Tagarchief: motoren en (wat) meisjes

Mancave

“Ik (Dolf Peeters) ben al man zolang ik het me kan herinneren. Dat is niet altijd een makkelijk, maar best wel een interessante situatie. Qua generatie hoor ik niet meer tot het slag mannen dat hun zachte kant alleen gebruikt om op te zitten, maar ben zeker geen man die constant zijn gedachten of erger nog, zijn emoties, wil delen. Maar ik probeer op mijn onbeholpen manier wel bewust en respectvol te leven.

Toen ik op mezelf ging wonen hield ik mijn behuizing en mezelf netjes. Als ik niet uit eten ging kookte ik voor mezelf. Wassen en strijken deed ik ook. Toen de liefde in mijn leven en huis kwam werd het er alleen maar beter op. Vrouwen leggen immers de lat hoger. Waar dat te ver boven mijn macht ging, gaf ik het graag uit handen. Van het wasjes draaien werd ik volkomen bevrijd toen ik een grote, zachte fijnwollen sjawl uit de wasmachine haalde als een klein, handzaam en best stevig servetje. Maar het samenleven en samen doen heeft mijn leven op een hoger plan gebracht. Ik heb een hoop geleerd van de liefde. In harmonie samenleven met een lid van het prettiger geboetseerde soort is een verrijking van het ongecompliceerde mannenbestaan. Je moet opeens wel met een heleboel dingen rekening houden. Maar die ying/yang gedachte? Daar zit wel wat in.

Die zelfredzaamheid is misschien ook genetisch. Toen mijn moeder overleed zorgde mijn vader er nadrukkelijk voor dat hij geen vieze oude man werd. Want dat is toch een op de loer liggend gevaar voor ons jongetjes. We kunnen zonder toezicht zomaar een heleboel dingen belangrijker vinden dan het huishouden of de eigen verzorging.

Ik heb dat ooit zien gebeuren bij een kennis die op de vraag van zijn echtgenote “Wat er nu eigenlijk belangrijker was, die motorfietsen of ik? “ een antwoord gaf dat misschien wel eerlijk, maar strategisch onhandig was. In het vervolg van dat antwoord vertrok zijn vrouw. Nadat hij dat had gemerkt haalde hij zijn eten bij de Chinees en de snackbar. Zijn werkgever zorgde voor bedrijfskleding en de bewassing daar van. Maar thuis, in de garage telde hij de zegeningen van het feit dat jeans en T shirts steeds lekkerder gaan zitten naar gelang ze ouder en viezer worden. Als kraanmachinist in de constructie veranderde er weinig. Aan zijn woonomgeving des te meer. Inhoud van de garage verhuisde naar de woonkamer. Dat gaf meer ruimte voor meer spullen in de garage. Intussen was de aanloop van handtamme en keurige motorvrienden aardig afgenomen. Dat had vast wat te maken met de steeds onoverzichtelijker situatie en de garage en de woonkamer. Gelukkig was er in de voormalig echtelijke slaapkamer nog ruimte nadat de twee andere slaapkamers ook tot opslagruimtes waren opgewaardeerd. De mensen die nog wel over de vloer kwamen hadden geen moeite met de praktische inrichting van de woning en het vrij liberale kattenbakkenversingsschema van de man die eindelijk alle tijd voor zijn motorfietsen had. Maar die bezoekers werden allemaal wel steeds excentrieker.

Dat ging zo door tot de woningbouwvereniging het wel welletjes vond. Er werd ingegrepen, begeleid gezorgd en gecoached. Met een hoop mankracht M/V werd de motorliefhebber weer in het gareel gemasseerd. En hij werd verliefd op een van de hulp verlenenden.

Die dame had gezien waar hij vandaan kwam en had besloten dat hij die weg niet weer op zou gaan. Ze zette hem strak onder curatele. Ze zijn intussen alweer vier jaar een koppel. In de kamer staat een motorblok. In de schuur staan twee motorfietsen. En de kattenbakken worden weer schoon gehouden.”

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters?

Via de volgende link bestel je zijn boek “Mannen, motoren, en wat meisjes”.

Verhalen van Dolf op onze website vind je via de tag Dolf Peeters onderaan elk artikel van hem.