Dolf Peeters: EEN LEASELUL

Tussen de files doorboemelen scheelt reistijd. Je maandagochtend kan niet meer kapot als er opeens een stuk of twintig auto’s naar links en rechts uitwijken om ruimte voor je te maken. Mozes moet even blij zijn geweest toen de Rode Zee zich voor hem opende. Maar soms gaat het minder. Een leaselul zet zijn iets te dikke Audi pal voor me. De lul zoemt zijn raam omlaag en middelvingert me. Ook een tweede inhaalpoging wordt afgeblokt. Weer die vinger. Dan komt de file tot stilstand. Ik jiffy mijn motor en klop op het raam van de leaselul. Die heeft een gezicht dat me vaag aan zapmomenten op tv herinnert. Lulmans kijkt strak voor zich uit. De file rijdt een meter of tien verder. Ik stap weer af en ga weer op zijn raam kloppen. Dat gebeurt nog een keer. Dan wringt de leaselul zich over de rechterbaan de vluchtstrook op en verdwijnt. Een kilometer of drie verder staat hij aan de kop van de file. Afgevangen door de politie.

Ik zet de motor neer en meng me in het gesprek tussen agent en leaselul. Zeg dat ik een aanklacht wegens poging tot doodslag wil indienen. Er stopt nog een auto op de vluchtstrook. Daar komt een leaseridder uit. Die stelt zich keurig aan de agent voor en zegt dat hij heeft gezien hoe de leaselul tot twee keer aan toe probeerde deze – een los duimgebaar – motorrijder van zijn motor te rijden. Kijk, dat is tekst. De leaselul wordt wat hysterisch. De agent vindt dat de zaak interessant wordt. We worden uitgenodigd in het busje te gaan zitten. De leaselul is laaiend. Of we trouwens wel weten wie hij is? De leaseridder kijkt hem bloot aan. “Als je zelfs al niet meer weet wie je bent, dan moet je zeker niet gaan sturen.” Lulmans maakt de fout door de agenten  fascisten te noemen. Dat is een woord waar heel veel spelfouten mee worden gemaakt in het Nationaal Dictee. Maar de agenten weten wat het betekent. De overeenkomst tussen inhalen over de vluchtstrook en de politie uitmaken voor fascisten? Het is verboden omdat het niet mag. In het knusse busje is het nu vier tegen een. De aanklacht tot poging tot doodslag wordt opgeschreven. De ene agent vraagt waarom ik telkens stopte om op de BN’ers ruit te tikken. Ik zeg dat ik hem voor zijn bakkes wilde meppen. De agent kijkt me aan met ogen die alles al gezien hadden. “Dat snap ik. Maar dat mag ook niet. “ Lulmans loeit dat hij bedreigd wordt en dat de politie het tegen hem gerichte geweld aanmoedigt.” Een agent zegt dat hij ook nog even mag blazen. De leaseridder en ik mochten weg. Bij het afscheid tikte ik ter hoogte van Lulmans nog even op het raam. Want vier keer is scheepsrecht. Toch? En als ik hem al zappend weer eens op de buis zie, dan loop ik naar de tv. En tik ik op de beeldbuis. Dat is een mooi ritueel.

Dit verhaal is gescheven door Dolf Peeters. Wil jij meer lezen van Dolf?

Hier kun je zijn boek Mannen, motoren en (wat) meisjes bestellen.

Jaja internetters, een boek. Zo’n stapel met bedrukte papieren pagina’s waarin je lekker kunt lezen zonder dat er een batterijtje gaat knipperen. Het boek kun je bestellen via deze link, of door op de afbeelding te klikken.

Delen op

2 gedachten over “Dolf Peeters: EEN LEASELUL”

  1. Whoehaaa! Al had het vandaag de héle dag geregend, mijn dag is nu al retegoed! Prachtig verhaal en goed voor elk jongensboek…🤣

  2. Grappig en idd vaak zo waar. Ik in de file, jij ook in de file schijnt de gedachte van dit soort mensen te zijn. Eind goed, al goed. Mooi verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *