Categoriearchief: Motorboeken en motorverhalen

36 Oranjesteden in 21 Dagen

Tom Boudewijns lanceert zijn nieuwe boek:  “36 Oranjesteden in 21 Dagen”.


Het is een interessant leesboek met 171 pagina’s, een must voor de motorrijder, automobilist en fietser, want je gaat met 21 toertochten 36 Oranjesteden in Nederland en Duitsland op je eigen manier beleven. 
Je bezoekt historische plaatsen, waarvan je waarschijnlijk het bestaan nooit geweten heeft. De tochten voeren je niet alleen over kleine verharde wegen door Nederland en Duitsland, maar ook door “36 Oranjesteden”.

Het boek bevat foto’s, tips, routekaartjes, hotels, campings, vermelding van bezienswaardigheden en GPS bestanden voor navigatie met Garmin, TomTom, iPhone enz. Deze bestanden zijn gratis te downloaden als GPX en GPX track.

Het boek is te koop in “Volledige Kleur” voor € 24,95 via:
ISBN 9789464430554.
//www.boekenbestellen.nl/boek/36-oranjesteden-in-21-dagen-nederland-en-duitsland-voor-motor-auto-en-fiets

In ”Zwart/Wit” voor € 14,95 via
//www.boekenbestellen.nl/boek/36-oranjesteden-in-21-dagen-nederland-en-duitsland-voor-motor-auto-en-fiets-zwartwit

Voor meer informatie kunt je kijken op deze website.

Ton sleutelt bouwt verder aan Royal Enfield

Ton Eppenhof ruilde een paar maanden geleden zijn prachtige oude BMW in op een splinternieuwe Royal Enfield Interceptor. Hij houdt deze motorfiets behoorlijk origineel, maar past hem graag aan naar zijn eigen wensen. Zo schreef onze motorcolumnist ons eerder al over het zoeken naar motortassen en topkoffer. Bagagerek en valbeugels kwam in eerdere artikelen aan bod. In dit verhaal schrijft hij ons over het aanpassen van zijn motorzadel en de vering.

Eind oktober had ik weer een paar kleine aanpassingen gedaan. Voor op de motorfiets heb ik een Philips X-Treme vision lamp gemonteerd en mijn achterlichtje achter vervangen. Het lampje achter was niet nodig maar misschien zit er zo’n lampje in wat kwalitatief ook niet bijzonder is. Maar die lamp aan de voorkant is een gigantische verbetering. Ze zijn niet goedkoop, maar het werkt wel.

Half november kwam mijn premium comfort zadel aan. Precies wat ik verwacht had. De montage was hooguit 10 minuten werk. Het heeft even moeten duren maar uiteindelijk zit het zadel erop. Het zadel past mooi bij de kleuren van de motorfiets en zit gewoon perfect. Als je versleten tussenwervelschijven hebt, dan moet je de druk op het staartbeen van je ruggengraat proberen te voorkomen. Daarom kocht ik dit zadel. Het schuim is gelukkig niet zo zacht; je zinkt er minder in weg. Het is tevens iets breder waardoor je meer steun krijgt. Het zadel is aan de voorkant bekleed met een anti slip materiaal en het is aan de achterkant tevens wat hoger waardoor je ook daar wat steun krijgt. Maar toch heb je nog iets aan schuifruimte voor als je wil verzitten. En tussen het schuim en het zadeldek zit tevens een 3d netting waardoor doorzitten niet zo gauw een probleem moet zijn.

De koppelingskabel is nog steeds niet binnen gekomen en ik heb besloten dat ik de gaskabels ook ga vervangen. Dan is alles perfect aangepast. De remleiding is goed en die ga ik ook niet verleggen. Vandaag ook nog eens contact gemaakt met Hagon in GB. Kijken of ze toevallig toch voorvorkveren leveren. Helaas kan Hagon geen voorvorkveren leveren en ondertussen heb ik dus mijn keus gemaakt. In de voorvork monteer ik de Hyperpro veren. In combinatie met een dikkere olie 15W moet dit een flinke verbetering geven.

De gaskabels bestelde ik bij bij Hitchcocks Motorcycles GB en die kwamen snel binnen. Met dank aan DHL. Met alle bijkomende kosten en verzendkosten waren ze erg duur maar de kabels hebben wel een nylon coating dus deze hoef ik niet meer te smeren met olie. Heel af en toe wat WD40 is schijnbaar alles wat nodig is. Zo zie je maar weer dat een stuur verhogen een stuk duurder kan uitvallen als je verwacht. Eigen schuld volgende keer niet vertrouwen op Youtube video’s. 

Ik ben echt zeer benieuwd, omdat ik alles zowat gelezen heb wat je kunt doen om de voorvork te verbeteren. Van een 6mm opvulring tot de YSS upgrades. Ik ga ervan uit dat ik tevreden zal zijn omdat ik al eerder deze veren gekocht heb. Voor de achterzijde gaan het uiteindelijk dan de Hagon 2810 worden. Afstelbare preload en demping maar dat komt er dit jaar dus echt niet meer van.

Een paar dagen later zijn de Hyperpro veren gemonteerd. Het demonteren van de vorkpoten ging redelijk goed. Eigenlijk maar één probleem. Bij één van de vorkpoten ging één inbusbout amper los. En hij moest toch echt een beetje los om de vorkpoten te demonteren.

De montage van de Hyperpro veren ging goed. En de olie heb ik ook meteen vervangen voor een 15W olie van Hyperpro. Daarna alles weer in elkaar gezet en de bout die zwaar draaide voorzichtig weer wat vaster gezet. Misschien moet ik die bout een keer laten controleren bij de dealer. Bij al de andere bouten was het een paar slagen los en daarna weer vast geen probleem. Het comfort is weer beter geworden en de motor rolt nu een stuk beter over de verkeersdrempels en putdeksels. Eigenlijk wel zo goed dat ik misschien wel niks doe aan de achtervering of het zou puur voor het uiterlijk zijn.

Qua comfort ben ik nu helemaal tevreden met de Royal Enfield Interceptor. Het benzineverbruik van 1 op 25 van de motor is ook iets waar je telkens blij van word. Van al de motoren die ik gehad heb tot nu toe is deze Royal Enfield Interceptor wel de leukste motorfiets. Zo gauw je de startknop indrukt, geniet je van het heerlijke motor geluid. Aangezien we nu voldoende RE dealers hebben verwacht ik dat er in de toekomst veel Royal Enfield rijders bijkomen.”

Ton zoekt verder naar accessoires

Vanaf september is Ton Eppenhof al bezig met het aanpassen van zijn nieuwe Royal Enfield aan zijn eigen wensen.

Vorige keer vertelde hij over het zoeken naar bagage rek en tassen, hier een vervolg:

Het begon met een bagarek van Renntec dat meerdere bevestigingspunten heeft waardoor ik iets meer bagage op het rek kan meenemen. Sommige rekken zitten met enkele boutjes vast maar dit rek zit ook vast aan de bovenste bevestiging van de schokbrekers.

Ondertussen toch een topkoffer gekocht . Een Shad SH37 is het geworden. En ja je hebt helemaal gelijk als je zegt dat die niet mooi staat op de motor. Hij is praktisch maar niet mooi maar als mijn kerstcadeau in gebruik is gaat de koffer minder vaak mee.

Het kerstcadeau zie je na kerstmis wel. Eigenlijk heb je niet veel aan grote topkoffers omdat het maximum gewicht wat daarin mag meestal toch maar 5 kg is. Dat heeft de maken met de bevestiging maar ook vaak met de positie van de topkoffer die toch vaak behoorlijk ver achter de achterkant van de motor uitsteekt. Stop je er teveel gewicht dan doet het de wegligging geen goed.

Mijn flyscreen zit erop en je zou het niet verwachten maar de winddruk op het lichaam is veel minder nu. Iets meer wind op mijn helm maar ik kan er mee leven. Mijn oordopjes doen voldoende om dit geluid van de wind te verminderen tot een acceptabel niveau.

De valbeugels zitten er ook op en ze passen perfect. Ze zijn van RVS dus dat is weer een pluspunt. Ik vind het wel een fijn gevoel als het blok een beetje bescherming heeft. Geen grote valbeugel omdat die bij een val zelfs het frame kan verbuigen. Bovendien zien ze er ook niet uit.

De stuurverhogers van Motone zitten erop en de zithouding is nu 100% naar wens. Ze zijn 2,5 cm hoger en ze hebben een setback van 2,5 cm. De koppelingskabel is nu eigenlijk 2,5 tot 3 cm te kort maar met een andere kabel van Venhill ga ik dit probleem oplossen. Ze leveren een betere kabel nagenoeg onderhoudsvrij en op de gewenste maat. Kost wat maar dan heb je ook wat. De kabel vandaag (20-10-2021) besteld maar het zal enkele weken duren voordat ik hem heb.

Nu is het wachten op mijn premium touring seat. En ik ben zo slecht in wachten.

En daarna moet ik me verdiepen in de voorvering. Iets meer voorspanning en misschien emulators. Of andere veren van Hyperpro of Ikon. De demping en vering voor hebben allebei iets nodig. De achtervering is na het verhogen van de voorspanning op de veren voorlopig acceptabel. Eigenlijk wel meer dan dat. Ik laat die nog een tijd zitten.

De volgende verbeteringen zullen de banden zijn maar ik ga deze eerst gewoon rijden tot ze aan vervanging toe zijn. En dan weer een paar Bridgestones erop. De BT46 is toch wel een fijne band. De Indiase Ceat banden zullen er dan afkomen eind 2022. Tenzij ze erg vlug verslijten.

Wordt vervolgd…. Groeten, Ton.

Het aarden Beest

Het aarden Beest: een avontuur tussen ratio en de verborgen wetmatigheden van schijnbaar toevallige gebeurtenissen.

Het aarden Beest (boek van Benno Graas) neemt je mee langs de exotische kusten van Mozambique, regenwouden van Uganda, maagdelijke woestijnen van Namibië en Sudan en duizelingwekkende hoogten van Ethiopië. Het boek voert je mee door een wildernis vol inheemse dieren en laat je kennismaken met intrigerende stammen allen met hun eigenaardige rituelen.

Al in het begin van hun reis komen Benno Graas en zijn vrouw Thecla er achter dat de kleine 350cc motor veel te licht is om de zware vracht van twee personen en een aanhanger door het zand, de modder en de bergen te trekken. Dit zorgt voor krankzinnige situaties. Door hun open geest en eenvoudige manier van reizen rollen ze van het ene toeval in het andere en weten zich iedere keer op een wonderbaarlijk creatieve wijze te redden.

Het wordt een avontuur vol kostelijke taferelen; van verbrande koppelingsplaten die vervangen worden door champagnekurken tot ongelukken in Malawi waarbij ze hulp krijgen van de monteur Useless. Ze ontmoeten meerdere malen een kudde olifanten die de reizigers vlak naast hun tentje hart-verknetteringen bezorgen. In Botswana worden ze op huiveringwekkende wijze belaagd door vijf leeuwen. Nog niet bekomen van de schrik rijden ze even later recht op een luipaard in. In Tanzania gaan ze op zoek naar ‘de berg van God’ en belanden in een pick-up vol meteoorstenen. De hoofdroute van Kenia loopt vast in een supermarkt. In het grensgebied van Somalië raken ze dagenlang gevangen in de onstuimige brij van Moeder Aarde en overwegen zwemmend verder te gaan. Ethiopië verwelkomt ze met een regen van stenen en één van hen loopt malaria op. In het hart van dit fascinerende land dalen ze af naar de miljoenen jaar oude onderaardse rotskerken van Lalibela waar ze betoverd raken door wierook en engelen in vlooiengedaanten. In Sudan gekomen zuigen de spirituele soefie’s ze mee in een draaikolk waar het verstand oplost en het ego geen bestaan meer heeft.

De geest van Afrika voert ze verder langs de magische Nijl en door de gouden woestijnen van Nubië. Hier worden ze geconfronteerd met de ontzagwekkende sereniteit van de stilte. In deze overrompelende leegte blikken ze terug op een film van toevalligheden en herinneren zich met een schok de uitspraken van een helderziende man aan het begin van hun reis… Alles lijkt uit te komen.

Het is na deze ontmoeting dat ze achtervolgd worden door een mysterieus klein vogeltje dat de verdere reis iedere dag op de meest onmogelijke plekken opduikt. Maar de reis gaat dóór langs de heilige tempels van Egypte waar ze worden “aangevallen” door een melkkarton. Libanon vluchten ze uit na een bomaanslag op de president en Turkije overvalt ze met sneeuw. De laatste kampeernachten in de verlaten bossen van het Oostblok gaan vergezeld van wolvengehuil.

Na vele grappige en ontroerende momenten weten ze uiteindelijk thuis te komen. Hier komen ze tot het besef dat er zich een inwendige reis heeft voltrokken over een afstand die verder ging dan Afrika.

De lach van Afrika met zijn ondraaglijke schoonheid heeft hun bewustzijn geopend naar een andere kijk op de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin tijd en afstand oplossen, gedachten gebeurtenissen beïnvloeden of aantrekken waar hun denken op dát moment het meest door bezeten is. Het avonturenboek is dan ook mede een gevecht tussen ratio en ervaring…

Een reis van het hoofd naar het hart.

Wil je dit boek van Benno Graas bestellen? Klik dan hier.

Dolf Peeters op de Zero (motorrijden zonder franje)

Toen ik (Dolf Peeters) zestien was kocht ik een Norton 99 Dominator. Voor 75 gulden.. Later en legaler bleef ik op goedkope motoren rijden. Eerst uit armoe. Daarna uit een soort vertedering. Daarna uit overtuiging. Omdat ze me snel genoeg waren. Omdat ik ze zelf kon onderhouden (en repareren). En dat die oudste en goedkoopste motorfietsen die ik had nu heel dure klassiekers zijn? Dat is toch grappig?

Mijn interesse, of noem het hebzucht, naar merken of types stopt aan het begin van de jaren negentig. Vanaf toen werden motoren naar mijn smaak lelijke Tupperware vermogenspakhuizen met een overdaad aan elektronica. Meer dan 120 pk en topsnelheden boven de 250 km/u? Dat is voor mij net zoiets als het hebben van een jongeheer van 49 centimeter: Heel indrukwekkend in de sauna. Maar wat kun je er nog mee? Dat lelijke gaat trouwens ver sinds Star Trek en Manga series blijkbaar ‘leading edge’ zijn bij motorfiets designers. Aan de esthetische kant zijn de huidige motorblokken zelf ook het best bediend door ze achter plestik te verstoppen.
En dat steeds groeiende leger aan elektronische regelneefjes dat de motor nog net toestaat dat er iemand met zijn fikken aan het stuur zit? Dat is de wildgroei die je krijgt als je techneuten en marketeers in één hok hebt laten slapen. ABS is slim. Maar voor de rest vertrouw ik op de software tussen mijn oren, in mijn rechter pols en mijn kont.
Mijn daily driver was tot voor kort een Moto Guzzi Cali 3 uit 1991. Die machine belichaamde alles wat ik van een motorfiets vraag. Maar na nog geen drie ton was hij zo moe dat hij op pensioen mocht. Hij is vervangen door een nette 1984’er.

In de tussentijd rijdt ik ‘voor werk’ af en toe nog op moderne motoren. Die machines maken de oude werktuigbouwkundige in mij erg blij. Maar emotioneel doen ze me niets. Ik blijf dus gewoon op ouwe zooi rijden. Maar soms heb ik medelijden met die gedateerde, brave verbrandingsmotoren. Zoals op het moment dat ik na wat korte winterritten een druipende klont mayonaise aan mijn oliepeilstol zie. Mayonaise hoort op frieten. Niet in motorblokken.

En dan wordt je uitgenodigd om op een elektrische motorfiets te rijden. De elektrische motorwereld is uit de puppiefase en hangt nu ergens tussen pubertijd en adolescentie. De mensen die er vakmatig mee bezig zijn, zijn nog onbevangen. Die insteek zal er ook toe geleid hebben mij als fossiel uit te nodigen voor wat een stille omgang over het mooiste klaagdijkentraject.

In E-motorland zijn Zero (USA) en Energica (It) blijkbaar de pioniers. Het zijn jonge bedrijven, geen motofabrikanten die een loodzware historie achter zich aan trekken. De gevestigde grote motormakers stellen zich nog wat terughoudend op. De nieuwelingen hebben niets te verliezen en hopen alles te winnen. De Zero’s en Energica’s zien er gewoon uit als moderne motorfietsen. Ze hebben ook een hele pluk elektronische hulpjes. Maar met de rijmodus op ‘street’ ben je gewoon net zo bediend als op een BMW R75/5. Maar daarna gaan de zaken anders. Je zet de sleutel op contact en je geeft ‘gas’. Dan rijd je. Naar gelang je meer ‘gas’ geeft ga je sneller. Helemaal traploos versnellend. En met een maximum koppel dat vanaf de eerste meter domweg ongelofelijk is. In mijn MTS tijd zaten we midden in de overstap naar de Nieuwe Eenheden. We moesten leren dat 1 kW gelijk stond aan 1, 36 pk. De 82 kW van de Zero SR/S is dus bijna 112 pk. Het – feitelijk constant aanwezige – max koppel is een massieve 190 Nm.

Het rijden op de Zero is motorrijden zonder franje aan het kleed. Alle emo-opties zoals geluid en trillingen zijn afwezig. Elektriciteit brengt motorrijden terug naar zijn naakte essentie. Dat is anders. Dat is wennen. Maar dat wennen gaat snel. Tijdens de rit greep ik maar één keer naar het afwezige koppelingshendel.
Qua actieradius blijft de zaak nog wat achter voor de lange rittenrijders. Je BMW GS met Touratech tank aftanken gaat sneller dan het stekkeren van je E-Motor. Veel sneller. Maar voor regionaal gebruik zijn er geen problemen.

Maar wat mij overhaalde om zo’n elektriekeling als volgende daily driver te kiezen is dat je zo’n fiets niet mishandelen kunt door hem niet op temperatuur te krijgen. Op een elektrische motoriets (met 5 jaar en onbeperkte kilometer garantie) heb je nooit meer mayonaise aan je dipstick.

En of mijn toekomstige boodschappenfiets straks net zo’n klassieker wordt als de Norton die ik voor 75 gulden kocht? Daar praten we over 35 jaar eens rustig over verder.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Klassieke motoren als belegging?

Beleggen als kansspel?

Klassieke motoren als belegging? Welnee joh! Doe maar wat aandelen Thalys of zo. Natuurlijk is er een  aantal motoren waaraan een stevig prijskaartje hangt. Motoren die misschien nog wel duurder worden. Of niet.  Maar zelfs dat is vaak in de waan van de dag. Koester dus de droomwaarde en verkoop niet. Klassieke motoren zijn leuk omdat ze leuk zijn. Niet omdat ze ooit heel veel waard worden. 

En toen de Z1300 die al meer dan anderhalf jaar in diverse bladen werd geadverteerd weer eens voorbij kwam werd het tijd voor actie. De man was een liefhebber. De Kawasaki was een fraai exemplaar dat in een keurige garage onder een voorbeeldige motorhoes sliep. Het motorblok was alibi-loos  koud. De vers opgeladen accu werd in zijn hok gestopt. Fuel, Ignition. GO! De startmotor van de zescilinder jengelde er vrolijk op los. Verder gebeurde er overtuigend niets in de machinekamer. Tijd om te controleren of er vonkjes waren. Er waren vonkjes. Bougie er weer in. Weer dat zeurderige gejengel. Er werd gecontroleerd of de brandstof in elk geval ongeveer op zijn plek kwam. Dat leek het geval te zijn. De Kawasaki eigenaar was in de loop der tijd blijkbaar vergeten dat de zescilinders een vreemd karaktertrekje hadden. Wanneer zo’n ding – toen nog met echte ouderwetse benzine er in – een week of twee had gesluimerd, dan startte hij altijd bij de eerste keer. Of niet. We hadden hier een ernstig geval van never nooit niet. Dat vroeg om zwaardere middelen. Feitelijk om de demontage en reiniging van het hele carburatiegedoe. De Verkoper was intussen al wat aangeslagen. Een spuitbus met start pilot – ether dus – is doorgaans goed genoeg om een dood paard weer aan de gang te krijgen. Na de derde shot begon het in de garage aardig naar ziekenhuis te ruiken, maar de lompe schoonheid had nog geen kik gegeven. De starterij werd een teamsport: “Als jij gas geeft en start, dan spuit ik nog wat ether in het luchtfilter”. We gingen voor goud. Tijdens de volgende actie daalde de toonsoort waarin de startmotor jengelde en werden de etherdampen in de schuur zowat bedwelmend. De hoopvolle potentiele aanstaande ex-eigenaar zat met zijn hoofd bijna in het luchtfilter. Toen viel er, ergens in het vettige duister van het blok blijkbaar toch een vonkje in zijn bedje van etherdamp. Er klonk een holle ‘WHHHOEPP!” en vanuit de luchtfilterkast steeg er een mooi ronde, witte vuurbol omhoog. Het hoofd van de Kawaliefhebber werd volledig door de vuurwolk omsloten. Hij kwam verrassend soepel vanuit de hurken omhoog en kletterde tegen een kast achter hem. Uit de kast klonken geluiden van vallende dingen. De vuurwolk had de vrolijke etherpiraat beroofd van kuif, wenkbrauwen, snor en baard. Zijn brilleglazen waren matglasachtig aangeslagen. Dat leek het juiste moment om eens een Kawa te kopen. Zwijgend en in alle rust werd de helft van de vraagprijs plus een beetje in kleine coupures  op de buddy gestapeld. De eigenaar smeulde nog na. “Het is goed. Ik pak de papieren, zet hem maar vast buiten”.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.

Dolf Peeters: MOTORRIJDEN IN DE REGEN

Baton Rouge

De laatste recreatieve rit viel laat. Maar het bezoek aan motorherberg le Baton Rouge was al te vaak uitgesteld. En het kan natuurlijk heel mooi zijn in de Ardennen in oktober. De weervrouw had de avond voor de rit een sombere blik in de ogen en een zwemvest onder haar arm. Maat Ernie werd opgebeld of hij de dame ook had gespot. We sproeiden vochtverdrijver over het elektriek van onze brommers. We maakten grote wind en regen vangende flappen van vijverfolie en tie-wraps bij de handvatten. En we besloten voor het slapen gaan een preventieve borrel tegen de natheid te nemen De volgende ochtend zwom er een goudvis op vensterbankhoogte door de regen. Bij ontbreken van een Rukka outfit werd gekozen voorde ouderwetse laagjes aanpak. In de hoop dat binnendringend regenwater de weg kwijt te laten raken. Hoop doet immers leven? Eerst een stel lange, dunne sokken, dan een setje van wat buurvrouw Adrie ‘terminaal’ ondergoed noemt. Daarover een lange onderbroek plus een sweatshirt. Een stel lange, dunne sokken. Een binnenvoering van een lang vergeten motorjack en een spijkerbroek. Een dun stel lange sokken. Een fleece trui met col. Een lederen motorbroek. Een textiel motorjack. Een wollen sjaal. Rubber laarzen van de Welkoop zijn de beste. Een plestikken regenoverall van een aan zijn eigen succes ten onder gegane Britse regenoverall fabrikant. Een sjaaltje. Binnenhandschoenen. Buitenhandschoenen. Een eerste generatie, gerubberd, regenjack. Even weer alles uit doen om de motorsleutels uit de spijkerbroekzak halen. Zo! Klaar voor de eerste drie kilometers naar Ellecom! Ernie stond als een geslaagde kruising tussen het Michelinmannetje en Erica Terpstra in de startblokken. Het staan ging prima. Bewegen ging moeilijker. Jethelms en motorbrillen. De laatste slag sjaal over neus en kin. Go! Tot aan Eindhoven bleven we droog. Bij Maastricht hadden het regenwater zijn eerste verkenners binnenboord geloodst. We besloten dat we de strijd tegen het water hadden verloren en kozen voor de toeristische route. Bij Triers/ Verviers had het water zich naar tevredenheid verdeeld over alle dunne lagen textiel. In de buurt van Francorchamps/Stavelot overheerste de sensatie op een drie weken oude, lauw warme Pamper te zitten. Dat was mooi wennen aan het verplegingsschema van Huize Terminus in het jaar 2038. Zo ommerdebij Trois ponts begonnen de perfect waterdichte Welkooplaarzen zich van binnen uit te vullen en leek de Drion pil een zinnig alternatief. Even later zagen we, vlak voor Vielsalm, le Baton Rouge. De dagteller stond op 289 km. We werden hartelijk verwelkomd. Hingen de herberg vol druipende kledingstukken. Haalden onze droge verschoningen uit hun unieke Komo bergingen. Namen staand een dubbele whiskey. Werden bij de open haard langzaam weer mens. Gastvrouw Hetty was elders. Dat was ons al gezegd. We doken dus zelf de keuken in. Dat mocht van herbergier Ben. Het eten was lekker. De rode wijn smaakte perfect. Een paar borrels en wat rookwaar later besloten we dat het mooi was geweest. Nog even het weerbericht bekijken. Want de volgende dag moesten we immers weer terug. Motorrijden is leuk. Toch? 1976? Nee: 2009.

Bovenstaand verhaal komt uit het boek

MANNEN, MOTOREN EN (WAT) MEISJES

Wil je hier op de website meer verhalen van Dolf lezen, dat kan via deze link.

Dolf Peeters: EEN LEASELUL

Tussen de files doorboemelen scheelt reistijd. Je maandagochtend kan niet meer kapot als er opeens een stuk of twintig auto’s naar links en rechts uitwijken om ruimte voor je te maken. Mozes moet even blij zijn geweest toen de Rode Zee zich voor hem opende. Maar soms gaat het minder. Een leaselul zet zijn iets te dikke Audi pal voor me. De lul zoemt zijn raam omlaag en middelvingert me. Ook een tweede inhaalpoging wordt afgeblokt. Weer die vinger. Dan komt de file tot stilstand. Ik jiffy mijn motor en klop op het raam van de leaselul. Die heeft een gezicht dat me vaag aan zapmomenten op tv herinnert. Lulmans kijkt strak voor zich uit. De file rijdt een meter of tien verder. Ik stap weer af en ga weer op zijn raam kloppen. Dat gebeurt nog een keer. Dan wringt de leaselul zich over de rechterbaan de vluchtstrook op en verdwijnt. Een kilometer of drie verder staat hij aan de kop van de file. Afgevangen door de politie.

Ik zet de motor neer en meng me in het gesprek tussen agent en leaselul. Zeg dat ik een aanklacht wegens poging tot doodslag wil indienen. Er stopt nog een auto op de vluchtstrook. Daar komt een leaseridder uit. Die stelt zich keurig aan de agent voor en zegt dat hij heeft gezien hoe de leaselul tot twee keer aan toe probeerde deze – een los duimgebaar – motorrijder van zijn motor te rijden. Kijk, dat is tekst. De leaselul wordt wat hysterisch. De agent vindt dat de zaak interessant wordt. We worden uitgenodigd in het busje te gaan zitten. De leaselul is laaiend. Of we trouwens wel weten wie hij is? De leaseridder kijkt hem bloot aan. “Als je zelfs al niet meer weet wie je bent, dan moet je zeker niet gaan sturen.” Lulmans maakt de fout door de agenten  fascisten te noemen. Dat is een woord waar heel veel spelfouten mee worden gemaakt in het Nationaal Dictee. Maar de agenten weten wat het betekent. De overeenkomst tussen inhalen over de vluchtstrook en de politie uitmaken voor fascisten? Het is verboden omdat het niet mag. In het knusse busje is het nu vier tegen een. De aanklacht tot poging tot doodslag wordt opgeschreven. De ene agent vraagt waarom ik telkens stopte om op de BN’ers ruit te tikken. Ik zeg dat ik hem voor zijn bakkes wilde meppen. De agent kijkt me aan met ogen die alles al gezien hadden. “Dat snap ik. Maar dat mag ook niet. “ Lulmans loeit dat hij bedreigd wordt en dat de politie het tegen hem gerichte geweld aanmoedigt.” Een agent zegt dat hij ook nog even mag blazen. De leaseridder en ik mochten weg. Bij het afscheid tikte ik ter hoogte van Lulmans nog even op het raam. Want vier keer is scheepsrecht. Toch? En als ik hem al zappend weer eens op de buis zie, dan loop ik naar de tv. En tik ik op de beeldbuis. Dat is een mooi ritueel.

Dit verhaal is gescheven door Dolf Peeters. Wil jij meer lezen van Dolf?

Hier kun je zijn boek Mannen, motoren en (wat) meisjes bestellen.

Jaja internetters, een boek. Zo’n stapel met bedrukte papieren pagina’s waarin je lekker kunt lezen zonder dat er een batterijtje gaat knipperen. Het boek kun je bestellen via deze link, of door op de afbeelding te klikken.

Dolf Peeters: motoronderdelen zoeken, een kunst op zich

“Onlangs hadden we (onze schrijver Dolf Peeters / redactie) het over de vondst van een BMW R60/5. Dat ding had een jaar of twintig geslapen. En werd geadopteerd voor een paar honderd euro. Iemand vond het bericht zwaar gedateerd. Want een BMW voor dat geld? Dat was iets van jaren terug. Tegenwoordig werd er voor zo’n ding al gauw een paar duizend euro gevraagd. En dat was duidelijk te controleren op Marktplaats. De oplettende lezer had gelijk. Voor zover het Marktplaats, of desnoods het hele Internet betreft.

Gewoon, de echte mensenwereld

Maar vanuit ons beperkte universumpje is Internet, is Marktplaats, niet de norm der dingen. Wij zoeken – en vinden vaak genoeg – gewoon in de mensenwereld. Binnen de vrienden en kennissenkring. En dat resulteert dan niet gegarandeerd in aanklikken en wachten tot de doos bezorgd wordt. Maar via via kom je vaak bij mensen die zich digitaal niet of nauwelijks presenteren. We kennen intussen een handelaar voor wie het bijvoegen van een foto in een mailbericht absoluut te hoog gegrepen is. Dat zijn dan mensen waar je naar toe gaat en zo breidt je kennissenkring zich steeds verder uit.

En dan kom je weer op dat spanningsveld van prijzen

Een van de redactionele brommers, een 1984’er Moto Guzzi V65 die als daily driver wordt gebruikt had wat probleempjes en vroeg wat aandacht. Als je Moto Guzzi denkt in Nederland, dan denk je in elk geval aan TLM in Nijmegen. Dat bedrijf heeft Guzzi in alle genen, was één van de eersten die gebruikte onderdelen helemaal gedocumenteerd online zette en vanuit Nijmegen worden er gebruikte Guzzi onderdelen over de hele wereld verstuurd. Maar met de uurtarieven van TLM is het moeilijk slikken voor de eigenaar van een ouwe, kleine Guzzi.

De prijzen van gebruikte onderdelen

In de professionele motorsloopwereld is het al sinds jaar en dag zo dat de richtlijn is, dat de verkoopprijzen een derde tot de helft van de laatste nieuwprijs is. Dingen die bijna niemand zoekt zijn goedkoper. Heel zeldzame items zijn duurder. Maar elke discussie over die prijzen kan afgestopt worden met de vraag of ‘de markt’ het bedrag er voor wil betalen. Bij een serieuze organisatie als TLM is er al een hele hoop werk in de handel gestoken voordat het op de webshop komt. En de bedrijfskosten van een groot bedrijf moet je ook niet onderschatten. Aan het eind van het liedje biedt TLM een bijna dekkend aanbod aan hoogwaardige gebruikte Guzzi spullen voor bijna alle modellen met het koopgemak van een muisklik.

En zo vind je dan een accu zijdeksel voor € 96,59

Helaas heeft dat ding de verkeerde kleur. Maar het is er eentje zonder scheuren, krassen of afgebroken lipjes. Intussen is een kapot zijkapje geen ramp. Het doet alleen afbreuk aan de rest van de fiets die er nog best netjes uit ziet. Maar bijna 100 euro= Das serieus geld. Als de Guzzi dan tegen een elektrische ontstekingsprobleem op loopt, dan heeft dat prioriteit. Zelf kwam ik daar als ouwe wtb’er niet uit. Maar ik had goede dingen gehoord over Mark Wilmink uit Borne. Mark bleek geïnteresseerd in de rare storing. Want hij is geen motorhandelaar, hij is een techneut en repareert alleen Guzzies zonder injectie.

De Guzzi werd naar Borne gebracht waar Mark iets raars vond en oploste

Om de V65C bij hem in de bestanden te bergen deed hij een compressiemeting, een compressielektest en controleerde hij de lifthoogte van de nokken op de nokkenas. Dat geeft een mooi nulpunt voor de motor van een nieuwe klant en geeft een heldere indicatie van de toestand van het blok. De V65C bleek vermoeider dan gedacht. Om het mooi te maken worden volgende winter de koppen dus gerepareerd. Alles dik voor elkaar. Voor aflevering werd de Guzzi nog even op alle vloeistoffen en drukken gecontroleerd. Daarna werd de zaak nog even kort besproken en een van de laatste opmerkingen was “En je hebt toevallig geen zijdeksels voor een V65C denk ik”.

Die waren er toevallig wel

Nieuw, en ook in de verkeerde kleur. Maar het waren er wel twee voor € 30. Het blijkbaar hoge kilometrage – op de klok staat maar dik 40D km – had zich al eerder kenbaar gemaakt door carburateur problemen. Vervangende gasfabriekjes waren daarom al eerder gescoord bij een ander eenmansbedrijf, dat van Teun Beuzel uit Lochem. En Starten en laden uit Nijmegen heeft ooit een hele container vol imitatie Valeo startmotoren uit China laten komen. Die passen op veel BMW’s en Guzzies. En kosten nieuw – met drie jaar garantie – € 59,- En dat is dan alleen nog maar in het Guzzi wereldje. Een wereldje waarin Jan Robers uit Boekelo trouwens ook een ijkpunt voor de oudjes is. Dat zijn allemaal bedrijfjes die niet of nauwelijks adverteren. Dat is natuurlijk jammer als je een blad of een site hebt.

Maar ze bedienen een niche markt en voelen zich daar wel bij

En als je er bij eentje bent die zich bezorgd af vraagt of het niet allemaal uit de hand gaat lopen omdat hij de vorige dag zomaar zes mensen over de vloer heeft gehad? Dan heb je een goeie. En dat soort bedrijfjes zijn er gelukkig nog voor alle merken klassiekers.
En dan is er nog de ‘handel’ in de binnenste cirkel waar een stuur van een oude Amerikaan geruild werd tegen een stel uitlaatbochten van een motorfiets. Je moet ze alleen even vinden.

Maar onze insteek werkt niet voor iedereen

We hadden een kennis verwezen naar onze voortreffelijke vriend Kiat Que van Loods 8 . De brave kennis was naar het wat vage industrieterrein in Arnhem gereden. Hij had voor de zaak gestaan. En hij had er geen goed gevoel bij. Hij is door gereden.

Dus kost iets € 100 of een € 50?

Als je in de top van de markt online koopt en je wilt risicoloze kwaliteit klikken? Dan scoor je voor € 100. Als je de (vraag)prijzen op Marktplaats bekijkt? Dan weet je in elk geval wat er gevraagd wordt. Als je gewoon veel mensen kent en als je een beetje de tijd wilt nemen? Dan kun je op zoek in de kennissenkring of bij de kennissen van kennissen. Op die manier leer je veel mensen kennen en wordt het vinden van spullen steeds leuker, makkelijker en goedkoper. En leuker.”

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is een trouwe schrijver op onze website. Dolf droomt motoren, weet van motoren en er stroomt volgens ons (redactie@ikzoekeenmotor.nl) olie door zijn aderen. Of benzine? We twijfelen nog. Heb jij het BOEK van Dolf al gelezen trouwens?