Categoriearchief: Motorroutes

Coos op Reis: Zij bestiert al 70 jaar een hotel

(Coos van der Spek is aan de laatste dagen van zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa bezig.

We lezen hier in de serie CoosOpReis zijn 67e verhaal, over 4 verhalen is hij weer thuis….)

De bewolking en de zon vechten samen hoog in de lucht uit wie hier vandaag de baas mag zijn. Het is ruim voor tienen al meer dan 20 graden. En dat is uitmuntend weer om motor te rijden. Joepie!

Ik neem afscheid van de zee. Ik reis vandaag weer verder naar Noord-Italië. Dat heet daar Süd-Tirol. De voertaal is grotendeels Duits.

Ik moet mijn olie in de gaten houden. Deze watergekoelde motoren staan er, in tegenstelling tot de luchtgekoelde blokken van de vorige generatie, om bekend nagenoeg géén olie te verbruiken. Een blik op mijn kijkglaasje geeft echter aan dat aandacht nodig is. Maar welllicht staat de motor niet helemaal horizontaal. Naar de BMW-dealer in Bolzano voor een kannetje olie is geen optie. Die is op zaterdag om 12:00 uur dicht. Dat had ik nou niet verwacht…

Al na 30 kilometer doemen de bergen in de verte op. Dat betekent tot aan Nederland géén polderlandschappen meer. Ik zit te fluiten in mijn potje van dat blije vooruitzicht.

Overigens heb ik nooit muziek aan in mijn helm. Technisch zijn alle voorbereidingen daarvoor getroffen. Het is slechts een druk op de knop en dan schuiven Gazpacho of Steven Wilson langs mijn kale schedel door mijn goudvissenkommetje zo mijn grote oren in. Maar muziek leidt mij af. Waarschijnlijk omdat het teveel met mij doet. In de jaren negentig kreeg ik van mijn werkgever mijn eerste mobiele telefoon in mijn auto. Mijn dochter noemde mij toen al Coos Draadloos. Nu heet ik voor mijn lezers vast Coos Muziekloos.

Voordat ik de wat minder bevolkte bergen in trek, wil ik eerst even tanken. Klaarblijkelijk zijn de inwoners van deze omgeving hier wat betrouwbaarder, want ik kan hier gewoon voor de benzine met mijn creditcard aan de kassa betalen. Wat een ongekende luxe. De Italiaanse maffia zit echt in het zuiden van Italië, hoor. Hier zijn ze rijk en hebben ze geld. En vertrouwen dus!

Ondertussen is het 25 graden. Best warm. Ik ben blij met mijn dunne hightechshirtje dat lichaamsvocht extra snel afvoert. Katoen wordt nat en blijft nat. Dit spul droogt ultrasnel op.

Een poos later rijd ik de bergen in en stijg als een berggeit steeds verder omhoog. Een vuistregel is dat er één graad per honderd meter van de temperatuur af gaat. De temperatuur zakt naar 19 graden.

Tijdens een fotomoment onderweg trek ik een extra truitje aan. En bij het volgende fotomoment gaat de Goretex-voering losjes in mijn jas. Dan is het nog maar 14 graden.
Een goed halfuur geleden nog 25 graden.

De donkere wolken blijven steeds wat dreigen, maar de zon heeft de overhand.

In de verte ligt sneeuw. De zon speelt met de wolken en met de door groene bomen bedekte bergen. Sommige stukken lichten licht op, andere stukken blijven donker. Het is een levendig tafereel en een prachtig gezicht.

Uit die donkere wolken is een paar uur terug regen gekomen. En dat is jammer, want nu is de weg nog nat. Dat drukt het tempo.

Bij de Lidl scoor ik een broodje en een sapje voor onderweg. En dan dender ik door naar de Passo Staulanza en de Passo Duran. De Staulanzapas verbindt de Bellunese bergdalen Val Fiorentina en Val di Zoldo met elkaar en de Duranpas vormt de verbinding tussen het dal van de rivier de Cordevole en het Val di Zoldo.

De enorme klim naar boven is dertien kilometer lang. Ongeveer drie kilometer voor de pashoogte bereikt de pas een hellingspercentage van 14%. Twee kilometer lang allemaal tornanti. Wel dertig! De één na de ander. Om draaierig van te worden. Maar machtig om hier te kunnen sturen. Het Italiaanse asfalt is ook veel stroever dan in Spanje en Portugal. Het geeft bijna altijd vertrouwen.

Onderweg tref ik een echt mooi kasteel. Het hoort thuis in een sprookje. Of in de Efteling.

Ik kom hoger en hoger. Reuzen spelen hier ‘s nachts met de bomen het spelletje Mikado uit mijn jeugd.

Rond de 1800 meter ligt sneeuw. Dan bestorm ik met de nog immer loodzware BMW Passo Pordoi. Die gaat zelfs naar 2240 meter. Dit zijn de beroemde passen uit dit gebied. De natte droom van elke motorrijder. Het is er 6 graden en ik rij nog steeds met mijn zomerdoorwaaihandschoenen aan en zonder extra voering in mijn motorbroek. Het gaat wel. Of zou ik gewoon helemaal geen watje zijn? Is dat een optie? Wat denken jullie?

Passo Sella ligt ongeveer op dezelfde hoogte en ook hier ligt ruim sneeuw. De maatjes van mijn motorclub gaan over een paar weken weer naar dit gebied. Ik ben er dit jaar niet bij, maar hier alvast een impressie, vrienden en vriendinnen! Er ligt in die periode vast nog sneeuw. Heerlijk.

En terwijl aan de ene kant de sneeuw aan de kant van de weg ligt, bloeit aan de andere kant de hei. Fantastisch om hier weer te zijn. Ik rijd naar de mij bekende camping Seiser Alm op 950 meter hoogte. De camping is een topper met sanitair van het nivo van een kuuroord. Helaas verhuren ze alleen berghutjes voor een hele week. Gelukkig maar, want het wordt hier vannacht 6 graden. Daarom wijk ik maar uit naar het dorp, hier in de buurt.

Genoeg gevangen voor the Catch of the Day. Was je ooit in de Dolomiti? Prachtig gebied! Zeker op de motor. Zet ‘m op je lijst.

Uiteindelijk beland ik vier kilometer verderop, in Völsch am Schein. Voor mij een bekende plaats uit één van mijn eerdere reizen. Ik zit in het prima hotel Rose Wenzer.

ZIJ BESTIERT AL 70 JAAR EEN HOTEL

Een zeer vriendelijke ietwat warrige oude dame schrijft mij in. Op een oorkonde aan de muur staat dat Rose Baumgarten al 50 jaar dit hotel Rose Wenzer bestiert. En als ik noges goed kijk, dan zie ik dat die oorkonde uit 2001 stamt. Miljonair, stokoud en alleen maar datgene kunnen en willen doen wat je je hele leven al doet. Maar goed, zij is er gelukkig mee, hoop ik maar.

Als ik er om 22:00 uur achter kom dat ik de enige gast in het hele hotel ben, stel ik de oude dame voor dat ze voor mij nog een biertje inschenkt en dan zelf lekker naar bed gaat.

Ze laat mij zien hoe het licht uit moet en zegt wel vier keer dankuwel.

Achgossie…

Wil jij nog veel meer PASSIE VOOR MOTOREN lezen? Wellicht is het dan leuk om lid te worden van onze super gezellige besloten FACEBOOKGROEP, via DEZE LINK. We hebben nu bijna 3.000 leden!

Twee vrienden, twee motoren, één motorreis

Twee vrienden, twee motorfietsen, 41 landen en 83.000 kilometer. We kijken naar een film van twee Franse avonturiers die twee jaar lang reisden op hun Triumph Scramblers door meerdere continenten. Zoals trouwe lezers weten kijken wij (van de redactie@ikzoekeenmotor.nl) graag YouTube documentaires over motorreizen. Dit is een bijzondere die kijkt als een film. Wat ook fijn is, we hoefden tijdens het kijken nu eens niet om de 10 minuten de reclames te bekijken of over te slaan. De sfeer van deze film lijkt op die van een prettige roadmovie. Weinig geklets, veel mooie beelden en fijne muziek. Een aanrader voor mensen die graag reisverhalen bekijken. Verhalen van mensen die vertrokken, hun droom leefden.

Op de motor door de Himalaya’s

Twee Indiase motorrijders namen twee Australiërs en een Duitser mee op deze prachtige motorreis. Van Noord India rijden ze via Ladakh door de Himalaya’s. Het is een prachtige documentaire van bijna twee uur. Of je nu houdt van motorrijden of je bent fan van reisdocumentaires. Deze mannen van Himalayan Motorcycle Adventure hebben een unieke film gemaakt. De bergachtige verlaten gebieden die ze doorkruisen zijn enorm indrukwekkend. Bizar om te horen hoe klimaatverandering ook daar zorgt dat er hele dorpen verhuisd zijn omdat er geen smeltwater meer is en ze dus hun bron van leven zijn kwijt geraakt. De mannen laten ook zien dat motorreizen op dit niveau echt avontuur is. Kijk en geniet.

Van Londen naar Sydney op een KTM 690S

Zoals onze trouwe lezers weten, delen we hier nogal eens YouTube materiaal. We merken dat dit enorm gewaardeerd wordt; de bezoekers van ikzoekeenmotor.nl volgen ons via de website en diverse sociale media, en via onze items wordt er veel naar YouTube gekeken. Via Motorcycle Adventure Dirtbike TV kwamen wij deze uitgebreide aflevering uit 2016 tegen. Een prachtige documentaire van 1.10 uur, waar je geniet van een ultieme motorreis.

met Trip Motorreizen naar Livigno

Trip Motorreizen was met een leuke groep motorrijders een week naar Livigno. We lezen mee:

Het zit er weer op! Onze motorreis naar Livigno “In Luxe Genieten” was een groot succes! We hebben zelfs het weer kunnen regelen. Een week voor vertrek zag het er slecht uit met veel regen. Toch hebben we eigenlijk alleen de eerste dag in het Zwarte Woud en in de laatste kilometers naar het hotel in Livigno wat regen gehad.

Zaterdag 4 september vertrokken we en zondag 12 september waren we weer terug. Bijna de hele groep had zowel een dag eerder, als een dagje langer bijgeboekt en we verbleven dan ook in een hotel in het Zwarte Woud. Zo hoefden we niet de hele lange afstand naar Livigno in 1x te rijden. En onderweg pakten we nog leuke wegen mee.

Het hotel, of eigenlijk een prachtig B&B in Livigno was van alle gemakken voorzien. Sauna, jacuzzi en een Turks Stoombad, hoewel deze laatste i.v.m. de plaatselijke coronamaatregelen was gesloten. De kamers waren zeer luxe en voorzien van heerlijke bedden en een badkamer met krachtige stortdouche. De motoren stonden in de prachtige en schone garage waarbij we het gereedschap mochten gebruiken. En dat was een keer nodig!

Eten deden we in een gezellig Italiaans familie restaurant. Daar kon iedereen gewoon van de kaart kiezen wat hij wilde eten.
De routes gingen over de meest prachtige passen en wegen.
Helaas was de Munt-La-Shere tunnel gesloten voor onderhoud. Dus dat werd 1x omrijden. En dat scheelt al snel 1.5 uur.
Geniet van de bijgevoegde foto’s, mocht je erbij willen zijn een volgende keer, kijk dan eens op Trip Motorreizen.

Nog wat foto’s:

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Van de Oostkust naar de Westkust van de USA

Jake Rides Away.  Dit is de naam van een prachtig YouTube kanaal waar we dit filmpje tegen kwamen.  Jake rijdt prachtige motortrips door de USA. In deze aflevering heeft hij de mooiste en leukste shots achter elkaar gezet, van zijn motorreis van de Oostkust naar de Westkust.  Het geeft in nog geen 20 minuten een prachtige indruk van deze mooie reis op zijn Triumph Bonneville.

MET SPANJE MOTORTOURS EN COOS OP REIS

Heb je genoten van al die motorreisverhalen in onze serie Coos op Reis? Dacht jij bij jezelf “dit wil ik ook”?

Pak dan nu je kans! Spanje Motortours zorgt dat jouw motorfiets in Barcelona komt, en daar maak je dan vanaf 26 juni tot 2 juli a.s. een prachtige motorreis rond de Pyreneeën. En jaja, de reisbegeleider is onze enige echte Coos van der Spek.

De kosten bedragen € 899,-, en je kunt hier boeken!

Pyreneeën

De Pyreneeën zijn een prachtig gebergte in Zuidwest-Europa en vormen de natuurlijke grens van Spanje en Frankrijk. Het gebergte strekt zich uit over ruim 400 kilometer, van het westen naar het oosten, van de Golf van Biskaje naar de Middellandse Zee. Het is circa 50 miljoen jaar geleden ontstaan. Er zijn 129 pieken met een hoogte van 3.000 meter of meer. De hoogste berg in de keten is de Aneto (3404 meter), gelegen in het uiterste noordoosten van het Spaanse Aragón. Heb je inmiddels het Sauerland, de Eifel en Luxemburg al een paar keer gezien en ben jij toe aan een volgende stap? Of heb je gewoon nog niet zoveel ervaring maar droom je al jaren van deze fraaie omgeving in de zon en wens je stiekem een ervaren motorrijder bij je in de buurt die je tips en raad geeft? Heb je zin in een avontuurlijke reis met mooi asfalt? Heb je gehoord van de prachtige rode rotsen, de spectaculaire uitzichten, ontmoetingen met vee op de weg, de roofvogels boven je hoofd en de verstilde dorpjes onderweg? Je houdt daarnaast van een luxe hotel? Misschien wel met een zwembad en een spa? Ga dan met deze reis mee! Beleef de Pyreneeën. Beleef Spanje! Ga een weekje met ons mee naar Jaca. Dan zit je helemaal goed!

  • Incl. Motortransport, routes voor navigatie, 6 hotelovernachtingen obv logies en ontbijt, begeleiding.
  • Excl. Vlucht. Deze dien je zelf te boeken, bij voorkeur bij heen met Transavia, terug met Vueling. Prijsidee tussen de € 125-175, hoe eerder je boekt des te goedkoper.
  • Uitzonderlijke bepalingen: Je reisbegeleider is Coos van der Spek en er geldt (in dit geval wél) een minimum aantal deelnemers van 10. Wil je de reis wat specifieker bekijken, klik dan op deze link.

Mink Bijlsma. Beroep: MotorReiziger

Wie ben jij? 

Ik ben Mink Bijlsma, 60 jaar (ongelofelijk maar volgens de burgerlijke stand toch echt waar). 

Waar kom je vandaan?

Ik had graag willen zeggen: “Nét uit Spanje‘. Maar dat lukt mij al een jaar lang niet. Dus houden we het maar bij het Buitenste Buitenbos van Zuidlaren.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Dat is wel grappig. Ik wilde eerst geen brommer want het geld wat ik daarvoor kwijt zou zijn kon ik beter aan een motor besteden als ik 18 zou worden. Maar toen besefte ik mij dat het wel handig was om ervaring op te doen, zodat ik minder hoefde te lessen. Dat kwam uit: half lesje, 3 maanden een oefenvergunning en voor nog geen 200 Pietermannen had ik het toen nog roze papiertje! 

Wat voor bromfiets was dat toen? 

Het werd uiteindelijk een Yamaha FS1, zo eentje met een ‘alles naar boven’ versnellingsbak. Of was het nou net andersom? In ieder geval zat de vrij-stand niet tussen de 1 en 2. 

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit? 

Dat was 14 dagen voordat ik 18 werd. Een Suzuki GT 550. Zo’n tweetakt driecilinder met RAM –air cooling. Ik zou en moest rijden vanaf de dag dat ik jarig zou zijn. Dat was op 15 februari 1979, twee dagen nadat het gigántisch gesneeuwd had (in het noorden) en alles plat lag. Metershoge sneeuwduinen. Had ik 8 jaar naar deze dag uitgekeken, moest ik nóg twee weken wachten. Maar mijn wraak komt nog wel: ik ben van plan nog twee weken door te rijden als ik ooit stop met motorrijden!

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”? 

Beide. Op mijn Speed Triple T509 (‘natuurlijk’ Roulette Green) met carbon dingetjes en gepolijste velgen rijd ik alleen met mooi weer. Dat is mijn hart. Die moet mooi en schoon blijven. Mijn trots. De Tiger 1050 Sport is mijn verstand: comfort, windbescherming, handvatverwarming, bagagemogelijkheden, die mag vies worden en een tijdje blijven. Nu ik over de vraag na denk: eigenlijk ben ik op beide een doorrijder: ik kan er geen genoeg van krijgen, kan úren achter elkaar door rijden.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen? 

Weet je, hoe gek ik op motoren ben (misschien wel bezeten) maar eigenlijk moet een motor niet meer dan 10.000 euro kosten. Voor dat bedrag “happy al zoveel plezier”. Voor twee keer zoveel geld heb je hooguit 1,1 keer meer plezier. Maar ik heb nog nooit de pot gewonnen, dus vooruit: 2 MV Agusta Tourismo Veloce RC SCS. Niet één voor mooi weer en één voor slecht weer, maar één als reserve zodat ik kan blijven rijden als één van de twee kapot is… 

Wat was de mooiste rit die je ooit reed? 

Waarom nou weer één? Waarom niet honderd? Laat ik het bij een moment houden. In Amerika, onderweg naar Monument Valley. Rijdend op een kaarsrechte weg, kwam ik over de heuvel en toen ineens: baf! Daar stonden ze, die drie, tja: wat zijn het eigenlijk. Toen vooral bekend uit de Marlboro reclame en ineens oog in oog. 

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list? 

Verdorie: alweer één, hahaha. Nou vooruit deel 2: als ik pensioengerechtigd ben een jaar lang door de Verenigde Staten. Dat is één toch?

Denk je al aan een volgende motorfiets? 

Nee, alleen aan het winnen van de loterij. Nou toch wel: Ik denk aan een Ducati Multistrada 950. (Maar dan wel een parelmoer witte, met rood frame, rode wielen, enkelzijdige achtervork en 17 ipv 19 inch voorwiel: de Minks Peak dus.) Fantastisch inlaat/aanzuiggeluid, heerlijk stille uitlaat, klaar met dat (overigens wel begrijpelijke) gezeur over lawaai.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven? 

Geluk. Héél veel geluk! (zie daar: hij kán wel kort zijn)



Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Ja, ja, ja, jaaaaah: wat doe je voor werk? Als je dát gevraagd zou hebben, had ik gezegd: ik organiseer groepsreizen voor //www.spanjemotortours.nl/


Op Facebook kun je deze pagina vinden.

Daarnaast ben ik bezig met het opstarten van EuropaMotorTours. Dat laatste is een ‘platvorm’ voor mensen die zelf graag een motorreis willen organiseren omdat ze helemaal verliefd zijn op een bepaald land, gebied of streek en dat dan via EMT kwijt kunnen. Voor deze laatste heb ik nog geen website, maar alvast wel op Facebook. Zo jammer dat je die vraag niet gesteld hebt, want ik heb zulke leuke reisjes 🙂