar ach, de Fransen houden goed rekening met de motorrijders. Heel wat anders dan de Duitsers. Zij gaan lekker aristocratisch op hun voorhoofd zitten wijzen.

Na 19:00 uur vind ik met de ACSI-app in Sanary-sur-Mer een camping en een mobilehome. Snel uitpakken, douchen en wat te eten scoren. Maar éérst een zalig biertje…

Schitterende dag vandaag. Geen druppel regen gehad. Wat een mazzel. En uitstekend motorweer. Heerlijk!

Morgen, op 14 april, word ik 66 jaar. (Dit is het moment van schrijven, de publicaties van de verhalen op ikzoekeenmotor.nl vinden later plaats… Info, redactie) Vanaf die datum krijg ik óók mijn AOW! Dus ik ga vast eens een goed restaurant voor mijzelf uitzoeken…

SJANS MET EEN KEREL

Onderweg staan in de verte wilde Camarque-paarden. Allemaal wit. Als je hier als paard niet wit bent, dan kom je er niet in. Discriminatie op het Franse platteland.

Eén paard is wel heel erg blij om mij te zien…. Kijk maar. Schrijf ik hier net dat de vrouwtjesmuggen mij zo’n lekker ventje vinden, krijg ik aan een hekkie sjans met een kerelpaard…

Coos op Reis: RIJDEN DE KARTS?

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het is vandaag 12 april. (We publiceren wat langzamer dan Coos rijdt dus.) Ik ben op een camping in Marseillan Plage.

Het is bewolkt maar, vooruit, de zon schijnt ook.

Een heel klein beetje. Af en toe… Ze voorspellen ook regen. Wederom honderd procent. Niet minder. Het is tien graden.

Terwijl ik nog heerlijk in mijn warme oranje peentje lig en wat moeite doe om wakker te worden, denk ik aan het zomerpak dat ik voor deze reis bij Damen in Breda op maat heb laten maken. En de zomerhelm van Schubert, die ik bij Molenaar in IJsselstein kocht. En de geweldige zomerhandschoenen van Rukka, die ik bij Goedhart Motoren in Bodegraven vond. Ik ben zooo blij dat ik mijn zomerpak en mijn zomerhelm toch maar thuis heb gelaten. Wat had ik het tot nu koud gehad. Het pak hangt thuis, lekker warm en droog op zolder. Er komen deze zomer nog warme dagen zat. En alle jaren daarna ook, denk ik maar…

Ik help nog even met een camper uit de bagger duwen, maar als hij tot in zijn assen in de prut staat, dan mag van mij de tractor komen.

Het is een kansloze missie.

Ik scoor een prima ontbijt in het dorp en wandel vervolgens door de straten en langs het strand. Het is koud en er staat een straffe wind. Pikdonkere wolken in de verte beloven weinig goeds. Ik durf de beschutting van Marseillan Plage niet te verlaten. Als het later gaat regenen, wordt het ook echt onaangenaam buiten.

Tijd voor een vroege lunch. Maakt niet uit wat en waar, als de kachel maar brandt.

‘s Middags is het op en af. Regen, kou en zon. Het is gewoon een rare dag voor Zuid-Frankrijk. Ik maak mijn kilometers met mijn parapluutje wel, maar het duidelijk geen topdag.

Ik ga gewoon vroeger eten dan normaal. En vanavond een filmpje kijken op mijn thuisbioscoopsysteem. Dat heb ik gewoon meegenomen op mijn motorfiets natuurlijk. Geen enkel probleem. Als je maar niet zeikt over volume en gewicht en zo, dan kan je het jezelf altijd naar je zin maken.

Op advies van de restauranthouder eet ik ‘s avonds een lekkere kip aan een spies, een specialiteit van hem dat hij meenam uit Afrika. Gekruid met de geest van Afrika, zegt hij geheimzinnig. Hij heeft vijf jaar in Congo gewerkt, maar is kortgeleden gevlucht omdat het daar inmiddels niet meer veilig is. Nou, en daar hou ík een lekker Afrikaans kippetje aan over. Heerlijk uitstapje naar Congo. Ook koud en nat daar trouwens.

Hier in Marseillan Plage heb ik het gezien. Er is verder niks, op een enkele crash na dan. Hier moet de zon schijnen en moet het warm zijn. Dan zijn de terrasjes vol. Pas dan klopt het hier. Nu niet. Nu is het allemaal armoede met die regen en kou.

Morgen reis ik gewoon verder. Ik wil mij niet teveel aan het weer binden. In Albufeira is het vast beter weer, maar joh, als het alleen om het weer zou gaan, dan had ik daar ook met het vliegtuig naar toe kunnen gaan, nietwaar?

Ik trek morgen door richting Italië. Tegen de tijd dat ik daar ben, is het weer vast beter. En anders niet. Ik zal morgen ergens in de omgeving van Toulon landen. Dan via Nice en Monaco verder. Ik heb voor die omgeving nog een schitterende stuurroute gemaakt. Maar dan moet het weer acceptabel zijn.

En owja, de beloofde foto’s van mijn paleis voor 50 euro per nacht. Ze zijn hier wel vreselijk zeikerig over hun inventarislijst. Nondeju. Nou, ik heb geen zin om het aantal eierdopjes te tellen, hoor. Ik laat alles gewoon onder dat geheimzinnige kleed staan.

Trouwens. de borg voor de ligstoelen is … 60 euro per stuk. Maar óf de ligstoelen zijn buiten óf ik ben buiten. We kunnen niet met z’n drieën binnen. Dan kan ik daar niet lopen. Dus waar moet ik ze laten? Juist! Buiten! Dat probleem heeft iedereen toch, denk ik? Waarom zadel je daar nou je klanten mee op? Stelletje Spaanse buschauffeurs!

Maar … deze home is compleet mét een gratis flesje rosé. Dat dan weer wel. Huppekee! Ik ga eens kijken hoever ik kom met dat filmpje er bij. Ik ga mijn best doen. Eerst de kachel maar eens aan.

RIJDEN DE KARTS?

Elke familie heeft zijn eigen familiegrappen. Familiegrappen zijn grappen die alleen in de familie worden begrepen. Ik vertelde al eens dat wij binnen onze familie tegen elkaar zeggen: dat doe IK niet, dat doet mijn kwast. Uitdrukking van mijn oude schoonvadertje toen hij met de verf stond te morsen.

Janny en ik hebben natuurlijk weer onze eigen grappen. Bijvoorbeeld grappen over Franse winkels, bakkers, bedrijven, de VVV, de horeca etc. Die zijn namelijk allemaal dicht als wij voor de deur staan. Ze zijn op vakantie, het is 12:00 uur of 13:00 uur of 14:00 uur of weet ik welk tijdstip, er is een sterfgeval of het is weer eens een feestdag of ze hebben die dag gewoon geen zin. Ze zijn gesloten – closed – fermé. Hatsekee!

Enfin, al meer dan 10 jaar komen we in de vakantie bijna dagelijks langs de karting van Marseillan. Vandáág is hij open, zeggen we dan tegen elkaar. Eerlijk waar. Wedden dat er nu karts rijden? En als we dan voorbij rijden, dan wapperen alle vlaggen, maar … ligt de karting er verlaten bij. Er rijden geen karts. Niet ééntje. ..

Maar vandáág…. KUT!
Jammer dat Janny geen Facebook heeft. Ze zou het niet geloven…

Coos op Reis: WATER BIJ DE WIJN

Klik op deze foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het regent pijpenstelen. Grote druppels kletteren keihard op mijn plastieken dakkie. Honderd procent kans op regen, voorspelden ze gisteravond. Gatver, daar is geen reet aan. Het is grauw en grijs en slechts zes graden. Er is geen ontsnappen mogelijk. Of zal ik de wekker nog even….

Ik zit hier op een camping op 500 meter hoogte en kijk tijdens het ontbijt al tegen de onderkant van de wolken aan. Mwah, hoger hoef ik vandaag niet. Maar ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. En de regen is goed tegen de pollen! Vandaag ben ik aan de beurt met het pokkenweer. Jammer. Regenpakkie aan en gaan met die banaan.

Ik praat tijdens het ontbijt met een jonge Argentijn. Leuke, vrolijke vent. Hij komt een half jaar door Europa fietsen. Een half jaar! Baas boven baas, hè? Hij wacht de regen af. Nou…. díe duurt nog een poossie…

Ik start mijn motor, verlaat de Pyreneeën en ga op weg naar de Middellandse Zee. Vanwege de regen kies ik er voor om wat meer gebruik te maken van de doorgaande wegen.

En ik heb een missie! Vandaag wil ik scoren: het mij geappte middeltje tegen de pollen van mijn privé dokter Hans den Ouden, een volle tank benzine, antischeurbuikfruit en Frans water in een fles uit de supermarkt. Onder Breda drink ik geen water meer uit de kraan. Spuitpoep en motorrijden door velden en over wegen gaan slecht samen.

Na 20 km is het droog en na noges 10 km is zelfs de weg droog. Nou, daar rekende ik echt helemaal niet op.  Wat een onverwacht genot.

Ik moet weer wennen om de rotondes hier in Frankrijk ‘netjes’ te nemen. Heel goed mijn richting aangeven en heel goed voorsorteren. Ik heb dat in Spanje volledig afgeleerd. In Spanje ‘overleef’ je op een rotonde. Een rotonde is daar een jungle. Het gevaar komt van alle kanten. Elke Spanjool doet waar hij zin in heeft. Bijna niemand geeft richting aan. Levensgevaarlijk als ze het wél doen. Naar rechtsaf richting aangeven en gewoon naar links gaan? Geen enkel probleem. En niemand die het raar vindt. Rechts rijden om later links af te gaan? No problemo. Zelf gaf ik in Spanje geen richting meer aan. Allebei mijn handen aan het stuur en ook achter en naast mij kijken. Voorsprong vergroten, ruimte maken en zo snel als kan weer van die rotonde af. Zo recht mogelijk oversteken, want ze zijn spekglad. Maar in Frankrijk doe ik het inmiddels wel weer netjes.


Het is zonet weer gaan regenen. Vollebak! Dikke plassen op de weg. Ik drink een hete kop koffie in Mirepoix. Mirepoix is een oud plaatsje in het departement Ariège, in de regio Midi-Pyrénées, in de buurt van Carcassonne. Mirepoix staat bekend als een prachtig vestingstadje met één van de mooiste middeleeuwse pleinen in het zuiden van Frankrijk. Dit plein wordt omringd door vakwerkhuisjes, waarvan de eerste verdiepingen zijn gebouwd op houten overkappingen. Ik zit onder zo’n afdak op dat prachtige plein met haar stokoude huizen.

Ik krijg een speculaasje bij de koffie. Altijd gedacht dat het typisch Nederlands was.

Een stukje verderop zit een apotheek en ik scoor daar het middel van Hans.

Als een junk neem ik al in de winkel gelijk een diepe snuif. Cocaine in my brain!

 

Ik vervolg mijn route. Er zit al een poos zo’n klein pestautootje achter mij. De ene keer zie ik haar honderd meter achter mij in mijn spiegels, de andere keer zit ze met één meter bijna op mijn rug.

Ze is net zo’n pestvlieg. De dame zit van alles te doen in haar auto en ik zie dat ze niet geconcentreerd aan het autorijden is. Ik mag hier 90 en ik rijd bijna 120 km. Dat is vooral niet tuttig en ik moet ook een beetje op de gendarmerie letten natuurlijk. Verderop zie ik dat een tegemoetkomende auto gaat afslaan en mijn baan gaat  oversteken. Ken jij ook die situaties die al van tevoren niet goed aanvoelen? Nou, dit is er zo eentje. Het stinkt naar de misdaad. Blijft de afslaande auto daar straks staan om op mij te wachten? Of zit daar ook iemand in die druk is met andere zaken? De tuthola zit heel kort achter mij en doet iets in haar dashboardkastje. Teringjantje, wat word ik hier chagrijnig van. Ik zit helemaal in de sandwich. Ik kan geen kant op. Ik zwiebel een beetje links en rechts op mijn baan om mijn zichtbaarheid te vergroten en kies vast een vluchtroute naar het open veld links. De auto blijft gewoon op mij wachten, hoor. Het loopt goed af. Ik bal mijn vuist naar de dame achter mij, geef gas en vlucht met 150+ bij haar vandaan. Stomme doos!

Bij Carcassonne zie ik rechtsachter een lichte lucht en wat zon. Ik eet bij een bakker even een quiche lorraine onder een luifeltje. Wie weet haalt de zon mij in? Je moet een beetje positief blijven denken, niet waar?

De zon komt niet, dus ik vervolg mijn weg. Maar het is wel weer gestopt met regenen.

Ik dender over een heuvelachtige weg. Op een bord staat het plaatsje Pouzols-Minervois aangegeven. Het duurt een paar seconden voordat het kwartje valt. Maar dan weet ik het. Ruim tien jaar terug stonden Janny en ik daar met de caravan op een camping L’Etoile d’Oc bij de Nederlanders Elisa en Franklin. Lekker rustig plekkie, weinig hectiek. Heerlijk gegeten in hun restaurant en goede gesprekken gehad met een paar glaasjes wijn. Zeer aardige mensen met een sociaal bewogen leven en een duidelijke eigen mening. En hij kon vreselijk lekkere steaks maken. Zij werkten hard op hun camping maar waren gefrustreerd omdat ze door de gemeente en dorpsgenoten werden tegengewerkt. Zij waren ‘de buitenlanders’. Erg jammer dat hun dromen de mist in zijn gegaan. Elisa en Franklin, waar jullie ook zijn: leef blij en gelukkig!

Ik besluit om even te gaan kijken wat er van de camping over is. Nou, ziehier een voorbeeld van een droom die uiteengespat is. Er staan zelfs nog oude verweerde caravans en het zwembad is compleet verdwenen onder het groen. Wat een narigheid. Ik moet er echt even een kwartiertje van bekomen.

En de wifi doet het daar trouwens ook niet meer. Das helemáál kut.

Nog een vijftig kilometer verder, en ik ben er. Nu zit ik op camping Nouvelle Floride in Marseillan, Languedoc-Roussillon, aan de Middellandse Zee! Yeah, ik ben het Ibirische schiereiland helemaal rond. Weet je wat? Ik maak er een feestje van. Weliswaar vanavond niet met kaviaar, maar wel met lekkere mosselen en veel groenten. Heerlijk!

Morgen nog wat andere foto’s van onze slaapplek. Mijn Beemer staat onder een tropisch afdakje. Vindt zij fijn, jôh! Dicht tegen de caravan aan, beschut tegen de regen en de wind.

Ik heb haar vanmiddag weer lekker in bad gedaan, alle modder van haar zachte huid verwijderd, helemaal afgesopt en alle geheime gaatjes en kiertjes heerlijk met warm schuim afgespoten.

En nu hoor ik de zee in mijn plastieken hutje keihard bulderen, zo dicht zit ik bij mijn favoriete strand! Ik zou trouwens ook zo maar een kind van mijn schoonmoeder kunnen zijn, hoor. Zij was ook helemaal stapel van zee. Ach, ze is in 2018 overleden. Ze is ruim 50 jaar mijn schoonmoedertje geweest.

WATER BIJ DE WIJN

Er is zóveel regen gevallen! Niet normaal. De wijnstokken staan letterlijk in het water. Nou weet ik hoe ze het doen….

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!

Coos op Reis: ZE HEET WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR

(Aflevering 41 in onze serie “Coos op Reis”)

Het is bewolkt maar droog. Nu nog wel. Het is 12°. Mijn nieuwe banden zijn gelukkig ingereden. In Nederland geeft Sabra Motorbandenservice na montage van nieuwe sloffen altijd het advies mee om de eerste honderd kilometer ff rustig aan te doen. In Italië kregen mijn vriend GerritJan en ik ooit het advies om de eerste vijf kilometer rustig aan te doen… We moesten namelijk gelijk de bergen in. Toen we weer bij het hotel arriveerden waren ze inderdaad ingereden. In Spanje vertelden ze mij niks. Zoek het lekker zelf uit. Zoiets.

Ik rijd nog één keer met de motor naar het gezellige haventje. Voor mijn laatste ontbijt. Terwijl ik geniet van de lekkere broodjes, geniet een groep mensen zichtbaar van mijn motor. Ze maken er zelfs foto’s van. Ze vinden het prachtig als ik ook van hun tafereel een foto maak.

Monter vang ik de reis aan. De eerder ‘geplande’ route gaat aan de Spaanse kant door de Pyreneeën en dan bij Andorra de grens over. Het weer is daar echter veel te slecht. Daarom heb ik vannacht besloten om de route te verleggen. Het doel voor vandaag is nu Pau in Frankrijk. Het nieuwe plan is om dan de kust af te gaan richting San Sebastián en bij Irun de grens over te steken om daarna aan de Franse kant verder langs de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te reizen. Ik vind het goed plan. Ik wil ook tijdens mijn reis altijd een rode draad hebben. Prima om er dan onderweg van af te wijken. Ik ben maar een heel klein beetje autistisch, hoor.

Het eerste stuk van de dag begint droog. Vervolgens klim ik de bergen in en gaat het zachtjes regenen. Ik ben eigenwijs en besluit om mijn regenpak nog ff niet aan te trekken. De route brengt ons immers zo weer naar de kust. Ik krijg spijt. De weg slingert verder omhoog en de regen komt met bakken naar beneden. Het hoost! Mijn Stadler motorpak wordt nat en koud…. Stom! Maar de wegen zijn smal en erg avontuurlijk. Ik zit er toch van te genieten.

Ik stop in een dorp voor een dubbele expreszo. Als ik weer vertrek, dan is het droog. Dat is mooi, want dan zal mijn motorpak snel droogwaaien. Als het een poos later weer gaat dreigen, ben ik verstandiger en trek bijtijds mijn regenpak aan.

De kustroute is prachtig. De ene keer rijd ik een meter boven zee, de andere keer driehonderd meter. De uitzichten zijn fenomenaal.

Ik steek de monding van de rivier de Deva over en rijd Deba binnen. Het  is een wat grotere stad met fraaie gevels van oude gebouwen. Ik gluur daar ook even naar een bijzonder grillig en rotsachtig stuk van de kustlijn. Voor onderweg koop ik er drie broodjes met tapas en een flesje cola met een kroonkurk. Een kroonkurk is geen probleem, want een echte motorrijder heeft natuurlijk een goede flesopener bij zich…

Ik kies weer voor een stuk kustweg. Ik kan het niet laten. Het is een onbedwingbare behoefte om de zee te zien en het zoute water te ruiken. Wat een genot om hier te zijn. Het is prachtig. Kort daarna trek ik weer wat het binnenland in om vervolgens San Sebastián in te rijden. Dat lijkt een beetje op Knokke. Allemaal hoge, statige gebouwen aan de zee. Mooi gezicht.

Ik vervolg mijn weg weer richting Irun en vind een mooi plekje in een bergdorpje voor een mok koffie. Op dat moment heb ik al zes (!) roofvogels gezien. Ik zie ze boven én onder mij. Fantastisch. Maar ik zie onderweg ook loslopende koeien, wolkenflarden die heuvels bedekken, bergen van goudgeel gras, water dat een weg zoekt, borden met 1100 meter hoogte en peilloze dieptes zonder vangrail.

Bij Irun steek ik de grens over en start mijn zwerftocht door het Franse deel van de route. Pas vrij laat zoek en vind ik een mooie overnachtingsplek in Tardets-Sorholus, Frankrijk.

Ik zit nu in een tuinhuisje van Hans & Grietje op een camping. Zo’n soort tuinhuisje als in die ouwe serie van Van Kooten & De Bie uit de jaren tachtig. Weet je nog? Over Ir. Walter de Rochebrune? Hij was een non-actieve mijnbouw-ingenieur die in onmin met zijn moeder in haar tuinhuisje in de tuin leefde en haar nooit meer sprak. Hij noemde zijn tuinhuis al 14 jaar zijn denk-laboratorium. Sinds de sluiting van de mijnen werd hij op zijn 41e jaar kluizenaar. Zijn vader had in 1935 een houten kubus uitgevonden, maar kwam in 1942 in Stalingrad om het leven. Zijn moeder had de kubus in 1945 bij het vuilnis gezet en dat vergaf Walter haar nooit. Walter probeerde een aantal paradoxale kwesties op te lossen en stuurde deze oplossingen naar de wereldleiders, maar kreeg nooit bericht terug… Zoek maar met Google. Erg leuk.

Dit tuinhuisje kost € 45 per nacht. Zonder factuur. En ik krijg ook nog een halve fles Monbazillac uit 1996 kado. Maar das een dessertwijn. En ik heb geen ijs hier, dus die laat ik maar staan.

Kortom: de regen viel vandaag achteraf wel mee. Een paar uurtjes en toen klaar. En ik ben Spanje uit. Regen en Spaanse wegen is een drama. Ze zijn vaak spekglad. In Frankrijk voel ik dat de banden veel meer grip op de wegen hebben.

Nou ja, ‘t is hier maar voor één nachtje. Er is hier weinig te doen. Wel grappig. Morgen reis ik verder. De madame roept vanaf de overkant: “La cuisine du restaurant ferme à 20h30. Vous n’êtes pas ici en Espagne, monsieur!” Precies over de brug kan ik nog net bijtijds een restaurant vinden.

ZE HÉÉT WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR….

….en natuurlijk staat ze op de foto…..

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.

Coos op Reis: VERS MAALTJE VIS

VERS MAALTJE VIS

Vandaag publiceren we het 39e verhaal van onze motorreiziger en verhalenmaker Coos van der Spek. Coos reisde  na zijn pensioen (voor Corona tijd) een 3-tal maanden door Zuid-Europa. Wij zijn op 9 februari begonnen met publiceren dus het “uitzenden” van de verhalen in onze serie “Coos op Reis” zal bij ons wellicht tot ergens in juli duren. We genieten wat langer door dus. Coos rijdt niet alleen wat rond. Coos luistert naar mensen, maakt overal en altijd vrienden, deelt zijn passie en verzamelt verhalen…  Enfin, laten we naar Coos luisteren: 

Het is 6 april. Ik ben in Mundaka, aan de noordkust van Spanje.

Ik heb sinds gisteren spiksplinternieuwe Spaanse banden, maar toch ga ik lekker naar het strand wandelen. Het is strakblauw en de weervrienden beloven 23 graden. Dat ga ik meemaken! Ik neem mijn draagbare Helinox stoeltje en e-book mee.

Voor mijn ontbijt moet ik werken: éérst de berg naar het dorp op wandelen voor de supermarkt. Dat jullie niet denken dat ik hier een luizenleventje heb, hè? Het valt soms echt niet mee. Soms dan, hè…. soms…. nou ja, heel soms dan….

Ik heb de laatste weken zoveel gelopen, dat mijn wandelsokken versleten zijn.

De gaten zitten er in. Natuurlijk heb ik nog een paar extra wandelsokken bij mij. Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je …..

Het strandje van Mundaka valt mij tegen. Ik vind het niks. De provinciale weg gaat bijna over mijn hoofd, de kleur van het zand staat mij niet aan, er liggen hondendrollen, ik vind het water een beetje laf en er staat een vals windje. Nou, veel meer commentaar heb ik niet op dat KUT-strandje, geloof ik.

Ik wandel nog een stuk door de omgeving en verzamel vast wat materiaal voor The Catch of the Day. Anders durf ik niet naar bed vanavond.

Verderop in het dorp vind ik een trap naar zee, met een extra stukje beton. Voor mij, denk ik. En helemaal prima voor mijn opvouwbare stoel. Uit de wind, zicht op het water en een lekker rustig plekkie om een boekje te lezen. De koning te rijk.

Ik zit er de hele middag. Ik moet er nu nog van gapen: A Lazy Friday Afternoon.

Ik sluit de vrijdagmiddag in het dorp af met een biertje en een schoteltje olijven, lekker tussen de vreselijk lawaaiige locals met hun ontiegelijk drukke blèrende koters, op een heerlijk intiem pleintje met oude, schaduwrijke bomen, aan de haven bij de zee. Een heel apart en aangenaam sfeertje. Hier ontmoeten de dorpsgenoten elkaar aan het einde van de werkweek. In Mundaka is geen reet te doen en dat is precies
haar charme.

Het restaurant bij de camping heeft in de wijde omtrek een meer dan uitstekende naam. Ik besluit om daar te gaan eten. Het is zo’n restaurant waar ze tussendoor de kruimeltjes brood van je tafellaken komen vegen. Ik voel mij altijd snel overal thuis, maar helemaal in dit soort restaurants… Lekker jôh. Ik geniet altijd erg van luxe.

Een groot bord houdt haar gasten bij de ingang tegen: het restaurant gaat pas om 21:30 uur open. Als je sjiek bent, dan moet je je ook sjiek gedragen, nietwaar? Alleen werkvolk heeft eerder honger. Die hebben immers hard gewerkt. Zoiets…

Ik ben te vroeg, dus ik bestel een kopje koffie en ga aan een tafel in de bar vast aan mijn reisverslag knutselen. Anders krijg ik van mijn vrienden op mijn kop.

Even vóór 21.30 uur verwijdert de manager met een theatrale zwaai het bord en gaat vol verwachting bij de trap staan wachten. Ik heb nog genoeg aan mijn verslag te knutselen, dus ik blijf nog even aan mijn tafel zitten. En ik vind het wel grappig om hem te jennen natuurlijk.

De manager draalt eerst wat in het rond, maar komt dan toch naar mij toe en nodigt mij uit om naar het restaurant te komen. Met een theatraal gebaar toon ik hem de klok van mijn iPhone. Het is 21:29 uur. Dat is mij nog te vroeg…. Whoehaaa…! Echt gebeurd.

We schieten allebei in de lach en zijn gelijk vrienden. Binnen praten wij geruime tijd over het Baskenland en de Basken. Hij vergelijkt het met Ierland en ik vergelijk het met Friesland. Dat zijn ook van die deugnieten… Het bommengooiensmijttijdperk in Baskenland is al lang voorbij, beweert hij. Maar echte vrienden worden ze echter nooit.

Als ik vraag hoe het komt dat de Basken een lichtere huidskleur hebben dan de Spanjaarden in het zuiden, dan vertelt hij mij lachend dat het komt omdat de Basken altijd aan het werk zijn en de Spanjaarden tijd hebben om in de zon te zitten. Ik moet zoooo lachen. Het is ook overal hetzelfde.

We praten over motorfietsen. Hij knalt met zijn crossmotor al tien jaar daar in de buurt door de natuur. De politie laat dat oogluikend aan de bewoners toe. Vaak hebben ze met elkaar op school gezeten of komen ze uit hetzelfde dorp. De manager is bezig om van een BMW K100 een soort caféracer te maken. Een erg bijzondere combinatie in mijn ogen.

Ik hoef de door mij bestelde tien jaar oude port niet te betalen. Invitación, staat er op de rekening. Krijg ik kado van hem. Dat is leuk. Een goeie Bask!

Mooie dag. Geen reet gedaan. Schaamteloos geleefd. Ledigheid is des duivels oorkussen. Nou en?

VERS MAALTJE VIS

Ik zit dus op mijn stukje beton in de zon mijn e-boekje te lezen. Blijkt het helemaal niet mijn stukje beton te zijn!

Ik hoor iemand achter mij zingen en er stapt geroutineerd een gebronsde Spanjaard in een zwembroek voorbij. In zijn ene hand heeft hij een duikbril en zwarte zwemvliezen en in zijn andere hand een lange stok met twee ijzers aan het einde en een groot mes. Hij trekt zijn zwemvliezen aan, schuift de duikbril voor zijn ogen en zonder een halve seconde te aarzelen duikt hij het steenkoude water van de oceaan in.

Tien minuten later stapt hij weer op de kant met twee grote vissen. Zo, lekkere verse en gratis vis voor vanavond, zingt hij in het Spaans….

Teringjantje, wat een mooi leven heb je dán…!

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Coos op Reis: ALTIJD NATTE SOKKEN OF NOOIT MEER SEKS?

Ik ben in San Vicente de la Barquera. Het is best wel bewolkt, maar ik zie tegelijk een zonnetje. Het is nog fris. Het is ook ietsje vroeger dan normaal: ik sta vandaag zelfs vóór half tien al buiten op mijn terras, schoon, geknipt en geschoren. De wind komt onbarmhartig over de baai aanwaaien. De jongens van het weer voorspellen regen. Ik trek echter boordevol vertrouwen mijn sexy afritsbroek aan en, met factor 50 op mijn kale knar en een trui om mijn bast, scoor ik een riant ontbijt op de camping.

Vandaag maak ik een strandwandeling. Zo’n ruim 20 kilometer staat op het programma. Net als gisteren verrast de warmte aan het strand mij. Het zonnetje schijnt en er dreigen donkere wolken. Niks van aantrekken. Gewoon doen alsof je gek bent. Mwâh, dat lukt mij altijd aardig…

Ik zie de lokale vissersboten tussen de pieren door de haven in file binnenkomen. Zouden ze dat zo van tevoren met elkaar afspreken? Via radiocontact? Of wordt het gewoon eb en hebben ze weinig keus, vraag ik mij af? Ook alle surfers verdwijnen als bij afspraak uit het water. Maar die gaan vast even koffiedrinken en opwarmen.

In de verte hangt een bijzondere mist boven zee en een intensief hel licht boven het strand. Erg fraai om te zien.

De mensen kijken mij op het strand een beetje raar aan. Zou het soms komen omdat ik mijn afritsbare pijpen in mijn sokken hebt gestopt? Daarmee krijg ik een soort klompvoeten. Ik trek ze maar even uit, geloof ik…

Aan het strand vind ik drie piepkleine zoetwaterwatervalletjes (woordwaarde?). Best bijzonder, maar ook wel logisch met al die besneeuwde bergen achter mij. Het water moet ergens heen.

Halverwege mijn wandeling tref ik, in een verstild dorp, een terras aan met een luifeltje en, op de menukaart, een lekkere salade met tonijn.

Ondertussen valt de eerste bui van die dag. Ik blijf droog. Je moet natuurlijk ook geen luifeltjes voorbij lopen als er donkere wolken aankomen. Want dan ben je een sufferd…

Achteraf valt de regen die dag wel mee. Rond zessen gaat het echter los en wordt het koud. Maar dan zit ik reeds in een café, warm en droog aan de expreszo. Geen koffietjes voorbijlopen als er donkere luchten aankomen…

Op advies van de app TripAdvisor (!) kom ik bij het verstopte restaurant Boga-Boga. Van tevoren bedenk ik dat, als hun buitendeur dicht (koud!!) is en er geen televisie aan staat, ik dáár ga eten. Het komt allemaal uit zoals ik hoopte. Lekker warm en een oase van rust. Ongevraagd krijg ik, als amuse, een grote kop dampende vissoep. Heerlijk. Mijn hoofdgerecht, aan de lijn gevangen heek met grote garnalen in twéé teentjes meegebakken knoflook, komt borrelend van de kook in de olijfolie in een ovenschaal aan tafel. Ik kwijl er een beetje van. Er zit acht uur tussen mijn lunch en diner, dus ik lust wel iets.

Heerlijk gegeten daar. Toptent. Aanrader.

Het was een mooie, sportieve dag. Het weer viel erg mee. Geen parapluutje nodig gehad. Wel koud aan het einde van de dag. Brrr…

Morgen stap ik weer op de motor en reis ik verder. Naar Bilbao. Daar heb ik een BMW-dealer gevonden die een set nieuwe motorbanden kan monteren. Teringjantje, ze kosten 350 euro. Tóch weer duurder dan bij Sabra Motorbandenservice in Alblasserdam, die blijft de beste en de goedkoopste, maar in dit geval toch ietsje te ver weg…

ALTIJD NATTE SOKKEN AAN OF NOOIT MEER SEX?

Het strand lijkt dood te lopen, maar als ik de voetsporen van iemand volg, dan vind ik, via wat rotsblokken, toch een doorgang naar een nieuw breed strand.

Op de vloedlijn liggen enorme stukken vervormd hout, die daar door een woeste storm een keer zijn neergesmeten. Vlak voordat het volgende strand eindigt, zie ik een kiezelweg omhooglopen. Dáár wil ik heen! Vraag mij niet waarom. Ik wil het.

Ik moet dan echter over een stuk strand met hele grote stenen. En alleen maar stenen! En net als ik met twee wiebelige spillebenen wijdbeens op twee spekgladde stenen sta, rolt een extra hoge golf mijn gebied in. Ik hoor het water achter mij ruisen. Ik hoor het aankomen. Ik durf niet om te kijken, want dan val ik vast. Springen is geen optie. Dat is paniek en dan breken er botten. Ik kan alleen maar duimen dat ik hoog genoeg op die twee stenen sta. Het water komt en komt ….uh…jammer… ik sta NIET hoog genoeg! Het water komt tot mijn enkels. Kut. Twee natte zeikerds.

De Volkskrant presenteerde in 2014 een boek over dilemma’s. Er is zelfs een Facebookpagina van: Dilemma op Dinsdag. Dilemma’s zijn onaantrekkelijke alternatieven. Dan moet je bijvoorbeeld kiezen tussen “altijd natte sokken aan of nooit meer sex”.

Klote, heb ik weer, ik heb nu ff allebei…

DE KEUKEN

Owja, ik ging jullie nog iets vertellen over de keuken in mijn huis.

Ik was gisteren eigenlijk al een paar uur in mijn nieuwe huis. Ik mistte iets, maar ik wist niet wat. Toen ik echter een glas water uit de kraan in de badkamer stond te tappen, wist ik het: verrek, ik heb nog helemaal geen keuken gezien. Een keuken mis ik natuurlijk niet gelijk, omdat ik nooit kook. Maar … ik heb ‘m gevonden. Ik was er al vijf keer langsgelopen. Briljante oplossing! Zooo leuk!

Zie de foto’s in The Catch of The Day