Tagarchief: motorcolumnist

René Spruijt en zijn tweewielers

Van Berini M21 naar FLSTN.

Met 12 jaar (1960) fietste ik met mijn vriendje de omgeving van Roosendaal af, om alle motorcrossen op Bosbad Hoeven en wegraces op het stratencircuit van Etten-Leur te bekijken. Voor motorsensatie hoefde je niet ver weg.

Mijn eerste kennismaking als berijder van een gemotoriseerd voertuig was in 1963, de Berini M21 (automaat) van mijn oudste broer. Die zette ik zijdelings tegen de muur tot stilstand. Geen schade alleen een vreemde schaafplek op de rubber zijkant van de voorband. Het leukste vond ik het sleutelen aan het apparaat, er was nogal eens iets stuk en mijn broer had twee linkerhanden. Af en toe wat vervangen en proberen dat apparaat sneller te krijgen, vond ik een uitdaging.

En als ik 1964 dan eindelijk 16 word, ga ik een zomervakantie lang (5 weken) werken om een Puch VS50 met zo een platte knalpotuitlaat te kopen. Pijpjes eruit, afzagen en terug zetten voor de sound. Hoeveel sturen ik erop heb gehad weet ik niet meer maar meer dan 7 exclusief het oorspronkelijk stuur. Hoe hoger, hoe beter; verstelbare sproeier erop en draaien en rijden maar.

Als ik 18 word ga ik mijn A- rijbewijs halen,  gaat de brommer weg en komt er een Vespa 160GS, spierwit met een schoolbord zwart voorspatbordje waarop ik regelmatig nieuwe teksten schreef.

Dan schaft mijn jongste broer een Moto Guzzi V7 750 ook wit en later een Harley-Davidson FLH duo-glide aan. Daar mocht ik niet op, maar wel aan poetsen. Ook echt wel leuk.

In 1973 wil ik niet meer telkens nat aankomen op feestjes en schaffen we een Citroën 2CV aan.

Maar het bloed kruipt en dus komt er als Teun nog klein is toch een Yahama XT250 voor papa. In de bossen crossen was toen  nog niet echt verboden, maar het zou niet lang duren of het off-road rijden werd toch te hinderlijk bevonden voor natuurvoetgangers en bosfietsers. Er komen nog twee broertjes voor Teun en de auto moet groter/de motor weg.

Maar werkend in het basisonderwijs zijn er vakanties genoeg waarin ik een paar dagen/weekjes een motor kan huren om te toeren. Van alles gereden, geen japanner was mij heilig.

Dan komt mijn oudste zoon, als ik de 60 ben gepasseerd, of pa mee wil zoeken naar een motor, want hij heeft zijn A-rijbewijs gehaald. Dat doen we dus maar al te graag en kopen uiteindelijk een sportster 833 bij OIT in Breda.

Als ik een half jaartje met pensioen ben wil hij inruilen en ik neem hem over voor de inruilwaarde en word lid van DLHDC (Dutch Lighttown Harley Davidson Club). Elk Pinksterweekend mee op reis, want de ritten op zondag vanuit Roosendaal kosten te veel extra rijdtijd op 1 dag. Dan ruil ik de Sportster in voor een HD-FLSTN 1995 en geniet van het gekende ploffen van het 1340cc EVO-blok. Gelukkig heeft die  nog een choke en soms wat olie te veel. Zo blijft motorrijden toch wat het voor mij moet zijn, niet altijd als vanzelfsprekend en luxe hoort helemaal niet in dat rijtje. Nou ja, het windscherm dan, maar dat is ook alleen maar omdat het bij dat model hoort.

Gisteren spraken wij (redactie@ikzoekeenmotor.nl) met René Spruijt  , de schrijver van dit artikel. We gaan hopelijk in de toekomst vaker verhalen en motorgedachten van hem lezen. Wie meer wil lezen van hem kan deze site eens bekijken wellicht: //spruijt-n-spruyt.nl/