Tag archieven: Dempster Highway

Van Dawson City naar Anchorage

Hier weer een prachtig verhaal, in onze vervolgserie over motorreizen, geschreven door Hans den Ouden. Als je op zijn naam klikt, onderaan bij de TAGS onder dit artikel, vind je ook vaznelf alle andere artikelen die geschreven zijn door Hans. Onze vaste motorreis-collumnist

Let’s go north – Alaska

Na de rit over de Dempster Highway verbleven we nog een paar dagen in Dawson City. Na de Dempster Highway waren onze banden aan vervanging toe. Dat zou in Dawson City gebeuren, echter werden er vanuit Whitehorse twee verschillende achterbanden opgestuurd. We reden we daarom maar weer 530 km naar Whitehorse voor een tweede band.

Op de terugweg uit Alaska kwamen we weer langs Whitehorse en zouden we er nog een paar dagen verblijven. Daarover schrijf ik in een volgend hoofdstuk. We reden uit Whitehorse de Alaska Highway op, we kozen nu voor de zuidelijkere route, omdat we niet weer naar Dawson City terug wilden rijden. Het gevolg was wel dat we de jerrycan met reservebenzine niet terug konden geven aan de man in Dawson City. Uiteindelijk is dat toch nog goed gekomen.

Ik had de route zo gepland dat we langs Chicken in Alaska zouden rijden. Niet dat het zo een bijzonder stadje is, maar omdat het de eerste plaats in Alaska was, die een eigen website had en dat terwijl ze niet op het lichtnet waren aangesloten. Daar had ik toevallig eens over gelezen, ik schat al weer zo’n 25 jaar geleden. Door de bijzondere naam had ik het onthouden in het hoekje van mijn brein dat gevuld is met “nutteloze feitjes”.  Je kan op //www.chickenalaska.com zien dat het nog steeds niet veel is. Er wonen ook maar 7 mensen.

We reden 500 km richting Beaver Creek. De weg is recht, maar de omgeving is verbijsterend met eindeloze vergezichten en bergen. De foto’s spreken voor zich. Beaver Creek is een plaatsje met 95 inwoners, vlak voor de grens met Alaska.

Ook hier was de man in het Visitors Centre een Fries. Een boerenzoon uit Witmarsum. Ondanks dat hij 82 was, werkte hij hier nog dagelijks. Hij had een leuke hobby, het restaureren van oude MG’s. De auto op de foto is van 1958 en wordt elke dag pontificaal als blikvanger voor het Vistors Centre geparkeerd. Hij sprak nog vrij aardig Nederlands, ondanks dat hij als jongetje van 8 hier was aangekomen.

Winkels waren er niet in Beaver Creek, alleen een benzinepomp met een klein winkeltje. Voor de supermarkt moet je 500 km naar Whitehorse rijden. Wow…

De camping stond vol met grote RV’s van de “Snow Birds” zoals ze de bewoners er van noemen. In de zomer rijden ze naar het noorden en in de winter naar het zuiden, net als de trekvogels. Velen bezitten alleen zo’n RV en hebben geen huis meer, nou ja, dit zijn complete rijdende huizen. Vaak hebben ze nog een gewone auto, of zelfs een truck, mee op een aanhanger. Veel zijn er groter dan een stadsbus. Ze zijn ook van alle gemakken voorzien en nieuw kosten ze drie keer meer dan een gemiddeld huis. De afschrijving is wel indrukwekkend begrepen we van een eigenaar die ook motor reed, daarom hadden zij er een kunnen kopen voor $500.000 onder de nieuwprijs en hij was nog maar twee jaar oud.

Na een nachtje in Beaver Creek gingen we richting Fairbanks. Dat is een saai stuk met naaldbomen aan weerszijden. Het was erg druk in de stad, dat raak je ontwend na een aantal weken in het achterland.  We zochten een camping in Fairbanks, zoals die stond aangegeven in de Garmin.

Op de plek waar de camping had moeten zijn, was echter een woonwijk en die stond er echt al wel een tijdje aan de huizen te zien. Grappig was dat er precies op die plek een grote elk rondliep die zich te goed deed aan de struiken in de tuinen.

We vonden wel een wasbox waar de modder van de Dempster Highway van de motoren afgespoeld kon worden. Die plek staat overal aangegeven, omdat daar veel mensen langskomen die via de Dalton Highway naar Prudhoe Bay gereden zijn. Dat is ook een weg, waarvan velen vinden dat je hem gereden moet hebben, net zoals bij ons de Noordkaap. Hij eindigt bij de Arctic Ocean. De weg is echter druk met vrachtverkeer en er is ook veel blubber. Hij wordt aangesmeerd met Calcium Chloride en dat gaat echt overal aan en tussen zitten. Ik had thuis al veel filmpjes op YouTube bekeken over deze weg en wij hebben hem na rijp beraad overgeslagen.

Vanwege de drukte in Fairbanks, we waren inmiddels toch wel erg gesteld op de ruimte en rust van “the middle of nowhere” besloten we niet verder naar een camping te zoeken en nog een eindje door te rijden. We draaiden de Denali Highway op richting Anchorage. Onderweg wilden we tanken. Dia heeft zo’n leuk handig tanktasje van SW-Motech met een ring op de tank. Het ding kwam met geen mogelijkheid los. We zijn maar op zoek gegaan naar een camping om dan in alle rust het probleem oplossen. De camping  vonden we in Nenana, een gat met 100 inwoners maar een leuke plek. Na het opzetten van de tent zijn we aan de slag gegaan met de tanktas. Die kon van binnenuit losgeschroefd worden en dan kan je bij het mechaniek waarmee hij vastklikt op de tank. We zijn een uur bezig geweest met het uit elkaar peuteren en weer in elkaar zetten. Met veel gezucht en gesteun kregen we alle veertjes op hun plek en daarna werkte het ook weer. Deze dingen zijn dus niet echt stofbestendig.

De camping was prima, met overdekte kampeertafels en na een goede nachtrust vertrokken we vroeg richting Anchorage langs het Denali Park. De berg Denali heette een tijd Mount McKinley maar nu heeft hij zijn inheemse naam terug. De naam betekent “de hoge” en is de hoogste berg van Noord-Amerika met zijn 6194 meter. Hij ligt in een National Park waar je slechts bij loting met je eigen voertuig in mag en die zijn natuurlijk al lang van tevoren gereserveerd en dan krijg je een bepaalde dag toegewezen. Dat werkt natuurlijk niet als je op reis bent en niet hebt gepland wanneer je ergens bent. Wij hadden immers alleen de aankomst en vertrekdatum vastgelegd. Je kan echter ook met een toeristenbus door het park rijden. Dat schijnt wel leuk te zijn. Evenwel het was een donkere en regenachtige dag, sterker nog we hebben de hele berg niet gezien. Het was de enige dag dat we de hele dag in de stromende regen reden. We besloten door te rijden en gelukkig werd naar het zuiden het weer beter. Voor Anchorage had ik een afslag op genomen in de route, zodat we niet de hele dag op de snelweg zouden rijden.

We maakten een prachtige omweg door de bergen, met weer prachtige vergezichten. De laatste 50 km bleek echter onverhard te zijn. Het was redelijk diepe gravel en dat was na de avonturen op de Dempster toch even doorbijten. Het plan was om naar de BMW dealer te gaan in Anchorage en af te spreken dat we een 10.000 km oliewissel wilden doen als we er een paar dagen later weer langs zouden komen. Ik had me echter niet gerealiseerd dat het zaterdag was.

Vlak na sluitingstijd, om 16:00 uur, arriveerden we bij de BMW dealer. Gelukkig kwam er een jongedame naar buiten die ons vertelde dat ze ons, als reizigers, zeker nog ging helpen en we konden een afspraak maken voor dinsdag er na, precies zoals we gehoopt hadden.

Volgende keer: Kamperen bij de HD dealer in Anchorage en verder naar Homer op het Kenai Penisula

Hans den Ouden leed aan MMS (het Multiple Motorcycle Syndrome)

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Hans den Ouden en ik ben geboren in Rotterdam in 1953. Ik ben getogen op Curaçao en door toeval weer in de buurt van Rotterdam terecht gekomen. Ik ben sinds anderhalf jaar met pensioen, dat had ik jaren eerder moeten doen. Ik kom uit een reislustig nest. Mijn ouders waren allebei gaan varen na de oorlog. Mijn vader voer zo’n negen keer van Nederland naar Indonesië als scheepsarts. Mijn ouders hebben elkaar op een schip ontmoet en zijn in Indonesië getrouwd in 1949. Na een korte interval in Nederland zijn we vervolgens naar Curacao verhuisd. De rest van mijn familie is ook vertrokken in die jaren, deels naar Canada en een broer van mijn moeder woonde jaren in Japan en later in Hong Kong.

 Ik was altijd meer met de zee bezig dan met het land. In mijn jeugd was ik vooral aan het zeilen en later aan het duiken. Mijn toenmalige schoonvader was duikinstructeur en ik werd dus al gauw ingezet als assistent.  Ik wilde in die tijd marien-biologie studeren, maar een bezoek aan de Calypso van Jacques Cousteau deed mij daar van afzien. Dat ging uiteindelijk negen maanden per jaar om olieboren. Vervolgens wilde ik met een zeilboot de wereld over. Maar daar kwam gezin en werk tussen. Ik vaar nog wel steeds graag en dan vooral op schepen van anderen op de Noordzee, maar ik heb ook wel op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren.

Daarna wilde ik in de ontwikkelingshulp gaan werken in Kenia. Maar dat verhaal liep ook dood.

Op enig moment had ik een collega en diens man was helemaal lyrisch over motorrijden en zo sloeg de vonk over en ben ik ook gaan rijden. Daarnaast las ik veel reisverhalen, zoals Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert M. Pirsig en het boek van Ted Simon, Jupiter’s Travels. Dat leidde er allemaal toe dat ik ben gaan rijden.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Ja ik heb een NSU gehad met drie versnellingen en daarna nog twee andere waarvan ik me niet meer kan herinneren van welk merk ze waren. Een was groen en de laatste geel. Dat brommer rijden had niets met motorrijden te maken maar meer met onafhankelijkheidsdrang. We woonden toen op Curaçao waar nauwelijks openbaar vervoer was en fietsen was niet te doen in de warmte. Dus tussen 16 en 18 reed bijna iedereen in mijn vriendenkring op een brommer. Velen hadden er een NSU want dat waren afdankertjes van de Shell.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motor was een BMW K100, de “flying brick” van 1984. Ik kocht hem in 1993. Eigenlijk vond ik het niks, topzwaar en hij reed ook niet fijn. Na een jaar begon er van alles aan te mankeren en dacht ik “weg ermee” Ik was een keer ergens en daar hing zo’n grote poster van een nieuwe motor, een BMW R1100 RS, een fel rode. Dat was de nieuwe boxer toen, begin jaren 90. Ik kreeg die poster mee en die heb ik in mijn werkkamer opgehangen. Nadat ik er een jaar naar gekeken had, heb ik hem gekocht, inderdaad een rode. Dat is de motor die ik het langst gehad heb, acht jaar. Op een gegeven moment ging ik met een Amerikaanse vriendin een tocht maken van 8000 km aan de oostkant van de VS, ik mocht van een vriend van daar een BMW R1100 GS lenen. Toen ik thuiskwam heb ik meteen mijn toenmalige motor ingeruild voor een BMW R1200 GSA en sindsdien is dat “mijn” motor. Ik ben inmiddels aan de zesde bezig, want er zijn er twee gestolen uit mijn eigen garage nota bene.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik heb jaren lang woon-werk gereden, het hele jaar door en daarnaast nog de pretkilometers. Zodoende kwam ik aan 50-55.000 km per jaar. Soms was het lastig want ik hield er nooit zo van om te rijden als het sneeuwde en het gebeurde wel eens dat je na een nachtdienst naar huis moest en dan het intussen gesneeuwd. Dan is het wat  minder leuk. Ik had wel een pekelfiets in die tijd. Nu ben ik een mooiweer rijder, mits we niet op reis zijn. Want we zijn eigenlijk meer reizigers op de motor dan toerrijders of toeristen.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Ik heb een fantastische motor. Weliswaar een Jack of all Trades, Master of none. Een BMW R1250 GSA. Toen ik jonger was had ik altijd meerdere motoren, want ik leed aan het MMS, ofwel het Multiple Motorcycle Syndrome. Maar ik kan er toch maar op een tegelijk rijden, dus daar beperk ik me nu toe en ze zijn duur genoeg. Vorig jaar zijn we in totaal vijf maanden onderweg geweest.

Wat was de mooiste motorroute die je ooit reed?

Ik ben al op veel plekken geweest in Europa en daarbuiten zodat dit een lastige vraag is om te beantwoorden. Onze reis door Canada en de USA vorig jaar, 26.000 km in drie maanden- daar waren wel heel mooie stukken bij. Vooral Monument Valley en de Valley of the Gods waren spectaculair. Maar ook de tochten met Siem Edink in de Himalaya waren heel bijzonder. Eigenlijk zouden we nu ook in India zijn, in Himachal Pradesh en Kashmir, samen met Siem en David. Maar ja de corona crisis maakt dat onmogelijk.

Je maakt wel wat mee zo onderweg, in India sprong er een kalf voor mijn motor met wat blikschade tot gevolg. Toevallig was net iemand ons aan het filmen dus ik heb er ook nog beeld van. In Nepal trof ik een tegenligger, die in blinde bocht, vier vrachtwagens inhaalde. Dat was pijnlijker en gaf wel wat gedoe en pijn.

Op de Dempster Highway in het noorden van de Yukon in Canada reden we in twee dagen 7 keer lek. We kunnen nu dus heel goed banden pluggen en ook langs de kant van de weg de banden vervangen als het nodig mocht zijn.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Wat ik heel graag wil doen is van Tierra de Fuego naar Alaska rijden. Het plan was om dit najaar te vertrekken als het voorjaar begint in Patagonië. De overtocht van de motoren is al geboekt. Alleen zit ook hier de corona in de weg.  Er zit eigenlijk geen tijdslimiet aan deze reis want we komen aan als we aankomen en we kunnen desnoods altijd de reis een tijdje onderbreken, mocht dat noodzakelijk zijn.

 

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Ik heb serieus gekeken om de volgende reis te gaan maken met de Yamaha Tenere 700. Maar de totale investering voor twee motoren er bij vond ik te ver gaan en de BMW’s hebben we nu eenmaal. Ik had het idee om die Yamaha’s dan bij mijn familie in Canada te stallen, zodat we nog eens terug kunnen. Ik heb veel motorrijdende neven daar, dus dat zou wel lukken. Maar uiteindelijk staan de BMW’s in Nederland  weer af te waarderen als we daar zijn.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Motorrijden is voor mij een manier van reizen, geen enkele andere manier van reizen brengt je het zelfde. Ik heb ook wel eens naar een campertje gekeken, maar het probleem is dat ik aan autorijden weinig plezier beleef. Ik zal nooit een stukje gaan toeren met de auto. We hebben een tijdje een cabrio gehad, we zijn er een keer mee weggeweest naar de Eifel. Het was prachtig weer en ik zat continu te denken, waarom ben ik hier niet met de motor? Vroeger reed ik veel harder dan nu, ik heb nu meer plezier in het reizen dan alleen maar zo hard mogelijk te rijden. Reizen is geen wedstrijd en een ongelukje tijdens een reis in  een afgelegen gebied heeft heel andere consequenties dan in Europa. Ik ben erg blij dat mijn vrouw net zo dol is op reizen en motorrijden als ik. En ook niet voor een kleintje vervaard is, zowel op de motor als daarbuiten.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Het is heerlijk om te rijden, maar daarnaast hebben we ook nog andere hobby’s. We duiken samen en deden al menige duikreis, ook naar verre buitenlanden. Ook proberen we onze conditie op peil te houden door veel te lopen en te fietsen, want hoe ouder je wordt, hoe belangrijker het is om op kracht te blijven. Ik wil me ook nog eens meer toeleggen op off-road rijden. Immers 80% van de wegen buiten Europa is onverhard en zo’n zware all-road is ideaal voor reizen, maar vergt wat meer van je techniek en rijvaardigheid dan een lichter apparaat.

Wie onze reizen wil volgen kan terecht op de FB pagina “Motorcycle Travels” (ook wel hansendiaopreis)

Tipje van de redactie:
Wil jij meer lezen over motorreizen?
Ga dan naar deze rubriek voor meer artikelen.