Coos op Reis: SEARCH AND DESTROY

We volgen de avonturen van Coos van der Spek.

Bij het ontbijt begint zijn volgende verhaal in onze serie “Coos op Reis”. We rijden drie maanden met hem mee door Zuid-Europa.

Strálend weer. Joepie! Ik ben hélemaal opgewonden. En het is pas 09:15 uur!

Met een grote grijns rollen mijn dikke 1200cc twee-cilinder BMW GS Adventure Liquid Cooled en ik samen naar mijn ontbijt, hier aan het einde van de straat in Los Alcázares in Spanje. Ik strijk neer bij een leeg tafeltje en geniet op een door de zon verschoten roodplastic stoeltje van het zonnetje.

De ober brengt mijn café Americano en zet met een zwaai een héél gróót glas bier op de tafel bij een Duitser naast mij. Het is 09:20 uur…

Ik ben nog niet van mijn bier-verbazing bekomen als de Engelse mijnheer verderop een brandy bestelt. Pfff….

Nou, díe twee gaan vast niet lekker motorrijden vandaag, grijns ik. Na mijn ontbijt wens ik die twee alcoholisten een fijne dag en vertrek voor mijn rondrit in de omgeving.

De route van vandaag loopt via Casas Nuevas, gedeeltelijk óm en dóór het regionale park Humedal del Ajuaque y Rambla Salada. In één keer goed getypt. Olé. Het is een superroute om lekker relaxed te rijden, een beetje rond te kijken en gewoon wat te genieten. Het is een prachtig gebied, maar het asfalt is ruk. De héle dag trouwens. Ik maak met dit droge weer zelfs twee uitstapjes aan de achterkant. En ik heb aan extra gewicht bijna niks bij mij, want mijn reserve onderbroekies liggen allemaal opgevouwen in mijn appartement.

Als ik met mijn motorclub www.elbacon.nl op pad ga, dan houden we ons strikt aan de route. Maar nú, in mijn uppie, hóeft dat niet… Ik sla gewoon af en toe spontaan eens een weg in.

Eén zo’n weg brengt mij bij hardwerkende sinaasappelplukkers. Ik stop voor een praatje. Ze zijn blij met mijn onderbreking en met wat afleiding van het saaie werk. Een uit de kluiten gewassen Afrikaanse man vraagt of hij mee achterop mag. Ja, hoor, héb ik weer…. De patron vindt het allemaal wel leuk, maar kijkt ook zuinig op zijn horloge, dus ik vervolg mijn weg.

Ik rij genietend tussen de vele sinaasappel- en citroenboomgaarden door. Grappig, die dingen horen in zakkies in de schappen bij Albert Heijn in Woerden en nou rij ik er met mijn BMW langs, bedenk ik mij. Ik kan mij zo vaak dan op een kinderlijke manier over dit soort zaken verbazen.

Alles wat we thuis eten, groeit hier gewoon aan de kant van de weg. Zo kan ik mij ook verbazen over de verkoop van de enorme stapels vis in de Spaanse supermarkten. Wáár komen al die vissies in hemelsnaam allemaal vandaan? En er zijn zóveel supermarkten in de héle wereld…

Ik sta in een wat grotere en drukkere plaats, als een gehelmde kasteelheer in zijn metalen maliënkolder óp zijn kasteel, vooraan bij een stoplicht. In mijn spiegels wringt een jonge vrouw op een scooter zich tussen de auto’s door naar voren. Zij eindigt pal naast mij, kijkt opzij en glimlacht. Zij heeft een kort rokje aan en, óf verbeeld ik mij dat nou, een doorkijkblouse. Zij heeft donkere ogen, donker haar en haar lippen zijn felrood gestift. Ik krijg het Spaans benauwd. Potver, bij mij wil natuurlijk alleen zo’n hele grote kerel achterop…

Twintig kilometer verderop staat aan de linkerkant van de weg een kudde schapen. Ik stuur de Beamer de weg af en rij voorzichtig richting de schapen voor een fotomoment. Er komen gelijk twee honden op mij af. Eentje op een sukkeldrafje die goedmoedig whoehoefff zegt, maar het zelf eigenlijk allemaal niet meer zo gelooft. Hij is aan zijn pensioen toe. Heel herkenbaar… Hond Twee is echter nét in dienst en heeft nog héél wat te bewijzen. Zijn poten raken nauwelijks de grond en achter zijn lijf ontstaat een turbulente draaiing van lucht en stof als hij op topsnelheid als een Shrike-raket récht op mij, zijn indringer, af stormt. Search and Destroy staan, samen met mijn coördinaten, in zijn reptielenbrein geëtst.

Vanaf mijn kinderjaren waren bij ons flinke herdershonden in huis. Hollandse herders, Belgische herders en Duitse herders. Mijn vader trainde ze als verdedigingshond en haalde er diploma’s mee. Ik ben niet bang voor honden, hoor. Als ze maar groot genoeg zijn om mee te vechten. Dan vreet ik ze op. Maar deze aanstormende hond is zo’n tussenmaatje. Geen tafel én geen servet. Maar wél twee rijen blinkende tanden. Dat mooie nieuwe mes van mij is te ver weg én zit onhandig ingepakt in mijn tas en op mijn motor. Alhoewel, motor, onhandig…

Dus geef ik een vreselijke dot gas en dender, met drie koplampen aan, récht op Hond Twee af. We zijn als ridders met lange lansen in een steekspel. Het recht van de sterkste en de grootste. En de meeste moed. Hond Twee gooit zijn anker uit en zet alle vier zijn poten schrap. De hond is geen merkhond. Het is een bastaard en heeft van huis uit geen ABS meegekregen. Zijn achterkant schiet weg en hij komt als een honkbalspeler, op weg naar zijn home, met zijn achterlichaam naar voren tot stilstand. Hij bijt in het stof. Hij is verslagen. Hond Twee druipt af. En dan blijkt ook gelijk definitief de hiërarchie bepaald te zijn. Ik kan rustig wat plaatjes van zijn schaapies schieten.

Kort in de middag stop ik in een dorp bij een kruideniertje voor een broodje. Ik organiseer met handen en voeten bij moeder en dochter iets eetbaars bij elkaar. Moeder komt met mijn 1.95 meter ongeveer tot mijn navel. Ik reken twee euro af en krijg van dochter gratis twee sinaasappels mee. Wat leuk, hè. Maak een praatje met mensen en je zíet mensen. Én ze zien jou. Overigens kost een kilo sinaasappels daar 35 cent. Heel ander prijsnivo dan bij Albert Heijn…

Ik spoel bij de plaatselijke benzinepomp de eventuele pekel, wellicht opgelopen in de omgeving van Barcelona, van mijn motor. Zij is weer schoon en fruitig.

Onderweg doe ik nog even een wedstrijdje ‘wie heeft de grootste’, maar dat verlies ik echt hoor, ondanks mijn 1.95 meter…

Om 16:00 uur verschijnt er 21 graden op mijn dashboard. Een nieuw record. De lente is begonnen.

Als laatste nog even over herdershonden. Kijk eens wie er, héél relaxed, met zijn gitaar en mondharmonica, hier in het centrum, waar ik elke avond eet, een práchtige ouwe rockballad zit te spelen.

Het is zó móói en ik word er zó blij en vrolijk van. En kijk die grote herdershonden als makke schaapjes naast hem liggen. Ik geef de muzikant wat geld. Dat kan makkelijk, want gelukkig heb ik géén Belgisch pensioentje…

Het was een tóffe dag. Een culturele trip naar een stad is mooi, een wandeling door de natuur is super, máár….motorrijden is en blijft…..gewéldig….en ontroerend! Eén met de natuur, de geurtjes onderweg, het horen en voelen van je omgeving, de zon, de wind, de techniek, het sturen, het geronk van je motor, het donderen en trillen van het blok, het swingen in de bochten, gas geven, schakelen, remmen en gelijk die achterlijke gladiolen in die koekblikken in de gaten houden.

Machtig, man!

Delen op

Een gedachte over “Coos op Reis: SEARCH AND DESTROY”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *