Tagarchief: Motorroutes

The Pacific Coast Highway

The Pacific Coast Highway, in Calfornia USA, wordt ook wel de California State Route 1 genoemd. Die 1 snap je als je even achterover leunt en mee rijdt met deze motorrijders. Een paar vrienden die Royal Enfield rijden hebben een mooie opname gemaakt. Geen muziek, gewoon lekker dat rauwe geluid eronder.

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Op de motor naar de Pyreneeën?

IN JUNI GAAN DE GRENZEN VAN FRANKRIJK WEER OPEN!

Fotograaf: //commons.wikimedia.org/wiki/User:Jean-Christophe_BENOISTGisteren stond in de krant dat vanaf 9 juni de grenzen waarschijnlijk weer open gaan in Frankrijk. Dat betekent dat motorrijders die van plan waren naar (hun droombestemming) de Pyreneeën te toeren, weer op pad kunnen. Daar gaan wij ze bij helpen. Onze trouwe schrijver Coos van der Spek praat ons bij.

We kennen hem van onze serie COOS OP REIS, hier even een artikel van hem tussendoor, vol met TIPS EN TRICKS!

Lees mee hoe Coos van der Spek voor zijn motorclub MC Zegveld een compleet draaiboek in elkaar zette en talloze fraaie routes en scenario’s bedacht. Je kunt zélfs je motor met een lijndienst per vrachtauto vanaf Klundert door Nord Cargo naar de Pyreneeën laten vervoeren. Daarna stap je met je meisje op het vliegtuig naar Barcelona. Dat is uiteraard de méést luxe manier om een weekje Pyreneeën te doen. Zelf rijden is avontuurlijker en stoerder maar kost meer tijd. Je kunt dan wél onderweg op een sappig veldje in je tentje overnachten, een stacaravan huren of je kiest onderweg voor een mooi hotel. Plan en reserveer niks. Je vindt overal altijd wel een kamer. Dat is en blijft het leukst en het avontuurlijkst en het geeft je maximale vrijheid. Dus snelwegvreters, toertuffers, vrije reizigers met een eigen programma, aanhanger-huurders en -bezitters met een er aan vast geknoopte romantisch-erotische vakantie, snelle solorijders, vliegtuighoppers, strandliefhebbers: pak je kans en creëer je eigen vakantie! In Spanje heeft Coos een prima hotel voor je gevonden, een mooie uitvalbasis voor fraaie dagtochten. En alles lekker op eigen gelegenheid. Vrijheid-blijheid!

Uniek voor de lezers van IKZOEKEENMOTOR:

  • Lees het gratis uitgebreide draaiboek Pyreneeën 2021 van 31 pagina’s dik. Coos neemt je in zijn draaiboek mee in een verhaal hoe je naar de Pyreneeën gaat, verblijft, rondtoert, wandelt en weer vertrekt. Er zijn talloze scenario’s. Het wordt in elk geval altijd een machtige, stoere tocht met een hele berg bochten!
    De link naar dit draaiboek in PDF staat ook nog onderaan dit artikel.
  • Download vanaf maandagavond a.s. via onze besloten Facebook-groep PASSIE VOOR MOTOREN (via bestanden) alle ROUTE BESTANDEN IN GPX.

Wil je alvast even een hele snelle en korte blik op het plan werpen?

Alle heen-routes beginnen en eindigen bij Hendrik Ido Ambacht aan de A16. Als je met elkaar wilt afspreken, dan zou dat dáár kunnen. Of spreek af aan de grens bij Hazeldonk. Deze waypoints zitten in de routes.

In Nederland en in België maak ik gebruik van de snelwegen. Het échte mooie leven begint immers in Frankrijk. Trek tussen de één en zeven dagen uit voor de heenreis naar de Pyreneeën. Mik op vier dagen. Er zijn verschillende scenario’s om straks bij het hotel in de Pyreneeën te komen. Het kan heel snel, maar ook erg toeristisch.

Vanaf de éérste zondag na je aankomst ga je je tourritjes in de Pyreneeën rijden. Woensdag is een rustdag. Voor de Diehards is er voor die dag óók een route. Maar die missen een heerlijke Spaanse lunch met een koel glas bier of een roseetje… Jaca is leuk om rond te wandelen en je kunt natuurlijk ook een dagje van de spa in het hotel genieten.

Ook voor de terugweg zijn er verschillende scenario’s: je kunt in één dag naar huis, maar je kunt er ook twee weken over doen. Mik gemiddeld maar op vier dagen.

Veel plezier met het mijmeren, de voorbereidingen en het leesvoer!

HET DRAAIBOEK kun je hier al downloaden:
VBT21 – Draaiboek en kaarten trip Pyreneeën v2021-06-05d
Voor de ROUTES in GPX kun je vanaf MAANDAGAVOND 3 MEI terecht op facebook, via onze besloten groep
PASSIE VOOR MOTOREN.

Wordt vervolgd!!

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!

Rondje IJSSELMEER met de ZERO SRS

“Elektrische motorfietsen zijn alleen geschikt voor een rondje om de kerk of een tripje in het weekend”,  is een vaak gehoorde uitspraak.

Opvallend is dat veruit de meeste motorrijders hun motorfiets meestal juist op die manier gebruiken. Wij nemen de proef op de som en rijden een rondje IJsselmeer met een Zero Motorcycles SRS met 12 kW semi snellader. Een rit van zo’n 500 km.

In eerste instantie is de bedoeling alleen maar secundaire wegen te rijden, dat blijkt met name in het Westland veel te veel tijd te kosten vanwege de vele dorpjes en steden waar je om en doorheen moet. Daarom wordt voor die regio de snelweg gekozen. Laadpunten zijn er inmiddels voldoende in Nederland. Anders dan tankstations zijn laadpunten niet herkenbaar vanuit de verte.

Route maken.

Via Google Maps wordt de route gemaakt. Het handige van google maps is dat je daarop kunt selecteren op laadpunten. Anders zijn er verschillende apps waarvan je gebruik kunt maken. Het snelst laadt deze SRS aan een 22 kW AC lader of laders met een nog hoger vermogen. Denk hierbij aan de meeste snelladers langs de snelweg van Allego of Fastned . De laadmomenten worden tussen de 100 -120 km gekozen wat neerkomt op één tot anderhalf uur rijden per keer. Mooi om even de benen te strekken.

De weersverwachtingen zijn droog maar fris. Goed aankleden en de handvatverwarming op de SRS maken de rit aangenaam. Via het rivierengebied gaat de rit naar de eerste laadstop aan de A2. Laden vraagt uiteraard wat meer tijd dan het volgooien van en tank. Leuke bijkomstigheid is dat je tijdens het laden altijd aanspraak hebt met mensen die bijna zonder uitzondering verbaasd reageren op een elektrische motorfiets. Elektrische auto’s kennen mensen intussen wel. Betalen doe je met een laadpas of een app. De weg vervolgt via de snelweg richting West-Friesland, een straffe noorderwind op de neus neemt wel wat range weg, maar dat wordt beperkt door de maximum geldende snelheid van 100 km/u. Even voor de afsluitdijk is de volgende stop. Het is inmiddels etenstijd.

Laden en rijden.

De laatste 10% laden van de batterij duren het langst. Vergelijk het met het volgooien van een tank benzine. Het laatste beetje moet je ook rustig tanken om niet te knoeien. Als je wat minder tijd hebt of wilt besteden laad je de batterij tot 85- 90 % wat zo’n 25 minuten duurt. Die laatste paar procenten zijn slechts 10-15 km extra range. In dit geval was de batterij behoorlijk leeg door tegenwind. Omdat dit de middagpauze met lunch was werd de batterij volledig geladen. Dit kost je aan tijd ongeveer 45 minuten.

De weg vervolgt zich over de afsluitdijk, daar wordt momenteel flink gewerkt aan versteviging en verhoging van de afsluitdijk ter voorbereiding op de stijgende zeespiegel. Natuurlijk wordt er ook een stop gemaakt bij het monument op de afsluitdijk en het
windmolenpark wat gebouwd wordt in het IJsselmeer. Na de afsluitdijk gaat het zuidwaarts met de wind in de rug via binnenwegen door Provincie Fryslân. Een landschap wat zich kenmerkt door een uitgestrektheid met mooie Stolpboerderijen en heel veel windturbines. De weg vervolgd zich via de Noordoostpolder waar nog wordt bijgeladen bij een nieuw Fastned station met AC lader. Opvallend is dat er door auto’s flink gebruik gemaakt wordt van deze snelwegsnellaadstations. Veelal korte stops om net wat range bij te laden.
De reis gaat verder via Provincie Flevoland waar een afslag gemist wordt en een omweg van een km of 15 gemaakt wordt. Flevoland is vlak, met moderne bedrijfsterreinen en monumenten die herinneren aan de Zuiderzee …. en veel windturbines. Bij Apeldoorn wordt de batterij weer bijgeladen voor de laatste etappe. Dit Fastned station zou ook een AC lader moeten hebben. Daar aangekomen bleken alle laders te zijn vervangen door nieuwe ultra snelladers maar zonder AC type 2 plug. Gelukkig stond er op de nabijgelegen parkeerplaats een Allego snellader met wel een 43 kW AC lader. De laatste 90 km werd weer snelweg gereden.

Resumé

De totaal afgelegde afstand van deze rit is uiteindelijk 519 km. De 4 laad / pauze / toerist momenten varieerde van 25 tot 45 minuten, de rit duurt in totaal 11 uur. We kunnen zeggen dat
het rijden van een grote toerrit met een elektrische motorfiets heel goed mogelijk is. Je moet jezelf wel iets meer tijd gunnen voor een laad cq stopmoment of deze combineren met een functionele stop. Denk aan een eet- / drinkmoment of bezichtiging. Je kunt dit ook zien als een onthaast moment. Handig is de laadpunt optie van Google Maps. Steeds meer navigatiesystemen worden hier overigens ook mee uitgerust. Er is bij deze rit gebruik gemaakt van snelwegladers, deze zijn veelal uitgerust met 1 AC lader, dat kan als je alleen rijdt. Als je met meerdere elektrische motorrijders zou rijden is een laadpaal buiten de snelweg een betere optie. Dit zijn over het algemeen AC laadpalen met 2 of meer laadpunten.

De laadkosten aan de snelwegladers kwamen per laadbeurt gemiddeld uit op €5,50 volgens de laders. Echter met de gebruikte laadpas moet dit bedrag wat lager uitvallen. Hoeveel is pas te zien bij de digitale afrekening. Door de uitgebreide laadinfrastructuur in Nederland is het rijden van een grotere afstand geen bezwaar meer. Ook de beschikbare apps voor het zoeken en navigeren naar laadstations en de steeds meer op elektrisch rijden voorbereide navigatie maakt het steeds eenvoudiger om elektrisch motor te rijden.

Wil je weten hoe een Zero SRS rijdt?

Klik op deze link naar Facebook. Dank aan ElectricMotorbikes.nl

Namens de redactie@ikzoekeenmotor.nl danken we Andrew Thijsen voor dit artikel. Kijk ook eens op BMS E-motorrijder.

COOS OP REIS: IK TREK Z’N KOP VAN Z’N ROMP

Het vorige verhaal van “Coos op Reis” eindigde met een kwizvraag, over dat batterijtje… 

We gaan lezen of ze het hadden. En we volgen Coos en zijn avonturen  op zijn reis door Europa.

“Je hebt motorroutes én je hebt motorroutes. Maar jongûh, dít was een súperroute. Wát zat ik te genieten op deze fraaie dag….  Maar hooo, éérst even een stappie terug.

Ik heb gisteravond laat nog gezellig een biertje met de eigenaar gedronken, daarna lekker geslapen en vanmorgen uitstekend ontbeten. Ik neem vervolgens afscheid van het uiterst vriendelijke Zwitserse echtpaar van de B&B in Peñiscola.

Ik laad de route van deze dag en kom vervolgens in hun ondergrondse garage in gevecht met mijn Garmin-navigatie: ik probeer een track te converteren naar een route zónder GPS-signaal. Het is een kansloze missie. Vijftig jaar ICT-ervaring en steeds weer pakt dat verrekte zwarte kassie mij bij mijn…uh… oorlelletjes… Maar buiten ben ik ‘m strakkies snel de baas, let maar op.

Bij de benzinepomp (1,25 euro, dus het kán best, stelletje dieven in Den Haag…) haal ik de Garmin van mijn motor en reboot het apparaat. Ein neuer boot macht alles gut, zeggen onze Duitse ICT-vrienden. Na tien minuten is de route gegenereerd en ga ik op weg. Stand : Garmin 0 – Coos 1 punt.

Het belooft een mooie dag te worden. Het is strakblauw en nu al warm. Ik zal vandaag 20 graden gaan zien. Niks schaatsen, sneeuw en natte neuzen. Want dit is Spanje. Olé!
Ik laat de toeristen met hun fraaie witte plastic campers achter mij en storm met mijn zwaarbepakte muilezel de bergen in. Kale rotsen, roodgekleurde gronden, dorre struiken maar óók práchtig gekleurde bomen, wisselen elkaar in een moordend tempo af. Ik kijk mijn ogen uit. Wát een prachtig land, wat een fraaie streek en wát een mooi seizoen. Ik voel mij een gelukkig en bevoorrecht mens.

Mijn grijns van oor tot oor moet ook in mijn gesloten Schubert-helm zichtbaar zijn, want tanig gekleurde oude mannetjes in dorpen lachen hun tandeloze monden bloot en zwaaien met hun stramme armen naar mij, terwijl ik als een kasteelheer bovenop mijn zwaarbeladen kasteel hun dorp bestorm. Ik zie ze in mijn spiegels instemmend naar elkaar knikken als ik met een extra toefje gas hun kasseien teister en het eeuwenoude stof onder de zwartgeblakerde dakpannen van hun huizen uit roffel. Whoehaaa, I am the King of the Road. Ik bedoel…Ivanhoeeee…..!

Via Sant Mateu dender ik langs Albocasser en vlak voor L’Arcorla draai ik nogmaals verder de heuvels in. Pas in de buurt van Pedralvilla is het bergfestijn afgelopen. Wát is dit een vreselijk mooie route. Heb ik trouwens zelf gemaakt. Afgelopen winter. Met Basecamp en lekker warm achter mijn peeceetje. Eigen roem stinkt, zeggen ze toch? Jammer dan. Dan maar minder lekker ruiken. Het is gewoon net als met eten dat je zelf maakt, das ook véél lekkerder! Toch?

En wat een prachtige dag vandaag in de bergen. Ik heb er bijna niemand gezien. Strak en zwart asfalt, als een privé-loper naar mijn eindbestemming van deze dag. Runter vom gas? Gelul. Volle bak! Ik heb inmiddels weliswaar nog wat minimale schaamrandjes op mijn achterband, maar het is niet veel meer. OK, ik weet het, ik ben een mietje, maar veel verder durf ik écht niet… Teringjantje, wát is die motor zwaar! Ik moet ècht werken met dat ding. Ik voel het zelfs als mijn tandpasta van links naar rechts in mijn tas klotst… Whoeeiii!

Maar dan…! Dán enter ik met bolgesneden driehoekzeilen op mijn galei de stad Valencia. Ik ben er! De dag is omgevlogen.

Voordat ik naar mijn hotel pruttel, rijd ik echter eerst met mijn motor een rondje Valencia. Even de stad voelen, even aantrekken. Kennen jullie dat gevoel ook? Of ben ik nu te hyper? Tja, een vleugje ADHD heb ik wel, denk ik, soms…

Valencia, das een beregrote stad, weet ik nu. Een soort Parijs, maar dan met hele brede wegen en dertig miljoen stoplichten. Nee, véértig miljoen! En drúk! Ik heb twaalf ogen nodig om te overleven als ik een rotonde neem. Voetgangers en fietsen krijgen heel vaak groen, maar tóch stappen veel mensen in de auto. Ik snap er niks van. Het is een hele mooie stad, met práchtige gebouwen. Ik kom er vast noges…

Er zijn veel toeristen in Valencia vanwege de voorbereidingen van Las Fallas Valencia.

Tip van Coos: Las Fallas is het grootste straatfestival van Spanje. Het is een overweldigende, wondere wereld van gigantische, geknutselde beelden, fallas genoemd. De elegante falleras hebben zich op hun allermooist gekleed en lijken wel prinsessen in hun schitterende jurken. Voeg hier een enorme dosis vuurwerk aan toe en het feest is compleet.

De route van vandaag eindigt bij mijn hotel. Wat een toeval. Het is retedruk in het hotel. Ik sta in de rij bij de receptie. Het is warm in de lobby. Veel te warm voor mij in mijn Stadler-motorpak. Ik zweet mij de tandjes.

Omdat ik niemand vertrouw, sleep ik al mijn tassen en zakken van mijn motor naar mijn kamer. Ze zullen je onderbroekies maar stelen. Dan is je motor plots heel licht en heb je niks om de hele dag te sjouwen. En op te schelden. Ik sta straks met mijn motor in de parkeergarage van het hotel. Op min twee. En mijn kamer is op de vijfde verdieping… Pfff…

Ik ben moe van een hele dag sturen en ik heb het warm. Het water loopt van mijn rug. Ik wil onder de douche. En ik verlang naar zo’n heel groot glas koel Spaans bier waarvan het glas beslaat en de condensdruppels als parels aan de buitenkant hangen én ik wil het blonder schuim tegen mijn bezwete bovenlip voelen… Dus ik ben een beetje aan het haasten. Dat snap je best…

Kom ik weer buiten, heeft iemand een sinaasappel op mijn motor gelegd!

Nondeju! Nu werkelijk tot het uiterste getergd, kijk ik om mij heen. Deze Hollandse kaasboer heeft plotseling heel veel zin om van een Spaanse Valenciaan de kop van zijn romp af te trekken. Gaan we dan hier de tachtigjarige oorlog opnieuw beginnen? WIE neemt deze kasteelheer in de zeik? Sodemieters!

Maar kijk! Midden in Valencia. Op slechts een paar meter van de voordeur van mijn hotel en recht boven mijn koffers? Whoehaa!

Vanavond ga ik door Valencia dwalen, een lekker bordje eten scoren en van de stad genieten. Ik hoef van mijn moeder niet vroeg naar bed en van mijn vrouw morgenochtend niet vroeg op. Heerlijk joh, in je eentje op reis. Alweer zo’n goeie tip van Coos.

Owja, kut. De kwis! Over dat batterijtje van mijn afstandsbediening en die Chinese toko. Bijna vergeten. Nou, probleemloos, hoor. Hij verzette geen stap, graaide zonder te kijken onder de toonbank en had ‘m zo te pakken. Voor twee euro of zo.”

Coos op Reis: OP WEG!

In onze vervolgserie “Coos Op Reis” vandaag eindelijk de dag dat Coos van der Spek zijn reis ook echt kan beginnen. Hier gaat het om. We volgen hem in het wiel. Verhaal nummer 6. Onze eigen Floortje Dessing, maar dan iets groter en gepensioneerd, begint aan zijn reis van drie maanden door Zuid-Europa.

YES! Geluk hebben bestáát niet! Dat dwing je af. Niks aan ‘t handje. Mijn vrachtauto met mijn motorfiets arriveert volgens planning gewoon vandáág in Barcelona! Hij komt … slechts 20 minuten te laat aan. Ondanks de zware sneeuwval in Frankrijk. Joepie! De adrenaline vliegt door mijn lichaam. Ik strik mijn veters, trek mijn jas aan, kam mijn haar en sprint naar de hotelreceptie om mijn sleutel in te leveren.

Om 08:15 uur haalt José, de manager van de Spaanse vestiging van het transportbedrijf Nord Cargo, mij met zijn witte Audi Q5 bij mijn hotel op. Behendig manoeuvreert hij de grote auto door de spits. Het is hier bijna net zo druk als Amsterdam. Bijna, hè…

Hij is een gezellige man en onderweg raken we aan de praat. Hij woont al zijn hele leven in hetzelfde dorp in de buurt van het bedrijf. Hij werkt van 08:00 uur tot 20:00 uur. Minstens vijf dagen in de week. En niemand heeft siësta in Barcelona hoor, grijnst hij. Dat denken alleen maar mensen buiten Spanje. José heeft 20 dagen per jaar vakantie en gaat op zijn 67e met pensioen. En het pensioen is magertjes. Nou, ik wil niet met hem ruilen hoor, besluit ik, zómaar spontaan.


Het is een goed half uur met de auto. We gaan het hek door, rijden om het gebouw en zoeven zó door de grote geopende roldeur de hal in. En … dáár stáát ze! Op haar pallet. Trouw en geduldig op mij te wachten. Blinkend en gepoetst. Wat is ze mooi, wat is ze prachtig! En wat is ze gruwelijk stoer.

Samen met José haal ik de zware BMW uit de sjorbanden, rollen we haar via de ijzeren goot van de pallet en trekken we haar over het   ijzeren stutje. Vervolgens monteer ik haar drie koffers en de tanktas en plaats ik de rest van de bepakking op de motorfiets. Daarna haal ik haar van de middenbok en draai haar met het voorwiel richting de uitgang.

En ze is zwáár! Jéétje man, ik lijk wel een vrouw, zovéél heb ik bij mij. Echt véél te veel. En nog niet eens een haarföhn. Niet normaal. Ik heb nu al spijt. Een lichte duo geeft mee in de bochten, maar dit is dóód gewicht en looiig van onderbroekies, kleding, schoenen, tent, stoeltje, slaapzak, luchtbed en allerlei elektrieke meuk. Heb ik het wel goed gedaan? Ik zit hier wel allemaal stoere verhalen te schrijven, maar de twijfel slaat mij om ‘t hart. Maar goed, ik heb lange benen, ben 1.95 meter en weeg 88 kilo. En ik sta best lekker stevig op die dikke Daytona’s, dus het moet maar. Nou effe niet zeiken.

Ik schenk mijn winterjas en mijn rugtas aan de medewerker van het magazijn. Ze waren reuzehandig in Barcelona, maar ze hebben nu voor mij geen nut meer. En nóg meer meenemen is geen optie. Tien minuten later komt José vragen of het verhaal wel klopt en of zijn medewerker niet ruig aan het gappen is. Lachend bevestig ik het verhaal en vertrek.

We hebben vandaag circa 300 km te gaan. Ik rijd voorzichtig het industrieterrein af, het dorp uit en de natuur in. Na een uur waag ik het om een deuntje te fluiten en na twee uurtjes ben ik het gewicht wat meer gewend en dender ik door de bergen. De weg is droog, dus ik dúrf. Yeah! Hier en daar wat extra streepies gas erbij en links en rechts wat hangen in de bochten… Ietsje éérder gas geven, ontdek ik. Ik klim tot 600 meter hoogte. Daar liggen zelfs nog wat resten sneeuw. Het wordt wat frisser.

Er valt hier en daar wat regen, het gas gaat er af en ik krijg het koud. Echter, toeristen en horeca gaan altijd samen. En in de bergen komen weinig toeristen… Er is hier niks, noppes, nada. Ik zie af. Ik heb te weinig gegeten, te weinig water gedronken en ik ben koud. Een leerpunt voor mij: meer regelmaat en nóg beter voor jezelf zorgen. Vooruitzien!

Máár…..dan kom ik bij Cunit weer terug aan de kust. De zon schijnt en het is hier stukken warmer. Met een café solo en een lekker koekie warm ik in het zonnetje op. En ik zie de zee! De Middellandse Zee. Ik ben mijn hele leven al verliefd op de zee. Ik blijf hier wel een half uur genieten.

Een stukje verderop brengt de route mij weer het binnenland in en rij ik richting Móra d’Ebre. Daar buigt de route weer af naar het zuiden en via de loop van de rivier d’Ebre en het plaatsje Tortosa sta ik na verloop van tijd weer aan het strand bij de schaamteloze stad Peñiscola.

Kort daarna arriveer ik bij mijn Bed & Breakfast. En wát voor één! Het is een super plek. Het is van een geëmigreerde Zwitser die als architect / bouwkundige dit gebouw zelf als B&B ontwierp. Met zelfs een ondergrondse parkeergarage.

Hij heeft net vandaag alle sinaasappels in zijn tuin geplukt, roept hij vrolijk. “Er hangen anders nog voldoende sinaasappels in je bomen”, roep ik terug. “Die laat ik hangen, speciaal voor mijn gasten, dat vinden ze enig”, grijnst hij. Slimme Zwitserse architect. Aardige vent.

Nou, het was een spannende dag.
Mijn éérste échte reisdag.

En ik ben eindelijk op weg!

Oh ja, ik besluit vandaag met een heuse kwis:

Ik kan mijn motor draadloos starten. Als ik de sleutel in mijn zak heb, dan is een druk op de power-knop voldoende om alle pk’s wakker te maken. KEY LOW, staat er vandaag plots op mijn dashboard. Batterijtje van de zender bijna op dus. Wat denk ik? Ik denk KUT! Ik heb aan alles gedacht, maar niet aan dàt ding. Potver.

Ik bel Grote Ton van Molenaar, mijn favoriete BMW-dealer in IJsselstein, en krijg het nummer van het benodigde batterijtje op: CR2032. Ik hou van Ton. Ton weet alles! Als ik noges trouw, dan trouw ik met Ton. Maar hij moet dan wel al zijn AOW krijgen. Net als Janny. Anders ga ik er op achteruit.

Enfin, terwijl ik Ton bel, sta ik op dàt moment rècht voor een Chinese toko. Wát denk jij? Kon ik dat batterijtje hier vinden? Het moet dus persé precies passen in een specale BMW-sleutel met keyless-bediening…

Ok. Ik geef een tip. Kijk eerst even naar de laatste foto. Das ongeveer 10% van wat ze allemaal in zo’n Chinese sjop verkopen… En ze spreken alleen maar Chinees.

Nou? Wát denk jij? Ja of nee? Heb ik hem daar kunnen kopen of niet? Gokje doen?

Je leest het in het volgende verhaal, in Coos op Reis.

Coos op Reis: nog meer voorbereidingen

In de serie “Coos op Reis” hier het volgende verslag van onze verhalenmaker Coos van der Spek. We reizen met hem mee:

WÉÉR TWEE STAPPEN DICHTER BIJ MIJN DROOM…

De voorbereidingen voor mijn motorreis van drie maanden door Zuid-Europa zijn in volle gang. Wat gaat er zoal binnenkort gebeuren?

Volgende week maandag breng ik samen met motormaat Jos Francke mijn motor naar transportbedrijf Nordcargo in Klundert (bij de Moerdijk). De vrachtwagen vertrekt dinsdag en arriveert dan donderdag in Barcelona.

Vervolgens zet de familie mij woensdag op Schiphol op het vliegtuig naar Barcelona. Een enkeltje kost slechts 29 euro. Niet te geloven, hé. Daar komen weliswaar nog wat knaken bij voor de luchthavenbelasting en het aankopen van extra beenruimte, maar dan nóg…

Overnachten in Barcelona is daarentegen weer enorm duur: 250 euro voor twee nachten in hotel Exe Mitre. Het zal daar wel vakantieweek zijn. Nou ja, dan maar twee dagen niet eten… Op mijn wishlist staan o.a. de Sagrada Familia, La Rambla, Barri Gotic – de Gotische wijk, Mercat de la Boqueria – de versmarkt etc.

Op vrijdagmorgen pikt een medewerker van het transportbedrijf mij bij het hotel op. Een uur later hangen mijn koffers aan mijn motor, trek ik mijn motorpak aan, laad mijn eerste voorgeprogrammeerde route in mijn navigatiesysteem en vertrek voor de eerste 300 kilometers. Vroemmm! Deels door de bergen. Lekker stoer. Gewoon gelijk het grove werk. Ik duim voor redelijke temperaturen…

Even een blik terug? Afgelopen winter heb ik heel wat uurtjes achter de computer gezeten om mijn routes uit te stippelen. Ik heb reeds zo’n 10.000 km uitgezet. Poeh… en das best héél ver, hoor. Het uitstippelen van routes doe ik overigens met het programma Basecamp van Garmin.

De routes zet ik straks vervolgens over in mijn navigatiesysteem. Tijdens het rijden krijg ik dan via blauwe tandjes de zeer gedetailleerde navigatie-instructies in mijn helm te horen en kan ik  op mijn scherm zien hoe de weg verloopt. Ik heb ook een kleine laptop bij mij, zodat ik onderweg verder kan knutselen en routes eventueel kan bijstellen. Je zal immers maar eens een leuke tip van iemand krijgen. Zo kreeg ik van motormaat Jan Draijer al een fraaie route door Noord-Spanje en viste ik in Moto73 (ooit door jeugdvriend Ad Keukelaar mede opgericht) de vestingsroute A RAIA langs de grens Portugal-Spanje op. Allebei aanraders voor jullie toekomstige plannen, lezers!

We kijken weer vooruit. De eerste reisavond overnacht ik in de luxe bed & breakfast Luz de Azahar in Peniscola. Tja, ik weet ook niet wat ik daarvan moest denken. Maar de motorfiets mag gelukkig veilig in de garage. Dat dan weer wel…

Zaterdag rijd ik dan deels langs de oostkust en deels door de bergen naar Valencia. Ook een kleine 300 km. Ik heb een paar mooie slingerwegen gevonden. Whoeiiii!! In Valencia vond ik hotel Malcom and Barret. De motor mag voor € 10,- in de garage, zei de mijnheer door de telefoon. Pfff… ik vroeg of we die avond dan ook zouden gaan kussen. Dat begreep hij niet. Als ik genaaid word, dan wil ik er graag bij zoenen, vertelde ik hem. Nou, we zijn nu al geen vrienden…

Zondags zal ik wederom circa 250 km denderen. Op weg naar Los Alcazares. Bij Murcia. Via Facebook kwam ik terecht bij de vriendelijke Belgische mijnheer Marcel Verbist. Ik mag voor een schappelijk bedrag zijn appartement een week lang huren. In dat weekje zal ik ook zeker gaan wandelen, gaan hardlopen, een boek gaan lezen en overdag een lekker dutje doen. Owja, ik heb TWEE e-readers bij mij. Voor als er eentje defect gaat… Better safe than sorry.

In die week zal ik ook mijn ONROUTE-motorkaart in mijn navigatiesysteem gaan gebruiken. Deze elektronische kaart zorgt ervoor dat ik via speciale mooie motorweggetjes het binnenland in kan trekken.

De zondag erna vertrek ik weer verder naar het zuiden, richting Gibraltar en Portugal. Ik mik dan eerst op Almeria. Maar zover is het nog láng niet…

Ik hou jullie op de hoogte. Reis lekker virtueel een poossie met mij mee!

Go West Young Man

Go West Young Man

Juist nu we niet kunnen reizen, niet mogen reizen, is het een troost om reisverhalen te kunnen lezen. Gewoon even dat gevoel alsof je de prachtigste routes langs indrukwekkende Amerikaanse kusten rijdt. Hans en Dia den Ouden reizen al jaren over de hele wereld en in hun motorreis-verhalen op Ikzoekeenmotor.nl delen zij met ons hun belevenissen. En of je deze verhalen nu leest als motorrijder, of als reiziger in het algemeen, het blijft genieten….        Hier weer een verhaal van Hans:  

Na het buitenaardse traject door Utah kwamen we aan in Nevada. Achteraf hadden we vanuit Utah nog Arizona in moeten rijden en dan vooral richting de Grand Canyon. Want dat is natuurlijk ook een schitterende omgeving. Dat hebben we dan nog te goed voor een volgende reis. Het stuk door Nevada was tamelijk leeg en er waren weinig campings en hotels langs onze route. Zo reden we 1200 km in twee dagen en we hebben geen enkele foto gemaakt. Soms reden we 200 km door een totaal leeg gebied. Een deel van dit traject ging langs de oude Route 66.

Bij een supermarkt kwam er een andere motorrijder aangereden op een KTM 1290. Hij keek naar onze nummerplaten en zoals iedereen wilde hij weten waar we vandaan kwamen. Zijn openingszin was: “I can tell  by your face that you’ve been on the road a long time.” En zo voelde het ook wel na 18.000 km.

De man was 76 en vertelde dat hij pas een off-road trip had gemaakt met zijn zoon en kleinzoon. Hij kreeg last van warmtestuwing (een zonnesteek) en hij belandde daardoor in het ziekenhuis. Het was dan ook flink warm. Ik heb hem onze “Cooldown” vesten laten zien en de werking uitgelegd. We zijn gestopt in Carson City, de hoofdstad van Nevada en hebben onze plannen aangepast. We besloten om richting Sacramento te rijden en dan langs de kust over Highway One naar het noorden te rijden.

We waren erg moe van de afgelopen twee dagen rijden en sliepen mede daardoor ook nog eens slecht. Daarnaast moest er gas gekocht worden voor het kooktoestel en die winkel ging pas om 09:00 uur open. De timing om daar gas te gaan kopen bleek goed, want het oude blik was die zelfde avond leeg. We reden een heel stuk langs Lake Tahoe, een iconische plek. Het meer is prachtig en is omgeven door bergen. Tegen de wanden staan veel enorm grote huizen tussen naaldbomen. Het deed ons denken aan Paris Plage.

Van dit stuk had ik geen route gemaakt en dus gebruikte ik de functie “kronkelroute” van de Garmin Navigatie. In Nederland werkt dat niet geweldig maar hier wel. Behalve 10 km snelweg ging het inderdaad alleen maar over kleine bochtige weggetjes. Wel werd het weer erg warm, de temperatuur liep op tot 38ºC.

Na Lake Tahoe volgende nog Lake Donner, ook een mooi meer in de heuvels. We kampeerden in Oroville op weg naar Ford Braggs aan de kust.

De volgende dag reden we een leuke slingerweg door Napa Valley, tussen de wijngaarden door en daarna alleen maar bochten tot we aan de kust waren. Het werd in de middag wederom 38ºC en ondanks de Cooldown vesten was het samen met het intensieve rijden erg vermoeiend. Gelukkig ging de weg in de middag door een bos met sequoia bomen. We vonden een camping die vol stond met deze bomen.

Het bordje bij de camping meldde dat er geen plek was, de ervaring heeft geleerd dat het toch vaak loont om dat nog even na te vragen. De dame aan de balie meende in eerste instantie ook dat ze geen plek had, maar uiteindelijk bedacht ze dat er toch nog een klein plekje beschikbaar was. Op de foto kan je zien dat klein een relatief begrip was.

De volgende dag reden we op de kustweg en daar was het een comfortabele 21ºC. Op de parkeerplaats bij de supermarkt kwam een zeker Larry naar me toe. Hij wilde alles weten van onze reis en wilde met ons op de foto. Hij reed ook op een GS, maar hij was nog nooit op reis geweest. Hij bleek een pastor te zijn, na het gesprek kreeg ik een boekje van hem, zie de foto, nu zou het vast goed komen met ons…

Vanaf Gualala reden we langs de kust noordwaarts over een prachtige weg, grotendeels met uitzicht over de oceaan. Na een half uur kwamen we bij wegwerkzaamheden waar we tien minuten moesten wachten op de tegenliggers.

Tijd genoeg dus voor een babbel met de verkeersregelaar en de agent die er toezicht hield. Uiteraard werd er uitgebreid gevraagd waar we vandaan kwamen en hoe we de motoren getransporteerd hadden.  Na wat selfies over en weer konden we weer verder rijden. De temperatuur vlak aan zee was wederom perfect met 21ºC. Na 150 km boog de weg, Highway One af landinwaarts en liep de temperatuur snel op naar 32ºC.

We kwamen langs de sequoiaboom waar je met de auto onderdoor kan rijden. Dat kost $10.- voor twee motoren. Het staat daar echter vol met van die bomen, daar kan je dan weer niet onderdoor, maar ach.  Highway 1 gaat over in de 101 en die loopt weer terug naar de kust, alleen dat is dan 150 km verder. We besloten te stoppen na slechts 185 km gereden te hebben en vonden een camping met zwembad.

We zijn twee uur gaan wandelen in St. Patricks Point State Park. Vlak aan de kust was het met 12ºC aan de frisse kant,

 

De volgende dag reden we Oregon in. Californië is een dure staat. De camping daar kostte $39 gemiddeld en in Oregon $16. De benzine was in Oregon $0,70 per gallon goedkoper. De camping in Humbug Mountain State Park was wat meer ingericht op tentkamperen i.p.v. RV’s.

Grappig is dat Amerikanen op een camping altijd onmiddellijk in de weer gaan met hout om een kampvuur te maken, dat zorgt kennelijk voor het “outdoor” gevoel of is het “survival”? In ieder geval zit je dus vaak in de rook en kerosine lucht. Iedereen heeft minstens twee honden bij zich. De buren hier waren continu in de weer met hun bedoeninkje. Het was verbazingwekkend om te zien wat ze meegesleept hadden. Ze hadden bijlen bij zich waar je een sequoia mee kon omhakken.

We reden verder langs de kust richting de ferry naar Vancouver Island. Onderweg zagen we veel arenden en in de zee zeehonden. Het was moeilijk om een camping te vinden want het was het laatste weekend van de schoolvakantie en dan trekken velen er nog even op uit, Uiteindelijk vonden we een KOA camping in Astoria, met nog een plek waar je de tent op een vlonder moet neer zetten. Dat paste maar net.

De volgende dag waren we in Washington en ook daar waren de campings erg vol. Bij een visten we net achter het net en werd de laatste plaats aan iemand anders vergeven. Het was inmiddels 16:30 uur en de dame van de camping zei dat er 100 mijl naar het noorden nog wel een camping was, dat is dus 160 km. We zagen er kennelijk moe en hopeloos uit, een van de mensen die wel een plekje hadden gekregen kreeg medelijden met ons en we mochten hun plekje hebben, zij zouden dan nog een eind naar het zuiden door rijden. Geweldig!

->> Volgende keer: Vancouver Island

Hans den Ouden leed aan MMS (het Multiple Motorcycle Syndrome)

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Hans den Ouden en ik ben geboren in Rotterdam in 1953. Ik ben getogen op Curaçao en door toeval weer in de buurt van Rotterdam terecht gekomen. Ik ben sinds anderhalf jaar met pensioen, dat had ik jaren eerder moeten doen. Ik kom uit een reislustig nest. Mijn ouders waren allebei gaan varen na de oorlog. Mijn vader voer zo’n negen keer van Nederland naar Indonesië als scheepsarts. Mijn ouders hebben elkaar op een schip ontmoet en zijn in Indonesië getrouwd in 1949. Na een korte interval in Nederland zijn we vervolgens naar Curacao verhuisd. De rest van mijn familie is ook vertrokken in die jaren, deels naar Canada en een broer van mijn moeder woonde jaren in Japan en later in Hong Kong.

 Ik was altijd meer met de zee bezig dan met het land. In mijn jeugd was ik vooral aan het zeilen en later aan het duiken. Mijn toenmalige schoonvader was duikinstructeur en ik werd dus al gauw ingezet als assistent.  Ik wilde in die tijd marien-biologie studeren, maar een bezoek aan de Calypso van Jacques Cousteau deed mij daar van afzien. Dat ging uiteindelijk negen maanden per jaar om olieboren. Vervolgens wilde ik met een zeilboot de wereld over. Maar daar kwam gezin en werk tussen. Ik vaar nog wel steeds graag en dan vooral op schepen van anderen op de Noordzee, maar ik heb ook wel op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren.

Daarna wilde ik in de ontwikkelingshulp gaan werken in Kenia. Maar dat verhaal liep ook dood.

Op enig moment had ik een collega en diens man was helemaal lyrisch over motorrijden en zo sloeg de vonk over en ben ik ook gaan rijden. Daarnaast las ik veel reisverhalen, zoals Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert M. Pirsig en het boek van Ted Simon, Jupiter’s Travels. Dat leidde er allemaal toe dat ik ben gaan rijden.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Ja ik heb een NSU gehad met drie versnellingen en daarna nog twee andere waarvan ik me niet meer kan herinneren van welk merk ze waren. Een was groen en de laatste geel. Dat brommer rijden had niets met motorrijden te maken maar meer met onafhankelijkheidsdrang. We woonden toen op Curaçao waar nauwelijks openbaar vervoer was en fietsen was niet te doen in de warmte. Dus tussen 16 en 18 reed bijna iedereen in mijn vriendenkring op een brommer. Velen hadden er een NSU want dat waren afdankertjes van de Shell.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motor was een BMW K100, de “flying brick” van 1984. Ik kocht hem in 1993. Eigenlijk vond ik het niks, topzwaar en hij reed ook niet fijn. Na een jaar begon er van alles aan te mankeren en dacht ik “weg ermee” Ik was een keer ergens en daar hing zo’n grote poster van een nieuwe motor, een BMW R1100 RS, een fel rode. Dat was de nieuwe boxer toen, begin jaren 90. Ik kreeg die poster mee en die heb ik in mijn werkkamer opgehangen. Nadat ik er een jaar naar gekeken had, heb ik hem gekocht, inderdaad een rode. Dat is de motor die ik het langst gehad heb, acht jaar. Op een gegeven moment ging ik met een Amerikaanse vriendin een tocht maken van 8000 km aan de oostkant van de VS, ik mocht van een vriend van daar een BMW R1100 GS lenen. Toen ik thuiskwam heb ik meteen mijn toenmalige motor ingeruild voor een BMW R1200 GSA en sindsdien is dat “mijn” motor. Ik ben inmiddels aan de zesde bezig, want er zijn er twee gestolen uit mijn eigen garage nota bene.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik heb jaren lang woon-werk gereden, het hele jaar door en daarnaast nog de pretkilometers. Zodoende kwam ik aan 50-55.000 km per jaar. Soms was het lastig want ik hield er nooit zo van om te rijden als het sneeuwde en het gebeurde wel eens dat je na een nachtdienst naar huis moest en dan het intussen gesneeuwd. Dan is het wat  minder leuk. Ik had wel een pekelfiets in die tijd. Nu ben ik een mooiweer rijder, mits we niet op reis zijn. Want we zijn eigenlijk meer reizigers op de motor dan toerrijders of toeristen.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Ik heb een fantastische motor. Weliswaar een Jack of all Trades, Master of none. Een BMW R1250 GSA. Toen ik jonger was had ik altijd meerdere motoren, want ik leed aan het MMS, ofwel het Multiple Motorcycle Syndrome. Maar ik kan er toch maar op een tegelijk rijden, dus daar beperk ik me nu toe en ze zijn duur genoeg. Vorig jaar zijn we in totaal vijf maanden onderweg geweest.

Wat was de mooiste motorroute die je ooit reed?

Ik ben al op veel plekken geweest in Europa en daarbuiten zodat dit een lastige vraag is om te beantwoorden. Onze reis door Canada en de USA vorig jaar, 26.000 km in drie maanden- daar waren wel heel mooie stukken bij. Vooral Monument Valley en de Valley of the Gods waren spectaculair. Maar ook de tochten met Siem Edink in de Himalaya waren heel bijzonder. Eigenlijk zouden we nu ook in India zijn, in Himachal Pradesh en Kashmir, samen met Siem en David. Maar ja de corona crisis maakt dat onmogelijk.

Je maakt wel wat mee zo onderweg, in India sprong er een kalf voor mijn motor met wat blikschade tot gevolg. Toevallig was net iemand ons aan het filmen dus ik heb er ook nog beeld van. In Nepal trof ik een tegenligger, die in blinde bocht, vier vrachtwagens inhaalde. Dat was pijnlijker en gaf wel wat gedoe en pijn.

Op de Dempster Highway in het noorden van de Yukon in Canada reden we in twee dagen 7 keer lek. We kunnen nu dus heel goed banden pluggen en ook langs de kant van de weg de banden vervangen als het nodig mocht zijn.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Wat ik heel graag wil doen is van Tierra de Fuego naar Alaska rijden. Het plan was om dit najaar te vertrekken als het voorjaar begint in Patagonië. De overtocht van de motoren is al geboekt. Alleen zit ook hier de corona in de weg.  Er zit eigenlijk geen tijdslimiet aan deze reis want we komen aan als we aankomen en we kunnen desnoods altijd de reis een tijdje onderbreken, mocht dat noodzakelijk zijn.

 

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Ik heb serieus gekeken om de volgende reis te gaan maken met de Yamaha Tenere 700. Maar de totale investering voor twee motoren er bij vond ik te ver gaan en de BMW’s hebben we nu eenmaal. Ik had het idee om die Yamaha’s dan bij mijn familie in Canada te stallen, zodat we nog eens terug kunnen. Ik heb veel motorrijdende neven daar, dus dat zou wel lukken. Maar uiteindelijk staan de BMW’s in Nederland  weer af te waarderen als we daar zijn.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Motorrijden is voor mij een manier van reizen, geen enkele andere manier van reizen brengt je het zelfde. Ik heb ook wel eens naar een campertje gekeken, maar het probleem is dat ik aan autorijden weinig plezier beleef. Ik zal nooit een stukje gaan toeren met de auto. We hebben een tijdje een cabrio gehad, we zijn er een keer mee weggeweest naar de Eifel. Het was prachtig weer en ik zat continu te denken, waarom ben ik hier niet met de motor? Vroeger reed ik veel harder dan nu, ik heb nu meer plezier in het reizen dan alleen maar zo hard mogelijk te rijden. Reizen is geen wedstrijd en een ongelukje tijdens een reis in  een afgelegen gebied heeft heel andere consequenties dan in Europa. Ik ben erg blij dat mijn vrouw net zo dol is op reizen en motorrijden als ik. En ook niet voor een kleintje vervaard is, zowel op de motor als daarbuiten.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Het is heerlijk om te rijden, maar daarnaast hebben we ook nog andere hobby’s. We duiken samen en deden al menige duikreis, ook naar verre buitenlanden. Ook proberen we onze conditie op peil te houden door veel te lopen en te fietsen, want hoe ouder je wordt, hoe belangrijker het is om op kracht te blijven. Ik wil me ook nog eens meer toeleggen op off-road rijden. Immers 80% van de wegen buiten Europa is onverhard en zo’n zware all-road is ideaal voor reizen, maar vergt wat meer van je techniek en rijvaardigheid dan een lichter apparaat.

Wie onze reizen wil volgen kan terecht op de FB pagina “Motorcycle Travels” (ook wel hansendiaopreis)

Je kunt ook terecht op mijn Youtube Kanaal.

Tipje van de redactie:
Wil jij meer lezen over motorreizen?
Ga dan naar deze rubriek voor meer artikelen.