(Het 32e verslag in onze serie reisverhalen “Coos op Reis“.)
Vandaag zijn er best veel wolken.
Maar ook aardig wat zon. Ze voorspellen 16 graden. En het is droog!
Ik pak alles vlot in, zadel de spullen op mijn ijzeren paard, wandel langs de receptie voor de administratieve rompslomp en ben op weg.
Maar éérst afscheid nemen van mijn favoriete ontbijtrestaurant en heerlijk zitten op mijn rustige favoriete plekje, gewoon op straat. Ik stuur foto’s mee.
Vandaag verlaat ik de kust, reis naar het oosten het binnenland in en ga de dagen erna vervolgens ‘lijntrekken’ langs de Portugees- Spaanse grens, richting het noorden. De lijn heet officieel A Raia.
Het is de oudste officiële staatsgrens in Europa. De Portugezen bouwden er door de eeuwen heen indrukwekkende verdedigingswerken. Ik heb een mooie route langs wat verdedigingswerken ontworpen.
Mijn nieuwgierigheid wint het en ik besluit om toch nog eerst even bij Sines kijken. Maar dat gebied valt erg tegen. Daar is veel petrochemische industrie. Het lijkt op Pernis en Moerdijk. Ik zet de Beemer op een stuk provinciale weg en rijd vlot weg uit die stank en narigheid.
De wegen zijn wat veranderd en ik kom een paar keer aan de achterkant van een vangrail uit. Maar via een fraaie cactusweg lukt het mij te ontsnappen. Het decor wisselt net zo snel als bij een komische act in een theatervoorstelling. Ik zie polders en bossen, jong groen blad, vlak land en heuvels, voor het éérst wijnvelden, maar ook stokoude naaldbomen en hele velden met schattige gele bloemen. Flinke stukken land zijn in het verleden verbrand. Maar de natuur is sterk en herstelt zich snel. Prachtig om te zien.
Bij Alcácer do Sal dender ik over een fraaie ijzeren brug de Rio Sade over. Het stadje ligt prachtig aan het water in het zonnetje. Ik stop even voor een expreszo. Er lopen veel mieren, dus ik leg mijn helm niet op de grond…. Op mijn buddyseat ligt hij trouwens ook veiliger tegen rondpissende zwerfhonden. Geen idee waar die reu van gister woont…
Tijdens de koffie besluit ik om de vering van mijn motorfiets anders in te stellen. Omdat ik wel erg veel bepakking bij mij heb, stelde ik eerder de vering op ‘twee rijders’ in. Dat bevalt mij nu niet meer. Een duo is zo maar 60 kilo, maar dat gewicht heb ik absoluut niet bij mij. Ik stel de vering in op ‘één rijder plus bagage’ en…..dat rijdt echt veel beter. Ik ben er blij mee. De motor ligt nu veel stabieler op de weg. Ik zit dieper en het voorwiel voelt veiliger. Hij staat ook veel minder hoog op zijn poten en daardoor heb ik ook meer controle als ik stil sta. Tja, achteraf denk ik: ik kan zaken wel hetzelfde blijven doen en dan maar hopen dat het resultaat een keer anders is, maar ik kan óók een keer wat anders proberen… Jaaaaa, ik weet het, ik ben een sufferd… Maar wel een sufferd met een goeie tip voor mijn maatjes, die nog gaan…
Dan dender ik het plaatsje Borba in, één van de eerder genoemde vestingsteden. Ik zie enorme stapels geordende stenen langs de weg. Ik draai om en rijd terug om te gaan kijken. Het blijkt een gigantische marmergroeve te zijn. Wat een machtig gezicht, jôh. En het principe om te delven is zo simpel Ze beginnen gewoon boven aan de oppervlakte vierkante hompen kaas uit het marmer te snijden en graven zichzelf zo naar beneden naar een enorm diep gat. Ze rijden er gewoon met vrachtauto’s in. Als zo’n homp steen niet zo’n mooie homp is, dan gooien ze hem weg. En anders maken ze er mooie tegels in een uitstekende kwaliteit van. Ook in het dorp blijkt al snel dat marmer een belangrijke rol speelt, in de kozijnen van de deuren en ramen, in de uitgehouwen schoorstenen, in de borden op straat en in de monumenten. Leuk om dat allemaal van nabij te zien. Heb je thuis ergens marmer? Wellicht komt het hier vandaan. Als ik de route weer oppak, zie ik nog veel meer marmergroeven.
Ik vervolg mijn weg en nader Elvas, een vestingstad die qua opzet lijkt op Naarden Vesting. Het is een mooie stad met prachtige oude stenen. De fortificaties van Elvas zijn erkend als werelderfgoed. In de verte zie ik een kasteel op een heuvel liggen. Castelo de Elvas, ik had het kunnen weten.
In Campo Maior eindigt mijn dag. Het ligt vlakbij de Spaanse grens en werd duizenden jaren terug al bewoond. Ik vind na lang zoeken en rondvragen bij een Duits sprekende Portugees een kamer in zijn pension. Voor 30 euro. Mijn motor staat gewoon op straat, op een stoepie. Teringjantje. Je moet ALLES geprobeerd hebben in je leven… Even doorbijten, Coos!
‘s Avonds ga ik, op advies van de pensionhouder, eten in een soort betegelde huiskamer. Het heet Prima Verde. Geweldig. Ze ratelt wat af, maar ze spreekt gelukkig ook wat Frans. Ik eet een heerlijke vis in de knoflook, tezamen met een vreselijk berg groenten en wat wijn, compleet voor twaalf euro. Heerlijk. Het zijn twee ouwetjes die samen hun authentiek Portugese restaurantje runnen. Ik ben de laatste gast. Ze gaan samen in hun eigen restaurant zitten eten en kijken naar een soort Portugese GTST en hebben plezier en geven elkaar commentaar op wat er op de tv gebeurt. Zo snoezig. En het eten is zo lekker en met liefde bereid. Heerlijke avond en nog tijd over voor een verkenning van het dorp.
Ik eindig om half twaalf in een kroeg met drie Portugezen die hem lekker om hebben. Ze trakteren mij op een biertje. Ik versta, op wat gebrekkige Engelse woorden na, er verder geen reet van…Geweldig!
Lekker gereden. Mooie omgeving, mooie dag.
Kijk nog even naar The Catch of the Day.











