Tagarchief: motorcolumnist

Coos op Reis: ijs in Katzenelnbogen

DE BALKAN – IJS IN KATZENELNBOGEN

Dit is aflevering 2 in de BALKAN serie Coos op Reis. De eerdere 70 verhalen kwamen uit Zuid-Europa, de komende (ongeveer) 30 verhalen gaan over de Balkan. Dit reisverslag schrijft Coos van der Spek over zijn avonturen een tijdje terug en gelukkig deelt hij ze weer met ons op Ikzoekeenmotor.nl.

Het is zondag 26 mei. Precies om 09:00 uur trek ik de garagedeur in Linschoten open en maak vervolgens mijn trouwe blauwe dikke tweecilinder wakker. Zij is al gepakt en bezakt en wacht gepoetst en verlangend in haar hoekje. Donkerronkend komt zij met een druk op haar knop tot leven.

Ik vind 09:00 uur nou eens echt een hele mooie tijd voor een pensionado. Potver, de matineuze medemensen regeren de wereld. Hoe bedoel je, om 06:50 uur starten met heipalen heien? Of zand brengen om stenen te metselen? Of een vergadering om 08:00 uur! Of op de motor stappen? In de winter is het dan zelfs nog pikkedonker.

Enfin, 09:00 uur dus. Het is bewolkt. Droog. En 16 graden. Ik ga vandaag in Duitsland 24 graden zien. Prima weer om motor te rijden. De wintervoering is gelukkig al uit mijn Stadler-pak…

Ik dender met mijn motor de A2 af. Ik heb Flitsmeister op mijn iPhone gestart en de smartphone aan de 12 volt-stekker gekoppeld. Ik voel mij voor 95% veilig voor bekeuringen en durf best een extra poepie gas te geven. Soms tik ik even de 150+ km per uur aan. Dat schiet op. En ik ga zeker nooit tussen de slaperige koekblikken hangen. Das levensgevaarlijk. Vroemmm…

Kort na Budel, daar komen die mooie overhemden van LeDûb met mouwlengte 7 vandaan, ze draaiden gewoon de letters van het gehucht om, ga ik bij Nederweert de snelweg af. Vanaf nu pruttel ik heerlijk binnendoor. Het echte motorrijden is begonnen. Op de snelweg rijden is niks aan.

In Roermond zoek ik een koffiestop. Ik rijd een piepklein stukje de verkeerde kant in van een straat met eenrichtingsverkeer. Onmiddellijk staat een oud mannetje op het stoepie druk te gebaren. O, ik ben in de buurt van Duitsland hoor, denk ik. Het land van de regeltjes en de wetjes met ijverig gepeupel om je de les te lezen als je iets overtreedt. Duitsers… Maar toch haal ik opgelucht adem als ik de grens oversteek: de komende weken geen verkeersdrempels meer. In Afrika heten ze spoedhobbels. Leuk, hè? Dat leerde ik van Itchy Boots. Maar fijn om die hobbels eens een poossie te missen.

Eerst even tanken.

De E10 kost hier € 1,45 per liter. Het kan dus best, Den Haag. Stelletje dieven!

Onderweg geniet ik van het zacht glooiende landschap en de vergezichten.

Ik steek een paar keer de Rijn over, één van de belangrijkste rivieren voor Nederland.

En natuurlijk gluur ik even bij Klooster Arnstein. De weg daarheen is 16%!

Het wordt in de middag wat warmer. Ik verwijder nog een voering uit mijn jas en zet wat ritsen open. De voering berg ik vlot op in een waterdichte zak, snel bereikbaar op mijn topkoffer. Die zak zit met robuuste elastieken spanbandjes van The Rok vast. Ik schreef er al eerder over. Die dingen zijn werelds. Koekel op ‘Rokstraps’. Goedhart Motoren in Bodegraven heeft ze.

Tja. En dit jaar dus geen kampeerspullen bij mij. Dat scheelt veel volume en veel gewicht. En die twee zware zijtassen op mijn zijkoffers heb ik vorig jaar gelijk verkocht. Daar begin ik niet meer aan. Het rijdt echt beter zo. Ik heb ook minder spullen en kleding bij mij. Ik ga nu gewoon wat vaker wassen. Maar ja: nog wel twee paar schoenen, twee e-readers, twee slaapzakken, een elektrische bandenpomp, een sleepkabel en een doorzichtige benzineslang. Dat bedoel ik…

Vandaag ruim 450 km te gaan. Ik ontwierp in Basecamp voor vandaag wat meer routes over doorgaande wegen. Anders kom ik wel heel laat in het hotel aan.

En zo is er straks voldoende tijd voor een lekkere lunch en .. ijs in Katzenelnbogen. Kom je daar ooit in de buurt? Rijd daar dan persé NIET voorbij. En maak er gelijk een waypoint van. Voor drie grote kogels betaal ik slechts € 2,70. En ze hebben hier zoveel smaken. Heerlijk. En ze hebben er óók spaghetti-ijs. Aardbeismaak, met verse aardbeien. Oei, oei, alsof er een engeltje over je tong piest… Héééérlijk!

Ik arriveer rond 18:30 uur in het familiehotel Kern in Idstein. Het is meer dan prima hier. Het is nog heerlijk weer, dus ik geniet eerst van een biertje en dan van een glas droge witte wijn en asperges met gerookte ham op het buitenterras in het hof. En een kopje koffie. Wat een genot. Vannacht mag mijn BMW daar lekker veilig op het terras slapen.

De eerste dag is bijna voorbij. En mijn verlangen is al een beetje bevredigd. Een heel klein beetje. Ik ben immers onderweg. Mijn dromen achterna. Het was een mooie dag. En ik heb heerlijk relaxed gereje en genoeg gevangen voor The Catch Of The Day….😍

Coos op Reis: slapen, bij een andere vrouw

Het is 8 mei vandaag, prachtig weer en een strakblauwe hemel.

(Redactie: het was 8 mei toen Coos dit artikel schreef, nummer 70 in onze serie Coos op Reis, we publiceren later….  in het volgende motorverhaal komt Coos weer thuis.)

We hebben vannacht samen lekker dichies-bij-dichies geslapen en rijden kort na tienen weg. Dat is een mooie tijd. Ik heb vakantie, hè! Dus geen gehaast. Ik hoef niet naar mijn werk of zo. En er zit vandaag nog niemand op mij te wachten.  Het wordt een warme dag, dat voel ik nu al.

Waar heb ik al dit mooie weer toch aan verdiend? Ik heb in alle landen alle regels en geboden aan mijn grote motorlaarzen (maat 46) gelapt. Te hard gereden, foutief ingehaald, voorrang genomen, over de doorgetrokken streep geraced, door donker oranje gereden, kutbrommertjes klem gereden, ouwe vrouwtjes laten schrikken, tegen het verkeer in gemanoeuvreerd, verkeerd geparkeerd, teveel in de zon geweest, teveel gelopen, hard kut geroepen als ik struikelde, teveel gegeten, gedronken en noem maar op. En toch blijft elke dag dat mooie weer maar komen. Misschien hebben ze mijn misdaden gewoon niet gezien…. Ik ben ook niet zo’n opvallend type, nu ik er eens goed over nadenk.

Ik zie op mijn Garmin-navigatiesysteem dat ik nog circa 700 kilometer van huis ben. Dat is een mooi stukkie om in tweeën te delen en lekker nog wat binnendoor te prutsen.

Dat toeristisch rijden bevalt mij erg goed, overigens. Dat wordt straks met de ritten van de motorclub weer even omschakelen. Dan zien we alleen maar asfalt, links en rechts een waas van bomen en kijken we alleen maar naar de strepen op de weg. Anders vliegen we de bocht uit.

Ik laad een oude route van een paar jaar terug en ga op pad richting Bollendorf in Duitsland, vlak bij de grens met Luxemburg.

Het is 17 graden en das net nog een tikje fris met alleen een piepdun shirtje onder mijn motorjas. Mwah, het is maar 80 kilometer Autobahn, dus ik neem de gok. Het valt mee.

Op de Autobahn waarschuwen borden voor een hellingspercentage van 6% gedurende 4 kilometer. Snelheidscamera’s zorgen ervoor dat de auto’s zich aan de snelheid houden.

Ik begin de daling op 775 meter hoogte. Ik denk aan Peter Hermens. Hij zou vlot uitrekenen hoe hoog ik over 4 kilometer nog ben met 6% daling.
Tja, en dát komt dan weer door het kerstdiner met de familie en Peter, vele jaren terug…

Janny en ik namen het reeds klaargemaakte eten in een plastic kratje mee naar de familie bij ma in Zwijndrecht. Omdat het buiten toch net zo koud was als in de koelkast, plaatste ik het kratje op het terras in de tuin. Toen het tijd was voor het diner, kwamen we erachter dat ook de rode wijn nog in het koude kratje stond. In vier graden dus. Geen paniek. Peter checkte het maximale wattage van de magnetron, de inhoud van de flessen, de buitentemperatuur, stelde de gewenste temperatuur van de rode wijn vast en berekende uit het hoofd het aantal minuten dat de flessen in de magnetron moesten. En … de wijn was super!

Nou, ik ben een gewone boerenlul en ik zie pas na 4 kilometer hoe hoog het hier is. En nog belangrijker: het is hier gelijk 23 graden! Dat zou zelfs Peter niet weten. Whoeiii….!

Een Poolse vrachtauto is duidelijk niet gewend om in de bergen te rijden. Ik ruik dat hij zijn remmen aan het verbranden is. Gauw er achter vandaan. Na een klein uur mag ik de Autobahn af en kan ik lekker binnendoor rijden. Het feest gaat weer beginnen.

Ik meander kilometers lang mee met een prachtig authentiek regenwaterriviertje dat zich heel lang geleden in de kleigrond een weg heeft gebaand. Erg bijzonder voor mij, ik blijf er maar naar kijken. Zo mooi en ik kan daar zoveel fantasieën over hebben, jôh. Hoe oud zou dat riviertje nou zijn? En wat en wie heeft dat riviertje allemaal gezien? Wie is er in verdronken?

En ik blijf maar blij en gelukkig van al dat mooie groen. Ik maak foto’s aan de doorgaande weg en zwaai luchtig naar een Duitse motorrijder. Hij komt prompt terug om te vragen of alles in orde is en of ik hulp nodig heb. Weet hij veel dat ik zijn groene bomen zo mooi vind. Haha.

Motorrijders onder elkaar. Het blijft uniek. Toen ik in 1970 ging motorrijden, waren er minder dan 30.000 motorrijders in Nederland.

Nu meer dan een half miljoen. Maar het sfeertje blijft. Ongeveer dan.

Ik rij op de Weinstrasse van Stromberg en stop omdat het stoplicht op een kruising op rood gaat. Ik gluur een beetje gedachteloos om mij heen en check na een halve minuut het stoplicht. Verrek, alle stoplichten zijn plots uit! Huh? Ik ben even de weg volledig kwijt. Waarom sta ik hier eigenlijk? Nou, ze zijn hier gewoon klaar vandaag met kleur geven. Of zo. Ik geef een poep gas en speer er vandoor. Gekkenhuis.

Bij Knielingen steek ik de Rijn over. En daar besluit ik dat ik honger heb. Kort daarna dender ik een dorpje in.

Ik koop een broodje en wat fruit …

Fruit koop je immers gewoon bij de bakker.

 

Ondertussen zie ik dat het 28 graden is. Man, wat ben ik blij met mijn textielen doorwaaihandschoenen van Rukka. Koele handen houden je hoofd koel.

Ergens onderweg halen ze sjalotjes uit de grond. Ik ruik ze eerder, dan dat ik ze zie. Mmmmm….! Net een Franse groentewinkel. Tientallen mensen staan gebukt hun zware werk te doen.

Bij Neustadt an der Weinstrasse doemen in de verte de bergen op. Op de voorgrond de verse druivenranken voor de wijn van dit komende wijnjaar.

Het is nu 29 graden. Verderop is de weg afgezet vanwege een ongeluk met een bus. Gewoon midden in de polder. Hoe kan dat nou? Ik zie weer politie en ambulance staan. En na een paar minuten landt zelfs de traumahelicopter. Narigheid op het platte land. Snel er vandoor.

Ik kom in de bergen en rijd door een prachtig bos. In de schaduw is het heerlijk koel. De zon brandt het hars uit de naaldbomen. Ik ruik het. Van dat bos hebben ze sinds kort een natuurpark gemaakt. Op zaterdag en zondag is het verboden voor motorrijders.

Ook de weg naar Johanniskreuz is in het weekend afgesloten voor motoren. Logisch, want de weg kronkelt heel spannend als een slang door het gifgroene landschap. Dus maatjes, wijzig de route voor over drie weken. Dit is een topper om te rijden!

Ik ben het zat na de vijfde omleiding. Het is ondertussen tegen half zes en de avondspits is lekker op gang. Het is druk en warm en ik rijd door een woud van stoplichten. Ik erger mij aan die braveriken die 26 km rijden waar je 30 km mag. Grrrr…!

De laatste 130 km neem ik de snelweg. Veel sneller en koeler. En je mist Saarbrücken. Het is erg leuk om elke keer op jacht te gaan naar een slaapplek. En een bed te schieten. Spannend. Mannen zijn jagers. Dat is toch de natuur, hè?

Vandaag slaap ik in een Landhotel. Landhaus Oesen. Maar het is gewoon kamernummer 2 bij een oude mevrouw in een huis bij Bollendorf. Leuk en rustig. 40 euro met ontbijt en balkon met uitzicht. En gelukkig is het password van de WiFi niet zo lang : 7922382771669327. Zij kent het uit haar hoofd.

Ik dacht vanmorgen: ik schrijf vandaag een kort verhaal. Kunnen we zachtjes afkicken. Das niet gelukt. Wel minder foto’s. Maar dat komt omdat ik 450 kilometer moest overbruggen vandaag.

Pittig dagje! Pffff….

EN VANNACHT … SLAAP IK ZELFS BIJ EEN ANDERE VROUW….

Ik vertel Janny dat ik een oude mevrouw vond die een mooi pension bestiert. En hoe oud is die mevrouw?, vraagt Janny. Ik stuur haar een foto als bevestiging…

Maarruh …. is zij het wel…?

Coos op Reis: Vannacht slapen we weer bij elkaar

Nog een paar verhalen, en onze schrijver Coos van der Spek is thuis. Zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa hebben wij via zijn dagboekverslagen dit jaar (vanaf februari) ongeveer wekelijks gepubliceerd.

Hier nummer 69 in zijn serie “Coos op Reis”.

Het is stralend weer. Geen wolkje aan de hemel. Het is circa 20 graden. Ik zie op de Oostenrijkse buienradar dat het in de omgeving van Innsbruck vanmiddag gaat regenen. Goed dat ik vandaag weer verder reis. En bij de eindbestemming van vandaag is het prachtig weer, zag ik. Alles gaat passen. Top.

Ik was trouwens vroeg wakker vanmorgen. Pfff… Maar dat levert wel een mooi plaatje op van de opgaande zon op de besneeuwde bergen. Alpenglühen!

Ik reis slim via de binnenwegen van Telfs naar Reutte. Alleen als je in Oostenrijk over de tolwegen reist, moet je een tolkaartje kopen. In Oostenrijk is de benzine overigens retegoedkoop: € 1,26 voor een liter.

Ik heb voor mijn motor olie nodig. En wel nú! Ik had een half litertje mee moeten nemen. Advies aan mijn motormaatjes: heb het bij je als je een trip maakt van vele duizenden kilometers. Zelfs al rijd je met een Liquid Cooled versie van BMW. Elke verbrandingsmotor verbrandt olie.

Mijn mechanicien-op-afstand-van-Harmelen-tot-Loosdrecht adviseert mij om niet te wachten tot het lampje op het dashboard brandt. Ik zoek en vind olie 5W40. Het is niet precies de olie die mijn BMW graag in haar gaatje wil voelen, dus voor de zekerheid vul ik het peil slechts aan tot ‘acceptabel nivo’. Niet teveel. Het is best zo. Ik heb vanuit Italië voor volgende week een 40.000 km beurt gepland. Krijgt zij straks weer lekker haar orsinele olie.

Ik storm richting de Fernpass. Die reden Janny en ik in 1971 op een Honda 250cc. Twee personen op een minimotor plus tent, luchtbed, slaapzakken, kookspullen, een opvouwbare emmer, kleding en gereedschap bij ons. Ik snap er geen reet van. Hoe déden we het?

De B189 en de B179 zijn helemaal voor mij alleen. Normaal is het hier berendruk. Maar nu is het 10:30 uur en er is niemand op de weg. Gas-gas-gas! Ik glimlach onderweg om het bord ‘Ich bin der B179 und kein Mühlplatz’. Die slogan is mooi gevonden. Het klinkt een stuk vrolijker dan ‘gooi lekker je rotzooi zelf in de prullenbak’. Toch?

Ik verlaat hier zo’n beetje de omgeving van de besneeuwde bergen. De hele hoge punten zijn voorgoed voorbij. Ik kijk nog een keer weemoedig in mijn spiegels. Wat waren ze mooi. Tot volgend jaar. Of zo.

Kort na de Fernpass is mijn geluk op. Wegwerkers zijn grote stukken asfalt aan het vernieuwen. En dat is trouwens maar goed ook want het oude asfalt spiegelt zo erg dat ik mijn haar er in kan kammen. Bij wijze van spreken dan…. Er staat aan beide kanten 13 km file. Hatsekidee! Alles staat vast. De mensen staan buiten met elkaar te praten. Wat een narigheid om zo op vakantie te gaan.

Ik dender er brutaal met die dikke koffers langs. Ondanks het feit dat het op de tweebaansweg erg smal is. Gewoon ruimte claimen. Niet als een mietje vlak langs de stilstaande auto’s rijden. Als iemand een deur opengooit…. Nee, gewoon brutaal op de weghelft van de tegenliggers jezelf breed maken. Mistlampen en zo aan. Haha. Ik rijd heel wat uiterst geduldige Duitse motorrijders voorbij. Ze staan in de file op hun beurt te wachten. Braverikken! roep ik hard in mijn potje. Niemand volgt. Oelewappers. Maar ik ga echt niet in deze warmte in het rijtje tussen de gassende koekblikken staan. Ik speel een kwartiertje haasje-over tussen de auto’s en ben er voorbij. Vrrrroooeemmmm…..!

Bij Füssen kom ik Duitsland in. Mijn maatjes pakken daar over een paar weken gedurende 130 km de snelweg. Ik heb echter tijd zat en kies voor een stuk van de Romantische Strasse. Best gezellig in mijn eentje… Het is nog steeds strakblauw en ruim 23 graden. Prachtig motorweer.

Aan de Hopfensee betaal ik € 2,50 voor een expreszo. In Spanje betaalde ik soms maar 60 cent en in Italië bijna altijd één euro. Zo jammer. Maar de economie draait in Duitsland als een tierelier en daar betaal ik toch maar mooi aan mee. Dankzij mij gaat het hier goed, troost ik mijzelf. Ik reken af, start de motor en reis weer verder.

We rijden hier tenminste op 800 meter hoogte en toch is het landschap vaak nogal vlak of wat licht glooiend. Er zijn hier geen echte bergen en dalen. De boeren maaien het gras en dat zorgt voor prachtige lichte en donkere schakeringen in het groene landschap.

Dat groen. Het is fantastisch. Zo mooi. En het ruikt zoooo heerlijk. Gelukkig ben ik niet allergisch voor grasjes. Dat heerlijke luchtje trekt echter ook vliegende beesten aan en mijn windscherm en vizier zitten in een mum van tijd vol kadavers. Op een gelijkvloerse kruising heeft een erg vervelend ongeluk plaatsgevonden. Alle wegen zijn afgezet. Er staan vier politieauto’s, wel zes ambulances en er loopt veel personeel in fluoriserende kleding rond.

Bijna veertig jaar geleden heb ik eens nieuwsgierig bij een ongeval op de Duitse Autobahn even in een auto gekeken. Nadien kijk ik noooooit meer. Ik wil het persé niet meer zien en wil het ook niet meer weten. Dus ik kan je er niks van vertellen. Meer dan dit weet ik niet: zwaaiauto’s en personeel in gele jassies. Punt.

VANNACHT SLAPEN WE WEER BIJ ELKAAR…..

Ik heb een mooie overnachtingsplek gevonden in een zogenaamd Landeshotel, ten westen van Ulm. Op de menukaart staan asperges en ze adviseren er een mooi wit wijntje bij. Zo eentje die wat vettig aan de binnenkant van het glas blijft hangen. Weet je wat? Ik doe het!

Mijn motor slaapt direct onder mijn slaapkamerraam. Dus eigenlijk slapen we vannacht lekker samen…..

Ik vind onderweg nog voldoende mooie plekkies voor The Catch of The Day.

Coos op Reis: WAT STAAN ER WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S

Het is vandaag 6 mei. (Als Coos dit schrijft, redactie.) De zon schijnt uitbundig. Het is strakblauw en al lekker warm.

We lezen verhaal nummer 68 in de serie “Coos op Reis.” Nog een paar reisverhalen en Coos is weer thuis.

Het hotel in Völsch serveert heerlijke donkerbruine boterhammen en bruine broodjes bij het ontbijt. Gelukkig eindelijk eens geen witte broodjes. Super. En vers gesneden ham en kaas en zelfgemaakte jam. En maar liefst twee eitjes! Twee! Zou ze weten dat ik weer naar huis aan het rijden ben? En tijdens het uitgebreide ontbijt gratis uitzicht op de kale bergen in de verte. Wat een verwennerij.

Ik haal mijn motor uit de Tiefgarage van het hotel. Zij heeft lekker warm en droog de nacht doorgebracht. Ik rijd even zonder helm om het hotel want dan hoef ik de zooi wat minder ver te sjouwen.

Met de reclameslogan ‘Helm op, daar kun je mee thuis komen’ werd in juni 1972 het dragen van een helm op een motorfiets in Nederland verplicht. Daarvoor hoefde het niet.

Ik kocht mijn eerste motor reeds in 1970, maar we hebben nooit zonder helm gereden. Janny wilde het eigenlijk niet, maar ze moest er aan geloven. Ze mocht wel haar hotpants en haar knielange laarzen met plateauzolen aanhouden. Stom achteraf, maar wel errug leuk als je 18 jaar bent….

In de schaduw van het smalle straatje bij de ingang zadel ik alles op de rug van mijn BMW.

Vandaag rijd ik een route die ik jaren terug al eens ontwierp. De route gaat via Bolzano over een aantal beroemde passen naar Oostenrijk.

Maar eerst nog even een blik werpen op het kantoortje van de 88-jarige eigenaresse. Zij is net zo oud als mijn lieve moedertje. De computer staat er vast alleen voor de sier. Zij schrijft mijn rekening nog met de hand en telt de bedragen vervolgens uit het hoofd op met de snelheid van een zakjapanner. De tijd staat hier gewoon al jaren stil. En waarom niet? Wat is er mis mee? Helemaal niks, hoor.

Het is onderweg echt genieten van de vele paardenbloemen. Hele velden vol. Het contrast en het kleurenspel tussen de gele velden, de blauwe luchten en de witte besneeuwde bergen is fenomenaal. En ik kan alles zo goed ruiken! De lucht is schoon en zuurstofrijk. Het is super om hier te zijn en mee te maken. Wat een mooi land.

De route pakt een randje van Bolzano mee en slingert al snel via frisse, donkere tunnels naar het noorden. Links en rechts hoor en zie ik het wilde, steenkoude bergwater bulderen. Ik voel de koelte van het water door mijn dunne pak, dat vandaag maar uit één laag bestaat.

Ik begin de klim naar Penser Joch. De pas is ruim 2200 meter hoog en vormt de verbinding tussen het Sarntal ten noorden van de provinciehoofdstad Bozen en het Wipptal bij Sterzing. Het asfalt is droog en de kwaliteit is goed. Ik ga lekker. Het is mooi weer. Ik zit goed en scherp op de motor. Ik neem heerlijke lange doorlopers, maar ook scherpe, venijnige bochten. Het motormanagement staat inmiddels op dynamic en ik draai al stijgend het gas steeds vol open na het passeren van de apex. Wat een power! De dikke tweecilinders, elke 600 cc, stampen naar boven en naar beneden en zetten via allerlei ingenieuze assen hun enorme krachten om naar het rubber van het achterwiel. Het gaat super en het geeft een fantastisch gevoel.

Na de pas slingert de weg weer naar beneden. Lekker om daar weer even op te warmen. Het is er 24 graden.

En dan gaan we weer omhoog. Nu nemen we de Jaufenpass. Die is bijna 2200 meter hoog. De
zon schijnt nog steeds, maar in de wind is het fris.

Ik bestel op de top een koffie en een klein taartje. Nou ja, klein…. Ik zie Oostenrijkse motorrijders daar een halve liter Hefenweissen naar binnen tikken.

Ze blijven daar vannacht vast niet slapen. Holladiee!

Vervolgens draai ik fluitend en verwachtingsvol naar het Timmelsjoch. Deze pas ligt op ruim 2500 meter hoogte en staat bekend om haar fraaie wegen en schitterende vergezichten. Maar … die is helaas afgesloten. Wat een teleurstelling. Ik vertrouwde volledig op de traffic-info van mijn navigatiesysteem die de informatie rechtstreeks van het internet haalt. Maar dat blijkt een enorme misser van mij.

Ik moet rechtsomdraaien, helemaal terugrijden naar Vipiteno en dus nogmaals over de Jaufenpass. Op zichzelf geen echte straf want zo’n pas ziet er vanaf de andere kant weer heel anders uit. Maar toch gooit het danig mijn reisschema van deze dag in de war.

Mijn motormaatjes rijden over een paar weken dezelfde route. Hen adviseer ik om vóór vertrek van Seiser Alm op Timmelsjoch.com te checken of de pas die dag ook echt open is. Die dag heeft al een zwaar programma (450 km) en je kunt in dat geval beter maar gelijk over de oude Brenner gaan.

Ik ga snel op pad. Met de vlam in mijn pijp via de Brennerpas met mijn dertigtonner motor, ver van huis maar beter in mijn sas dan in Amsterdam bij DAS, zing ik in mijn potje. Op richting Innsbruck. Ik kies voor de oude Brennerpas, immers de Brennertunnel met tol is voor Sissies, campers en caravans met de Libelle of de grote ANWB-gids levensgevaarlijk op de hoedenplank. Nietwaar? Jôh, ik maak er gewoon een enerverende middag van. Wat maakt het uit?

De met groen aangegeven weg markeert op het kaartje het rechtsomdraaien en mijn omweg. Aan het einde van de dag gooi ik de handdoek in de ring. Op een camping, in de buurt van Innsbruck en vlakbij Natters en Mutters, vertellen zij mij luchtig dat één overnachting € 128,- kost.

Rudi Carrell liep ooit in één van zijn shows rond met vijftig ballonnen aan een touwtje. ‘Ballon te koop, ballon te koop’, riep hij hard. Hij vroeg één miljoen gulden voor één ballon. Ik hoef er maar één te verkopen, en dan ben ik binnen, was zijn redenatie… Nou, dat schijnen ze bij deze camping ook te denken. Ik zeg ze vriendelijk gedag, start mij motor weer en rijd verder richting het westen.

Rond vijven moet het regenpak aan. Er valt een stevige bui. Na een goed half uur rijden we er onder uit en kan het pak weer uit.

Het is nog wel ff puzzelen voor een goed hotel. Ik wil immers wel weer richting de oorspronkelijke route. Ik vind onderweg twee hotels, maar die zijn allebei dicht op zondag. Logisch, hoor. Wie wil er nou op zondag slapen? Of iets eten? Ik snap dat best… En in het derde hotel staan grote asbakken op tafel en zit iedereen te roken. Het is helemaal blauw binnen. Ik ben blij dat het weer wat beter met de pollen en mijn ogen gaat en ren snel naar buiten. Roken! Jôh, het is geen 1960 meer.

En plots heb ik geluk.

Een mooi hotel met een mooie kamer bij Hotel Jäger in Telfs voor 55 euro inclusief ontbijt.

Ik ben weer het ventje. Prima zo.

Morgen rijd ik de pas bij Reutte over naar Duitsland. Dan vervolg ik mijn weg deels door het Zwarte Woud en dan verder noordwaarts.

WAT STAAN ER TOCH WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S…..

“Hoe komt het toch dat er steeds zo weinig mensen op jouw foto’s staan?”, wordt mij gevraagd.

Dat klopt! Overbodige mensen probeer ik altijd te vermijden. Ik wacht vaak even tot iedereen opgehoepeld is. En helemaal als ze erg opvallende kleding dragen. Motorrijders met gele jassen of gele helmen. Brrrr…. ze verpieteren mijn foto.

OK, dus weinig mensen op de foto. Waarom? Dat komt door mijn schoonmoeder! Jammer genoeg is het lieve mens een paar jaar terug overleden, anders hadden we er samen nog eens hartelijk om kunnen lachen.

Wat gebeurde er namelijk altijd? Dan kwamen Janny en ik na de vakantie thuis met alle verhalen en foto’s uit een ver land. Vervolgens toonde ik trots de prachtigste foto’s van bergen en bruggen en gebouwen. Tja, en op die foto’s stonden soms andere toeristen. En dan vroeg ze altijd: ‘En wie zijn dat, Coos?’.

Hahaha. Mooi, hè? Dus dat gaat mij niet meer gebeuren… Proost!

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: DOORKIJKBLOUSE

Het is bewolkt en ik hoor de regen zachtjes op mijn plastic dakkie tikken. Tik-Tik-Tik. Regen, das lang geleden! Maar het is 17 graden, de temperatuur valt best mee. En mijn ijzeren ros staat gelukkig overdekt, dus we kunnen samen opzadelen en inpakken zonder dat wij nat worden.

(We vervolgen onze serie Coos op Reis. Lezen aflevering 65…..)

Terwijl ik met mijn spullen aan het rommelen ben, stapt de buurman naar buiten. Hij heeft in precies zo’n zelfde huisje, ook zonder eierdopjes, als ik geslapen. Alleen …. hij stapt in zijn Maserati diesel. Jôh, ik wist niet eens dat ze bestonden en ik dacht dat huisjes zonder eierdopjes voor arme gepensioneerde motorrijders zoals ik waren. Zo’n auto kost ruim een ton.

Het campingrestaurant is gewoon open, maar er is niemand van het bedienend personeel aanwezig. Daarom haal ik de receptioniste op. Het allereerste dat deze dame doet, is de televisie aanzetten. Dat is immers het allerbelangrijkste, nog vóór de verse koffie, vóór de verse jus en vóór de warme croissants. Ik snap dat ondertussen wel.

Na mijn ontbijt op de camping is het droog. Gelukje. Ik stap met het regenpak in de aanslag op de motor.

Na vijftien minuten is het geluk op en sta ik in een bushokje dat regenpak aan te trekken.

Het heeft hier een hele poos niet geregend en de weg is aalglad. ‘Een beetje minder kolen op het vuur stokertje, en kalm aan met die soms ontembare paardenkrachten’, roep ik vanachter mijn loketje. Ik draai mijn windscherm een stukje naar beneden in de hoop dat de wind dan wat meer de regendruppels van mijn vizier blaast.

Verderop zit ik echt op de verkeerde weg. Gatver, het is een tweebaansweg, strak rechtdoor, gelijkvloerse kruisingen en heel druk. Niet normaal. Er zitten acht vrachtauto’s vóór mij en tien achter mij. Dat voelt niet veilig. Vrachtauto’s hebben met hun 12 brede banden veel meer grip dan ik met op mijn twee smalle loopvlakjes. Ik sla af en rijd de veel rustigere polder in. Dit is een stuk leuker. Het is hier 5 meter onder NAP. Net zo laag als bij ons thuis in Linschoten.

De drukke doorgaande weg van zonet is bijna niet te vermijden in dit waterrijke gebied. De bruggen zijn onderdeel van de weg. Elke keer kom ik weer bij die drukke weg. Dus een poos later moet ik weer de route verleggen. Zo hop ik van gehucht naar gehucht.

Ik laat bij Comacchio, in een ouderwets wegrestaurant voor chauffeurs, een lekker warm broodje salami-kaas klaarmaken door een mevrouw die met haar doorkijkblouse aan alle truckers net zoveel bloot geeft als ik, met mijn dagelijkse reisverslagen. Over wat ik doe, denk, eet en lik. En ook steeds weer alle tyfuszooi toon die ik elke keer op bedden in vreemde slaapkamers flikker waar mijn voorgangers hebben liggen rotzooien. Zou er een foto zijn, mannen? Is de paus katholiek? Whoehaa!

Het wegrestaurant is zo stokoud dat het nog de ouderwetse hurktoiletten heeft. Bretels van een motorbroek zijn daar gevaarlijk, denk ik. Gelukkig hoef ik het risico niet te nemen. Mijn boodschap ligt op mijn vorige overnachtingslocatie. Weten jullie dat ook weer.

Onderweg zie ik bewegwijzering naar Lombardije. Grappig, ik woonde van 1960 tot 1973 in Lombardijen in Rotterdam. De wereld blijft klein. In Bosco Mesola verbaas ik mij over de foto’s op het monument van de gevallenen. Nog niet eerder zo gezien. En dan zo’n snuitje van een kind er tussen. Wat oneerlijk.

Onderweg plots een bord van een BMW Motorrad dealer. Potver. Effe een vet shirtje scoren. Zijn ze gesloten. Had ik niet verwacht…

Na twee uur rijd ik de regen uit en wordt het 25 graden. Het heeft hier zelfs nog niet eens geregend.

Ik heb voor Venetië een strategisch aanvalsplan bedacht en maak een ruime omtrekkende beweging. Ik zoek en vind een mobilehome op Camping Miramare Venezia op 700 meter van Punta Sabbioni. En dat is voor mij helemaal prima. Mijn motor staat hier niet voor veel geld op een grote anonieme parkeerplaats, maar gewoon op het overdekte terras van mijn caravan.

Van Punta Sabbioni kan ik morgen met de boot in 40 minuten naar Venetië varen. Ik stap dan bij het San Marco plein uit. Dan struin ik door Venetië en mag met hetzelfde kaartje gratis met de watertaxi (Vaporetto). Wat een geluk, hè? Ik kijk er naar uit!

‘s Avonds in het restaurant, hier een paar honderd meter verderop, geven ze mij precies het juiste tafelnummer…

Als ik klaar ben met eten, kan ik echt niet weg. De regen komt werkelijk met bakken naar beneden. Wat een noodweer. Dus … nu moet ik ook nog persé een toetje nemen en begin ik maar vast aan mijn reisverslag. En terwijl ik dat typ, luister ik in mijn kleine wereld via mijn koptelefoon naar het nummer Time of Ye Life, Born For Nothing van Crippled Black Phoenix van hun prachtige album 200 Tons of Bad Luck uit 2009. Man, wat word ik nou blij en extra gelukkig van zo’n stukkie muziek… Het nummer duurt bijna 19 minuten. Mooie tekst ook aan het begin met ‘you only gonne be here one time in life, so get the most out of it’.

Yeah, dát lukt! Welterusten!

Coos op Reis: VIAGRA

We volgen al een tijd de reisverhalen van Coos van der spek. Als je op de foto klikt (of hier op deze groene tekst) dan kom je vanzelf in de hele serie, dit is vandaag verhaal nummer 63…
De laatste verhalen publiceren we nu ongeveer elk weekend.

Ik ben in Porto Sant’Elpidio. Het is bewolkt en af en toe piept de zon er even tussendoor. Het is een graad of 20, het voelt lekker zwoel aan en er komt een zacht windje van zee.

Ik besluit om nog een nachtje hier te blijven en wandel na het ontbijt naar de boulevard, hier honderd meter vandaan. Het is 1 mei. De Dag van de Arbeid. Ze vieren de invoering van de achturige werkdag. Nou, daar begin ik niet meer aan, hoor. Dat is zonde van mijn vrije tijd. In Europa is deze dag in bijna alle landen een officiële feestdag, op een paar landen na waaronder Nederland. Ze noemen het in Italië Primo Maggio, één mei. Dat is makkelijk te onthouden.

De Italianen brengen feestdagen veelal door met familie. Ze gaan ergens met z’n allen in een park picknicken of ’s middags met elkaar uit eten. Ik zie het glaswerk en het bestek al verwachtingsvol glimmend op lange gedekte tafels in de restaurants liggen.

Op de boulevard is markt. En zeker niet zo maar eentje. Deze markt is ruim vier (!) kilometer lang. Ik wandel langs festiviteiten voor kinderen, een kermis met een spookhuis, botsautootjes en allerlei draai- en beweegdingen waar ik al misselijk van word als ik er naar kijk. Het is net Koninginnedag. Er is muziek en tussendoor bewegen allerlei artiesten zich. Het is ene grote happening en de hele provincie heeft hier vast het hele jaar naar uitgekeken. Het ziet zwart van de mensen. Volk uit het dorp, maar ook boeren en buitenlui.

Achter de markt een groot veld en … plots ontdek ik waar al die campers gebleven zijn. Lekker gezellig daar, hoop ik voor ze…

Erg leuk om op zo’n markt rond te snuffelen. Ze verkopen werkelijk van alles: schoenen, kleding, gereedschap, noten, kruiden, pannen, open haarden, kussens en heel veel eten en drinken.

Er is trouwens niks maar dan ook helemaal niks op die markt dat ik graag zou willen hebben.

Het betekent dat het óf allemaal zooi is of dat ik alles al heb. Ach, ik zou er op mijn motor toch geen plek voor hebben.

Ik sta een poos te kijken bij een grappige act van een man in een kinderwagen. Hij praat tegen de toeschouwers met een piepstemmetje en heeft twee poppenarmpjes. Zo meteen vind jij het ook leuk… Als twee vrouwen een selfie met hem maken, knijpt hij hen plotseling van onder zijn kleed uit, in hun kuitjes. Iedereen giert het uit. Kijk maar:

De Italiaanse racefederatie heeft, op het asfalt van een stuk parkeerplaats, voor de koters een circuitje afgezet. Er staan, pal naast de kassa, piepkleine pikzwarte motortjes te wachten op racegrage jochies. Een juf knoopt ze vluchtig wat slecht passende bescherming op hun onderbenen en onderarmen om en zet ze vervolgens een veel te grote helm op. Het beschadigde vizier klapt steeds hinderlijk vanzelf weer naar beneden. De knulletjes krijgen verder geen protectie en ook geen handschoenen aan. Hup, in je T-shirt en je korte broek op die motorfiets stappen. De Italianen gieten het gevaar met de paplepel in.

Sommige jochies stuiven zó weg en nemen de bochten als ware coureurs. Erg leuk om te zien. Ik zit er wel een uur te genieten.

Een jochie met een Tom&Jerry-helm op, kijkt waarschijnlijk al jaren met zijn vader naar de MotoGP en ziet zijn held Valentino Rossi op televisie elke bocht op volle snelheid met het grootste gemak nemen. Wees eerlijk, als je het op de buis ziet, dan lijkt het voor leken ook allemaal erg eenvoudig.

Het joch krijgt nog wat aanvullende instructies van de stalmeester. Maar ik zie dat hij er niets meer van hoort. Hij heeft ‘de starende blik op oneindig’. Op het moment dat de kleine man op zijn machientje stapt, is het een ander mens geworden. Hij gluurt met een waas voor zijn ogen door het beschadigde vizier van de te grote helm, die inmiddels half over zijn ogen is gezakt. Hij tilt zijn kin op om redelijk te kunnen kijken. Híer staat Valentino Rossi de Tweede, nu nog in de dop. Hij geeft vol gas en stuift onverschrokken weg en … rijdt bij de allereerste bocht gewoon rechtdoor tegen de opblaasvangrail aan. De motor veert terug en hij verdwijnt met zijn blote beentjes in de lucht achter die dikke witte lekkende opgeblazen worst. Ik zie alleen zijn teentjes in zijn schoentjes spartelen…

Ik moet gaan zitten van de lach. Het is zó komisch en zó snel gebeurd. Gewoon rechtdoor. Beng! Hij nam niet eens de moeite om de bocht te nemen. Geen idee hoe dat nou moest. Nooit aan gedacht.

Met hulp van de stalmeester krabbelt hij weer op. De meester zet ‘m op de motor en draait hem soepel de goede rijrichting op. Rossi stuift weer weg en gaat er als een kamikazepiloot vandoor. En beng noges tegen de opblaasvangrail. Hij valt wel vijf keer, maar blijft het prachtig vinden. Geen enkele angst. Net als allebei zijn ouders trouwens. Die staan er heel gelaten bij. Wat een rare
ouders. Koop later lekker een ouwe auto, jongen, denk ik. Je hebt duidelijk geen talent.

Ennuh …. gelukkig ben ik te groot voor die pokkedingen. Ik hoef niet… Pffff.

Eén moeder is echt verstandig. Dat zou mijn moedertje kunnen zijn. Zij haalt haar kind ervan af als hij twee keer in het opgeblazen condoom is gereden. Klaar. Gewogen en te licht bevonden. Later gewoon direct voor zijn autorijbewijs op laten gaan, mevrouw. Geef hem elke keer een hengst voor zijn harses als hij maar naar een tweewieler kijkt. Het zit niet in zijn DNA. Motorrijden moet in je genen zitten. Je kunt wel lessen nemen en het een beetje leren, maar pas als je vader het motorvirus in je moeder heeft geïnjecteerd en het werkelijk in je DNA zit, dan word je een motorrijder. Een echte. Eentje die met gevoel en instinct rijdt. Eentje die angst heeft én lef. Die zweeft tussen voorzichtigheid en roekeloosheid. Maar altijd binnen de lijntjes blijft. Geen gewone weggebruiker wil zijn. Die zitten immers veilig in koektrommels te appen op hun smartphone.

Bijna aan het einde van de boulevard speelt ruim een uur lang een Pink Floyd Tribute Band. Een gratis Concert at Sea. Mooooooi man! Wat een geluk. Tegen half zes spelen ze ook nog het lievelingsnummer van elke rechtgeaarde Pink Floyd-fan: het bijna zeven minuten durende Comfortably Numb van het album The Wall uit 1979. In deze song wordt Pink, de hoofdpersoon van het album, langzaam gek en kan alleen onder de invloed van toegediende medicatie nog ontspannen. De zee als decor, het zachte briesje over het groene gras, het geroezemoes, het gedrentel van de Italianen achter mij, het sfeertje en de ozo bekende tonen in mijn oren. Ik heb in mijn lange leven nog nooit hash gebruikt, nog nooit ergens een snufje van genomen of een raar pilletje geslikt. Vanaf The Rolling Stones  ben ik gewoon groot en oud geworden met de muziek die door mijn hoofd en met mijn ziel speelde. Ik was met Janny bij concerten van Pink Floyd zoals in 1977 bij Animals Rotterdam-Ahoy. Ik heb dit specifieke nummer wel duizend keer gehoord in mijn leven. De tranen lopen over mijn wangen…. Pffff.. Blijft sterk spul, dat Fisherman’s Friend.. Móóier wordt het deze reis niet. Stukkie meekijken:

Net zoals de Veluwe voor de Nederlanders is, is de oostkust duidelijk voor de Italianen. Op de markt, op de hele camping en in restaurants zie en hoor ik geen enkele andere nationaliteit. Alleen maar Italianen. Die dan ook echt alleen maar Italiaans spreken en nauwelijks Engels.

Mijn wereld is klein en erg lokaal vandaag. Ruim 20 kilometer in de benen.

VIAGRA

Op de markt ontdek ik bij een kraampje een wel héél bijzonder kaasje… Als een mevrouw van middelbare leeftijd ziet waar deze zestigplusser een foto van neemt, krijg ik een vette knipoog van haar…

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

 

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

De zoektocht naar motor-accessoires

Onze trouwe lezer, motorrijder, sleutelaar en motorcolumnist Ton Eppenhof vertelde ons een paar dagen terug over het afscheid van zijn prachtige BMW R80R. Hij heeft opnieuw gekozen voor een oude liefde en een nieuwe Royal Enfield gekocht. Ton is een motorrijder die bewust keuzes maakt, en dingen uitzoekt. Zijn motorfiets “moet kloppen”. In dit artikel vertelt hij ons over zijn zoektocht naar accessoires.

“Ik kocht al ooit eerder een nieuwe motor maar deze keer zocht ik al naar accessoires voordat ik de motor had. Iets wat toch elke keer weer moeilijk is maar toch ook een leuke bezigheid. Als je al net zoals ik al jaren last van je rug hebt en toch graag wil motorrijden moet de zitpositie op de motor perfect zijn. Zadel stuur en voetsteunen moeten perfect aansluiten op mijn lichaamslengte. Het liefst zit ik rechtop met armen die niet gestrekt zijn.

Dus waar begin je met die zoektocht? Eerst begon ik bij de lijst van originele accessoires van Royal Enfield. Daarna ging ik kijken bij Facebook groepen en natuurlijk kom je al snel bij bedrijven zoals Hitchcocks Motorcycles. Ze hebben werkelijk alles voor je Royal Enfield. Maar ja; wat is goed en wat is qua prijs aantrekkelijk. Zelfs voor mij blijft het nog steeds lastig om iets te vinden wat doet wat ik ervan verwacht voor een juiste prijs en kwaliteit. En dan komt er momenteel met aankopen uit Engeland weer een probleem bij omdat de kosten na de Brexit voor ons hoger uitvallen.

En dan komt ineens de kracht van Youtube in zicht. Je doet een zoekpoging en je krijgt nog veel meer info dan je zocht. Zo vond ik de leuke video’s van Stuart Fillingham. Deze man besteedt hier zoveel tijd aan en hij geeft geweldig veel goede informatie. Hij maakte het voor mij een stuk eenvoudiger. Ik had stuurverhogers nodig en ook een beter zadel en hij heeft beide in zijn video’s besproken. Zijn keuze is iets waar ik meteen in kon meegaan. En ik moet eerlijk zeggen dat doe ik niet snel omdat er zoveel roepers zijn zonder kennis. Maar als Stuart Fillingham het zegt, klinkt het alsof het de waarheid is. Zelfs de valbeugels die ik wilde, werden besproken in zijn video’s en ook die kocht ik origineel van Royal Enfield. Ik bedenk ineens dat ik ook het flyscreen besteld heb, wat hij liet zien en gemonteerd heeft op zijn Interceptor. Zo zie je maar weer de invloed van Youtube.

En dan kom je bij de moeilijke maar ook weer zeer persoonlijke keuze. Soms wil je bagage meenemen op de motor. Vaak zijn het maar kleine dingen en ik wil geen rugzak dragen op de motor. Een rugzak kan je rug breken als je ooit eens wat sneller van de motor komt dan je verwacht had.

Dan zijn mijn eisen voor bagagerekken en tassen of koffers zeer hoog. Zeker bij deze motor wil ik geen koffers die het hele aanzicht van de motor overheersen maar ik wel wel iets wat praktisch is en ook waterdicht. Royal Enfield heeft veel accessoires maar ze zijn niet allemaal even praktisch en soms zijn ze gewoon lelijk zelfs. Gelukkig zaten er ook veel dingen tussen hun accessoires die wel voldeden aan mijn eisen. Iedereen heeft natuurlijk een andere smaak en niks is het beste. Ik ben dus nog steeds op zoek naar iets wat voor mij het beste werkt, wat wel aansluit op de lijn van de motor, maar ook iets wat praktisch gezien ideaal is.

Soms kom je dan tot de ontdekking dat de ene fabrikant een rek goed maakt, maar dat je nergens kunt zien of dat ook wel past op je motor met dat andere ding dat je ook wil monteren. En hoe ziet het rek eruit als de koffers of tassen ervan af zijn?

Al met al blijft het lastig en ik ben ook wel benieuwd hoe andere mensen dat altijd doen. Als budget geen rol speelt is het natuurlijk al een stuk eenvoudiger maar zelfs dan is de juiste keus maken nog moeilijk. Soms heb ik het gevoel dat ik de lastigste klant ben. Ik ben niet gauw tevreden maar als ik tevreden ben dan mag iedereen het weten.

Hoe doen jullie dit ? Tegen welke problemen lopen jullie aan bij de zoektocht naar accessoires?”