Tag archieven: Hans en Dia op reis

Torres del Paine National Park, Patagonie Chili

(Een artikel in de serie van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

Tussen Puerto Natales en El Calafate ligt het Torres del Paine National Park. Niet alleen omdat ik toch een keer Ushuaia wilde halen, maar ook vanwege dit park wilde ik nog een keer terug naar Zuid-Amerika.

Het is een enorm park waar je dagen in kan rondlopen. Er zijn zelfs een aantal, zij het peperdure, hotels in het park. De oppervlakte is 1814 km², net iets groter dan de provincie Utrecht.

Het is ongeveer 112 km naar de ingang van het park vanaf Puerto Natales. De kaartjes had ik de avond tevoren, on-line gekocht. Ik wist nog van de vorige reis dat men ook bij de ingang van het park kaartjes verkocht, maar dat het handiger is om ze on-line te kopen. Bij aankomst bleek dat het de verstandige keuze was, want de kaartjes moeten tegenwoordig uit een machine getrokken worden en die waren buiten bedrijf, beide. De mensen die nog geen kaartje hadden stonden allemaal te tobben met slechte wifi en/of geen bereik op hun telefoon. Dat ging dus wel even duren. De kaartjes zijn overigens niet goedkoop, ruim €32 per persoon, je mag er dan wel drie dagen verblijven. Wij deden dat niet, we reden een route van 70 kilometer door het park.

De uitzichten op de bergen, met name de drie ‘Torres’, de drie granieten toppen, waar het park naar vernoemd is, zijn iconisch.  Zoals vrijwel alle wegen in de Nationale Parken zijn het ook hier allemaal gravelwegen. Gelukkig is er geen vrachtverkeer en zijn de wegen in redelijk goede staat, behalve wat stukken met wasborden is het makkelijk te rijden.

Het is een geweldige ervaring om er te rijden. De vorige keer dat we er waren was het zonnig en dan is het helemaal fantastisch.

Toen we eenmaal het park uit waren ging het hard regenen en de weg, Ruta 40, was redelijk druk.

El Calafate ligt in Argentinië, er volgt dus weer een grensovergang. De grensovergang is vrij klein en er waren veel toeristenbussen. Dat houdt flink op. Vanaf het park naar El Calafate is het nog 215km en de benzinevoorraad was al weer aardig geslonken. Met nog 50 km actieradius haalden we La Esperanza (“De Hoop”) waar een benzinestation en een restaurantje is. Daar troffen we weer dezelfde toeristenbussen, die (net als wij) ook allemaal gingen eten. En door naar El Calafate. We hadden pas beet bij de derde hostel. Ten opzichte van een week geleden is het hier veel drukker. Het stadje zit helemaal vol. Geld opnemen lukte niet eens, Western Union was “leeg”. We verbleven hier twee dagen in Hostel Lago Argentina, waar we drie jaar geleden ook waren.

Als ik de foto’s en filmpjes terugkijk, wil ik zo weer vertrekken.

De Youtube video bij dit verhaal van Hans en Dia:

Waarom reizen jullie beiden op de Suzuki V-Strom?

De trouwe lezers kennen de reisverhalen die Hans den Ouden al eerder publiceerde op onze website. Je kunt ze terugvinden via de tags onderaan dit artikel, of via deze link. Binnen Europa zijn Hans en Dia fan van hun BMW GS motoren. In het laatste verhaal viel ons opnieuw op dat zij in Zuid-Amerika en Noord-Afrika reisden op Suzuki Motoren. Zie o.a. Ikzoekeenmotor.nl/je-moet-er-geweest-zijn/.  Hans rijdt op een Suzuki V-Strom 800DE en Dia op een Suzuki V-strom 650 DL.



Wij vroegen aan hen hoe en waarom?

Hans, wat is de reden dat jullie kozen voor deze Suzuki Motoren?

In onze zoektocht voor de reis van 2022/2023 van het zuiden van Argentinië naar Alaska probeerde ik diverse motoren uit. We kwamen uiteindelijk uit op de Suzuki Vstrom 650 XTA. We wilden twee dezelfde motoren, zodat onderhoud en gereedschap voor beide motoren hetzelfde was. Uiteindelijk vond ik de 650 voor mijn lengte van  194cm toch wat te klein en toen de dealer een Vstrom 800DE (een ex-demo-motor met weinig kilometers) had staan heb ik niet getwijfeld en de 650 ingeruild.

Waarom koos Dia voor een lichtere uitvoering?

Dia is wat kleiner dan ik en de 650 paste haar goed. Wel hebben we het zadel wat smaller laten maken zodat ze iets makkelijker bij de grond kan.

Hoe zijn deze Suzuki motoren bevallen?
Qua rijgedrag en techniek?

Ze waren tweedehands en in topconditie. Die reis van 55.000 km doorstonden ze zonder grote mechanische storingen. Mijn motor werd echter getroffen door een onoplettende automobilist die, in een file waar we langs reden, opeens omkeerde. Dat veroorzaakte wel wat schade. In Costa Rica waar het ongeluk plaatsvond komt er altijd meteen iemand van de verzekering om de schuldvraag te bepalen. Die man reed ook op een VStrom 650. Wij vroegen hem om raad en hij zei: “Jullie gaan met mij mee naar huis en morgen ga ik jouw motor weer helemaal in orde maken.” En zo is het gegaan. Gelukkig zijn de Vstroms ijzersterk en konden we de reis voortzetten.

Is het makkelijk om aan onderdelen te komen in het buitenland?

Waar we ons in Zuid-Amerika een beetje op verkeken hebben was dat er wel veel Suzuki’s rijden, maar de meeste zijn kleine motoren. Toch lukte het goed om in de grotere steden onderhoud te laten plegen. Het was leuk om te zien dat heel veel politiekorpsen in Zuid-Amerika op de Vstrom 650 rijden. Net na Covid waren banden ook niet gemakkelijk te verkrijgen. We hebben er zelfs een keer 1000 km voor om moeten rijden. In Marokko was het overigens geen enkel probleem om aan motorbanden te komen en op onze laatste reis van 22.000 km in Chili, Argentinië en Peru hebben de beide motoren in Lima in Peru een beurt gehad en waren alle onderdelen aanwezig en ook de banden.

Heb je nog tips voor motorreizigers in het algemeen, voor wat betreft de USA en Afrika?

In het algemeen vind ik het verstandig om een niet te zware motor te nemen. De Vstrom 800 DE is al een flinke jongen, maar hij rijdt zo gemakkelijk dat ik nog steeds achter mijn keuze sta. Mijn tweede advies gaat ook over gewicht. Neem weinig bagage mee. In Zuid-Amerika zijn gravelwegen vaak niet te vermijden want op sommige trajecten zijn nu eenmaal geen asfaltwegen. Anderzijds zijn motoren van 300-400 cc weer niet fijn als je op de snelweg rijdt, daar moet je dus ook rekening mee houden. En natuurlijk de motorbanden, dat is iets waar je niet op moet bezuinigen.

Stel dat je NU 2 nieuwe Suzuki’s zou kopen, welke zouden dit dan worden?

Ik zou zo weer dezelfde motoren kopen. Het zijn uitstekende reismotoren en redelijk onverwoestbaar. En ik kan je verzekeren dat wij onze motoren intensief getest hebben. Vooral in de natuurparken in Zuid-Amerika rij je vaak diepe gravelwegen en het lukt niet altijd om overeind te blijven.

Is er nog iets speciaals aan de motoren toe gevoegd?

We hebben de motoren allebei van wat extra bescherming laten voorzien. Vooral de 650 is wat laag en kan een grotere skidplate goed gebruiken.

Nog wat plaatjes van deze Suzuki’s onderweg….

Je moet er geweest zijn…

(Een artikel van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

In december 2025 reden we op onze Suzuki’s van Valparaiso in Chili naar het zuiden. Hans rijdt op een Suzuki V-Strom 800DE en Dia op een Suzuki V-strom 650 DL.

Van Valparaiso naar Ushuaia is ongeveer 3800 km, ongeveer net zo ver als van de Noordkaap in Noorwegen tot Clermont-Ferrand, halverwege Frankrijk. Of van Rotterdam tot aan de grens tussen Turkije en Armenië. Je maakt heel wat kilometers in Zuid-Amerika.

In 2022 hadden we hetzelfde plan, rijden van Valparaiso naar Ushuaia. Maar waarom dan nu weer? Het probleem in het zuiden van Zuid-Amerika is vooral de wind.

In 2022 was de wind zo hard dat we zelfs een keer door de politie werden staande gehouden. Ze adviseerden ons om een hotel te zoeken, daar de wind nog veel harder zou gaan waaien. Normaliter steekt de wind altijd rond de middag op en kan je in de ochtend goed rijden. Maar toen de politie ons staande hield was het pas 10:00 in de ochtend. We hebben toen twee dagen gewacht tot we weer verder konden, in een dorpje waar hoegenaamd niets te beleven was.  Uiteindelijk kwamen we niet verder dan El Calafate. De wind nam weer toe en de lokale mensen vertelden ons dat als we nu nog verder naat het zuiden zouden rijden, richting Punta Arenas, dat het wel eens drie weken zou kunnen duren voor we weer verder konden. Van El Calafate, via Punta Arenas naar Ushuaia is nog zo’n 1100km, dus sowieso een heel eind. We besloten toen om niet verder zuidwaarts te gaan en reden naar het noorden, uiteindelijk eindigend in Alaska.

Deze keer gingen we welgemoed verder. We reden voornamelijk vroeg in de ochtend, sommige dagen zaten we al om 07:00 op de motor en deze keer haalden we het wel.

De grote havenstad, Punta Arenas was de plek waar we verbleven, dat ligt weliswaar wat van de route, maar veel andere steden zijn er niet en dus ook geen hotels. Het is een stad met veel industrie en 137.000 inwoners. Opvallend is dat er veel mensen van Kroatische afkomst wonen, tot wel 50% van de bevolking.

Tierra del Fuego (Vuurland) is deels Chileens en deels Argentijns, de grens is kaarsrecht van noord naar zuid. Ushuaia ligt in Argentinië en je moet dus zowel op de heen als de terugweg de grens passeren. Dat is elke keer weer even werk, want je moet niet alleen zelf de grens over, maar ook iedere keer een TIP (Temporary Import Permit) voor je motor regelen en verder is Chili nogal streng op de import van groente en fruit en elke keer is er daarom een uitgebreide controle van de bagage. Dat doen ze tegenwoordig met de apparatuur zoals je die op vliegvelden ziet, maar dat betekent wel dat je iedere keer de bagage van de motor moet halen en er weer op zetten. Ik denk dat we op deze reis wel weer een keer of zes de grens tussen Chili en Argentinië gepasseerd zijn.

Ushuaia is zelf een havenstadje dat niet erg interessant is. Er komen veel toeristen die naar Antartica gaan. We hadden vastgesteld dat de hotels er erg duur waren en besloten al te voren dat we twee dagen zouden verblijven in Rio Grande aan de oostkust van Tierra del Fuego en dan in een dag heen en weer zouden rijden. We reden tweehonderd kilometer van Rio Grande naar Ushuaia, aten een luxueuze lunch en reden weer terug. Tierra del Fuego is anderhalf keer zo groot als Nederland, maar er wonen slechts 137.000 mensen en wat schapen en lama’s.

Nog wat indrukken van onderweg….

Hans en Dia, 22.000 km door Chili, Argentinië en Peru

Hans en Dia hebben weer een prachtige motorreis gemaakt.  Van december 2025 tot halverwege maart 2026 reden zij samen in Chili, Argentinië en Peru. Ze legden meer 22.000 km af en reden van zeeniveau tot 4800 meter hoogte in de Andes. Ze hebben er heel wat gefilmd. Je vindt enkele reisverhalen van Hans hier op de site via de tags HANS DEN OUDEN (onderaan het artikel). Of je kunt ze lezen via hun eigen Facebook groep. Hieronder alvast een korte montage van wat beelden op YouTube.

Dia en Hans vanuit Chili, op de motor

Met regelmaat mogen we reisverhalen publiceren van motorreiziger Hans den Ouden. Dit verhaal schrijft hij ons op 7 maart 2026 vanuit Taltal, een plaats in het Noorden van Chili. Wij plaatsen maar een selectie van hun reisverhalen maar je kunt alle verhalen van Dia en Hans volgen via hun eigen Facebook groep.

Als je de 5 neemt naar het zuiden vanuit Antofagasta kom je langs het iconische beeld “La Mano del Desierto.

Het beeldhouwwerk is van de hand van de Chileense beeldhouwer Mario Irarrázabal en ligt op een hoogte van 1.100 meter boven de zeespiegel. Zijn overdreven grootte zou de menselijke kwetsbaarheid en hulpeloosheid benadrukken.

Het beeldhouwwerk is 11 meter hoog en heeft een basis van ijzer en beton. Het werd gefinancierd door de Corporación Pro Antofagasta, een lokale boosterorganisatie, en werd ingehuldigd op 28 maart 1992.

Hoewel we er niet direct langs kwamen, de weg die wij moesten hebben, gaat naar rechts een kleine 20km eerder, zijn we er toch langs gereden. Er komen veel toeristen langs en er worden veel selfies gemaakt, maar wij waren er alleen. Nou ja zie de foto’s. De woestijn is sowieso prachtig met zijn grote variatie in kleuren en droogte. Er groeit niets. De weg naar de kust ligt op een hoogte van welhaast 2000m en het was er dan ook frisjes. Aan de kust, rijdend op Ruta 1 was het aangenamer met 23°C. Vlak voor Taltal is er een strandje met prieeltjes en tafeltjes waar we lunchten. Er zijn weinig hotels in Taltal, maar gelukkig was er plek in La Piedra Blanca.

Uitzicht vanuit het hotel.

We liepen een kilometer de heuvel af naar de kust waar wat restaurantjes zijn. We konden er eten, maar ze hadden geen biertje erbij. We rijden vandaag weer 240km verder naar het zuiden.

Hier nog even een filmpje.

Langs de kust van Chili op de Ruta del Desierto.