Met regelmaat publiceren we verhalen van vaste columnisten. Vandaag weer een leerzaam verslag van Hans den Ouden:
“Ik wilde graag een rondreis maken in Canada en Alaska en daarna nog naar de andere staten van de VS. Ik heb heel wat tijd besteed aan het uitzoeken wat de beste manier was omdat te doen. De eerste gedachte was natuurlijk om dan daar een motor, of in ons geval twee motoren te huren. Dia, mijn partner rijdt zelf en gaat niet achter op. Bovendien zijn wij kampeerders en voor twee personen een complete kampeeruitrusting en overige bagage op een motor meenemen, dat is een uitdaging. Huren blijkt echter erg kostbaar, vooral als je langere tijd gaat. Het goedkoopste adres wat ik kon vinden was een verhuurder in Seattle. De prijs kwam dan op US$18.000 voor twee GS’sen 75-800 voor drie maanden.
Een alternatief is natuurlijk kopen, maar dat heeft ook zo zijn problemen want op de meeste plaatsen moet je een lokaal adres hebben om de motorfiets te naam te stellen. Ook is verzekeren voor buitenlanders langere tijd vrijwel onmogelijk geweest. Ook daarvoor moest je een lokaal adres hebben. Inmiddels in 2020 gaat dat weer makkelijker, maar in 2018-2019 was het erg moeilijk, zo niet onmogelijk. Ook moet je die motor weer zien te verkopen onder de tijdsdruk van je vertrek. Of je moet de motor terug kunnen verkopen aan een dealer waar je hem gekocht hebt. Dat zijn allemaal zaken die best lastig zijn.
Ik wilde uiteindelijk het liefst op mijn eigen motor kunnen rijden want die ken ik en ook waren de motoren opgetuigd voor lange reizen en met extra bescherming voor off-road gebruik. Een aantal dingen daarbij zijn in Europa wellicht overbodig, maar je moet er rekening mee houden dat schade aan een cilinderkop, of een lekke radiator door steenslag niet eenvoudig is op te lossen als de afstanden groot zijn. Immers in de VS en Canada is er bijv. meestal maar één BMW dealer per staat en dat geldt voor veel andere merken ook. Dus je kan zomaar 500 km moeten rijden naar een dealer.
Nadat het besluit genomen was de motoren te verschepen naar de overkant, volgde uiteraard de vraag: hoe dan? Je kan het per schip doen (dat lijkt goedkoper), maar ook per vliegtuig. Dat laatste kan zelfs meestal in hetzelfde vliegtuig als waar je zelf zit. Doe je dat, althans vlieg je met die zelfde maatschappij als waarmee de motor is verscheept, dan krijg je vaak korting.
Per schip moet de motor meestal in een kist in een container, hetgeen tot extra kosten leidt, zowel aan de ene kant van de oceaan als aan de andere. Wil je ook weer terug, dan moet die kist immers ergens opgeslagen worden. Ook krijg je te maken met de onregelmatigheid van het scheepsvervoer. Schepen krijgen nog al eens te maken met omwegen omdat ze elders nog een vracht moeten ophalen. De kosten van opslag in de haven van aankomst en de kosten voor de douane zijn ook hoger dan bij reizen per vliegtuig. Het is meer dan eens voorgekomen dat een motor pas arriveerde toen de reiziger al weken in het land was. Dat soort ongerief heb je niet bij luchtvracht. Immers het vliegtuig gaat van A naar B- dat is tegelijk een voorwaarde want er mogen geen tussenstops gemaakt worden met “dangerous goods” aan boord.
Kies je voor het overvliegen, dan ga je met je motor naar de luchthaven (ook Amsterdam Schiphol is mogelijk), je geeft de motor af en gaat naar de vertrekhal en vliegt naar de overkant. Daar ga je weer naar de luchtvrachtafdeling en je haalt je motor op. Het meest aantrekkelijk is om te vliegen naar Canada en niet naar de VS. Dat is qua papieren en tijdelijke import veel makkelijker. Je kan dan wel gewoon de grens over en daarvoor hoef je ook niet tevoren een ESTA aan te vragen. Als je aan de grens komt, dan wordt e.e.a. geregistreerd en krijg je een Visa Waiver in je paspoort waarmee je voorts zonder problemen de grens iedere keer over kan. Je moet er wel opletten dat je die bij de laatste grensovergang achterlaat, anders heb je bij een volgende reis een uitdaging. Het is overigens wel handig om een ESTA te hebben, want wordt je a priori geweigerd, dan kan je je de moeite verder besparen.
Uiteraard zitten er wel wat haken en ogen aan de procedure van de luchtvracht. Er mag maar een paar liter benzine in de motor zitten en soms moet de accu losgekoppeld zijn. De motor moet huishoudelijk schoon zijn, maar hoeft niet ontsmet te worden. Wij hebben ze door de wasstraat gehaald de dag tevoren, zoals we ze altijd schoon maken. Ook is er wat papierwerk. Het belangrijkste is de Airway Bill en een aantal stickers die je op je motor moet plakken. Die papieren worden allemaal verzorgd door de transporteur. Je motor wordt op een pallet neer gezet en vastgemaakt met spanbanden zoals eigenlijk ook op een ferry gebeurt. De bagage mag er op blijven, maar er mogen geen batterijen en ook geen spuitbussen in de bagage zitten.
Het kostte ons in 2019 ongeveer €2500 per motor voor een retour en dan natuurlijk nog je eigen ticket. Maar daarvoor kan je dan ook ongelimiteerd rijden en net zo lang als je zelf wilt, binnen de voorwaarden van je toelating zonder Visum. Voor Canada moet je wel een ETA aanvragen en dan mag je er 180 dagen blijven, in de USA onder het VISA waiver programma mag je 90 dagen blijven.
Wij maakten gebruik van motorcycleexpres.com een bedrijf dat niet anders doet dan motoren over de wereld over laten vliegen en het bleek ook nog eens de goedkoopste optie. Ze verzorgen desgewenst ook de verzekering. Dat was toen wij weggingen nog even moeizaam, want er waren toen geen verzekeringsmaatschappijen die zgn. Foreign Nationals wilden verzekering. Die situatie was het gevolg van de Europese Privacy wetgeving. Twee weken voor vertrek was het rond. In Canada is een WA verzekering verplicht, in de VS wisselt het per staat.
Hou er rekening mee dat veel Amerikanen niet verzekerd zijn en dat een Casco (All Risk) verzekering de moeite waard is. Voor relatief weinig geld kan je er ook nog Roadside Assistance bij nemen. In geval van pech of schade is een Tow truck niet goedkoop.
Een andere bekende motor transporteur is JamesCargo.com, maar dan vertrekt je motor van uit de UK. Ik weet niet of en hoe dat gaat na de Brexit.”
(Reizen is leren.) Eind 2018 ging ik met pensioen na bijna 40 jaar gewerkt te hebben als kinderarts. Ik kom uit familie met veel reizigers.
Dia houdt gelukkig ook van reizen en motorrijden. Ik had al jaren het plan om na mijn pensioen op reis te gaan en het leek ons fantastisch om dan om te beginnen een reis te maken naar Canada en Alaska. Maanden van plannen en routes bedenken gingen vooraf aan dit project. Nou ja, we kwamen eerst nog een maand in India terecht, dus helemaal gepland was alles ook niet.
We hadden ons verkeken op wat de gewone all-road banden konden verdragen op de scherpe gravel en waarschijnlijk hebben we ook wat te hard gereden, hetgeen de kans op lekrijden vergroot. Het landschap is overigens betoverend en ik zou het zo weer doen, maar dan wel beginnen met verse banden.
Op het laatste stuk van de terugweg ging het mis. Dia had een gat in haar achterband dat zo groot was dat het niet meer geplugd kon worden. Ook twee pluggen hielden het niet, het bleef lekken. We reden een uitwijkplaats op en gingen onze opties afwegen. Na korte tijd reed er een campertje de parkeerplaats op. De camper was van Oskar en zijn vrouw Ursula. Zij hadden hun spullen achter moeten laten tijdens een trektocht en gingen die ophalen, dat was een tocht van 4 dagen lopen. Ze waren al drie jaar onderweg met hun Toyota Landcruiser camper vanuit Ushuaia naar Alaska.
Ursula kookte voor ons en we mochten hun camper lenen, zodat we enigszins mugvrij de dag door konden brengen terwijl we wachtten op de tow-truck. Die tow-truck ben ik gaan bellen in het wegwerkers station, 160 km verderop. Ze kwamen de volgende dag om 17:00 uur en we waren zodoende om 23:00 weer in Dawson City, op een vrijdagavond. Gelukkig was er nog een hotelkamer voor een nacht beschikbaar. Uiteraard was er geen band van de juiste maat te krijgen in Dawson. Wel in Whitehorse, 400 km verderop.
Op maandag zou die besteld worden en dan zou hij er dinsdag zijn met de lijnbus. Alleen stuurde de jongen van de bandenservice in Whitehorse een goede en een verkeerde maat op. Daar Dia’s band er het ergst aan toe was hebben we die vervangen en zijn we naar Whitehorse gereden. Onderweg moest er nog een keer een plug in mijn achterband gestoken worden, het was het zevende lek. Gelukkig werden de banden vlot vervangen en konden we onze reis voortzetten. Uiteindelijk zijn een week zoet geweest met dit probleem. Daarna zijn er geen lekke banden meer geweest, ondanks dat we nog flink wat gravel hebben gezien. Een, eventuele, volgende keer gaan er dus eerst verse banden op de motoren alvorens we aan de Dempster beginnen en zeker geen all-road banden. We hebben in Whitehorse gekozen voor Heidenau Scout 60’s met Ride-on er in. Die hebben ons in de volgende 20.000 km geen problemen meer gegeven.
Ik was altijd meer met de zee bezig dan met het land. In mijn jeugd was ik vooral aan het zeilen en later aan het duiken. Mijn toenmalige schoonvader was duikinstructeur en ik werd dus al gauw ingezet als assistent. Ik wilde in die tijd marien-biologie studeren, maar een bezoek aan de Calypso van Jacques Cousteau deed mij daar van afzien. Dat ging uiteindelijk negen maanden per jaar om olieboren. Vervolgens wilde ik met een zeilboot de wereld over. Maar daar kwam gezin en werk tussen. Ik vaar nog wel steeds graag en dan vooral op schepen van anderen op de Noordzee, maar ik heb ook wel op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren.
Ik heb jaren lang woon-werk gereden, het hele jaar door en daarnaast nog de pretkilometers. Zodoende kwam ik aan 50-55.000 km per jaar. Soms was het lastig want ik hield er nooit zo van om te rijden als het sneeuwde en het gebeurde wel eens dat je na een nachtdienst naar huis moest en dan het intussen gesneeuwd. Dan is het wat minder leuk. Ik had wel een pekelfiets in die tijd. Nu ben ik een mooiweer rijder, mits we niet op reis zijn. Want we zijn eigenlijk meer reizigers op de motor dan toerrijders of toeristen.
Ik ben al op veel plekken geweest in Europa en daarbuiten zodat dit een lastige vraag is om te beantwoorden. Onze reis door Canada en de USA vorig jaar, 26.000 km in drie maanden- daar waren wel heel mooie stukken bij. Vooral Monument Valley en de Valley of the Gods waren spectaculair. Maar ook de tochten met
Wat ik heel graag wil doen is van Tierra de Fuego naar Alaska rijden. Het plan was om dit najaar te vertrekken als het voorjaar begint in Patagonië. De overtocht van de motoren is al geboekt. Alleen zit ook hier de corona in de weg. Er zit eigenlijk geen tijdslimiet aan deze reis want we komen aan als we aankomen en we kunnen desnoods altijd de reis een tijdje onderbreken, mocht dat noodzakelijk zijn.