Tag archieven: Van onze motorcolumnisten

Als je valt met je motor, is het je eigen schuld!

(Een column door Dolf Peeters)

Ik ben zeker geen getalenteerde motorrijder. Maar na meer dan een halve eeuw – waarvan de laatste vijf jaar niet meer ’s winters – te hebben gereden, zie ik mezelf wel als een ervaren motorrijder. In de eerste twintig jaar zijn er een paar dingen tamelijk serieus mis gegaan. Dat gebeurde feitelijk door te weinig ervaring en te veel testosteron.  Maar ergens in die tijd tot nu ging de ongeval-score naar ongeveer nul. Dat traject ten goede ging in na het lezen van een boek van Ernst ‘Klacks’ Leverkus.

Ernst Leverkus testte in de jaren vijftig tot zeventig vrijwel elke nieuwe motorfiets die in Duitsland op de markt kwam. Samen met zijn partner Inge Rogge ontwikkelde hij testmethoden en meetprocedures voor motorfietsen, die een vast onderdeel vormden van talloze rondjes op de ‘groene hel’, de Nürburgring-Nordschleife, en de daarop gebaseerde testrapporten in de tijdschriften ‘Das Motorrad’ en ‘PS’. Hij maakte de motor-journalistiek volwassen. Op de meest degelijke, Duitse manier.

Als motorjournalist en auteur heeft Ernst Leverkus sinds 1950 in Duitsland letterlijk motorfietsgeschiedenis geschreven. En boeken schreef hij ook. Van zijn hand is het statement ‘Elke val is een schande’. Wie dat direct tot zich door wil laten dringen moet op de socials maar eens zoeken naar Daily Crazy Corner van KanyarFoto.

Maar in het echt heeft de opmerking van Leverkus mij wakker geschud. ‘Elke val is je eigen schuld’. Daar van gaan mensen steigeren.  Dat kan zelfs zijn omdat ze een geliefde zijn verloren door een motorongeluk dat feitelijk wel degelijk door ‘de andere partij’ werd veroorzaakt. Waarvoor mijn diepe medeleven.  Want: ‘Het licht stond voor mij op groen’, ‘ík reed op een voorrangsweg, ‘hij/zij/het kwam van links’. Gelijk heb je. Maar krijg je het? Is dat gelijk, dat recht relevant als je net bent opgekrabbeld en naar je gekneusde motorfiets kijkt?

Sinds het bij mij (Dolf Peeters) is geland dat elke mogelijke val, elk ongeluk ‘eigen schuld’ is ben ik anders gaan rijden. In een milde paranoia denk ik aan de muis die dapper van onder het aanrechtkastje komt, in de lens kijkt en piept “Wij muizen hebben ook het recht op de keukenvloer!”  ‘Famous last words’. Want er was een kat in de keuken.

Op de motor ga ik er opgewekt en ontspannen van uit dat elke andere weggebruiker hersendood, blind of crimineel is. Ik heb anticiperen, vooruitzien tot op een Olympisch niveau gebracht. Kijk tussen files naar voorwielen. Want die verraden elke mogelijke richtingverandering. Mannen met gleufhoeden in oudere grotere middenklassers of artrosevriendelijke gebakjes? Gevaarlijk!  Een permanentje met een blauwe kleurspoeling achter het stuur. Elke willekeurige fietser of fatbiker vanaf een jaar of zes. Jonge mannen met hun petjes achterstevoren op. De automobilist in de stilstaande auto voor je  kan elk moment zijn deur open doen. Elk levend wezen van elke mogelijke gender met een smartphone in de voorpoten is potentieel dodelijk.

Ze zijn er allemaal op uit mij dood te maken. Net als wegwerkers en hun bitumeuze asfaltreparaties. Gemeentes met levensgevaarlijke wegmarkeringstechnieken. Natte zwarte- of regenboogkleuren in bochten. Ik paranoia? Wat zou jij zijn als iedereen je probeert dood te maken?!

Bij die hele filosofie hoort natuurlijk dat je je motorfiets beheerst. En met het gehoorde gemiddelde kilometrage van de gemiddelde motorrijder geloof ik niet dat er zo een goede voertuigbeheersing op te bouwen is. Ik ben vrij allergisch voor regelgeving en voorschriften.  Maar voor ‘gewone’ recreatieve motorrijders zou een voortgezette rij opleiding, al was het maar een training van een dag, verplicht moeten zijn. Alleen al om te leren dat je een stoep kunt oprijden en dat je op een gewone motor best een stuk berm mee kunt pakken. Om te leren dat je gaat waar je naar toe kijkt. Dat je nooit kort voor je op de weg moet kijken.

Zelf ben ik dus al zo’n dertig jaar schadevrij. Nou ja bijna. Op een keer stapvoets onderuitgaan na, op zwart grit op de weg tijdens een donkere nacht.

Coos op Reis: Cortina D’ Ampezzo in de sneeuw

CORTINA D’AMPEZZO IN DE SNEEUW

Het is maandag 17 juni (als Coos dit schrijft) en het is prima motorweer.

De ideale omstandigheden om onze serie Coos op Reis te vervolgen. Joepie! Zoals je in een vorig artikel al las ben ik tijdens mijn Balkanreizen even aangesloten bij mijn motorvrienden van MC Zegveld uit Nederland.

Bij MC Zegveld gebruiken wij al jaren een oud Afrikaans spreekwoord als motto: ‘Als je snel wilt gaan, ga dan alleen.

Als je ver wilt gaan, ga dan samen.
Bij MC Zegveld gaan we retever én retesnel….

De motorclub is inmiddels met 21 deelnemers volgens het draaiboek en het routeplan in Oberdrauburg (Oostenrijk) geland. Zij kwamen van ver en reden snel…

Wie of wat is MC Zegveld eigenlijk? MotorClub Zegveld is een kleine 25 jaar geleden ontstaan. Zegveld is een dorpje, in het midden van het land, een stukje ten westen van Utrecht. Daar is verder geen reet te doen. Er woont overigens geen enkel lid van MC Zegveld (meer) in Zegveld. We hebben de naam van de club nooit veranderd. En what’s in a name? Shakespeare schreef al eens: ‘ook al zou een roos anders heten, dan zou het nog steeds een mooie, heerlijk geurende bloem zijn, dus wat zegt een naam nu helemaal?’ En zo is het.

Onze motorclub telt circa 80 leden. We vormen een gewone afspiegeling van de samenleving: vrouw, man, kort, lang, dik, dun, jong en oud etc. De leden rijden allemaal op zware toermotoren en BMW is relatief stevig vertegenwoordigd. We hebben geen sjoppers of racers in onze club. We gaan te snel voor de sjoppers en de racers kunnen te weinig bagage meenemen tijdens onze lange internationale trips.

Het aantal écht actieve leden is wel een stuk kleiner dan die eerder genoemde 80. Het grootste deel van de harde kern is hier in Oostenrijk nu wel aanwezig.

We hebben een actieve motorclub. Elk jaar komt er in december een nieuwe toerkalender uit met nieuwe plannen voor dagritten, lange weekends en vakanties. We genieten per jaar met elkaar van zo maar 40 toerdagen.

Nou ja, kijk anders zelf even hier. Dan krijg je een goede indruk van ons. Een eerder filmpje uit 2017.

We slapen en eten hier in Oostenrijk de komende dagen in hotel Gasthof Post. Het is een prima hotel voor een grote groep motorrijders. Ik zou er echter met mijn meissie niet gaan zitten, dan zocht ik een wat meer romantisch hotel. En …. sinds 2020 of zo mag je in Oostenrijk binnen niet meer roken. Dat probleem is gelukkig opgelost.

Ik gaf al eerder aan dat ik hier in Oostenrijk wat minder tijd heb om een uitgebreid reisverslag van mijn belevenissen te schrijven. Ik zet jullie lezers een beetje op pauze. Maar ik heb wel mooie verslagen van de routes. En ik deel de foto’s natuurlijk. Jôh, weer ff iets anders.

Vandaag een nieuwe motordag voor en met de motorclub! We gaan het echte werk doen. De klus waar we voor gekomen zijn. Werk voor stoere vrouwen en mannen. De watjes en de Sissies blijven in het hotel of op de camping om de Libelle te lezen. Wij gaan een rondje de bergen in. En we gaan hoog. En koud. Bare Steering! Prachtige, stevig route van 300 kilometer. Genieten!

De route vandaag ziet er een beetje uit als een achtje, een soort brilletje We gaan naar het westen, naar Cortina D’ Ampezzo. Het is een fraaie en veelzijdige route. We rijden door dorpjes in Oostenrijk om daarna hoog in de Italiaanse bergen te belanden. Uiteindelijk komen we dan in Cortina D’ Ampezzo. Uiteraard stoppen we daar even. Het is mooi dorp. Tja, wel een beetje mondain, maar dat zijn wij, rijke stinkerds op onze vette BMW 1250-ers, natuurlijk ook.

Na de toegekende, maar later afgelaste Winterspelen van 1944, vonden in 1956 in Cortina d’Ampezzo de Olympische Winterspelen plaats. De schaatswedstrijden speelden zich af in het dertien kilometer verderop gelegen Misurina.

Bij Cortina zijn we al weer over de helft van onze dagroute. De rit gaat verder door de Dolomieten en weer richting het oosten, terug naar het hotel.

De dag eindigt met het verzorgen van de motoren, een biertje in het zonnetje op het terras en een warme douche. Daarna volgt het diner en maken we de avond met z’n allen gezellig met verhalen en met spelletjes. We zijn net een uitgelaten schoolreisje op kamp…

En nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

Wil jij die bijna 100 andere motorverhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bromfietsongeval met Van der Spek

DE BALKAN – BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK!

Vrijdag 31 mei. Joepie!

(We lezen verder in onze serie “Coos op Reis”, waarin hij ons schrijft vanuit de Balkan.)

De zon schijnt. Het wordt vandaag ruim 22 graden. Heerlijk motorweer.

Eerst even alle rommel in de caravan opruimen en de zooi bij elkaar schrapen. Wat een troep uit die koffers van zo’n motorfiets komt. Ik dacht altijd dat Janny die rommel tijdens onze vakanties maakte, maar dat blijk ik zelf te zijn. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Dan kan ik straks thuis gewoon blijven roepen dat ik nooit rotzooi maak.

Ik lever bij de receptie de sleutel in. Ze hoeven hier gelukkig geen eierdopjes te tellen. Zij geloven dat ik zonder zonden ben. Als enige. Ontbijten doe ik net buiten de camping, aan de rand van het dorp. Heerlijk in het zonnetje op een terrasje. Het leven is verrukkelijk.

Om 10:00 uur breng ik het beest onder mij tot leven en rijd ik weg. Slechts 165 km te gaan vandaag. Eigenlijk heb ik gewoon een vrije dag. Eindelijk ben ik eens aan de beurt.

Bij de havens van Koper rijd ik kilometerslang (!) om de modernste en grootste autoterminal van het Middellandse Zeegebied. Er komt geen einde aan. Niet normaal. Er gaan daar ruim 600.000 auto’s per jaar doorheen van meer dan twintig Europese en Aziatische merken. Indrukwekkend. Verderop rijd ik de bergen in. De bergen liggen hier dichtbij de kust. Dat geeft schitterende uitzichten over zee. Ik zou hier best willen wonen. Slechts twintig meter van de weg wonen bijenhuishoudens. Het zijn net gezinnetjes. Elk huishouden heeft zijn eigen gekleurde voordeur. Kijk maar. Heb ik een foto? Is de paus katholiek?

Bij Dragonja rijd ik tegen de staart van zeker een kilometer stilstaand verkeer aan. Ik ben verbaasd. Is dit een tolpoort? Maar ik zie op een bord dat ik op het punt sta om Slovenië te verlaten en Kroatië binnen te gaan. Ah, dan is het paspoortcontrole. Mens, dat gaat zo minstens een uur duren. Ik kijk op mijn navigatiescherm, zie een alternatieve weg, draai mijn motor, rijd een stuk terug, sla linksaf de 6282 op en vijf kilometer later sta ik op de 200 bij een andere paspoortcontrole. Hier ben ik direct aan de beurt. Wat een lol. Ik zit te glunderen en voel mij Dikkie Slim. Whoeiii!

De grenscontrole stelt weinig voor. Ik berg mijn paspoort in mijn binnenzak op en dender Kroatië in. Direct na de grens zie ik bij een grenswisselkantoor een bord ‘Euro -> Kuna’. Kuna? Huh? Bedoelen ze …..? De euro blijkt pas over een paar jaar naar Kroatië te komen. Uh…ik heb mij niet zo goed voorbereid, geloof ik. Nu ben ik plots weer een oetlul. Er zit géén vijf minuten tussen…

In een toeristisch dorp ram ik mijn dikke BMW de stoep op, wandel een terras op en bestel een expreszo. Die kost 8 Kuna. OK. Géén idee. Dat is ongeveer één euro, leert Koekel mij. En ik kan NIET met euro’s betalen, vertelt de ober. Maar ik heb geluk. Acht meter verderop kan ik gewoon met mijn ING-pas Kuna’s uit de muur trekken. Tien meter de andere kant op koop ik voor 40 Kuna (5 euro) een lederen portemonnee. Dan houd ik mijn geld wat beter uit elkaar.

Ik pruttel een stuk door het binnenland. Mij vallen de luxe huizen op. Er zijn zelfs huizen met zwembad. Ik zie ook veel wijnvelden en olijfgaarden. Het wemelt van de kamers, hotels en appartementen. En fietsende Duitsers. De economie draait hier op volle toeren. Maar wel af en toe een verkeersdrempel. Dat zijn die Nederlandse ambtenaren daar komen vertellen zeker.

Ergens aan de weg zie ik stevige rookwolken omhoog kringelen. Ik heb geen idee wat het is. Het lijkt uit een soort oventje te komen. Verrek, ze roosteren gewoon een heel varkentje. Net zoals in de films van de Middeleeuwen. Fotooo! Wel zielig voor dat knorretje.

Even voor tweeën is het tijd voor de lunch en nuttig ik een salade. Ik wacht nog even met het opeten van een varken. Maar ook bij dit restaurant braden ze biggetjes aan het spit. Het zal wel een traditie zijn. Zoals de Poulet Roti in Frankrijk.

Maar liefst 47 Kuna reken ik af. Voor een cola en een tonijnsalade. En wat brood. Dat is € 6,20. Nou, ik kom hier noges terug. Zeker weten. De benzine kost overigens circa € 1,30.

Ik vind vlakbij Pula op een grote camping een caravan. Slechts 50 meter van zee. Prima. Ik blijf hier twee of drie dagen en ga de buurt eens verkennen.

BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK

Ik wijk een stukje van de route af, op zoek naar een expreszo of een ijsje. Wat het eerst komt. Zachtjes rollen mijn BMW en ik een dorpje aan de kust binnen. Ik geniet van de oude huizen en de gezellige straatjes.

Er is wat tegemoetkomend verkeer. Er rijdt een auto achter mij. Er lopen wat wandelaars op het trottoir. Voor mij een normaal verkeersbeeld. Ik zie in een flits iets van links naar rechts schuiven en plots rolt een seniorenechtpaar over het sterk verouderde asfalt achter een licht scootertje aan. Het plastic maakt een erg naar schurend geluid. Het valt mij op dat de dame raar op haar rug valt en angstvallig moeite doet om haar beide benen in de lucht te houden. Dat lukt grotendeels.

Ik rem, zet de alarmlichten van mijn motor aan, laat alle andere lichten branden en zet mijn kasteel een beetje schuin midden op de weg. Op die manier scherm ik met mijn burcht het echtpaar van het overige verkeer af en probeer ik erger te voorkomen.

Ik schop mijn zijsteun uit, stap af en loop vervolgens de weg op, stop het tegemoetkomende verkeer en help de dame, samen met haar partner, overeind. Zij is aangeslagen. Ik dirigeer haar naar het veilige trottoir. Iemand van een winkeltje biedt een stoel aan. Haar man en vriendinnen staan er wat bedremmeld bij.

Pas na een paar minuten is ze wat helderder. Ik heb pas twee nieuwe knieën, stamelt ze. Ah … vandaar de reflex en die beentjes in de lucht…, bedenk ik mij. De vrouw draagt een zomerse driekwartbroek en is aan benen, armen en handen flink geschaafd. Het ziet er allemaal naar uit.

Ik haal mijn motorfiets van straat en pak mijn vorig jaar nieuw aangeschafte EHBO-tasje uit mijn topkoffer. Daar zitten ook chirurgische wegwerphandschoenen in. Samen besprenkelen we alle gemene schaafwonden met Betadine. Wat stukken keukenrol en een paar pleisters uit mijn tasje op haar voeten, beperken verdere schade. Ze kalmeert wat van alle zorg. Van de winkelmevrouw krijgt ze een glaasje water.

Ze heet …..Tonny Pols – van der Spek, zegt ze. En ze komt uit Vlaardingen. Ergens moet het familie zijn. Haha, wat is onze enorme wereld toch klein. En wat een toeval.

Ze is erg dankbaar. Ik ben haar reddende engel en krijg een hééééle dikke knuffel. Míjn dag is weer goed. Móói avontuur met De Spekkies beleefd!

Nog wat plaatje voor The Catch Of The Day?

Coos op Reis: DE ONGEDULDIGE

DE ONGEDULDIGE

(Verslag nummer 55 in onze serie Coos op reis.)  Strakblauw.  Het wordt een mooie dag. Een graad of 23, schat ik. Prima weer om iets te ondernemen. Factor 50, korte broek en tien blote tenen in de sandalen. Truitje mee voor vanavond. Fles water en mijn e-reader in het rugzakkie en op weg.

Ik ontdek bij de receptie waarom de prijs per nacht nu lager is: het restaurant en de bar gaan woensdag pas weer open. Er is nu niks. Nou, lekker dan.

Een kilometer verder vind ik een mooi plekje voor het ontbijt. Vlakbij de bushalte en dat komt goed uit, want vandaag ga ik een dagje naar het oude Livorno, een kleine tien kilometer naar het noorden. Met de bus heen en dan terug wandelen. Slechts 22 kilometer op blote voeten in sandalen te gaan vandaag. Piesofkeek.

Dit blijft voor mij een goede combinatie: één of twee daagjes motorrijden, een dagje aan het strand en een dagje wandelen en wat cultuur snuiven.

Livorno noemt zich graag Nieuw Venetië. Maar dat komt vast omdat Livorno de ‘jongste’ grote stad in Toscane is. De stad stamt slechts uit de 15e eeuw. Ik heb een lijstje van de dingen die ik vandaag graag wil gaan zien.

Maar eerst haal ik bij de apotheek de door mijn achternicht Fabienne geadviseerde oogdruppels. Zij heeft jaren in Italië gewoond en kent de goede dingen van Italië. Samen met de neusdruppels van motormaat en dokter Hans moet het nu in orde komen.

Fortezza Nuova valt mij tegen. Ik had er veel van verwacht. Het is absoluut niet fotogeniek. Het fort is verwaarloosd en onderdeel van een park. En dan trekt dat toch ander publiek. Ik zie veel graffiti op de muren. Het fort is ook half overwoekerd met onkruid en bomen en struiken.

Er is wel een gedenkplaats van de scheepsramp die daar in 1991 plaatsvond. Daar kwamen 140 mensen bij om. De veerboot botste op een voor de kust liggen de tanker. Allemaal niet zo heel bijzonder, maar deze boot heeft tot 1984 als de Koningin Juliana op de lijn Hoek van Holland-Harwich gevaren. En nu ben ik plots weer heel dichtbij huis.

Ik ontdek het prachtige standbeeld van De Vier Moren. Het standbeeld symboliseert de overwinning op de piraterij rond 1600. De familie Dei Medici heeft een belangrijke rol daarin gespeeld. Er is één plek waar je alle vier de neuzen van de piraten kunt zien. En als je díe plek hebt ontdekt, dan brengt dat geluk. Ik heb ‘m gevonden. Gelukkig maar, ik heb immers zoveel pech in mijn leven.

Ik heb de blanke heerser, die boven de Moren op het standbeeld staat, maar van de foto afgesneden. In de tijd dat ik mijn reis maakte, zeurde niemand nog over zwarte Piet, maar die is in 2020 door de middenstand definitief afgeschaft. Of we het willen of niet.

Mijn iPhone hoesje is kapot gegaan. Peperduur lederen ding van Nederlandse makelij. Rond de 50 euro voor betaald. De kwaliteit is eigenlijk absurd slecht. Dus ik loop bij zo’n Chinese shop naar binnen. Voor 5 euro heb ik ff een ander hoesje. De keuze was reuze…

Monter wandel ik naar de Cattedrale di San Francesco uit 1595. Hij is echter dicht. Dat had ik niet verwacht.

Ik wandel langs de zeekant terug richting de camping. Hardlopen is erg populair in Italië. Ik kom zeker 200 hardlopers tegen. Ik voel mij schuldig. Ik heb alle hardloopspullen bij mij en ben nog niet één keertje gaan hardlopen. Het komt er gewoon niet van. Ik heb het te druk. Haha.

Onderweg drink ik op een terrasje nog even een dubbele espresso. En daar leg ik een werkelijk prachtig tafereel vast. Dat ga ik even uitleggen…

DE ONGEDULDIGE

Een moeder en haar toch niet meer zo piepjonge zoon zitten bij mij in de buurt op het terras. Ik zie ze vanuit mijn ooghoek en kan ze vanachter mijn donkere glazen in de gaten houden. OK, bespieden dan.. En een beetje achter mijn vuistje grinniken.

Zoonlief geniet zichtbaar van zijn vette hap die mama voor hem heef gekocht. Hij duwt de voedzame maaltijd met van het vet glimmende vingers naar binnen. Dat doet hij niet voor het eerst, zo aan zijn buik te zien. Hij drinkt er een blikje met mierzoete limonade achteraan. Van de schreeuwerige kleuren op de verpakking van het blikje schiet spontaan mijn suikerspiegel omhoog.

Moeder drinkt een alcoholisch drankje. Daarnaast rookt ze als een schoorsteen om de beurt sigaretten en sigaartjes. Ze praten ook niet met elkaar. Het gaat ze duidelijk om het eten, drinken en roken. De zoon rookt niet. Dat is ongezond. Tja joh, iedereen heeft recht op zijn eigen verslaving. Wees eerlijk, dat gejakker op die motorfiets en dat gehang op het strand van mij, is ook niet normaal.

Als zoon al zijn troep op heeft, dan stelt hij zijn moeder direct voor om weer te vertrekken. Ik zie het aan de knik van zijn hoofd. Ik proest het bijna uit.

Moeder wijst echter achteloos op haar nog half gevulde glas en steekt nog een sigaret op. Het ritueel van ma duurt nog wel tien minuten…

Nou, en dan begint het grote ijsberen van zoonlief. Van de rand van het trottoir en weer terug naar de tafel. En kijk ma lekker rustig zitten. Wat een prachtig fotomoment voor mij. Het ongeduld druipt als bakvet van de foto…

Coos op Reis: PERSPECTIEF

Coos van der Spek vervolgt zijn motorreis. Drie maanden door Zuid-Europa, we lezen zijn 14e verhaal vanuit Spanje.

De wekker loopt om 07:00 uur af. Het is koud in het huis. Ik heb niet zo goed geslapen. Geen idee.

Ik plaatste gisteravond mijn reisverslag heel laat op de avond en noteer ‘s morgens vroeg al méér dan 35 reacties.

Mijn Facebookvrienden hebben ook niet zo goed geslapen, denk ik.

Ik ruim de laatste spullen op en laad alles in en op de motor. Das best even een werkje. Ik zie haar onder het gewicht diep in haar vering zakken.


Maar dáár heeft zo’n BMW R1200 GS Adventure een mooie oplossing voor: ESA. Dat staat voor Electronic Suspension Adjustment. Ik pas vóór vertrek met één druk op de knop aan het stuur mijn vering elektronisch aan. Ik voel de GSA zichzelf oppompen. Zij staat weer recht. Verder kan de vering van de GSA o.a. in de ‘harde’ stand staan. Dat gaat ten koste van het comfort, maar het geeft ook wel meer stabiliteit in de bochten. En dat is nodig met deze bepakking.

Overigens kan ik óók de dynamiek van het motorvermogen op het stuur aanpassen. Voor elk rij-karakter is een modus. Als het regent, als ik gewoon wil toeren of als alles lekker dynamisch en fel moet zijn. Prachtige techniek en allemaal bereikbaar onder wat knopjes.

Om 09:30 uur heb ik het ontbijt achter de kiezen, de sleutels bij het buro ingeleverd en dender ik het dorp uit. Het is prachtig weer en er staat een stevige bries. Ik gooi de machine een paar keer links en rechts om weer even aan het gewicht te wennen.

In Mazarrón vul ik de werkelijk enorme brandstoftank van de GSA voor een prikkie met benzine. Lekker dik dertig liter aan extra gewicht voorin hangen. Is goed voor de balans. Ooit was ik met een reisgenoot ten zuiden van de Pyreneeën. Mijn maat vroeg of ik moest tanken. Welnee, antwoordde ik, dat heb ik vorige week toch nog in Utrecht gedaan… De motorwereld kenmerkt zich door sterke verhalen.

Omdat de route veelal door de bergen voert, verwacht ik onderweg weinig horeca. Als ik plots door een stadje rijd waar de supermarkt wél op zondag open is, sla ik mijn slag. Bij twee bakken lekkers staat geen tekst, dus die kies ik allebei meteen. Met handen en voeten ritsel ik een plastieke vork en bezweer de blozende Spaanse señorita dat ik mijn héle leven van haar zal blijven houden.

De weg slingert omhoog en de wind is ondertussen tot stormkracht aangetrokken. Bij Puerto Lumbreras werp ik vanuit de verte even snel een blik op Castillo de Nogalte. Ik kijk vlug weer voor mij. Ik moet echt mijn aandacht op de weg houden.

Inmiddels waarschuwen borden boven de weg voor extreme wind en windstoten. De storm buldert om mijn Beierse kasteel en fluit en giert door alle schietgaten.

Niet normaal. Ik zie lege containers omvallen, reclameborden aan barrels gaan, afgewaaide palmboombladeren op de weg liggen en grote stukken losgelaten landbouwplastic door de lucht vliegen. Ronde, verdorde struiken bolderen sinister als verlaten geesten over de weg. Tumbleweeds uit horrorfilms!

Maar het is wél gewoon strakblauw en 18 graden in de bergen.

Ik heb weinig plezier op de motor. Het is gevaarlijk. Door de wind bonkt en schudt en steigert de zwaarbeladen BMW enorm. Als ik een bocht neem, en daardoor van rijrichting verander, ligt de wind op de loer om de motor en mij te grazen te nemen en ons een greppel in te flikkeren. Ik schroef het tempo terug. Het is te tricky. Jôh, ik ben gewoon een ouwe kale Sissie. Ik geef het toe. Maar ik kom vanavond wél veilig aan. Dat dan weer wel.

Ik rij onderweg door de beroemde Tabernaswoestijn. Het is de enige woestijn in West-Europa. De zon schijnt er 3000 uur per jaar. In de jaren zestig zijn hier veel westerns door regisseurs zoals Sergio Leone opgenomen. Eén daarvan is de bekende film The Good, The Bad and The Ugly.

De woestijn is nu een beschermd natuurgebied van zo’n circa 300 vierkante kilometers. Het ziet er daar vreselijk stoer uit. Kicken, man! Maar nu snel weer voor mij kijken en op de weg letten.

Waarschijnlijk hou ik door de bulderende wind het stuur te stevig vast. Ik krijg extreme kramp in beide handen. Mijn vingers staan gespreid en ik kan soms mijn duimen niet meer opponeren. Ik moet er voor afstappen en pauzeren. Ik doe ontspanningsoefeningen, eet een banaan, drink voldoende water, plas, heb op grotere hoogte de handvatverwarming aan en probeer het stuur meer losjes vast te houden. Het helpt wel, maar eigenlijk komt het de hele dag elke keer terug.

Ik zal mijn hulptroepen van thuis eens aanroepen, bedenk ik mij. Dus ik vraag via Facebook dokter Hans Den Ouden, onechte nicht en coureur Nikki van der Spek, instructeurs Stephan Moerkerken en Bert Duursma en ervaren motoragent Dennis. Hoe voorkom ik het? En wat doe ik verkeerd? Dan zie ik de kracht van social media. Ik krijg mijn antwoorden. En natuurlijk houd ik het stuur te stevig vast en moet ik meer ontspannen. En moet ik voldoende eten en drinken. En moet die klerewind een keer ophouden, mopper ik in mijzelf…

Na 300 km vind ik rond half zes een hutje op een strandcamping bij Almería.

De camping telt 700 plaatsen en was in december vol, aldus een Engels echtpaar. Als je meer dan 100 dagen blijft, dan krijg je 60% korting. Maar ik blijf zoveel dagen niet, dus ik betaal € 53,- per nacht. En aan mijn zo slim aangeschafte speciale ACSI-kortingskaart heb ik geen reet. Die geldt alleen voor een tentje.

Owja, en ik moet minstens twee nachten blijven. Maar het hutje is veel groter dan mijn tent, ik kan morgenochtend poepen op mijn eigen doossie en daarna onder mijn eigen douche stappen. In die volgorde trouwens. En al mijn spullen staan hier achter slot en  grendel en mijn motor in mijn eigen tuin, op mijn eigen oprit. Voor € 53,- per nacht terug naar de jaren zestig, terug naar The Good, The Bad and The Ugly. Wat een goudmijn hebben ze hier aangeboord. Kleredieven. Jôh, wat kan mij het schelen…

PERSPECTIEF

Ok, ik zal eerlijk zijn. Ik zie mijzelf best wel een beetje als de grote flinke ik-durf-alles-reiziger. Stoere motor, voor een wereldreis beladen, slaapzakken en tentje en kookspullen mee, grote stoffige laarzen aan, intermediate handschoenen, navigatie en natuurlijk als een wijze uit het oosten een landkaart van Spanje en Portugal zichtbaar onder het ruitje van de tanktas. Heb je het beeld een beetje? Dat beeld ff vasthouden dan…

Ik heb benzine getankt. Ik sta nog een beetje te dralen, slokje water te drinken, mijn bepakking te controleren en zo. Komt de dame achter haar kassa vandaan om te vragen of ik soms ‘assistentie nodig heb bij het tanken’….

Jemig, ben ik toch plotseling weer zo’n hulpbehoevende ouwe bejaarde in Spanje…. Whoeii! Teringjantje….