Tagarchief: reisverhalen serie

Coos op Reis: gewoon een lekkere motordag

We publiceren verhaal 49 in onze serie Coos Op Reis. Coos van der Spek reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee hier op de website. De zon schijnt, het is droog en nu al warm. Het belooft een mooie dag te worden.

Exact om 10:00 uur komt de mevrouw de eierdopjes tellen. De caravan ziet er keurig uit, kwettert ze. Hoe kan het anders? Ik slaap er alleen maar. En ik heb geen extra ruimte in mijn koffers om stiekem eierdopjes mee te nemen.

Ik rijd via de kust dertig kilometer terug richting de oorspronkelijke route bij La Ciotat. Daar start het traject via Ceyreste de bergen in. Ik wil het persé niet missen. Het begint met de D3 en gaat over in de D2 : Route de la Sainte-Beaume. Met name de D2 heeft een aantal prachtige stukken die mijn motorfiets en ik ‘van dik hout zaagt men planken’ noemen. Whoeiiii!

De route is fantastisch. Ik rijd o.a. door het Forêt Domaniale de Malaucène, een beetje het gebied in de uitlopers van de Mont Ventoux. Het is een vreemd bos. De bomen staan wijd uit elkaar met een typisch vet soort gras er tussen. Later wordt de ondergrond rotsig. De weg is bochtig en stoer en het asfalt is prima geschikt voor een extra streepje gas. De bergen in de verte zijn hoog, kaal en rotsig. Bomen in bloei wisselen af met helgroene bomen. Een kleurrijk geheel en erg bijzonder in combinatie met de rest van het landschap. Het is een prachtig gebied.

De rotsen reflecteren de warmte van de zon en het wordt nog warmer. Ik trek een truitje uit en wissel mijn zomerhandschoenen voor mijn doorwaaihandschoenen. Natuurlijk heb ik die bij mij…

Om de paar honderd meter staan vloeistoftanks waar 30.000 liter vloeistof in kan. Wat zou er in zitten?, denk ik. Water voor de dieren of water om de bosbranden te bestrijden? Ik zie op diverse plekken water stromen, maar over een paar weken is het hier vast bloedheet en gortdroog.

Ik dender Rocbaron in, een piepklein dorp. Maar er is wel een hele grote bakker met lekker bruin olijvenbrood en pizzabrood met chorizo.

Spoel ik weg met een blikje fris.
Precies op tijd want ik had honger!

Als ik weer wegrijd, dan sluiten ze de tent. Tuurlijk. Snap ik. Hierna zijn er geen mensen meer die rond lunchtijd honger hebben.

Ik nader bij Grimaud de kust weer en besluit om verder aan de kust op jacht te gaan naar een camping. Ik pak de Corniche via de Route Nationale. Werkelijk schitterend om de roodgekleurde rotsen zó in de zee te zien zakken.

Ik rijd door het beroemde Sainte-Maxime aan de Franse Rivièra. Fantastisch om hier te zijn. Heel lang geleden waren Janny, Danielle en ik hier in de buurt op vakantie. Saint-Aygulf komt voorbij, Fréjus en Saint-Raphaël. En dan geef ik mijn motor weer de sporen en jaag de kust via de D559 verder af. Soms stop ik even om over zee te kijken. Verslaafd, ik weet het.

Ik vind mijn slaapplek in Villeneuve Loubet Plage, precies tussen Nice en Cannes. Op loopafstand van restaurants en het strand want …. het wordt voorlopig mooi weer! En trouwens nog dichter bij het station voor als het mooie weer niet doorgaat. Dan zit ik zo met een tyfesgang in Nice of Cannes.

Ik heb vandaag zo’n 300 km gereden. Kijk jij maar naar de foto’s of ik een lekkere motordag had … in The Catch of the Day.

NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON

We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, met hier verhaal nummer 48 van Coos van der Spek. Momenteel vanaf de kust in Zuid Frankrijk.

Zonnig en droog. Prachtig weer. Het wordt 22 graden. Ik blijf lekker nog een dagje hier. En pas morgen is het, daar waar ik naartoe wil, ietsje beter weer. Dan doe ik het allemaal net effe slimmer.

De receptionist van de camping vertelt dat hij mijn verhaal op Facebook heeft gelezen. Hij heeft het via Google Translate naar het Frans vertaald en las zijn uitleg over de duivelsweg weer bij mij terug. Het is allemaal zó ver weg, maar de techniek brengt ons zó dichtbij… Mooi!

Ik besluit om vandaag naar het volgende plaatsje te wandelen: Bandol. Dat ligt via de kust circa 8 kilometer hier vandaan. Er is een parking met de naam DeFerrari. Ik ben benieuwd. En ik zie in de verte dat er ook een eiland vlak bij Bandol ligt: Ile de Bendor.

Het wandelen gaat deels door een prachtige woonwijk langs zee, waar ik wel heeeel erg graag zou willen wonen, deels over en langs het strand en deels over het voetpad langs de doorgaande weg. Het uitzicht over zee is overal fantastisch. De zee is super en maakt mij steeds blij.

Ik kom nog langs een aardig hotelletje. De prijs per nacht (!) gaat daar tot € 1.108,-. En dan kost het parkeren van je auto ook noges € 15,- extra. Ja hallo, iedereen moet toch zijn auto parkeren? Als je hier slaapt, dan kom je echt niet met de bus, hoor. Dat parkeergeld moet toch gewoon in de kamerprijs zitten? Er zijn daar duidelijk geen marketeers aanwezig.

In tegenstelling tot het autovrije Sanary-sur-Mer rijdt in Bandol het verkeer nog wel over de boulevard en door de straten. Op een mooie zondagmiddag is dat boulevardrijden bijzonder aantrekkelijk voor de Lambo’s, de Ferrari’s en honderden motorfietsen. Het is een constante stroom van flanerend verkeer. Veel motorrijders hebben duo’s achterop en ik zie een erg hoog spijkerbroekgehalte onder dat publiek. Straks sexy op een terrasje zitten lijkt belangrijker dan je eigen veiligheid. Niks erg, zolang je maar niet valt.

De gemeente wordt eerst stinkend rijk als je langer dan drie uur parkeert en kort daarna zuigen ze je compleet leeg. Als scholen nog eens een praktisch voorbeeld nodig hebben wat nou precies ‘een progressief tarief’ is, dan heb ik er hier eentje voor ze. Let vooral even op wat de laatste driekwartier per kwartier kosten… En na vier uur krijg je ook noges een bekeuring. Deze aanpak degradeert Amsterdam tot een achterlijk plattelandsdorpje.

Jôh, ik moet óf wat aan mijn Frans gaan doen, of ik heb een nieuw gebitje nodig. Ik bestel in mijn beste Frans een koffie met een appeltaartje. Of heet dat tegenwoordig geen tartes aux pommes meer? In elk geval krijg ik heel wat anders. Nou ja, hier zit ook vast fruit in. Kan mij het schelen.

Bandol is aardig. Een grotere versie van Sanary-sur-Mer. Maar met teveel verkeer. Ik lunch op een prachtig zonnig terras met een heerlijke charcuterie Italienne en een glaasje rosé. Wat kan het leven heerlijk zondig zijn. Ik lijk wel jarig. Jôh, ik lijk al weken lang elke dag jarig!

‘s Avonds eet ik, op advies van TripAdvisor, in een Polynesisch restaurant bij de haven. Ik heb geluk dat zij wel open zijn. Op zondagavond zijn in Frankrijk veel restaurants dicht. De Fransen gaan graag op zondagmiddag met de familie aan tafel en dan is er ‘s avonds voor de horeca weinig omzet meer te halen. Dan liggen de Fransen al op één oor, hun middageten te verteren.

Prachtige dag met schitterend weer. Achttien kilometer weggetikt. Lekker! En onderweg nog wat plaatjes geschoten en weer een nieuwe vriendin gevonden.

Morgen reis ik verder. Eerst de bergen in en dan richting Italië. Het lijkt er op dat het weer daar wat minder is, maar ik gok het er op. Het weer moet niet teveel een bepalende factor zijn, zoals je weet.

“NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON”

Iemand heeft een paar Harley-Davidson motorfietsen bij de vuilcontainers neergezet. Snap ik wel, hoor. Want morgen komt de vuilnisman, staat op de borden. Iedereen loopt er gewoon voorbij. Niemand wil die pokkendingen hebben…

Tja… Ik ben er ook maar gewoon voorbij gelopen. Wat moet je met die dingen? Ze staan thuis alleen maar in de weg, want rijden kun je er niet mee.

Note: let op! Nou gaan er een paar helemaal uit hun fontanelletje!

Coos op Reis: LE CHEMIN DU DIABLE

LE CHEMIN DU DIABLE

(We publiceren dit verhaal wat later dan Coos toen reisde. In onze serie “Coos op Reis” plaatsen we wekelijks 2 verhalen van hem zodat we nog zeker tot midden de zomer van zijn dagelijkse vertellingen kunnen genieten. Wij lopen wat uit om jou als lezer te plezieren….)

Het is 14 april en ik ben vandaag 66 jaar geworden.

Ik ben op camping Parc Mogador in Sanary-sur-Mer en ik voel mij erg jarig met zóveel berichtjes via de email, WhatsApp, FaceBook, Messenger, LinkedIn etc. Ik hoor ze vanaf half acht allemaal binnenkomen terwijl ik in mijn warme peentje het dagelijkse gevecht met de wekker aan het verliezen ben.

Normaal zet ik ‘s avonds de telefoon op stil, maar dat was ik gisteravond vergeten. Ach, nietwaar joh, sentimentele ouwe kerel. Je liegt. Je hebt de hele nacht liggen draaien in je eigen angstzweet. Je was bang dat ze niet aan je zouden denken….

Dankjulliewel voor alle felicitaties en mooie wensen. Het doet mijn stokoude zwak kloppende rimpelige zwarte hart goed.

Het is bewolkt, af en toe wat zon en het is droog. Het is best aardig weer. Vanmiddag tikken we ruim de 21 graden aan en komt de zon, roepen de weermannen. Joepie!Na wat kledingwasjes scoor ik op de camping een licht ontbijt. Ik kreeg van diverse kanten instructies om vandaag een taartje te gaan eten.

Maar ik heb vandaag ook een missie! Als je je motorfiets op de zijstandaard op een drassige ondergrond parkeert, dan heb je een extra plaatje nodig om ervoor te zorgen dat je motorfiets niet omvalt.

Mijn plaatje is van plastic, is 16 jaar oud en twee dagen geleden doormidden gebroken. Ik heb dus een nieuw plaatje voor mijn jiffy nodig.

Ik loop de camping uit, sla twee keer rechtsaf en loop zo tegen Azur Motos aan. Hoeveel mazzel kan een mens nou hebben? Alsof Berry Goedhart Motoren aan het einde van je straat woont. Zegt jou niks? Geeft niks, gewoon verder lezen.

Wat denken jullie? Is motorwinkel Azur Motos open? Nou? AarzelAarzel, TwijfelTwijfel,  Nagelbijten …. uh… Hoofdletters aan: JAAA! Hoofdletters uit. Hij is open. Teringjantje! Ik word er helemaal vrolijk van.  Maar aan de andere kant… Het kan ook niet anders. Het is nog geen half twaalf. Geen enkele Franse rotsmoes om dicht te zijn.

Ik wacht buiten effe op mijn beurt. Ik pas namelijk in de hoogte niet in de winkel. Nu weet ik wel dat ik met mijn 1,95 m niet de kleinste ben, maar hallo, ik ben geen 2,75 m of zo. Dit is een winkel voor kinderen!

Enfin, wat denken jullie: heeft deze winkel een plaatje voor mijn zij-standaard? Er staan daar minstens 30 motoren en scooters buiten. Het is echt geen klein winkeltje. Het is niet rijwielhandel Kleingeld op de Hordijk in Rotterdam waar ik in 1969 mijn Kreidler kocht en het is ook geen 1969.

Nou? Hebben zij zo’n plastic plaatje van € 0,75 voor mij in voorraad? Doe es? Hoofdletters aan. NEEEE! Hoofdletters uit. Natuurlijk niet, optimist! De oetlul pakt een boek om het te bestellen. En dan heeft hij het over een week al binnen. Man, weet ik veel wáár ik dan ben?

Verzin eens een list? vraag ik hem. Je hebt vast wel ergens een plaatje ijzer liggen, toch? De man kijkt alsof hij plots moet poepen. Hij wéét het niet. Jôh, dat had ik nou niet verwacht. Man, man. Als ik vroeger op mijn werk geen oplossing had voor een probleem, dan werd ik ontslagen. Echt waar.

En bedankt voor niks, hè, roep ik, als ik weer vertrek. Ik steel vanavond wel een schoteltje uit de caravan. Ze tellen ze hier toch niet. Haha. Nee hoor, dat zou ik niet doen.

Ik wandel verder naar het dorp. Sanary-sur-Mer blijkt een droomplaatsje. Alles klopt hier. Als ik met een blanco A3 een mooi plaatsje zou mogen ontwerpen, dan zou ik het doen zoals dit plaatsje in elkaar zit.

Er zijn leuke smalle gezellige straatjes met bijzondere winkeltjes en sjieke restaurants. Allemaal autovrij. Hier geen stinkende dieseldampen van ouwe Peugeots. De straatjes komen bijna allemaal uit bij het beschutte haventje. In het haventje liggen fraaie stokoude vissersbootjes. Eén bootje is zelfs nog ouder dan mijn oude moedertje. Langs de haven loopt een brede promenade en aan die promenade zijn talloze restaurants en cafés met grote terrassen. Daar tussen staan hoge oude gebouwen met houten luiken en hoge palmbomen, met zo’n zacht ruisend windje er doorheen. Het is hier zwoel en de zon is lichtgesluierd. Het haventje is zo gebouwd dat de zon er de hele dag omheen draait. Hier leven de mensen met de zee en de zon. Het doet Italiaans aan. Ik word er helemaal blij van. En dat op mijn verjaardag. Wat een cadeau.

Ik scoor een appeltaartje en een expreszo. Dat hoort bij een jarige. In dezelfde winkel kan ik ook een mooie sigaar kopen voor mijn verjaardag. Zo eentje waar je een uur over doet. Kost wel wat… Maar ik besluit om er maar niet aan te beginnen. Slecht voor mijn gezondheid. Ik heb twee sinaasappels bij me en die ga ik strakjes lekker op een bankje oppeuzelen. Dat is beter.

Ik bewonder de kunst van het jeux de boules. Bij deze variant gooien ze ook lopend en op grote afstand. En loepzuiver die ouwe kereltjes! Nou ja, zo oud zijn ze niet natuurlijk. Ongeveer van mijn leeftijd…

Tripadvisor brengt mij ‘s avonds bij restaurant du Theatre. Ik kies voor de dorade van de houtskool, niet in de keuken maar in het restaurant klaargemaakt. Hij is super. Mijn moedertje zei het vroeger al: er is niemand die zo goed voor Cosy zorgt als Cosy zelf.

LE CHEMIN DU DIABLE (de duivelsweg)

Bij de receptionist van de campin vraag ik wat de beste weg is om naar het centrum van Sanary-sur-Mer te wandelen. Op de kaart geeft hij de route aan en maakt mij attent op de weg naar beneden: Le Chemin du Diable – de duivelsweg.

Het lijkt mij een normale weg naar beneden. Waarom noemt men de weg zo? vraag ik.

Dát begrijp je wel als je vanavond terug hijgend omhoog wandelt, zegt hij….

DE DAG IS VOORBIJ

Mooie dag. Ik was alleen, maar dat is mijn eigen keus. Fijn jarig geweest. Met Janny en Danielle en familie en vrienden gesproken, geappt etc. Prima.

En ik heb zelf mijn oude moedertje maar gebeld. En haar verteld dat ik vandaag jarig ben. Wat voor dag is het dan vandaag? vraagt ze. Mijn hart bloedt. Maar … ik heb haar nog…!

Coos op Reis: SJANS MET EEN KEREL

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Jôh! Het is gewoon droog.

En best veel zon. En nu al 15°.

Het mooiste motorweer van de hele wereld. Gauw op weg gaan maar.

Mijn dag begint natuurlijk met de eindcontrole van de caravan. Om 09:45 uur. Ze hebben een hele todo-list gemaakt. Nondeju. Ze hebben waarschijnlijk geen idee dat mensen hier voor hun vakantie komen. Het lijkt wel een werkkamp. Ik ben hier één dag geweest. Hoe bedoel je, alle ramen zemen?

Mina keurt mijn caravan goed. Ze telt alles. Ik heb niet één eierdopje gestolen.

Ik krijg een briefje mee met de naam van Mina en haar handtekening en een OK. Met dat briefje moet ik naar de receptie. Dan verscheuren zij het briefje waar ik goedkeuring gaf om bij schade 100 euro borg van mijn creditcard af te trekken. Ik denk dat hier een Duitser de baas is en dat hij één vervelende ervaring in zijn leven heeft gehad. Of twee misschien. En toen heeft hij het proces aangepast en er een totalitair systeem van gemaakt. Ordnung muss sein!

Saillant detail: ik voer niets maar dan ook niets van hun todo-list uit. En ik kan zó vertrekken. Hoe bedoel je, wassen neus?

Na mijn ontbijt in het dorp pak ik mijn route weer op. De route leidt mij binnendoor naar La Grande-Motte. Een prachtig stuk natuur. Ik kom langs het strand waar Janny en ik al jaren in mei naar toe gaan. Het ligt tussen Agde en Sète. We parkeren dan de auto altijd exact op dezelfde plek. Hé, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking, toch? En dít is toevallig de mijne. Het is gewoon een goed parkeerplekkie! Ik maak een foto en die schiet ik even naar haar toe. Zij herkent het onmiddellijk.

Ik stuur voor de argwanende lezer het bewijs van de vakantie er voor even mee! Dat je niet denkt ‘die Dr. Oetker lult maar weer lekker wat’…. Ik gebruikte overigens deze foto in een presentatie aan mijn collega’s van het ICT-managementteam bij DAS. Vlak voor mijn pensioen. Leek mij wel leuk. Ik heb mijzelf daarmee onsterfelijk gemaakt. Hèhèhè… Goh, wat mis ik ze toch, daar bij de DAS in Amsterdam…

Ik kom onderweg weer van die roze watervogels tegen, hoe heten ze ook alweer, oh ja, flamingo’s. Als ik dichtbij kom, dan vliegen ze weg.

De route gaat verder en komt door de Camarque. Dat is tegenwoordig een natuurpark. Het is ook een moerasgebied. Bij warmte en windstil weer heb je daar veel last van muggen. Ik vertelde al eerder: de vrouwtjesmuggen vinden mij het allerlekkerste ventje van de héle wereld: ik word letterlijk door ze opgezogen. Gelukkig waait het hard, maar ik blijf nergens lang staan. Het kriebelt overal.

Onze VW Golf uit 1986 (Janny rijdt er nog steeds in!) heeft in de Camarque nog haar bandafdrukken liggen. Daar stonden we, stoffig tussen de natte rijstvelden. Ik denk in de zomer van 1994. En zonder airconditioning in de auto. Sswweten, man! Heerlijk, al die ouwe herinneringen. Zou ik gauw doodgaan of zo, of ben ik gewoon een ouwe sentimentele zak?

Ik kan het niet laten en stop bij zo’n tent waar ze lokale producten verkopen. Ik krijg direct van de patron een alcoholisch drankje aangeboden. Ik bedank vriendelijk en zeg dat alcohol en motorrijden echt niet samengaan. En ook niet al om 11:00 uur ‘s morgens. Ik koop er wel wat lekkere dingen voor onderweg. Met pijn in mijn hart laat ik de bruine rijst uit de Camarque staan. Ik heb er absoluut geen plaats voor. Of ik ….uh …. moet een pak in mijn jaszak stoppen…dat zou wellicht…

Als ik verderop langs de bosjes loop, verstoor ik het zonnebad van wel 20 kikkers. Eén voor één springen ze met een boog in het water, plons-plons-plons.

Ik schiet nog wat meer mooie plaatjes onderweg. Over mooie plaatjes en reizen gesproken: gisteravond keek ik op de laptop noges naar de film Road to Paloma uit 2014. Aanrader! Prachtige plaatjes, prachtige muziek. Mooie road movie.

Onderweg naar Saintes-Maries-de-la-Mer zie ik tientallen prachtige jonge zwartglanzende stieren, in groepen bij elkaar. Schitterend gezicht. Ze verkopen op diverse plaatsen Saucisson de Taureau de Camarque, dus ik roep naar ze: Carpe Diem! Eten en gegeten worden, dáár draait het om in de natuur. En geiligheid. Maar das logisch…

Ik koop bij een supermarkt een gezonde lunch een ga op zoek naar een bankje uit de wind en een prullenbak voor mijn zooi. Dat laatste lukt helaas niet. Maar geen muggen. Ik doe het er voor.

Geen tourroute zonder pontje, roep ik altijd in de motorclub. Dus ik mag voor drie euro met een pontje de Rhône oversteken. Prachtig. Ik ben stapel op rivieren en stroompjes. En het water is wild! Mijn motor staat te steigeren op haar zijstandaard, ik hou haar maar even vast. Dat stelt haar gerust. En mij ook. Een koffer kost 550 euro.

Ik rijd nog langs wat grote havens voordat ik bij Marseille kom. Hier scheuren veel grote vrachtauto’s met enorme roestige zeecontainers als Max Verstappen in het rond. Als idioten! Levensgevaarlijk. En Marseille is een hele grote stad. Lijkt qua verkeer soms bijna op Parijs. Maar Marseille is omgeven door fraaie natuur en heeft mooie boulevards. Ik kom hier zeker noges terug. Mijn boordcomputer geeft 20° aan. En dat is al aardig warm als je in het zonnetje voor een stoplicht staat.

Ik doe met mijn superbrede motorfiets gewoon mee met de gekte van de scooters en de brommers en dender langs de files via de andere baan. Jôh, ik reed acht jaar lang twee keer per dag met mijn motor in de spits over het Maastunneltracé in Rotterdam. Ik snap wel hoe hier de hazen lopen. Tussen de auto’s door, dat kan niet. Daar ben ik te breed voor. Maar ach, de Fransen houden goed rekening met de motorrijders. Heel wat anders dan de Duitsers. Zij gaan lekker aristocratisch op hun voorhoofd zitten wijzen.

Na 19:00 uur vind ik met de ACSI-app in Sanary-sur-Mer een camping en een mobilehome. Snel uitpakken, douchen en wat te eten scoren. Maar éérst een zalig biertje…

Schitterende dag vandaag. Geen druppel regen gehad. Wat een mazzel. En uitstekend motorweer. Heerlijk!

Morgen, op 14 april, word ik 66 jaar. (Dit is het moment van schrijven, de publicaties van de verhalen op ikzoekeenmotor.nl vinden later plaats… Info, redactie) Vanaf die datum krijg ik óók mijn AOW! Dus ik ga vast eens een goed restaurant voor mijzelf uitzoeken…

SJANS MET EEN KEREL

Onderweg staan in de verte wilde Camarque-paarden. Allemaal wit. Als je hier als paard niet wit bent, dan kom je er niet in. Discriminatie op het Franse platteland.

Eén paard is wel heel erg blij om mij te zien…. Kijk maar. Schrijf ik hier net dat de vrouwtjesmuggen mij zo’n lekker ventje vinden, krijg ik aan een hekkie sjans met een kerelpaard…

Coos op Reis: RIJDEN DE KARTS?

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het is vandaag 12 april. (We publiceren wat langzamer dan Coos rijdt dus.) Ik ben op een camping in Marseillan Plage.

Het is bewolkt maar, vooruit, de zon schijnt ook.

Een heel klein beetje. Af en toe… Ze voorspellen ook regen. Wederom honderd procent. Niet minder. Het is tien graden.

Terwijl ik nog heerlijk in mijn warme oranje peentje lig en wat moeite doe om wakker te worden, denk ik aan het zomerpak dat ik voor deze reis bij Damen in Breda op maat heb laten maken. En de zomerhelm van Schubert, die ik bij Molenaar in IJsselstein kocht. En de geweldige zomerhandschoenen van Rukka, die ik bij Goedhart Motoren in Bodegraven vond. Ik ben zooo blij dat ik mijn zomerpak en mijn zomerhelm toch maar thuis heb gelaten. Wat had ik het tot nu koud gehad. Het pak hangt thuis, lekker warm en droog op zolder. Er komen deze zomer nog warme dagen zat. En alle jaren daarna ook, denk ik maar…

Ik help nog even met een camper uit de bagger duwen, maar als hij tot in zijn assen in de prut staat, dan mag van mij de tractor komen.

Het is een kansloze missie.

Ik scoor een prima ontbijt in het dorp en wandel vervolgens door de straten en langs het strand. Het is koud en er staat een straffe wind. Pikdonkere wolken in de verte beloven weinig goeds. Ik durf de beschutting van Marseillan Plage niet te verlaten. Als het later gaat regenen, wordt het ook echt onaangenaam buiten.

Tijd voor een vroege lunch. Maakt niet uit wat en waar, als de kachel maar brandt.

‘s Middags is het op en af. Regen, kou en zon. Het is gewoon een rare dag voor Zuid-Frankrijk. Ik maak mijn kilometers met mijn parapluutje wel, maar het duidelijk geen topdag.

Ik ga gewoon vroeger eten dan normaal. En vanavond een filmpje kijken op mijn thuisbioscoopsysteem. Dat heb ik gewoon meegenomen op mijn motorfiets natuurlijk. Geen enkel probleem. Als je maar niet zeikt over volume en gewicht en zo, dan kan je het jezelf altijd naar je zin maken.

Op advies van de restauranthouder eet ik ‘s avonds een lekkere kip aan een spies, een specialiteit van hem dat hij meenam uit Afrika. Gekruid met de geest van Afrika, zegt hij geheimzinnig. Hij heeft vijf jaar in Congo gewerkt, maar is kortgeleden gevlucht omdat het daar inmiddels niet meer veilig is. Nou, en daar hou ík een lekker Afrikaans kippetje aan over. Heerlijk uitstapje naar Congo. Ook koud en nat daar trouwens.

Hier in Marseillan Plage heb ik het gezien. Er is verder niks, op een enkele crash na dan. Hier moet de zon schijnen en moet het warm zijn. Dan zijn de terrasjes vol. Pas dan klopt het hier. Nu niet. Nu is het allemaal armoede met die regen en kou.

Morgen reis ik gewoon verder. Ik wil mij niet teveel aan het weer binden. In Albufeira is het vast beter weer, maar joh, als het alleen om het weer zou gaan, dan had ik daar ook met het vliegtuig naar toe kunnen gaan, nietwaar?

Ik trek morgen door richting Italië. Tegen de tijd dat ik daar ben, is het weer vast beter. En anders niet. Ik zal morgen ergens in de omgeving van Toulon landen. Dan via Nice en Monaco verder. Ik heb voor die omgeving nog een schitterende stuurroute gemaakt. Maar dan moet het weer acceptabel zijn.

En owja, de beloofde foto’s van mijn paleis voor 50 euro per nacht. Ze zijn hier wel vreselijk zeikerig over hun inventarislijst. Nondeju. Nou, ik heb geen zin om het aantal eierdopjes te tellen, hoor. Ik laat alles gewoon onder dat geheimzinnige kleed staan.

Trouwens. de borg voor de ligstoelen is … 60 euro per stuk. Maar óf de ligstoelen zijn buiten óf ik ben buiten. We kunnen niet met z’n drieën binnen. Dan kan ik daar niet lopen. Dus waar moet ik ze laten? Juist! Buiten! Dat probleem heeft iedereen toch, denk ik? Waarom zadel je daar nou je klanten mee op? Stelletje Spaanse buschauffeurs!

Maar … deze home is compleet mét een gratis flesje rosé. Dat dan weer wel. Huppekee! Ik ga eens kijken hoever ik kom met dat filmpje er bij. Ik ga mijn best doen. Eerst de kachel maar eens aan.

RIJDEN DE KARTS?

Elke familie heeft zijn eigen familiegrappen. Familiegrappen zijn grappen die alleen in de familie worden begrepen. Ik vertelde al eens dat wij binnen onze familie tegen elkaar zeggen: dat doe IK niet, dat doet mijn kwast. Uitdrukking van mijn oude schoonvadertje toen hij met de verf stond te morsen.

Janny en ik hebben natuurlijk weer onze eigen grappen. Bijvoorbeeld grappen over Franse winkels, bakkers, bedrijven, de VVV, de horeca etc. Die zijn namelijk allemaal dicht als wij voor de deur staan. Ze zijn op vakantie, het is 12:00 uur of 13:00 uur of 14:00 uur of weet ik welk tijdstip, er is een sterfgeval of het is weer eens een feestdag of ze hebben die dag gewoon geen zin. Ze zijn gesloten – closed – fermé. Hatsekee!

Enfin, al meer dan 10 jaar komen we in de vakantie bijna dagelijks langs de karting van Marseillan. Vandáág is hij open, zeggen we dan tegen elkaar. Eerlijk waar. Wedden dat er nu karts rijden? En als we dan voorbij rijden, dan wapperen alle vlaggen, maar … ligt de karting er verlaten bij. Er rijden geen karts. Niet ééntje. ..

Maar vandáág…. KUT!
Jammer dat Janny geen Facebook heeft. Ze zou het niet geloven…

Coos op Reis: WATER BIJ DE WIJN

Klik op deze foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het regent pijpenstelen. Grote druppels kletteren keihard op mijn plastieken dakkie. Honderd procent kans op regen, voorspelden ze gisteravond. Gatver, daar is geen reet aan. Het is grauw en grijs en slechts zes graden. Er is geen ontsnappen mogelijk. Of zal ik de wekker nog even….

Ik zit hier op een camping op 500 meter hoogte en kijk tijdens het ontbijt al tegen de onderkant van de wolken aan. Mwah, hoger hoef ik vandaag niet. Maar ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. En de regen is goed tegen de pollen! Vandaag ben ik aan de beurt met het pokkenweer. Jammer. Regenpakkie aan en gaan met die banaan.

Ik praat tijdens het ontbijt met een jonge Argentijn. Leuke, vrolijke vent. Hij komt een half jaar door Europa fietsen. Een half jaar! Baas boven baas, hè? Hij wacht de regen af. Nou…. díe duurt nog een poossie…

Ik start mijn motor, verlaat de Pyreneeën en ga op weg naar de Middellandse Zee. Vanwege de regen kies ik er voor om wat meer gebruik te maken van de doorgaande wegen.

En ik heb een missie! Vandaag wil ik scoren: het mij geappte middeltje tegen de pollen van mijn privé dokter Hans den Ouden, een volle tank benzine, antischeurbuikfruit en Frans water in een fles uit de supermarkt. Onder Breda drink ik geen water meer uit de kraan. Spuitpoep en motorrijden door velden en over wegen gaan slecht samen.

Na 20 km is het droog en na noges 10 km is zelfs de weg droog. Nou, daar rekende ik echt helemaal niet op.  Wat een onverwacht genot.

Ik moet weer wennen om de rotondes hier in Frankrijk ‘netjes’ te nemen. Heel goed mijn richting aangeven en heel goed voorsorteren. Ik heb dat in Spanje volledig afgeleerd. In Spanje ‘overleef’ je op een rotonde. Een rotonde is daar een jungle. Het gevaar komt van alle kanten. Elke Spanjool doet waar hij zin in heeft. Bijna niemand geeft richting aan. Levensgevaarlijk als ze het wél doen. Naar rechtsaf richting aangeven en gewoon naar links gaan? Geen enkel probleem. En niemand die het raar vindt. Rechts rijden om later links af te gaan? No problemo. Zelf gaf ik in Spanje geen richting meer aan. Allebei mijn handen aan het stuur en ook achter en naast mij kijken. Voorsprong vergroten, ruimte maken en zo snel als kan weer van die rotonde af. Zo recht mogelijk oversteken, want ze zijn spekglad. Maar in Frankrijk doe ik het inmiddels wel weer netjes.


Het is zonet weer gaan regenen. Vollebak! Dikke plassen op de weg. Ik drink een hete kop koffie in Mirepoix. Mirepoix is een oud plaatsje in het departement Ariège, in de regio Midi-Pyrénées, in de buurt van Carcassonne. Mirepoix staat bekend als een prachtig vestingstadje met één van de mooiste middeleeuwse pleinen in het zuiden van Frankrijk. Dit plein wordt omringd door vakwerkhuisjes, waarvan de eerste verdiepingen zijn gebouwd op houten overkappingen. Ik zit onder zo’n afdak op dat prachtige plein met haar stokoude huizen.

Ik krijg een speculaasje bij de koffie. Altijd gedacht dat het typisch Nederlands was.

Een stukje verderop zit een apotheek en ik scoor daar het middel van Hans.

Als een junk neem ik al in de winkel gelijk een diepe snuif. Cocaine in my brain!

 

Ik vervolg mijn route. Er zit al een poos zo’n klein pestautootje achter mij. De ene keer zie ik haar honderd meter achter mij in mijn spiegels, de andere keer zit ze met één meter bijna op mijn rug.

Ze is net zo’n pestvlieg. De dame zit van alles te doen in haar auto en ik zie dat ze niet geconcentreerd aan het autorijden is. Ik mag hier 90 en ik rijd bijna 120 km. Dat is vooral niet tuttig en ik moet ook een beetje op de gendarmerie letten natuurlijk. Verderop zie ik dat een tegemoetkomende auto gaat afslaan en mijn baan gaat  oversteken. Ken jij ook die situaties die al van tevoren niet goed aanvoelen? Nou, dit is er zo eentje. Het stinkt naar de misdaad. Blijft de afslaande auto daar straks staan om op mij te wachten? Of zit daar ook iemand in die druk is met andere zaken? De tuthola zit heel kort achter mij en doet iets in haar dashboardkastje. Teringjantje, wat word ik hier chagrijnig van. Ik zit helemaal in de sandwich. Ik kan geen kant op. Ik zwiebel een beetje links en rechts op mijn baan om mijn zichtbaarheid te vergroten en kies vast een vluchtroute naar het open veld links. De auto blijft gewoon op mij wachten, hoor. Het loopt goed af. Ik bal mijn vuist naar de dame achter mij, geef gas en vlucht met 150+ bij haar vandaan. Stomme doos!

Bij Carcassonne zie ik rechtsachter een lichte lucht en wat zon. Ik eet bij een bakker even een quiche lorraine onder een luifeltje. Wie weet haalt de zon mij in? Je moet een beetje positief blijven denken, niet waar?

De zon komt niet, dus ik vervolg mijn weg. Maar het is wel weer gestopt met regenen.

Ik dender over een heuvelachtige weg. Op een bord staat het plaatsje Pouzols-Minervois aangegeven. Het duurt een paar seconden voordat het kwartje valt. Maar dan weet ik het. Ruim tien jaar terug stonden Janny en ik daar met de caravan op een camping L’Etoile d’Oc bij de Nederlanders Elisa en Franklin. Lekker rustig plekkie, weinig hectiek. Heerlijk gegeten in hun restaurant en goede gesprekken gehad met een paar glaasjes wijn. Zeer aardige mensen met een sociaal bewogen leven en een duidelijke eigen mening. En hij kon vreselijk lekkere steaks maken. Zij werkten hard op hun camping maar waren gefrustreerd omdat ze door de gemeente en dorpsgenoten werden tegengewerkt. Zij waren ‘de buitenlanders’. Erg jammer dat hun dromen de mist in zijn gegaan. Elisa en Franklin, waar jullie ook zijn: leef blij en gelukkig!

Ik besluit om even te gaan kijken wat er van de camping over is. Nou, ziehier een voorbeeld van een droom die uiteengespat is. Er staan zelfs nog oude verweerde caravans en het zwembad is compleet verdwenen onder het groen. Wat een narigheid. Ik moet er echt even een kwartiertje van bekomen.

En de wifi doet het daar trouwens ook niet meer. Das helemáál kut.

Nog een vijftig kilometer verder, en ik ben er. Nu zit ik op camping Nouvelle Floride in Marseillan, Languedoc-Roussillon, aan de Middellandse Zee! Yeah, ik ben het Ibirische schiereiland helemaal rond. Weet je wat? Ik maak er een feestje van. Weliswaar vanavond niet met kaviaar, maar wel met lekkere mosselen en veel groenten. Heerlijk!

Morgen nog wat andere foto’s van onze slaapplek. Mijn Beemer staat onder een tropisch afdakje. Vindt zij fijn, jôh! Dicht tegen de caravan aan, beschut tegen de regen en de wind.

Ik heb haar vanmiddag weer lekker in bad gedaan, alle modder van haar zachte huid verwijderd, helemaal afgesopt en alle geheime gaatjes en kiertjes heerlijk met warm schuim afgespoten.

En nu hoor ik de zee in mijn plastieken hutje keihard bulderen, zo dicht zit ik bij mijn favoriete strand! Ik zou trouwens ook zo maar een kind van mijn schoonmoeder kunnen zijn, hoor. Zij was ook helemaal stapel van zee. Ach, ze is in 2018 overleden. Ze is ruim 50 jaar mijn schoonmoedertje geweest.

WATER BIJ DE WIJN

Er is zóveel regen gevallen! Niet normaal. De wijnstokken staan letterlijk in het water. Nou weet ik hoe ze het doen….

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!

Coos op Reis: ZE HEET WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR

(Aflevering 41 in onze serie “Coos op Reis”)

Het is bewolkt maar droog. Nu nog wel. Het is 12°. Mijn nieuwe banden zijn gelukkig ingereden. In Nederland geeft Sabra Motorbandenservice na montage van nieuwe sloffen altijd het advies mee om de eerste honderd kilometer ff rustig aan te doen. In Italië kregen mijn vriend GerritJan en ik ooit het advies om de eerste vijf kilometer rustig aan te doen… We moesten namelijk gelijk de bergen in. Toen we weer bij het hotel arriveerden waren ze inderdaad ingereden. In Spanje vertelden ze mij niks. Zoek het lekker zelf uit. Zoiets.

Ik rijd nog één keer met de motor naar het gezellige haventje. Voor mijn laatste ontbijt. Terwijl ik geniet van de lekkere broodjes, geniet een groep mensen zichtbaar van mijn motor. Ze maken er zelfs foto’s van. Ze vinden het prachtig als ik ook van hun tafereel een foto maak.

Monter vang ik de reis aan. De eerder ‘geplande’ route gaat aan de Spaanse kant door de Pyreneeën en dan bij Andorra de grens over. Het weer is daar echter veel te slecht. Daarom heb ik vannacht besloten om de route te verleggen. Het doel voor vandaag is nu Pau in Frankrijk. Het nieuwe plan is om dan de kust af te gaan richting San Sebastián en bij Irun de grens over te steken om daarna aan de Franse kant verder langs de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te reizen. Ik vind het goed plan. Ik wil ook tijdens mijn reis altijd een rode draad hebben. Prima om er dan onderweg van af te wijken. Ik ben maar een heel klein beetje autistisch, hoor.

Het eerste stuk van de dag begint droog. Vervolgens klim ik de bergen in en gaat het zachtjes regenen. Ik ben eigenwijs en besluit om mijn regenpak nog ff niet aan te trekken. De route brengt ons immers zo weer naar de kust. Ik krijg spijt. De weg slingert verder omhoog en de regen komt met bakken naar beneden. Het hoost! Mijn Stadler motorpak wordt nat en koud…. Stom! Maar de wegen zijn smal en erg avontuurlijk. Ik zit er toch van te genieten.

Ik stop in een dorp voor een dubbele expreszo. Als ik weer vertrek, dan is het droog. Dat is mooi, want dan zal mijn motorpak snel droogwaaien. Als het een poos later weer gaat dreigen, ben ik verstandiger en trek bijtijds mijn regenpak aan.

De kustroute is prachtig. De ene keer rijd ik een meter boven zee, de andere keer driehonderd meter. De uitzichten zijn fenomenaal.

Ik steek de monding van de rivier de Deva over en rijd Deba binnen. Het  is een wat grotere stad met fraaie gevels van oude gebouwen. Ik gluur daar ook even naar een bijzonder grillig en rotsachtig stuk van de kustlijn. Voor onderweg koop ik er drie broodjes met tapas en een flesje cola met een kroonkurk. Een kroonkurk is geen probleem, want een echte motorrijder heeft natuurlijk een goede flesopener bij zich…

Ik kies weer voor een stuk kustweg. Ik kan het niet laten. Het is een onbedwingbare behoefte om de zee te zien en het zoute water te ruiken. Wat een genot om hier te zijn. Het is prachtig. Kort daarna trek ik weer wat het binnenland in om vervolgens San Sebastián in te rijden. Dat lijkt een beetje op Knokke. Allemaal hoge, statige gebouwen aan de zee. Mooi gezicht.

Ik vervolg mijn weg weer richting Irun en vind een mooi plekje in een bergdorpje voor een mok koffie. Op dat moment heb ik al zes (!) roofvogels gezien. Ik zie ze boven én onder mij. Fantastisch. Maar ik zie onderweg ook loslopende koeien, wolkenflarden die heuvels bedekken, bergen van goudgeel gras, water dat een weg zoekt, borden met 1100 meter hoogte en peilloze dieptes zonder vangrail.

Bij Irun steek ik de grens over en start mijn zwerftocht door het Franse deel van de route. Pas vrij laat zoek en vind ik een mooie overnachtingsplek in Tardets-Sorholus, Frankrijk.

Ik zit nu in een tuinhuisje van Hans & Grietje op een camping. Zo’n soort tuinhuisje als in die ouwe serie van Van Kooten & De Bie uit de jaren tachtig. Weet je nog? Over Ir. Walter de Rochebrune? Hij was een non-actieve mijnbouw-ingenieur die in onmin met zijn moeder in haar tuinhuisje in de tuin leefde en haar nooit meer sprak. Hij noemde zijn tuinhuis al 14 jaar zijn denk-laboratorium. Sinds de sluiting van de mijnen werd hij op zijn 41e jaar kluizenaar. Zijn vader had in 1935 een houten kubus uitgevonden, maar kwam in 1942 in Stalingrad om het leven. Zijn moeder had de kubus in 1945 bij het vuilnis gezet en dat vergaf Walter haar nooit. Walter probeerde een aantal paradoxale kwesties op te lossen en stuurde deze oplossingen naar de wereldleiders, maar kreeg nooit bericht terug… Zoek maar met Google. Erg leuk.

Dit tuinhuisje kost € 45 per nacht. Zonder factuur. En ik krijg ook nog een halve fles Monbazillac uit 1996 kado. Maar das een dessertwijn. En ik heb geen ijs hier, dus die laat ik maar staan.

Kortom: de regen viel vandaag achteraf wel mee. Een paar uurtjes en toen klaar. En ik ben Spanje uit. Regen en Spaanse wegen is een drama. Ze zijn vaak spekglad. In Frankrijk voel ik dat de banden veel meer grip op de wegen hebben.

Nou ja, ‘t is hier maar voor één nachtje. Er is hier weinig te doen. Wel grappig. Morgen reis ik verder. De madame roept vanaf de overkant: “La cuisine du restaurant ferme à 20h30. Vous n’êtes pas ici en Espagne, monsieur!” Precies over de brug kan ik nog net bijtijds een restaurant vinden.

ZE HÉÉT WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR….

….en natuurlijk staat ze op de foto…..

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.