Tagarchief: motorcolumnist

Coos op Reis: EEN BOSJE LULLEN EN WAT BALLEN

Het is stralend weer en er staat een bulderende zon aan de hemel. Eerst stevig ontbijten. Strandweer!

Mijn dochter Danielle is vandaag spreker op het VNG-congres (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) in Utrecht. Daar zijn bijna alle gemeenten aanwezig. Ze spreekt voor een groot publiek over haar privacy-project bij de gemeente Amersfoort. Ik ben op grote afstand zo trots als een aap met zeven lullen. Zéven maar? Nou, ik vond er dezelfde dag wel méér. Kijk straks maar op de foto.

Janny laat mij via de app weten dat we vijf euro wonnen in de staatsloterij. Jeetje, wat hebben we daar een hoop geld voor betaald, app ik terug.

Het is erg verleidelijk om op het strand in de luwte van een kommetje van hoge rotsen te gaan zitten. Maar de gemeente waarschuwt met borden dat de rotsen niet stabiel zijn. Ik heb liever geen stenen op mijn hoofd, dus ik schuif een stukje op. Better safe than sorry. Uit de wind en in de zon is het super aan het strand. En mijn e-book van Lee Child is nog niet uit… Ik geniet met volle teugen. Het water is wel iets te fris.

Ik maak die dag nog een wandeling en vind nog wat mooie plaatjes voor The Catch of the Day. Kijk maar rond.

OK, IK BEN NU RUIM VIER WEKEN OP REIS. HOE BEVALT DAT NU?

Wat ik er van vind? Het is helemaal uitstekend! Ik vind mijn reis werkelijk fantastisch en ik heb het reuze naar mijn zin. Het voldoet ruimschoots aan mijn verwachtingen. Ik vermaak mij erg. Wat een enorme ontspanning en wat een vrijheid. Ik kan doen en laten wat ik wil. Ik bepaal alles zelf en hoef met niemand rekening te houden of maar iets te overleggen. Ach, gewoon net als vroeger op mijn werk dus…

Wat ik zo al doe? Ik ben elke dag buiten, ongeacht het weer. Ik zit nooit binnen. Ik slaap alleen op de locatie die ik huur. Verder doe ik er niks. Het weer bepaalt wel in grote mate mijn dagbesteding. Das een mooie seniorenterm trouwens. Regen is het minst leuk. Uiteindelijk word je éérst nat en dan koud. Als het niet regent, dan komt alles goed. Dan is de dag helemaal ok. Motorrijden in landen zoals hier is super, wandelen geweldig en het strand is top. Wat een fantastisch leven zo! Ik ben in korte tijd een wandelfanaat geworden en vind 15 km maar een piesofkeek.

Ik eet drie keer per dag buiten de deur. Dat kan ik hebben, want ik beweeg heel veel. Daarnaast eet ik maar kleine maaltijden. ‘s Morgens een broodje met wat verse jus, als dat tenminste lukt, ‘s middags zo’n heerlijke gezonde salade, die je echt niet zelf kunt maken voor dat geld, en ‘s avonds iets kleins, licht en gezond. Het liefst vis. Ik overweeg absoluut niet om piepers te kopen, piepers te jassen, piepers te koken en vervolgens piepers op te eten. Piepers zijn namelijk heel vaak vies… Tuurlijk, dáár moet je wel de financiële middelen voor zoiets hebben. Maar dat is geen probleem. Ik heb gelukkig géén Belgisch pensioentje… Maar een indicatie? Voor mij is dat circa één euro per kilometer tot nu toe.

En het alleen zijn dan? Mwah, dat ligt gewoon aan jezelf. Als je jezelf open opstelt, dan kan je voldoende contacten hebben. De ene keer vluchtig, de andere keer diepgaand. Maar je bepaalt het zelf. Dat blijft bijzonder. Lees je een e-reader of tik je geconcentreerd een reisverslag op je mobiele telefoon, dan valt niemand je lastig. Kijk je een beetje open om je heen, glimlach je, stap je op iemand af, dan heb jij je praatje. En verder vind ik het prima voor een poossie zo. Zeker niet voor altijd, maar zo, voor wat weken, is het uitstekend.

Is mijn reis therapeutisch voor mij? Nee hoor, dat is het zeker niet. Het is voor mij een reis die ik al heel lang heel graag wilde. Ik denk ook niet dat ik een therapeutische reis nodig had. Ik heb bijna 50 jaar leuk werk gehad in de ICT, in die wereld werkelijk alles kunnen doen en leren, wat ik maar wilde en kon. Ook de laatste jaren was mijn werk uitdagend en ik heb een prachtig afscheid op mijn werk gekregen. Nee, geen therapie dus.

Ben ik op dan zoek naar mijzelf?  En heb ik mijzelf dan inmiddels gevonden? Ja hoor, zo’n kleine 70 jaar geleden heb ik mijzelf gevonden. Haha. Nee, ik ben nooit op zoek geweest naar mijzelf. Ik ben trouwens ook helemaal niet zo’n diepzinnige denker. Veel mensen in mijn omgeving die dat wel waren, zag ik vaak in moeilijkheden met zichzelf komen. Ik ben meer een doener en ik vind het avontuur leuk. Doeners kunnen hun energie kwijt. En dat lucht op. Gewoon doen! En de kans lopen dat het mislukt. En dan pak je het opnieuw op en dan probeer je het noges. En noges. Heerlijk in het diepe springen en kijken waar je aan de kant kunt komen. Of niet…

En verder? Nou, het inpakken van alle zooi en bepakken van de motor is ondertussen redelijk routine. De meeste spullen hebben inmiddels een eigen plek gekregen en ondertussen weet ik waar alles ongeveer zit. Das al heel wat. De tijd gaat wel erg snel. Ik ben nu al vier weken weg. De tijd vliegt. Absurd.

En jaaaaa, ik heb teveel zooi meegenomen. Absoluut. Jullie wisten dat al, maar ik nog niet. Koelere, wat is die motor zwaar en looiig. Niet normaal. Dat is een leerpunt. Ik kom daar zo op terug.

GA IK NOGES?

Jazeker ga ik dit noges doen. Absoluut. Volgend jaar zelfs al, hoop ik. Met de motor neem ik dan zeer zeker minder zooi en kleding mee. En als ik vroeg in het voorjaar ga, dan neem ik ook geen tent en kookspullen meer mee. Minder gewicht en minder ruimte.

Die mobilehomes zijn trouwens uitstekend en veelal ook niet zo heel duur. Ik heb dan mijn motorfiets naast mij op het terras, voldoende ruimte voor mijn spullen, vaak in een aparte kamer, een eigen toilet en douche en … verwarming. En die is echt nodig in het voorjaar. Het is ‘s morgens 10 graden in de caravan. Brrr.. Met de afstandsbediening zet ik dan om 08:00 uur vanuit mijn bed de airconditioning op 23 graden. Als hij dan afslaat, kom ik op Portugese temperatuur mijn bed uit. Ik hou nou eenmaal van luxe. Ok… uh… een verwend jong dan. Ik moet er niet aan denken om nu op de grond in een tent te liggen. Koud!

En jôh, wellicht ga ik een volgende keer eens heel ergens anders heen. De Balkan staat al veertig jaar op mijn lijst. Dat kon op ons Hondaatje met haar 10 litertank in de jaren zeventig persé niet. De brandstofpompen lagen verder uit elkaar dan de actieradius van de Honda.

Of misschien eens een camper huren. Er zijn wat regels, maar je mag in principe vrij kamperen in Spanje en Portugal. De westkust van Portugal is prachtig met haar vele kleine strandjes en plaatsjes. Het is veel authentieker en rustiger dan de Algarve. En uiteraard minder toeristisch.

Of gewoon met mijn eigen nieuwe bolide? Die staat straks in mei bij de dealer klaar. Naar Frankrijk met een tentje? Of toch naar Portugal? Een caravan in Albufeira kost 20 euro per nacht als je hem een maand huurt. Normaal is het weer veel beter dan dit jaar. Drie dagen flink doorrijden en dan een paar weken in de zon leven en op het strand zitten. Olé!

MORGEN

Morgen reis ik verder met de motor. Ik laat Lissabon links liggen, besluit ik. Het is Paasweekend. Teveel drukte. Daarnaast zit 96% van de accomodaties vol, zegt BookingDotCom. Voor € 150,- per nacht is overigens nog voldoende keus. Yeah, sure…

Ach, Lissabon loopt niet weg. Daar vliegen we ook makkelijk even naar toe. Leuke stedentrip met Janny. Komt een andere keer wel.

Het weer wordt de komende dagen minder, appt Janny. Ik ga het zien. Ik ben toch al poepiebruin…

EEN BOSJE LULLEN EN WAT BALLEN?

Nou, waar zijn ze dan? Gewoon, hier….

Coos op Reis: ALS ZE MAAR NIET TEGEN MIJN STOEL PISSEN

Wow. Het is stralend weer in Porto Covo in Portugal. Heerlijk. De temperatuur is ook wat hoger. Het belooft een mooie dag te worden. In de serie “Coos op Reis” is het ook wel eens “Coos neemt een dagje rust”.

Ik ga vandaag maar eens van zo’n heerlijk, verleidelijk, exotisch strandje proeven. Ik heb zín, jôh! Mmmm….

Een stevig, van het vet druipend, calorierijk ontbijt van toast en ham en kaas, samen met verse sinaasappelsap en koffie, zorgt voor voldoende brandstof voor de héle dag, want op het strand is verder niks te koop.

Tja. En verder? Rustig in de zon en achter de rotsen uit de wind zitten, lekker boekje en verder? Weinig te beleven die dag….?

Nou, uh, tóch wel. Lees maar mee.

Twee gebronsde Portugese mannen, type sportschool met bovenarmen die dikker zijn dan mijn bovenbenen, installeren zich een stukje verderop in het zand. Ze hebben twee flinke reuen bij zich. De honden beginnen onmiddellijk met elkaar te dollen en samen het strand te verkennen.

Een ouder Duits echtpaar komt ook het strand op en zet twee stoeltjes neer. Pa trekt zijn shirt uit en toont daarmee zijn bleke bast, zet zijn leesbril op, pakt de krant en begint aan de voorpagina van de Frankfurter Allgemeine. Ma loopt in haar badpak op blote voeten naar het water.

Niks aan de hand. Vreselijk saai tafereel, nietwaar?

Totdat de grootste hond een beetje nieuwsgierig richting das Deutsche Grundstück wandelt.

Begrijp de diep verankerde gevoelens van onze oosterburen goed, hè! Als een Duitser op het strand van Scheveningen een kuil graaft, dan is dat zijn kuil. Ook als hij het jaar erna weer terugkomt. Dus maar in de buurt komen van Duits grondgebied, staat gelijk aan schending van de territoriale werking van het EU-recht.

Maar pa heeft nog een randje van de oorlog meegemaakt en wappert slechts, maar helaas vergeefs, met de krant naar de reu dat hij moet opzouten. Pa houdt duidelijk niet van honden. Ik wel zoals jullie, als trouwe lezers van mijn reisverslagen, ondertussen weten. Ik knipoog dan ook naar de hond en grinnik een beetje om het tafereeltje.

De grote hond wandelt weer terug naar zijn sportschooljongens, snuffelt en kijkt of de sportboys iets te eten hebben en of er iets te gappen valt, draait zich teleurgesteld om, maakt weer een boog richting de zee en komt quasi weer héél toevallig in de buurt van het Duitse echtpaar. En terwijl hij langs de stoel van ma loopt, tilt de reu zijn poot snel op en pist tegen de stoel van ma.

Geloof mij, als er óóit een Derde Wereldoorlog komt, dan ontstaat hij hier, op dít strandje van Porto Covo in Portugal. Echt waar. Als door een wesp gestoken veert de bejaarde Duitser op en vloekt de grote hond in het Duits weg. Hij slaat met de krant naar de hond. De man is woedend. Hij balt zijn vuisten en het schuim staat op zijn mond van zoveel ongemanierdheid.

De breedste Portugees heeft het allemaal gezien, biedt nederig zijn excuus aan en geeft, voor de vorm, de hond een tik op zijn kont. Hij denkt dat hij daarmee wegkomt.

Fout, Portugees jochie. Helemaal fout gedacht..!

De bijna ontplofte bejaarde Duitser pakt de stoel van ma op, beent ermee naar de twee gespierde mannen en gebiedt ze in het Duits de stoel te reinigen… En als een Duitser iets gebiedt, dan kan de wereld vergaan, maar dan moet en zal het ook gebeuren. Daar twijfelt niemand aan. Dus nederig poetsen de gebronsde Portugezen de Duitse dameszetel met water schoon.

En als de Duitser vervolgens met zijn schoongeboende stoel naar zijn Duits grondgebied terug beent, geeft hij mij een vette knipoog. Haha. Ik draai mijn gezicht snel naar de zee en schiet in de lach. Tja, dat Arische ras heeft tóch wel wat, hoor….

‘s Avonds kijk ik rond 20:00 uur nog even naar de ondergaande zon en zeg de jonge dorpshond gedag. Wat is het een scheetje. Ik hou wel van honden. Ik vind ze zoooo leuk! Zolang ze maar niet tegen mijn peperdure opvouwbare Helinox stoel pissen…

TENSLOTTE

Ik ben vandaag al weer vier weken op reis. Hoe bevalt het je nou?, vragen mijn volgers mij van verschillende kanten. Daar ga ik over nadenken en kom er in mijn volgende verhaal op terug.

Coos op Reis: PORTUGAL – NEDERLAND

Het is stralend weer en een strakblauwe hemel. Er waait een frisse wind. … (We vervolgen onze serie “Coos op Reis”) …

Het is maandag, dus het is wasdag! Op de camping verkopen ze niks, zelfs geen brood, maar ik heb nog wat bramen over van gisteren. Eérst maar eens wassen en de was ophangen. En dan naar het dorp.

Ik kocht thuis bij de Hema een tube wasmiddel, speciaal voor ‘wasjes onderweg’. Nou, en dát ben ik…

Ik ga binnen nog even op de bank zitten om mijn schoenen aan te trekken en … flikker zó door de bank naar beneden. Ik kan bijna niet uit die houten put komen. Whoehaa! Schande, de kwaliteit die ze tegenwoordig leveren voor 30 euro per nacht. Gelukkig kan ik ‘m zelf snel repareren.

Ik wandel naar het dorp en zie dat er ruim tien campers net buiten de camping geparkeerd staan. Dat scheelt natuurlijk verblijfkosten, maar waarom dan tóch naast een camping? Of gaan ze daar dan gewoon douchen en gelijk de pot onder kakken? Overigens zie je in toenemende mate campers wildkamperen. In woonwijken, op parkeerplaatsen, bij havens. Jôh, het zijn net meeuwen, ze zijn en schijten óveral…

In het dorp scoor ik een voedzame brunch. Ondertussen besluit ik dat ik hier tot donderdag blijf. Ik denk nog na of ik Lissabon wel tijdens het Paasweekend wil bezoeken. Mwah… Maar na Lissabon ga ik het binnenland van Portugal verder verkennen. Daar vertel ik later over.

Ik maak een flinke wandeling over de rotsen en langs de Atlantische Oceaan. Wat een enorme zware golfslag hier. En wat een enorm geweld en gebulder. Daar is de golfslag van de Middellandse Zee maar een pisplasje bij. En berenleuke strandjes. Absoluut een gebied om noges terug te komen. En heerlijk die zee weer. Morgen is het een paar graden warmer, dus…

Aan zee waait het te hard, dus ik zoek de luwte van de camping op. Met op de achtergrond het gewapper van mijn frisse heetgestoomde onderbroekies, lees ik lekker op mijn luxe vouwstoel, uit de wind en in het zonnetje, op de camping een elektronisch boekie. Wees eerlijk: welke motorrijder heeft géén luxe vouwstoel bij zich? Nou?

PORTUGAL – NEDERLAND

In Spanje en Portugal staat bijna overal de televisie aan. In supermarkts, winkels, in bars en ook in restaurants. Loeihard. En de bezoekers en het personeel schreeuwen er allemaal over heen. Wat een idioterie. Hier kom je echt van je lawaaifobie af en leer je jezelf afsluiten. Je moet, anders word je gek. Als het kan, dan selecteer ik mijn restaurants op de afwezigheid van televisie. Ik heb níks met televisie, reclames, nieuwsuitzendingen, praatprogramma’s, discussieprogramma’s en weet ik veel. Voor mij geldt: opinions are like ashholes, everyone has one…

Maar vanavond lukt het mij niet om televieloos te eten. Ik heb mijn zinnen gezet op een visrestaurant waar ik zelf mijn vissie mag kiezen.

En helaas, de tv staat aan. Sterker nog, er zijn zelfs twéé televisies. Je moet en zal kijken. Ze staan allebei wel gelukkig op dezelfde zender afgestemd. Want dat durven ze ook: twee verschillende zenders aanzetten mét het geluid aan. En in een bar dreunt daar de muziek van de audio-installatie dan weer overheen. En iedereen maar schreeuwen en blèren en telefoneren via de speaker en met stoelen over de harde plavuizen schuiven. Er is geen Spanjool die zachte doppies onder de poten van zijn stoel plakt. Néé, het moet en zal pokkenherrie maken. Heb je het beeld een beetje? Het went. Afsluiten. In een andere partitie gaan en daar je eigen programma verder draaien…

Enfin, vanavond tonen ze voetbal op de televisie: Portugal – Nederland. Ik had géén idee. Grappig als je Nederlander bent en in Portugal zit. En hélemaal grappig dat ik niet eens kijk. Zelfs niet als het 3:0 wordt voor Nederland. De eigenaar staat maar met zijn hoofd te schudden. Zou dat nou voor het verlies van Portugal zijn óf dat hij totaal niet begrijpt dat deze Nederlander geen enkele belangstelling voor zijn vonkenbak toont?

Vergeet de Catch of the Day niet!


Coos van der Spek reist drie maanden door Zuid-Europa.

Wil jij meer verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”?  Klik dan op deze link, en we hebben ze allemaal op een rij gezet voor je.

Coos op Reis: Drie Ferrari’s

Het is al weer eind maart. Er zijn weliswaar wolken, maar er is ook heel veel zon. En het is droog!
Prima weer voor “Coos op Reis”.  Factor 50, korte broek en jas. Das een logische combinatie.

Morgen verlaat ik Albufeira en reis ik verder. Dan ga ik via Sagres naar Sines, aan de westkust van Portugal, een stukje onder Lissabon. Daarom ruim ik vast in de caravan wat rommel op en pak wat zaken bij elkaar. Mijn regenpak leg ik ook vast klaar.

Ontbijten doe ik met het Belgische echtpaar met hun drie honden: eentje is stokoud en wil het liefst op schoot. Hij is daar écht veel te groot voor maar weet dat nog steeds niet; eentje heeft zichtbare ondertandjes en een gespleten verhemelte en maar één oog, en de laatste heeft een klompvoet omdat hij de spieren van zijn andere poot moet ontwikkelen. Deze hond is zes maanden oud en heet Duke. Maar zijn vrienden noemen hem Djoek. Dus ik ook…

Eigenlijk val ik met mijn kale harses, mijn Mengele brilletje en mijn flaporen in dit gezelschap helemaal niet zo op, besef ik. Dat stelt mij gerust, want het is hier retegezellig.

Vandaag wandel ik via het strand naar Olhos d’Água, een pokkeneind weg. Gelukkig wil ik het zelf.

Op de rotsen ontmoet ik een echtpaar uit Oud-Beijerland, gebóóóre Rôtterdam, kèje goed hóóóre…. Zij was, net als Janny en ik, eind jaren zeventig hier voor het laatst. Zij heeft, net als Janny en ik, járen op Zalmplaat (Portugaal) gewoond en hij is, net als ik, geboren in de oude Provenierswijk in Rotterdam. We staan zowat een uur over het leven, hoop, angsten en gevoelens te praten en hebben zoveel overeenkomsten dat ik ze persé niet durf te vragen of ze mijn overleden vriend Cor uit Oud-Beijerland gekend hebben. De kans is echt te groot en ik wil er eigenlijk op deze mooie dag niet aan herinnerd worden.

Hier kan je even meewandelen op de rotsen. Niet misstappen, hoor:

Ik nuttig een heerlijke salade op het strand van Praia da Oura. Als de vijf in de klok zit, dan mag je een drankje. Welnu, het is vijf over half drie, dus…..

0nderweg trekt ma met een gemotoriseerde lier het vissersbootje van pa veilig op het droge en doen twee meeuwen zich te goed aan een aangespoelde vis. Voor hen een echte Catch of the Day! Ze vinden hem te lekker om zich even weg te laten jagen. Ik respecteer hun maaltijd en ga niet dichterbij voor de foto.

DRIE FERRARI’S

‘s Avonds wandel ik naar restaurante O Veleiro, hét beroemde restaurant dat de dame in de rolstoel mij een paar dagen terug op de berg adviseerde. De indeling is daar bijzonder omdat veel tafels redelijk strak tegen elkaar staan. Het is druk en de ober wijst mij een plaats toe.

En zo raak ik een hele avond in gesprek met de Engelsman naast mij. Hij zit alleen aan tafel. Hij vertelt mij dat hij al 45 jaar lang drie keer per jaar met zijn vrouw aan de Algarve komt. Als ik hem vraag waar zijn vrouw is, maakt hij als een Italiaanse maffiabaas met zijn wijsvinger een snijdende beweging langs zijn keel en vertelt olijk dat zij in november binnen een tijdsbestek van drie weken aan de gevolgen van kanker is overleden. Ik neem even een slokje water om mijn grijns te verstoppen. Dat gebaar met die wijsvinger. Het kan niet waar zijn, toch? Maar de Engelsman toont geen enkel verdriet en zet vrolijk zijn verhaal voort. Ik huiver er een beetje van. Vijfenveertig jaar is toch niet niks, denk ik. Toch? Ze zal toch wel een beetje aardig zijn geweest? Soms?

Mijn buurman adviseert mij om het toeristenmenu te nemen: olijven en brood, plus boter en sardinepaté, een bord soep, een groot bord met kip piripiri met salade en rijst en friet, een halve fles wijn, een creme brulee en een expreszo. Voor…tadaaa…€ 10,50. Wat denk je dat ik doe? Ik doe het. En het is werkelijk uitstekend! Zie je wel: ga in een vreemde stad altijd eten waar het druk is. Maar het eten is véél teveel allemaal. Ik laat een grote hoeveelheid staan. Als je drie keer per dag buiten de deur eet, dan moet je dagelijks écht beheerst eten en drinken, anders ga je vroeg dood. Echt waar. Als ik met mijn 1.95 meter onder de 88 kilo blijf, dan voel ik mij goed. Maar gelukkig verbrand ik veel energie met mijn wandelingen.

De Engelse mijnheer is 72 jaar, woont in Essex, ten oosten van Londen, en was bij Ford jarenlang eindverantwoordelijk voor de investeringen van innovaties, vertelt hij monter. Hij vertelt luchtig, maar met glimmende oogjes, dat hij, naast ‘zijn estate’, ook nog twéé Ferrari’s heeft. Met de oudste heeft hij lang geracet en is hij twee keer kampioen in zijn klasse geworden, praat hij verder.

Hij weet alles van de circuits in Engeland, het nieuwe in Portugal, Zandvoort, de Nordschleife bij de Nurburgring, Ferrari en Lamborghini, hellingshoeken en G-krachten en weet ik veel… Hij vertelt honderduit. Het duizelt mij van alle techniek.

Hij is voorzitter van een Ferrari-club en organiseert vaak evenementen. Daar komen beroemdheden als leden van Pink Floyd, Cliff Richard en nog veel meer op af.

Die andere Ferrari gebruikt hij op de circuits in Engeland en ‘gewoon’ als vervoermiddel op de openbare weg.

Maar hij wil ook alles weten van mijn motorfiets en mijn reis. Ik laat hem foto’s zien en vertel waar ik vandaan kom en wat mijn verdere plannen zijn. Hij vindt het prachtig. Hij wil ook weten of ik met mijn motor ooit op de Nordschleife reed. Met mijn antwoord dat ik ‘erg van het leven hier op aarde houd’ is hij tevreden.

Omdat zijn vrouw overleden is en ze toch geen kinderen hebben, overweegt hij nu om nóg een Ferrari F12 met 800 pk aan te schaffen. Die heb je niet voor 350.000 euro. De levertijd is twee jaar, dus hij twijfelt nog een beetje. Zijn overleden vrouw hield helemaal niet van Ferrari’s, zegt hij bedroefd. Ik denk dat hij eerder daar bedroefd over is, dan dat ze is overleden. Maar ja, in zijn laatste hemd zitten straks geen zakken, dus nú kan het, spreekt hij blij…

Hij is superhappy met mijn visitekaartje van Indian Ocean, het Indiase restaurant waar ik gisteravond mijn very very spicy Chicken Curry Madras at. Zijn vrouw hield ook al niet van Indiaas eten, vertelt hij, al weer wat mistroostig. Nou, ik denk wel te weten waarom hij niet zo droevig is over het verlies van zijn vrouw, hoor. Geen Ferrari, geen Indiaas, wat moet je nou met zo’n mens?

Het is laat geworden. We nemen afscheid. Nice, we share the same interests, zegt hij, en wandelt weg, zomaar uit mijn reisverslag…

Mooie dag. Gezellige lange avond.

The Catch of the Day:

Mancave

“Ik (Dolf Peeters) ben al man zolang ik het me kan herinneren. Dat is niet altijd een makkelijk, maar best wel een interessante situatie. Qua generatie hoor ik niet meer tot het slag mannen dat hun zachte kant alleen gebruikt om op te zitten, maar ben zeker geen man die constant zijn gedachten of erger nog, zijn emoties, wil delen. Maar ik probeer op mijn onbeholpen manier wel bewust en respectvol te leven.

Toen ik op mezelf ging wonen hield ik mijn behuizing en mezelf netjes. Als ik niet uit eten ging kookte ik voor mezelf. Wassen en strijken deed ik ook. Toen de liefde in mijn leven en huis kwam werd het er alleen maar beter op. Vrouwen leggen immers de lat hoger. Waar dat te ver boven mijn macht ging, gaf ik het graag uit handen. Van het wasjes draaien werd ik volkomen bevrijd toen ik een grote, zachte fijnwollen sjawl uit de wasmachine haalde als een klein, handzaam en best stevig servetje. Maar het samenleven en samen doen heeft mijn leven op een hoger plan gebracht. Ik heb een hoop geleerd van de liefde. In harmonie samenleven met een lid van het prettiger geboetseerde soort is een verrijking van het ongecompliceerde mannenbestaan. Je moet opeens wel met een heleboel dingen rekening houden. Maar die ying/yang gedachte? Daar zit wel wat in.

Die zelfredzaamheid is misschien ook genetisch. Toen mijn moeder overleed zorgde mijn vader er nadrukkelijk voor dat hij geen vieze oude man werd. Want dat is toch een op de loer liggend gevaar voor ons jongetjes. We kunnen zonder toezicht zomaar een heleboel dingen belangrijker vinden dan het huishouden of de eigen verzorging.

Ik heb dat ooit zien gebeuren bij een kennis die op de vraag van zijn echtgenote “Wat er nu eigenlijk belangrijker was, die motorfietsen of ik? “ een antwoord gaf dat misschien wel eerlijk, maar strategisch onhandig was. In het vervolg van dat antwoord vertrok zijn vrouw. Nadat hij dat had gemerkt haalde hij zijn eten bij de Chinees en de snackbar. Zijn werkgever zorgde voor bedrijfskleding en de bewassing daar van. Maar thuis, in de garage telde hij de zegeningen van het feit dat jeans en T shirts steeds lekkerder gaan zitten naar gelang ze ouder en viezer worden. Als kraanmachinist in de constructie veranderde er weinig. Aan zijn woonomgeving des te meer. Inhoud van de garage verhuisde naar de woonkamer. Dat gaf meer ruimte voor meer spullen in de garage. Intussen was de aanloop van handtamme en keurige motorvrienden aardig afgenomen. Dat had vast wat te maken met de steeds onoverzichtelijker situatie en de garage en de woonkamer. Gelukkig was er in de voormalig echtelijke slaapkamer nog ruimte nadat de twee andere slaapkamers ook tot opslagruimtes waren opgewaardeerd. De mensen die nog wel over de vloer kwamen hadden geen moeite met de praktische inrichting van de woning en het vrij liberale kattenbakkenversingsschema van de man die eindelijk alle tijd voor zijn motorfietsen had. Maar die bezoekers werden allemaal wel steeds excentrieker.

Dat ging zo door tot de woningbouwvereniging het wel welletjes vond. Er werd ingegrepen, begeleid gezorgd en gecoached. Met een hoop mankracht M/V werd de motorliefhebber weer in het gareel gemasseerd. En hij werd verliefd op een van de hulp verlenenden.

Die dame had gezien waar hij vandaan kwam en had besloten dat hij die weg niet weer op zou gaan. Ze zette hem strak onder curatele. Ze zijn intussen alweer vier jaar een koppel. In de kamer staat een motorblok. In de schuur staan twee motorfietsen. En de kattenbakken worden weer schoon gehouden.”

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters?

Via de volgende link bestel je zijn boek “Mannen, motoren, en wat meisjes”.

Verhalen van Dolf op onze website vind je via de tag Dolf Peeters onderaan elk artikel van hem.

Coos op Reis: LAPTOP

Het is bewolkt, somber, nat en koud. Tot 14:00 uur.
En méér zeg ik er niet over.

We vervolgen in onze serie verhalen van Coos op Reis.

Coos reist 3 maanden door Zuid-Europa en brengt ons dagelijks verslag uit. 

 

Het Belgisch hondenechtpaar nodigt mij aan hun tafel uit voor het ontbijt. Een keertje níet in mijn eentje eten is leuk. Het moet geen gewoonte worden, hoor. De honden herkennen mij al een beetje en de jongste gaat gelijk op mijn tas en mijn voeten liggen. Belgische gezelligheid…

Enfin, ik heb mijn paraplu dus óók niet voor niks meegenomen. En mijn goretex-wandelschoenen komen nu erg van pas. Dus gewoon naar buiten. Zo’n caravan is enig, maar ik ga er persé niet de hele dag in zitten. Daar ben ik echt te groot voor. Slapen ok, maar dan er op uit. Gewoon in de regen. Maar jôh, het wordt al lichter. Optimist tot in mijn kist…

Ik wandel naar Albufeira en maak wat sombere foto’s, uh…sfeerfoto’s, in de regen.

In een winkel heb ik een leuk gesprek met een jong meisje uit Nepal. Ze is qua lengte de helft van mij, maar wel net zo breed. Dat zegt wellicht ook iets over mij… Ze studeert IT en is een half jaar hier in Portugal. Mensen met een IT-opleiding hebben een riante toekomst voor zich, babbelt ze verder. Ze valt bijna om, maar gelukkig niet hoog hoor, als ik vertel dat ik bijna 50 jaar in de ICT werkte. Ze is leergierig en nieuwsgierig en wil alles van mij horen. Maar ook wáár ik vandaan kom, wat ik doe, waar ik heen ga en, of ik ooit in Nepal was etc. Nog niet, vertel ik haar, maar dat staat wel op mijn bucketlist. Met een gids en groepje op Royal Enfields motoren door de bergen op superhoogte. Dat lijkt mij wel erg gaaf… We zeggen elkaar gedag en ik stap weer de regen in.

Ik lunch vroeg. En bij een grote kachel. Tijdens de lunch probeer ik een autoverzekering met een goede bonus op de premie voor onze nieuwe auto te regelen. Die komt ergens in mei. Maar een scherpe premie vinden valt na ruim 25 jaar lease-auto’s niet mee. Ik ben er nog niet uit. Ach, je moet wat te doen hebben. Rond 14:00 is het droog. Zoals voorspeld.

Die morgen wandelde ik langs een muzikant die in de zeikregen een klaagzang zong over het weer. Als ik ‘s middags in een waterig zonnetje wéér langs loop, dan roep ik dat zijn lied zéker heeft geholpen. Ik bedank en schenk hem een euro. Met ‘dankjewels’ ligt vast zijn hele zolder vol, áls hij die al heeft.

Ik pruts met de iPhone en een paar meeuwen en fabriek ff op een bankje een grappige slowmotion-video in elkaar. Kijk maar hier:

Ik vervolg mijn weg en wandel het havengebied in. En na vijf motorwinkels en ruim drie weken zoeken, vind ik dan eindelijk in een duikwinkel (!) een waterdichte zak voor op de topkoffer van mijn motor. Topding. Voor slechts 13 euro. Ik ben er wijs mee, want in mijn vuilniszak zaten inmiddels gaten. Wíe wil mijn waterdichte zak zien? Nou?

Ik krijg wat vragen over mijn regenpak. Het is van Scott, het is elastisch en enigszins ademend, heeft een kleine pakmaat en is tweedelig. De jas is leverbaar in het geel of zwart, de broek alleen in het zwart. De broek heeft wel een bijzondere sluiting, maar dat werkt prima. Er is veel ruimte aan de onderkant van de pijpen, dus je hoeft op de vluchtstrook niet je laarzen uit. Het is wel wat duurder van een normaal regenpak. Goedhart Bodegraven verkoopt ze. Zie foto. De foto geeft ook een indruk van de pakmaat.

LAPTOP

Ik wandel strakkies vijf kilometer terug naar de camping, zet de kachel aan en ga een filmpje kijken op mijn laptop. Laptop? Ja, welke motorrijder heeft er nou géén laptop bij zich? Noem mij íemand!

Kijk nog even naar de catch of the day…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coos op Reis: THAISE MASSAGE

Het is weer prachtig weer. Geen wolkje aan de hemel, joh. In het zonnetje is het gewoon zomer, in de wind nog wat winters. Maar het is nog maar 09:30 uur, dus nog vroeg. The best is yet to come.

Ik boek bij de receptie nog twee nachies bij. Ik vind het hier heerlijk en heb het erg naar mijn zin. Het tarief stijgt met 15 euro per nacht vanwege de Paasvakantie. Das nu marketing. Hetzelfde product verkopen voor meer geld. Commercie is overal, zelfs voor straatarme zwervende motorrijders.

’s Morgens komen mijn Duitse buren altijd even naar buiten voor een praatje. Zij blijven meestal rond hun caravan hangen en ik ga altijd op stap. En zij houden scherp mijn geparkeerde motorfiets in de gaten. Het geeft mij een veilig gevoel.

Ik neem het risico dat mijn vrienden en volgers mij gaan haten, want ik weet hoe het weer in Nederland is, maarruh…. ik…uh… ga vandaag naar het strand…

Heerlijk met mijn e-reader en mijn Speedo-zwembroek (dochter Danielle zegt dat het nog wel kan..) en mijn strandlaken op maat. Huh? Strandlaken? Wéés eerlijk: elke goeie motorrijder heeft immers een strandlaken bij zich. En een paraplu. Toch? Anders snap je de wereld niet en ben je een mietje. Zegh… wat denken jullie dat ik ánders in die koffers en tassen heb? Nou?

Tijdens de koffie (zie prijzen..) raak ik aan de praat met een Belgisch echtpaar. Iets ouder dan ik. Ze hebben drie honden bij zich. Ik heb de honden in 30 seconden helemaal mesjokke. Ze springen een halve meter omhoog en bijten speels in mijn veters en in mijn handen. Het echtpaar woont bij Maastricht, op een paar kilometer afstand van de Nederlandse grens. Hij kon dertig jaar naar zijn werk FIETSEN! Hij wel. Ik heb jaren gehad dat ik 70.000 km per jaar reed.

Ze zijn hier van januari tot medio mei en zijn vrijwilligers in een red-de-hond-project. Een dame in de buurt runt een privé-asiel met 26 honden. Zij betaalt alle kosten zelf. Om de drempel zo laag als mogelijk te houden, vraagt zij voor honden die een thuisadres vinden, geen vergoeding. Ze hóópt alleen maar op een bijdrage van de nieuwe eigenaar.

Het echtpaar heeft tijdelijk de zorg op zich genomen voor een zes maanden oude jachthond. Ze betalen alle rekeningen van de veearts en voeden de hond op. Het is een scheetje. Hij kijkt mij met zijn trouwe hondenogen smachtend aan en gaat uitgebreid op mijn blote voeten liggen. Hij zoekt altijd huidcontact, verklaart de vrouw.

Communicatie is niet altijd eenvoudig, want man en vrouw praten gewoon dwars door elkaar heen. Het stoort hen overigens niet…

De hond is verwaarloosd en waarschijnlijk mishandeld. Maar als ze jong zijn, dan herstelt dat makkelijk, vertelt ze ervaren.

Zal ik hem meenemen naar huis?, denk ik. Zal hij dan onze je-weet-wel-kater Tijger van zijn troon stoten? Of gaat HIJ dan gewoon met zijn dikke reet in mijn stoel liggen als ik er niet ben? Gelukkig heb ik geen plek op de motor. Ik zeg de honden en de vriendelijke Nederlanders, ja in die volgorde, gedag en vertrek richting het strand.

Mijn favoriete muzikant zit bij zijn tunneltje. Ik hoopte er al op. Wow! Ik koop onbeschaamd de strandbedjesmijnheer met tien euro om en krijg een strandbedje tússen de muziek en het gebulder van de golven. De muzikant speelt minstens 2.5 uur aan één stuk door. Ik zit te soppen op mij bedje en schenk hem al mijn kleingeld als hij vertrekt.

Lekkere relaxte dag. Niks gedaan eigenlijk. Nou ja, een kleine 10 kilometer gewandeld tussen camping en strand. Lekker hoor.

THAISE MASSAGE


Owja. Ik ontvang wat reacties over mijn offroadtripje door de droge rivierbedding. Mijn vrienden zijn er ongerust over. Het valt wel mee hoor. Dit is geen Zuid-Amerika. Ik heb meestal bereik op mijn iPhone en Janny en Danielle kunnen 24 uur per dag tot op 6 meter nauwkeurig zien waar ik ben.

Dat laatste heeft ook wel wat nadelen trouwens. Ik moet wel altijd extra snel langs de Thaise massage en de GoGo-clubs rennen, anders heb ik er géén verhaal bij…

Wil jij meer verhalen lezen van Coos van der Spek? Klik dan op: Coos op Reis. 

Coos reist 3 maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons dagelijks verslag uit. 

 

 

Coos op Reis: NAAR DE STERREN

Soms krijgen we op de redactie kippenvel als we de verhalen van Coos op reis lezen. Dit, nummer 24, is zo een juweeltje van een verhaal:

Vandaag al wéér een pracht…nou ja, kijk zelf maar naar de foto’s…

Als je thuis ooit een hond had, dan weet je dat hij razend enthousiast werd als je zijn riem pakte. Naar buiten! Rennen! Uit! Als ik met mijn helm in mijn hand het terras op stap, dan gaat er een rilling door mijn motor. Zij gloeit helemaal. Mijn motorfiets en ik hebben vandaag een date. We gaan het samen doen… We gaan samen het binnenland in. Richting het noorden. Wij zijn zeer benieuwd…

Onderweg naar Paderne kom ik langs een oude vervallen fabriek. Daar kan ik vast wat mooie zwartwitfoto’s maken. Er staat nog een grote oude schoorsteen overeind. Een mooi plaatje van mijn motor, pal náást die schoorsteen, zit er echter niet in. Er liggen honderden spijkers en veel glas. Dan maar eentje van een afstandje. Een kinderhand is gauw gevuld.

Ik vervolg mijn weg en met wat zoekwerk op mijn Garmin, kom ik uit bij Castelo de Paderne. Ze zijn het oude kasteel uit 1200 aan het renoveren. Al heel wat jaren, lees ik op een bordje. Het schiet niet erg op. En als het aan die éne bouwvakker met dat éne emmertje ligt, die daar op z’n gemakkie in de hitte rondloopt, duurt dat proces nog wel even… Hij gaat zijn pensioen daar zeer zeker halen.

Het is wel heel leuk om er even rond te gluren. Ik banjer daar wel een uur tussen al die ouwe stenen. Wat zouden zij allemaal gezien en meegemaakt hebben? Prachtig!

In de verte zie ik een stokoude brug over de rivier liggen. Ik wil naar die brug! Ik heb een motor die óók offroad kan, dus ik ga er effe heen, besluit ik. Een tikkeltje impulsief, zal later blijken.

Ik pruttel en hobbel een paar kilometers door een oude, droge rivierbedding. Ik zie gaten, gleuven, kieren, hobbels, putten en de stenen worden groter en groter. Ik zit als een gekko op de buddy…

Ik draai weer om als het echt te gek wordt. Er is hier niemand, ik ben ver van de bewoonde wereld en heb geen signaal meer op mijn iPhone. Maar ja, ik moet en zal naar die brug… Ouwe idioot! Potver.

Het is een GSA, het is een BMW en ik ben geen Sissy, bedenk ik mij.

Ik spreek mijzelf wat moed in. Gewoon even omrijden en een andere route proberen. Ik heb weer wat signaal op mijn telefoon, schakel GoogleMaps in en pak het routepunt over naar mijn Garmin. Ik moet en ik zal! Ik gááá!

Maar ook deze weg wordt glibberiger en steiler. Daarnaast zie ik de stenen groter worden. Er komen steeds  grotere plassen op de weg en er staat hier geen zuchtje wind. Is het de warmte of de spanning? Het water staat in mijn bilnaad. Ik ga op mijn steppies staan. Dat doen de pro’s ook altijd… Ik heb het héét, jôh!

Maar man, zo’n loeizware GSA mét drie koffers en een volle brandstoftank is hier helemaal niet geschikt voor, joh. Dat willen ze ons bij BMW Motorrad wel wijs maken, maar dit is het leefgebied van een ouwe gebutste Yamaha 450 met noppenbanden. Zo eentje waar ik op tijd afspring als-tie valt. Waar ben ik toch in hemelsnaam aan begonnen?

Maar ik moet persé naar die brug, verdorie. Na een paar kilometer stop ik, parkeer mijn motor op een platte steen en ga de rest lopen. Een nieuwe zijkoffer kost namelijk 500 euro… Ik sta 50 meter bóven de brug, maar kan er niet op. Ik loop langs een oude molen en een waterval, langs scherpe takken en door drie dichte bosjes. Kansloos. Ik draai weer om. Ik geef het op! Kutbrug, de koelere!

Maar…ik vind later aan de weg wel een leuk en werkelijk keurig restaurant op een kruising. Met echt Flintstonemeubilair. Ik voel mij Fred: jabbedabbedoe! Ik zit er wel een uur in de schaduw, samen met een groot koel glas geperste sinaasappelsap. Als ik voldoende ben afgekoeld reis ik verder.

Op de hoogste berg in de omgeving tref ik een Boedistisch centrum. De zon schijnt nog steeds onbarmhartig aan de hemel. Het waait flink bovenop de berg. Vlak bij een trap staat een auto met een Spaans kenteken en daarnaast een stevig en warm ingepakte mevrouw in een rolstoel, samen met een mijnheer die sinaasappels pelt.

Of ik een stukje sinaasappel wil, vraagt de mevrouw in het Nederlands. Ze heeft het kenteken op mijn motorfiets gespot. We raken aan de praat en zij vertelt haar verhaal. Zij woont alleen, in Badhoevedorp, en was tot haar 37e jaar gewoon gezond. Maar in dat jaar werd ze kort na elkaar door een paar beroertes getroffen. Daardoor zijn vitale lichaamsfuncties uitgevallen. Ze kan sindsdien niet veel zelf meer. Zij is nu hier op vakantie. De meneer die bij haar is, is van een hulporganisatie en haar tijdelijke Spaanse buddy. Hij zorgt volledig voor haar tijdens haar tweemaandelijks verblijf in Albufeira. Ze delen een appartement. Zij heeft een lage uitkering, maar deze vakantie betaalt ze van haar PGB. Ik vraag wat het doel is van haar komst naar deze berg. Zij antwoordt: ik ga hier straks bij het beeld bidden voor alle mensen die het in de wereld minder hebben. Het kippenvel trekt over mijn armen en benen. Het maakt mij op dat moment héél erg nederig…

We eten met z’n drietjes een paar sinaasappels. Heel bijzonder op deze berg. Als ik haar vervolgens vertel dat ik in Albufeira verblijf, dan geeft ze mij het adres van een toprestaurant in de badplaats. We nemen afscheid, ik stap op mijn motor, zwaai en rijd ronkend de berg weer af.

TENSLOTTE

Aan het einde van de dag rij ik weer terug naar de camping. De zon schijnt en er staat geen wind. Ik dender over strak, kurkdroog en vreselijk betrouwbaar asfalt. Het is klasse A kwaliteit. Het niveau van een nieuw, maar ingereden circuit. Werkelijk een schitterende weg die als een woeste slang links en rechts door het bergachtige landschap meandert. Een ritmische afwisseling van korte bochten en zeer fraaie lange doorlopers. Toerental tegen het rode gebied. Quickshifter van 3 naar 4 en weer terug. Hoge snelheid. Geen onnodige bagage. Tank inmiddels half leeg. Lichtvoetig rijden. Dunne zomerhandschoenen aan. Chirurgisch gevoel in mijn vingertoppen. Scherp bochtenwerk. Motormanagement op dynamisch. Volle bak, alle pk’s los.  Mijn BMW en ik. Samen dansen in het laatste zonlicht, samen op weg naar The Golden Hour…

De laagstaande zon tovert glinstertjes in het asfalt. Het zijn nèt diamantjes… Miljoenen!

Het is….een rit dóór en náár de sterren, mijmer ik…

Wát een superdag! Eéntje voor in het boekje. Toppertje!

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. 

Mannen, motoren, en (wat) meisjes.)

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Coos op Reis: THE MESSIAH WILL COME AGAIN

( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)

“Het is inmiddels 20 maart.

De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…

Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.

Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.

Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.

Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.

Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.

Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.

Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….

THE MESSIAH WILL COME AGAIN

Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook  Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.

Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…

Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.

Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.

Even een korte impressie?

TENSLOTTE

Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!

Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….

Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”