Coos op Reis: de regen is voorspeld

DE BALKAN – DE REGEN IS VOORSPELD ÉN …. IS GEKOMEN!

Dinsdag 28 mei. Jôh, ik ben om 08:00 uur al wakker. Nog vóór de wekker. Het moet niet gekker worden.

Ouwe mensen hebben minder slaap nodig, schijnt. Zou het ouder worden dan eindelijk vandaag begonnen zijn?

Het heeft vannacht heel hard en heel lang geregend. Verder voorspelde de weerman voor vandaag meer dan 90% kans op regen. Wat denk je? Het is droog!

Om 08:40 uur wandel ik blinkend schoon, okselfris, met mijn duurste aftershave op en in mijn motorpak, de ontbijtzaal in. Er zijn verder geen ontbijters aanwezig.

Chagrijnig personeel schuift tijdens het dweilen van de vloer alle houten stoelen van de ontbijtruimte van links naar rechts over de harde vloer. Nou, gezellig, tijdens het ontbijt… Een hels kabaal trekt door het luxe hotel. Waar verder niemand last van heeft. Want alle Mitarbeitern zijn met hun stropdassen om in alle vroegte al in grote stofwolken met hun peperdure bolides naar hun belangrijke vergaderingen in hun anonieme glazen kantoren vertrokken. Alleen één of andere sufgepikte ouwe Nederlandse kale motorrijder hoeft hier nog maar even te ontbijten. Geef de lul een sneetje brood. Owja, let op hoor, zegt mevrouw twee: de stenen vloer is nat en spekglad. Ja, duh.. Reeds vijftien minuten later onttakelt het ongeïnteresseerde personeel ook vast het buffet. Hallo, ik ben hier nog en zit nog te eten!

Ik tik bij de receptie € 135,- af en vertrek. Zonder een dubbeltje fooi uiteraard. Ik kom hier nóóit meer. En ik weet trouwens zeker dat het allemaal familie van elkaar is dat daar werkt. Ze hebben dezelfde gedrongen bouw en zijn op dezelfde manier chagrijnig. Zo’n half boze, vanaf de geboorte ingebouwde, sikkeneurigheid. En niemand roept daar iemand ter verantwoording. Er is ook geen leiding. Niemand rekent daar met iemand af.

Het kan zó anders, denk ik. Het runnen van hotels moet toch leuk zijn? Vraag maar aan mijn oude Amerikaanse vriend Tommy Abrams. Hij heeft dat 30 jaar gedaan. Jôh, en dan is je leven zóveel leuker. Get a life! Nou, genoeg gezeikt. Haha. Ik vind zeikend schrijven zo leuk. Het hoort ook echt bij ouwe mensen. Zoals ik, sinds vandaag.

Ik zoek mijn route weer op en tuf de stad uit. Rond 11:00 uur komt de voorspelde regen. Met bakken uit de hemel. Ik stop bij een overdekte benzinepomp, trek mijn regenpak aan en wissel mijn handschoenen. Ik gooi mijn hoofd achterover, bal mijn vuist en roep naar de goden: kom maar op dan met dat water. Bring it on, babe!

De temperatuur valt op dit moment nog wel mee. De hoogte is 300 meter. Ik moet echter nogal door wat lagen plastic kijken om alles droog en scherp te blijven zien: mijn bril, mijn anticondens vizier, mijn vizier en het ruitje van mijn loketje. En blijven proberen om langs alle druppeltjes te kijken en niet naar de druppeltjes op mijn vizier. Als ik mijn scherm iets lager draai, dan blaast de wind wat meer mijn vizier schoon. Het blijft een machtsstrijd.

Een uit de kluitengewassen merrie werpt zich ruggelings in het natte gras en kronkelt glunderend met vier benen in de lucht. “Wellustig wijf!”, roep ik in mijn potje. Ze kijkt niet eens.

Ik meander van dorp naar dorp en rijd voorbij een grote bouwmarkt van de Hornbach. Gelijk zing ik heel hard in mijn potje: VanJeAaaaiAaaiJippieJippieJeeee… Haha, dat hebben de reclamemakers toch mooi voor elkaar. Net zoals: toettoet, zó, dat is snel, dat lijkt Overtoom wel. Weet je nog? Of zou ik gewoon een neuro-psychiatrische aandoening hebben? Het Syndroom van Gilles de la Tourette? Kan best hoor, ik heb wel meer neigingen die ik niet kan bedwingen… Dat zegt Janny-zonder-Facebook altijd, tenminste.

Er staat een groot veld met hop langs de weg. Ik maak op mijn motor een diepe buiging. Hop is een belangrijk ingrediënt voor bier. En dat Duitse bier is zo tadeloos lekker.

Een stukje verderop tref ik, gewoon op een doodstille landweg en zomaar aan de kant van de weg, aardbeien uit de automaat aan. Net als een kroketje bij de Febo. Das nou boerenslimheid. Zo grappig. Heb ik een foto? Wat dacht je..! Ik neem een doosje vitamientjes mee, want ‘a box of strawberries a day, keeps the doctor away’. Of was dat nou met appels?

Het regent nog steeds. Volle bak met gratis water uit de hemel.

Maar ik blijf messcherp achter mijn loketje. Ik zit hier niet om postzegels te verkopen, maar om in leven te blijven.

Ik zit droog en ik maal er niet om. Ik geniet en zing The Chamber of 32 Doors van Genesis: I’d rather trust a countryman than a townman, you can judge by his eyes, take a look if you can. Maar dan….

In een dorp steekt een stokoud dametje, tussen twee hoge heggen door, de neus van haar piepkleine autootje vast een stukje de straat op. Het is net het neusje van een muis, die uit haar holletje komt. Ik voel mij medium veilig, want ik rijd immers op een voorrangsweg. Ik schuif naar links. De oude dame kijkt naar links, ziet mij, kijkt naar rechts, ziet op redelijke afstand een grote vrachtauto naderen, is in haar korte termijngeheugen mij inmiddels al weer vergeten, en draait zo de weg op. Huppekeee! Zonder mankeren. Godskelere, ik rem de knalroze, zijdezachte en op maat gemaakte oordoppies van Hoorhuis Diemen uit mijn oren! Volle bak in de ankers: knijpen in hengsels en stampen op stangen. Alles wat ik in huis heb, want mijn leven hangt ervan af. Onderbroekies en sokkies vliegen naar voren. ABS aan. En tegelijk vloeken en tieren in mijn potje. Dat helpt. Echt. Ik – haal – het – net. Het scheelt heel erg weinig.

Omaatje kijkt mij met haar blauwe kapsel en rood gestifte lippen vriendelijk aan. Ik knik vriendelijk terug, want ik heb een zwak voor omaatjes. Koelere, mijn ‘bijna’ eerste ongeluk in 1000 kilometer. Ze hadden mij zowat uit een Fiat Pinda moeten zagen… I’d rather trust a countryman, maar géén ouwe dorpstantes met blauw haar.

Aan de Starnberger See word ik in Seeshaupt geflitst: 5 km te hard. Ik ben ook echt hardleers. Ik rijd met twee actieve radarwaarschuwingssystemen en geen enkel systeem waarschuwt mij op tijd. Je hebt ook geen reet aan die elektrieke meuk. De flitser staat langs de weg in een tuin! Ja hallo, als ik nu ook nog langsrijdend én ouwe omaatjes én de geraniums in Duitse tuinen moet scannen… Gelukkig flitst hij mij aan de voorkant. Dan heb je als motorrijder, zonder kentekenplaat aan de voorkant, best wel geluk.


Bij het vervolg van de route moet ik kiezen: neem ik de voorkeurroute via de Grossglockner Hochalpenstrasse of neem ik de Felbertauerntunnel. Het weer is echter nog bar en boos. Ik vrees op de hoge Grossglockner in dikke mist en verse sneeuw terecht te komen. Het is vragen om problemen. Ik moet verstandig zijn: ik kies de tunnel. Jammer, maar het is niet anders.


Rond zessen kom ik bij mijn hotel. Ik ben nat en heb het koud. Het was een zware dag. Het is vandaag … Ruhetag. Ja, wanneer niet, als ik ergens kom. Koelere. Ik maak mij bekend als de organisator van een grote motortrip en vertel dat ik op 16 juni met 20 motormaatjes hier terugkom. Dat helpt.

Ik krijg een mooie kamer met een prachtige regendouche en ze bakken zelfs een grote Wiedergutmachungschnitzel voor mij.

Met pommes en mayo. En een grote bier. Een beetje ouwehoeren lukt mij altijd wel…

Mwah. Ze voorspellen hier nog meer slecht weer. Ik ga vannacht nadenken wat ik morgen ga doen.

THE CATCH OF THE DAY

Nog teenentander met de camera gevangen vandaag. Trusten!

Delen op

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.