Tagarchief: motorcolumnist

Braber Bouwt een caféracer

In maart 2021 stelden wij kunstenaar Jan Braber aan jullie voor. Je leest zijn interview hier. Eind 2021 verkocht hij zijn Moto Guzzi caféracer. Over deze verkoop lees je via deze link. Inmiddels begon het weer te kriebelen bij Jan en is hij aan een nieuw project begonnen.

Jan gaat het hele proces exclusief delen met de lezers van Ikzoekeenmotor.nl. Vandaag publiceren we deel 1. Jan schrijft ons:

Project van de bouw van een caféracer op basis van een Yamaha XJ900. De inleiding.

De caféracer is de meest basic motorfiets die je maar kunt bedenken. Ontdaan van alle overbodige onderdelenOoit begonnen in Engeland toen in de vijftiger jaren de ”Rockers” op zelf aangepaste motoren van het ene naar het andere café raceten.

Dit type motorfiets heeft mij altijd geïnspireerd. Het idee er zelf één te maken heeft me nooit los gelaten.

Na geproefd te hebben aan een Moto Guzzi caféracer op basis van een Le Mans III begon toch het idee (om zelf een caféracer te bouwen) vastere vormen aan te nemen.

Van idee naar project.

Ideeën genoeg. Eerst moest ik maar een geschikte en vooral betrouwbare beproefde basis zien te vinden.

Toen ik nog in Schoonhoven woonde had ik contact met John, mijn overbuurman en fervent Yamaha XJ900 rijder. Zo is het ook gekomen dat ik een paar toertochtjes met de XJ900 club heb mee gereden.

Tijdens die ritten heb ik een aantal waardevolle contacten met de motorrijders van de Yamaha XJ900 gehad. Veel gesprekken gevoerd en ik ben onder de indruk geraakt van de robuustheid van deze motor. Sommigen lopen 3 ton en er is er zelfs 1 die er 8 ton op de teller heeft staan. De techniek is zo te zeggen oersterk en weinig gecompliceerd.

Het uiterlijk van de originele XJ900 is dat van een toermotor uit de jaren 80/90, echter het frame heeft de eigenschappen om er een old school caféracer van te maken. Dit is slechts een voorbeeld van een XJ900.

Ontwerpen.

De volgende stap is het vinden van een geschikt uitgangspunt voor een eigen ontwerp. En er zijn inderdaad bouwers geweest die zeer geslaagde exemplaren op de weg hebben gezet. Zo is er ook een aantal wetmatigheden die leiden tot het vinden van de juiste balans in een caféracer. Zoals bijvoorbeeld de horizontale lijn onderkant tank en zadel. Of het einde van het zadel recht boven de as van het achterwiel. En het spel van de lijnen van het frame in relatie tot b.v. de schokbrekers. En alles bepalend is de tank van de motorfiets.

Hieronder zie je er een die wel heel erg geslaagd is.

Oké, mijn besluit staat vast, het wordt een motorfiets op basis van een Yamaha XJ900.

De motor.

Nou had ik al meerdere keren contact gehad met Edwin, de toercommissaris van de XJ900 club. In de tussentijd ben ik ook lid geworden van die club nadat ik een Yamaha TRX 850 heb aangeschaft. Weer net niet passend in de structuur van de XJ900 club, maar dat is in deze club geen enkel probleem.

Edwin had wel een exemplaar staan waaraan de metamorfose tot caféracer goed besteed zou zijn. En jawel hoor, daar stond ie dan. Al even stil gestaan, zwaar onder het stof, aluminium aangetast en een lege accu. Geen nood bij Edwin. Een accu uit een andere fiets gehaald, benzinekraan open en de choke er op, starten en lopen. We keken elkaar aan, zo van hé. En het blok draaide lekker rond zonder bijgeluiden. Dat wordt em. En Zeeuwen onder elkaar worden het gauw eens, dus het was een deal.

Enkele dagen later heb ik de motor gestript en in de aanhanger naar huis gereden.

Buren komen kijken, mijn vrouw komt naar buiten en allen kijken verbaasd naar de nieuwe aanwinst. Niet op de hoogte van het plan komen er superlatieven als wrak, roestbonk en schroot naar voren.

Maar ik weet dat er na een jaar een heel andere motorfiets staat. Je gaat het lezen de komende tijd.

Met hartelijke groet, Jan Braber

Coos op Reis: de ondeugende koe

Als ik dit schrijf is het 18 juni en al wéér mooi motorweer. Joepie!
Voor jullie lezers is dit het 97e verhaal in de serie Coos op Reis. De foto hiernaast die we al een tijdje als logo bij deze motorverhalen gebruiken komt uit dit reisverslag.

We gaan vandaag één van de hoogtepunten van onze trip rijden. We rijden naar het oosten en bezoeken Slovenië en Italië. Het wordt een lange dag. Wellicht moeten we maar voor één keer (!) een uurtje eerder vertrekken. Maar 09:30 uur is ook goed, hoor. We hebben immers vakantie. Het is geen strafkamp.

We rijden vanaf het hotel direct omhoog en pakken de eerste tien haarspeldbochten om daarmee koers te zetten naar het plaatsje Kötschach-Mauthen. Het dorp is met haar 3500 inwoners net zo groot als Linschoten. Een wereldstad dus.

Na een kilometer of zeventig buigen we af naar het zuiden, richting Kranjska-Gora. Het is het eerste stadje van Slovenië en de toegangspoort naar het Triglav Nationaal Park, het enige Nationale Park van Slovenië. In Kranjska-Gora maken we een stoppie voor de koffie.

Na de koffie rijden we verder Slovenië in. We stoppen bij de Bleski Vintgar: een indrukwekkende kloof van tien kilometer lang met duizelingwekkende hoogtes en sprankelende watervallen. De rivier Radovna stroomt tussen de steile hellingen van de Hom en de Bort en heeft een kloof uitgesleten. De Vintgarkloof is sinds 26 augustus 1893 toegankelijk. Langs de kloof is een houten voetpad langs de rotswand. Als je tijd hebt, wandel er dan een stukje doorheen. De waterval heet Slap Šum.

Verder naar het zuiden rijden we af en toe op smalle weggetjes die niet altijd goed geasfalteerd zijn. Het is soms best spannend… Terwijl ik dit schrijf denk ik aan Gerda. Ik weet niet waarom… We vervolgen onze weg en rijden 20 km door het Triglavski Nationaal Park. In dit park zijn vorig jaar jonge beren gespot. Maar das al een jaar geleden, hè! Inmiddels zijn ze vast volwassen geworden…

Na ongeveer 140 km vinden we een mooi plekkie voor de lunch.

We rijden langzaam weer richting Tolmezzo. Dan zitten we alweer in Italië. Vervolgens omhoog naar de bekende Plöckenpass (1357 meter). De pas is een mooie uitdaging. In de Eerste Wereldoorlog was de Plöckenpas deel van het Oostenrijks-Italiaanse front. Resten van de toenmalige verdedigingswerken en bunkers kunnen vandaag de dag nog bezichtigd worden.

In Kötschach kunnen we nog even goedkoop tanken en vervolgens rijden we via de Gailberghöhe met z’n tien hairpins weer terug naar ons hotel. We hebben een koel glas bier verdiend!

DE ONDEUGENDE KOE

We stoppen onderweg even voor een korte pauze. Aan de overkant van de weg arriveert iemand op een brommertje bij een woonhuis. De man kijkt even in het rond en vindt een mooi parkeerplekje op het gras. Tevreden wandelt hij achterom en verdwijnt in het huis.

De man heeft echter geen aandacht besteed aan de drie loslopende koeien. Eén koe wordt een beetje chagrijnig van het roestige brommertje dat plots op háár sappige grasveldje staat te stinken. De koe wandelt naar de tweewieler en zonder er maar even aan te snuffelen geeft mevrouw het plastic ding een enorme hengst. Beng, daar ligt de brommer! De koe draait zich om en gaat rustig verder met grazen…..

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day:

Wil jij die bijna 100 andere motorverhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: Cortina D’ Ampezzo in de sneeuw

CORTINA D’AMPEZZO IN DE SNEEUW

Het is maandag 17 juni (als Coos dit schrijft) en het is prima motorweer.

De ideale omstandigheden om onze serie Coos op Reis te vervolgen. Joepie! Zoals je in een vorig artikel al las ben ik tijdens mijn Balkanreizen even aangesloten bij mijn motorvrienden van MC Zegveld uit Nederland.

Bij MC Zegveld gebruiken wij al jaren een oud Afrikaans spreekwoord als motto: ‘Als je snel wilt gaan, ga dan alleen.

Als je ver wilt gaan, ga dan samen.
Bij MC Zegveld gaan we retever én retesnel….

De motorclub is inmiddels met 21 deelnemers volgens het draaiboek en het routeplan in Oberdrauburg (Oostenrijk) geland. Zij kwamen van ver en reden snel…

Wie of wat is MC Zegveld eigenlijk? MotorClub Zegveld is een kleine 25 jaar geleden ontstaan. Zegveld is een dorpje, in het midden van het land, een stukje ten westen van Utrecht. Daar is verder geen reet te doen. Er woont overigens geen enkel lid van MC Zegveld (meer) in Zegveld. We hebben de naam van de club nooit veranderd. En what’s in a name? Shakespeare schreef al eens: ‘ook al zou een roos anders heten, dan zou het nog steeds een mooie, heerlijk geurende bloem zijn, dus wat zegt een naam nu helemaal?’ En zo is het.

Onze motorclub telt circa 80 leden. We vormen een gewone afspiegeling van de samenleving: vrouw, man, kort, lang, dik, dun, jong en oud etc. De leden rijden allemaal op zware toermotoren en BMW is relatief stevig vertegenwoordigd. We hebben geen sjoppers of racers in onze club. We gaan te snel voor de sjoppers en de racers kunnen te weinig bagage meenemen tijdens onze lange internationale trips.

Het aantal écht actieve leden is wel een stuk kleiner dan die eerder genoemde 80. Het grootste deel van de harde kern is hier in Oostenrijk nu wel aanwezig.

We hebben een actieve motorclub. Elk jaar komt er in december een nieuwe toerkalender uit met nieuwe plannen voor dagritten, lange weekends en vakanties. We genieten per jaar met elkaar van zo maar 40 toerdagen.

Nou ja, kijk anders zelf even hier. Dan krijg je een goede indruk van ons. Een eerder filmpje uit 2017.

We slapen en eten hier in Oostenrijk de komende dagen in hotel Gasthof Post. Het is een prima hotel voor een grote groep motorrijders. Ik zou er echter met mijn meissie niet gaan zitten, dan zocht ik een wat meer romantisch hotel. En …. sinds 2020 of zo mag je in Oostenrijk binnen niet meer roken. Dat probleem is gelukkig opgelost.

Ik gaf al eerder aan dat ik hier in Oostenrijk wat minder tijd heb om een uitgebreid reisverslag van mijn belevenissen te schrijven. Ik zet jullie lezers een beetje op pauze. Maar ik heb wel mooie verslagen van de routes. En ik deel de foto’s natuurlijk. Jôh, weer ff iets anders.

Vandaag een nieuwe motordag voor en met de motorclub! We gaan het echte werk doen. De klus waar we voor gekomen zijn. Werk voor stoere vrouwen en mannen. De watjes en de Sissies blijven in het hotel of op de camping om de Libelle te lezen. Wij gaan een rondje de bergen in. En we gaan hoog. En koud. Bare Steering! Prachtige, stevig route van 300 kilometer. Genieten!

De route vandaag ziet er een beetje uit als een achtje, een soort brilletje We gaan naar het westen, naar Cortina D’ Ampezzo. Het is een fraaie en veelzijdige route. We rijden door dorpjes in Oostenrijk om daarna hoog in de Italiaanse bergen te belanden. Uiteindelijk komen we dan in Cortina D’ Ampezzo. Uiteraard stoppen we daar even. Het is mooi dorp. Tja, wel een beetje mondain, maar dat zijn wij, rijke stinkerds op onze vette BMW 1250-ers, natuurlijk ook.

Na de toegekende, maar later afgelaste Winterspelen van 1944, vonden in 1956 in Cortina d’Ampezzo de Olympische Winterspelen plaats. De schaatswedstrijden speelden zich af in het dertien kilometer verderop gelegen Misurina.

Bij Cortina zijn we al weer over de helft van onze dagroute. De rit gaat verder door de Dolomieten en weer richting het oosten, terug naar het hotel.

De dag eindigt met het verzorgen van de motoren, een biertje in het zonnetje op het terras en een warme douche. Daarna volgt het diner en maken we de avond met z’n allen gezellig met verhalen en met spelletjes. We zijn net een uitgelaten schoolreisje op kamp…

En nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

Wil jij die bijna 100 andere motorverhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bei fragen bitte klopfen

DE BALKAN – BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Op het moment dat ik dit artikel voor de serie “Coos op Reis” schrijf is het zondag 16 juni. Hoera! Het lammetje is weg.

Het dashboard van mijn lichaams-managementsysteem staat weer op ‘groen’. Alle organen en systemen zijn weer ‘normaal’ in bedrijf. En ik heb als een marmot geslapen. Joepie.

De zon schijnt, het is prachtig weer en al 25 graden. Mooi weer om een stukkie motor te rijden. Alle accu’s van de e-reader, helm, telefoon en reserve-accu zijn ook weer opgeladen. Wij kunnen onze wereldreis van 150 km vandaag makkelijk aan.


Voor mij begint vandaag de VBT: De VrijheidBlijheidToer. Dat moet ik even uitleggen. Deze traditie begon in 2006 als De TentenToer 2006. Met z’n vieren, op vier motoren en met vier tentjes naar Zwitserland. Zwitserland is een fantastisch motorland. Ik kwam er al op de motor met Janny in 1971. Met de Honda 250cc over de Furka, de Grimsel en de Süsten. Ik droom er wel eens van en zou daar dolgraag nog eens rijden.

Enfin, de TentenToer. Maar toen we eens met de motorclub in het Zwarte Woud uit onze tentjes wegspoelden van de regen, doopten we de toer om naar de TeringTentenToer. Man, man, wat een nattigheid toen.


De tententoer is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met circa 20 deelnemers. We worden wat ouder en zijn wat meer op luxe en comfort gesteld. En nu zitten de meeste leden liever in een hotel. Maar je mág gerust met je tentje. Wat jij wilt. Kortom, de jaarlijkse toer heet nu de VrijheidBlijheidToer!

Kortom, de nieuwe dag is begonnen! Ik trek mijn motor uit de garage en ga op weg. Heerlijk om weer te rijden. Al is het vandaag maar een stukkie. Ik zit weer te zingen in mijn potje. De temperatuur loopt snel op naar 29 graden.

Op de pas zakt de temperatuur naar 22 graden. Ik weet bijna niet meer hoe dat aanvoelt.

Rond enen ben ik in het hotel. De kamers zijn nog niet schoon. Ik zet mijn bagage vast buiten mijn kamer en stal mijn motor in de garage.

En dan eet ik een heeeeerlijke salade. Ich darf das!

Nog een paar uurtjes en dan denderen de vrienden en vriendinnen hier het grote plein van het hotel op. Ik sta dan als welkomstcomité klaar. Ik kan niet wachten…

BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN

Aanstaande woensdag houdt de motorclub een rustdag. Dan gaan we met de trein naar Villach.

Als OberMotorradSturmGruppenLeiter heb ik extra taken en omdat ik vanmiddag toch wat tijd over heb, zoek ik vast de wandelweg naar het treinstation, de vertrektijden van het openbaar vervoer en de prijzen uit.

Het is buiten dertig graden. Onderweg zie ik dat er dit weekend hier een feestje is geweest…..

Ik wandel het totaal verlaten treinstation in. Er heerst een doodse stilte. Dit is hier duidelijk géén Rotterdam CS…

Ik zie een kaartjesautomaat hangen en daarnaast is een loket. De zilvergrijze lamellen van het loket zijn potdicht. Ach, heb ik weer, flitst het door mijn hoofd: het is zondag en alles is weer eens gesloten.

‘Bei Fragen bitte klopfen’, hangt, geheel overbodig, tegen het glas geplakt. Uit balorigheid klop ik hard tegen het glas en roep: ‘Weer gesloten, hè! En de koelére, hoor!’

Ik spring van schrik een meter achteruit als iemand de lamellen opentrekt en vraagt wat hij voor mij kan doen…..

Whoeeehaaa!

En dit zijn ze dan. Mijn motorvrienden!

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: een wippie

DE BALKAN – EEN WIPPIE

Het is 15 juni als ik dit schrijf voor de serie Coos op Reis. Inmiddels heb ik heel wat liters water opgedronken. Ik heb er een waterbuik van. Ondanks de zakjes ORS van de apotheek én zelfs een extra zakje magnesium, dat ik vaak na het hardlopen gebruik, sta ik vannacht heel wat keren naast mijn bed vanwege kramp in mijn benen. Ik heb zélfs kramp in mijn handen.

En ik plas nauwelijks. Kortom, ik heb nog steeds te weinig vocht en te weinig juiste stofjes in mijn lichaam. Het lammetje blaat mij om 07:00 uur wakker. Maar heeft zich wel 24 uur koest gehouden. Ik zie vooruitgang en heb hoop.

Er valt een licht regentje. Heerlijk. Het verdrijft die zinderende warmte. Het is goed om vandaag hier aan het zwembad even rust te houden. De zon komt zo, maar mag gerust ook even wegblijven van mij. Ik kan toch wel lekker zwemmen. Eerst maar even een klein ontbijtje wegwerken. Want als ik niet eet, dan ga ik dood.

De eigenaar heeft vrijdag zijn nieuwe 250cc KTM-crossmotor laten bezorgen. In een bestelauto. Dat is nou het toppunt van luxe. De banden zijn nog niet eens vuil. Hij staat naast de ingang van het hotel, gewoon met de sleutels in het slot. Zo stond hij daar ook afgelopen nacht, vertelt hij… Mijn dikke 1200 staat in zíjn garage, drie keer op slot en met het alarm aan. Veel mensen leven makkelijker dan ik, bedenk ik mij. Of ze hebben gewoon meer geld om schades op te vangen.

Het familiehotel heeft vriendelijk en correct personeel; het gebouw staat op een gigantisch terrein en net een beetje uit de stadsdrukte. Ik hoor de weg, maar het is niet hinderlijk. In het fraaie restaurant kun je fantastisch eten. De echte Italiaanse keuken! En dus géén pizza. Ik schreef al eerder: ik houd van Italië. En dit hotel Albergo Ristorante Al Ponte in Triest is een aanrader. Een mooie tussenstop als je op weg bent naar Kroatië. En daar moet je zeker eens heen, hoor.

Aan het einde van de dag, na vier grote flessen water tegen hotelprijzen à vijf euro per stuk, maar ik heb helaas geen keus, denk ik dat het wat beter met mij gaat. Zonder Diacure, maar met ORS.

Tja. Verder gebeurt er vandaag weinig in mijn leventje. En iets verzinnen of liegen doe ik nooit. Dat wéét je…. Er was trouwens verder ook niemand bij het zwembad om mee te praten. Dus boekje lezen, afkoelen in het water, dutje doen, kopje koffie, tosti etc. Lekker een dagje in mijn Nothing Box.

En je ziet het gelijk: het verslag is wat korter. Wat minder bijzonder. Minder foto’s. Ik help je met afkicken! Vanaf maandag temper ik tijdelijk mijn verslaglegging. Maar …. nu toch nog even een bijzondere afsluiter.

EEN WIPPIE

Ik zit via de familiegroepsapp met Janny en Danielle te appen. Tja, ze hebben allebei geen Facebook, hè. Mijn leven gaat voorbij zonder dat zij het weten. Hahaha. Maar we delen via WhatsApp de dagelijkse gebeurtenissen.

Ik app dat ik voorlopig even hier aan het zwembad blijf. En wellicht vanmiddag met de bus naar het strand ga. Danielle vraagt vervolgens hoelang het rijden met de bus is naar het strand. Ach, antwoord ik, dat is vanaf hier maar een wippie.

‘Hoelang duurt een wippie?’, vraagt Janny, ‘want dat is al zo lang geleden, dat weet ik niet meer zo precies…’…😍

Danielle haakt gelijk af. Ik heb geen idee waarom…

O ja, de ‘catch of the day’:

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: het lammetje blijkt hardnekkig

DE BALKAN – HET LAMMETJE BLIJKT HARDNEKKIG

We gaan verder in onze serie Coos op Reis. Al enkele jaren schrijft Coos de mooiste reisverhalen op onze website.

We hebben in zijn rubriek al meer dan 90 verhalen gepubliceerd. Je vindt ze via deze link.

Mostar is de heetste stad van Europa, vertelt de eigenaar van het hotel. Het was gisteravond laat dan ook nog bloedheet in de stad. Toch trok ik om 23:00 uur op het terras een truitje aan en stapte rond twaalven rillerig mijn bed in. Ik voelde mij toen al niet lekker…

Om 01:00 word ik plots wakker. Het is pikkedonker en ik ben misselijk. En niet zo’n beetje. Het rommelt overal. Alsof de oorlog in Bosnië terug is.

Ik kijk een paar minuten naar het plafond, besluit dat het niet goed gaat, stap snel mijn bed uit, vergeet in de haast mijn brilletje met jampottenbodempies sterkte -5, zie daardoor in het donker de verhoogde drempel naar de badkamer niet en stoot vreselijk mijn teen. Ondanks de erg lelijke woorden, die indruisen tegen mijn gereformeerde opvoeding, haal ik de wasbak nog maar net. Een seconde later verlaat het lammetje  mijn lichaam. Ze komt binnen 10 minuten nog een paar keer in golven terug. En dan is de rust weergekeerd. Ik val weer snel in slaap.

Om 02:00 uur word ik weer wakker en dient het lammetje zich aan op een plek van mijn lichaam waar de zon nooit komt. Een klein sprintje, waarbij ik rekening houd met de drempel naar de badkamer, zorgt ervoor dat ik ‘s nachts niet hoef te wassen. Ik val daarna weer vlot in slaap.

Om 03:00 uur hoor ik buiten iemand een paar keer een motor starten. Het lukt ‘m niet. Kort daarna timmert iemand ergens op een stuk ijzer. Teringjantje… Ik vecht een halfuur tegen de aandrang om met mijn Rocky-1 mes in mijn blote kont te gaan kijken of ze aan mijn motor aan het rotzooien zijn. Die heb ik immers met gevaar op krassen en deuken een smal hellend vlak opgereden en uit het zicht, strak naast het hotel, geparkeerd. Mooi verhaal, maar hij staat wél buiten….

Om 05:00 uur flikkert in mijn kamer met een oorverdovende klap één of ander schilderij naar beneden. Het valt bovenop het keiharde parket en spat uit elkaar. Alsof er een mortiergranaat inslaat. Nu is het hier écht weer oorlog, denk ik even. Als ik ga kijken, zonder mijn -5 brilletje, zie ik in het donker ongeveer wat er is gebeurd. Het kan niet waar zijn. Ik stap mijn bed weer. Het duurt nu een poosje voordat ik slaap.

Ok. Vannacht is mij weinig slaap gegund, vind ik. Ik hoef gelukkig morgen niet naar mijn werk. Om 09:30 uur vertrek ik. Maar ik voel mij niet fit. Ben een beetje wiebelig. Maar dat is mijn motor ook, dus het moet saampies lukken. Here we go… Natuurlijk heb ik antirace-tabletten bij mij. Maar daar ben ik altijd wat voorzichtig mee, want dan houd ik binnen wat naar buiten wil.

Tja, ik eet natuurlijk ook drie keer per dag het eten dat anderen voor mij bereiden. Je moet er maar vanuit gaan dat alle kokkies de regels van hygiëne in acht nemen. Wassen zij hun handen na toiletgebruik, reinigen zij het gebruikte materiaal goed en maakt het schoonmaakpersoneel deurknoppen, kranen etc goed schoon? Werkt men in de keuken op een ordelijke manier? Je weet ut niet. Ik heb overigens wel een beetje smetvrees, realiseer ik mij. Anders koop je onder Tilburg immers geen water in flessen.

Maar goed! Op pad! Het is prachtig weer en nu met 27 graden al lekker warm.

Ik vertrek uit Mostar. Heb vannacht mijn plan gewijzigd. Ik verlaat per vandaag Bosnië. Het is niet mijn land. Teveel culturen bij elkaar. Teveel tegenstellingen, zienswijzen en uitingen. Ik voel mij minder vrij hier en ben immers onderweg naar de Vrijheid-Blijheid-Toer met mijn motorclub in Oostenrijk. Ieder zijn mening en zijn geloof, maar ik ga terug naar Kroatië. Dat is een vakantieland. Meer zeg ik er niet over.

Ik creëer een mooie route en rijd avontuurlijk binnendoor. De wegen zijn half verhard en soms deels onverhard. En vaak erg smal. Het is een mooie en spannende trip terug naar de kust.

Ik fotografeer wat mooie bloemen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf code geel als reisadvies af voor Bosnië. Dat wist ik voor ik vertrok. Ik blijf hier dan ook altijd op het asfalt en durf vanwege eventuele mijnen niet van de gebaande wegen af te wijken. Onderweg zie ik veel zwerfvuil en illegale stort van vuil. Complete wasmachines, televisies en bankstellen. Het is werkelijk asociaal. En op de wegen zie ik nogal wat slangen. Dood en levend. Het asfalt is natuurlijk lekker warm. Daar houden ze van. Ik ook, als het niet te gek is tenminste. Het is inmiddels 35 graden.

Via mijn fantasieroute kom ik terug richting Kroatië. Via het scherm van mijn Garmin navigatiesysteem kies ik wat piepkleine weggetjes uit en kom via een gehucht de grens over. Gelukt! Er is hier geen file en de grenscontrole is een fluitje van een cent. De politieman vraagt zelfs de kentekenpapieren van de motor, maar als ik bereidwillig afstap om mijn topkoffer te openen, gelooft hij het wel en mag ik zonder verdere controle doorrijden. Ik maak nog even een praatje. Hij vertelt dat overdag in de bossen patrouilles met honden lopen en dat ’s nachts drones met infraroodcamera’s vliegen. De Europese Unie houdt haar grenzen daar goed dicht.

Om 13:00 uur stop ik in Promajna mijn motor. Ik wandel een schaduwrijk terras op. Het ligt nog een tien meter van zee en er staat een heerlijk windje. De ober verwacht dat ik een halve liter bier wil hebben en rent al bijna weg. Nou, dan flikker ik vanmiddag echt van mijn kasteel, hoor. Of over één of ander muurtje.

Maar als je niet eet, dan ga je dood. Dus ik bestel een lichte lunch, maar laat zelfs daar nog een deel van staan. Het water smaakt mij eigenlijk nog het beste. Ik heb zo’n krankzinnige dorst de hele dag.

Ik heb op dit tijdstip al meer dan anderhalve liter vocht op. Zou ik suikerziekte hebben? Ik ga weer snel op mijn buddyseat zitten. Dat voelt lekker veilig…

Rond 16:00 uur meldt het lammetje zich weer aan. Ik zet mijn tanden op elkaar en vervolg mijn weg. Rond 16.30 uur kies ik voor een stuk snelweg om wat eerder bij mijn privé-toilet te zijn. Ik heb een afschuw om op een vreemd toilet de broek te laten zakken. Vréselijk. Jaja, ik weet ut, ik ben een Sissie. Maar het is aangeboren, want ik had het als kind al. Ik heb vrienden die zelfs in een drukke en bezeken kroeg gaan zitten bouten. Nou, mij niet gezien.

Maar het lammetje dringt nu wel héél erg aan. Ik knijp ferm de billen bij elkaar en probeer aan iets anders te denken. Bij Starigrad gooi ik de handdoek in de ring. Ik ben kansloos. De krachten zijn werkelijk enorm. De natuur wint. Het lammetje wint. Het water staat mij op de rug. Ik moet, ik moet, ik moet… Ik kan aan niets anders denken.

Bij het eerste de beste restaurant knijp ik de rem in, gooi de machine op de zijstandaard, laat de boel de boel en trek een sprintje het restaurant door terwijl ik als een debiel roep ‘toilet? toilet? toilet?’. Ik haal het … nét. Met mijn motorlaarzen aan en met mijn dikke motorbroek aan. Op het nippertje… En ik vergeet niet om tijdig mijn bretels veilig te stellen. Ook niet onbelangrijk. Hèhèhè…

Ik heb vandaag ruim 300 km gereden. Het is mooi zat. Dus wandel ik hier zomaar een stukje de boulevard op, spreek een vrouw aan van in de zeventig die in haar tuin staat te werken en vind bij haar een prima appartement. Het ligt direct aan zee en het heeft een prachtig uitzicht over het water. Haar woonkamer op de begane grond is van haar en van haar gasten.

Fantastisch!

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

 

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: Dubrovnik en De Man

DE BALKAN – DUBROVNIK en DE MAN

We gaan verder in onze serie Coos op Reis.

Het is schitterend weer vandaag. Tuurlijk. Het is om 07:00 uur al 26 graden.

Daar heb ik vannacht weinig van gemerkt met de airconditioning in de slaapkamer.

Het lammetje is weer voorbij. Das nu weer vaste stof. Deze informatie is alleen voor de oprecht geïnteresseerden natuurlijk. Bedankt voor alle belangstelling (not).


Ik ben nog maar tien minuten onderweg en de afsluiter van mijn verslag van vandaag zit al in mijn hoofd… Dat is wel lekker.

DUBROVNIK

Monter stap ik even voor tienen de bus uit en loop direct tegen een restaurant aan met een bord waar op staat English Breakfast. Daar hou ik van, dus ik stap het terras op. Het echtpaar naast mij zit al aan een fles rosé. Hatsekidee. Ik denk gelijk weer aan die fles rosé van een paar dagen terug: Kutjevo. Sommige dingen vergeet je nooit.

Voor slechts 200 Kuna mag ik én de stadsmuren én het kasteel bezoeken. Ik wandel boven de stad op de stadsmuren en dat is erg leuk. Het is een traject van twee kilometer en de uitzichten zijn schitterend. Deze muren werden al in de 12e eeuw gebouwd. Het zijn indrukwekkende verdedigingswerken.

Het is ondertussen bijna dertig graden. De zon fikt. En van mijn Alle-Duitsers-Zijn-Na-Pinksteren-Naar-Huis-Theorie klopt helaas ook geen ene reet.

Het is zó vreselijk druk, hier. Wat een mierenhoop.

Op de stadsmuur is eenrichtingsverkeer ingesteld en ik zie daar zelfs filevorming. Met gekmakende kwebbelende en alleen maar selfies-makende Japanners. Die overigens altijd in grote groepen ronddrentelen en veelal hinderlijk in de weg staan.

Ik maakte deze reis vóór het beruchte Corona tijdperk. Maar ik zie hier nu al Japanners met een mondkapje lopen. Jéétje. Die dragen ze sinds de aanval met Sarin in 1995. Je weet het immers maar nooit… En dan toch een selfie maken. Er loopt een Japanner naast mij met een neusuitsparing in het kapje. Jaaa, hallo, wat heeft zo’n kapje dan voor zin?

Japanners kunnen slecht tegen de warmte. Iedereen puft en loopt met waaiers. Zelfs eentje met een ventilator op batterijen. Nou, ga morgen maar ff mee op de motor, hoor. Maar nou opzij. Zal ik er eentje van de muur afschoppen? Wat denk jij? Zij zijn immers óók fout geweest in de oorlog. En dan gelijk een Duitser erbij doen? Haha.

Ik heb, geloof ik, weer wat nieuws gevonden om over te zeiken. Deze keer een belangrijk onderwerp!

Ik bekijk filmbeelden van de beschieting door het Joegoslavische leger van de stad in 1991. Marineschepen nemen de stad vanaf zee met daverende klappen onder vuur. Jachtvliegtuigen in de lucht. Ik herken plaatsen waar de zware granaten inslaan. Ik liep daar zonet. Het is dramatisch. Gewonden, huilende en dode mensen. Vernietigde gebouwen, bijna allemaal cultureel erfgoed.

Auto’s en boten in brand. En plotseling is ‘die oorlog van toen’ weer zó dichtbij. In de film loopt een vrouw in een witte jurk met een grote herdershond langs het haventje, waar ik net koffie dronk, als het schieten begint. In blinde paniek rent ze links en rechts zigzaggend over de weg, haar hond met zich meetrekkend. Als ze een schuilplaats vindt, trekt ze, met enorme schrikogen, de grote hond naar zich toe. Die denkt dat het een spelletje is en springt kwispelend tegen haar op. De tranen springen….. Sterk spul, dat Fisherman’s Friend…

Ik wandel weer verder over de verschroeiend hete muren. De stenen moeten wel 50 graden zijn. Op een terras zit een man in de schaduw een ansichtkaart naar huis te schrijven. Het bestaat echt nog.

Het is 13:45 uur en ik heb al anderhalf liter water op. Burn baby, burn! Tijd voor de lunch in de schaduw.

In Dubrovnik mag ik de kerk in met blote schouders en een kort hardloopbroekje. Ik snap dat wel. Ze hebben natuurlijk mijn Facebookpagina van een paar dagen terug gelezen.

Na mijn bestorming van de muren wandel ik door Stradun, de hoofdstraat van het stokoude Dubrovnik, bekijk de klokkentoren, het paleis van Rectar en de hele bliksemseboel. Ook in Dubrovnik zijn opnames gemaakt van de fantastische serie The Game of Thrones.

Proppers overtuigen mij dat ik voor tien euro 45 minuten met hun glasboot mee moet om bij een ander eiland te gluren. De boot vertrekt over vijf minuten. Ik doe het. Lekker uitwaaien op het water.

Iedereen heeft ergens op de wereld een dubbelganger. Henk van Rookhuijzen ook. De kapitein van de boot is mijn motormaat Henk. Henk woont normaal in Gouda. Maar vandaag dus ook in Dubrovnik.

Het is net Henk hè?

Werkelijk, zij lijken als twee druppels water. Alleen als Henk hier is, scheert hij zich fatsoenlijk. Dat ziet er wel beter uit. In Gouda loopt hij er wat vaker als Landru bij. En eerlijk is eerlijk, Henk kan lekker varen. Hij doet het goed. Hij doet trouwens net alsof hij mij niet herkent. Snap ik wel. Hij zal hier wel zwart werken. Die verzekeringslui zijn niet altijd betrouwbaar.

Henk van Rookhuijzen zelf.

Henk lult ook plots mooi Kroatisch. Goed gedaan, jochie. Motorclub: geen paniek, ik neem Henk zondag gelijk mee naar Oostenrijk.

Maar wacht vrijdagmorgen niet op hem in De Meern. Hij moet hier nog zijn kapiteinswerk afmaken.

Mwah. Ik heb 12 km gewandeld. Op mijn sandalen. Beter blaren dan hete poten, dacht ik vanmorgen. Ik heb maar drie dingen aan. Het is er heet zat voor. Er zijn hier nog mensen die een lange broek dragen. Maar ja, ik heb mooie benen… Dat dan weer wel.

Rond zessen ben ik weer terug op mijn strandje en geniet ik van het zonnetje, een koel biertje en de meer dan geweldige loungemuziek uit de paddo’s in de tuin. Wat een zaligheid, wat een heerlijke plek. Weet je wat? Ik neem nóg een biertje! Proost!

DE MAN

Onderaan de straat stap ik weer in de bus. Die ruikt naar warme mensen. Bus 6 brengt mij voor 15 Kuna naar The Old City. Ik rijd in de bus achteruit. De andere stoelen zijn bezet. Achteruitrijden is uiterst onnatuurlijk voor mij. Verder heb ik er altijd een hekel aan als ik niet weet wat er achter mij gebeurt. Op de motor komt het gevaar van voren. In de bus komt het vanachter. Dat is een wetmatigheid die ik net zit te verzinnen. Zoals zoveel trouwens…

De bus stopt bij de volgende halte en een zwerm toeristen bestormt het voertuig.

Ik ben fris gedouched en draag een luchtig shirt zonder mouwen. Plotseling krast een scherp voorwerp langs mijn arm. Net zei ik het nog. Als het komt, dan komt het vanachter. Een … uh …. wat forse man heeft een tas op zijn rug hangen. De wat erg forse buik van voren en zijn rugtas van achteren maakt het gangpad wel heel smal. Hij schraapt de gesp noges over mijn arm, draait zich om en duwt nu zijn dikke buik tegen mijn arm. Hij ademt zwaar en lange haren krullen uit zijn neus. Mijn voorkeur gaat uit naar de scherpe gesp…

De lege stoel naast de mijne is een stuk hoger geplaatst. Wellicht zit het wiel van de bus daar onder. Geen idee. Ik zie de dikkerd twee keer likkebaardend naar de lege stoel kijken. Ik doe snel een schietgebedje. Het helpt niet.

En ja hoor. Hij waagt het om in de schuddende en rijdende bus verlekkerd te kijken, half over mij heen te kruipen en moedig op weg te gaan naar de lege stoel naast de mijne. Zonder een enkele gène.

Het past niet, denk ik. Het past niet, het past nooit…

Geen idee hoelang het voor jou is geleden dat je in een bus zat, maar er is daar net zoveel ruimte als in het kleedhokje van een oud sportfondsenbad van twee eeuwen terug. De lomperd heeft niet eerst zijn rugtas afgedaan en zit nu, met de rugtas op, als een enorme reus klem in een te klein toilet. Hij kan geen kant op.

Vervolgens begint hij omstandig de rugtas af te doen. Ik deins achteruit om een elleboogstoot te voorkomen. Zwetend en puffend verricht hij zijn missie. Hij doet zijn machtige blote benen wijd en zet daar zijn tas tussen. De man puilt aan alle kanten over zijn stoel… Daarna schreeuwt hij iets in het Kroatisch naar zijn vrouw, die achter in de bus staat. Je leest het goed: zij staat… De man is inmiddels geïnstalleerd en het hoogteverschil tussen zijn stoel en de mijne brengt mijn neus naast zijn linker oksel zit. De man gebruikt géén deodorant, constateer ik.

Ik spurt de bus uit als de chauffeur omroept dat dit de halte voor de oude stad is. Wat een vreselijke onbeschofte hork. Een varken. Nee, laat die Jappen maar rustig stiefelen, ik flikker die hork wel van de muur. Whoehaa!

Heb ik een foto? Hèhè … Ik wist immers al héél snel waar mijn verhaal vandaag over zou gaan…

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: Concert at Sea

DE BALKAN – CONCERT AT SEA.

Het is half bewolkt. Ik ga vandaag 27 graden zien. Het wordt een mooie motordag en ik popel om heerlijk samen op pad te gaan.

Hier mijn volgende verhaal in de serie ‘Coos op Reis’.

Het is al weer donderdag 6 juni. Whoeii, de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. En dát heb ik. Ik ruim de koelerebende in de caravan op, loop van binnen naar buiten met mijn spullen, sjor in mijn luchtige niksie alles op de motor, geniet nog even van de omgeving, trek mijn motorpak aan, rol zachtjes naar de receptie en laat de rekening opmaken. Er komen ook nog schoonmaakkosten bij, laat de receptioniste weten. Ze knippert zelfs niet met haar ogen. Schoonmaakkosten, dat zou elk weldenkend mens in een hotel heel raar vinden. Maar ik sluit mijn ogen, kijk niet naar de nota en betaal met mijn creditcard het totale bedrag. En de rest vergeet ik. Heel snel. Het was hier tof. Dat blijft mij bij. Bij wie mag ik een poossie slapen als Janny het op de bankafrekening ontdekt? Ik mik op een week of zes…

Braska is alleen toegankelijk met een elektrisch voertuig. Das prettig voor al die ronddwalende toeristen, maar niet voor een hongerige en zwaarbeladen motorrijder die met zijn dikke
verbrandingsmotor op jacht is naar een ontbijt. Ik skip dus Braska.

Maar …. slechts dertig kilometer verder heb ik geluk (!) en vind ik een supermarkt met een bruin broodje en …. mét kaas uit Gouda. Die ze overigens gewoon in Kroatië maken, zegt de dame. Wat een copycats, wat een Japanners, hè?

Terwijl ik mijn broodje buiten opeet, vraagt een langslopende Kroaat hoe ik in staat ben om zo’n zware en groots bepakte motor te rijden. Als hij rolt, dan doen de gyroscopische krachten de rest, vertel ik hem luchtig. En als hij stilstaat, dan helpt mijn 1.95 meter mij, grap ik. Zijn auto is werkelijk aan alle kanten gedeukt. Dus ik snap zijn vraag wel… Voor hem is alles moeilijk.

Ik dender door een dorpje en moet persé even stoppen voor een kleurig fotootje van een karretje met houten wielen. Het is zo’n tafereeltje, net een schilderij. Leuk!

Als ik de tolbrug van CRK terug naar het vaste land neem, lees ik de aankondiging ‘Free exit from CRK’. Ik moet gelijk aan Hotel Californië van The Eagles denken… Weet je nog? I had to find the passage back to the place I was before, ‘relax’, said the nightman, ‘we are programmed to receive, you can check-out any time you like, but you can never leave…!’. Ik geef een poep gas, trek de quickshifter een paar keer omhoog en verlaat het eiland. Dag eiland, tot ziens! Ik kom bij je terug. En sneller dan je denkt.

THE MAN AND HIS MACHINE

Aan de kant van de weg staan borden waarop staat dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Een stukje verder rijd ik tegen de staart van een flinke file aan. Ik kan zover niet kijken. Het is warm. Voor mij te warm om in de rij te gaan staan. Al op mijn 18e jaar danste ik twee keer per dag met mijn Honda 250 door de drukte van het smalle Maastunneltraject. Dus op z’n Rotterdams slinger ik mijn kasteel naar links, geef twee toefjes gas en knal langs de file. Ik passeer een paar keer groepjes Italiaanse BMW-rijders. Het zijn wel dertig motoren. Ze staan braaf tussen de auto’s op hun beurt te wachten. Ik wuif vriendelijk naar ze, maar kan niet zien of ze terugzwaaien. Ik denk het niet. Mijn kasteel en ik eindigen hélemaal vooraan, bij het rode stoplicht. Zó hoort dat, daar heb je immers een motor voor. Als ik arriveer, springt het licht gelijk op groen en dáár ga ik: gepromoveerd als voorrijder van een héle grote Italiaanse BMW Motorclub. Hahaha. Das genieten. Ik heb ze niet meer gezien, trouwens… Sissy-Boys!

Een stukje verderop rijd ik langs een apotheek. Het grote gebouw staat niet in een winkelcentrum,  maar gewoon langs de doorgaande weg. Een beetje in the middle of nowhere, zoals een benzinestation. Maar … het gebouw is wel helemaal rondom in een zwaar uitgevoerde stalen kooi gezet. Wow, wat een macaber gezicht. Voor mij geen gezellige plek om even een paracetamolletje te halen. Het verkeer is ter plekke helaas te druk om mijn motor te draaien voor een foto.

Rond 12:00 uur ben ik in Senj. Honderd kilometer verder. Weet je nog? Het plaatsje dat ik vanaf de camping kon zien. Senj blijkt een populaire plaats voor motorrijders te zijn. Ik drink daar mijn eerste
kopje koffie van deze dag, gooi mijn tank vol en reis verder.

En dan … volgt de kustweg. Het is de E65 en dat klinkt niet erg avontuurlijk. Maar hij is werkelijk waanzinnig. Het is gewoon één grote gemeen slingerende slang en absoluut de natte droom van elke motorrijder. Natuurlijk, je kunt met volle bak alle bochten gummen. Koffers aan de grond en je schouders intrekken om de struiken niet te raken. Ondanks de waarschuwingsborden, is het asfalt betrouwbaar en stroef. Maar… dat is dan wel zonde van de omgeving. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en onderdruk een paar keer de neiging om achterstevoren op mijn buddyseat te gaan zitten. Ik wil gewoon niks missen en alles drie keer zien. Het water, de vergezichten, de rotsen, het groen en al die mooie bloemen. En die eilanden in de verte, elke keer weer. Ik heb het gevoel er tussendoor te rijden. Zoooo mooi! Dit zijn nou de momenten dat ik het jammer vind dat ik ze met niemand kan delen. Was er nou maar iemand bij mij zodat we even samen hand in hand konden
grienen…

Ik rijd een stuk of tig brommertjes voorbij. Ze rijden de Kroatische JubileumToer van de Tomos. Stìnken, die twee-tact dingen! Haha. Het herinnert mij aan vervlogen tijden. Aan mijn jeugd. Ik reed in 1969 een Kreidler. Een Puch had niet de kwaliteit die ik toen al wenste, en een Tomos al helemaal niet. Maar ach, het maakt niks uit, dit clubje heeft duidelijk net zoveel plezier met hun tochtje als ik.

In Prizna pak ik voor 47 Kuna de veerboot naar Stara Novalja. Hij gaat over een uur. Kan ik mooi even lunchen. Ik maak een praatje met vier jonge Italianen. Zij reizen in een auto en bieden mij een halve liter koud bier aan. Ik bedank vriendelijk. Ik donder in deze warmte zo van mijn motor af.

Op de veerboot klets ik gezellig met een echtpaar uit Duitsland. Ze rijden een BMW 1250 GS. We maken wat foto’s van elkaar. Ze rijden ongeveer dezelfde toer en zijn nu onderweg naar Zadar en pakken daar de ferry naar Italië. Ze willen graag de Amalfi-kust rijden. Heee, mijn trouwe lezers veren nu op, want die kust reed ik immers vorig jaar.

Het schiereiland is magisch voor mij. Die bleke, kale rotsen. Het doet mij denken aan de Mont Ventoux, de favoriete plek van mijn oudste vriend Bas Bijl. Maar hier voegen de waanzinnige vergezichten over het water er een extra dimensie aan toe. Het is allemaal niet te vangen in een foto. Het is het gevoel. De verlatenheid. De verdorde struiken. De loslopende schapen. De honderden stenen muurtjes. Ergens rijd ik tussen metershoog olifantengras door. Het is zó kicken! De natuur is overweldigend. Een oergevoel bekruipt mij. Geweldig.

Ik zie in dit gebied echter ook veel vervallen en verlaten huizen. Of ze zijn oud en nog steeds niet af. Komt het door de oorlog? Of de recessie? Ik heb geen idee.

Rond half zeven vind ik mijn onderkomen bij Vodice. Dat ligt in Dalmatië. Het is een hypermodern huis op een camping met twee badkamers van een Poolse organisatie: CroatiaCamp.dot.com. Ik betaal een hotelprijs.

CONCERT AT SEA

‘s Avonds wandel ik vier kilometer langs de zee naar het levendige plaatsje Vodice. Vanaf morgen is daar een Concert at Sea. Verschillende muzikanten zijn nu al in het donker aan het oefenen. De generale repetitie. Ook een of andere populaire Kroatische meidenband. Een jonge knul naast mij zingt alle teksten woordelijk in het Kroatisch mee en danst en swingt en is zó aanstekelijk dat hij al zijn vrienden en vriendinnen meekrijgt. Zij vinden de muziek best wel geinig, maar die jonge gast is echt een muziekliefhebber, gaat compleet uit z’n bol en is helemaal in de zevende hemel. Prachtig.

WoW. Wat een mooi en verstild moment. Ik sta daar, op de boulevard, kijk zo eens links en rechts om mij heen, zie rechts het helverlichte podium en links de pikdonkere zee. Het is windstil. De muziek is prima, het enthousiasme van het publiek en de inzet van de artiesten ook. Ik ruik het zoute water en de temperatuur is nog helemaal goed. Wát een momentje. Ik sta met kippenvel op de kade, het ontroert mij. Zoooo mooi! Toffe avond. Ik kan hier gewoon niet weg. Het wordt vanzelf laat. Dat dan weer wel…

Morgen verder! Vroemmm…!

Voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Coos op Reis, klantenbinding

DE BALKAN – KLANTENBINDING

Het is woensdag 5 juni, op het moment dat ik dit schrijf.

De dag (in deze aflevering in de serie Coos op Reis) begint met wat bewolking.

De temperatuur is echter meer dan prima.

Mooie gelegenheid om even wat spullen te wassen. Gewoon in de spoelbak in de keuken. Tip van Coos? Ik heb een tube van HG ‘Op-Reis-Wasje’ bij mij. Erg handig voor een snel wasje. O.a. bij de Hema. Motorvriendin Mely heeft ook een tip: gewoon doucheshampoo gebruiken. Dat scheelt weer plek. Ik pak spullen in die ik niet meer nodig heb en draai mijn motor vast om, met de neus naar het einde van het tuinpad. Zonder bepakking kan ik makkelijker met haar manoeuvreren.

Morgen (donderdag) reis ik weer verder, besluit ik. Het ontbijt op de camping is duurder dan het diner in het dorp… Mijn geld is op. Gelukkig heeft Janny geen Facebook, anders moest ik in het schuurtje slapen als ik over een poossie weer thuiskom. Of ik mag helemaal niet meer thuiskomen.

Waarom is deze camping zo duur? Schaarste. Eén van de centrale begrippen in de economie. Schaarste bepaalt de prijs. Start een naaktcamping, vraag de hoofdprijs en houd anderen ver uit de buurt, als je snel rijk wilt worden.

Maar eerlijk is eerlijk: het is hier super, prachtige omgeving, een waar paradijs met rondom glashelder water van 20 graden. En … ik geniet elke middag tijdens de lunch van de waanzinnige loungemuziek van Buddha Bar (koekel!). Mmmm… Ik zou daar zo de muziek kunnen verzorgen; volledig mijn smaak.

Korte blik terug? Ik wandelde gisteravond ruim na 23:00 uur vanuit het havenstadje Baska terug naar de camping. Twee kilometer via een prachtig donker kustweggetje over de klippen. De zee diep onder mij. Halverwege bleef ik even staan om van de rust en het tafereel te genieten. Heel ver over de inktzwarte zee zag ik de stad Senj liggen. De lichtjes van de boulevard lagen als een ketting van parels aan de rand van het water. Wat een momentje… Daar rijd ik morgen met de motor, mijmerde ik. Helaas is de veerdienst tussen Baska en Senj enige jaren geleden gestaakt. Ik zal daarom 95 kilometer moeten omrijden. Nou ja, of ik nou hier of daar rijd? Ik moet toch ergens zijn…

Maar goed. Terug naar nu. Nog een heerlijk dagje relaxen. Inmiddels schijnt de zon volop.

Ik monteer mijn compacte Sunset Chair van Helinox (wérelds!), bewapen mijzelf met mijn Kobo E-reader en ga aan de rand van de Adriatische Zee zitten. Genieten. Tijd zat. Tijd is immers niet iets dat gaat, maar iets dat komt. Tijd is wel begrensd. Het is een niet-hervulbare bron. Daarom heb ik natuurlijk altijd zo’n haast met leven, bedenk ik mij. Mijn leven loopt gewoon tussen mijn vingers weg terwijl ik er een beetje bij sta te dromen. Zo is het. Mooi, hè?

KLANTENBINDING

Herinner jij je ook nog die trainingen die jou moesten leren om ‘dichter’ bij je klant te gaan staan? Zo kreeg ik ooit bij Commit Information Systems (powered by Campina Melkunie) een driedaagse training Customer Intimacy en een cursus Klantgericht Werken. Daarna waren collega’s plots óók mijn klanten.

Later volgde ook nog een workshop Klantgericht Denken. Ik zal er nog wel meer hebben gehad, maar die ben ik vergeten. Joh, jaren negentig. Het paste allemaal prima in de tijdgeest van toen. Ik liep ook alle dagen in een driedelig kostuum. Prachtig allemaal. Ik zou er niet meer aan moeten denken, maar ik gooi mijn certificaten niet weg. Haha.

De eigenaresse van het havenrestaurant, waar ik vanavond met prachtig uitzicht op de rustige zee zit te eten, heeft zeer waarschijnlijk geen enkele training op dit gebied gehad. Dat weet ik zeker. Daar is hier simpelweg geen tijd en geen geld voor. Nee, zij komt na het eten even gezellig aan mijn tafel zitten, wijst naar de druivenranken boven mijn hoofd, biedt mij een ‘grappa van pappa’ van het huis aan, geeft vriendelijk gelijk de rekening en zegt ‘tot morgen’, als ik vertrek. Daar hoef je echt geen academische opleiding voor te hebben. Vriendelijk voor je klant zijn is zóóó simpel allemaal…

TENSLOTTE

Net als ik vertrek, begint, onder leiding van een accordeonist, een grote groep mensen liederen van het land en de zee te zingen. Het klinkt reuzegezellig. Als ik naast de groep even sta te genieten, biedt een man mij gelijk een stoel en een drankje aan. Hij graait met zijn eeltige handen een doorzichtige fles zonder dop en etiket van tafel. ‘Negen jaar gerijpte cognac en zelf gemaakt’, zegt hij trots. We proosten samen en ik smeer hem snel…

Ik moet te voet, en in het pikkedonker langs de kliffen, nog heel wat meters stijgen naar de camping… Pffff…

Móói afscheid van deze omgeving.

Nog één extra foto gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle andere verhalen van Coos ook eens lezen? Je vindt ze via:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis, cairns en het echte verhaal

DE BALKAN, CAIRNS ÉN HET ECHTE VERHAAL, VOLGENS HENK

Het is dinsdag 4 juni. (Toen Coos dit schreef dus… We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, momenteel vanuit de Balkan). Wie veel reist, kan veel verhalen, is een mooi spreekwoord. Maar ja, ik reis momenteel niet. Dus weinig te verhalen? Mwah…

“Ik leg hiero in het zand streeploos bruin te bakkuh en te braaie en een beetje te nixen, te lezen, te zwemmen en lekkere dingen te eten.” Heerlijk! En ik kan trouwens heeel goed lui zijn… Ik zou hier zo maar een week kunnen blijven. Of twee. Als ik maar rijk genoeg was.

CAIRNS

Cairns zijn steenmannetjes: op elkaar gestapelde natuurstenen. Per cultuur hebben ze een andere functie en betekenis. Het stapelen vraagt vaardigheid en geduld en werkt therapeutisch.

Zo links en rechts zie ik op de camping deze natuurmannetjes staan. Vast een enthousiasteling die overal zijn ‘tag’ zet, denk ik. Net als graffiti-artiesten. Of een reu, die overal tegenaan pist. Of een BMW-rijder met zijn BMW-pak, zijn BMW-helm, zijn BMW-laarzen en zijn BMW-shirt.

Gistermorgen ging ik op het strand rechtsaf, dus nu ga ik naar links. Een beetje variatie en wellicht is daar ietsje meer lebensraum. Met mijn 1,95 meter heb ik nu eenmaal een enorme spanwijdte.

En daar vind ik de artiest! Tot aan zijn knieën in het water staat hij zijn stenen te zoeken, te selecteren op grootte en gewicht, het evenwicht te bepalen en buitengewoon voorzichtig zijn steenmannetjes op te bouwen.

En als ik mijn iPhone voor een foto pak, dan stapt hij geduldig even opzij. Hij is er hele dagen mee bezig, vertelt hij. Hij vindt het gewoon leuk en ontspannend om te doen. Leuk, hè?

Tja, verder heb ik vandaag geen pleisters geplakt of chagrijnige wijven ontmoet of zo….

Maar … voor degenen die gisteren de reactie van mijn motorvriend Henk misten, heb ik een dessert. Ik herhaal zijn bericht. Zijn zienswijs mag persé niet op mijn podium ontbreken…

HET ECHTE VERHAAL, volgens motorvriend Henk:

Beste Coos, dit gedeelte uit je verslag miste ik gisteren. Waarschijnlijk is het per ongeluk verwijderd bij het ter perse gaan van je bericht. Maar gelukkig heb ik het nog kunnen redden…

De eerste dag in het kamp ontkleed ik mezelf en begin ik, weliswaar nog wat onwennig, rond te wandelen.

De eerste persoon die ik tegenkom is een uiterst mooie, rondborstige blondine. Het gevolg was direct duidelijk te zien aan het enige mannelijke lichaamsdeel dat nooit liegt: er volgde onmiddellijk een erectie. De blondine merkt de erectie op en zegt: “Meneer, u heeft mij geroepen?”. Ik schrik me het lazarus. “Nee, absoluut niet, wat bedoel je?”. De blondine zegt: ‘Oh, u moet nieuw zijn hier. Ik zal het uitleggen. Het is één van de regels hier dat als u een erectie krijgt, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Glimlachend neemt ze me mee naar de zijkant van het kiezelstrand, legt haar handdoek neer en laat me mijn lusten botvieren.

Maar de verkenningstocht is nog niet over. Wanneer ik ga zitten, moet ik plots een scheet laten en binnen een paar minuten komt er een enorme grote, nogal gore, harige gozer naar me toe. “U had mij geroepen? ‘, vraagt deze. “Neen, neen, wat bedoel je?”’, vraag ik. “Oh, u zult nieuw zijn hier”, zegt de man. “Het is hier één van de regels dat als je een scheet laat, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Ik weet niet wat me overkomt, hij pakt me vast en draait me om en begint zijn lusten op me bot te vieren.

Ik waggel uiteindelijk terug naar het kantoor van het nudistenkamp en word begroet door een glimlachende, naakte receptioniste. “Kan ik u helpen, mijnheer?”, vraagt ze beleefd. Ik roep: “Hier is mijn kaart, hier zijn mijn sleutels van de caravan en hou mijn 500 euro verblijfsbijdrage maar. ‘Ik vertrek meteen”.

“Maar mijnheer”, antwoordt ze, “U bent hier nog maar een paar uur en u heeft nog niet eens al onze faciliteiten bekeken”.

“Luister”, zeg ik, “ik ben 69 jaar, ik krijg nog ongeveer één keer per maand een erectie, maar ik moet wél minstens 15 keer per dag een scheet laten!”.

Fijne avond, mannen!

Met de groeten van motorvriend Henk van Rookhuijzen

 

Beperkte levensruimte vandaag, maar nog voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”, ga dan naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/