Tagarchief: T-Birds

De T-Birds naar Wheels and Stones

Via Gino Van der Haegen kregen we dit prachtige verslag over Wheels and Stones, van vertrek op 19 juli en thuiskomst 21 juli.

“De T-Birds naar Wheels and Stones, het is een verhaal dat niet in 1 verhaal te vertellen is. Het is namelijk een compositie van verschillende invalshoeken, verschillende verhaallijnen, aparte vertrekpunten, ontstaan van subgroepen op weg naar (wegens pannes), verschillende T-Birds divisies die los van elkaar vertrokken om naar hun respectieve thuisbasissen te rijden. Dit is het verhaal verteld door mezelf, de oprichter van de club, en bijgevolg enkel vanuit mijn oogpunt bekeken.

Het verhaal begint maanden geleden toen we besloten om dit jaar naar Wheels and Stones, een caféracer-treffen in Duitsland te gaan. Om alles wat doenbaar te houden qua organisatie en ook om het op de baan wat vlot te laten verlopen, werd besloten om voor nacht 1, een tussenstop in Sankt Vith, een slaapzaal te boeken voor 16 man. Dit was direct volzet, dus het gaf al een goed gevoel dat mijn club ondertussen stabiel genoeg is met een grote groep op een meerdaagse, buitenlandse trip te gaan. Eerste feit is dat onze 16 motoren op geen enkel moment samen op de baan geweest zijn. Een week voor vertrek kwam Hans P plots tot de constatering dat zijn agenda niet goed geraadpleegd was, en dat hij professionele verplichtingen had waar niet onderuit kon gekomen worden. One man down dus. Twee dagen voor vertrek kregen we plots bericht van Sandra, de echtgenote van Karelken, bij de dienst bevolking beter bekend als Philippe: hij werd met spoed geopereerd, en zal sindsdien nooit meer zijn gal kunnen uitspuwen. Of dit een een voor- of nadeel zal zijn moet nog blijken, maar feit is dat hij eveneens moest afhaken. Het zou een gans arsenaal aan moppen en grappen schelen, gelukkig ook aan nachtelijk gesnurk, maar dat de lokale horeca een flinke deuk in de begroting zou krijgen, stond nu ook wel vast. Two men down. Dus waren we nog met 14, en ook die 14 zouden op geen enkel moment samen op de baan zijn. Maar daarover straks meer, laat ons beginnen bij het begin: het werd aftellen zoals de kinderen tijdens die laatste dagen: nog 4 keer slapen, nog 3 keer slapen, etc. We zijn de 2 weekends ervoor bewust niet samen gaan rijden om de honger wat aan te wakkeren, en dat hielp: iedereen die ik hoorde, zag of las die dagen ervoor, keek er enorm naar uit. Voor mij persoonlijk werden de dagen ervoor wel nog heel drukke dagen. Er moest immers nog serieus wat voorbereiding gedaan worden: al het materiaal dat met de begeleidende camionette meeging, moest immers verzameld worden. De camionette zelf moest nog afgehaald worden, de oude airhead moest nog een onderhoud krijgen (dit werd makkelijkheidshalve uitbesteed aan de T-Birds huismechanieker Steve), motoren van de camionettechauffeur en passagier moesten op de trailer gezet worden, er was nog een reisje Westmalle nodig om het materiaal van onze vrienden van de North Division op te halen, en de onfortuinlijke Karelken moest nog bezocht worden in het ziekenhuis. Wetende dat mijn professionele bezigheden me zelden voor 19:00-19:30 toe staan om thuis te zijn, begrijpt iedereen vast dat dit nog een hectische week was. Gelukkig kreeg ik hulp van Hans V en de Lappen of het was me allemaal alleen niet gelukt. Maar de beloning zou navenant zijn: de mindere weersvoorspelling was inmiddels omgeslagen naar een gans weekend ideaal motorweer: niet te heet, maar wel zonnig, en vooral droog.

En dan was het eindelijk D-day, reeds vroeg wakker om nog van een deugddoende douche en stevig ontbijt te kunnen genieten. Op het afgesproken uur kwamen Tubbs en Ben aan bij mijn woning en bij het vertrek naar de afspreekplaats daagde ook Glen nog net op tijd op. Met 4 T-Birds ging het dan naar Appels, slechts 1 dorpje verder, waar Bert reeds op ons zat te wachten. Iets later kwam ook Nonkel aan, en Hans V en de Lappen, die de nobele taak op zich namen om de camionette te besturen. Zo vertrokken we met 6, en 2 in de camionette, naar Mechelen voor een tankstop, en om Steve te laten aansluiten. Vandaar ging het naar Heist op den Berg voor een eerste echte tussenstop en daar werden we opgewacht door Benny. Na een deugddoende verfrissing was het tijd om ons terug on the road te begeven, want we hadden om 14:00 uur afgesproken aan het circuit van Zolder met onze vrienden van de North Division. Van hieruit ging Tubbs me ontlasten van mijn taak als voorrijder, want hij wou perse zijn nieuwe gps eens testen. Dat hij de instellingen nog niet volledig onder de knie heeft, bleek een halfuur later: na een miniatuurversie van de 1000-bochtenrit, offroad wegen incluis, zaten we nog steeds op grondgebied Heist op den Berg. Dus was het hoog tijd de gps even te overrulen, en de autostrade te nemen, om nog enigszins op schema te blijven. Het was even zoeken naar het juiste tempo op de snelweg, maar we slaagdener toch in slechts nipt te laat aan te komen aan de Roadhouse Classic, een geweldig ingerichte bar, met een mooi achterliggend terras met zicht op het circuit. Het geluk was met ons want er waren vrije ritten voor motoren bezig, dus we zaten al meteen in de sfeer. Het werd het een blij weerzien met de North Division, en genoten we van een lekkere lunch. Niet te zwaar, want we werden tegen 18:00 verwacht op de barbecue bij de zus van Hans V, die in Malmedy woont, op een boogscheut (nouja, een serieus kanonschot) van onze overnachtingsplaats Sankt Vith. Eindelijk waren we voltallig, uiteraard zonder de motoren op de trailer, en het gaf een echt cool gevoel om met zoveel T-Birds, allemaal uitgedost in de zwart-witte clubkleuren op de baan te zijn. De lol zou echter niet lang duren, want reeds een dik halfuur later, tijdens een tankstop, merkte Nick plots dat de rechtercylinder van zijn oude boxer, een enorm metalig lawaai maakte. Na het verwijderen van de cylinderkop, en het checken van de kleppen, bleek het probleem ter plaatse niet op te lossen. Dan maar de camionette optrommelen, die na Zolder doorgereden was naar Malmedy om onze bestelde barbecue bij een lokale slager te gaan ophalen. Toen ze onderweg waren, en de troubleshooting uiteindelijk het definitieve oordeel velde dat het geen zin had de oude BMW verder mee te nemen naar zijn geboorteland, werd besloten onze huismechanieker Steve op te trommelen om de BMW op te halen, en in 1 moeite een van Dries zijn Bol d’Or’s mee te brengen zodat Nick hiermee de reis kon verderzetten. Dat deze Bol d’Or nog zijn originele duozadel heeft zou later nog van pas komen, maar dat wisten we toen nog niet. Daarnaast begon natuurlijk het probleem duidelijk te worden dat de camionette nooit tijdig terug in Malmedy kon geraken om onze barbecue op te halen. Dus werd de zus van Hans V vriendelijk verzocht dit taakje voor haar rekening te nemen. Om de 2 uur verlies van de panne van de BMW goed te maken, werd besloten dat de Central Division reeds ging doorrijden om te helpen met de voorbereiding van de barbecue, en dat de North ging wachten op Steve, om dan eveneens in ijltempo naar Malmedy te vlammen. Hierdoor gingen enkele mooie wegen aan ons voorbij omdat ze voorbijvlamden langs de snelweg. Spijtig, but you can’t always get what you want, wisten de Stones reeds in 1969. Hierdoor waren we wel getuige van een uniek fenomeen: Tubbs slaagde er in om op de snelweg tegen 110 km/u een wind te laten waarvan enkele T-Birds konden meegenieten tijdens het doorklieven van de gaswolk, faut le faire.

De aankomst bij Lieve, de zus van Hans, was hartelijk, en het werd meteen duidelijk waarom ze niet terug wil keren naar het drukke Vlaanderen: de streek en haar woning waren echt idyllisch. Een uurtje na ons kwamen ook onze vrienden van de Northter plaatse. En toen werd het, nog voor aan tafel te gaan, even tijd om aan onze overnachtingsplek te denken: tot hoe laat konden we er binnen? Een telefoontje maakte ons duidelijk dat enkelen van ons toch even het uurtje heen en terug naar Sankt Vith zouden moeten ondernemen: we hadden immers sleutels en een code nodig. De keuze viel op Dave  en Dries, de president en vice van de North, en Nick, ook ikzelf gaf me aan als vrijwilliger. Na een leuk ritje van een halfuur kwamen we aan in de jeugdherberg waar we de nacht zouden doorbrengen op 2 aparte zalen van 8 man elk. Na het afrekenen, ontvangen van sleutels en ingangscode, keerden we terug naar Malmedy, waar we net op tijd waren om te genieten van een lekkere barbecue, gebakken door Hans en Ben. Lieve bleek een voortreffelijke gastvrouw die haar best deed het ons naar de zin te maken. Vooraf deed ik de oproep ons hier als gentlemen te gedragen, en haar huis achter te laten zoals we het aangetroffen hadden. Iedereen ruimde netjes zijn bord en bestek af, al was het de president zelf die alles afspoelde en in de vaatwasser zette, van een true gentleman gesproken.

Tijd om naar Sankt Vith te vertrekken, zodat we Lieve’s buren nog op een deftig uur even uit de slaap konden wekken. Hier bleek Glen zijn mooie BMW plots met een lekke band te staan. Opblazen zorgde er enkel voor dat de binnenband niet meer goed op de velg kwam te liggen, waardoor zijn band ovaal leek. Motor op de trailer dus en de Harley van Hans eraf. Onderussen waren er al een deel vertrokken die geen weet hadden van Glen zijn panne, en het duurde even voor de groep terug bij elkaar was. Op naar Sankt Vith dan maar, en na het verdelen van de bedden was het uiteraard hoog tijd om nog eentje of meer te gaan drinken. In Sankt Vith was net een openlucht volksfeest waar we nog enkele pinten gingen drinken nu we niet meer hoefden te rijden. De lokale hoempapa muziek in Duitstalig Belgie kon nu niet direct bekoren, maar zo lagen we uiteindelijk gelukkig toch nog om niet te ontiegelijk uur te bed. Na de obligate onderbroekenlol van de boys on the road, spookje spelen op elkaars kamer, een nachtwandeling door de gangen van de jeugdherberg, de discussie over ramen dicht of open, werd het al bij al snel rustig op de kamer. Maar dat bleek maar schijn te zijn: bij het ontwaken bleek de North, die op de andere kamer lagen, geen oog dichtgedaan te hebben. Op eentje na: Patrick had geslapen als een roosje, maar dan wel een roosje die een ganse nacht bewerkt werd met kettingzagen, slijpschijven, boormachines en hamers. Zijn gesnurk bleek niet te harden. De rest had uiteindelijk op de gang op de grond geprobeerd nog even de slaap te vatten, maar dat was niet in alle gevallen even goed gelukt. Het ontbijt in de jeugdherberg was vrij basic maar scoorde toch een voldoende. En dan was het eindelijk tijd voor dag 2, het hoogtepunt van onze trip. Samen ontbijten, samen on the road langs geweldige wegen, samen aankomen op het event, samen feesten, samen terug gaan slapen: dit was de grote dag van onze trip. Lappen bleef met de camionette rijden, waarop ook nog steeds Glen zijn BMW stond met een lekke band. Gelukkig was het pas zaterdagochtend, en waren er wel wat bandencentrales in de buurt. Het plan was, in de hoop dat we ons deel van de pech nu wel gehad hadden, dat de camionette, na de herstelling van de band, in een ruk zou doorijden naar Sankt Wendel, de motoren van de trailers gingen gehaald worden en dat Lappen en Glen naar afspreekpunt Echternach gingen terugkeren langs de snelweg. Zo konden we uiteindelijk toch nog op ‘full power’ een eindje rijden, en samen op het event aankomen. Maar niets van dit alles zou gebeuren…

Dag 2 begon geweldig: het weer deed zijn uiterste best om ons goed gezind te zijn. De wegen waren mooi, de groep was net iets te groot om heel vlot te kunnen rijden, maar het bendegevoel en de T-Birds jackets die in groep het Groothertogdom Luxemburg doorkruisten joegen het testosteron en adrenalinegehalte de hoogte in. Net na de middag jaagde Tubbs ons een onverhard baantje in waarvan iedereen dacht: dat loopt hier straks gewoon dood en we kunnen ons allemaal terugkeren. Op een bepaald moment begonnen de uitstekende cylinders van mijn boxer zelfs nauwelijks te kunnen passeren tussen de rots en het hekwerk. En net als we dachten: hier stopt het baantje, zette Tubbs zijn K100 opzij en parkeerde met een gelaatstrek alsof hij hier elke week met vrouw en kinderen kwam frietjes eten. Op onze rechterkant lag immers een frituur, en daarachter stopte het kleine baantje inderdaad, want het baantje werd terug een echte straat. Toeval maar het gaf wel een grappig effect. Hier verorberden we allen een bratwurst en wat frietjes, en tijdens de lunch hadden we contact met de camionette, waarna bleek dat Glen en Lappen niet meer gingen terugkeren, want ze waren ondertussen, geheel toevallig uiteraard, op een terrasje gesukkeld waar blijkbaar lekker trappistenbier geschonken werden. Dus hadden wij niet meer de verplichting om naar afspreekplek Echternach te rijden, en besloten we om dan ook maar van de vooropgestelde route af te wijken, en de weg wat af te snijden. De wegen bleven mooi, de sfeer zat er in, en het vooruitzicht nog een uur of 2 te moeten rijden schrikte ons verre van af. Maar bij de laatste tankstop, op 68 km van de aankomstplaats ging het mis: Dries zijn Bold’Or wou niet meer mee, een oud elektronisch probleem bij die motor dat blijkbaar niet opgelost geraakt. De camionette bellen dan maar: voicemail. Denken wat we kunnen doen: niks buiten de camionette nogmaals bellen. Het bleef voicemail. Dus moesten er beslissingen genomen worden die op dat moment de juiste leken: we gingen doorrijden naar Sankt Wendel, en bij aankomst de camionette terugsturen. Nick en Dave bleven bij Dries, de rest ging in spoedtempo naar Sankt Wendel om de camionette te verwittigen. Na een snelle rit kwamen we aan, en vonden we Glen en Lappen die blijkbaar allebei een platte gsm hadden, en dus bijgevolg niet konden bereikt worden. Net voor we wilden vertrekken om Dries op te halen, kregen we de melding dat Dries besloten had VAB te bellen om zijn motor te laten ophalen en te laten afzetten bij huismechanieker Steve. Dries had immers zijn tweede Bol d’Or laten meekomen met Steve toen die achter Nick zijn BMW kwam. Die waarvan de duozadel nog ging te pas komen, weet u nog? Wel: vanaf nu was het dus Nick achterop bij Dries. No man down, but one bike down. De camping voorzien voor motoren bleek ondertussen zo vol als een ei te zitten, waardoor we besloten ons op de camping voor mobilhomes, bij onze camionette te gaan staan. Het goede weer, en het schitterende uitzicht deden sommigen van ons besluiten onze tenten niet op te zetten, maar onder de blote hemel te slapen. Dan werd het stilaan tijd ons eens richting evenementenweide te begeven. De traditionele standjes met vanalles en nog wat waren uiteraard ter plaatse, eten en drinken was er ook niet echt een probleem. Ondertussen arriveerden ook onze vrienden die in Trier achtergebleven waren bij de onfortuinlijke Dries. Het feestje zelf kwam wat traag op gang, sommigen haakten zelfs vrij vroeg af om wat slaaptekort van de vorige nacht goed te maken. Maar zij hadden achteraf spijt, want tegen middernacht zat de sfeer er goed in, en werd het al bij al nog een wilde feestnacht. Tubbs wist niet dat hij kon dansen want hij had het nooit eerder geprobeerd. Sommigen bleken in beschonken toestand zelfs trucs uit te kunnen halen die ze nuchter zelfs niet zouden durven aan beginnen. Had het nog een uurtje langer geduurd waren de grand-ecards,  flik-flaks en achterwaartse salto’s schering en inslag geweest. Maar gelukkig voor de spieren en pezen trokken de organisatoren er net op tijd zelf de stekker uit. Na een slalom-tocht naar de kampeerplek werd het daar al bij al vrij snel stil, de alcohol deed zijn werk. De North plande reeds om 08:00 te zullen vertrekken. Persoonlijk vond ik dat heel ambitieus, en ik dacht dat ze dat nooit voor elkaar zouden krijgen. En ik kreeg gelijk: ze vertrokken niet om 08:00. De taaie kerels vertrokken zelfs om 07:00. Net voor hen vertrek bleek nog dat ik op Dave zijn paarse matje geslapen had. Mijn kleurenblinde ik had midden in de nacht in de camionette naar mijn roze matje gezocht, kwam een quasi identiek matje tegen maar achteraf bleek dit dus een paars matje te zijn. Ben, die zijn luchtmatras plat vond, keek even in de camionette en vond daar gelukkig voor hem nog een roze matje. Dave, die zich iets later wou te ruste leggen, zocht eveneens in de camionette naar een matje, maar vond niks meer, en sliep dan maar op de grond. Sorry voor de harde nacht Dave. Gelukkig was het geen te lange nacht. Hier stopt de verhaallijn van de North Division, die, naar ik later vernam, rond de middag reeds in de Kempen arriveerden.

De Central Division had iets meer tijd, en had wel zin in een lekker ontbijt dat spijtig genoeg niet te verkrijgen was op het evenement. Benny liet weten na het ontbijt niet te zullen mee terugkeren huiswaarts: hij had verlof en reed nog even door naar Oostenrijk. Een korte zoektocht in het centrum van St-Wendel bracht ons al gauw in het gezellige centrum, waar we de ideale locatie vonden: een uitgebreid ontbijtbuffet waarvoor je niet op voorhand hoefde te reserveren. Ideaal om de hongerige magen te vullen alvorens de lange rit huiswaarts van een slordige 400km aan te vatten. Op een moderne motor is dit peanuts: de dag nadien zou ik zelfs met mijn jongste zoon al terug op de moderne RT zitten voor een dagje ardennen, 350km rijden en zonder stramme spieren en nekpijn thuiskomen. Maar op een caferacer is 400km zware arbeid, uren aan een stuk in een moeilijke houding zitten, de nek constant omhoog op de baan gericht terwijl de rest van het lichaam voorovergebogen op je clip-ons rust. Maar wie mooi wil zijn, moet lijden zeg ik altijd. Met de camionette werden nog gauw enkele eventuele stopplaatsen besproken. Een eerste etappe van een dikke 100km bracht ons naar Echternach, net te vroeg voor de lunch, maar een drankje en wat stretchen was welkom. De tweede etappe ging ons naar Bastogne brengen, en hier werd afgesproken om te lunchen. Deze tweede etappe zal voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Qua puur rijplezier was dit uur het hoogtepunt van ons geweldige weekend. De Luxemburgse wegen zijn goed onderhouden, en zoals geweten heel bochtig. Doordat de groep ondertussen wat uitgedund was, kon het tempo ook iets omhoog. En zo konden we een vol uur rijden, zonder ook maar 1 rood licht en andere vervelende verkeersremmers waar Vlaanderen vol van staat, tegen te komen. Het iets hogere tempo, het prachtige weer, de wegen die uit een reclamespot leken te komen, in combinatie met het decibelorgasme die onze oude, quasi ongedempte 30-40 jaar oude motoren produceerden, gaf een echte kick. Het leek wel een race uit lang vervlogen tijden. Mijn oude boxer maakte een hels kabaal, Ben zijn XS650 uit ‘76 produceerde een geluid waarop een motorfreak kan masturberen. Bert, die achter mij reed op zijn prachtige Moto Guzzi, daagde ook af en toe eens aan mijn zijde op en de dwarse V-twin van de oude Le Mans, is niet enkel visueel een der mooiste blokken ooit gemaakt, maar liet zich ook niet onbetuigd in de decibelslag. De airhead van Glen en Harley van Hans reden achter ons, en ook daar hoorde je af en toe in de verte een gedaver dat aan oude racetaferelen deed denken. Tubbs hield er ondertussen het tempo strak in, en na een onvergetelijke etappe reden we Bastogne binnen. Ik was niet de enige die over de zopas afgelegde etappe zo dacht, want toen de helmen afgingen klonk overal hetzelfde signaal. Ondertussen reed ook de camionette Bastogne binnen, en vonden we algauw een terrasje waar we onze innerlijke medemens konden versterken. Na een lekker middagmaal, werd het tijd om de laatste 200km aan te vatten. Ben had nog een familiefeestje later op de namiddag en zou in Marche de autostrade op gaan, Glen liet weten hem te zullen volgen. Nonkel en Lappen zouden met de camionette ineens huiswaarts trekken, hun motoren van de trailer halen, en dan de camionette naar mijn huis brengen. De camionette moest immers liefst nog dezelfde avond teruggebracht worden naar Motopeinture, wereldberoemd in de motor custom wereld als de Belgische autoriteit op het vlak van het betere spuitwerk. Wij willen hierbij nogmaals Matthias bedanken voor de mooie geste ons zijn materiaal ter beschikking te stellen. Etappe 3 leek nog in niets op etappe 2. De N4 van Bastogne naar Namur loopt eigenlijk gewoon rechtdoor, dus werd dit al bij al een saaie rit. Bij het doorkruisen van de snelweg in Marche namen Glen en Ben afscheid van ons en joegen hun stalen ros voor nog een 130 km de snelweg op. De 4 resterende T-Birds reden door tot Namur, en besloten dat het hier tijd werd om nog een drankje te nuttigen en een laatste pitstop in te lassen. 110 km scheidden ons nog van de heimat, en de spieren begonnen te protesteren. Toch besloten we secundair te blijven rijden, maar de wegen bleven al bij al vrij saai, en hoe dichter we bij huis kwamen, hoe meer verkeer we begonnen tegen te komen. In Braine l’Alleud hielden we het voor bekeken, en kozen we ook eieren voor ons geld: de snelweg tot Aalst bracht ons op een dik halfuur tot mijn woning, waar we volgens afspraak een laatste keer het glas zouden heffen. Als bij toeval kwamen we net samen aan met de camionette, en passeerde Glen ook net met zijn madam om zijn bagage op te halen. Iets later deed Ben hetzelfde, waardoor het uiteindelijk toch nog even gezellig werd. Later op de avond bracht ik de camionette nog terug naar Motopeinture, en the day after bracht Hans het materiaal van de North naar Westmalle. Midden de week kwam Bert nog zijn materiaal ophalen, waarmee de laatste sporen van ons weekend verdwenen. Maar ik denk niet dat dit weekend gauw uit onze gedachten zal verdwijnen. Ik overwoog zondag even kort zelfmoord te plegen met de achterliggende gedachte dat het beste nu wel voorbij zou zijn. Maar ondertussen is besloten dat  we volgend jaar een grotere, en langere, buitenlandse trip zullen ondernemen.

Oorspronkelijk stond Wheels and Waves in Biarritz op onze wishlist, maar de pannes die we op deze, relatief korte trip, hoewel 900 km met oud ijzer niet te onderschatten valt, te verwerken kregen, heeft ons wat aan het denken gezet om eventueel andere pistes te bewandelen, of berijden als u wil. We overwegen momenteel nog de mogelijkheden, maar dat dit niet het laatste exploot van de T-Birds was, staat wel vast.”

Dit verhaal is aangeleverd door: Gino Van der Haegen l Quality Engineer, Power Climber and Power Climber Wind, Division of Safeworks, LLC, Kontich | Belgium www.powerclimber.be | www.powerclimberwind.be

Gino Fonzarelli

Gino van de T-Birds, en zijn perfecte rit door Normandië

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?
Gino, 47 jaar oud, kwaliteitsingenieur van beroep en afkomstig uit Aalst, tweede stad van de provincie Oost-Vlaanderen, en wereldberoemd door het carnaval, dat zelfs Unesco werelderfgoed is. Ik ben al bijna 30 jaar samen  met mijn jeugdliefde, een geweldige madam die zelf een bloedmooie Royal Enfield caferacer rijdt. Samen hebben we 3 kastaars, waar ik enorm fier op ben. En zet er maar bij ‘op alle 3’, want de oudste zit in zijn apenjaren en durft daar wel eens aan te twijfelen. Daarnaast heb ik ook nog een underground dj carriere in het new wave/ gothic genre, die op komende 23 november gaat eindigen wanneer ik in mijn geboortedorp mijn laatste set zal spelen. Ondertussen komen er wel nog enkele sets, waarvan misschien  W-Fest, midden augustus, een belletje doet rinkelen bij het grote publiek. Dit is een vierdaags festival waarop onder andere volgende groten in het genre komen spelen: Killing Joke, The Stranglers, Echo and The Bunnymen, The Human League, Red Zebra, Nik Kershaw, Howard Jones, Tony Hadley van Spandau Ballet, Jimmy Sommerville, maar ook The Cassandra Complex, Tuxedomoon, Peter Hook van Joy Division en nog vele anderen, waaronder ik dus als dj.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Ik kreeg mijn  eerste brommer in 1980, op 9-jarige leeftijd, en wat voor een: een Italjet competitiecrosser, die razendsnel was voor een 9-jarige knaap. Dit was eigenlijk een logische stap, want mijn moeder was een cafébazin, en in dat café was het lokaal van D’holda Boys, gesticht door mijn vader. Deze was begin jaren 80 de grootste club qua ledenaantal van Vlaanderen.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Terwijl mijn moeder café hield, had mijn vader de job waarop ik nu nog steeds jaloers ben:  vertegenwoordiger van Kawasaki Belgium. In de goede oude tijd had deze job nog bepaalde privileges, zoals het gebruik van het gamma van dat jaar. Eens een model getest was door de journalisten, en de motorsalons voorbij waren, stonden die motoren maar stof te verzamelen in het magazijn. Dus konden ze evengoed bij ons thuis staan, daar werd er tenminste mee gereden. Zo haalde ik bijvoorbeeld in 1989 eindelijk mijn rijbewijs, en vlamde ik in de namiddag al rond met de coolste superbike ooit gemaakt, de ZXR750, met stofzuigerslangen.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Ik ga meer zeggen: ik heb zelfs geen auto meer, ik was de Belgische files kotsbeu. Ik heb me voor woon- werkverkeer een BMW RT, een echte toerbuffel,  aangeschaft. Het is geen motor waarvan je denkt ‘he schoonheid’, maar het is een geweldige motor in zijn categorie. Het moet al serieus oude wijven regenen om er nat op te worden.

De T-Birds

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
Ik denk dat ik in eerste instantie het geld zal aanwenden om mijn garage wat uit te breiden. Ik heb onlangs wel 2 motoren verkocht maar het kotje staat toch nog behoorlijk vol. Uiteraard zijn er motoren die ik graag nog wil: als liefhebber van caferacers wil ik graag nog eens een oude Guzzi V7 van begin jaren 70. Of een Laverda 750SF, of de Benelli zescylinder. En voor iemand me van een voorliefde voor Italianen beticht: een Sportster kan een geweldige caferacer worden, zo bewijst Federico uit Malmo. Ik vind zijn creaties geweldig. Een oude Norton wil ik ook graag nog eens. Of een BSA.  En, for old time’s sake: een ZXR. Ach, ik kan hier wel nog even doorgaan.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
Steeds die van het volgende weekend dat er aankomt. Als ik er eentje moet uithalen: rond de eeuwwisseling waren we met enkele goede vrienden op vakantie in Normandië, met de motor uiteraard. Op een onvergetelijke zwoele zomeravond reden we, bijna de volledige kustlijn van het schiereiland af. Dat is steeds de eerste rit waar ik aan denk als ik dergelijke vraag krijg. Het was een avond en rit waaraan alles klopte: zwoel warm, het gezelschap, de zonsondergang over de oceaan naast ons, de terrasjes die we onderweg aandeden: “it was the perfect ride”!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
In de nabije toekomst kijk ik enorm uit naar 2 geplande uitstappen met mijn café-racerclub de T-Birds. Volgende maand gaan we 3 dagen naar een caferacertreffen in Duitsland, en in 2020 gaan we er zelfs 10 dagen over doen om met ons oud ijzer naar het Daytona van Europa te trekken: Wheels and Waves in Biarritz. Op de langere termijn heb ik mijn zonen beloofd, eens ze allebei hun rijbewijs hebben, in de States te gaan toeren, met een gehuurde Harley of Indian.

Denk je al aan een volgende motorfiets?
Uiteraard, er gaat geen dag voorbij of ik check enkele advertenties. Een goede vriend van mij zegt steeds: verkopen is verarmen. Mij heeft hij alvast overtuigd, maar mijn madam nog niet. Die vindt: iets nieuws? OK, maar dan eerst iets buiten. Dus daar gaan we het toch eerst moeten over eens worden.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Veel, heel veel zelfs. Ik ben er tussen opgegroeid. Ik had veel geweldige mensen waarschijnlijk nooit gekend, hadden we niet die gemeenschappelijke passie gehad. Ik rij 60 kilometer enkel van mijn werk naar huis. Soms kom ik thuis, een uurtje gebold, en zet de plastieken BMW in de garage, en haal zijn oudere broer, een geweldige R80 caferacer uit 1983 eruit om nog een uurtje of 2 te gaan bollen. Zo een oude motor is ook steeds een magneet voor de meest onverwachte , boeiende en ontroerende gesprekken. Zo stond ik ooit eens te tanken met mijn madam haar Enfield. Er stopte een bejaarde man, met de fiets en een jerrycan. Na het voor de hand liggende grapje dat hij chance had want dat zijn fiets ver zonder naft zat, kreeg hij de Enfield in de gaten, en kreeg hij tijdens zijn verhaal zelfs de tranen in de ogen over zijn jeugdjaren in de jaren 50 en 60 in Engeland. Een Enfield, een Vincent, een Triumph, hij had verschillende motoren gehad, was een echte rocker geweest in de fifties en sixties. Fantastische ontmoetingen zijn dat. Ik kan me niet voorstellen dat je dat meemaakt als je je Volkswagen of Peugeot vol tankt.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?
Als oprichter van de T-Birds, momenteel de grootste caferacerclub van Belgie, kan ik geen kans onbenut laten om mijn club wat te promoten. Dus als er mensen zijn met de echte “oldskool biker spirit: deze zijn steeds welkom om met ons mee te rijden. Uiteraard zijn er enkele voorwaarden: wij rijden met caferacers, vintage bikes, bobbers , scramblers, brats of neo-classics. Wij dragen geen fluo of ruimtepakken. Jeans en zwarte lederen jekker, bij voorkeur met T-Birds logo is de dresscode. We hebben divisies in Oost-Vlaanderen en Antwerpen, en de gezonde ambitie er nog meer op te richten in de toekomst. We rijden zo goed als elk weekend, van het vroege voorjaar, tot de winter voor de deur staat. We proberen onze activiteiten divers te houden, voor elk wat wils. En uiteraard zien we er enorm cool uit, op onze oude moto’s, en met onze T-Birds jekkers.  Voor geïnteresseerden:  //www.facebook.com/groups/1229541350405924/

En //www.facebook.com/groups/237321056918013/