Tagarchief: Guzzi

Gino van de T-Birds, en zijn perfecte rit door Normandië

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?
Gino, 47 jaar oud, kwaliteitsingenieur van beroep en afkomstig uit Aalst, tweede stad van de provincie Oost-Vlaanderen, en wereldberoemd door het carnaval, dat zelfs Unesco werelderfgoed is. Ik ben al bijna 30 jaar samen  met mijn jeugdliefde, een geweldige madam die zelf een bloedmooie Royal Enfield caferacer rijdt. Samen hebben we 3 kastaars, waar ik enorm fier op ben. En zet er maar bij ‘op alle 3’, want de oudste zit in zijn apenjaren en durft daar wel eens aan te twijfelen. Daarnaast heb ik ook nog een underground dj carriere in het new wave/ gothic genre, die op komende 23 november gaat eindigen wanneer ik in mijn geboortedorp mijn laatste set zal spelen. Ondertussen komen er wel nog enkele sets, waarvan misschien  W-Fest, midden augustus, een belletje doet rinkelen bij het grote publiek. Dit is een vierdaags festival waarop onder andere volgende groten in het genre komen spelen: Killing Joke, The Stranglers, Echo and The Bunnymen, The Human League, Red Zebra, Nik Kershaw, Howard Jones, Tony Hadley van Spandau Ballet, Jimmy Sommerville, maar ook The Cassandra Complex, Tuxedomoon, Peter Hook van Joy Division en nog vele anderen, waaronder ik dus als dj.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Ik kreeg mijn  eerste brommer in 1980, op 9-jarige leeftijd, en wat voor een: een Italjet competitiecrosser, die razendsnel was voor een 9-jarige knaap. Dit was eigenlijk een logische stap, want mijn moeder was een cafébazin, en in dat café was het lokaal van D’holda Boys, gesticht door mijn vader. Deze was begin jaren 80 de grootste club qua ledenaantal van Vlaanderen.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Terwijl mijn moeder café hield, had mijn vader de job waarop ik nu nog steeds jaloers ben:  vertegenwoordiger van Kawasaki Belgium. In de goede oude tijd had deze job nog bepaalde privileges, zoals het gebruik van het gamma van dat jaar. Eens een model getest was door de journalisten, en de motorsalons voorbij waren, stonden die motoren maar stof te verzamelen in het magazijn. Dus konden ze evengoed bij ons thuis staan, daar werd er tenminste mee gereden. Zo haalde ik bijvoorbeeld in 1989 eindelijk mijn rijbewijs, en vlamde ik in de namiddag al rond met de coolste superbike ooit gemaakt, de ZXR750, met stofzuigerslangen.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Ik ga meer zeggen: ik heb zelfs geen auto meer, ik was de Belgische files kotsbeu. Ik heb me voor woon- werkverkeer een BMW RT, een echte toerbuffel,  aangeschaft. Het is geen motor waarvan je denkt ‘he schoonheid’, maar het is een geweldige motor in zijn categorie. Het moet al serieus oude wijven regenen om er nat op te worden.

De T-Birds

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
Ik denk dat ik in eerste instantie het geld zal aanwenden om mijn garage wat uit te breiden. Ik heb onlangs wel 2 motoren verkocht maar het kotje staat toch nog behoorlijk vol. Uiteraard zijn er motoren die ik graag nog wil: als liefhebber van caferacers wil ik graag nog eens een oude Guzzi V7 van begin jaren 70. Of een Laverda 750SF, of de Benelli zescylinder. En voor iemand me van een voorliefde voor Italianen beticht: een Sportster kan een geweldige caferacer worden, zo bewijst Federico uit Malmo. Ik vind zijn creaties geweldig. Een oude Norton wil ik ook graag nog eens. Of een BSA.  En, for old time’s sake: een ZXR. Ach, ik kan hier wel nog even doorgaan.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
Steeds die van het volgende weekend dat er aankomt. Als ik er eentje moet uithalen: rond de eeuwwisseling waren we met enkele goede vrienden op vakantie in Normandië, met de motor uiteraard. Op een onvergetelijke zwoele zomeravond reden we, bijna de volledige kustlijn van het schiereiland af. Dat is steeds de eerste rit waar ik aan denk als ik dergelijke vraag krijg. Het was een avond en rit waaraan alles klopte: zwoel warm, het gezelschap, de zonsondergang over de oceaan naast ons, de terrasjes die we onderweg aandeden: “it was the perfect ride”!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
In de nabije toekomst kijk ik enorm uit naar 2 geplande uitstappen met mijn café-racerclub de T-Birds. Volgende maand gaan we 3 dagen naar een caferacertreffen in Duitsland, en in 2020 gaan we er zelfs 10 dagen over doen om met ons oud ijzer naar het Daytona van Europa te trekken: Wheels and Waves in Biarritz. Op de langere termijn heb ik mijn zonen beloofd, eens ze allebei hun rijbewijs hebben, in de States te gaan toeren, met een gehuurde Harley of Indian.

Denk je al aan een volgende motorfiets?
Uiteraard, er gaat geen dag voorbij of ik check enkele advertenties. Een goede vriend van mij zegt steeds: verkopen is verarmen. Mij heeft hij alvast overtuigd, maar mijn madam nog niet. Die vindt: iets nieuws? OK, maar dan eerst iets buiten. Dus daar gaan we het toch eerst moeten over eens worden.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Veel, heel veel zelfs. Ik ben er tussen opgegroeid. Ik had veel geweldige mensen waarschijnlijk nooit gekend, hadden we niet die gemeenschappelijke passie gehad. Ik rij 60 kilometer enkel van mijn werk naar huis. Soms kom ik thuis, een uurtje gebold, en zet de plastieken BMW in de garage, en haal zijn oudere broer, een geweldige R80 caferacer uit 1983 eruit om nog een uurtje of 2 te gaan bollen. Zo een oude motor is ook steeds een magneet voor de meest onverwachte , boeiende en ontroerende gesprekken. Zo stond ik ooit eens te tanken met mijn madam haar Enfield. Er stopte een bejaarde man, met de fiets en een jerrycan. Na het voor de hand liggende grapje dat hij chance had want dat zijn fiets ver zonder naft zat, kreeg hij de Enfield in de gaten, en kreeg hij tijdens zijn verhaal zelfs de tranen in de ogen over zijn jeugdjaren in de jaren 50 en 60 in Engeland. Een Enfield, een Vincent, een Triumph, hij had verschillende motoren gehad, was een echte rocker geweest in de fifties en sixties. Fantastische ontmoetingen zijn dat. Ik kan me niet voorstellen dat je dat meemaakt als je je Volkswagen of Peugeot vol tankt.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?
Als oprichter van de T-Birds, momenteel de grootste caferacerclub van Belgie, kan ik geen kans onbenut laten om mijn club wat te promoten. Dus als er mensen zijn met de echte “oldskool biker spirit: deze zijn steeds welkom om met ons mee te rijden. Uiteraard zijn er enkele voorwaarden: wij rijden met caferacers, vintage bikes, bobbers , scramblers, brats of neo-classics. Wij dragen geen fluo of ruimtepakken. Jeans en zwarte lederen jekker, bij voorkeur met T-Birds logo is de dresscode. We hebben divisies in Oost-Vlaanderen en Antwerpen, en de gezonde ambitie er nog meer op te richten in de toekomst. We rijden zo goed als elk weekend, van het vroege voorjaar, tot de winter voor de deur staat. We proberen onze activiteiten divers te houden, voor elk wat wils. En uiteraard zien we er enorm cool uit, op onze oude moto’s, en met onze T-Birds jekkers.  Voor geïnteresseerden:  //www.facebook.com/groups/1229541350405924/

En //www.facebook.com/groups/237321056918013/

Klassiek of gewoon oud?

“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.

Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.

Dolf Peeters, gast-columnist

Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.

De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.

Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.

Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.

Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.

En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers. Kijk maar eens op FB wat die doet….

In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.

Eric Stiphout, motoragent in hart en nieren

Een paar weken terug kreeg ik op de Facebookpagina van deze website, contact met een motorrijder in hart en nieren. Eric Stiphout is gepensioneerd motor-agent en na wat aandringen was hij gelukkig bereid om een deel van zijn verhalen op Ikzoekeenmotor.nl te delen. Waar we blij mee zijn, om meer dan 1 reden!! Hier zijn eerste “unieke verslag en foto’s….

Eric Stiphout in functie

“Mijn naam is Eric Stiphout, ik ben 69 jaar en woon sinds 1 jaar en 4 maanden in Roermond. Van oorsprong ben ik een Amsterdammer. Na 12 ambachten en 13 ongelukken, ben ik op mijn 25-ste naar de politieopleiding gegaan. Ik ben na de school begonnen aan het bureau Leidseplein. In dat pand zit nu de Buldog, een coffeeshop. Na een paar jaar straat agent ben ik in 1979 overgestapt naar de Verkeersdienst van Amsterdam, met name naar de motordienst. 

Tekening door Jos Wiersema

De motordienst is/was, een grote familie (net als bij de burger motorclubs denk ik) en bestond in die tijd uit circa 80 motorrijders, enkele rij-instructeurs en kader leden.
Ik heb daar mijn rijbewijs A opleiding gekregen en afgereden bij het CBR. Daarna kreeg ik een voortgezette rijopleiding van 2 weken, waarbij je met je eigen instructeur door heel Nederland crost. Veel dijkwegen waar ze nu de motoren willen gaan weren. Ook motorgymnastiek maakte deel uit van de opleiding. Na deze grondige opleiding was de volgende opleiding de “zijspan-opleiding.” Voor mij duurde deze 1 week. Gedurende die week rij je met de instructeur in/op de bak. Je krijgt er wel dikke polsen van want de Hollandia bakken van de combi’s waren niet geremd. Bij remmen moest je dus het stuur wat naar rechts duwen/trekken om het gewicht van de bak met instructeur op te vangen. Bij het optrekken moest je juist naar links sturen om de rechts gemonteerde bak mee te trekken. We leerden ook nog wat kunstjes zoals met de bak in de lucht rijden.

Tijdens de surveillance haalden we die grappen ook wel uit. Na 2 jaar motoren rijden, op BMW’s en Guzzi’s, werd ik hoofdagent en kreeg een snelle auto opleiding, de HRT genoemd en dat staat voor hogere rijtechniek. We reden in de Alfa spider 2000 in politie uitvoering en met de golf GTI onopvallende auto. Deze opleiding duurde 2 weken. Mijn werkzaamheden bestonden nu uit de motorsurveillance in en om Amsterdam, begeleidingen van het Koninklijk Huis, zwaartransport begeleidingen en de autosnelweg surveillance met de Alfa’s met open dak, in de stijl van de Rijkspolitie Porschegroep. Wij reden zomer en winter door op de motoren en Alfa’s en als er veel sneeuw lag dan surveilleerde we op de combi’s.

Eric in de bak, tijdens de krakersrellen

Tijdens de krakers rellen in die tijd en de kroningsrellen werden wij bij de Mobiele Eenheid ingezet met de combi’s. Het leek wel oorlog soms en aan beide kanten vielen gewonden.

Na 5 jaar motordienst en ringwegsurveillance kreeg ik de kans om opgeleid te worden tot allround rijinstructeur. 10 maanden naar de Verkeersschool voor de Gemeentepolitie te Noordwijkerhout. Daar haalde ik mijn grote rijbewijzen C, D en E.  Vervolgens de instructeurs opleidingen A, B, C, D, E, en het rijks-examen afgelegd.

Ondertussen kon ik best een beetje sturen op alles wat wielen heeft. Terug naar de Verkeersdienst waar de rijopleidingen ook onder vielen. Ik hield me bezig met de 2 weken durende Voortgezette rijopleidingen auto aan jonge politieagenten, met de cursus Hogere Rij-Techniek voor leden van het observatieteam en autosnelweg surveillanten, de Specialistische Rijopleiding SRO, opleidingen van M.E. Chauffeurs en chauffeurs op de waterwerpers. De motoropleidingen kon ik daarmee niet verenigen helaas.

Privé reed ik geen motor. Naast de gezinsauto was dat toen niet haalbaar.
In het jaar 2001, stond ik met een cursist achter het stuur, te wachten voor het rode verkeerslicht op de autoweg, de Haarlemmerweg te Amsterdam. De bestuurder van een busje zag ons en het verkeerslicht over het hoofd en knalde met volle vaart achter op onze Golf VR6. Hierbij heb ik een whiplash opgelopen en heb 9 maanden, 3x per week met begeleiding moeten revalideren. Het is vanaf hier nooit meer goed gekomen met mijn gezondheid en in 2002 ben ik helaas voor 100% afgekeurd.”

Na ongeveer 30 jaar van trouwe dienst, liet de lichamelijke gezondheid van Eric hem helaas flink in de steek, en daarover vertelde hij aan de redactie van Ikzoekeenmotor.nl het volgende:

“Ik wil jullie nog vertellen over de VIP behandeling die mijn oud collega’s, na 30 jaar voor mij bedacht hadden omdat ik regelmatig in het ziekenhuis lag met luchtweg of andere infecties. De oorzaak hier van is CLL, chronische lymfatische leukemie. Mijn weerstand is door deze ziekte bijna nihil. De kankercellen en de chemokuren schakelen massa’s witte loedlichaampjes (die je verdediging zijn tegen infecties) uit. Vorig jaar had ik 4 longontstekingen waarbij ik 3x opgenomen ben in het ziekenhuis en aan een infuus lag met speciale antibiotica want ik ben door dit alles ook nog eens overgevoelig of allergisch voor penicilline en diverse andere medicijnen. Ik hoop nog wat jaartjes mee te mogen doen maar het wordt steeds moeilijker om mij weer op de been te helpen. Een van de infectie ziekten, gordelroos, kreeg ik ruim 3 jaar geleden. De buitenkant is goed genezen maar binnen in zijn groepen zenuwen beschadigd en die herstellen maar niet. Daar door kan ik maar korte stukjes lopen en heb ik een scootmobiel aangeschaft. Groetjes Eric. ”

Ik (John/redactie) hoorde van Eric nog dit trouwens, als een PS op een latere e-mail:

“John in mijn eerste verhaal vergeet ik dat ik ook deel heb uitgemaakt van het demonstratieteam. Wij traden bijv. op tijdens taptoe Delft en op het Veronica’s motorsportgala in Ahoy Rotterdam. Zaten we met Vanessa en de Dollydots in één programma. Ik schrijf je hier later over, met een paar foto’s van dat we trainen.”

We houden vanuit de redactie contact met Eric. Blij dat hij zich hoe dan ook op “iets met wielen eronder blijft voortbewegen” al is het dan met wat minder halsbrekende capriolen dan vroeger. Eric, we zijn erg benieuwd naar meer verhalen van je. #WordtVervolgd