Tagarchief: Zuid-Europa

Coos op Reis: DE ONGEDULDIGE

DE ONGEDULDIGE

(Verslag nummer 55 in onze serie Coos op reis.)  Strakblauw.  Het wordt een mooie dag. Een graad of 23, schat ik. Prima weer om iets te ondernemen. Factor 50, korte broek en tien blote tenen in de sandalen. Truitje mee voor vanavond. Fles water en mijn e-reader in het rugzakkie en op weg.

Ik ontdek bij de receptie waarom de prijs per nacht nu lager is: het restaurant en de bar gaan woensdag pas weer open. Er is nu niks. Nou, lekker dan.

Een kilometer verder vind ik een mooi plekje voor het ontbijt. Vlakbij de bushalte en dat komt goed uit, want vandaag ga ik een dagje naar het oude Livorno, een kleine tien kilometer naar het noorden. Met de bus heen en dan terug wandelen. Slechts 22 kilometer op blote voeten in sandalen te gaan vandaag. Piesofkeek.

Dit blijft voor mij een goede combinatie: één of twee daagjes motorrijden, een dagje aan het strand en een dagje wandelen en wat cultuur snuiven.

Livorno noemt zich graag Nieuw Venetië. Maar dat komt vast omdat Livorno de ‘jongste’ grote stad in Toscane is. De stad stamt slechts uit de 15e eeuw. Ik heb een lijstje van de dingen die ik vandaag graag wil gaan zien.

Maar eerst haal ik bij de apotheek de door mijn achternicht Fabienne geadviseerde oogdruppels. Zij heeft jaren in Italië gewoond en kent de goede dingen van Italië. Samen met de neusdruppels van motormaat en dokter Hans moet het nu in orde komen.

Fortezza Nuova valt mij tegen. Ik had er veel van verwacht. Het is absoluut niet fotogeniek. Het fort is verwaarloosd en onderdeel van een park. En dan trekt dat toch ander publiek. Ik zie veel graffiti op de muren. Het fort is ook half overwoekerd met onkruid en bomen en struiken.

Er is wel een gedenkplaats van de scheepsramp die daar in 1991 plaatsvond. Daar kwamen 140 mensen bij om. De veerboot botste op een voor de kust liggen de tanker. Allemaal niet zo heel bijzonder, maar deze boot heeft tot 1984 als de Koningin Juliana op de lijn Hoek van Holland-Harwich gevaren. En nu ben ik plots weer heel dichtbij huis.

Ik ontdek het prachtige standbeeld van De Vier Moren. Het standbeeld symboliseert de overwinning op de piraterij rond 1600. De familie Dei Medici heeft een belangrijke rol daarin gespeeld. Er is één plek waar je alle vier de neuzen van de piraten kunt zien. En als je díe plek hebt ontdekt, dan brengt dat geluk. Ik heb ‘m gevonden. Gelukkig maar, ik heb immers zoveel pech in mijn leven.

Ik heb de blanke heerser, die boven de Moren op het standbeeld staat, maar van de foto afgesneden. In de tijd dat ik mijn reis maakte, zeurde niemand nog over zwarte Piet, maar die is in 2020 door de middenstand definitief afgeschaft. Of we het willen of niet.

Mijn iPhone hoesje is kapot gegaan. Peperduur lederen ding van Nederlandse makelij. Rond de 50 euro voor betaald. De kwaliteit is eigenlijk absurd slecht. Dus ik loop bij zo’n Chinese shop naar binnen. Voor 5 euro heb ik ff een ander hoesje. De keuze was reuze…

Monter wandel ik naar de Cattedrale di San Francesco uit 1595. Hij is echter dicht. Dat had ik niet verwacht.

Ik wandel langs de zeekant terug richting de camping. Hardlopen is erg populair in Italië. Ik kom zeker 200 hardlopers tegen. Ik voel mij schuldig. Ik heb alle hardloopspullen bij mij en ben nog niet één keertje gaan hardlopen. Het komt er gewoon niet van. Ik heb het te druk. Haha.

Onderweg drink ik op een terrasje nog even een dubbele espresso. En daar leg ik een werkelijk prachtig tafereel vast. Dat ga ik even uitleggen…

DE ONGEDULDIGE

Een moeder en haar toch niet meer zo piepjonge zoon zitten bij mij in de buurt op het terras. Ik zie ze vanuit mijn ooghoek en kan ze vanachter mijn donkere glazen in de gaten houden. OK, bespieden dan.. En een beetje achter mijn vuistje grinniken.

Zoonlief geniet zichtbaar van zijn vette hap die mama voor hem heef gekocht. Hij duwt de voedzame maaltijd met van het vet glimmende vingers naar binnen. Dat doet hij niet voor het eerst, zo aan zijn buik te zien. Hij drinkt er een blikje met mierzoete limonade achteraan. Van de schreeuwerige kleuren op de verpakking van het blikje schiet spontaan mijn suikerspiegel omhoog.

Moeder drinkt een alcoholisch drankje. Daarnaast rookt ze als een schoorsteen om de beurt sigaretten en sigaartjes. Ze praten ook niet met elkaar. Het gaat ze duidelijk om het eten, drinken en roken. De zoon rookt niet. Dat is ongezond. Tja joh, iedereen heeft recht op zijn eigen verslaving. Wees eerlijk, dat gejakker op die motorfiets en dat gehang op het strand van mij, is ook niet normaal.

Als zoon al zijn troep op heeft, dan stelt hij zijn moeder direct voor om weer te vertrekken. Ik zie het aan de knik van zijn hoofd. Ik proest het bijna uit.

Moeder wijst echter achteloos op haar nog half gevulde glas en steekt nog een sigaret op. Het ritueel van ma duurt nog wel tien minuten…

Nou, en dan begint het grote ijsberen van zoonlief. Van de rand van het trottoir en weer terug naar de tafel. En kijk ma lekker rustig zitten. Wat een prachtig fotomoment voor mij. Het ongeduld druipt als bakvet van de foto…

Coos op Reis: VERWACHTINGS MANAGEMENT

Prachtig weer. (Weer voor Coos op Reis.) Geen wolkje. Het is nu al 22 graden. Om 10:00 uur stap ik op mijn kasteel. Mijn ontbijt zit al diep achter mijn kiezen.

Mijn flesje met oogdruppels tegen de pollen mik ik weg. Waarschijnlijk is de vloeistof niet meer in orde. Gaat ook maar een maand mee, staat op de verpakking. Ik heb veel last van mijn ogen door de pollen. In mijn rechteroog zie ik wat kristalvorming en in mijn linkeroog zitten eiwitachtige draadjes. Het voelt alsof een ooghaar in mijn oog zit. Het kijkt niet lekker. Gelukkig zitten er nog meer flesjes in de voorraadtassen. Ik heb alles bij mij. Mij kan niks gebeuren. Ik ben een avonturier zonder risico’s. Ik spreek met mijzelf af om vandaag niet meer in mijn ogen te wrijven…

Ik wil de verkeersdrukte vermijden. Op mijn Garmin kies ik een plaatsje dat op 50 kilometer ten noordoosten van Genua ligt. Ik rijd de camping af, rij eerst een heuvel af naar beneden, dan drie ouwe straatjes door, langs twee armoedige flatgebouwen, rol over een stokoude brug en rij zó de bergen in. Joepie. Ik heb van de drukte en de warmte van Genua helemaal niets meegekregen.

Note: onbewust van het gevaar vermeed ik met mijn handigheidje daarbij de op dat moment gevaarlijkste brug van Italië: slechts vier maanden later zou Ponte Morandi instorten. Dat kostte 43 mensen hun leven. Deze verkeersbrug van voorgespannen beton werd half in de jaren zestig gebouwd.

De weg klimt de bergen in en we stijgen tot bijna 800 meter hoogte. Het is hier heerlijk koel: 20 graden. Wat een geluk. Het eerste stuk is superasfalt. Stroef. Het draait en draait en stijgt en daalt tot ik er horendol van word. Er is hier bijna geen enkel recht stukje weg. En het is lekker rustig op de weg. Af en toe zie ik in de diepte de auto’s op de tolweg in de zon glinsteren.

Wat later worden de weggetjes smaller en steiler. Soms houdt de kwaliteit van de wegen het midden tussen een beroerd weggetje en een knap karrenspoor. Er ligt ook veel steenslag op. Het is af en toe ook gruwelijk steil. Zo steil dat er soms bochten van meer dan 180 graden zijn. Er staan borden met daarop ‘tornanti’, maar die helpen niet, hoor. In sommige bochten val ik bijna stil. Dan moet ik er donders goed op letten om eventueel mijn bergbeen en niet mijn dalbeen neer te zetten, anders lig ik als ridder met mijn lange staken en mijn ventilerend maliënkolder onder de stenen en balken van mijn kasteel, te wachten tot er een Italiaan komt om mij uit te graven.

Maar het gaat goed en het is prachtig allemaal. Ik kan wel blijven stoppen om foto’s te maken. Maar ik moet dóór! Dit is een forse dag. Ik heb een einddoel.

Ik kom weer even beneden. Daar is het ondertussen 30° geworden. Ik was er al bang voor. Ik gebruik alle ventilatiekanalen in mijn Stadler-pak: de ramen op mijn borst èn de mouwen staan open. En ik heb mijn doorwaaihandschoenen aan. Als ik maar rijd, dan is het goed uit te houden. Ik ben wel tevreden zo.

Om nóg meer last van mijn ogen te voorkomen, houd ik het buitenste vizier van mijn helm maar dicht. Maar dat is wel erg benauwd bij deze temperatuur. Dus open ik dat vizier en schuif het donkere zonnevizier naar beneden. Ik heb een hekel aan dat zonnevizier. Mijn ouwe-mannen-ogen kunnen het verschil tussen de zon en de schaduw sowieso niet zo goed overbruggen. Een fietser met een zwart pak in de schaduw? Ik rijd hem plat. Ik heb het probleem ook als ik met lage zon aan het tennissen ben. Of bij het tennissen in een hal met kunstlicht. Maar goed, ik probeer het maar even zo.

Voor het eerst tref ik in een Italiaans dorp een zogenaamd snelheidsregulerend stoplicht aan: die blijven oranje knipperen of op groen staan als je je aan de toegestane snelheid houdt, en anders springen ze ff op rood. Kan je een minuutje afkoelen.

Spanje staat er vol mee. De eerste keren had ik het daar niet zo in de gaten. Toen sprong het oranje knipperende licht plots op rood. Ik schrok ervan en gaf een poep gas. Toen leerde ik ook dat als ik maar grof genoeg op dat knipperende licht af denderde, ik er door kon zijn vóórdat het rood werd. Haha. Wel wat onbehoorlijk. In Italië fotograferen ze ook bij dat soort lichten, dus ik neem het risico maar niet meer.

Ik koop een complete salade bij de Coöp en samen met mijn vork zoeken wij een plekje in de natuur op om ‘m lekker op de peuzelen. Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone … en het filmpje laat ik jullie straks nog even zien…!

Later kom ik ook weer even aan de kust, maar dan slingert de route toch weer de bergen in. Ik kan daar lekker doorrijden en het blijft er koeler. Ik slinger deze dag wel zo’n 200 km door de bergen. Heerlijk.

De laatste honderd kilometer gaan weer langs de kust. Anders wordt het teveel gepuzzel. Het is heet. Pfff.. Ik heb trek in een ijsje. Ik kan aan niks anders meer denken. Ik moet en ik zal een ijsje. Dus rijd ik Lerici in. Dat blijkt autoluw te zijn. Maar ik ben geen auto. Dus ik vind mijn ijsje. Het is drúk op het strand. Als mieren liggen ze daar op en naast elkaar.

Als mijn ijsje op is wandel ik weer terug naar mijn motorfiets. Ik ben net op tijd om te voorkomen dat zij met haar zijstandaard wegzakt in het gloeiend hete asfalt.

Foto! Lekker warm hier, hoor…

Ik rijd het laatste stuk van de route. En ook hier lonken weer de dames van lichte zeden. Gewoon aan de snelweg. Ze staan half naakt bij kleine inritjes. Grappig woord… De service vindt waarschijnlijk plaats in je eigen auto. Heb ik weer, ben ik op de motor! Maar ja, het zal je dochter maar zijn. Vrijheid, blijheid. En als het hun vrije keus is, dan moeten ze het allemaal zelf weten. Maar we weten allemaal beter.

Ik ben nu bij Livorno. Een camping gevonden dírect aan het strand. Schofterig duur.
Tja, er is hier geen concurrentie, vertellen ze doodleuk bij de receptie. Het is wel erg luxe. Het is bijna het nivo van een hotel.

Ik blijf hier tenminste twee dagen.

Morgen weer een lekker boekje lezen op het privé-strand van de camping. Morgen mooi weer! En aan het strand zijn altijd minder pollen.

Ik vond het een lekkere dag. Prima aangepaste route. Lekker gereje…

VERWACHTINGSMANAGEMENT

Even iets aan verwachtingsmanagement doen? (Let op, info redactie: dit artikel is een eerder jaar geschreven en wij publiceren deze serie dus later.)

Uiterlijk woensdag 9 mei ben ik weer thuis in Linschoten. Vlak voor het lange weekend met veel mensen in drukbevolkte hotels. Want donderdag is het Hemelvaartsdag. Tja, en vrijdag 11 mei wordt mijn oude moedertje 88 jaar. Ik wil erbij zijn. Ze trakteert de familie ‘s avonds op een etentje in Breda. En … die dag halen we dan ‘s morgens onze nieuwe auto op…

Owja, het filmpje! Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone en …..

 

Coos op Reis: WIJ DUITERS BEGRIJPEN ELKAAR

Het is 20 april. (We publiceren hier het 52e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, schreef bijna dagelijks een verslag, en wij pubiceren ze wat trager hier)

Ik word wakker op Campeggio Villa Doria in Genua, Italië. De wekker loopt af. Verrek, het blijft pikkedonker als ik mijn ogen open. Ik ben dood, denk ik. Maar dan zou ik de wekker niet horen. Pisnijdige Italiaanse automobilisten hebben mij levend begraven. Samen met mijn piepwekkertje. Omdat zij nu nog steeds in de file aan de Cote d’Azur staan en ik ze gisteren met mijn ronkende kasteel allemaal heb ingehaald.

Ach welnee jôh, de luiken van het slaapkamerraam zijn buiten nog gesloten… Ik begrijp dat wel, want het uitzicht is niet heel erg boeiend. Ze waren mij gisteravond trouwens helemaal niet opgevallen. D’r uit, met je luie reet!

Deur open en …. prachtig weer! Strakblauw! Ontbijt op de camping bij een aardige jongedame die wel vijf of zes talen spreekt en nu ff Duits studeert. Croissants en koffie. Wat een luxe. We hebben een leuk gesprek samen over het goede leven in Italië en in Nederland.

Ik kijk vanaf het terras geamuseerd toe hoe twee corpulente heren plus drie ongeïnteresseerde stevige dames een gehuurde Spaanse Ford Fiesta (!) volladen. Ze moeten drie keer opnieuw beginnen om het passend te krijgen. Ik moet even aan mijn eigen bagage denken…

Ik verbaas mij over de enorme hoeveelheid flessen limonade die ze meenemen. Ik maakte eerder al even een praatje met de grootste dikkerd. Het gezelschap komt uit Argentinië en gaat nu naar Valencia. Heeeele prettige reis! roep ik ze nog na… Teringjantje. Ik ging voor geen goud mee. En dan moest ik onderweg vast al die grote flessen vieze limonade opdrinken… Jakkes.

De campingmevrouw beweert dat Genua een prachtige oude stad is met een rijk verleden. En dat het een hele grote haven heeft. Nou, dat zullen we dan wel eens zien. Ik koop op de camping voor € 4,50 een heen-en-weertje. Dat is 24 uur geldig en daarmee kan ik van al het openbaar vervoer in de omgeving gebruikmaken, inclusief een lift die mij boven de stad tilt. De Genuanen weten precies hoe ze de toeristen met hun auto’s uít de stad houden…

Ik wandel vanaf de camping een kilometertje naar beneden en pak de trein naar Genua. Die gaat elk kwartier. In twintig minuten sta ik in het centrum van Genua: station Genova Sestri Ponente. Perfect.

Het is hier 29°. Ik loop in een mouwloos shirt, korte broek en keurig geknipte blote tenen in sandalen. Lekker luchtig. Nu kan het nog. Morgen moet ik mijn motorpak weer aan.

Mensen kijken mij maar raar aan. Dat zijn ze hier allemaal niet gewend. De Italianen lopen hier met een lange broek en sommigen dragen zelfs een warme jas. Maar goed, ik denk dat die Italianen niet op vakantie zijn. Wellicht is dat het. Hoop ik dan maar.

Via Le Strade Nuove loop ik langs gebouwen die op de Unescolijst staan. Ik stap gewoon doelbewust overal naar binnen en als ik er niet in mag, dan houden ze mij wel tegen, stel ik mij zo voor. Ik kom zo overal.

In de kerk dus niet! Daar houden ze mij tegen. Omdat ik geen mouwen aan mijn shirt heb. Klopt, het is buiten ondertussen 31 graden en ík hoef niet te werken en ook niet persé een warme jas aan en ik ben toevallig wel op vakantie. Ik begrijp trouwens die hele kerkelijke redenering ook niet. Jezus heeft naakt aan het kruis gehangen, maar mijn blote schouders mogen ze in de kerk niet zien.

Maar … men heeft een praktische oplossing bedacht. Ik krijg een gouden gewaad om mijn schouders in de dezelfde kleur als het plafond. Haha! Klaarblijkelijk mag ik er als prins carnaval wel in. Mij best. Zou … uh… d’r een foto van zijn..? Nou?

Ik loop trouwens ook nog tegen Het Laatste Avondmaal aan. Uit 1618! Heel bijzonder.

Met een lift kan ik via mijn openbaar vervoerkaartje naar het hoogste punt van Genua, lees ik ergens. Aldaar heb ik een fenomenaal uitzicht, belooft men mij. Ik kijk verder nergens naar en loop met behulp van Google Maps naar de lift. Ik klim een trap op, nog een trap op, nog eentje en nog eentje. Pfff.. Niet normaal. Afijn, sta ik helemaal boven, bij de lift dus. Handige Harry. Heb ik de lift maar naar beneden genomen. Kon ik toch nog mijn vervoerkaartje gebruiken.

De deuren van de lift gaan open en ik kom beneden uit in een hele andere wijk. Ik loop via het oude centrum terug naar mijn route en dan word ik plots aangesproken door een feestelijk uitgedoste mevrouw. Haar rokje en truitje zijn allebei erg kort en haar truitje goed gevuld. Wat was het kamernummer op dat label van een poosje terug, nou ook al weer?

Ze zegt in het Duits dat ik hele mooie benen heb en dat ik daarom vast een Duitser ben. Dat zijn twee leugens in één zin, dat zou je bij mijn motormaat Henk eens moeten proberen, zeg ik haar. Want die gelooft nooit iets.

Verderop zie ik nog meer uitdagende dames staan. Of ik met haar mee ga, vraagt ze. Nee joh, het is veel te warm hoor, roep ik en vlucht snel bij deze half ontblote verleiding vandaan.

Ik dwaal door hele smalle straatjes. Als ik mijn armen spreid, dan kan ik gemakkelijk allebei de muren raken. Maar het zegt wellicht ook iets over de spanwijdte van mijn armen.

Ik wandel weer verder en ik kom door de vrolijkste straatjes van mijn reis. Quanto è bella la vita, roep ik. Wat is het leven mooi. Elke dag weer.

In de buurt van een groentemarkt vind ik bij een gezellig restaurant een rustig terrasje. Ik bestel een lauwwarme pasta als lunch. Ik zit heerlijk in de schaduw op een heel koel pleintje waar een zalig briesje waait. Ik zit er zowaar een uurtje in mijn e-reader te lezen. Mijn boek is spannend want Jack Reacher is weer iets aan het slopen…

Plotseling sta ik voor het huis van Columbus. Niet één of andere Tinus de Zoveelste. Nee, Columbus, himself! Super om daar te zijn. Het huis blijkt een 18de-eeuwse reconstructie van het orsinele huis van Christoffel Columbus te zijn. Hij woonde hier rond 1460. Een poossie terug.

Ik slenter verder door de havens. Het is prachtig. De campingmevrouw had gelijk. Genua is zeer de moeite waard.

In de haven kijk ik naar een boot die op het punt van vertrekken staat. Whale Watching, staat er met grote letters op. Het kost drie euro heen en drie euro terug. Waarheen dan? Nou, naar Perli, precies naar het plaatsje waar ik weer moet zijn en waar mijn camping is. Wat een geluk, hè.

Weet je wat? Ik doe het. Lekker met de koele boot in plaats van met de warme trein. Ik laat mijn 24-uurskaartje nog even zien, maar dat zit er helaas niet in. Stelletje krenten…. Haha.

Géén walvis gezien natuurlijk, tja, wat wil je voor drie euro? Zal ik mijn geld terugvragen? Wel lekker om op zee 40 minuten lang geen last van die kutbomen en de pollen te hebben. Ik heb gelijk weer lucht. Dan is het leven nog mooier.

Ik stap aan de haven uit, slechts op korte afstand van de camping. Goed gepland.

‘s Avonds eet ik op een terrasje aan zee. Ik zie het zachtjes donker worden terwijl ik een mooie droge witte Italiaanse wijn drink en Trofie al pesto Genovese eet: een typisch Ligurisch gerecht van hier, heb ik zonet geleerd.

Ruim 17 kilometer en 43 verdiepingen van mijn sandalen afgesleten. Op blote voeten d’r in. Ik heb wel wat hete voetzolen. Yeah…

Morgen reis ik weer verder. Via Viareggio (Altijd Viareggio; heb je het boek van Rick Nieman gelezen?) en Pisa naar Livorno.

Ik probeer morgen waarschijnlijk wel een beetje de kust te vermijden. Dat schiet wellicht wat meer op.

WIJ DUITSERS BEGRIJPEN ELKAAR

Aan het einde van de avond heb ik in het restaurant nog even een gesprek met een echte Duitser.

We zijn samen van mening dat die spaghettivreters hier maar hele kleine kuttafeltjes hebben. Koelere. Wij passen er nooit onder.

Woefff…!

Coos op Reis: MICHEL VAILLANT

(Het vervolg in de serie Coos op Reis, aflevering 51)

Het is half april. En prachtig weer. Het is strakblauw. Het is om 08:30 uur al 21 graden. Dit wordt een warme dag.  Ik veeg het huis, schraap mijn zooitje bij elkaar en pak alles op mijn motorfiets. Das elke keer een uurtje werk. En ik verstop een eierdopje achter een beker. Beetje paniek zaaien. Vanwege die code en dat hek. Haha. Nee, hoor.

Ik verwijder maar gelijk in de caravan de goretex-voeringen uit mijn motorpak. Het maakt van mijn pak bijna een doorwaaipak. Als het erg warm wordt, dan kan ik op mijn borst nog twee grote ramen openzetten en de mouwen nog helemaal openritsen. Verder trek ik een dunne nekkraag aan, dunne sokken, een hightech hardloophempie en mijn Rukka doorwaaihandschoenen. Ik ben er klaar voor. Burn baby, burn!

Een extra probleem is wel dat ik de kleren, die ik bij kou en regen droeg, nu ergens moet zien op te bergen. In mijn koffers heb ik geen plek en mijn tassen zitten vol. De extra aangeschafte waterdichte zak lost echter alles op. Hij zit met twee rete slimme bandjes op mijn topkoffer. Die zak  weegt niks, zorgt voor een extra zee van ruimte en alle spullen zijn snel bereikbaar. Wérelds!

Ik controleer of alle koffers goed gesloten zijn, de bagage stevig vastzit, de rits van mijn tanktas dicht is, doe mijn oordopjes in, zet mijn helm op en vertrek. Vroemmmm! Heerlijk!

Ik ontbijt twee dorpen verder bij een bakker. Ontbijt! staat er in het Frans met grote letters en een uitroepteken op een bord. Stokbrood en verse croissants en vruchtenprut uit blik en hete koffie.

Wees eerlijk, als je nou met een heel groot bord je voorbijgangers naar binnen lokt voor een ontbijt, hoe groot is de kans dan dat ze bij je komen ontbijten? Is die kans klein, gemiddeld of groot? Nou, ik zal je helpen: héél groot, want ik was daar zeker niet de enige. We stonden in de rij.

Potver, is het dan héél veel moeite om de boter op kamertemperatuur te serveren? Nondeju. Ze komt zó uit de vriezer. Hakken moet ik. Er is tegenwoordig ook bijna geen goed horecapersoneel meer, jôh. Ze hebben alleen maar geen zin om bij de Blokker of McDonalds te werken.

Whoehaa. Het is net 10:30 uur en ik heb het eerste deel van mijn reisverslag al klaar. Gewoon ff zeiken over iets. Lukt altijd. Lekker, man.

Ik wil heel graag de kustweg bij Nice en Monaco af. Die is prachtig. En ook retedruk. Maar als ik nou net doe alsof het niet druk is, dan is er verder geen enkele belemmering. Toch? Ik neem de kustweg.

En hij is prachtig! Ik kijk echt mijn ogen uit. De luxe, weelde en rijkdom die huizen, tuinen en opritten uitstralen. En steeds dat magnifieke uitzicht over het eindeloze azuurblauwe water. En afwisselend schitterende rotspartijen. En die prachtige gebouwen en luxe hotels onderweg en in Nice. Helemaal super. Ondertussen is het 25 graden.

Monaco slaat alles. Twintig jaar geleden dacht ik al dat het daar helemaal was volgebouwd, maar de kranen draaien nog steeds volop. Ze hebben nog wat meters gevonden om te bebouwen. Niet normaal. De kustweg is daar nog mooier en daar zijn ze helemaal immens rijk.

Voor autoliefhebbers is het hier zeker een walhalla. Al je dromen gaan hier in vervulling. Als ik eens goed naar zo’n auto kijk, dan ontdek ik dat MC van MC Zegveld helemaal niet voor MotorClub staat. Het betekent héél wat anders..

Jôh, ik wilde het persé zien en ervaren. Maar nu heb ik het gezien en nu mag ik dus ook ff zeiken over de drukte. Echt niet normaal. Er is geen doorkomen aan. Ik doe twéé uur over een traject van 38 kilometer. Het is geen doen. En dan kon ik er met de motor nog vaak langs.

Bij Ponte San Ludovico wip ik de grens over en rijd Italië binnen. Aan de grens tref ik een overmacht aan militairen. Ik rijd zelfs tussen twee zwaarbewapende mannen door. Ik steek zittend op mijn kasteel 50 cm boven die kleine Italiaantjes uit. Haha. Vroemmmm, op weg naar Ventimiglia!

De kustweg blijft prachtig. Maar de stadjes zijn een ramp om door te komen. Bij Alassio is het 30 graden. Maar het gaat verder wel goed. Ik heb mijn helm lekker open, maar snuif natuurlijk een paar pond stuifmeel van die KUT-bomen naar binnen. Dat moet ik vanavond bezuren.

Vlak bij Genua vind ik een hutje. Simpel. Verder niks. Geen verwarming, maar dat is niet nodig. Het is warm zat. En geen keukenspullen. En die heb ik ook niet nodig. Ach, wat maakt het uit.

Op advies van de campingboer wandel ik door een park langs de resten van een oude Romeinse villa naar beneden, naar de kust. Hij heeft mij het adres van zijn favoriete restaurant gegeven waar eigenlijk geen toeristen komen. Prachtige, orsinele Italiaanse tent. Ik eet een pizza voor 6 euro. Aan de Cote d’Azur kost zoiets gewoon 18 euro.

Mooie dag. Ik wil persé niet elke dag rijden, maar de rijdagen blijven altijd het mooist.

Ik kijk wel wat ik morgen doe. Ik weet het nu nog niet.

MICHEL VAIILLANT

Uit een zijstraat komt met veel kabaal een wel heel aparte auto. Hij kan zo van Michel Vaillant, mijn stripheld van de Franse tekenaar Jean Graton, uit Kuifje zijn. De carrosserie van de auto ligt heel laag boven de grond. Hij heeft een soort cockpit voor de piloot, een grote vleugel achterop en is in giftige kleuren van spiegelend materiaal gewrapt. Wat een auto! Niet normaal.

Mijn collega’s beschuldigden mij er vroeger nog wel eens van dat ik een tienerbrein heb. Op dit soort momenten denk ik dat ze gelijk hebben, hoor.

Heb ik een foto voor jou? Wat denk je? Is de paus…?

Ik rij kilometerslang achter de auto en zie dat voorbijgangers blijven staan, naar de auto omkijken of naar hun telefoon grijpen.

Mijn momentje-van-de-dag komt als de bolide in een bocht met bulderend lawaai twee streepjes gas geeft, we vervolgens samen aan de overkant een Rolls Royce cabrio én een Bentley tegenkomen en ik rechts in de diepte twee cruiseschepen van 15 verdiepingen zie liggen. Wôw! Hier zijn ze compleet gek, denk ik.

In Monte Carlo is het 28 graden. Die temperatuur hoort gewoon bij de waanzin hier.

Coos op Reis: IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING

Het is 17 april. (Redactie: Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, wij publiceren zijn dagelijkse verhalen een keer of 2 per week.) Ik ben op een camping in Villeneuve-Loubet, aan de Côte d’Azur in Frankrijk. Het is al weer prachtig weer. Zoals verwacht. Strandweer!

Vandaag ben ik een man met een missie: mijn allereerste boek van deze vakantie helemaal uit lezen. Ik heb duizend boeken bij mij op twéé E-readers en, je gelooft het niet, te weinig tijd om veel te lezen. Ik ga snel op pad.

Mijn ontbijt scoor ik in de supermarkt. Hier verkopen ze ook bruin stokbrood en lekkere sapjes. Ik sla gelijk wat appels, bananen en tomaten in. Allemaal tegen de scheurbuik. Ik neem ook brood en kaas mee voor de lunch. Ik heb geen idee welke voorzieningen er op het strand zijn.

Het strand blijkt voor 80% kiezelstrand. De andere 20% bestaat uit zwerfhout en zand. Rechts in de verte zie ik een heel luxe jacht met de afmetingen van een fregat van de Franse marine voor de baai bij Antibes liggen, links arriveren in hoge frequentie de vliegtuigen met nog ongebruinde toeristen in Nice en steken de besneeuwde bergtoppen boven de huizen uit. Achter mij raast het verkeer op een drukke tweebaansweg en daar weer achter rijdt de trein. Maar …. ik hoor de zee en de zon schijnt en …. ík vind het een fantastisch strandje.

Gewoon een lekker dagje niks doen. Op mijn vouwstoel. Aan het einde van de middag is mijn boek uit. Missie geslaagd. Ik ben gelijk aan een nieuw boek van Lee Child begonnen. Heerlijke favoriete schrijver met zijn verhalen over Jack Reacher. Ik zou graag zijn kracht en slimheid willen hebben. Hij kan alles. Reacher demonteert met één arm een Frans fregat met een nagelvijl en redt ondertussen de honderdkoppige bemanning in een handomdraai.

Pas om halfzeven wandel ik van het strand af. Het lijkt wel vakantie!

Terug naar de camping, even douchen en dan op jacht naar een restaurant om een deel van de avond warm en gezellig door te brengen. Mooie dag!

IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING.

Nog even terug naar gisteravond…   Ik wandel naar de haven om daar bij een Indiaas restaurant te gaan eten. De eigenaar van het restaurant heeft zijn prijzen afgestemd op het gemiddelde inkomen van de booteigenaren in de haven. Jeetje joh, ik moet ff twee keer slikken. En daar kom ik dan aanzakken in mijn eenvoudige motorkloffie. Maar ja, wat kan mij het schelen, dus stap ik zelfverzekerd naar binnen. Ik voel mij gelijk thuis in deze prachtige omgeving met fraai gesneden massief houten stoelen, linnen servetten, prachtige borden en bestek en een oase van planten. Het is hier prachtig. Wow! Mijn vader was vroeger maar gewoon chauffeur, maar van zijn smaak heb ik weinig meegekregen, hoor. Mijn vader hield meer van de kwantiteit, ik houd meer van de kwaliteit. Ik houd erg van mooie dingen. Ik kies iets lekkers met twee pepertjes. Lekker pittig en heet zat voor de morning-after op de caravandoos… Regeren is vooruitzien.

Ik heb na het eten geen haast en kuier nog wat door de omgeving. Op de terugweg schiet ik een paar mooie plaatjes voor the Catch of the Day.

Enfin, rond 23:00 uur kom ik bij de camping en … sta voor een héél gróót gemeen gesloten tweedeurs Duits smeedijzeren hek van een paar meter hoog en wel tien meter breed. Het is elf uur geweest. Dusss … is de campong dicht, vergrendeld, afgesloten, sperrzeit!

Wat denk ik? Juist…! Jij snapt het.

Niemand kan er in en niemand kan er uit. Als er brand uitbreekt, dan zitten alle bewoners gevangen en zullen hun huid, organen en lichaamssappen borrelend tot een kookpunt komen en het sissende vocht daarvan zal zich mengen met het slijk der aarde en vervolgens zullen de vlammen aan hun reeds geblakerde gebeenten likken. Ashes to ashes, dust to dust.

Het is elf uur, lock them up!

Tja, ik wil verder niet zo heel erg overdrijven, maar de enige die daar echt in en uit kan, is de campingpoes. Zij doet het ff voor en komt gewoon onder het hek door gedag zeggen en loopt miauwend weer terug de camping op. TYPE DE CODE IN, staat er op een display, aan de zijkant van het hek. Mij is geen code bekend. Men volgt alle procedures rondom de eierdopjes strikt op, maar we geven de toeristen níet de code van het hek. Stel je voor.

BEL AAN, als je de receptie wilt spreken, staat er bij het belletje. Dat doe ik een paar keer. Niemand reageert. De receptie is vanaf morgenochtend 09:00 uur (!) weer open zie ik in de verte op een bord staan.

Ik roep en ik fluit een paar keer hard op mijn vingers. Gelukkig kan ik dat. Niemand reageert.

Zo, daar sta ik dan. In het pikkedonker. Ik kijk eens om mij heen. Ik zou willen dat ik Jack Reacher was, die alleskunner uit mijn boek. Maar ja, ik ben Coos, ik schrijf een boek en kan niet alles.

De poes kijkt mij vanachter het hek hoopvol aan. Zij wil best even geaaid worden. Nou heb ik een klein beetje geluk. Ik ben namelijk niet zo dik. Das overigens een kwestie van niet teveel eten. Dat helpt.

Ik ga plat op mijn rug liggen en pers mij snel onder het hek door. Want als nu iemand het hek wel plots opent, dan smeren ze mij over straat uit. Probleem opgelost! De poes kijkt mij goedkeurend aan. En of ik haar gelijk even wil aaien…

NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON

We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, met hier verhaal nummer 48 van Coos van der Spek. Momenteel vanaf de kust in Zuid Frankrijk.

Zonnig en droog. Prachtig weer. Het wordt 22 graden. Ik blijf lekker nog een dagje hier. En pas morgen is het, daar waar ik naartoe wil, ietsje beter weer. Dan doe ik het allemaal net effe slimmer.

De receptionist van de camping vertelt dat hij mijn verhaal op Facebook heeft gelezen. Hij heeft het via Google Translate naar het Frans vertaald en las zijn uitleg over de duivelsweg weer bij mij terug. Het is allemaal zó ver weg, maar de techniek brengt ons zó dichtbij… Mooi!

Ik besluit om vandaag naar het volgende plaatsje te wandelen: Bandol. Dat ligt via de kust circa 8 kilometer hier vandaan. Er is een parking met de naam DeFerrari. Ik ben benieuwd. En ik zie in de verte dat er ook een eiland vlak bij Bandol ligt: Ile de Bendor.

Het wandelen gaat deels door een prachtige woonwijk langs zee, waar ik wel heeeel erg graag zou willen wonen, deels over en langs het strand en deels over het voetpad langs de doorgaande weg. Het uitzicht over zee is overal fantastisch. De zee is super en maakt mij steeds blij.

Ik kom nog langs een aardig hotelletje. De prijs per nacht (!) gaat daar tot € 1.108,-. En dan kost het parkeren van je auto ook noges € 15,- extra. Ja hallo, iedereen moet toch zijn auto parkeren? Als je hier slaapt, dan kom je echt niet met de bus, hoor. Dat parkeergeld moet toch gewoon in de kamerprijs zitten? Er zijn daar duidelijk geen marketeers aanwezig.

In tegenstelling tot het autovrije Sanary-sur-Mer rijdt in Bandol het verkeer nog wel over de boulevard en door de straten. Op een mooie zondagmiddag is dat boulevardrijden bijzonder aantrekkelijk voor de Lambo’s, de Ferrari’s en honderden motorfietsen. Het is een constante stroom van flanerend verkeer. Veel motorrijders hebben duo’s achterop en ik zie een erg hoog spijkerbroekgehalte onder dat publiek. Straks sexy op een terrasje zitten lijkt belangrijker dan je eigen veiligheid. Niks erg, zolang je maar niet valt.

De gemeente wordt eerst stinkend rijk als je langer dan drie uur parkeert en kort daarna zuigen ze je compleet leeg. Als scholen nog eens een praktisch voorbeeld nodig hebben wat nou precies ‘een progressief tarief’ is, dan heb ik er hier eentje voor ze. Let vooral even op wat de laatste driekwartier per kwartier kosten… En na vier uur krijg je ook noges een bekeuring. Deze aanpak degradeert Amsterdam tot een achterlijk plattelandsdorpje.

Jôh, ik moet óf wat aan mijn Frans gaan doen, of ik heb een nieuw gebitje nodig. Ik bestel in mijn beste Frans een koffie met een appeltaartje. Of heet dat tegenwoordig geen tartes aux pommes meer? In elk geval krijg ik heel wat anders. Nou ja, hier zit ook vast fruit in. Kan mij het schelen.

Bandol is aardig. Een grotere versie van Sanary-sur-Mer. Maar met teveel verkeer. Ik lunch op een prachtig zonnig terras met een heerlijke charcuterie Italienne en een glaasje rosé. Wat kan het leven heerlijk zondig zijn. Ik lijk wel jarig. Jôh, ik lijk al weken lang elke dag jarig!

‘s Avonds eet ik, op advies van TripAdvisor, in een Polynesisch restaurant bij de haven. Ik heb geluk dat zij wel open zijn. Op zondagavond zijn in Frankrijk veel restaurants dicht. De Fransen gaan graag op zondagmiddag met de familie aan tafel en dan is er ‘s avonds voor de horeca weinig omzet meer te halen. Dan liggen de Fransen al op één oor, hun middageten te verteren.

Prachtige dag met schitterend weer. Achttien kilometer weggetikt. Lekker! En onderweg nog wat plaatjes geschoten en weer een nieuwe vriendin gevonden.

Morgen reis ik verder. Eerst de bergen in en dan richting Italië. Het lijkt er op dat het weer daar wat minder is, maar ik gok het er op. Het weer moet niet teveel een bepalende factor zijn, zoals je weet.

“NIEMAND WIL EEN HARLEY-DAVIDSON”

Iemand heeft een paar Harley-Davidson motorfietsen bij de vuilcontainers neergezet. Snap ik wel, hoor. Want morgen komt de vuilnisman, staat op de borden. Iedereen loopt er gewoon voorbij. Niemand wil die pokkendingen hebben…

Tja… Ik ben er ook maar gewoon voorbij gelopen. Wat moet je met die dingen? Ze staan thuis alleen maar in de weg, want rijden kun je er niet mee.

Note: let op! Nou gaan er een paar helemaal uit hun fontanelletje!

Coos op Reis: LE CHEMIN DU DIABLE

LE CHEMIN DU DIABLE

(We publiceren dit verhaal wat later dan Coos toen reisde. In onze serie “Coos op Reis” plaatsen we wekelijks 2 verhalen van hem zodat we nog zeker tot midden de zomer van zijn dagelijkse vertellingen kunnen genieten. Wij lopen wat uit om jou als lezer te plezieren….)

Het is 14 april en ik ben vandaag 66 jaar geworden.

Ik ben op camping Parc Mogador in Sanary-sur-Mer en ik voel mij erg jarig met zóveel berichtjes via de email, WhatsApp, FaceBook, Messenger, LinkedIn etc. Ik hoor ze vanaf half acht allemaal binnenkomen terwijl ik in mijn warme peentje het dagelijkse gevecht met de wekker aan het verliezen ben.

Normaal zet ik ‘s avonds de telefoon op stil, maar dat was ik gisteravond vergeten. Ach, nietwaar joh, sentimentele ouwe kerel. Je liegt. Je hebt de hele nacht liggen draaien in je eigen angstzweet. Je was bang dat ze niet aan je zouden denken….

Dankjulliewel voor alle felicitaties en mooie wensen. Het doet mijn stokoude zwak kloppende rimpelige zwarte hart goed.

Het is bewolkt, af en toe wat zon en het is droog. Het is best aardig weer. Vanmiddag tikken we ruim de 21 graden aan en komt de zon, roepen de weermannen. Joepie!Na wat kledingwasjes scoor ik op de camping een licht ontbijt. Ik kreeg van diverse kanten instructies om vandaag een taartje te gaan eten.

Maar ik heb vandaag ook een missie! Als je je motorfiets op de zijstandaard op een drassige ondergrond parkeert, dan heb je een extra plaatje nodig om ervoor te zorgen dat je motorfiets niet omvalt.

Mijn plaatje is van plastic, is 16 jaar oud en twee dagen geleden doormidden gebroken. Ik heb dus een nieuw plaatje voor mijn jiffy nodig.

Ik loop de camping uit, sla twee keer rechtsaf en loop zo tegen Azur Motos aan. Hoeveel mazzel kan een mens nou hebben? Alsof Berry Goedhart Motoren aan het einde van je straat woont. Zegt jou niks? Geeft niks, gewoon verder lezen.

Wat denken jullie? Is motorwinkel Azur Motos open? Nou? AarzelAarzel, TwijfelTwijfel,  Nagelbijten …. uh… Hoofdletters aan: JAAA! Hoofdletters uit. Hij is open. Teringjantje! Ik word er helemaal vrolijk van.  Maar aan de andere kant… Het kan ook niet anders. Het is nog geen half twaalf. Geen enkele Franse rotsmoes om dicht te zijn.

Ik wacht buiten effe op mijn beurt. Ik pas namelijk in de hoogte niet in de winkel. Nu weet ik wel dat ik met mijn 1,95 m niet de kleinste ben, maar hallo, ik ben geen 2,75 m of zo. Dit is een winkel voor kinderen!

Enfin, wat denken jullie: heeft deze winkel een plaatje voor mijn zij-standaard? Er staan daar minstens 30 motoren en scooters buiten. Het is echt geen klein winkeltje. Het is niet rijwielhandel Kleingeld op de Hordijk in Rotterdam waar ik in 1969 mijn Kreidler kocht en het is ook geen 1969.

Nou? Hebben zij zo’n plastic plaatje van € 0,75 voor mij in voorraad? Doe es? Hoofdletters aan. NEEEE! Hoofdletters uit. Natuurlijk niet, optimist! De oetlul pakt een boek om het te bestellen. En dan heeft hij het over een week al binnen. Man, weet ik veel wáár ik dan ben?

Verzin eens een list? vraag ik hem. Je hebt vast wel ergens een plaatje ijzer liggen, toch? De man kijkt alsof hij plots moet poepen. Hij wéét het niet. Jôh, dat had ik nou niet verwacht. Man, man. Als ik vroeger op mijn werk geen oplossing had voor een probleem, dan werd ik ontslagen. Echt waar.

En bedankt voor niks, hè, roep ik, als ik weer vertrek. Ik steel vanavond wel een schoteltje uit de caravan. Ze tellen ze hier toch niet. Haha. Nee hoor, dat zou ik niet doen.

Ik wandel verder naar het dorp. Sanary-sur-Mer blijkt een droomplaatsje. Alles klopt hier. Als ik met een blanco A3 een mooi plaatsje zou mogen ontwerpen, dan zou ik het doen zoals dit plaatsje in elkaar zit.

Er zijn leuke smalle gezellige straatjes met bijzondere winkeltjes en sjieke restaurants. Allemaal autovrij. Hier geen stinkende dieseldampen van ouwe Peugeots. De straatjes komen bijna allemaal uit bij het beschutte haventje. In het haventje liggen fraaie stokoude vissersbootjes. Eén bootje is zelfs nog ouder dan mijn oude moedertje. Langs de haven loopt een brede promenade en aan die promenade zijn talloze restaurants en cafés met grote terrassen. Daar tussen staan hoge oude gebouwen met houten luiken en hoge palmbomen, met zo’n zacht ruisend windje er doorheen. Het is hier zwoel en de zon is lichtgesluierd. Het haventje is zo gebouwd dat de zon er de hele dag omheen draait. Hier leven de mensen met de zee en de zon. Het doet Italiaans aan. Ik word er helemaal blij van. En dat op mijn verjaardag. Wat een cadeau.

Ik scoor een appeltaartje en een expreszo. Dat hoort bij een jarige. In dezelfde winkel kan ik ook een mooie sigaar kopen voor mijn verjaardag. Zo eentje waar je een uur over doet. Kost wel wat… Maar ik besluit om er maar niet aan te beginnen. Slecht voor mijn gezondheid. Ik heb twee sinaasappels bij me en die ga ik strakjes lekker op een bankje oppeuzelen. Dat is beter.

Ik bewonder de kunst van het jeux de boules. Bij deze variant gooien ze ook lopend en op grote afstand. En loepzuiver die ouwe kereltjes! Nou ja, zo oud zijn ze niet natuurlijk. Ongeveer van mijn leeftijd…

Tripadvisor brengt mij ‘s avonds bij restaurant du Theatre. Ik kies voor de dorade van de houtskool, niet in de keuken maar in het restaurant klaargemaakt. Hij is super. Mijn moedertje zei het vroeger al: er is niemand die zo goed voor Cosy zorgt als Cosy zelf.

LE CHEMIN DU DIABLE (de duivelsweg)

Bij de receptionist van de campin vraag ik wat de beste weg is om naar het centrum van Sanary-sur-Mer te wandelen. Op de kaart geeft hij de route aan en maakt mij attent op de weg naar beneden: Le Chemin du Diable – de duivelsweg.

Het lijkt mij een normale weg naar beneden. Waarom noemt men de weg zo? vraag ik.

Dát begrijp je wel als je vanavond terug hijgend omhoog wandelt, zegt hij….

DE DAG IS VOORBIJ

Mooie dag. Ik was alleen, maar dat is mijn eigen keus. Fijn jarig geweest. Met Janny en Danielle en familie en vrienden gesproken, geappt etc. Prima.

En ik heb zelf mijn oude moedertje maar gebeld. En haar verteld dat ik vandaag jarig ben. Wat voor dag is het dan vandaag? vraagt ze. Mijn hart bloedt. Maar … ik heb haar nog…!

Coos op Reis: WATER BIJ DE WIJN

Klik op deze foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het regent pijpenstelen. Grote druppels kletteren keihard op mijn plastieken dakkie. Honderd procent kans op regen, voorspelden ze gisteravond. Gatver, daar is geen reet aan. Het is grauw en grijs en slechts zes graden. Er is geen ontsnappen mogelijk. Of zal ik de wekker nog even….

Ik zit hier op een camping op 500 meter hoogte en kijk tijdens het ontbijt al tegen de onderkant van de wolken aan. Mwah, hoger hoef ik vandaag niet. Maar ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. En de regen is goed tegen de pollen! Vandaag ben ik aan de beurt met het pokkenweer. Jammer. Regenpakkie aan en gaan met die banaan.

Ik praat tijdens het ontbijt met een jonge Argentijn. Leuke, vrolijke vent. Hij komt een half jaar door Europa fietsen. Een half jaar! Baas boven baas, hè? Hij wacht de regen af. Nou…. díe duurt nog een poossie…

Ik start mijn motor, verlaat de Pyreneeën en ga op weg naar de Middellandse Zee. Vanwege de regen kies ik er voor om wat meer gebruik te maken van de doorgaande wegen.

En ik heb een missie! Vandaag wil ik scoren: het mij geappte middeltje tegen de pollen van mijn privé dokter Hans den Ouden, een volle tank benzine, antischeurbuikfruit en Frans water in een fles uit de supermarkt. Onder Breda drink ik geen water meer uit de kraan. Spuitpoep en motorrijden door velden en over wegen gaan slecht samen.

Na 20 km is het droog en na noges 10 km is zelfs de weg droog. Nou, daar rekende ik echt helemaal niet op.  Wat een onverwacht genot.

Ik moet weer wennen om de rotondes hier in Frankrijk ‘netjes’ te nemen. Heel goed mijn richting aangeven en heel goed voorsorteren. Ik heb dat in Spanje volledig afgeleerd. In Spanje ‘overleef’ je op een rotonde. Een rotonde is daar een jungle. Het gevaar komt van alle kanten. Elke Spanjool doet waar hij zin in heeft. Bijna niemand geeft richting aan. Levensgevaarlijk als ze het wél doen. Naar rechtsaf richting aangeven en gewoon naar links gaan? Geen enkel probleem. En niemand die het raar vindt. Rechts rijden om later links af te gaan? No problemo. Zelf gaf ik in Spanje geen richting meer aan. Allebei mijn handen aan het stuur en ook achter en naast mij kijken. Voorsprong vergroten, ruimte maken en zo snel als kan weer van die rotonde af. Zo recht mogelijk oversteken, want ze zijn spekglad. Maar in Frankrijk doe ik het inmiddels wel weer netjes.


Het is zonet weer gaan regenen. Vollebak! Dikke plassen op de weg. Ik drink een hete kop koffie in Mirepoix. Mirepoix is een oud plaatsje in het departement Ariège, in de regio Midi-Pyrénées, in de buurt van Carcassonne. Mirepoix staat bekend als een prachtig vestingstadje met één van de mooiste middeleeuwse pleinen in het zuiden van Frankrijk. Dit plein wordt omringd door vakwerkhuisjes, waarvan de eerste verdiepingen zijn gebouwd op houten overkappingen. Ik zit onder zo’n afdak op dat prachtige plein met haar stokoude huizen.

Ik krijg een speculaasje bij de koffie. Altijd gedacht dat het typisch Nederlands was.

Een stukje verderop zit een apotheek en ik scoor daar het middel van Hans.

Als een junk neem ik al in de winkel gelijk een diepe snuif. Cocaine in my brain!

 

Ik vervolg mijn route. Er zit al een poos zo’n klein pestautootje achter mij. De ene keer zie ik haar honderd meter achter mij in mijn spiegels, de andere keer zit ze met één meter bijna op mijn rug.

Ze is net zo’n pestvlieg. De dame zit van alles te doen in haar auto en ik zie dat ze niet geconcentreerd aan het autorijden is. Ik mag hier 90 en ik rijd bijna 120 km. Dat is vooral niet tuttig en ik moet ook een beetje op de gendarmerie letten natuurlijk. Verderop zie ik dat een tegemoetkomende auto gaat afslaan en mijn baan gaat  oversteken. Ken jij ook die situaties die al van tevoren niet goed aanvoelen? Nou, dit is er zo eentje. Het stinkt naar de misdaad. Blijft de afslaande auto daar straks staan om op mij te wachten? Of zit daar ook iemand in die druk is met andere zaken? De tuthola zit heel kort achter mij en doet iets in haar dashboardkastje. Teringjantje, wat word ik hier chagrijnig van. Ik zit helemaal in de sandwich. Ik kan geen kant op. Ik zwiebel een beetje links en rechts op mijn baan om mijn zichtbaarheid te vergroten en kies vast een vluchtroute naar het open veld links. De auto blijft gewoon op mij wachten, hoor. Het loopt goed af. Ik bal mijn vuist naar de dame achter mij, geef gas en vlucht met 150+ bij haar vandaan. Stomme doos!

Bij Carcassonne zie ik rechtsachter een lichte lucht en wat zon. Ik eet bij een bakker even een quiche lorraine onder een luifeltje. Wie weet haalt de zon mij in? Je moet een beetje positief blijven denken, niet waar?

De zon komt niet, dus ik vervolg mijn weg. Maar het is wel weer gestopt met regenen.

Ik dender over een heuvelachtige weg. Op een bord staat het plaatsje Pouzols-Minervois aangegeven. Het duurt een paar seconden voordat het kwartje valt. Maar dan weet ik het. Ruim tien jaar terug stonden Janny en ik daar met de caravan op een camping L’Etoile d’Oc bij de Nederlanders Elisa en Franklin. Lekker rustig plekkie, weinig hectiek. Heerlijk gegeten in hun restaurant en goede gesprekken gehad met een paar glaasjes wijn. Zeer aardige mensen met een sociaal bewogen leven en een duidelijke eigen mening. En hij kon vreselijk lekkere steaks maken. Zij werkten hard op hun camping maar waren gefrustreerd omdat ze door de gemeente en dorpsgenoten werden tegengewerkt. Zij waren ‘de buitenlanders’. Erg jammer dat hun dromen de mist in zijn gegaan. Elisa en Franklin, waar jullie ook zijn: leef blij en gelukkig!

Ik besluit om even te gaan kijken wat er van de camping over is. Nou, ziehier een voorbeeld van een droom die uiteengespat is. Er staan zelfs nog oude verweerde caravans en het zwembad is compleet verdwenen onder het groen. Wat een narigheid. Ik moet er echt even een kwartiertje van bekomen.

En de wifi doet het daar trouwens ook niet meer. Das helemáál kut.

Nog een vijftig kilometer verder, en ik ben er. Nu zit ik op camping Nouvelle Floride in Marseillan, Languedoc-Roussillon, aan de Middellandse Zee! Yeah, ik ben het Ibirische schiereiland helemaal rond. Weet je wat? Ik maak er een feestje van. Weliswaar vanavond niet met kaviaar, maar wel met lekkere mosselen en veel groenten. Heerlijk!

Morgen nog wat andere foto’s van onze slaapplek. Mijn Beemer staat onder een tropisch afdakje. Vindt zij fijn, jôh! Dicht tegen de caravan aan, beschut tegen de regen en de wind.

Ik heb haar vanmiddag weer lekker in bad gedaan, alle modder van haar zachte huid verwijderd, helemaal afgesopt en alle geheime gaatjes en kiertjes heerlijk met warm schuim afgespoten.

En nu hoor ik de zee in mijn plastieken hutje keihard bulderen, zo dicht zit ik bij mijn favoriete strand! Ik zou trouwens ook zo maar een kind van mijn schoonmoeder kunnen zijn, hoor. Zij was ook helemaal stapel van zee. Ach, ze is in 2018 overleden. Ze is ruim 50 jaar mijn schoonmoedertje geweest.

WATER BIJ DE WIJN

Er is zóveel regen gevallen! Niet normaal. De wijnstokken staan letterlijk in het water. Nou weet ik hoe ze het doen….

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!