Tagarchief: StelvioPass

Italiaanse passen rijden? TRIPmotorreizen nodigt je uit.

Waar denkt een motorrijder aan als je aan Italië denkt? Juist dan komt gegarandeerd de Stelviopass  ten sprake.  Maar er is nog zoveel te beleven in Italië als motorrijder!

Wat is de grote aantrekkingskracht van de Stelviopass, of Stilfersjoch zoals hij eigenlijk heet? Als je vanuit Trafoi de pass op rijdt dan is er een overwinningsgevoel als je boven komt op 2758 meter hoogte. Je hebt zojuist 48 haarspeldbochten overwonnen. En de laatste paar zelfs op het smalste en steilste stuk. Je rijdt hier tussen stenen muurtjes omhoog in de hoop dat je geen tegenliggers tegen komt. En als je dan bovenaan komt, is de finishstreep dan ook zo aangekleed. Je hebt aan de rechterzijde ontelbare kleine winkeltjes en aan de andere kant grote hotels. Je gaat alleen of met je maatjes op de foto en je kijkt trots in de lens van de camera.

Ook wij hebben dit gedaan. Zelfs met sneeuw en al. En het voelde inderdaad als overwinning. In september 2018 hebben we zelfs bovenop de Stelviopass mogen overnachten. Bij aankomst was het motoren parkeren en vervolgens nog eens 100 meter omhoog lopen naar Rifugio Garibaldi. Dit kleine hotel staat op 2845 meter hoogte en je kan daar alleen lopend komen. En gezien het hoogteverschil is het zuurstof tekort erg merkbaar bij deze beklimming.

Maar eenmaal boven heb je een prachtig uitzicht over beiden zijdes van de Stelviopass. Het hotel heeft overigens maar 3 slaapkamer met 5 tot 6 bedden per kamer. Maar dat we dit destijds gedaan hebben was een prachtig gevoel om mee te maken.

Is het voor ons de mooiste pass geweest die we gereden hebben?Als je naar de grote namen kijkt heb je de Gaviapass, Passo San Boldo en vele anderen passen. De mooiste is voor ons toch echt de Timmelsjoch. Deze pass bevindt zich op de grens van Italië en Oostenrijk en is, met 2474 meter, de hoogste grensovergang van Oostenrijk. Op deze pass kom je eigenlijk alles tegen. Wij hebben de mazzel dat we hem zonder en met sneeuw gereden hebben. En beiden zijn indrukwekkend. Je hebt de haarspeldbochten en lange stukken met flauwe bochten. Je rijdt door tunnels, langs bomen en rotsen. Je hebt steile stukken en flauwe hellingen. Op het steilste stuk hangen de wielershirts ter aanmoediging in de bochten. Overigens is de tip wel om deze pass vanaf de Italiaanse zijde te beklimmen. Dan is hij het mooiste. Als je de grens met Oostenrijk over bent duurt het trouwens niet lang of je komt de tolhokjes al tegen. Voor de motorrijder kost dat 14,- euro. Maar dat heb ik er graag voor over. Dit is overigens geen weggegooid geld. Want dat gaat rechtstreeks naar de verzorging van de pass zelf. Bij deze tolhokjes is ook het motormuseum gevestigd. Hier staan over 3000 m2 ongeveer 230 klassieke motoren ten toon gesteld. Eigenlijk een must voor motorrijders.

Maar wat heeft Italië dan nog meer te bieden? Ga eens van deze paden af. Neem niet de doorgaande wegen, maar een onbekende weg over een berg heen. Kan je niet verder, keer je weer om en rijdt terug. Je krijgt er geen spijt van. Hoewel het asfalt vaak slecht is, is het dus niet voor iedere motor geschikt. Het beste kan je beschikken over een all-road motorfiets. Dan is het volop genieten. Denk hierbij aan haarspeldbochten van 2 meter breed, 20% hellingsgraad en zicht op het Gardameer. Of je rijdt door het bos naar boven, je denkt de hele rit: “Hier komt nooit iemand!”. En na 10 kilometer zie je toch echt een heus dorp bovenop de berg.

Italie heeft dus zat te bieden. Maar hoe ga je dat doen? Met wie ga je? Waar moet je precies gaan rijden?  Allemaal vragen waar wij wel raad op weten. Of nog mooier! Je gaat met ons mee en beleeft het geheel op je eigen manier.

Rob & Robert, TRIPmotorreizen.