Tagarchief: Redactie Betty

Jade Nieman, gepassioneerd motormonteur

We kwamen Jade Nieman tegen tijdens een oproep in onze facebook groep PASSIE VOOR MOTOREN. Zij was op zoek naar een motorblok voor haar studie motortechniek. Nieuwsgierig als wij zijn, namen we contact op met deze jongedame.

Wie is Jade Nieman? Wat voor studie doe je momenteel?

Hey, ik ben Jade, 19 jaar oud en een gepassioneerd motormonteur. Ik ben een echte Brabantse en hou dus ook zeker van Brabantse gezelligheid. Ik ben gek op alles waar een motor in zit en dan vooral motorfietsen. Ik vind 1 pk (paarden) ook super leuk, ik kom dan ook uit een echte paardenfamilie oftewel ik ben een paardenmeisje.

Ik heb net mijn eerste studie als tweede motorfietstechniekus Bbl afgerond (niveau 2), ik ben momenteel aan het doorstuderen als eerste motorfietstechniekus Bbl (niveau 3). Als ik deze opleiding af heb zou ik ook nog graag door willen naar technisch specialist (niveau 4).

Weet je nog hoe je bij onze facebook groep terecht was gekomen?

Ja zeker! Ik ben bij de Facebook pagina terecht gekomen doordat ik altijd bezig ben met motoren en dus ook graag op de hoogte blijf. Ook wissel ik zelf nog wel eens af van wat ik in de schuur aan motoren heb staan dus hou ik de verkoop van motoren ook altijd goed in de gaten.

Heb je dat motorblok al gevonden?

Ik heb bizar veel aanbiedingen van mensen gekregen, dat had ik nooit durven dromen toen ik het bericht op Facebook plaatste! Ik kreeg zelfs hele motoren aangeboden! Ik heb nu twee blokken uitgekozen die ik mag gaan ophalen (?) Een BMW 1150 GS blok en misschien een Cb50 blok. Alle blokken die ik nu over heb (die mij aangeboden zijn) bied ik mijn school aan om les mee te geven of bied ik klasgenoten aan die ook nog een blok zoeken.

Wat ga je met dit motorblok doen?

We moeten een complete blokrevisie uitvoeren op ons eigen blok. De kunst is bij deze opdracht dat je jezelf uitdaagt om juist een moeilijk blok te zoeken (voor mij een BMW blok). We moeten alle waardes bijhouden wat het werkplaats handboek aangeeft en wat het in realiteit is, hier schrijven we vervolgens een verslag over en dit is dan ook gelijk een examen opdracht. We gebruiken onze eigen blokken omdat het dan niet erg is om fouten te maken. Je kunt denken aan bijvoorbeeld bouten doordraaien of onderdelen afbreken. Zo leren we door fouten te maken en weten we wat we in het vervolg anders kunnen doen.

Hoe is het om als jongedame deze opleiding te doen, tussen al die kerels?

Super leuk natuurlijk! Als vrouw val je op tussen de mannen en dat heeft zijn zeker voordelen. Zo vind ik het super leuk dat andere mensen die ook in de techniek willen mij om advies vragen. Ik help mensen graag en hoe leuk is het dat ik dat kan met mijn beroep.

Helaas zijn er ook negatieve dingen aan een vrouw zijn in een “mannen-beroep”, ik probeer er altijd open en eerlijk over te zijn naar de buitenwereld, want van mij mag er meer over gepraat worden. Er zullen altijd mensen zijn die het niet eens zijn met wat jij doet en die zullen daar dan ook duidelijk hun mening over geven. Op social media worden er dan ook veel gemene dingen gezegd en gedaan. Mijn tip naar alle vrouwen en of mannen die met dit soort dingen worstelen: Doe wat je zelf wilt en laat zien dat jij het kan want je kan alles als je het wilt!

Ondanks dit bovenstaande zou ik geen ander beroep willen. Het is mijn passie en het is wat ik graag doe. Ik probeer van de positieve dingen te genieten. Zo vind ik het dan ook geweldig als een klant tevreden weg rijd met zijn of haar net gerepareerde motorfiets. Ik word ook altijd heel vrolijk van mensen die me vertellen hoe leuk ze het vinden dat mijn nagels altijd zwart zijn van de olie en ik “niet zo’n tutje ben”. (Ook al ben ik soms echt een tutje, mijn collega’s krijgen dan ook zeker te horen dat ik mijn nagel weer heb gescheurd of mijn make-up is uitgelopen.)

Ben je van plan om ook je motorrijbewijs te gaan halen?

Als het aan mij lag had ik mijn motor rijbewijs al gehad. Ik wacht nog met mijn rijbewijs halen tot ik 35kw mag rijden omdat ik anders een 125cc 4takt (11kw) moet rijden en ik rij liever niet met een 125cc over de snelweg. Ik heb sowieso mijn motorrijbewijs nodig voor mijn werk, zodat ik zelf proefritten kan maken met motoren waar ik aan gesleuteld heb. Ik rij zelf al wel veel, zo kan je me vaak rond zien rijden op mijn schakelbrommers en soms met de crossmotoren door het weilanden.

Heb je al een idee wat je over enkele jaren na je opleiding er mee wil gaan doen?

Ik wil graag groeien dus het liefste leer ik alles wat er te leren valt over dit vak. Ik denk dat ik nog wel even voor een werkgever blijf werken. Mensen gaan er vaak vanuit dat ik hierna een eigen bedrijf ga beginnen. Zelf kom ik uit een familie die ook een eigen bedrijf heeft en ik weet hoe hard dat werken is. Daar vind ik mezelf simpelweg nu nog te jong voor. Misschien als de tijd daar is en de mogelijkheid er is, dat ik dan een bedrijf begin, maar voordat dat zo ver is wil ik mijn studies af maken en lekker genieten van het leven.

Zijn we nog vergeten te vragen Jade?

Ik heb niet zo zeer nog een vraag te beantwoorden maar ik wil wel tegen iedereen zeggen: Je moet doen wat je leuk vind, geniet van het leven en maak je niet druk over wat andere van je denken!

De BMW R18 heeft bekijks in Sturgis

In deze aflevering van A Bavarian Soulstory van BMW Motorrad kijken we naar twee broers die een ‘Wild West’ avontuur aan gaan. Ze gaan naar Sturgis (South Dakota) naar een van de bekendste motor meetups in de USA.  Op dit event zie je natuurlijk meestal hele dikke Harley’s. Toch hadden de mannen met deze prachtige BMW’S heel wat bekijks. Een heerlijk filmpje om naar te kijken.

Het bouwen van een BMW R80 CaféRacer

De caféracer is nog steeds hip en in. Soms worden er de prachtigste originele motorfietsen omgebouwd tot snelle machines om naar te kijken. Of je er dan heerlijk lange toertochten op kunt maken? Nee, maar dat is dan de bedoeling ook niet. Op YouTube komen we hele mooie verbouwingen tegen. Deze twee monteurs hebben hun gehele aanpak van begin tot eind gefilmd, gedurende een maand en tien dagen. We kijken naar een time-laps van een half uurtje. We zien hoe zij met heel veel passie, kennis en ervaring de BMW uit elkaar halen en weer helemaal opbouwen tot een ‘nieuwe’ caféracer.

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

De wereldberoemde INDIAN SPECIAL van Luuc Muis wordt geveild!

We schreven november vorig jaar al over het unieke INDIAN PROJECT van Luuc MuisWe kregen van Luuc het bericht dat deze unieke motorfiets geveild gaat worden. Zoals je zult begrijpen, niet direct een machine die je voor woon-werk verkeer gaat gebruiken.

Lees even mee, dit is de tekst van de veiling-site.

“De Hasty Flaming Buffalo begon als een standaard, gloednieuwe Indian Scout Bobber 2019. Deze werd volledig herbouwd om een moderne versie van de 100 jaar oude 1919 Indian Boardtracker racer te vertegenwoordigen.

Het doel van dit project was: wat als het ontwerp niet werd veranderd, maar de technologie wel? De motor van de Indian bleef ongewijzigd, de rest is helemaal nieuw ontworpen met hoogwaardige producten. Om er een paar op te noemen samen met hun waarde:

– Donormotor €17.000
– Unieke CeraCarbon vork €10.000.
– Special aluminium frame €16.000 (meer dan 100 uur arbeid).
– Unieke, handgemaakte titanium Akrapovic uitlaat €3000, gebouwd door Akrapovic R&D in Slovenië. Het uitlaatsysteem voor de Valentino Rossi-motor werd naast deze Indian gebouwd (kosten van die uitlaat waren €25.000)!
– Brembo/Moto hoofdremsysteem €1400
– Custom wielen €2000
– Alle Motogadget/Kellermann elektrische uitrusting €2500
– Leren zitting op maat €800
– Op maat Carrot ECU dyno afgesteld voor meer vermogen en koppel.


De complete motor is 70 kg lichter, dus de verhouding tussen vermogen en gewicht werd dramatisch verhoogd! 
Daarnaast 1100 uur arbeid en een Candy Apple Red verfbeurt.

Deze Indian Special is getaxeerd op €98.000, een waar stukje Indian motorkunst. Deze motor is door Indian gebruikt voor marketingdoeleinden.

Verzendkosten voor rekening van de klant, de verkoper kan helpen met het regelen van transport. Qua framenummer van de motorfiets: het huidige kenteken staat nog op het originele frame, het nummer is nog niet overgezet naar het nieuwe frame.
Kopers buiten Nederland, let op: De motorfiets heeft een Nederlands kenteken, het is niet bekend of het voertuig buiten Nederland kan worden geregistreerd. Bieders moeten navragen of het voertuig op de weg mag buiten het land van de verkoper. Bieden op deze kavel is uw verantwoordelijkheid.”

Je kunt bieden via deze link: //www.catawiki.com/nl/l/46235825-indian-scout-special-hasty-flaming-buffalo-1200-cc-2019

De zoektocht naar motor-accessoires

Onze trouwe lezer, motorrijder, sleutelaar en motorcolumnist Ton Eppenhof vertelde ons een paar dagen terug over het afscheid van zijn prachtige BMW R80R. Hij heeft opnieuw gekozen voor een oude liefde en een nieuwe Royal Enfield gekocht. Ton is een motorrijder die bewust keuzes maakt, en dingen uitzoekt. Zijn motorfiets “moet kloppen”. In dit artikel vertelt hij ons over zijn zoektocht naar accessoires.

“Ik kocht al ooit eerder een nieuwe motor maar deze keer zocht ik al naar accessoires voordat ik de motor had. Iets wat toch elke keer weer moeilijk is maar toch ook een leuke bezigheid. Als je al net zoals ik al jaren last van je rug hebt en toch graag wil motorrijden moet de zitpositie op de motor perfect zijn. Zadel stuur en voetsteunen moeten perfect aansluiten op mijn lichaamslengte. Het liefst zit ik rechtop met armen die niet gestrekt zijn.

Dus waar begin je met die zoektocht? Eerst begon ik bij de lijst van originele accessoires van Royal Enfield. Daarna ging ik kijken bij Facebook groepen en natuurlijk kom je al snel bij bedrijven zoals Hitchcocks Motorcycles. Ze hebben werkelijk alles voor je Royal Enfield. Maar ja; wat is goed en wat is qua prijs aantrekkelijk. Zelfs voor mij blijft het nog steeds lastig om iets te vinden wat doet wat ik ervan verwacht voor een juiste prijs en kwaliteit. En dan komt er momenteel met aankopen uit Engeland weer een probleem bij omdat de kosten na de Brexit voor ons hoger uitvallen.

En dan komt ineens de kracht van Youtube in zicht. Je doet een zoekpoging en je krijgt nog veel meer info dan je zocht. Zo vond ik de leuke video’s van Stuart Fillingham. Deze man besteedt hier zoveel tijd aan en hij geeft geweldig veel goede informatie. Hij maakte het voor mij een stuk eenvoudiger. Ik had stuurverhogers nodig en ook een beter zadel en hij heeft beide in zijn video’s besproken. Zijn keuze is iets waar ik meteen in kon meegaan. En ik moet eerlijk zeggen dat doe ik niet snel omdat er zoveel roepers zijn zonder kennis. Maar als Stuart Fillingham het zegt, klinkt het alsof het de waarheid is. Zelfs de valbeugels die ik wilde, werden besproken in zijn video’s en ook die kocht ik origineel van Royal Enfield. Ik bedenk ineens dat ik ook het flyscreen besteld heb, wat hij liet zien en gemonteerd heeft op zijn Interceptor. Zo zie je maar weer de invloed van Youtube.

En dan kom je bij de moeilijke maar ook weer zeer persoonlijke keuze. Soms wil je bagage meenemen op de motor. Vaak zijn het maar kleine dingen en ik wil geen rugzak dragen op de motor. Een rugzak kan je rug breken als je ooit eens wat sneller van de motor komt dan je verwacht had.

Dan zijn mijn eisen voor bagagerekken en tassen of koffers zeer hoog. Zeker bij deze motor wil ik geen koffers die het hele aanzicht van de motor overheersen maar ik wel wel iets wat praktisch is en ook waterdicht. Royal Enfield heeft veel accessoires maar ze zijn niet allemaal even praktisch en soms zijn ze gewoon lelijk zelfs. Gelukkig zaten er ook veel dingen tussen hun accessoires die wel voldeden aan mijn eisen. Iedereen heeft natuurlijk een andere smaak en niks is het beste. Ik ben dus nog steeds op zoek naar iets wat voor mij het beste werkt, wat wel aansluit op de lijn van de motor, maar ook iets wat praktisch gezien ideaal is.

Soms kom je dan tot de ontdekking dat de ene fabrikant een rek goed maakt, maar dat je nergens kunt zien of dat ook wel past op je motor met dat andere ding dat je ook wil monteren. En hoe ziet het rek eruit als de koffers of tassen ervan af zijn?

Al met al blijft het lastig en ik ben ook wel benieuwd hoe andere mensen dat altijd doen. Als budget geen rol speelt is het natuurlijk al een stuk eenvoudiger maar zelfs dan is de juiste keus maken nog moeilijk. Soms heb ik het gevoel dat ik de lastigste klant ben. Ik ben niet gauw tevreden maar als ik tevreden ben dan mag iedereen het weten.

Hoe doen jullie dit ? Tegen welke problemen lopen jullie aan bij de zoektocht naar accessoires?”

Van een BMW R80 naar een Royal Enfield Interceptor 650

Van onze trouwe lezer en motor hobbyist Ton Eppenhof kregen we dit weekend een prachtig verhaal over de aanschaf van zijn volgende motorfiets. Hij zette voor ons zijn overwegingen, keuzes en ervaringen op de mail,  enfin, lees mee:

“Alhoewel ik de BMW R80 een leuke motor vind, heb ik toch altijd wat gehad met Royal Enfield. Jaren geleden reed ik met mijn 350Bullet. De naam Royal mocht er toen nog niet op staan. Het was gewoon een Enfield. Het was toen een leuke motor maar totaal ongeschikt voor een stukje snelweg. Kwalitatief waren ze toen  zeer slecht. Maar toch was dat oude beestje een motor om verliefd op te worden. Dat gevoel kwam ook weer terug toen ik de eerste Interceptor in het blauw bij Joppen zag staan. Ik had bij veel Royal Enfield dealers al uren in de showroom gestaan en schijnbaar was ik voor veel verkopers toch echt onzichtbaar. Misschien wilde ze niet echt motoren verkopen. En na een tijdje ging ik met wat fotootjes weer terug naar huis.

Gisteren (4 sept.) ging ik eerst kijken bij van Doorn motoren in Ammerzoden. Ik had een proefrit gemaakt en ik was prettig verrast door de goede rijeigenschappen van deze motor. Sjaak had me ook netjes geholpen en veel info gegeven. Ik had tijdens en voor de vakantie al met meerdere dealers contact gehad en één ervan was Axels bike shop in Heerhugowaard. Ik had dus al wel in Ammerzoden gevraagd wat de mogelijkheden waren en wat de accessoires zouden kosten. En alles op papier laten zetten. Maar ik vond toch dat ik ook nog naar Axels bike shop moest gaan omdat we al eerder contact hadden gehad en ik had er ook een goed gevoel bij. Dat gevoel werd bevestigd toen ik daar aankwam.

Foto: links Frank van Halem en rechts Ton Eppenhof, de Royal Enfield is verkocht

Na een lange rit had ik een gesprek met iemand die een rijschool had die ook gevestigd was binnen Axel’s Bike Shop. Hij nam me meteen mee naar het koffieapparaat en ik kreeg een lekkere bak koffie aangeboden. Na een tijdje kwam de verkoper( in ben zijn naam even kwijt) maar die gaf netjes aan dat zijn werktijd er zo op zat . Ik wilde nog even het geluid van de Interceptor met de standaard uitlaten horen dus hij heeft nog even een Interceptor gevonden voor me zodat ik dat geluid even kon horen. En nog wat vragen voor mij beantwoord. En weer een bakje koffie erbij natuurlijk. Daarna koppelde hij me aan Frank. Frank had al een terugkoppeling gehad over mijn berichtje bij “Passie voor motoren”. Ik zeg altijd meteen wat ik denk en ik had mijn wensen ook weer even doorgegeven over dingen die ik graag wilde op de motor. En toch daar de deal kunnen sluiten. Het is een aardig team bij Axels bike shop. Ik ben bij beide dealers netjes behandeld maar ik koos er toch voor om te kopen bij Frank (Axels Bike Shop). Vooral omdat ik daar eerder contact mee had. Beide dealers kwamen op mij zeer goed over en ik zou ze allebei aanbevelen. Dat kleine doosje dat ik meekreeg was overigens ook leuk. Allemaal kleine leuke hebbedingetjes. En ook wat ik zelf mocht uitzoeken daar, dat was ook iets leuks. Ik maak er straks nog een fotootje van. Bedankt alvast Frank, ik ga vast genieten van de mooie Interceptor die binnenkort klaar zal zijn.”

Wat neem je mee op een uitgebreide motorreis?

Deze motorvlogger van het YouTube kanaal Big Rock Moto is een ervaren motorreiziger. Na een trip van 9 dagen waarin hij totaal 3600 Amerikaanse mijlen reed, vertelt hij de kijker precies wat hij aan motorkleding, accessoires en handige bagage mee nam. En ook waarom hij voor deze BMW GS 1250 had gekozen. Leerzaam voor de motorreiziger die een “beetje geavanceerd” op reis wil.

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.