Tagarchief: Italië

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Coos op Reis: APPELTJE-EITJE

Op het moment dat ik dit schrijf is het 27 april. Voorjaar. Strakblauw.

Het belooft een prachtige dag te worden.

De lezers mogen weer met Coos op Reis, in deze 59e aflevering.

Ik pak snel mijn spullen bij elkaar, vul mijn drie grote blikken koektrommels met mijn zooi en sjor de rest in tassen en zakken met spinnen en bandjes vast. Bij de receptie claxoneer ik met mijn extra luide claxon, de Stebel Wolo Very Loud Black Twin. Wereldding om slapende weggebruikers wakker te schudden. Ik zwaai en pruttel de poort uit.

Ik rijd ongeveer dwars door Rome. Er zijn veel stoplichten en het verkeer is hectisch. En vreselijk bandeloos. Dít is gewoon een bandietenstaat. Niemand trekt zich ergens iets van aan. We gaan als tweewielers met z’n allen constant over de doorgetrokken streep. Eén doorgetrokken streep is géén streep. En bij twee doorgetrokken strepen aarzelen we één seconde en gaan we ook daar overheen. Eén keertje zelfs met z’n allen om een politieauto heen. Buitenom. Die vinden het best. We rijden gewoon soms hele stukken op de baan van het tegemoetkomende verkeer. Die gaan natuurlijk naar rechts opzij. Ruimte maken voor ons. Heel logisch. Haha. Inhalen doen we links en rechts. En werkelijk niemand vertrekt één spier. Er is geen enkele irritatie. Niemand wordt boos. Het fijne is ook dat dít verkeer tweewielers gewend is en er rekening mee houdt. Net als in Frankrijk. In Duitsland had ik voor deze overtredingen mijn motor kunnen inleveren. Pas na zo’n kleine 50 kilometer kan ik de stad echt achter mij laten.

Ik kom op  de Via Appia, één van de oudste wegen van Italië. Die weg bestaat al vanaf 300 voor Christus. Wat een weg is het. En zo oud is dat asfalt ook vast. Het is ondertussen 25 graden en ik ben blij dat de snelheid oploopt en dat ik wat meer rijwind vang. Dat levert overigens wel een verkeersslachtoffer op.

De route loopt via Velletri naar Terracina. Het is maar een saaie weg met veel stoplichten. Daarom verleg ik de route naar Priverno, wat meer in de bergen. En dat is veel leuker rijden. Een poosje later kom ik door het prachtige natuurgebied Parco Naturale dei Monti Aurunci. Het is allemaal (nog) erg groen. De weg loopt door een dal, dus links en rechts liggen de bergen. Het stuk door de bergen is prachtig.

In de loop van de dag ontstaat wat sluierbewolking. Toch zie ik 30 graden op mijn boardcomputer. Pfff..

Bij Mondragone kom ik weer aan de kust. Het blijkt dat deze plaats bekend is van de buffelmozzarella. Dat weet ik vanwege de talloze reclameborden. Ik heb trouwens in de hele omgeving niet één buffel gezien, dus ik heb geen idee waar die mozzarella vandaan komt.

De Italiaanse politie is echt de beste kameraad die je je kunt voorstellen. Op een tweebaansweg plaatsen zij twee keer hele duidelijke aankondigingen dat er verderop een snelheidscontrole gaat plaatsvinden. Dat kan je ook zien aan de tegenliggers die allemaal met hun lichten knipperen. Een paar kilometer verder rijd ik langs een driepoot met een camera in de berm. De politiemannen zitten lekker in de schaduw op een stoeltje de dag door te brengen. Ze verwachten waarschijnlijk een lage score… Iedereen tevreden!

Bij Napels besluit ik om Napels maar Napels te laten. Ik heb vandaag voldoende verkeersdrukte gezien. De toegangswegen zien er druk en vervuild uit. Het stinkt en alle voertuigen zijn gedeukt en geroest. In een buitenwijk kom ik door wat ongure buurten en zie ghetto’s achter hekken. Ik geef een toefje extra gas. Ach, ze kunnen gelukkig bij mij geen deur opentrekken, denk ik maar.

Ik zoek en vind een onderkomen op de camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata in Sorrento.

Nou,
morgen laat ik mijn villa met uitzicht op zee zien…..

APPELTJE-EITJE

Mijn zeer uitgebreide lunch komt natuurlijk nog gratis mee van het ontbijtbuffet. Appeltje-eitje….

Nog even wat plaatjes van deze dag?

Coos op Reis: Ticket to Freedom

Het is eind april als Coos van der Spek dit schrijft. Wij (redactie: Betty) publiceren zijn verhalen wat later in onze serie Coos op Reis.

De hemel is strak blauw; het is prachtig weer. Waar heb ik het toch allemaal aan verdiend? Het wordt in Rome vandaag ruim 27°. En daar ga ik naar toe. Met de trein.

Deze camping is trouwens helemaal super. Alle mogelijke voorzieningen. Uitstekend restaurant voor diner en ontbijt. Zeer schappelijke prijzen. Eerst maar eens naar het uitstekende ontbijtbuffet, met alles er op en eraan, voor acht euro. Vriendelijk personeel. Alles is goed geregeld. Er zijn veel huisjes in verschillende vormen en formaten per dag te huur. En uiteraard zijn er voldoende mogelijkheden voor caravans, campers en tenten. Het is echt een aanrader als je Rome mee wilt nemen tijdens je kampeervakantie. Doen!

Direct buiten het hek zit je letterlijk gelijk midden in de hectiek van Rome. Het stoplicht staat voor de deur. Ze razen er met volle snelheid langs. Gekkenhuis. Maar wandel terug, tien meter de poort in en je komt weer in een oase van rust.

Het Toeristische Informatie Punt op de camping is vandaag gesloten. Dat had ik nou echt niet verwacht. Ik koop voor drie euro een heen-en-weertje bij de receptie en wandel 300 meter naar het treinstation. De trein gaat om de twaalf minuten. En met een kwartiertje sta ik midden in Rome.

Het is nog maar woensdag en het is gruwelijk druk in Rome. Het is niet normaal. Ik kan over de hoofden lopen. Het blijkt een feestdag in Italië te zijn.

Er is bijzonder veel bewaking van militairen en politie. Zware militaire voertuigen blokkeren de ingang van drukke straten. Stoere militairen, gewapend met hele grote geweren, staan er dreigend naast. Geen mallotige terrorist die het hier in zijn hoofd haalt om iets geks te doen. De mannen zijn scherp en houden iedereen in de gaten. Ze kijken mij recht in de ogen. Eén keer te langzaam met je ogen knipperen en je ligt met een tie wrap om beide duimen met je koontjes op de kasseien. Een foto maken van zo’n stoer karretje? De politieman komt gelijk op mij af! Het is hier nog veiliger dan op zondagmorgen tijdens kerktijd in Linschoten.

Toen Janny en ik in 2004 dertig jaar getrouwd waren, gingen we voor het eerst naar Rome. Ik vond die waanzin van die scooters en motorfietsen toen al helemaal het einde. Rome voegde ik toe aan mijn bucketlist. Daar wilde ik ook tussen rijden: in mijn donkergrijze driedelige kostuum met krijtstreep, wit overhemd en stropdas en mijn laptoptas achterop. En dan vol gas met al die achterlijke tweewielers mee als het stoplicht op groen gaat. Beng! Gas-gas-gas … en met een teringgang naar het volgende stoplicht razen. Whooooeeeiii! Helemaal het einde!

Het is inmiddels 27° in Rome en ik besluit om deze wens per direct van mijn wensenlijst af te strepen. Het lijkt me helemaal niet leuk en véél te warm. En het stinkt nog harder dan toen. Ik ben ook zo’n vijftien jaar wijzer, denk ik….

Ken je die kraampjes in de grote steden waar ze kastanjes poffen? Londen, Parijs etc? Het doet mij aan mijn jeugd denken. Bij mijn tante Jo op de Gordelweg in Rotterdam mochten Lia en ik dat soms doen. Op het fornuis. Bij tante Jo mocht alles. We noemden haar Jo van Frans. Haar man heette zo. Grappig. Ik mocht in 1973 zelfs een paar maanden bij haar op zolder logeren.

Ik had net een nieuwe baan bij het rekencentrum van de Melkunie. Kort daarna trouwden Janny en ik.

Ik kan het niet laten en bij zo’n kraampje koop ik gepofte kastanjes in een puntzakje. Zoooo lekker en zo’n nostalgische smaak. Terug naar mijn jeugd. Terug naar tante Jo.

Ik ben onderweg naar het Forum Romanum. Plotseling kom ik Julius Ceasar tegen met een plastic zwaard en een iPhone. Voor een euro gaat hij met je op de foto. Rome is nu echt gevallen….

Ik maak ook een selfie met de meest gefotografeerde meeuw van Italië. Geweldig. Alsof het zíjn gebouw is. Wegvliegen? Waarvan? Voor wie? Hoe bedoel je?

Bij het Forum Romanum staat een vijfkoppige Spaanse band te spelen. De rappe muziek schalt over de oude stenen. Omstanders dansen mee. Wat een feest! Ik zit er een hele poos te kijken en te genieten. Het is zooo leuk.

Heel veel wegen in het centrum zijn autovrij gemaakt. Ik vind dat erg prettig. Opzouten, met die vieze ouwe lawaaiige diesels. Dit is veel mooier zo. Goed gedaan, Rome! Ik wandel verder en kom bij De Spaanse trappen. Helaas. je ziet ze niet door de toeristen. Het is druk, druk, druk!

Dus ik zwerf verder en vermijd de drukte. In de achterafstraatjes is het ook hartstikke leuk. Door een stad moet je dwalen, haar lekker als een ouwe jas ‘aantrekken’. Heerlijk.

TICKET TO FREEDOM

Mannen uit donker Afrika hebben mij al tig keer ongevraagd een armband omgedaan en een lulverhaal verteld: ze zijn je vriend en geven je een cadeau omdat ze je aardig vinden. Maar o wee, als je bedankt en wegwandelt. En natuurlijk moet je je cadeau dan teruggeven.

Elke honderd meter hoor ik hetzelfde verhaal. Ik vertel ze veelal dat ik geen geld heb en dat ze dat mijn moeder moeten vragen. En dan wijs ik een willekeurig persoon aan. Ik zie nog steeds die wachtende sukkel van een zoon met zijn moeder voor mij, van een paar dagen terug. Weet je nog?

Maar de armbandjes gaan maar door. Daar moet een organisatie achter zitten, want het concept is elke keer hetzelfde. Dus koop ik voor een tientje drie van die dingen en draag ze opzichtig aan mijn pols. En als dan zo’n donkere mijnheer mij benadert, dan roep ik uit de verte: NO WAY MAN, GO AWAY, LET ME GO, I ALREADY BOUGHT MY TICKET TO FREEDOM!

Owja, the Catch of the Day. Voor veel lezers bekende beelden, hieronder. Nou, kijk maar. En kijk even naar het vrolijke dansfilmpje, midden in Rome:

Coos op Reis: ROME, WE KOME

Het is 24 april.

(* redactie: de verhalen van Coos publiceren we wat later dan dat Coos van der Spek zijn kilometers maakte. We genieten dus wat langer door hier in de serie Coos op reis.)

En het is half bewolkt. Maar de zon schijnt en het is heerlijk zwoel. Het lijkt wel alsof ik in Italië ben… Vandaag vertrek ik naar Rome!

Tijdens het bij elkaar schrapen van mijn zooi ontdek ik nog een tweede badkamer in deze caravan. Het blijkt dat aan elke slaapkamer een badkamer grenst. Was míj helemaal niet opgevallen.

Het blijkt dat niemand hier persé eierdopjes wil tellen. Ze vinden het allemaal best. Het verlies van een eierdopje zit in de prijs verdisconteerd. Goeie marketeers hier.

Ik wandel nog even naar zee en rond 09.30 uur druk ik op de startknop van mijn machtige BMW. De motor slaat soepel aan en begint mooi rond te draaien. Ik schakel in en vertrek. Het wordt een lange dag. Ik ga eerst tanken voordat we de bergen in sturen. Het is broodnodig, mijn dashboard geeft al een poosje aan dat ik op reserve rijd. De benzine kost hier in Livorno  € 1,75 de liter. Niet normaal. En een uurtje verderop nog maar € 1,55 per liter. Stelletje dieven.

Ik rijd door het werkelijk prachtige Toscane. La dolce vita, ofwel: het goede leven. Het is er adembenemend mooi. Absoluut één van de allermooiste en rijkste regio’s van Italië. Toscane is super. De glooiende heuvels, de middeleeuwse dorpjes, de eeuwenoude wijngaarden die de beste wijnen ter wereld produceren, de villa’s op de toppen van de heuvels en de stokoude boerderijen.

Iedereen die er is geweest, is gelijk verliefd op Toscane. De beelden van Toscane blijven de rest van je leven op je netvlies staan. De schitterende cipressen langs de wegen maken een onuitwisbare indruk. Het licht in Toscane is véél intenser dan in de rest van Italië. Alles is veel groener dan normaal. Zelfs het onkruid is groener, geler, bruiner en roder. De blaadjes aan de bomen fonkelen als sterren aan de hemel. Het is alsof achter elk blaadje een lampje brandt. Een sprookje in deze tijd van het jaar.


Toscane ís anders, voelt anders en ruikt anders. Ruiken, één van de vele voordelen van het motorrijden. Je ruikt de route! Ik ruik onderweg veel gras. Geen gemaaid gras. Natuurlijk, dat ruik ik onderweg soms ook. Nee, zo’n vettige boterachtige lucht van vers groeiend gras. Van dichtbij. Alsof je op je buik in de wei ligt. Het is heerlijk. Ik ruik ook de bloemen, bomen en alle dieren. Geweldig! Owja, en pollen natuurlijk. Prikkels voor al mijn zintuigen.

Er is hier opvallend weinig rotsgrond. Toscane is bijna volledig groen gestoffeerd. Zo’n aaibaar knuffellandschap. Het lijkt wel één grote groene golfbaan. Het asfalt is wisselend. De éne keer twee streepjes gas extra, de andere keer vier streepjes minder en dan vliegt toch nog het grit je om de oren.

Ik neem onderweg nog even de tijd voor een kopje koffie. De Italiaanse is de lekkerste van de wereld. Ik stop zomaar bij een willekeurige tent. Ik heb geen spijt van mijn keus trouwens….

Na het heerlijke broodje van panifici e pasticcerie Sclavi in Monteriggioni (sinds 1949) mogen mijn BMW en ik even een klein dutje, met uitzicht op het meer en in de schaduw van een prachtige boom, doen. Zwaar leven. Klopt. Een goed kwartier op een mooie platte bank en dan zijn we allebei weer zo fris als twee fruitvliegjes op een mooie rijpe sinaasappel.

De route is prima. Ruim 180 km flink sturen plus circa 200 km op wat meer doorgaande wegen. Ik zie o.a. Volterra, Sienna, Bolsena, Viterbo, Sutri en natuurlijk … Rome.

Het is al met al een stevige dag sturen om bijtijds op de camping te arriveren. Vooral het laatste stuk is erg druk. Ik zit dan in de buitenwijken van Rome en rijd midden tussen zenuwachtig en hectisch verkeer. Ik moet het territorium van mijn kasteel agressief verdedigen. Ik moet breder zijn, harder rijden, grover sturen en meer toeren en lawaai maken.

Dit is het absurde verkeer van Rome. Het  is Amsterdam in het kwadraat. Auto’s, scooters en motoren zijn hier allemaal rondom beschadigd. Soms hangen spatborden er gewoon op half zeven los bij. Hier val je, sta je op en rijd je verder, zonder je om het blik of plastic te bekommeren. Schadeformulieren bestaan niet. Je scooter is geen bezit. Je rijdt gewoon met een vervoermiddel. Verder niks.

De Italiaantjes zoemen als vliegen om mij heen. In hun korte broek. Met hun mouwloze shirtjes. In hun teenslippers. En ik zie ze zwenken en draaien en scheuren. Met soepele polsbewegingen draaien ze aan het gas. Remmen doen ze niet. Ze ontwijken. Naast mij, voor mij en achter mij. In mijn spiegels kijk ik al helemaal niet. Die moet je op het circuit ook afplakken. Het gevaar komt van voren. Ik hou mijn motor hoog in zijn toeren en hoor de uitlaat ronken en klappen geven. Ik voel mij Sir Lancelot en ga met een heldhaftige reddingsactie mijn geliefde Guinevere uit handen van de vijand houden. Opzouten! Want ik ga dood als ik maar één krasje op mijn motor krijg. Hahaha! Ik gebruik de breedte, de indrukwekkende verschijning van mijn machine en haar bagage en mijn postuur om mij een weg te banen. Gewoon méé met de waanzin! Maar het gaat allemaal goed.

ROME, WE KOME…

Ik ben in Rome. Op een megagrote camping aan de rand van deze megagrote stad. Voor 60 euro per nacht. Maar hier met alles d’r op en d’r an. Met een meer dan uitstekend restaurant met zeer acceptabele prijzen, een vriendelijke receptie, een fraai zwembad en een oase van rust. Prima. Helemaal goed. Ik ben tevreden.

Owja, en het metrostation naar het centrum van Rome is op wandelafstand van de camping. Wat heb ik toch weer… Nee, hoor. Dat is niet waar. Dat heb ik afgelopen winter allemaal uitgestippeld.

Morgen ga ik een dagje Rome bekijken. Daar heb ik zin in.

Janny en ik waren er twee keer. Een keer op eigen rekening en … een keer op rekening van mijn werkgever, ISS Nederland, na het succesvol beëindigen van een studie in Engeland. We kregen van ISS een enveloppe met geld mee, hebben eerste klas gevlogen en eerste klas geslapen op twintig meter van de Spaanse trappen. De bagage werd op de kamer gebracht en er stond een lakei in een pak voor de voordeur met een hoge hoed. Het hotel kostte per nacht een klein vermogen. Maar…. als Janny in de badkamer wilde, moest ik er uit. Samen paste echt niet… Wat een stad.

Eerst maar eens even ergens iets lekkers gaan eten en een koud biertje zien te vinden.

Proost!

Coos op Reis: VERWACHTINGS MANAGEMENT

Prachtig weer. (Weer voor Coos op Reis.) Geen wolkje. Het is nu al 22 graden. Om 10:00 uur stap ik op mijn kasteel. Mijn ontbijt zit al diep achter mijn kiezen.

Mijn flesje met oogdruppels tegen de pollen mik ik weg. Waarschijnlijk is de vloeistof niet meer in orde. Gaat ook maar een maand mee, staat op de verpakking. Ik heb veel last van mijn ogen door de pollen. In mijn rechteroog zie ik wat kristalvorming en in mijn linkeroog zitten eiwitachtige draadjes. Het voelt alsof een ooghaar in mijn oog zit. Het kijkt niet lekker. Gelukkig zitten er nog meer flesjes in de voorraadtassen. Ik heb alles bij mij. Mij kan niks gebeuren. Ik ben een avonturier zonder risico’s. Ik spreek met mijzelf af om vandaag niet meer in mijn ogen te wrijven…

Ik wil de verkeersdrukte vermijden. Op mijn Garmin kies ik een plaatsje dat op 50 kilometer ten noordoosten van Genua ligt. Ik rijd de camping af, rij eerst een heuvel af naar beneden, dan drie ouwe straatjes door, langs twee armoedige flatgebouwen, rol over een stokoude brug en rij zó de bergen in. Joepie. Ik heb van de drukte en de warmte van Genua helemaal niets meegekregen.

Note: onbewust van het gevaar vermeed ik met mijn handigheidje daarbij de op dat moment gevaarlijkste brug van Italië: slechts vier maanden later zou Ponte Morandi instorten. Dat kostte 43 mensen hun leven. Deze verkeersbrug van voorgespannen beton werd half in de jaren zestig gebouwd.

De weg klimt de bergen in en we stijgen tot bijna 800 meter hoogte. Het is hier heerlijk koel: 20 graden. Wat een geluk. Het eerste stuk is superasfalt. Stroef. Het draait en draait en stijgt en daalt tot ik er horendol van word. Er is hier bijna geen enkel recht stukje weg. En het is lekker rustig op de weg. Af en toe zie ik in de diepte de auto’s op de tolweg in de zon glinsteren.

Wat later worden de weggetjes smaller en steiler. Soms houdt de kwaliteit van de wegen het midden tussen een beroerd weggetje en een knap karrenspoor. Er ligt ook veel steenslag op. Het is af en toe ook gruwelijk steil. Zo steil dat er soms bochten van meer dan 180 graden zijn. Er staan borden met daarop ‘tornanti’, maar die helpen niet, hoor. In sommige bochten val ik bijna stil. Dan moet ik er donders goed op letten om eventueel mijn bergbeen en niet mijn dalbeen neer te zetten, anders lig ik als ridder met mijn lange staken en mijn ventilerend maliënkolder onder de stenen en balken van mijn kasteel, te wachten tot er een Italiaan komt om mij uit te graven.

Maar het gaat goed en het is prachtig allemaal. Ik kan wel blijven stoppen om foto’s te maken. Maar ik moet dóór! Dit is een forse dag. Ik heb een einddoel.

Ik kom weer even beneden. Daar is het ondertussen 30° geworden. Ik was er al bang voor. Ik gebruik alle ventilatiekanalen in mijn Stadler-pak: de ramen op mijn borst èn de mouwen staan open. En ik heb mijn doorwaaihandschoenen aan. Als ik maar rijd, dan is het goed uit te houden. Ik ben wel tevreden zo.

Om nóg meer last van mijn ogen te voorkomen, houd ik het buitenste vizier van mijn helm maar dicht. Maar dat is wel erg benauwd bij deze temperatuur. Dus open ik dat vizier en schuif het donkere zonnevizier naar beneden. Ik heb een hekel aan dat zonnevizier. Mijn ouwe-mannen-ogen kunnen het verschil tussen de zon en de schaduw sowieso niet zo goed overbruggen. Een fietser met een zwart pak in de schaduw? Ik rijd hem plat. Ik heb het probleem ook als ik met lage zon aan het tennissen ben. Of bij het tennissen in een hal met kunstlicht. Maar goed, ik probeer het maar even zo.

Voor het eerst tref ik in een Italiaans dorp een zogenaamd snelheidsregulerend stoplicht aan: die blijven oranje knipperen of op groen staan als je je aan de toegestane snelheid houdt, en anders springen ze ff op rood. Kan je een minuutje afkoelen.

Spanje staat er vol mee. De eerste keren had ik het daar niet zo in de gaten. Toen sprong het oranje knipperende licht plots op rood. Ik schrok ervan en gaf een poep gas. Toen leerde ik ook dat als ik maar grof genoeg op dat knipperende licht af denderde, ik er door kon zijn vóórdat het rood werd. Haha. Wel wat onbehoorlijk. In Italië fotograferen ze ook bij dat soort lichten, dus ik neem het risico maar niet meer.

Ik koop een complete salade bij de Coöp en samen met mijn vork zoeken wij een plekje in de natuur op om ‘m lekker op de peuzelen. Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone … en het filmpje laat ik jullie straks nog even zien…!

Later kom ik ook weer even aan de kust, maar dan slingert de route toch weer de bergen in. Ik kan daar lekker doorrijden en het blijft er koeler. Ik slinger deze dag wel zo’n 200 km door de bergen. Heerlijk.

De laatste honderd kilometer gaan weer langs de kust. Anders wordt het teveel gepuzzel. Het is heet. Pfff.. Ik heb trek in een ijsje. Ik kan aan niks anders meer denken. Ik moet en ik zal een ijsje. Dus rijd ik Lerici in. Dat blijkt autoluw te zijn. Maar ik ben geen auto. Dus ik vind mijn ijsje. Het is drúk op het strand. Als mieren liggen ze daar op en naast elkaar.

Als mijn ijsje op is wandel ik weer terug naar mijn motorfiets. Ik ben net op tijd om te voorkomen dat zij met haar zijstandaard wegzakt in het gloeiend hete asfalt.

Foto! Lekker warm hier, hoor…

Ik rijd het laatste stuk van de route. En ook hier lonken weer de dames van lichte zeden. Gewoon aan de snelweg. Ze staan half naakt bij kleine inritjes. Grappig woord… De service vindt waarschijnlijk plaats in je eigen auto. Heb ik weer, ben ik op de motor! Maar ja, het zal je dochter maar zijn. Vrijheid, blijheid. En als het hun vrije keus is, dan moeten ze het allemaal zelf weten. Maar we weten allemaal beter.

Ik ben nu bij Livorno. Een camping gevonden dírect aan het strand. Schofterig duur.
Tja, er is hier geen concurrentie, vertellen ze doodleuk bij de receptie. Het is wel erg luxe. Het is bijna het nivo van een hotel.

Ik blijf hier tenminste twee dagen.

Morgen weer een lekker boekje lezen op het privé-strand van de camping. Morgen mooi weer! En aan het strand zijn altijd minder pollen.

Ik vond het een lekkere dag. Prima aangepaste route. Lekker gereje…

VERWACHTINGSMANAGEMENT

Even iets aan verwachtingsmanagement doen? (Let op, info redactie: dit artikel is een eerder jaar geschreven en wij publiceren deze serie dus later.)

Uiterlijk woensdag 9 mei ben ik weer thuis in Linschoten. Vlak voor het lange weekend met veel mensen in drukbevolkte hotels. Want donderdag is het Hemelvaartsdag. Tja, en vrijdag 11 mei wordt mijn oude moedertje 88 jaar. Ik wil erbij zijn. Ze trakteert de familie ‘s avonds op een etentje in Breda. En … die dag halen we dan ‘s morgens onze nieuwe auto op…

Owja, het filmpje! Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone en …..

 

Coos op Reis: WIJ DUITERS BEGRIJPEN ELKAAR

Het is 20 april. (We publiceren hier het 52e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, schreef bijna dagelijks een verslag, en wij pubiceren ze wat trager hier)

Ik word wakker op Campeggio Villa Doria in Genua, Italië. De wekker loopt af. Verrek, het blijft pikkedonker als ik mijn ogen open. Ik ben dood, denk ik. Maar dan zou ik de wekker niet horen. Pisnijdige Italiaanse automobilisten hebben mij levend begraven. Samen met mijn piepwekkertje. Omdat zij nu nog steeds in de file aan de Cote d’Azur staan en ik ze gisteren met mijn ronkende kasteel allemaal heb ingehaald.

Ach welnee jôh, de luiken van het slaapkamerraam zijn buiten nog gesloten… Ik begrijp dat wel, want het uitzicht is niet heel erg boeiend. Ze waren mij gisteravond trouwens helemaal niet opgevallen. D’r uit, met je luie reet!

Deur open en …. prachtig weer! Strakblauw! Ontbijt op de camping bij een aardige jongedame die wel vijf of zes talen spreekt en nu ff Duits studeert. Croissants en koffie. Wat een luxe. We hebben een leuk gesprek samen over het goede leven in Italië en in Nederland.

Ik kijk vanaf het terras geamuseerd toe hoe twee corpulente heren plus drie ongeïnteresseerde stevige dames een gehuurde Spaanse Ford Fiesta (!) volladen. Ze moeten drie keer opnieuw beginnen om het passend te krijgen. Ik moet even aan mijn eigen bagage denken…

Ik verbaas mij over de enorme hoeveelheid flessen limonade die ze meenemen. Ik maakte eerder al even een praatje met de grootste dikkerd. Het gezelschap komt uit Argentinië en gaat nu naar Valencia. Heeeele prettige reis! roep ik ze nog na… Teringjantje. Ik ging voor geen goud mee. En dan moest ik onderweg vast al die grote flessen vieze limonade opdrinken… Jakkes.

De campingmevrouw beweert dat Genua een prachtige oude stad is met een rijk verleden. En dat het een hele grote haven heeft. Nou, dat zullen we dan wel eens zien. Ik koop op de camping voor € 4,50 een heen-en-weertje. Dat is 24 uur geldig en daarmee kan ik van al het openbaar vervoer in de omgeving gebruikmaken, inclusief een lift die mij boven de stad tilt. De Genuanen weten precies hoe ze de toeristen met hun auto’s uít de stad houden…

Ik wandel vanaf de camping een kilometertje naar beneden en pak de trein naar Genua. Die gaat elk kwartier. In twintig minuten sta ik in het centrum van Genua: station Genova Sestri Ponente. Perfect.

Het is hier 29°. Ik loop in een mouwloos shirt, korte broek en keurig geknipte blote tenen in sandalen. Lekker luchtig. Nu kan het nog. Morgen moet ik mijn motorpak weer aan.

Mensen kijken mij maar raar aan. Dat zijn ze hier allemaal niet gewend. De Italianen lopen hier met een lange broek en sommigen dragen zelfs een warme jas. Maar goed, ik denk dat die Italianen niet op vakantie zijn. Wellicht is dat het. Hoop ik dan maar.

Via Le Strade Nuove loop ik langs gebouwen die op de Unescolijst staan. Ik stap gewoon doelbewust overal naar binnen en als ik er niet in mag, dan houden ze mij wel tegen, stel ik mij zo voor. Ik kom zo overal.

In de kerk dus niet! Daar houden ze mij tegen. Omdat ik geen mouwen aan mijn shirt heb. Klopt, het is buiten ondertussen 31 graden en ík hoef niet te werken en ook niet persé een warme jas aan en ik ben toevallig wel op vakantie. Ik begrijp trouwens die hele kerkelijke redenering ook niet. Jezus heeft naakt aan het kruis gehangen, maar mijn blote schouders mogen ze in de kerk niet zien.

Maar … men heeft een praktische oplossing bedacht. Ik krijg een gouden gewaad om mijn schouders in de dezelfde kleur als het plafond. Haha! Klaarblijkelijk mag ik er als prins carnaval wel in. Mij best. Zou … uh… d’r een foto van zijn..? Nou?

Ik loop trouwens ook nog tegen Het Laatste Avondmaal aan. Uit 1618! Heel bijzonder.

Met een lift kan ik via mijn openbaar vervoerkaartje naar het hoogste punt van Genua, lees ik ergens. Aldaar heb ik een fenomenaal uitzicht, belooft men mij. Ik kijk verder nergens naar en loop met behulp van Google Maps naar de lift. Ik klim een trap op, nog een trap op, nog eentje en nog eentje. Pfff.. Niet normaal. Afijn, sta ik helemaal boven, bij de lift dus. Handige Harry. Heb ik de lift maar naar beneden genomen. Kon ik toch nog mijn vervoerkaartje gebruiken.

De deuren van de lift gaan open en ik kom beneden uit in een hele andere wijk. Ik loop via het oude centrum terug naar mijn route en dan word ik plots aangesproken door een feestelijk uitgedoste mevrouw. Haar rokje en truitje zijn allebei erg kort en haar truitje goed gevuld. Wat was het kamernummer op dat label van een poosje terug, nou ook al weer?

Ze zegt in het Duits dat ik hele mooie benen heb en dat ik daarom vast een Duitser ben. Dat zijn twee leugens in één zin, dat zou je bij mijn motormaat Henk eens moeten proberen, zeg ik haar. Want die gelooft nooit iets.

Verderop zie ik nog meer uitdagende dames staan. Of ik met haar mee ga, vraagt ze. Nee joh, het is veel te warm hoor, roep ik en vlucht snel bij deze half ontblote verleiding vandaan.

Ik dwaal door hele smalle straatjes. Als ik mijn armen spreid, dan kan ik gemakkelijk allebei de muren raken. Maar het zegt wellicht ook iets over de spanwijdte van mijn armen.

Ik wandel weer verder en ik kom door de vrolijkste straatjes van mijn reis. Quanto è bella la vita, roep ik. Wat is het leven mooi. Elke dag weer.

In de buurt van een groentemarkt vind ik bij een gezellig restaurant een rustig terrasje. Ik bestel een lauwwarme pasta als lunch. Ik zit heerlijk in de schaduw op een heel koel pleintje waar een zalig briesje waait. Ik zit er zowaar een uurtje in mijn e-reader te lezen. Mijn boek is spannend want Jack Reacher is weer iets aan het slopen…

Plotseling sta ik voor het huis van Columbus. Niet één of andere Tinus de Zoveelste. Nee, Columbus, himself! Super om daar te zijn. Het huis blijkt een 18de-eeuwse reconstructie van het orsinele huis van Christoffel Columbus te zijn. Hij woonde hier rond 1460. Een poossie terug.

Ik slenter verder door de havens. Het is prachtig. De campingmevrouw had gelijk. Genua is zeer de moeite waard.

In de haven kijk ik naar een boot die op het punt van vertrekken staat. Whale Watching, staat er met grote letters op. Het kost drie euro heen en drie euro terug. Waarheen dan? Nou, naar Perli, precies naar het plaatsje waar ik weer moet zijn en waar mijn camping is. Wat een geluk, hè.

Weet je wat? Ik doe het. Lekker met de koele boot in plaats van met de warme trein. Ik laat mijn 24-uurskaartje nog even zien, maar dat zit er helaas niet in. Stelletje krenten…. Haha.

Géén walvis gezien natuurlijk, tja, wat wil je voor drie euro? Zal ik mijn geld terugvragen? Wel lekker om op zee 40 minuten lang geen last van die kutbomen en de pollen te hebben. Ik heb gelijk weer lucht. Dan is het leven nog mooier.

Ik stap aan de haven uit, slechts op korte afstand van de camping. Goed gepland.

‘s Avonds eet ik op een terrasje aan zee. Ik zie het zachtjes donker worden terwijl ik een mooie droge witte Italiaanse wijn drink en Trofie al pesto Genovese eet: een typisch Ligurisch gerecht van hier, heb ik zonet geleerd.

Ruim 17 kilometer en 43 verdiepingen van mijn sandalen afgesleten. Op blote voeten d’r in. Ik heb wel wat hete voetzolen. Yeah…

Morgen reis ik weer verder. Via Viareggio (Altijd Viareggio; heb je het boek van Rick Nieman gelezen?) en Pisa naar Livorno.

Ik probeer morgen waarschijnlijk wel een beetje de kust te vermijden. Dat schiet wellicht wat meer op.

WIJ DUITSERS BEGRIJPEN ELKAAR

Aan het einde van de avond heb ik in het restaurant nog even een gesprek met een echte Duitser.

We zijn samen van mening dat die spaghettivreters hier maar hele kleine kuttafeltjes hebben. Koelere. Wij passen er nooit onder.

Woefff…!

Coos op Reis: MICHEL VAILLANT

(Het vervolg in de serie Coos op Reis, aflevering 51)

Het is half april. En prachtig weer. Het is strakblauw. Het is om 08:30 uur al 21 graden. Dit wordt een warme dag.  Ik veeg het huis, schraap mijn zooitje bij elkaar en pak alles op mijn motorfiets. Das elke keer een uurtje werk. En ik verstop een eierdopje achter een beker. Beetje paniek zaaien. Vanwege die code en dat hek. Haha. Nee, hoor.

Ik verwijder maar gelijk in de caravan de goretex-voeringen uit mijn motorpak. Het maakt van mijn pak bijna een doorwaaipak. Als het erg warm wordt, dan kan ik op mijn borst nog twee grote ramen openzetten en de mouwen nog helemaal openritsen. Verder trek ik een dunne nekkraag aan, dunne sokken, een hightech hardloophempie en mijn Rukka doorwaaihandschoenen. Ik ben er klaar voor. Burn baby, burn!

Een extra probleem is wel dat ik de kleren, die ik bij kou en regen droeg, nu ergens moet zien op te bergen. In mijn koffers heb ik geen plek en mijn tassen zitten vol. De extra aangeschafte waterdichte zak lost echter alles op. Hij zit met twee rete slimme bandjes op mijn topkoffer. Die zak  weegt niks, zorgt voor een extra zee van ruimte en alle spullen zijn snel bereikbaar. Wérelds!

Ik controleer of alle koffers goed gesloten zijn, de bagage stevig vastzit, de rits van mijn tanktas dicht is, doe mijn oordopjes in, zet mijn helm op en vertrek. Vroemmmm! Heerlijk!

Ik ontbijt twee dorpen verder bij een bakker. Ontbijt! staat er in het Frans met grote letters en een uitroepteken op een bord. Stokbrood en verse croissants en vruchtenprut uit blik en hete koffie.

Wees eerlijk, als je nou met een heel groot bord je voorbijgangers naar binnen lokt voor een ontbijt, hoe groot is de kans dan dat ze bij je komen ontbijten? Is die kans klein, gemiddeld of groot? Nou, ik zal je helpen: héél groot, want ik was daar zeker niet de enige. We stonden in de rij.

Potver, is het dan héél veel moeite om de boter op kamertemperatuur te serveren? Nondeju. Ze komt zó uit de vriezer. Hakken moet ik. Er is tegenwoordig ook bijna geen goed horecapersoneel meer, jôh. Ze hebben alleen maar geen zin om bij de Blokker of McDonalds te werken.

Whoehaa. Het is net 10:30 uur en ik heb het eerste deel van mijn reisverslag al klaar. Gewoon ff zeiken over iets. Lukt altijd. Lekker, man.

Ik wil heel graag de kustweg bij Nice en Monaco af. Die is prachtig. En ook retedruk. Maar als ik nou net doe alsof het niet druk is, dan is er verder geen enkele belemmering. Toch? Ik neem de kustweg.

En hij is prachtig! Ik kijk echt mijn ogen uit. De luxe, weelde en rijkdom die huizen, tuinen en opritten uitstralen. En steeds dat magnifieke uitzicht over het eindeloze azuurblauwe water. En afwisselend schitterende rotspartijen. En die prachtige gebouwen en luxe hotels onderweg en in Nice. Helemaal super. Ondertussen is het 25 graden.

Monaco slaat alles. Twintig jaar geleden dacht ik al dat het daar helemaal was volgebouwd, maar de kranen draaien nog steeds volop. Ze hebben nog wat meters gevonden om te bebouwen. Niet normaal. De kustweg is daar nog mooier en daar zijn ze helemaal immens rijk.

Voor autoliefhebbers is het hier zeker een walhalla. Al je dromen gaan hier in vervulling. Als ik eens goed naar zo’n auto kijk, dan ontdek ik dat MC van MC Zegveld helemaal niet voor MotorClub staat. Het betekent héél wat anders..

Jôh, ik wilde het persé zien en ervaren. Maar nu heb ik het gezien en nu mag ik dus ook ff zeiken over de drukte. Echt niet normaal. Er is geen doorkomen aan. Ik doe twéé uur over een traject van 38 kilometer. Het is geen doen. En dan kon ik er met de motor nog vaak langs.

Bij Ponte San Ludovico wip ik de grens over en rijd Italië binnen. Aan de grens tref ik een overmacht aan militairen. Ik rijd zelfs tussen twee zwaarbewapende mannen door. Ik steek zittend op mijn kasteel 50 cm boven die kleine Italiaantjes uit. Haha. Vroemmmm, op weg naar Ventimiglia!

De kustweg blijft prachtig. Maar de stadjes zijn een ramp om door te komen. Bij Alassio is het 30 graden. Maar het gaat verder wel goed. Ik heb mijn helm lekker open, maar snuif natuurlijk een paar pond stuifmeel van die KUT-bomen naar binnen. Dat moet ik vanavond bezuren.

Vlak bij Genua vind ik een hutje. Simpel. Verder niks. Geen verwarming, maar dat is niet nodig. Het is warm zat. En geen keukenspullen. En die heb ik ook niet nodig. Ach, wat maakt het uit.

Op advies van de campingboer wandel ik door een park langs de resten van een oude Romeinse villa naar beneden, naar de kust. Hij heeft mij het adres van zijn favoriete restaurant gegeven waar eigenlijk geen toeristen komen. Prachtige, orsinele Italiaanse tent. Ik eet een pizza voor 6 euro. Aan de Cote d’Azur kost zoiets gewoon 18 euro.

Mooie dag. Ik wil persé niet elke dag rijden, maar de rijdagen blijven altijd het mooist.

Ik kijk wel wat ik morgen doe. Ik weet het nu nog niet.

MICHEL VAIILLANT

Uit een zijstraat komt met veel kabaal een wel heel aparte auto. Hij kan zo van Michel Vaillant, mijn stripheld van de Franse tekenaar Jean Graton, uit Kuifje zijn. De carrosserie van de auto ligt heel laag boven de grond. Hij heeft een soort cockpit voor de piloot, een grote vleugel achterop en is in giftige kleuren van spiegelend materiaal gewrapt. Wat een auto! Niet normaal.

Mijn collega’s beschuldigden mij er vroeger nog wel eens van dat ik een tienerbrein heb. Op dit soort momenten denk ik dat ze gelijk hebben, hoor.

Heb ik een foto voor jou? Wat denk je? Is de paus…?

Ik rij kilometerslang achter de auto en zie dat voorbijgangers blijven staan, naar de auto omkijken of naar hun telefoon grijpen.

Mijn momentje-van-de-dag komt als de bolide in een bocht met bulderend lawaai twee streepjes gas geeft, we vervolgens samen aan de overkant een Rolls Royce cabrio én een Bentley tegenkomen en ik rechts in de diepte twee cruiseschepen van 15 verdiepingen zie liggen. Wôw! Hier zijn ze compleet gek, denk ik.

In Monte Carlo is het 28 graden. Die temperatuur hoort gewoon bij de waanzin hier.