Tagarchief: motorcolumnist

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: ZE HEET WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR

(Aflevering 41 in onze serie “Coos op Reis”)

Het is bewolkt maar droog. Nu nog wel. Het is 12°. Mijn nieuwe banden zijn gelukkig ingereden. In Nederland geeft Sabra Motorbandenservice na montage van nieuwe sloffen altijd het advies mee om de eerste honderd kilometer ff rustig aan te doen. In Italië kregen mijn vriend GerritJan en ik ooit het advies om de eerste vijf kilometer rustig aan te doen… We moesten namelijk gelijk de bergen in. Toen we weer bij het hotel arriveerden waren ze inderdaad ingereden. In Spanje vertelden ze mij niks. Zoek het lekker zelf uit. Zoiets.

Ik rijd nog één keer met de motor naar het gezellige haventje. Voor mijn laatste ontbijt. Terwijl ik geniet van de lekkere broodjes, geniet een groep mensen zichtbaar van mijn motor. Ze maken er zelfs foto’s van. Ze vinden het prachtig als ik ook van hun tafereel een foto maak.

Monter vang ik de reis aan. De eerder ‘geplande’ route gaat aan de Spaanse kant door de Pyreneeën en dan bij Andorra de grens over. Het weer is daar echter veel te slecht. Daarom heb ik vannacht besloten om de route te verleggen. Het doel voor vandaag is nu Pau in Frankrijk. Het nieuwe plan is om dan de kust af te gaan richting San Sebastián en bij Irun de grens over te steken om daarna aan de Franse kant verder langs de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te reizen. Ik vind het goed plan. Ik wil ook tijdens mijn reis altijd een rode draad hebben. Prima om er dan onderweg van af te wijken. Ik ben maar een heel klein beetje autistisch, hoor.

Het eerste stuk van de dag begint droog. Vervolgens klim ik de bergen in en gaat het zachtjes regenen. Ik ben eigenwijs en besluit om mijn regenpak nog ff niet aan te trekken. De route brengt ons immers zo weer naar de kust. Ik krijg spijt. De weg slingert verder omhoog en de regen komt met bakken naar beneden. Het hoost! Mijn Stadler motorpak wordt nat en koud…. Stom! Maar de wegen zijn smal en erg avontuurlijk. Ik zit er toch van te genieten.

Ik stop in een dorp voor een dubbele expreszo. Als ik weer vertrek, dan is het droog. Dat is mooi, want dan zal mijn motorpak snel droogwaaien. Als het een poos later weer gaat dreigen, ben ik verstandiger en trek bijtijds mijn regenpak aan.

De kustroute is prachtig. De ene keer rijd ik een meter boven zee, de andere keer driehonderd meter. De uitzichten zijn fenomenaal.

Ik steek de monding van de rivier de Deva over en rijd Deba binnen. Het  is een wat grotere stad met fraaie gevels van oude gebouwen. Ik gluur daar ook even naar een bijzonder grillig en rotsachtig stuk van de kustlijn. Voor onderweg koop ik er drie broodjes met tapas en een flesje cola met een kroonkurk. Een kroonkurk is geen probleem, want een echte motorrijder heeft natuurlijk een goede flesopener bij zich…

Ik kies weer voor een stuk kustweg. Ik kan het niet laten. Het is een onbedwingbare behoefte om de zee te zien en het zoute water te ruiken. Wat een genot om hier te zijn. Het is prachtig. Kort daarna trek ik weer wat het binnenland in om vervolgens San Sebastián in te rijden. Dat lijkt een beetje op Knokke. Allemaal hoge, statige gebouwen aan de zee. Mooi gezicht.

Ik vervolg mijn weg weer richting Irun en vind een mooi plekje in een bergdorpje voor een mok koffie. Op dat moment heb ik al zes (!) roofvogels gezien. Ik zie ze boven én onder mij. Fantastisch. Maar ik zie onderweg ook loslopende koeien, wolkenflarden die heuvels bedekken, bergen van goudgeel gras, water dat een weg zoekt, borden met 1100 meter hoogte en peilloze dieptes zonder vangrail.

Bij Irun steek ik de grens over en start mijn zwerftocht door het Franse deel van de route. Pas vrij laat zoek en vind ik een mooie overnachtingsplek in Tardets-Sorholus, Frankrijk.

Ik zit nu in een tuinhuisje van Hans & Grietje op een camping. Zo’n soort tuinhuisje als in die ouwe serie van Van Kooten & De Bie uit de jaren tachtig. Weet je nog? Over Ir. Walter de Rochebrune? Hij was een non-actieve mijnbouw-ingenieur die in onmin met zijn moeder in haar tuinhuisje in de tuin leefde en haar nooit meer sprak. Hij noemde zijn tuinhuis al 14 jaar zijn denk-laboratorium. Sinds de sluiting van de mijnen werd hij op zijn 41e jaar kluizenaar. Zijn vader had in 1935 een houten kubus uitgevonden, maar kwam in 1942 in Stalingrad om het leven. Zijn moeder had de kubus in 1945 bij het vuilnis gezet en dat vergaf Walter haar nooit. Walter probeerde een aantal paradoxale kwesties op te lossen en stuurde deze oplossingen naar de wereldleiders, maar kreeg nooit bericht terug… Zoek maar met Google. Erg leuk.

Dit tuinhuisje kost € 45 per nacht. Zonder factuur. En ik krijg ook nog een halve fles Monbazillac uit 1996 kado. Maar das een dessertwijn. En ik heb geen ijs hier, dus die laat ik maar staan.

Kortom: de regen viel vandaag achteraf wel mee. Een paar uurtjes en toen klaar. En ik ben Spanje uit. Regen en Spaanse wegen is een drama. Ze zijn vaak spekglad. In Frankrijk voel ik dat de banden veel meer grip op de wegen hebben.

Nou ja, ‘t is hier maar voor één nachtje. Er is hier weinig te doen. Wel grappig. Morgen reis ik verder. De madame roept vanaf de overkant: “La cuisine du restaurant ferme à 20h30. Vous n’êtes pas ici en Espagne, monsieur!” Precies over de brug kan ik nog net bijtijds een restaurant vinden.

ZE HÉÉT WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR….

….en natuurlijk staat ze op de foto…..

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.

Dolf Peeters en oude liefdes

Dolf Peeters bij een oude liefde

Sommige mensen fladderen van de ene relatie naar de andere. Sommige mensen kopen elke twee jaar max een nieuwe motorfiets. Ach… Als ze daar schik in hebben. Zelf heb ik (Dolf Peeters) weinig tot niets met jonge meisjes en nieuwe motoren. En de publiciteitsberichten van Harley-Davidson heb ik geblokkeerd omdat van dat merk alleen nog maar de naam als ‘Unique Selling Point’ is over gebleven.

Na enig vergelijkend warenonderzoek ben ik al sinds 1982 met hetzelfde meisje. En de laatste 25 jaar heb ik feitelijk alleen een paar Moto Guzzies en wat Russische driewielers gehad. En doorgaans zijn die niet ingeruild, maar heb ik ze gewoon laten inslapen nadat ze echt op, moe en versleten waren. Met zo’n saai stabiel bestaan krijg je een vrienden- en kennissenkring die je past als een goed ingedragen spijkerbroek. Gelijkgestemde motorrijders en ‘motorzaken’ waarvan de eigenaars doorgaans niet eens adverteren omdat ze dat niet hoeven, kunnen of willen. Ik ken er zelfs eentje die het niet lukt om een foto digitaal door te sturen. Dus die foto moet ik volgende week maar even ophalen.

Intussen is er toch een nieuwe liefde in mijn leven gekomen: De Chang Jiang (of Yiang) 750 G (2?). Het ding is dus een rampzalige BMW R75/5 kloon. En lag bij aankoop bij Kiat Que’s onvolprezen Loods 8 grotendeels uit elkaar. En nu kun je natuurlijk duizenden digitale vrienden hebben. Maar als je niet naar Vorden kunt rijden om uit nieuwsgierigheid te kijken hoever de Chinese kopieerdrift is gegaan, dan mis je wat. Theo Terwel had nog wat /5 spul liggen. Dat mocht ik lenen voor het pasproject. Resultaat: De BMW voorvork, de tank, het achterspatbord en de buddyseat? Die zet je zo over. Dat is leuk en zinloos om te weten. Alhoewel: Die BMW voorvork gaat de schommelam voorvork vervangen. Anders is er solo niet mee te rijden.
Ben van Helden uit Zeist is niet alleen de baas van een opleiding tot edelsmid. Hij heft ook wat met motorfietsen uit de kantlijn. Ben had ook zo’n Chang gehad. En daar over schrijft hij op zijn site. Er werd dus ook contract opgenomen met Ben. Dan komt er een mailtje uit Genemuiden. Richard Busweiler is 22 jaar bezig met Urals en Dneprs. Vanaf ‘achter zijn huis’ via eerst 1, toen twee containers en inmiddels in een keurig halletje. Onlangs werd Richard zelfs de Enige Echte Uraladealer in Nederland. Nieuwe Urals zijn conform euro 5 en kosten veel meer dan de ca. € 2500-3500 voor een nette kopklepper driewieler. Maar ze zijn voorzien van werkende remmen en twee jaar garantie. En er zijn blijkbaar heel makkelijk klanten voor te vinden. Richard mailde me een plaatje van twee wielen en een buddy. Ooit had hij zelf zo’n Chang kopklepper als winkeldochter staan. Heel lang staan. Het in China liefdeloos in elkaar gezette ding had binnen het bedrijff het koosnaampje ‘Ugly’. Richard had succesvol verdrongen wat er uiteindelijk mee was gebeurd.
Maar als trouwe klant en langjarige vriend mocht ik de Chinese wielen en de buddy hebben. Er stond toch een excursie naar Genemuiden op de agenda en vriend en fotograaf Jan Eggink ging mee. Want als de publiciteitsbom over de nieuwe Urals straks los barst is het achter de hand hebben van een goede fotograaf die geen € 100 per uur rekent erg prettig voor een kleine ondernemer. Het boodschappenlijstje voor de Ural werd afgewerkt en Richard vond tot zijn verbazing nog een heel nieuwe Chang Jiang kabelboom. Intussen kwam er ook nog iemand binnen die nota bene in Arnhem (ik woon daar vlak bij) de uitbater is van Arnhem Sidecar Tours. En natuurlijk rijdt Bart Russisch.
Met nog wat tussentijdse aanloop ging de tijd razendsnel voorbij. Het was te laat en te nat om nog een visje te eten in Kampen. Maar dat komt de volgende keer wel weer.
Met die Chang iang komt het wel goed. Ik heb nu in elk geval al drie buddyseats. Nu eerst de bedrading van de Ural in orde maken.

Tip van redactie@ikzoekeenmotor.nl: Wil jij meer verhalen lezen van Dolf Peeters, via deze link kun je zijn boek bestellen.

Coos op Reis: VERS MAALTJE VIS

VERS MAALTJE VIS

Vandaag publiceren we het 39e verhaal van onze motorreiziger en verhalenmaker Coos van der Spek. Coos reisde  na zijn pensioen (voor Corona tijd) een 3-tal maanden door Zuid-Europa. Wij zijn op 9 februari begonnen met publiceren dus het “uitzenden” van de verhalen in onze serie “Coos op Reis” zal bij ons wellicht tot ergens in juli duren. We genieten wat langer door dus. Coos rijdt niet alleen wat rond. Coos luistert naar mensen, maakt overal en altijd vrienden, deelt zijn passie en verzamelt verhalen…  Enfin, laten we naar Coos luisteren: 

Het is 6 april. Ik ben in Mundaka, aan de noordkust van Spanje.

Ik heb sinds gisteren spiksplinternieuwe Spaanse banden, maar toch ga ik lekker naar het strand wandelen. Het is strakblauw en de weervrienden beloven 23 graden. Dat ga ik meemaken! Ik neem mijn draagbare Helinox stoeltje en e-book mee.

Voor mijn ontbijt moet ik werken: éérst de berg naar het dorp op wandelen voor de supermarkt. Dat jullie niet denken dat ik hier een luizenleventje heb, hè? Het valt soms echt niet mee. Soms dan, hè…. soms…. nou ja, heel soms dan….

Ik heb de laatste weken zoveel gelopen, dat mijn wandelsokken versleten zijn.

De gaten zitten er in. Natuurlijk heb ik nog een paar extra wandelsokken bij mij. Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je …..

Het strandje van Mundaka valt mij tegen. Ik vind het niks. De provinciale weg gaat bijna over mijn hoofd, de kleur van het zand staat mij niet aan, er liggen hondendrollen, ik vind het water een beetje laf en er staat een vals windje. Nou, veel meer commentaar heb ik niet op dat KUT-strandje, geloof ik.

Ik wandel nog een stuk door de omgeving en verzamel vast wat materiaal voor The Catch of the Day. Anders durf ik niet naar bed vanavond.

Verderop in het dorp vind ik een trap naar zee, met een extra stukje beton. Voor mij, denk ik. En helemaal prima voor mijn opvouwbare stoel. Uit de wind, zicht op het water en een lekker rustig plekkie om een boekje te lezen. De koning te rijk.

Ik zit er de hele middag. Ik moet er nu nog van gapen: A Lazy Friday Afternoon.

Ik sluit de vrijdagmiddag in het dorp af met een biertje en een schoteltje olijven, lekker tussen de vreselijk lawaaiige locals met hun ontiegelijk drukke blèrende koters, op een heerlijk intiem pleintje met oude, schaduwrijke bomen, aan de haven bij de zee. Een heel apart en aangenaam sfeertje. Hier ontmoeten de dorpsgenoten elkaar aan het einde van de werkweek. In Mundaka is geen reet te doen en dat is precies
haar charme.

Het restaurant bij de camping heeft in de wijde omtrek een meer dan uitstekende naam. Ik besluit om daar te gaan eten. Het is zo’n restaurant waar ze tussendoor de kruimeltjes brood van je tafellaken komen vegen. Ik voel mij altijd snel overal thuis, maar helemaal in dit soort restaurants… Lekker jôh. Ik geniet altijd erg van luxe.

Een groot bord houdt haar gasten bij de ingang tegen: het restaurant gaat pas om 21:30 uur open. Als je sjiek bent, dan moet je je ook sjiek gedragen, nietwaar? Alleen werkvolk heeft eerder honger. Die hebben immers hard gewerkt. Zoiets…

Ik ben te vroeg, dus ik bestel een kopje koffie en ga aan een tafel in de bar vast aan mijn reisverslag knutselen. Anders krijg ik van mijn vrienden op mijn kop.

Even vóór 21.30 uur verwijdert de manager met een theatrale zwaai het bord en gaat vol verwachting bij de trap staan wachten. Ik heb nog genoeg aan mijn verslag te knutselen, dus ik blijf nog even aan mijn tafel zitten. En ik vind het wel grappig om hem te jennen natuurlijk.

De manager draalt eerst wat in het rond, maar komt dan toch naar mij toe en nodigt mij uit om naar het restaurant te komen. Met een theatraal gebaar toon ik hem de klok van mijn iPhone. Het is 21:29 uur. Dat is mij nog te vroeg…. Whoehaaa…! Echt gebeurd.

We schieten allebei in de lach en zijn gelijk vrienden. Binnen praten wij geruime tijd over het Baskenland en de Basken. Hij vergelijkt het met Ierland en ik vergelijk het met Friesland. Dat zijn ook van die deugnieten… Het bommengooiensmijttijdperk in Baskenland is al lang voorbij, beweert hij. Maar echte vrienden worden ze echter nooit.

Als ik vraag hoe het komt dat de Basken een lichtere huidskleur hebben dan de Spanjaarden in het zuiden, dan vertelt hij mij lachend dat het komt omdat de Basken altijd aan het werk zijn en de Spanjaarden tijd hebben om in de zon te zitten. Ik moet zoooo lachen. Het is ook overal hetzelfde.

We praten over motorfietsen. Hij knalt met zijn crossmotor al tien jaar daar in de buurt door de natuur. De politie laat dat oogluikend aan de bewoners toe. Vaak hebben ze met elkaar op school gezeten of komen ze uit hetzelfde dorp. De manager is bezig om van een BMW K100 een soort caféracer te maken. Een erg bijzondere combinatie in mijn ogen.

Ik hoef de door mij bestelde tien jaar oude port niet te betalen. Invitación, staat er op de rekening. Krijg ik kado van hem. Dat is leuk. Een goeie Bask!

Mooie dag. Geen reet gedaan. Schaamteloos geleefd. Ledigheid is des duivels oorkussen. Nou en?

VERS MAALTJE VIS

Ik zit dus op mijn stukje beton in de zon mijn e-boekje te lezen. Blijkt het helemaal niet mijn stukje beton te zijn!

Ik hoor iemand achter mij zingen en er stapt geroutineerd een gebronsde Spanjaard in een zwembroek voorbij. In zijn ene hand heeft hij een duikbril en zwarte zwemvliezen en in zijn andere hand een lange stok met twee ijzers aan het einde en een groot mes. Hij trekt zijn zwemvliezen aan, schuift de duikbril voor zijn ogen en zonder een halve seconde te aarzelen duikt hij het steenkoude water van de oceaan in.

Tien minuten later stapt hij weer op de kant met twee grote vissen. Zo, lekkere verse en gratis vis voor vanavond, zingt hij in het Spaans….

Teringjantje, wat een mooi leven heb je dán…!

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Coos op Reis: ALTIJD NATTE SOKKEN OF NOOIT MEER SEKS?

Ik ben in San Vicente de la Barquera. Het is best wel bewolkt, maar ik zie tegelijk een zonnetje. Het is nog fris. Het is ook ietsje vroeger dan normaal: ik sta vandaag zelfs vóór half tien al buiten op mijn terras, schoon, geknipt en geschoren. De wind komt onbarmhartig over de baai aanwaaien. De jongens van het weer voorspellen regen. Ik trek echter boordevol vertrouwen mijn sexy afritsbroek aan en, met factor 50 op mijn kale knar en een trui om mijn bast, scoor ik een riant ontbijt op de camping.

Vandaag maak ik een strandwandeling. Zo’n ruim 20 kilometer staat op het programma. Net als gisteren verrast de warmte aan het strand mij. Het zonnetje schijnt en er dreigen donkere wolken. Niks van aantrekken. Gewoon doen alsof je gek bent. Mwâh, dat lukt mij altijd aardig…

Ik zie de lokale vissersboten tussen de pieren door de haven in file binnenkomen. Zouden ze dat zo van tevoren met elkaar afspreken? Via radiocontact? Of wordt het gewoon eb en hebben ze weinig keus, vraag ik mij af? Ook alle surfers verdwijnen als bij afspraak uit het water. Maar die gaan vast even koffiedrinken en opwarmen.

In de verte hangt een bijzondere mist boven zee en een intensief hel licht boven het strand. Erg fraai om te zien.

De mensen kijken mij op het strand een beetje raar aan. Zou het soms komen omdat ik mijn afritsbare pijpen in mijn sokken hebt gestopt? Daarmee krijg ik een soort klompvoeten. Ik trek ze maar even uit, geloof ik…

Aan het strand vind ik drie piepkleine zoetwaterwatervalletjes (woordwaarde?). Best bijzonder, maar ook wel logisch met al die besneeuwde bergen achter mij. Het water moet ergens heen.

Halverwege mijn wandeling tref ik, in een verstild dorp, een terras aan met een luifeltje en, op de menukaart, een lekkere salade met tonijn.

Ondertussen valt de eerste bui van die dag. Ik blijf droog. Je moet natuurlijk ook geen luifeltjes voorbij lopen als er donkere wolken aankomen. Want dan ben je een sufferd…

Achteraf valt de regen die dag wel mee. Rond zessen gaat het echter los en wordt het koud. Maar dan zit ik reeds in een café, warm en droog aan de expreszo. Geen koffietjes voorbijlopen als er donkere luchten aankomen…

Op advies van de app TripAdvisor (!) kom ik bij het verstopte restaurant Boga-Boga. Van tevoren bedenk ik dat, als hun buitendeur dicht (koud!!) is en er geen televisie aan staat, ik dáár ga eten. Het komt allemaal uit zoals ik hoopte. Lekker warm en een oase van rust. Ongevraagd krijg ik, als amuse, een grote kop dampende vissoep. Heerlijk. Mijn hoofdgerecht, aan de lijn gevangen heek met grote garnalen in twéé teentjes meegebakken knoflook, komt borrelend van de kook in de olijfolie in een ovenschaal aan tafel. Ik kwijl er een beetje van. Er zit acht uur tussen mijn lunch en diner, dus ik lust wel iets.

Heerlijk gegeten daar. Toptent. Aanrader.

Het was een mooie, sportieve dag. Het weer viel erg mee. Geen parapluutje nodig gehad. Wel koud aan het einde van de dag. Brrr…

Morgen stap ik weer op de motor en reis ik verder. Naar Bilbao. Daar heb ik een BMW-dealer gevonden die een set nieuwe motorbanden kan monteren. Teringjantje, ze kosten 350 euro. Tóch weer duurder dan bij Sabra Motorbandenservice in Alblasserdam, die blijft de beste en de goedkoopste, maar in dit geval toch ietsje te ver weg…

ALTIJD NATTE SOKKEN AAN OF NOOIT MEER SEX?

Het strand lijkt dood te lopen, maar als ik de voetsporen van iemand volg, dan vind ik, via wat rotsblokken, toch een doorgang naar een nieuw breed strand.

Op de vloedlijn liggen enorme stukken vervormd hout, die daar door een woeste storm een keer zijn neergesmeten. Vlak voordat het volgende strand eindigt, zie ik een kiezelweg omhooglopen. Dáár wil ik heen! Vraag mij niet waarom. Ik wil het.

Ik moet dan echter over een stuk strand met hele grote stenen. En alleen maar stenen! En net als ik met twee wiebelige spillebenen wijdbeens op twee spekgladde stenen sta, rolt een extra hoge golf mijn gebied in. Ik hoor het water achter mij ruisen. Ik hoor het aankomen. Ik durf niet om te kijken, want dan val ik vast. Springen is geen optie. Dat is paniek en dan breken er botten. Ik kan alleen maar duimen dat ik hoog genoeg op die twee stenen sta. Het water komt en komt ….uh…jammer… ik sta NIET hoog genoeg! Het water komt tot mijn enkels. Kut. Twee natte zeikerds.

De Volkskrant presenteerde in 2014 een boek over dilemma’s. Er is zelfs een Facebookpagina van: Dilemma op Dinsdag. Dilemma’s zijn onaantrekkelijke alternatieven. Dan moet je bijvoorbeeld kiezen tussen “altijd natte sokken aan of nooit meer sex”.

Klote, heb ik weer, ik heb nu ff allebei…

DE KEUKEN

Owja, ik ging jullie nog iets vertellen over de keuken in mijn huis.

Ik was gisteren eigenlijk al een paar uur in mijn nieuwe huis. Ik mistte iets, maar ik wist niet wat. Toen ik echter een glas water uit de kraan in de badkamer stond te tappen, wist ik het: verrek, ik heb nog helemaal geen keuken gezien. Een keuken mis ik natuurlijk niet gelijk, omdat ik nooit kook. Maar … ik heb ‘m gevonden. Ik was er al vijf keer langsgelopen. Briljante oplossing! Zooo leuk!

Zie de foto’s in The Catch of The Day

Coos op Reis: DE KEUKEN

Vandaag het 36e verhaal in onze serie “Coos op Reis“.

Coos reist 3 maanden door Zuid-Europa en schrijft dit verslag vanuit het noorden van Spanje.

Het is maandag. Ik zit op de camping El Rosal in een vierpersoons huisje, dat er van buiten uitziet als een tent, op een camping in San Vicente de la Barquera, aan de Noord-Spaanse kust.

Vanaf mijn terras, met echt kunstgras en plastic stoelen, kijk ik uit over een baai die in verbinding staat met de Golf van Biskaje. Als ik drie nachten blijf, dan betaal ik 39 euro per nacht. Weet je wat? Dat doe ik! En er is een kachel voor de koude avonden. En díe zet ik pas uit als ik hier ‘s morgens de deur uitstap.

Er is veel bewolking, ook wat zon en het is nu al 19 graden. Het voelt lekker zwoel aan. Beetje mediterraan sfeertje. En dat aan de Atlantische Oceaan. Whoei! De sneeuw en de bergen liggen nog vers in mijn geheugen. Straks eens kijken of ik ze hiervandaan kan zien.

Op de camping is het nog lekker rustig.

Er is hier geen Paasvakantie. De Spanjaarden moeten werken, hun pensioen verdienen. Trabaja duro! De kinderen zijn wel vrij.

Het campingterrein ligt aan de baai. Tweehonderd meter naar rechts ligt het strand Playa del Rosal. Aan de oceaan uiteraard. Als je de andere kant op loopt, dan kom je, via een brug over de baai, na een paar kilometer, in het plaatsje San Vicente. Daar zijn voldoende restaurants, café’s en winkeltjes. En ik zie een mooi kasteel in de verte liggen.

Als het eb is dan liggen de boten in de baai op de drassige bodem en als het vloed is dan dobberen ze lekker in het water. Het is elke keer weer spannend of het eb of vloed is. Het fascineert mij. En ik ruik hier werkelijk overal de zee. Geweldig.

Het was gisteren een lekkere pittige dag. Ik sta vandaag laat op en ontbijt op mijn gemak in het restaurant op de camping. Dat gaat daar prima. En ze hebben hier echte, verse…

Na het ontbijt trek ik mijn motorkleding aan en maak ik, een paar kilometer verderop, de motor grondig schoon. Eerst met koud spoelwater, dan met actief schuim en sop en vervolgens weer met speciaal water zonder kalk.

Een bejaarde Spanjool wacht achter mij uiterst ongeduldig op zijn beurt om zijn oude gebutste auto te wassen. Ik zie het aan de onrustige gebaren van zijn hoofd en lichaam. Als ik mijn derde euro in de automaat wil mikken voor het kalkvrije water van het laatste programma 3, houdt de bejaarde man het niet meer en laat hij mij woedend in het Spaans en met driftige gebaren weten dat hij mijn motorfiets wel voldoende schoon vindt. Echt waar! Ik lach hem vierkant uit en zeg in het Nederlands tegen ‘m: jôh, ga jij ff lekker gewoon thuis een poossie televisie kijken met het geluid heel hard aan of zo. Of doe gezellig mee met een leuke quiz, das leuk voor je, halve zool! Hij gaat mokkend weer in zijn auto zitten. Hahaha, zo’n grappige belevenis.

Weer terug op de camping trek ik mijn wandelschoenen aan en bezoek het kasteel en de kerk aan de overkant van de baai. Ik moet weliswaar twee keer een toegangskaartje kopen, maar het is de moeite waard. Ik bewonder o.a. de prachtige stokoude beukenhouten vloer. Mooi! Het is een prachtige wandeling van ruim 13 kilometer.

Mwah, lekkere relaxte dag vandaag. Verder niks gedaan eigenlijk. Voor vanavond maar eens een klein restaurantje zoeken voor een gebakken vissie. Ik heb nou al trek.

Ik blijf hier een paar daagjes. Daar heb ik wel zin in. Ik moet ook nog op bandenjacht. Deze banden hebben nu circa 9000 km weg.

Motorbanden schijnen in Spanje goedkoper te zijn. Bij mijn trouwe leverancier Sabra Motorbandenservice zit ik iets boven de 300 euro voor een setje. In Bolzano (I) tilden ze mij wat jaren terug voor 450 euro. Maffioso!

KEUKEN

Morgen laat ik je mijn keuken zien. Hij is briljant!

Kijk nog even mee naar The Catch of the Day.

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!

Coos op Reis: CAPO DEI CAPI

Het is vandaag 30 maart. En het is nog maar net 08:00 uur geweest en ik sta al naast mijn bed. Das best uniek!

(We publiceren vandaag het 33e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos van der Spek vervolgt zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa.)

Er is bewolking en ik zie de zon. Dikke waterdruppels liggen op de koffers van mijn motorfiets. Het heeft vannacht geregend. Of … het zijn dikke tranen van de BMW omdat ik haar vannacht moederziel alleen en in haar blootje op straat heb laten staan. Achgossie.

Ik heb haar gisteravond echter beloofd dat ik bijtijds zou opstaan, zodat de nacht niet zo lang zou duren voor haar… Maar gelukkig, niemand heeft haar óf gestolen óf beschadigd óf een tyfusschop gegeven. Mooi. Het is volledig tegen al mijn principes om haar op een dergelijke plek te parkeren, maar soms kan het gewoon even niet anders.

Alle spullen zitten inmiddels weer op de motor en ik start het geweldige motorblok van de dikke tweecilinder. Ze komt ronkend tot leven. Al honderd meter verderop vind ik mijn ontbijt tussen de locals in de supermarkt. Ik bestel o.a. een jus d’orange en krijg tot mijn stomme verbazing een flesje Hero. Nou ja, in het land waar de sinaasappels letterlijk op straat liggen…. Verder een prima supermarkt.

Je kunt daar ook kroketten en een wasmachine en zo kopen. Whoehaa! Als ik vertrek roept de juffrouw ‘adios’ en ikke met veel bravoure ‘Byebye’. De hele zaak roept mij giechelend ‘ByeBye’ achterna. Alsof het snel is afgesproken. FF die lange kale Hollander piepelen… Dat zou zo maar kunnen, want ik versta helemaal niets van de Portugezen. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Het lijkt in mijn oren op Pools. Het klinkt rauw en Slavisch.

Ik vertrek uit Campo Maior en rijd al snel door een prachtig natuurgebied. Het is het nationale park ‘Parque Natural da Serra de S. Mamede’. De natuur varieert enorm. Het is Genieten met een grote G! Onderweg moet ik stoppen omdat ze een hele zooi stieren verweiden. Een heel bosje lullen op reis, filosofeer ik…

Ik dender met een gangetje recht op een hele boze donkere regenbui af. Mwah, het is nog te vroeg voor een regenpak, hoor. Ik weet dat hij vandaag onvermijdelijk is, maar nu nog even niet. Ik raadpleeg mijn navigatiesysteem en zie mogelijkheden om een lus van 25 kilometer af te steken. Ik krijg wat lichte spatten, maar kan precies om de donkere bui heen. Regeren is vooruitzien!

Zoals ik gisteren vertelde, rijd ik langs de grens Portugal-Spanje. Ik passeer een aantal keren de grens. Soms herinneren oude vervallen dreigende gebouwen aan vroegere tijden met strenge besnorde douaniers en met grote geweren bewapende militairen. Maar dat is verleden tijd. Ik rij onbelemmerd door.

Ik kom in een gebied dat op de Dolomieten lijkt. Grote, hoge kale in het zonlicht blakende naakte bergen zonder enkele begroeiing. Erg fraai. Ondertussen zit ik op ruim 700 meter hoogte. Ik zie zeven graden op mijn dashboard en vind al een poos dat ik te weinig kleding aan heb. Als de temperatuur nog verder zakt, trek ik mijn regenpak aan tegen de kou. Dat helpt.

Het is Goede Vrijdag. Er is niemand op straat. Waar is iedereen? Familie en vrienden zijn óf bij elkaar thuis of met elkaar in café’s.

Ik stap rond 14:00 uur in Alcántara een bar binnen voor de lunch. Het is er rétedruk. En vooral veel lawaai natuurlijk. De vriendelijke dame vertelt mij dat ik hier vandaag niks kan eten. Ik wijs op twee gerechten van andere bezoekers en vertel haar dat dáár niks mis mee is. Dus spoel ik met cola haar heerlijke kouwe pikante piepers en haar hete worstjes weg. Prima lunch voor € 2,20.

Ik vervolg mijn weg en kom door een gebied waar de wegen met stenen muurtjes zijn afgezet. Net als in Engeland. Wie heeft deze methode nou van wie gepikt?

Op veel plekken liggen hopen kiezels op de weg. Ik moet hier goed kijken hoe snel ik de bochten neem. Het gaat tien keer goed en dan ligt plots het verraad in losse stenen op de loer. Maar het is en blijft een prachtig gebied met adembenemend veel groen.

Rond 14:30 uur gaat het serieus regenen en wordt het takkeweer.

Op 800 meter is het nog maar drie graden. Mijn wintervoering zit in een tas en die ga ik er hier echt niet even in ritsen. Ik warm mij met een koffie bij een houtkachel. Mijn ACSI-app weigert dienst omdat hij eerst een nieuwe kaart van 220 MB wil updaten. Programmeur-van-lik-mijn-vessie. Sukkel. Ik zie wel campings, maar ze liggen allemaal op deze zelfde hoogte. Het is mij te koud hier. Mooi gebied om doorheen te reizen, maar niet om er te verblijven. Daar ben ik niet op gebouwd. Ik heb echt te weinig vet om mijn botten hangen. Ik besluit: het wordt vandaag weer geen camping.

Ik rijd door Rochoso en verwonder mij over de werkelijk enorme zwerfstenen. Jôh, sommige stenen zijn groter dan mijn huis. Níet normaal. En ik zie prachtige harige bomen. Het is koud en het regent nog steeds, maar ik moet en zal jullie laten zien wat ik gezien heb. Prachtig!

In Almeida gooi ik de handdoek in de ring. Ik heb het koud, ik ben het zat en ben moe. Ik begin dingen te zien die er niet zijn. Vet 350 kilometer binnendoor gestuurd. Ik stap bij een viersterrenhotel naar binnen, onderhandel over de prijs, plaats de motor warm en droog in de garage (had ik haar beloofd) en de dienstdoende mevrouw brengt al mijn bagage voor mij naar boven. Daar voel ik mij wel wat schuldig over. Prachtig hier. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Dus eerst een flink hete douche! Ennuh … voor dat bedrag mag ik met hún doucheshampoo óók wel mijn shampooreisflesje vullen, vind ik. Want ik eet hier vanavond ook. Vet duur. Ik ga trouwens vandaag helemaal niet meer naar buiten. Mij te koud en te nat. Koelereweer. Daarnaast heb ik het reuze naar mijn zin. Weet je wat? Ik neem nog een wijntje!

Het was een stevige dag!

CAPO DEI CAPI / NOG EVEN OVER GISTERAVOND….

Als gisteravond het café dan eindelijk sluit, betaalt de kleinste Portugese druktemaker mijn biertje en troont mij mee naar ‘een ander café’ waar het nog gezellig is, gebaart hij met handen en voeten.

Ik aarzel even, maar ik moet en zal mee, volgens de druktemaker. Tja, dat kun je als vrouw-alleen natuurlijk maar beter niet doen, maar ach, wat kan mij als lelijke ouwe en straatarme vent nou precies gebeuren? Hij is een klein mannetje en ik ben 1.95 meter en weeg 87 kilo. En mijn mes uit Apeldoorn zit in mijn tas. Jôh, ik vind het wel leuk. We lopen door allemaal donkere en stille straatjes. Ik heb werkelijk geen idee waar we heen gaan. De straatjes worden smaller en smaller en stiller en stiller..

Dan staan we plots in het donker voor een grote groen deur. Hij geeft er een flinke duw tegen en de zware deur zwaait open. En ja hoor. Het is hier nog stampvol, de televisie staat hard aan, waar niemand naar kijkt, de muziek staat aan, waar niemand naar luistert en iedereen schreeuwt gezellig met een drankje in de hand met elkaar. Het ziet blauw want er wordt gewoon gerookt.

De kleine opdonder introduceert mij als een Engelse amigo. Later wijzigt dat in een Duitse amigo en vervolgens in een Zweedse amigo. Twee jonge Portugese studenten schieten in de lach en ik raak met hen in gesprek. Ze vertellen mij dat de kleine man de onderkoning van het plaatsje is, maar liefst twee vrouwen heeft, nog nooit gewerkt heeft, altijd geld heeft en níemand weet hoe hij daar aan komt. Jammer, dat de kleine man geen Engels spreekt, zeg ik. Ze schateren het uit. Hij spreekt ook geen Portugees. Alleen een dialect van hier. Niemand verstaat hem!

Het is hartstikke gezellig. De twee jonge mannen studeren elektronica in Lissabon, maar zijn hier vanwege de feestdagen. Ze zijn hier geboren en getogen. Iedereen hier in het café is familie van elkaar. En iedereen kent iedereen. Alle nieuwe bezoekers die later binnenkomen zeggen elkaar gedag en geven elkaar een hand. En ook mij natuurlijk. Het is gewoon één grote reünie.

De twee Portugezen vinden mijn verhaal ook prachtig. En helemaal als ik ze vertel dat ik uit Nederland kom. En ja, het is wel een beetje laf van mij om ze niet te vertellen dat ik het stuk naar Barcelona ben komen vliegen.

Ze geven mij nog een biertje, gelukkig zijn het mini-flesjes van 150cc, maar als ik bij de volgende fles vertel dat ik morgen verder reis en dan de hele dag op de motor zit, dan is het goed als ik oversla.

Iemand maakt nog een afscheidsfoto en ik vertrek naar de frisse lucht. Wat een aparte belevenis. En wat leuk en gezellig. En wat is het vreselijk laat geworden…

The Catch of the Day: