Coos op Reis: ROME, WE KOME

Het is 24 april.

(* redactie: de verhalen van Coos publiceren we wat later dan dat Coos van der Spek zijn kilometers maakte. We genieten dus wat langer door hier in de serie Coos op reis.)

En het is half bewolkt. Maar de zon schijnt en het is heerlijk zwoel. Het lijkt wel alsof ik in Italië ben… Vandaag vertrek ik naar Rome!

Tijdens het bij elkaar schrapen van mijn zooi ontdek ik nog een tweede badkamer in deze caravan. Het blijkt dat aan elke slaapkamer een badkamer grenst. Was míj helemaal niet opgevallen.

Het blijkt dat niemand hier persé eierdopjes wil tellen. Ze vinden het allemaal best. Het verlies van een eierdopje zit in de prijs verdisconteerd. Goeie marketeers hier.

Ik wandel nog even naar zee en rond 09.30 uur druk ik op de startknop van mijn machtige BMW. De motor slaat soepel aan en begint mooi rond te draaien. Ik schakel in en vertrek. Het wordt een lange dag. Ik ga eerst tanken voordat we de bergen in sturen. Het is broodnodig, mijn dashboard geeft al een poosje aan dat ik op reserve rijd. De benzine kost hier in Livorno  € 1,75 de liter. Niet normaal. En een uurtje verderop nog maar € 1,55 per liter. Stelletje dieven.

Ik rijd door het werkelijk prachtige Toscane. La dolce vita, ofwel: het goede leven. Het is er adembenemend mooi. Absoluut één van de allermooiste en rijkste regio’s van Italië. Toscane is super. De glooiende heuvels, de middeleeuwse dorpjes, de eeuwenoude wijngaarden die de beste wijnen ter wereld produceren, de villa’s op de toppen van de heuvels en de stokoude boerderijen.

Iedereen die er is geweest, is gelijk verliefd op Toscane. De beelden van Toscane blijven de rest van je leven op je netvlies staan. De schitterende cipressen langs de wegen maken een onuitwisbare indruk. Het licht in Toscane is véél intenser dan in de rest van Italië. Alles is veel groener dan normaal. Zelfs het onkruid is groener, geler, bruiner en roder. De blaadjes aan de bomen fonkelen als sterren aan de hemel. Het is alsof achter elk blaadje een lampje brandt. Een sprookje in deze tijd van het jaar.


Toscane ís anders, voelt anders en ruikt anders. Ruiken, één van de vele voordelen van het motorrijden. Je ruikt de route! Ik ruik onderweg veel gras. Geen gemaaid gras. Natuurlijk, dat ruik ik onderweg soms ook. Nee, zo’n vettige boterachtige lucht van vers groeiend gras. Van dichtbij. Alsof je op je buik in de wei ligt. Het is heerlijk. Ik ruik ook de bloemen, bomen en alle dieren. Geweldig! Owja, en pollen natuurlijk. Prikkels voor al mijn zintuigen.

Er is hier opvallend weinig rotsgrond. Toscane is bijna volledig groen gestoffeerd. Zo’n aaibaar knuffellandschap. Het lijkt wel één grote groene golfbaan. Het asfalt is wisselend. De éne keer twee streepjes gas extra, de andere keer vier streepjes minder en dan vliegt toch nog het grit je om de oren.

Ik neem onderweg nog even de tijd voor een kopje koffie. De Italiaanse is de lekkerste van de wereld. Ik stop zomaar bij een willekeurige tent. Ik heb geen spijt van mijn keus trouwens….

Na het heerlijke broodje van panifici e pasticcerie Sclavi in Monteriggioni (sinds 1949) mogen mijn BMW en ik even een klein dutje, met uitzicht op het meer en in de schaduw van een prachtige boom, doen. Zwaar leven. Klopt. Een goed kwartier op een mooie platte bank en dan zijn we allebei weer zo fris als twee fruitvliegjes op een mooie rijpe sinaasappel.

De route is prima. Ruim 180 km flink sturen plus circa 200 km op wat meer doorgaande wegen. Ik zie o.a. Volterra, Sienna, Bolsena, Viterbo, Sutri en natuurlijk … Rome.

Het is al met al een stevige dag sturen om bijtijds op de camping te arriveren. Vooral het laatste stuk is erg druk. Ik zit dan in de buitenwijken van Rome en rijd midden tussen zenuwachtig en hectisch verkeer. Ik moet het territorium van mijn kasteel agressief verdedigen. Ik moet breder zijn, harder rijden, grover sturen en meer toeren en lawaai maken.

Dit is het absurde verkeer van Rome. Het  is Amsterdam in het kwadraat. Auto’s, scooters en motoren zijn hier allemaal rondom beschadigd. Soms hangen spatborden er gewoon op half zeven los bij. Hier val je, sta je op en rijd je verder, zonder je om het blik of plastic te bekommeren. Schadeformulieren bestaan niet. Je scooter is geen bezit. Je rijdt gewoon met een vervoermiddel. Verder niks.

De Italiaantjes zoemen als vliegen om mij heen. In hun korte broek. Met hun mouwloze shirtjes. In hun teenslippers. En ik zie ze zwenken en draaien en scheuren. Met soepele polsbewegingen draaien ze aan het gas. Remmen doen ze niet. Ze ontwijken. Naast mij, voor mij en achter mij. In mijn spiegels kijk ik al helemaal niet. Die moet je op het circuit ook afplakken. Het gevaar komt van voren. Ik hou mijn motor hoog in zijn toeren en hoor de uitlaat ronken en klappen geven. Ik voel mij Sir Lancelot en ga met een heldhaftige reddingsactie mijn geliefde Guinevere uit handen van de vijand houden. Opzouten! Want ik ga dood als ik maar één krasje op mijn motor krijg. Hahaha! Ik gebruik de breedte, de indrukwekkende verschijning van mijn machine en haar bagage en mijn postuur om mij een weg te banen. Gewoon méé met de waanzin! Maar het gaat allemaal goed.

ROME, WE KOME…

Ik ben in Rome. Op een megagrote camping aan de rand van deze megagrote stad. Voor 60 euro per nacht. Maar hier met alles d’r op en d’r an. Met een meer dan uitstekend restaurant met zeer acceptabele prijzen, een vriendelijke receptie, een fraai zwembad en een oase van rust. Prima. Helemaal goed. Ik ben tevreden.

Owja, en het metrostation naar het centrum van Rome is op wandelafstand van de camping. Wat heb ik toch weer… Nee, hoor. Dat is niet waar. Dat heb ik afgelopen winter allemaal uitgestippeld.

Morgen ga ik een dagje Rome bekijken. Daar heb ik zin in.

Janny en ik waren er twee keer. Een keer op eigen rekening en … een keer op rekening van mijn werkgever, ISS Nederland, na het succesvol beëindigen van een studie in Engeland. We kregen van ISS een enveloppe met geld mee, hebben eerste klas gevlogen en eerste klas geslapen op twintig meter van de Spaanse trappen. De bagage werd op de kamer gebracht en er stond een lakei in een pak voor de voordeur met een hoge hoed. Het hotel kostte per nacht een klein vermogen. Maar…. als Janny in de badkamer wilde, moest ik er uit. Samen paste echt niet… Wat een stad.

Eerst maar eens even ergens iets lekkers gaan eten en een koud biertje zien te vinden.

Proost!

Delen op

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *