Tagarchief: Zuid-Europa

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: DOORKIJKBLOUSE

Het is bewolkt en ik hoor de regen zachtjes op mijn plastic dakkie tikken. Tik-Tik-Tik. Regen, das lang geleden! Maar het is 17 graden, de temperatuur valt best mee. En mijn ijzeren ros staat gelukkig overdekt, dus we kunnen samen opzadelen en inpakken zonder dat wij nat worden.

(We vervolgen onze serie Coos op Reis. Lezen aflevering 65…..)

Terwijl ik met mijn spullen aan het rommelen ben, stapt de buurman naar buiten. Hij heeft in precies zo’n zelfde huisje, ook zonder eierdopjes, als ik geslapen. Alleen …. hij stapt in zijn Maserati diesel. Jôh, ik wist niet eens dat ze bestonden en ik dacht dat huisjes zonder eierdopjes voor arme gepensioneerde motorrijders zoals ik waren. Zo’n auto kost ruim een ton.

Het campingrestaurant is gewoon open, maar er is niemand van het bedienend personeel aanwezig. Daarom haal ik de receptioniste op. Het allereerste dat deze dame doet, is de televisie aanzetten. Dat is immers het allerbelangrijkste, nog vóór de verse koffie, vóór de verse jus en vóór de warme croissants. Ik snap dat ondertussen wel.

Na mijn ontbijt op de camping is het droog. Gelukje. Ik stap met het regenpak in de aanslag op de motor.

Na vijftien minuten is het geluk op en sta ik in een bushokje dat regenpak aan te trekken.

Het heeft hier een hele poos niet geregend en de weg is aalglad. ‘Een beetje minder kolen op het vuur stokertje, en kalm aan met die soms ontembare paardenkrachten’, roep ik vanachter mijn loketje. Ik draai mijn windscherm een stukje naar beneden in de hoop dat de wind dan wat meer de regendruppels van mijn vizier blaast.

Verderop zit ik echt op de verkeerde weg. Gatver, het is een tweebaansweg, strak rechtdoor, gelijkvloerse kruisingen en heel druk. Niet normaal. Er zitten acht vrachtauto’s vóór mij en tien achter mij. Dat voelt niet veilig. Vrachtauto’s hebben met hun 12 brede banden veel meer grip dan ik met op mijn twee smalle loopvlakjes. Ik sla af en rijd de veel rustigere polder in. Dit is een stuk leuker. Het is hier 5 meter onder NAP. Net zo laag als bij ons thuis in Linschoten.

De drukke doorgaande weg van zonet is bijna niet te vermijden in dit waterrijke gebied. De bruggen zijn onderdeel van de weg. Elke keer kom ik weer bij die drukke weg. Dus een poos later moet ik weer de route verleggen. Zo hop ik van gehucht naar gehucht.

Ik laat bij Comacchio, in een ouderwets wegrestaurant voor chauffeurs, een lekker warm broodje salami-kaas klaarmaken door een mevrouw die met haar doorkijkblouse aan alle truckers net zoveel bloot geeft als ik, met mijn dagelijkse reisverslagen. Over wat ik doe, denk, eet en lik. En ook steeds weer alle tyfuszooi toon die ik elke keer op bedden in vreemde slaapkamers flikker waar mijn voorgangers hebben liggen rotzooien. Zou er een foto zijn, mannen? Is de paus katholiek? Whoehaa!

Het wegrestaurant is zo stokoud dat het nog de ouderwetse hurktoiletten heeft. Bretels van een motorbroek zijn daar gevaarlijk, denk ik. Gelukkig hoef ik het risico niet te nemen. Mijn boodschap ligt op mijn vorige overnachtingslocatie. Weten jullie dat ook weer.

Onderweg zie ik bewegwijzering naar Lombardije. Grappig, ik woonde van 1960 tot 1973 in Lombardijen in Rotterdam. De wereld blijft klein. In Bosco Mesola verbaas ik mij over de foto’s op het monument van de gevallenen. Nog niet eerder zo gezien. En dan zo’n snuitje van een kind er tussen. Wat oneerlijk.

Onderweg plots een bord van een BMW Motorrad dealer. Potver. Effe een vet shirtje scoren. Zijn ze gesloten. Had ik niet verwacht…

Na twee uur rijd ik de regen uit en wordt het 25 graden. Het heeft hier zelfs nog niet eens geregend.

Ik heb voor Venetië een strategisch aanvalsplan bedacht en maak een ruime omtrekkende beweging. Ik zoek en vind een mobilehome op Camping Miramare Venezia op 700 meter van Punta Sabbioni. En dat is voor mij helemaal prima. Mijn motor staat hier niet voor veel geld op een grote anonieme parkeerplaats, maar gewoon op het overdekte terras van mijn caravan.

Van Punta Sabbioni kan ik morgen met de boot in 40 minuten naar Venetië varen. Ik stap dan bij het San Marco plein uit. Dan struin ik door Venetië en mag met hetzelfde kaartje gratis met de watertaxi (Vaporetto). Wat een geluk, hè? Ik kijk er naar uit!

‘s Avonds in het restaurant, hier een paar honderd meter verderop, geven ze mij precies het juiste tafelnummer…

Als ik klaar ben met eten, kan ik echt niet weg. De regen komt werkelijk met bakken naar beneden. Wat een noodweer. Dus … nu moet ik ook nog persé een toetje nemen en begin ik maar vast aan mijn reisverslag. En terwijl ik dat typ, luister ik in mijn kleine wereld via mijn koptelefoon naar het nummer Time of Ye Life, Born For Nothing van Crippled Black Phoenix van hun prachtige album 200 Tons of Bad Luck uit 2009. Man, wat word ik nou blij en extra gelukkig van zo’n stukkie muziek… Het nummer duurt bijna 19 minuten. Mooie tekst ook aan het begin met ‘you only gonne be here one time in life, so get the most out of it’.

Yeah, dát lukt! Welterusten!

Coos op reis: VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Het is 2 mei, als ik dit schrijf. Er is vandaag zon en bewolking.
Het is rond de 20°, dus het allermooiste weer om motor te rijden.

(We lezen aflevering 64 in onze serie Coos op Reis.)

Ik vervang eerst het defecte iPhone-kabeltje van mijn powerbank. Zonder stroom op mijn iPhone kan ik heel veel dingen niet. Natuurlijk heb ik een extra kabeltje bij mij. Alleen Sissies hebben dat niet…

Bij het afrekenen legt de receptionist van de camping een rekening van 150 euro op de balie. Ik kijk gelijk om mij heen of Bananasplit hier is. Maar helaas. Na wat vechten krijg ik een nieuwe factuur van 38 euro. De afspraak was immers dat ik mee kon liften op de aanbieding van 1 mei. Snel verdiend. Goedkope dag. Als jullie Janny tegenkomen, vertel haar dan svp…..

Tevreden met mijn kleine overwinning ga ik op weg. Ik volg een stuk de kust, draai dan het binnenland in en kom al rap in een mooie bergachtige omgeving. Het is een randje van de Apennijnen. Pas een hele poos later zakken we weer richting de kust.

Bij Marcelli ontdek ik in de verte steile krijtachtige rotsen. Ik stop aan het strand voor een foto. Een schilder werkt met een grote kwast wat witte panelen en deuren bij. Hij teert de verf er maar een beetje tegenaan en schildert alleen de heel lelijke, verweerde stukken. Vanaf dichtbij knapt het wellicht wel wat op. ‘Het ziet er vanaf hier echt niet uit, hoor!’, roep ik hard, tijdens het wegrijden richting het haventje. Vriendelijk steekt hij zijn hand op en zwaait terug. Een taalbarrière kan ook voordelen hebben….

Ik kom in een ander bergachtig stuk van de Apennijnen. Het doet hier wat Oostenrijks aan en de wegen zijn erg bochtig. Ik heb de laatste tien jaar een aantal speciale motortrainingen gevolgd. In Nederland, maar ook in het buitenland. Tijdens deze trainingen leer je o.a. dat je met je motor zolang als mogelijk aan de buitenkant van de bocht moet blijven. Omdat je motor dan langer rechtop staat, jijzelf meer zicht in de bocht hebt, jij eerder gezien wordt en na het kantelen van je motor jij weer aan de veilige binnenzijde van de weg terechtkomt. Buiten blijven, buiten blijven, buiten blijven en dan pas kantelen, leerden we toen.

De Italianen hebben deze training echter niet gevolgd. Met alle gevolgen. Als ik de theorie van mijn trainingen blijf volgen, dan eindig ik ongetwijfeld nog eens met mijn hoofd in een Fiat Croma. Dus middel ik maar een beetje. Zeker niet rechts teveel naar de buitenkant. Want daar snijden die tegemoetkomende spaghettivreters met grote snelheid blindelings hun bochten af. In hun auto voelen zij zich allemaal Alberto Ascari.

Als rechtgeaarde Hollander probeer ik de woekerprijzen van de bediende benzinepompen natuurlijk te vermijden. Vrolijk fluitend rijd ik dus na lang zoeken een pompstation in met normale brandstofprijzen … en is alle brandstof uitverkocht. Alle tanks zijn leeg! Tja, iedereen komt híer tanken, natuurlijk. Ik denk dat de Italianen zelf ook best van al die bediende pompen af willen. Het verschil tussen 1,58 en 1,74 is gewoon te groot. Bediend tanken? Jôh, dat komt uit de jaren zestig en hoort bij stoomboten, telefooncellen en fax-apparaten. Onzinnige werkverschaffing.

Onderweg waarschuwt mijn navigatiesysteem mij steeds voor de oranje flitspalen die veelal aan het begin van de dorpjes staan. Het zijn net grote oranje vuilcontainers. Italië heeft ze nog niet zo gek lang massaal in gebruik genomen. De flitspalen staan er altijd, alleen weet je nooit zeker of er ook daadwerkelijk een camera in zit. Dat is elke keer een gokje. Nou, ben erg benieuwd wat er straks voor enveloppen uit Italië op de mat vallen.

Op jacht naar een goed plekkie om de door mijzelf in de supermarkt samengestelde risotto-salade op te eten, stuit ik op een wel heel erg laag viaduct. Dat de Italianen klein zijn is bekend. Maar nu moet ik mijn kin op mijn tanktas leggen om er onderdoor te kunnen. Maar het lukt. Ik ben nog lenig op mijn ouwe dag.

Rimini laat ik rechts liggen. Daar keken we in het verleden al eens naar binnen. Dat trekt mij niet zo. Te hoog Frietje-van-Pietje- en hamburgergehalte. San Marino ligt in de buurt. Het is een apart ministaatje, maar dat komt qua planning nu ff niet uit. Ik ga door, anders kom ik te laat op mijn overnachtingsplek aan.

Nog even met de veerpont naar Porto Corsini en dan ben ik op de camping. Ik ben hier voor één nachtje. Het is een tweesterren-camping. En ook een tweesterren-huisje. Dus stel ik weinig eisen. Maar in dit simpele huisje van 40 euro is werkelijk helemaal niks. Ja, twee gezellige TL-balken. Het warm water staat nog niet aan. Er is geen vork, geen glas, geen lakens en dekens en zelfs geen toiletpapier. Maar…die toiletrollen heb ik natuurlijk bij mij. Nog van thuis. Die hebben heel wat kilometers gemaakt. Ze zaten waarschijnlijk klem want ze zijn nu vierkant. Maakt niet uit. De motor staat een meter van de voordeur overdekt op het terras en ik kan via het strand naar het dorp wandelen om daar te eten en door het pikdonkere bos terug. Das weer eens iets anders.

In het dorp zijn de meeste restaurants gesloten. Het horecapersoneel ligt voor pampus achter de televisie, moe van de feestdag gisteren. Eén restaurant is wel open. En daar tik ik de hoofdprijs af voor mijn diner. Pfff…

Morgen reis ik verder. Naar Venetië! Kijken of ik iets slims kan bedenken om daar handig te komen….

Verder nog iets leuks? Jazeker! Loop ik in het dorp, hoor ik een Sinterklaasliedje spelen op de kerktoren. Ik heb het eerst niet in de gaten. Ik loop gewoon ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, mee te zingen. Gekke Italiaanse kerktoren. Of zou ons Sinterklaaslied gewoon een oud deuntje van die Romeinen zijn?

Owja. En ik babbel in het dorp even met een prachtige poes. Jeeetje, wat is-tie móói!

VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Stel jezelf nou eens voor dat je als familie drie weken met elkaar op vakantie gaat. Naar Italië. Je kijkt er al de hele winter naar uit. Je vrouw heeft speciaal een piepkleine bikini gekocht waar jij alle lange, hete stranddagen naar mag gluren.

En dan kom je vervolgens in dit huisje van mij terecht. Jullie hebben twee kinderen. Van een jaar of twaalf. Die alles al weten… En dan slapen jullie allemaal in één kamer in je eigen éénpersoonsbed… Fijn voor je sexleven… Gelukkig staat er ook een grote televisie…

Coos op Reis: VIAGRA

We volgen al een tijd de reisverhalen van Coos van der spek. Als je op de foto klikt (of hier op deze groene tekst) dan kom je vanzelf in de hele serie, dit is vandaag verhaal nummer 63…
De laatste verhalen publiceren we nu ongeveer elk weekend.

Ik ben in Porto Sant’Elpidio. Het is bewolkt en af en toe piept de zon er even tussendoor. Het is een graad of 20, het voelt lekker zwoel aan en er komt een zacht windje van zee.

Ik besluit om nog een nachtje hier te blijven en wandel na het ontbijt naar de boulevard, hier honderd meter vandaan. Het is 1 mei. De Dag van de Arbeid. Ze vieren de invoering van de achturige werkdag. Nou, daar begin ik niet meer aan, hoor. Dat is zonde van mijn vrije tijd. In Europa is deze dag in bijna alle landen een officiële feestdag, op een paar landen na waaronder Nederland. Ze noemen het in Italië Primo Maggio, één mei. Dat is makkelijk te onthouden.

De Italianen brengen feestdagen veelal door met familie. Ze gaan ergens met z’n allen in een park picknicken of ’s middags met elkaar uit eten. Ik zie het glaswerk en het bestek al verwachtingsvol glimmend op lange gedekte tafels in de restaurants liggen.

Op de boulevard is markt. En zeker niet zo maar eentje. Deze markt is ruim vier (!) kilometer lang. Ik wandel langs festiviteiten voor kinderen, een kermis met een spookhuis, botsautootjes en allerlei draai- en beweegdingen waar ik al misselijk van word als ik er naar kijk. Het is net Koninginnedag. Er is muziek en tussendoor bewegen allerlei artiesten zich. Het is ene grote happening en de hele provincie heeft hier vast het hele jaar naar uitgekeken. Het ziet zwart van de mensen. Volk uit het dorp, maar ook boeren en buitenlui.

Achter de markt een groot veld en … plots ontdek ik waar al die campers gebleven zijn. Lekker gezellig daar, hoop ik voor ze…

Erg leuk om op zo’n markt rond te snuffelen. Ze verkopen werkelijk van alles: schoenen, kleding, gereedschap, noten, kruiden, pannen, open haarden, kussens en heel veel eten en drinken.

Er is trouwens niks maar dan ook helemaal niks op die markt dat ik graag zou willen hebben.

Het betekent dat het óf allemaal zooi is of dat ik alles al heb. Ach, ik zou er op mijn motor toch geen plek voor hebben.

Ik sta een poos te kijken bij een grappige act van een man in een kinderwagen. Hij praat tegen de toeschouwers met een piepstemmetje en heeft twee poppenarmpjes. Zo meteen vind jij het ook leuk… Als twee vrouwen een selfie met hem maken, knijpt hij hen plotseling van onder zijn kleed uit, in hun kuitjes. Iedereen giert het uit. Kijk maar:

De Italiaanse racefederatie heeft, op het asfalt van een stuk parkeerplaats, voor de koters een circuitje afgezet. Er staan, pal naast de kassa, piepkleine pikzwarte motortjes te wachten op racegrage jochies. Een juf knoopt ze vluchtig wat slecht passende bescherming op hun onderbenen en onderarmen om en zet ze vervolgens een veel te grote helm op. Het beschadigde vizier klapt steeds hinderlijk vanzelf weer naar beneden. De knulletjes krijgen verder geen protectie en ook geen handschoenen aan. Hup, in je T-shirt en je korte broek op die motorfiets stappen. De Italianen gieten het gevaar met de paplepel in.

Sommige jochies stuiven zó weg en nemen de bochten als ware coureurs. Erg leuk om te zien. Ik zit er wel een uur te genieten.

Een jochie met een Tom&Jerry-helm op, kijkt waarschijnlijk al jaren met zijn vader naar de MotoGP en ziet zijn held Valentino Rossi op televisie elke bocht op volle snelheid met het grootste gemak nemen. Wees eerlijk, als je het op de buis ziet, dan lijkt het voor leken ook allemaal erg eenvoudig.

Het joch krijgt nog wat aanvullende instructies van de stalmeester. Maar ik zie dat hij er niets meer van hoort. Hij heeft ‘de starende blik op oneindig’. Op het moment dat de kleine man op zijn machientje stapt, is het een ander mens geworden. Hij gluurt met een waas voor zijn ogen door het beschadigde vizier van de te grote helm, die inmiddels half over zijn ogen is gezakt. Hij tilt zijn kin op om redelijk te kunnen kijken. Híer staat Valentino Rossi de Tweede, nu nog in de dop. Hij geeft vol gas en stuift onverschrokken weg en … rijdt bij de allereerste bocht gewoon rechtdoor tegen de opblaasvangrail aan. De motor veert terug en hij verdwijnt met zijn blote beentjes in de lucht achter die dikke witte lekkende opgeblazen worst. Ik zie alleen zijn teentjes in zijn schoentjes spartelen…

Ik moet gaan zitten van de lach. Het is zó komisch en zó snel gebeurd. Gewoon rechtdoor. Beng! Hij nam niet eens de moeite om de bocht te nemen. Geen idee hoe dat nou moest. Nooit aan gedacht.

Met hulp van de stalmeester krabbelt hij weer op. De meester zet ‘m op de motor en draait hem soepel de goede rijrichting op. Rossi stuift weer weg en gaat er als een kamikazepiloot vandoor. En beng noges tegen de opblaasvangrail. Hij valt wel vijf keer, maar blijft het prachtig vinden. Geen enkele angst. Net als allebei zijn ouders trouwens. Die staan er heel gelaten bij. Wat een rare
ouders. Koop later lekker een ouwe auto, jongen, denk ik. Je hebt duidelijk geen talent.

Ennuh …. gelukkig ben ik te groot voor die pokkedingen. Ik hoef niet… Pffff.

Eén moeder is echt verstandig. Dat zou mijn moedertje kunnen zijn. Zij haalt haar kind ervan af als hij twee keer in het opgeblazen condoom is gereden. Klaar. Gewogen en te licht bevonden. Later gewoon direct voor zijn autorijbewijs op laten gaan, mevrouw. Geef hem elke keer een hengst voor zijn harses als hij maar naar een tweewieler kijkt. Het zit niet in zijn DNA. Motorrijden moet in je genen zitten. Je kunt wel lessen nemen en het een beetje leren, maar pas als je vader het motorvirus in je moeder heeft geïnjecteerd en het werkelijk in je DNA zit, dan word je een motorrijder. Een echte. Eentje die met gevoel en instinct rijdt. Eentje die angst heeft én lef. Die zweeft tussen voorzichtigheid en roekeloosheid. Maar altijd binnen de lijntjes blijft. Geen gewone weggebruiker wil zijn. Die zitten immers veilig in koektrommels te appen op hun smartphone.

Bijna aan het einde van de boulevard speelt ruim een uur lang een Pink Floyd Tribute Band. Een gratis Concert at Sea. Mooooooi man! Wat een geluk. Tegen half zes spelen ze ook nog het lievelingsnummer van elke rechtgeaarde Pink Floyd-fan: het bijna zeven minuten durende Comfortably Numb van het album The Wall uit 1979. In deze song wordt Pink, de hoofdpersoon van het album, langzaam gek en kan alleen onder de invloed van toegediende medicatie nog ontspannen. De zee als decor, het zachte briesje over het groene gras, het geroezemoes, het gedrentel van de Italianen achter mij, het sfeertje en de ozo bekende tonen in mijn oren. Ik heb in mijn lange leven nog nooit hash gebruikt, nog nooit ergens een snufje van genomen of een raar pilletje geslikt. Vanaf The Rolling Stones  ben ik gewoon groot en oud geworden met de muziek die door mijn hoofd en met mijn ziel speelde. Ik was met Janny bij concerten van Pink Floyd zoals in 1977 bij Animals Rotterdam-Ahoy. Ik heb dit specifieke nummer wel duizend keer gehoord in mijn leven. De tranen lopen over mijn wangen…. Pffff.. Blijft sterk spul, dat Fisherman’s Friend.. Móóier wordt het deze reis niet. Stukkie meekijken:

Net zoals de Veluwe voor de Nederlanders is, is de oostkust duidelijk voor de Italianen. Op de markt, op de hele camping en in restaurants zie en hoor ik geen enkele andere nationaliteit. Alleen maar Italianen. Die dan ook echt alleen maar Italiaans spreken en nauwelijks Engels.

Mijn wereld is klein en erg lokaal vandaag. Ruim 20 kilometer in de benen.

VIAGRA

Op de markt ontdek ik bij een kraampje een wel héél bijzonder kaasje… Als een mevrouw van middelbare leeftijd ziet waar deze zestigplusser een foto van neemt, krijg ik een vette knipoog van haar…

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Coos op Reis: VANNACHT GING HET ALARM VAN MIJN MOTOR AF

Strakblauw.
We gaan vandaag minstens de 25 graden aantikken. Heerlijk!

( Redactie, Betty: we publiceren hier verslag nummer 58 van onze trouwe columnist Coos van der Spek, in de serie: Coos op Reis)

Tijdens het ontbijtbuffet, met o.a. speciaal voor mij gebakken eieren en spek, broodjes en lekkere yoghurt, babbel ik met een Nederlands stel. Trots vertellen ze dat ze dit jaar maar liefst drie (!) weken op vakantie zijn. Gniffel-Gniffel, jaja, dat herken ik nog van vroeger… Toen ging ik trouwens vier weken… Drie weken, het lijkt wel een Belgisch pensioentje. Maar ik zeg niks. Ik vind het fijn voor ze.

Na het ontbijt wandel ik naar de receptie en boek nog een nachtje bij. Ik kan namelijk tijdens het ontbijt geen enkele reden verzinnen om vandaag al weg te gaan.

Dat zwembad zag er gisteren zooo verrukkelijk uit…

Op mijn verzoek geeft de vriendelijke receptioniste weer een advies wat ik vanavond voor lekkers kan gaan eten. Ze kan daar heel enthousiast over vertellen. Leuk, jôh!

Gisteravond at ik op haar advies de grove pasta van deze streek: Tonnarelli Cacio e Pepe. Een gerecht met Romeinse kaas, Pecorino kaas, verse olijfolie en grove zwarte peper uit de molen. Het was en bijzonder en erg lekker. Zij weet het allemaal. Als ik noges ga trouwen…..

Ik installeer mij met mijn e-reader aan het zwembad en mijmer in het zonnetje noges over het gesprek dat ik gisteren op een bankje bij het Forum Romanum met een jong stel voerde. Begin dertigers. Vrolijk en vrij en zonder zorgen. Wij genoten met z’n drietjes van de opzwepende muziek van vijf muzikanten en het dansen van wat willekeurige omstanders. Het was erg leuk en we hebben daar een hele poos gezeten. Ik werd van de muziek en de dans en het decor van het Forum Romanum zo vrolijk, dat ik een ceedeetje van ze kocht. Om ze te sponsoren. Het was immers een gratis concert.

Dat jonge stel vertelde over hun leven in Italië en ik over mijn leven in Nederland. Zij vertelden in Sorrento te wonen, voorbij Napels en Pompei. Hij rijdt ook motor. En samen vertellen zij mij dat ik Italië persé níet kan verlaten zonder de kustweg naar Amalfi te rijden. Ik heb er werkelijk nog nooit van gehoord en lees er op mijn iPhone het één en ander over. Het ziet er goed uit.

Weet je wat ik doe? Ik doe het. Ik ga! Lekker van het plan afwijken. Gewoon, omdat het kan. Drie weken vakantie, ammehoela. Die tijd heb ik gehad. Nooit meer werken. Niemand heeft mij meer nodig. Niet meer bij een werkgever belangrijk zijn. Lang leve de lol. Joepie!

Dus ik ga het zwembad in om van mijn besluit te genieten. Het voelt goed. Dat besluit dan, want het water is stervenskoud…

Uitgerust van een dagje zwembad, kom ik bij mijn bungalow. Brandt al weer het buitenlicht. Ik weet zeker dat ik dat altijd uit doe. Blijkt dat er hotelservice bij de bungalow zit. Was mij nog niet opgevallen. Ze hebben de handdoeken vervangen en mijn peentje op het bed is netjes opgevouwen. Voor het eerst van zijn leven. Lief, hè?

Kleine wereld aan het zwembad vandaag. Prima dag.

VANNACHT GING PLOTS HET ALARM VAN MIJN MOTOR AF

Ergens om 06.00 uur vanmorgen gaat plotseling het alarm van mijn motorfiets af. Ik kijk door het raam wat er aan de hand is. Het alarm schakelt gelukkig zelf na korte tijd weer uit, zodat ik niet in mijn blote kont en in mijn blote tenen door het zeiknatte gras hoef. Luxe hoor. Aan het oranje knipperende accuverklikkerlampje zie ik dat er zonet stroom is verbruikt en het alarm echt van mijn motor was. Das raar, want het alarm op al mijn eerdere BMW’s is nog niet eerder zonder reden afgegaan.

Ik kijk goed, ik zie niks bewegen. Ik luister goed, ik hoor niks. Ik zet al mijn zintuigen open. Géén idee wat er aan de hand is. Het alarm schakelt zichzelf weer in, dus spring ik weer in mijn peentje en slaap heerlijk verder.

Vanmorgen onderzoek ik mijn motor wat nader. Het alarm is errug scherp afgesteld. Wellicht … heb ik … íets gevonden …. Zou het..?

Coos op Reis: DE ONGEDULDIGE

DE ONGEDULDIGE

(Verslag nummer 55 in onze serie Coos op reis.)  Strakblauw.  Het wordt een mooie dag. Een graad of 23, schat ik. Prima weer om iets te ondernemen. Factor 50, korte broek en tien blote tenen in de sandalen. Truitje mee voor vanavond. Fles water en mijn e-reader in het rugzakkie en op weg.

Ik ontdek bij de receptie waarom de prijs per nacht nu lager is: het restaurant en de bar gaan woensdag pas weer open. Er is nu niks. Nou, lekker dan.

Een kilometer verder vind ik een mooi plekje voor het ontbijt. Vlakbij de bushalte en dat komt goed uit, want vandaag ga ik een dagje naar het oude Livorno, een kleine tien kilometer naar het noorden. Met de bus heen en dan terug wandelen. Slechts 22 kilometer op blote voeten in sandalen te gaan vandaag. Piesofkeek.

Dit blijft voor mij een goede combinatie: één of twee daagjes motorrijden, een dagje aan het strand en een dagje wandelen en wat cultuur snuiven.

Livorno noemt zich graag Nieuw Venetië. Maar dat komt vast omdat Livorno de ‘jongste’ grote stad in Toscane is. De stad stamt slechts uit de 15e eeuw. Ik heb een lijstje van de dingen die ik vandaag graag wil gaan zien.

Maar eerst haal ik bij de apotheek de door mijn achternicht Fabienne geadviseerde oogdruppels. Zij heeft jaren in Italië gewoond en kent de goede dingen van Italië. Samen met de neusdruppels van motormaat en dokter Hans moet het nu in orde komen.

Fortezza Nuova valt mij tegen. Ik had er veel van verwacht. Het is absoluut niet fotogeniek. Het fort is verwaarloosd en onderdeel van een park. En dan trekt dat toch ander publiek. Ik zie veel graffiti op de muren. Het fort is ook half overwoekerd met onkruid en bomen en struiken.

Er is wel een gedenkplaats van de scheepsramp die daar in 1991 plaatsvond. Daar kwamen 140 mensen bij om. De veerboot botste op een voor de kust liggen de tanker. Allemaal niet zo heel bijzonder, maar deze boot heeft tot 1984 als de Koningin Juliana op de lijn Hoek van Holland-Harwich gevaren. En nu ben ik plots weer heel dichtbij huis.

Ik ontdek het prachtige standbeeld van De Vier Moren. Het standbeeld symboliseert de overwinning op de piraterij rond 1600. De familie Dei Medici heeft een belangrijke rol daarin gespeeld. Er is één plek waar je alle vier de neuzen van de piraten kunt zien. En als je díe plek hebt ontdekt, dan brengt dat geluk. Ik heb ‘m gevonden. Gelukkig maar, ik heb immers zoveel pech in mijn leven.

Ik heb de blanke heerser, die boven de Moren op het standbeeld staat, maar van de foto afgesneden. In de tijd dat ik mijn reis maakte, zeurde niemand nog over zwarte Piet, maar die is in 2020 door de middenstand definitief afgeschaft. Of we het willen of niet.

Mijn iPhone hoesje is kapot gegaan. Peperduur lederen ding van Nederlandse makelij. Rond de 50 euro voor betaald. De kwaliteit is eigenlijk absurd slecht. Dus ik loop bij zo’n Chinese shop naar binnen. Voor 5 euro heb ik ff een ander hoesje. De keuze was reuze…

Monter wandel ik naar de Cattedrale di San Francesco uit 1595. Hij is echter dicht. Dat had ik niet verwacht.

Ik wandel langs de zeekant terug richting de camping. Hardlopen is erg populair in Italië. Ik kom zeker 200 hardlopers tegen. Ik voel mij schuldig. Ik heb alle hardloopspullen bij mij en ben nog niet één keertje gaan hardlopen. Het komt er gewoon niet van. Ik heb het te druk. Haha.

Onderweg drink ik op een terrasje nog even een dubbele espresso. En daar leg ik een werkelijk prachtig tafereel vast. Dat ga ik even uitleggen…

DE ONGEDULDIGE

Een moeder en haar toch niet meer zo piepjonge zoon zitten bij mij in de buurt op het terras. Ik zie ze vanuit mijn ooghoek en kan ze vanachter mijn donkere glazen in de gaten houden. OK, bespieden dan.. En een beetje achter mijn vuistje grinniken.

Zoonlief geniet zichtbaar van zijn vette hap die mama voor hem heef gekocht. Hij duwt de voedzame maaltijd met van het vet glimmende vingers naar binnen. Dat doet hij niet voor het eerst, zo aan zijn buik te zien. Hij drinkt er een blikje met mierzoete limonade achteraan. Van de schreeuwerige kleuren op de verpakking van het blikje schiet spontaan mijn suikerspiegel omhoog.

Moeder drinkt een alcoholisch drankje. Daarnaast rookt ze als een schoorsteen om de beurt sigaretten en sigaartjes. Ze praten ook niet met elkaar. Het gaat ze duidelijk om het eten, drinken en roken. De zoon rookt niet. Dat is ongezond. Tja joh, iedereen heeft recht op zijn eigen verslaving. Wees eerlijk, dat gejakker op die motorfiets en dat gehang op het strand van mij, is ook niet normaal.

Als zoon al zijn troep op heeft, dan stelt hij zijn moeder direct voor om weer te vertrekken. Ik zie het aan de knik van zijn hoofd. Ik proest het bijna uit.

Moeder wijst echter achteloos op haar nog half gevulde glas en steekt nog een sigaret op. Het ritueel van ma duurt nog wel tien minuten…

Nou, en dan begint het grote ijsberen van zoonlief. Van de rand van het trottoir en weer terug naar de tafel. En kijk ma lekker rustig zitten. Wat een prachtig fotomoment voor mij. Het ongeduld druipt als bakvet van de foto…

Coos op Reis: VERWACHTINGS MANAGEMENT

Prachtig weer. (Weer voor Coos op Reis.) Geen wolkje. Het is nu al 22 graden. Om 10:00 uur stap ik op mijn kasteel. Mijn ontbijt zit al diep achter mijn kiezen.

Mijn flesje met oogdruppels tegen de pollen mik ik weg. Waarschijnlijk is de vloeistof niet meer in orde. Gaat ook maar een maand mee, staat op de verpakking. Ik heb veel last van mijn ogen door de pollen. In mijn rechteroog zie ik wat kristalvorming en in mijn linkeroog zitten eiwitachtige draadjes. Het voelt alsof een ooghaar in mijn oog zit. Het kijkt niet lekker. Gelukkig zitten er nog meer flesjes in de voorraadtassen. Ik heb alles bij mij. Mij kan niks gebeuren. Ik ben een avonturier zonder risico’s. Ik spreek met mijzelf af om vandaag niet meer in mijn ogen te wrijven…

Ik wil de verkeersdrukte vermijden. Op mijn Garmin kies ik een plaatsje dat op 50 kilometer ten noordoosten van Genua ligt. Ik rijd de camping af, rij eerst een heuvel af naar beneden, dan drie ouwe straatjes door, langs twee armoedige flatgebouwen, rol over een stokoude brug en rij zó de bergen in. Joepie. Ik heb van de drukte en de warmte van Genua helemaal niets meegekregen.

Note: onbewust van het gevaar vermeed ik met mijn handigheidje daarbij de op dat moment gevaarlijkste brug van Italië: slechts vier maanden later zou Ponte Morandi instorten. Dat kostte 43 mensen hun leven. Deze verkeersbrug van voorgespannen beton werd half in de jaren zestig gebouwd.

De weg klimt de bergen in en we stijgen tot bijna 800 meter hoogte. Het is hier heerlijk koel: 20 graden. Wat een geluk. Het eerste stuk is superasfalt. Stroef. Het draait en draait en stijgt en daalt tot ik er horendol van word. Er is hier bijna geen enkel recht stukje weg. En het is lekker rustig op de weg. Af en toe zie ik in de diepte de auto’s op de tolweg in de zon glinsteren.

Wat later worden de weggetjes smaller en steiler. Soms houdt de kwaliteit van de wegen het midden tussen een beroerd weggetje en een knap karrenspoor. Er ligt ook veel steenslag op. Het is af en toe ook gruwelijk steil. Zo steil dat er soms bochten van meer dan 180 graden zijn. Er staan borden met daarop ‘tornanti’, maar die helpen niet, hoor. In sommige bochten val ik bijna stil. Dan moet ik er donders goed op letten om eventueel mijn bergbeen en niet mijn dalbeen neer te zetten, anders lig ik als ridder met mijn lange staken en mijn ventilerend maliënkolder onder de stenen en balken van mijn kasteel, te wachten tot er een Italiaan komt om mij uit te graven.

Maar het gaat goed en het is prachtig allemaal. Ik kan wel blijven stoppen om foto’s te maken. Maar ik moet dóór! Dit is een forse dag. Ik heb een einddoel.

Ik kom weer even beneden. Daar is het ondertussen 30° geworden. Ik was er al bang voor. Ik gebruik alle ventilatiekanalen in mijn Stadler-pak: de ramen op mijn borst èn de mouwen staan open. En ik heb mijn doorwaaihandschoenen aan. Als ik maar rijd, dan is het goed uit te houden. Ik ben wel tevreden zo.

Om nóg meer last van mijn ogen te voorkomen, houd ik het buitenste vizier van mijn helm maar dicht. Maar dat is wel erg benauwd bij deze temperatuur. Dus open ik dat vizier en schuif het donkere zonnevizier naar beneden. Ik heb een hekel aan dat zonnevizier. Mijn ouwe-mannen-ogen kunnen het verschil tussen de zon en de schaduw sowieso niet zo goed overbruggen. Een fietser met een zwart pak in de schaduw? Ik rijd hem plat. Ik heb het probleem ook als ik met lage zon aan het tennissen ben. Of bij het tennissen in een hal met kunstlicht. Maar goed, ik probeer het maar even zo.

Voor het eerst tref ik in een Italiaans dorp een zogenaamd snelheidsregulerend stoplicht aan: die blijven oranje knipperen of op groen staan als je je aan de toegestane snelheid houdt, en anders springen ze ff op rood. Kan je een minuutje afkoelen.

Spanje staat er vol mee. De eerste keren had ik het daar niet zo in de gaten. Toen sprong het oranje knipperende licht plots op rood. Ik schrok ervan en gaf een poep gas. Toen leerde ik ook dat als ik maar grof genoeg op dat knipperende licht af denderde, ik er door kon zijn vóórdat het rood werd. Haha. Wel wat onbehoorlijk. In Italië fotograferen ze ook bij dat soort lichten, dus ik neem het risico maar niet meer.

Ik koop een complete salade bij de Coöp en samen met mijn vork zoeken wij een plekje in de natuur op om ‘m lekker op de peuzelen. Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone … en het filmpje laat ik jullie straks nog even zien…!

Later kom ik ook weer even aan de kust, maar dan slingert de route toch weer de bergen in. Ik kan daar lekker doorrijden en het blijft er koeler. Ik slinger deze dag wel zo’n 200 km door de bergen. Heerlijk.

De laatste honderd kilometer gaan weer langs de kust. Anders wordt het teveel gepuzzel. Het is heet. Pfff.. Ik heb trek in een ijsje. Ik kan aan niks anders meer denken. Ik moet en ik zal een ijsje. Dus rijd ik Lerici in. Dat blijkt autoluw te zijn. Maar ik ben geen auto. Dus ik vind mijn ijsje. Het is drúk op het strand. Als mieren liggen ze daar op en naast elkaar.

Als mijn ijsje op is wandel ik weer terug naar mijn motorfiets. Ik ben net op tijd om te voorkomen dat zij met haar zijstandaard wegzakt in het gloeiend hete asfalt.

Foto! Lekker warm hier, hoor…

Ik rijd het laatste stuk van de route. En ook hier lonken weer de dames van lichte zeden. Gewoon aan de snelweg. Ze staan half naakt bij kleine inritjes. Grappig woord… De service vindt waarschijnlijk plaats in je eigen auto. Heb ik weer, ben ik op de motor! Maar ja, het zal je dochter maar zijn. Vrijheid, blijheid. En als het hun vrije keus is, dan moeten ze het allemaal zelf weten. Maar we weten allemaal beter.

Ik ben nu bij Livorno. Een camping gevonden dírect aan het strand. Schofterig duur.
Tja, er is hier geen concurrentie, vertellen ze doodleuk bij de receptie. Het is wel erg luxe. Het is bijna het nivo van een hotel.

Ik blijf hier tenminste twee dagen.

Morgen weer een lekker boekje lezen op het privé-strand van de camping. Morgen mooi weer! En aan het strand zijn altijd minder pollen.

Ik vond het een lekkere dag. Prima aangepaste route. Lekker gereje…

VERWACHTINGSMANAGEMENT

Even iets aan verwachtingsmanagement doen? (Let op, info redactie: dit artikel is een eerder jaar geschreven en wij publiceren deze serie dus later.)

Uiterlijk woensdag 9 mei ben ik weer thuis in Linschoten. Vlak voor het lange weekend met veel mensen in drukbevolkte hotels. Want donderdag is het Hemelvaartsdag. Tja, en vrijdag 11 mei wordt mijn oude moedertje 88 jaar. Ik wil erbij zijn. Ze trakteert de familie ‘s avonds op een etentje in Breda. En … die dag halen we dan ‘s morgens onze nieuwe auto op…

Owja, het filmpje! Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone en …..

 

Coos op Reis: WIJ DUITERS BEGRIJPEN ELKAAR

Het is 20 april. (We publiceren hier het 52e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, schreef bijna dagelijks een verslag, en wij pubiceren ze wat trager hier)

Ik word wakker op Campeggio Villa Doria in Genua, Italië. De wekker loopt af. Verrek, het blijft pikkedonker als ik mijn ogen open. Ik ben dood, denk ik. Maar dan zou ik de wekker niet horen. Pisnijdige Italiaanse automobilisten hebben mij levend begraven. Samen met mijn piepwekkertje. Omdat zij nu nog steeds in de file aan de Cote d’Azur staan en ik ze gisteren met mijn ronkende kasteel allemaal heb ingehaald.

Ach welnee jôh, de luiken van het slaapkamerraam zijn buiten nog gesloten… Ik begrijp dat wel, want het uitzicht is niet heel erg boeiend. Ze waren mij gisteravond trouwens helemaal niet opgevallen. D’r uit, met je luie reet!

Deur open en …. prachtig weer! Strakblauw! Ontbijt op de camping bij een aardige jongedame die wel vijf of zes talen spreekt en nu ff Duits studeert. Croissants en koffie. Wat een luxe. We hebben een leuk gesprek samen over het goede leven in Italië en in Nederland.

Ik kijk vanaf het terras geamuseerd toe hoe twee corpulente heren plus drie ongeïnteresseerde stevige dames een gehuurde Spaanse Ford Fiesta (!) volladen. Ze moeten drie keer opnieuw beginnen om het passend te krijgen. Ik moet even aan mijn eigen bagage denken…

Ik verbaas mij over de enorme hoeveelheid flessen limonade die ze meenemen. Ik maakte eerder al even een praatje met de grootste dikkerd. Het gezelschap komt uit Argentinië en gaat nu naar Valencia. Heeeele prettige reis! roep ik ze nog na… Teringjantje. Ik ging voor geen goud mee. En dan moest ik onderweg vast al die grote flessen vieze limonade opdrinken… Jakkes.

De campingmevrouw beweert dat Genua een prachtige oude stad is met een rijk verleden. En dat het een hele grote haven heeft. Nou, dat zullen we dan wel eens zien. Ik koop op de camping voor € 4,50 een heen-en-weertje. Dat is 24 uur geldig en daarmee kan ik van al het openbaar vervoer in de omgeving gebruikmaken, inclusief een lift die mij boven de stad tilt. De Genuanen weten precies hoe ze de toeristen met hun auto’s uít de stad houden…

Ik wandel vanaf de camping een kilometertje naar beneden en pak de trein naar Genua. Die gaat elk kwartier. In twintig minuten sta ik in het centrum van Genua: station Genova Sestri Ponente. Perfect.

Het is hier 29°. Ik loop in een mouwloos shirt, korte broek en keurig geknipte blote tenen in sandalen. Lekker luchtig. Nu kan het nog. Morgen moet ik mijn motorpak weer aan.

Mensen kijken mij maar raar aan. Dat zijn ze hier allemaal niet gewend. De Italianen lopen hier met een lange broek en sommigen dragen zelfs een warme jas. Maar goed, ik denk dat die Italianen niet op vakantie zijn. Wellicht is dat het. Hoop ik dan maar.

Via Le Strade Nuove loop ik langs gebouwen die op de Unescolijst staan. Ik stap gewoon doelbewust overal naar binnen en als ik er niet in mag, dan houden ze mij wel tegen, stel ik mij zo voor. Ik kom zo overal.

In de kerk dus niet! Daar houden ze mij tegen. Omdat ik geen mouwen aan mijn shirt heb. Klopt, het is buiten ondertussen 31 graden en ík hoef niet te werken en ook niet persé een warme jas aan en ik ben toevallig wel op vakantie. Ik begrijp trouwens die hele kerkelijke redenering ook niet. Jezus heeft naakt aan het kruis gehangen, maar mijn blote schouders mogen ze in de kerk niet zien.

Maar … men heeft een praktische oplossing bedacht. Ik krijg een gouden gewaad om mijn schouders in de dezelfde kleur als het plafond. Haha! Klaarblijkelijk mag ik er als prins carnaval wel in. Mij best. Zou … uh… d’r een foto van zijn..? Nou?

Ik loop trouwens ook nog tegen Het Laatste Avondmaal aan. Uit 1618! Heel bijzonder.

Met een lift kan ik via mijn openbaar vervoerkaartje naar het hoogste punt van Genua, lees ik ergens. Aldaar heb ik een fenomenaal uitzicht, belooft men mij. Ik kijk verder nergens naar en loop met behulp van Google Maps naar de lift. Ik klim een trap op, nog een trap op, nog eentje en nog eentje. Pfff.. Niet normaal. Afijn, sta ik helemaal boven, bij de lift dus. Handige Harry. Heb ik de lift maar naar beneden genomen. Kon ik toch nog mijn vervoerkaartje gebruiken.

De deuren van de lift gaan open en ik kom beneden uit in een hele andere wijk. Ik loop via het oude centrum terug naar mijn route en dan word ik plots aangesproken door een feestelijk uitgedoste mevrouw. Haar rokje en truitje zijn allebei erg kort en haar truitje goed gevuld. Wat was het kamernummer op dat label van een poosje terug, nou ook al weer?

Ze zegt in het Duits dat ik hele mooie benen heb en dat ik daarom vast een Duitser ben. Dat zijn twee leugens in één zin, dat zou je bij mijn motormaat Henk eens moeten proberen, zeg ik haar. Want die gelooft nooit iets.

Verderop zie ik nog meer uitdagende dames staan. Of ik met haar mee ga, vraagt ze. Nee joh, het is veel te warm hoor, roep ik en vlucht snel bij deze half ontblote verleiding vandaan.

Ik dwaal door hele smalle straatjes. Als ik mijn armen spreid, dan kan ik gemakkelijk allebei de muren raken. Maar het zegt wellicht ook iets over de spanwijdte van mijn armen.

Ik wandel weer verder en ik kom door de vrolijkste straatjes van mijn reis. Quanto è bella la vita, roep ik. Wat is het leven mooi. Elke dag weer.

In de buurt van een groentemarkt vind ik bij een gezellig restaurant een rustig terrasje. Ik bestel een lauwwarme pasta als lunch. Ik zit heerlijk in de schaduw op een heel koel pleintje waar een zalig briesje waait. Ik zit er zowaar een uurtje in mijn e-reader te lezen. Mijn boek is spannend want Jack Reacher is weer iets aan het slopen…

Plotseling sta ik voor het huis van Columbus. Niet één of andere Tinus de Zoveelste. Nee, Columbus, himself! Super om daar te zijn. Het huis blijkt een 18de-eeuwse reconstructie van het orsinele huis van Christoffel Columbus te zijn. Hij woonde hier rond 1460. Een poossie terug.

Ik slenter verder door de havens. Het is prachtig. De campingmevrouw had gelijk. Genua is zeer de moeite waard.

In de haven kijk ik naar een boot die op het punt van vertrekken staat. Whale Watching, staat er met grote letters op. Het kost drie euro heen en drie euro terug. Waarheen dan? Nou, naar Perli, precies naar het plaatsje waar ik weer moet zijn en waar mijn camping is. Wat een geluk, hè.

Weet je wat? Ik doe het. Lekker met de koele boot in plaats van met de warme trein. Ik laat mijn 24-uurskaartje nog even zien, maar dat zit er helaas niet in. Stelletje krenten…. Haha.

Géén walvis gezien natuurlijk, tja, wat wil je voor drie euro? Zal ik mijn geld terugvragen? Wel lekker om op zee 40 minuten lang geen last van die kutbomen en de pollen te hebben. Ik heb gelijk weer lucht. Dan is het leven nog mooier.

Ik stap aan de haven uit, slechts op korte afstand van de camping. Goed gepland.

‘s Avonds eet ik op een terrasje aan zee. Ik zie het zachtjes donker worden terwijl ik een mooie droge witte Italiaanse wijn drink en Trofie al pesto Genovese eet: een typisch Ligurisch gerecht van hier, heb ik zonet geleerd.

Ruim 17 kilometer en 43 verdiepingen van mijn sandalen afgesleten. Op blote voeten d’r in. Ik heb wel wat hete voetzolen. Yeah…

Morgen reis ik weer verder. Via Viareggio (Altijd Viareggio; heb je het boek van Rick Nieman gelezen?) en Pisa naar Livorno.

Ik probeer morgen waarschijnlijk wel een beetje de kust te vermijden. Dat schiet wellicht wat meer op.

WIJ DUITSERS BEGRIJPEN ELKAAR

Aan het einde van de avond heb ik in het restaurant nog even een gesprek met een echte Duitser.

We zijn samen van mening dat die spaghettivreters hier maar hele kleine kuttafeltjes hebben. Koelere. Wij passen er nooit onder.

Woefff…!