Tagarchief: motorcolumnist

Coos op Reis: VIAGRA

We volgen al een tijd de reisverhalen van Coos van der spek. Als je op de foto klikt (of hier op deze groene tekst) dan kom je vanzelf in de hele serie, dit is vandaag verhaal nummer 63…
De laatste verhalen publiceren we nu ongeveer elk weekend.

Ik ben in Porto Sant’Elpidio. Het is bewolkt en af en toe piept de zon er even tussendoor. Het is een graad of 20, het voelt lekker zwoel aan en er komt een zacht windje van zee.

Ik besluit om nog een nachtje hier te blijven en wandel na het ontbijt naar de boulevard, hier honderd meter vandaan. Het is 1 mei. De Dag van de Arbeid. Ze vieren de invoering van de achturige werkdag. Nou, daar begin ik niet meer aan, hoor. Dat is zonde van mijn vrije tijd. In Europa is deze dag in bijna alle landen een officiële feestdag, op een paar landen na waaronder Nederland. Ze noemen het in Italië Primo Maggio, één mei. Dat is makkelijk te onthouden.

De Italianen brengen feestdagen veelal door met familie. Ze gaan ergens met z’n allen in een park picknicken of ’s middags met elkaar uit eten. Ik zie het glaswerk en het bestek al verwachtingsvol glimmend op lange gedekte tafels in de restaurants liggen.

Op de boulevard is markt. En zeker niet zo maar eentje. Deze markt is ruim vier (!) kilometer lang. Ik wandel langs festiviteiten voor kinderen, een kermis met een spookhuis, botsautootjes en allerlei draai- en beweegdingen waar ik al misselijk van word als ik er naar kijk. Het is net Koninginnedag. Er is muziek en tussendoor bewegen allerlei artiesten zich. Het is ene grote happening en de hele provincie heeft hier vast het hele jaar naar uitgekeken. Het ziet zwart van de mensen. Volk uit het dorp, maar ook boeren en buitenlui.

Achter de markt een groot veld en … plots ontdek ik waar al die campers gebleven zijn. Lekker gezellig daar, hoop ik voor ze…

Erg leuk om op zo’n markt rond te snuffelen. Ze verkopen werkelijk van alles: schoenen, kleding, gereedschap, noten, kruiden, pannen, open haarden, kussens en heel veel eten en drinken.

Er is trouwens niks maar dan ook helemaal niks op die markt dat ik graag zou willen hebben.

Het betekent dat het óf allemaal zooi is of dat ik alles al heb. Ach, ik zou er op mijn motor toch geen plek voor hebben.

Ik sta een poos te kijken bij een grappige act van een man in een kinderwagen. Hij praat tegen de toeschouwers met een piepstemmetje en heeft twee poppenarmpjes. Zo meteen vind jij het ook leuk… Als twee vrouwen een selfie met hem maken, knijpt hij hen plotseling van onder zijn kleed uit, in hun kuitjes. Iedereen giert het uit. Kijk maar:

De Italiaanse racefederatie heeft, op het asfalt van een stuk parkeerplaats, voor de koters een circuitje afgezet. Er staan, pal naast de kassa, piepkleine pikzwarte motortjes te wachten op racegrage jochies. Een juf knoopt ze vluchtig wat slecht passende bescherming op hun onderbenen en onderarmen om en zet ze vervolgens een veel te grote helm op. Het beschadigde vizier klapt steeds hinderlijk vanzelf weer naar beneden. De knulletjes krijgen verder geen protectie en ook geen handschoenen aan. Hup, in je T-shirt en je korte broek op die motorfiets stappen. De Italianen gieten het gevaar met de paplepel in.

Sommige jochies stuiven zó weg en nemen de bochten als ware coureurs. Erg leuk om te zien. Ik zit er wel een uur te genieten.

Een jochie met een Tom&Jerry-helm op, kijkt waarschijnlijk al jaren met zijn vader naar de MotoGP en ziet zijn held Valentino Rossi op televisie elke bocht op volle snelheid met het grootste gemak nemen. Wees eerlijk, als je het op de buis ziet, dan lijkt het voor leken ook allemaal erg eenvoudig.

Het joch krijgt nog wat aanvullende instructies van de stalmeester. Maar ik zie dat hij er niets meer van hoort. Hij heeft ‘de starende blik op oneindig’. Op het moment dat de kleine man op zijn machientje stapt, is het een ander mens geworden. Hij gluurt met een waas voor zijn ogen door het beschadigde vizier van de te grote helm, die inmiddels half over zijn ogen is gezakt. Hij tilt zijn kin op om redelijk te kunnen kijken. Híer staat Valentino Rossi de Tweede, nu nog in de dop. Hij geeft vol gas en stuift onverschrokken weg en … rijdt bij de allereerste bocht gewoon rechtdoor tegen de opblaasvangrail aan. De motor veert terug en hij verdwijnt met zijn blote beentjes in de lucht achter die dikke witte lekkende opgeblazen worst. Ik zie alleen zijn teentjes in zijn schoentjes spartelen…

Ik moet gaan zitten van de lach. Het is zó komisch en zó snel gebeurd. Gewoon rechtdoor. Beng! Hij nam niet eens de moeite om de bocht te nemen. Geen idee hoe dat nou moest. Nooit aan gedacht.

Met hulp van de stalmeester krabbelt hij weer op. De meester zet ‘m op de motor en draait hem soepel de goede rijrichting op. Rossi stuift weer weg en gaat er als een kamikazepiloot vandoor. En beng noges tegen de opblaasvangrail. Hij valt wel vijf keer, maar blijft het prachtig vinden. Geen enkele angst. Net als allebei zijn ouders trouwens. Die staan er heel gelaten bij. Wat een rare
ouders. Koop later lekker een ouwe auto, jongen, denk ik. Je hebt duidelijk geen talent.

Ennuh …. gelukkig ben ik te groot voor die pokkedingen. Ik hoef niet… Pffff.

Eén moeder is echt verstandig. Dat zou mijn moedertje kunnen zijn. Zij haalt haar kind ervan af als hij twee keer in het opgeblazen condoom is gereden. Klaar. Gewogen en te licht bevonden. Later gewoon direct voor zijn autorijbewijs op laten gaan, mevrouw. Geef hem elke keer een hengst voor zijn harses als hij maar naar een tweewieler kijkt. Het zit niet in zijn DNA. Motorrijden moet in je genen zitten. Je kunt wel lessen nemen en het een beetje leren, maar pas als je vader het motorvirus in je moeder heeft geïnjecteerd en het werkelijk in je DNA zit, dan word je een motorrijder. Een echte. Eentje die met gevoel en instinct rijdt. Eentje die angst heeft én lef. Die zweeft tussen voorzichtigheid en roekeloosheid. Maar altijd binnen de lijntjes blijft. Geen gewone weggebruiker wil zijn. Die zitten immers veilig in koektrommels te appen op hun smartphone.

Bijna aan het einde van de boulevard speelt ruim een uur lang een Pink Floyd Tribute Band. Een gratis Concert at Sea. Mooooooi man! Wat een geluk. Tegen half zes spelen ze ook nog het lievelingsnummer van elke rechtgeaarde Pink Floyd-fan: het bijna zeven minuten durende Comfortably Numb van het album The Wall uit 1979. In deze song wordt Pink, de hoofdpersoon van het album, langzaam gek en kan alleen onder de invloed van toegediende medicatie nog ontspannen. De zee als decor, het zachte briesje over het groene gras, het geroezemoes, het gedrentel van de Italianen achter mij, het sfeertje en de ozo bekende tonen in mijn oren. Ik heb in mijn lange leven nog nooit hash gebruikt, nog nooit ergens een snufje van genomen of een raar pilletje geslikt. Vanaf The Rolling Stones  ben ik gewoon groot en oud geworden met de muziek die door mijn hoofd en met mijn ziel speelde. Ik was met Janny bij concerten van Pink Floyd zoals in 1977 bij Animals Rotterdam-Ahoy. Ik heb dit specifieke nummer wel duizend keer gehoord in mijn leven. De tranen lopen over mijn wangen…. Pffff.. Blijft sterk spul, dat Fisherman’s Friend.. Móóier wordt het deze reis niet. Stukkie meekijken:

Net zoals de Veluwe voor de Nederlanders is, is de oostkust duidelijk voor de Italianen. Op de markt, op de hele camping en in restaurants zie en hoor ik geen enkele andere nationaliteit. Alleen maar Italianen. Die dan ook echt alleen maar Italiaans spreken en nauwelijks Engels.

Mijn wereld is klein en erg lokaal vandaag. Ruim 20 kilometer in de benen.

VIAGRA

Op de markt ontdek ik bij een kraampje een wel héél bijzonder kaasje… Als een mevrouw van middelbare leeftijd ziet waar deze zestigplusser een foto van neemt, krijg ik een vette knipoog van haar…

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

De zoektocht naar motor-accessoires

Onze trouwe lezer, motorrijder, sleutelaar en motorcolumnist Ton Eppenhof vertelde ons een paar dagen terug over het afscheid van zijn prachtige BMW R80R. Hij heeft opnieuw gekozen voor een oude liefde en een nieuwe Royal Enfield gekocht. Ton is een motorrijder die bewust keuzes maakt, en dingen uitzoekt. Zijn motorfiets “moet kloppen”. In dit artikel vertelt hij ons over zijn zoektocht naar accessoires.

“Ik kocht al ooit eerder een nieuwe motor maar deze keer zocht ik al naar accessoires voordat ik de motor had. Iets wat toch elke keer weer moeilijk is maar toch ook een leuke bezigheid. Als je al net zoals ik al jaren last van je rug hebt en toch graag wil motorrijden moet de zitpositie op de motor perfect zijn. Zadel stuur en voetsteunen moeten perfect aansluiten op mijn lichaamslengte. Het liefst zit ik rechtop met armen die niet gestrekt zijn.

Dus waar begin je met die zoektocht? Eerst begon ik bij de lijst van originele accessoires van Royal Enfield. Daarna ging ik kijken bij Facebook groepen en natuurlijk kom je al snel bij bedrijven zoals Hitchcocks Motorcycles. Ze hebben werkelijk alles voor je Royal Enfield. Maar ja; wat is goed en wat is qua prijs aantrekkelijk. Zelfs voor mij blijft het nog steeds lastig om iets te vinden wat doet wat ik ervan verwacht voor een juiste prijs en kwaliteit. En dan komt er momenteel met aankopen uit Engeland weer een probleem bij omdat de kosten na de Brexit voor ons hoger uitvallen.

En dan komt ineens de kracht van Youtube in zicht. Je doet een zoekpoging en je krijgt nog veel meer info dan je zocht. Zo vond ik de leuke video’s van Stuart Fillingham. Deze man besteedt hier zoveel tijd aan en hij geeft geweldig veel goede informatie. Hij maakte het voor mij een stuk eenvoudiger. Ik had stuurverhogers nodig en ook een beter zadel en hij heeft beide in zijn video’s besproken. Zijn keuze is iets waar ik meteen in kon meegaan. En ik moet eerlijk zeggen dat doe ik niet snel omdat er zoveel roepers zijn zonder kennis. Maar als Stuart Fillingham het zegt, klinkt het alsof het de waarheid is. Zelfs de valbeugels die ik wilde, werden besproken in zijn video’s en ook die kocht ik origineel van Royal Enfield. Ik bedenk ineens dat ik ook het flyscreen besteld heb, wat hij liet zien en gemonteerd heeft op zijn Interceptor. Zo zie je maar weer de invloed van Youtube.

En dan kom je bij de moeilijke maar ook weer zeer persoonlijke keuze. Soms wil je bagage meenemen op de motor. Vaak zijn het maar kleine dingen en ik wil geen rugzak dragen op de motor. Een rugzak kan je rug breken als je ooit eens wat sneller van de motor komt dan je verwacht had.

Dan zijn mijn eisen voor bagagerekken en tassen of koffers zeer hoog. Zeker bij deze motor wil ik geen koffers die het hele aanzicht van de motor overheersen maar ik wel wel iets wat praktisch is en ook waterdicht. Royal Enfield heeft veel accessoires maar ze zijn niet allemaal even praktisch en soms zijn ze gewoon lelijk zelfs. Gelukkig zaten er ook veel dingen tussen hun accessoires die wel voldeden aan mijn eisen. Iedereen heeft natuurlijk een andere smaak en niks is het beste. Ik ben dus nog steeds op zoek naar iets wat voor mij het beste werkt, wat wel aansluit op de lijn van de motor, maar ook iets wat praktisch gezien ideaal is.

Soms kom je dan tot de ontdekking dat de ene fabrikant een rek goed maakt, maar dat je nergens kunt zien of dat ook wel past op je motor met dat andere ding dat je ook wil monteren. En hoe ziet het rek eruit als de koffers of tassen ervan af zijn?

Al met al blijft het lastig en ik ben ook wel benieuwd hoe andere mensen dat altijd doen. Als budget geen rol speelt is het natuurlijk al een stuk eenvoudiger maar zelfs dan is de juiste keus maken nog moeilijk. Soms heb ik het gevoel dat ik de lastigste klant ben. Ik ben niet gauw tevreden maar als ik tevreden ben dan mag iedereen het weten.

Hoe doen jullie dit ? Tegen welke problemen lopen jullie aan bij de zoektocht naar accessoires?”

Van een BMW R80 naar een Royal Enfield Interceptor 650

Van onze trouwe lezer en motor hobbyist Ton Eppenhof kregen we dit weekend een prachtig verhaal over de aanschaf van zijn volgende motorfiets. Hij zette voor ons zijn overwegingen, keuzes en ervaringen op de mail,  enfin, lees mee:

“Alhoewel ik de BMW R80 een leuke motor vind, heb ik toch altijd wat gehad met Royal Enfield. Jaren geleden reed ik met mijn 350Bullet. De naam Royal mocht er toen nog niet op staan. Het was gewoon een Enfield. Het was toen een leuke motor maar totaal ongeschikt voor een stukje snelweg. Kwalitatief waren ze toen  zeer slecht. Maar toch was dat oude beestje een motor om verliefd op te worden. Dat gevoel kwam ook weer terug toen ik de eerste Interceptor in het blauw bij Joppen zag staan. Ik had bij veel Royal Enfield dealers al uren in de showroom gestaan en schijnbaar was ik voor veel verkopers toch echt onzichtbaar. Misschien wilde ze niet echt motoren verkopen. En na een tijdje ging ik met wat fotootjes weer terug naar huis.

Gisteren (4 sept.) ging ik eerst kijken bij van Doorn motoren in Ammerzoden. Ik had een proefrit gemaakt en ik was prettig verrast door de goede rijeigenschappen van deze motor. Sjaak had me ook netjes geholpen en veel info gegeven. Ik had tijdens en voor de vakantie al met meerdere dealers contact gehad en één ervan was Axels bike shop in Heerhugowaard. Ik had dus al wel in Ammerzoden gevraagd wat de mogelijkheden waren en wat de accessoires zouden kosten. En alles op papier laten zetten. Maar ik vond toch dat ik ook nog naar Axels bike shop moest gaan omdat we al eerder contact hadden gehad en ik had er ook een goed gevoel bij. Dat gevoel werd bevestigd toen ik daar aankwam.

Foto: links Frank van Halem en rechts Ton Eppenhof, de Royal Enfield is verkocht

Na een lange rit had ik een gesprek met iemand die een rijschool had die ook gevestigd was binnen Axel’s Bike Shop. Hij nam me meteen mee naar het koffieapparaat en ik kreeg een lekkere bak koffie aangeboden. Na een tijdje kwam de verkoper( in ben zijn naam even kwijt) maar die gaf netjes aan dat zijn werktijd er zo op zat . Ik wilde nog even het geluid van de Interceptor met de standaard uitlaten horen dus hij heeft nog even een Interceptor gevonden voor me zodat ik dat geluid even kon horen. En nog wat vragen voor mij beantwoord. En weer een bakje koffie erbij natuurlijk. Daarna koppelde hij me aan Frank. Frank had al een terugkoppeling gehad over mijn berichtje bij “Passie voor motoren”. Ik zeg altijd meteen wat ik denk en ik had mijn wensen ook weer even doorgegeven over dingen die ik graag wilde op de motor. En toch daar de deal kunnen sluiten. Het is een aardig team bij Axels bike shop. Ik ben bij beide dealers netjes behandeld maar ik koos er toch voor om te kopen bij Frank (Axels Bike Shop). Vooral omdat ik daar eerder contact mee had. Beide dealers kwamen op mij zeer goed over en ik zou ze allebei aanbevelen. Dat kleine doosje dat ik meekreeg was overigens ook leuk. Allemaal kleine leuke hebbedingetjes. En ook wat ik zelf mocht uitzoeken daar, dat was ook iets leuks. Ik maak er straks nog een fotootje van. Bedankt alvast Frank, ik ga vast genieten van de mooie Interceptor die binnenkort klaar zal zijn.”

Coos op Reis: EEN LUIER DAG

In onze serie Coos op Reis publiceren we vandaag zijn 54e verslag. Hij schrijft dit op een voorjaarsdag ergens in april. Zijn motorfiets waar hij in februari op vertrok, heeft vandaag een rustdag. 

Het is 22 april vandaag, Coos is in Livorno! Om 08:00 uur maak ik ff ruzie met de wekker. Luister: míjn dag begint vandaag pas om 09:30 uur, want ik heb een hoesterige nacht achter de rug. Teveel pollen in mijn neus.

Het is strakblauw en gelukkig niet meer zo warm als gisteren. Dat maakt veel goed. Bij de receptie meld ik dat ik nog een extra dag blijf. Díe nacht kost dan slechts 75 euro. En als ik dan nog een nacht blijf kost die maar 63 euro. Bijna net zo’n progressief tarief als de parkeermeter van vorige week.

Overigens is werkelijk al het personeel zeer voorkomend en vriendelijk. Dat is heel opvallend. Hier zeker geen Spaanse buschauffeurs. En helemaal de jonge generatie. Ze hebben er allemaal plezier in. Er werken veel mensen uit andere landen op de campings. Das maar goed ook, want ik spreek net zo goed Italiaans als Portugees.

Na het ontbijt op de camping wandel ik met mijn stoel en e-reader naar het privéstrand van de camping, op één minuut van mijn mobilhome. Ik kan voor vijf euro een bedje huren. Ik heb nog maar vier euro contant geld in mijn portemonnee en de geldautomaat hangt vier kilometer verderop. Ach, vier euro is ook wel goed, zegt de sloeber. Hij brengt mijn bed op de plaats waar ik hem wil hebben. Plots voel ik mij een snob.

Mijn wereld is klein vandaag. Ik heb er een mooie foto van. Ik geniet van mijn stoel en mijn bedje, de pollenvrije zeelucht, het briesje, het uitzicht, de bootjes in de verte, het zachte geklots van het water tegen de rotsen, de zon, de dames in hun bikini’s, mijn boek en natuurlijk … de luid telefonerende Italianen om mij heen. Waar zouden ze het over hebben? Ik herken alleen woorden als internet, iPhone en pizza. Zelfs het woord internet spreken ze Italiaans uit. In die carnaval-attractie van de Efteling draaien ze één deuntje terwijl ze je in een eierdopje (en ze zijn geteld!) door verschillende landen trekken. Weet je nog? En ook daar slagen ze erin om dat ene deuntje in het Japans, Frans, Duits en Italiaans te laten klinken. En je herkent het dan gelijk.

Mijn lunch komt uit Toscane. Zelfs het glaasje witte wijn. Op het zonovergoten terras van het restaurant op de camping. Het is voor mij een feestje. Hier hou ik van. Tja, wie niet?

Na de lunch ren ik terug naar mijn bedje. Achter mij vier luid ratelende Italianen. Volgens mij maken ze ruzie. Ik hoor het nog precies 30 seconden en ga vervolgens een uur in coma. Ze hadden mijn been eraf kunnen zagen en elkaar met het bloedende eind om de oren kunnen slaan, ik was er niet wakker van geworden.

Verder nog iets beleefd? Jazeker, een harpoenvisser met de allergrootste zwemvliezen van de hele wereld. Lijkt mij een soort V8-motor voor onder water. Ging twee meter naast mijn stoel het water in. Toch nog een actiefoto vanaf mijn luierplek. Best wel makkelijk. Er is een Chinees spreekwoord: men moet heel lang op een stoel wachten, voordat de gebraden haan in de mond vliegt. Nou, da’s net gebeurd. Ik hoefde niet eens op te staan voor mijn fotomoment.

Om 17:30 uur heeft iemand op een fluitje geblazen. Ik heb het niet gehoord, maar zoiets moet het zijn geweest. Ondanks het feit dat het nog steeds strakblauw en schitterend weer is, is als ik om mij heen kijk, plots iedereen als bij toverslag verdwenen. Allemaal naar huis. Morgen moeten ze de Italiaanse economie weer opstarten…. Zet ‘m op!

‘s Avonds eet ik rond 21:00 uur een heerlijke met olijfolie overgoten gegrilde dorade in een sjiek restaurant, een stukje wandelen, verderop aan zee. Romantiek in mijn eentje!

Pfff. Retedrukke dag vandaag. Bíjna geen tijd gehad om te lezen…

NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON

We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, met hier verhaal nummer 48 van Coos van der Spek. Momenteel vanaf de kust in Zuid Frankrijk.

Zonnig en droog. Prachtig weer. Het wordt 22 graden. Ik blijf lekker nog een dagje hier. En pas morgen is het, daar waar ik naartoe wil, ietsje beter weer. Dan doe ik het allemaal net effe slimmer.

De receptionist van de camping vertelt dat hij mijn verhaal op Facebook heeft gelezen. Hij heeft het via Google Translate naar het Frans vertaald en las zijn uitleg over de duivelsweg weer bij mij terug. Het is allemaal zó ver weg, maar de techniek brengt ons zó dichtbij… Mooi!

Ik besluit om vandaag naar het volgende plaatsje te wandelen: Bandol. Dat ligt via de kust circa 8 kilometer hier vandaan. Er is een parking met de naam DeFerrari. Ik ben benieuwd. En ik zie in de verte dat er ook een eiland vlak bij Bandol ligt: Ile de Bendor.

Het wandelen gaat deels door een prachtige woonwijk langs zee, waar ik wel heeeel erg graag zou willen wonen, deels over en langs het strand en deels over het voetpad langs de doorgaande weg. Het uitzicht over zee is overal fantastisch. De zee is super en maakt mij steeds blij.

Ik kom nog langs een aardig hotelletje. De prijs per nacht (!) gaat daar tot € 1.108,-. En dan kost het parkeren van je auto ook noges € 15,- extra. Ja hallo, iedereen moet toch zijn auto parkeren? Als je hier slaapt, dan kom je echt niet met de bus, hoor. Dat parkeergeld moet toch gewoon in de kamerprijs zitten? Er zijn daar duidelijk geen marketeers aanwezig.

In tegenstelling tot het autovrije Sanary-sur-Mer rijdt in Bandol het verkeer nog wel over de boulevard en door de straten. Op een mooie zondagmiddag is dat boulevardrijden bijzonder aantrekkelijk voor de Lambo’s, de Ferrari’s en honderden motorfietsen. Het is een constante stroom van flanerend verkeer. Veel motorrijders hebben duo’s achterop en ik zie een erg hoog spijkerbroekgehalte onder dat publiek. Straks sexy op een terrasje zitten lijkt belangrijker dan je eigen veiligheid. Niks erg, zolang je maar niet valt.

De gemeente wordt eerst stinkend rijk als je langer dan drie uur parkeert en kort daarna zuigen ze je compleet leeg. Als scholen nog eens een praktisch voorbeeld nodig hebben wat nou precies ‘een progressief tarief’ is, dan heb ik er hier eentje voor ze. Let vooral even op wat de laatste driekwartier per kwartier kosten… En na vier uur krijg je ook noges een bekeuring. Deze aanpak degradeert Amsterdam tot een achterlijk plattelandsdorpje.

Jôh, ik moet óf wat aan mijn Frans gaan doen, of ik heb een nieuw gebitje nodig. Ik bestel in mijn beste Frans een koffie met een appeltaartje. Of heet dat tegenwoordig geen tartes aux pommes meer? In elk geval krijg ik heel wat anders. Nou ja, hier zit ook vast fruit in. Kan mij het schelen.

Bandol is aardig. Een grotere versie van Sanary-sur-Mer. Maar met teveel verkeer. Ik lunch op een prachtig zonnig terras met een heerlijke charcuterie Italienne en een glaasje rosé. Wat kan het leven heerlijk zondig zijn. Ik lijk wel jarig. Jôh, ik lijk al weken lang elke dag jarig!

‘s Avonds eet ik, op advies van TripAdvisor, in een Polynesisch restaurant bij de haven. Ik heb geluk dat zij wel open zijn. Op zondagavond zijn in Frankrijk veel restaurants dicht. De Fransen gaan graag op zondagmiddag met de familie aan tafel en dan is er ‘s avonds voor de horeca weinig omzet meer te halen. Dan liggen de Fransen al op één oor, hun middageten te verteren.

Prachtige dag met schitterend weer. Achttien kilometer weggetikt. Lekker! En onderweg nog wat plaatjes geschoten en weer een nieuwe vriendin gevonden.

Morgen reis ik verder. Eerst de bergen in en dan richting Italië. Het lijkt er op dat het weer daar wat minder is, maar ik gok het er op. Het weer moet niet teveel een bepalende factor zijn, zoals je weet.

“NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON”

Iemand heeft een paar Harley-Davidson motorfietsen bij de vuilcontainers neergezet. Snap ik wel, hoor. Want morgen komt de vuilnisman, staat op de borden. Iedereen loopt er gewoon voorbij. Niemand wil die pokkendingen hebben…

Tja… Ik ben er ook maar gewoon voorbij gelopen. Wat moet je met die dingen? Ze staan thuis alleen maar in de weg, want rijden kun je er niet mee.

Note: let op! Nou gaan er een paar helemaal uit hun fontanelletje!

Coos op Reis: LE CHEMIN DU DIABLE

LE CHEMIN DU DIABLE

(We publiceren dit verhaal wat later dan Coos toen reisde. In onze serie “Coos op Reis” plaatsen we wekelijks 2 verhalen van hem zodat we nog zeker tot midden de zomer van zijn dagelijkse vertellingen kunnen genieten. Wij lopen wat uit om jou als lezer te plezieren….)

Het is 14 april en ik ben vandaag 66 jaar geworden.

Ik ben op camping Parc Mogador in Sanary-sur-Mer en ik voel mij erg jarig met zóveel berichtjes via de email, WhatsApp, FaceBook, Messenger, LinkedIn etc. Ik hoor ze vanaf half acht allemaal binnenkomen terwijl ik in mijn warme peentje het dagelijkse gevecht met de wekker aan het verliezen ben.

Normaal zet ik ‘s avonds de telefoon op stil, maar dat was ik gisteravond vergeten. Ach, nietwaar joh, sentimentele ouwe kerel. Je liegt. Je hebt de hele nacht liggen draaien in je eigen angstzweet. Je was bang dat ze niet aan je zouden denken….

Dankjulliewel voor alle felicitaties en mooie wensen. Het doet mijn stokoude zwak kloppende rimpelige zwarte hart goed.

Het is bewolkt, af en toe wat zon en het is droog. Het is best aardig weer. Vanmiddag tikken we ruim de 21 graden aan en komt de zon, roepen de weermannen. Joepie!Na wat kledingwasjes scoor ik op de camping een licht ontbijt. Ik kreeg van diverse kanten instructies om vandaag een taartje te gaan eten.

Maar ik heb vandaag ook een missie! Als je je motorfiets op de zijstandaard op een drassige ondergrond parkeert, dan heb je een extra plaatje nodig om ervoor te zorgen dat je motorfiets niet omvalt.

Mijn plaatje is van plastic, is 16 jaar oud en twee dagen geleden doormidden gebroken. Ik heb dus een nieuw plaatje voor mijn jiffy nodig.

Ik loop de camping uit, sla twee keer rechtsaf en loop zo tegen Azur Motos aan. Hoeveel mazzel kan een mens nou hebben? Alsof Berry Goedhart Motoren aan het einde van je straat woont. Zegt jou niks? Geeft niks, gewoon verder lezen.

Wat denken jullie? Is motorwinkel Azur Motos open? Nou? AarzelAarzel, TwijfelTwijfel,  Nagelbijten …. uh… Hoofdletters aan: JAAA! Hoofdletters uit. Hij is open. Teringjantje! Ik word er helemaal vrolijk van.  Maar aan de andere kant… Het kan ook niet anders. Het is nog geen half twaalf. Geen enkele Franse rotsmoes om dicht te zijn.

Ik wacht buiten effe op mijn beurt. Ik pas namelijk in de hoogte niet in de winkel. Nu weet ik wel dat ik met mijn 1,95 m niet de kleinste ben, maar hallo, ik ben geen 2,75 m of zo. Dit is een winkel voor kinderen!

Enfin, wat denken jullie: heeft deze winkel een plaatje voor mijn zij-standaard? Er staan daar minstens 30 motoren en scooters buiten. Het is echt geen klein winkeltje. Het is niet rijwielhandel Kleingeld op de Hordijk in Rotterdam waar ik in 1969 mijn Kreidler kocht en het is ook geen 1969.

Nou? Hebben zij zo’n plastic plaatje van € 0,75 voor mij in voorraad? Doe es? Hoofdletters aan. NEEEE! Hoofdletters uit. Natuurlijk niet, optimist! De oetlul pakt een boek om het te bestellen. En dan heeft hij het over een week al binnen. Man, weet ik veel wáár ik dan ben?

Verzin eens een list? vraag ik hem. Je hebt vast wel ergens een plaatje ijzer liggen, toch? De man kijkt alsof hij plots moet poepen. Hij wéét het niet. Jôh, dat had ik nou niet verwacht. Man, man. Als ik vroeger op mijn werk geen oplossing had voor een probleem, dan werd ik ontslagen. Echt waar.

En bedankt voor niks, hè, roep ik, als ik weer vertrek. Ik steel vanavond wel een schoteltje uit de caravan. Ze tellen ze hier toch niet. Haha. Nee hoor, dat zou ik niet doen.

Ik wandel verder naar het dorp. Sanary-sur-Mer blijkt een droomplaatsje. Alles klopt hier. Als ik met een blanco A3 een mooi plaatsje zou mogen ontwerpen, dan zou ik het doen zoals dit plaatsje in elkaar zit.

Er zijn leuke smalle gezellige straatjes met bijzondere winkeltjes en sjieke restaurants. Allemaal autovrij. Hier geen stinkende dieseldampen van ouwe Peugeots. De straatjes komen bijna allemaal uit bij het beschutte haventje. In het haventje liggen fraaie stokoude vissersbootjes. Eén bootje is zelfs nog ouder dan mijn oude moedertje. Langs de haven loopt een brede promenade en aan die promenade zijn talloze restaurants en cafés met grote terrassen. Daar tussen staan hoge oude gebouwen met houten luiken en hoge palmbomen, met zo’n zacht ruisend windje er doorheen. Het is hier zwoel en de zon is lichtgesluierd. Het haventje is zo gebouwd dat de zon er de hele dag omheen draait. Hier leven de mensen met de zee en de zon. Het doet Italiaans aan. Ik word er helemaal blij van. En dat op mijn verjaardag. Wat een cadeau.

Ik scoor een appeltaartje en een expreszo. Dat hoort bij een jarige. In dezelfde winkel kan ik ook een mooie sigaar kopen voor mijn verjaardag. Zo eentje waar je een uur over doet. Kost wel wat… Maar ik besluit om er maar niet aan te beginnen. Slecht voor mijn gezondheid. Ik heb twee sinaasappels bij me en die ga ik strakjes lekker op een bankje oppeuzelen. Dat is beter.

Ik bewonder de kunst van het jeux de boules. Bij deze variant gooien ze ook lopend en op grote afstand. En loepzuiver die ouwe kereltjes! Nou ja, zo oud zijn ze niet natuurlijk. Ongeveer van mijn leeftijd…

Tripadvisor brengt mij ‘s avonds bij restaurant du Theatre. Ik kies voor de dorade van de houtskool, niet in de keuken maar in het restaurant klaargemaakt. Hij is super. Mijn moedertje zei het vroeger al: er is niemand die zo goed voor Cosy zorgt als Cosy zelf.

LE CHEMIN DU DIABLE (de duivelsweg)

Bij de receptionist van de campin vraag ik wat de beste weg is om naar het centrum van Sanary-sur-Mer te wandelen. Op de kaart geeft hij de route aan en maakt mij attent op de weg naar beneden: Le Chemin du Diable – de duivelsweg.

Het lijkt mij een normale weg naar beneden. Waarom noemt men de weg zo? vraag ik.

Dát begrijp je wel als je vanavond terug hijgend omhoog wandelt, zegt hij….

DE DAG IS VOORBIJ

Mooie dag. Ik was alleen, maar dat is mijn eigen keus. Fijn jarig geweest. Met Janny en Danielle en familie en vrienden gesproken, geappt etc. Prima.

En ik heb zelf mijn oude moedertje maar gebeld. En haar verteld dat ik vandaag jarig ben. Wat voor dag is het dan vandaag? vraagt ze. Mijn hart bloedt. Maar … ik heb haar nog…!

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: ZE HEET WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR

(Aflevering 41 in onze serie “Coos op Reis”)

Het is bewolkt maar droog. Nu nog wel. Het is 12°. Mijn nieuwe banden zijn gelukkig ingereden. In Nederland geeft Sabra Motorbandenservice na montage van nieuwe sloffen altijd het advies mee om de eerste honderd kilometer ff rustig aan te doen. In Italië kregen mijn vriend GerritJan en ik ooit het advies om de eerste vijf kilometer rustig aan te doen… We moesten namelijk gelijk de bergen in. Toen we weer bij het hotel arriveerden waren ze inderdaad ingereden. In Spanje vertelden ze mij niks. Zoek het lekker zelf uit. Zoiets.

Ik rijd nog één keer met de motor naar het gezellige haventje. Voor mijn laatste ontbijt. Terwijl ik geniet van de lekkere broodjes, geniet een groep mensen zichtbaar van mijn motor. Ze maken er zelfs foto’s van. Ze vinden het prachtig als ik ook van hun tafereel een foto maak.

Monter vang ik de reis aan. De eerder ‘geplande’ route gaat aan de Spaanse kant door de Pyreneeën en dan bij Andorra de grens over. Het weer is daar echter veel te slecht. Daarom heb ik vannacht besloten om de route te verleggen. Het doel voor vandaag is nu Pau in Frankrijk. Het nieuwe plan is om dan de kust af te gaan richting San Sebastián en bij Irun de grens over te steken om daarna aan de Franse kant verder langs de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te reizen. Ik vind het goed plan. Ik wil ook tijdens mijn reis altijd een rode draad hebben. Prima om er dan onderweg van af te wijken. Ik ben maar een heel klein beetje autistisch, hoor.

Het eerste stuk van de dag begint droog. Vervolgens klim ik de bergen in en gaat het zachtjes regenen. Ik ben eigenwijs en besluit om mijn regenpak nog ff niet aan te trekken. De route brengt ons immers zo weer naar de kust. Ik krijg spijt. De weg slingert verder omhoog en de regen komt met bakken naar beneden. Het hoost! Mijn Stadler motorpak wordt nat en koud…. Stom! Maar de wegen zijn smal en erg avontuurlijk. Ik zit er toch van te genieten.

Ik stop in een dorp voor een dubbele expreszo. Als ik weer vertrek, dan is het droog. Dat is mooi, want dan zal mijn motorpak snel droogwaaien. Als het een poos later weer gaat dreigen, ben ik verstandiger en trek bijtijds mijn regenpak aan.

De kustroute is prachtig. De ene keer rijd ik een meter boven zee, de andere keer driehonderd meter. De uitzichten zijn fenomenaal.

Ik steek de monding van de rivier de Deva over en rijd Deba binnen. Het  is een wat grotere stad met fraaie gevels van oude gebouwen. Ik gluur daar ook even naar een bijzonder grillig en rotsachtig stuk van de kustlijn. Voor onderweg koop ik er drie broodjes met tapas en een flesje cola met een kroonkurk. Een kroonkurk is geen probleem, want een echte motorrijder heeft natuurlijk een goede flesopener bij zich…

Ik kies weer voor een stuk kustweg. Ik kan het niet laten. Het is een onbedwingbare behoefte om de zee te zien en het zoute water te ruiken. Wat een genot om hier te zijn. Het is prachtig. Kort daarna trek ik weer wat het binnenland in om vervolgens San Sebastián in te rijden. Dat lijkt een beetje op Knokke. Allemaal hoge, statige gebouwen aan de zee. Mooi gezicht.

Ik vervolg mijn weg weer richting Irun en vind een mooi plekje in een bergdorpje voor een mok koffie. Op dat moment heb ik al zes (!) roofvogels gezien. Ik zie ze boven én onder mij. Fantastisch. Maar ik zie onderweg ook loslopende koeien, wolkenflarden die heuvels bedekken, bergen van goudgeel gras, water dat een weg zoekt, borden met 1100 meter hoogte en peilloze dieptes zonder vangrail.

Bij Irun steek ik de grens over en start mijn zwerftocht door het Franse deel van de route. Pas vrij laat zoek en vind ik een mooie overnachtingsplek in Tardets-Sorholus, Frankrijk.

Ik zit nu in een tuinhuisje van Hans & Grietje op een camping. Zo’n soort tuinhuisje als in die ouwe serie van Van Kooten & De Bie uit de jaren tachtig. Weet je nog? Over Ir. Walter de Rochebrune? Hij was een non-actieve mijnbouw-ingenieur die in onmin met zijn moeder in haar tuinhuisje in de tuin leefde en haar nooit meer sprak. Hij noemde zijn tuinhuis al 14 jaar zijn denk-laboratorium. Sinds de sluiting van de mijnen werd hij op zijn 41e jaar kluizenaar. Zijn vader had in 1935 een houten kubus uitgevonden, maar kwam in 1942 in Stalingrad om het leven. Zijn moeder had de kubus in 1945 bij het vuilnis gezet en dat vergaf Walter haar nooit. Walter probeerde een aantal paradoxale kwesties op te lossen en stuurde deze oplossingen naar de wereldleiders, maar kreeg nooit bericht terug… Zoek maar met Google. Erg leuk.

Dit tuinhuisje kost € 45 per nacht. Zonder factuur. En ik krijg ook nog een halve fles Monbazillac uit 1996 kado. Maar das een dessertwijn. En ik heb geen ijs hier, dus die laat ik maar staan.

Kortom: de regen viel vandaag achteraf wel mee. Een paar uurtjes en toen klaar. En ik ben Spanje uit. Regen en Spaanse wegen is een drama. Ze zijn vaak spekglad. In Frankrijk voel ik dat de banden veel meer grip op de wegen hebben.

Nou ja, ‘t is hier maar voor één nachtje. Er is hier weinig te doen. Wel grappig. Morgen reis ik verder. De madame roept vanaf de overkant: “La cuisine du restaurant ferme à 20h30. Vous n’êtes pas ici en Espagne, monsieur!” Precies over de brug kan ik nog net bijtijds een restaurant vinden.

ZE HÉÉT WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR….

….en natuurlijk staat ze op de foto…..