Categorie archieven: Motorreizen

Peter Lokker blijft motorreizen maken

  Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik heet Peter Lokker en kom uit Den Haag, de mooie stad achter de duinen. Op de foto zie je mijn onlangs aangeschafte Suzuki VStrom. Daarover verderop in dit verhaal meer.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Jazeker heb ik brommer gereden, het begon op mijn 14e toen ik voor f 2,50 een kaalgesloopte Gazelle brommer kocht van een vriendje. Hij had er op het knollenlandje mee gecrosst en ik viel op de mooi (wel  tot de draad versleten) noppenachterband. Ik was meteen verliefd en verkocht, kreeg hem weer lopend en heb er heel veel mee gereden tot ik op mijn 16e legaal mocht rijden.

In de 2 jaar tot mijn 18e dus heb ik er in totaal 26 verschillende gehad, onder andere Mobylette, Gazelle 3-bak, Simplex, Batavus, Rap, Sparta en ga zo maar door. In die tijd kocht je een lopende brommer voor een paar tientjes maar dat waren natuurlijk wel vaak oudelullen-brommers, haha! Uiteindelijk kon ik met eigen verdiend geld een mooie 2e hands Kreidler met voetversnelling kopen, zo gaaf!

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Op mijn 18e verjaardag ging mijn oefenrijbewijs (ook wel: proefrijbewijs) in. Ondanks dat het had gesneeuwd (…) heb ik de hele dag rondgereden op mijn nieuwe 50cc motorfiets, een Kreidler RS. Mijn brommer had ik ervoor ingeruild en de rest betaalde ik af met f 12,50 per week. Die RS kreeg een paar maanden later een mooie racekuip waar ik apetrots op was. Het plezier mocht niet zo lang duren want na drie maanden werd hij gestolen en keerde de verzekering de nieuwwaarde minus f.300,- uit. Daardoor kon ik geen nieuwe meer kopen en kwam ik weer in het tweede-hands-circuit terecht, lees: het pech-circuit. Ik heb wat kilometers lopend afgelegd met uitgevallen ouwe meuk fietsen, ha!

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik ben een door-rijder. Met de moderne kleding ben je prima beschermd en de handvatverwarming draagt er ook aan bij dat je bijna altijd kunt rijden.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

De moderne Moto Guzzi V7 II Stone zou ik erg tof vinden. Maar ook wel een Beemer… ik ben toch een aardig stukje boven de 50 inmiddels, haha!

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Een vakantietocht op mijn Pan European 1300 naar de laars van Italië met mijn vrouw achterop. Met als hoogtepunt de stad Napels met het gebied eromheen, daar moest je knallen want iedereen deed dat. Langzaam rijden en aan de regels houden was gevaarlijk. Een leuke anekdote: ik kwam over de grote weg op de stad aanrijden en zag een file ontstaan. Alle scooters (snelle!) vlogen naar de vluchtstrook en race-ten  verder. Ik erachteraan. Een paar kilometer later zag ik de hele meute scooters ineens tussen de file verdwijnen. Ik keek in mijn spiegel en zag dat er een politiewagen achter me reed, oeps, dat zou geld gaan kosten! Maar hij had medelijden, ik kreeg een vermanende vinger en een grijns en weg was ie. Mooi toch, die Italianen! Ze snappen dat je harder rijdt dan de bordjes, er wordt niet moeilijk gedaan, als je maar niet gevaarlijk rijdt, top!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

O jawel, met een Royal Enfield door de Himalaya maar ik moet wel opschieten want ik word er niet echt jonger op.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nope. Maar ik heb dan ook pas een paar maanden geleden een mooie gele Suzuki Vstrom aangeschaft voor erbij want ik had al een Triumph Bonneville T120Black, ik mag niet klagen!

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Motorrijden heeft mijn leven verrijkt. Ik heb nog steeds veel plezier in het rijden, heb heerlijke reizen door Europa gemaakt, en heb een aardige motorvrienden en -kennissenkring.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Je hebt nog geen vraag gesteld over hoe ik mijn toekomst zie voor wat het motorrijden betreft en toch zou ik daar nog graag iets over zeggen. Ik ben gepensioneerd en wil nog heel graag de komende jaren met de motor mooie reizen willen gaan maken, maar niet in mijn eentje. Het probleem is namelijk dat ik onlangs weduwnaar ben geworden. Heel graag zou ik met leuke motorrijdsters in contact willen komen…. En dat val niet erg mee als je 66 jaar jong bent en 1,70 m klein, haha!

De Mustang Valley

Trouwe bezoekers van ikzoekeenmotor.nl kennen inmiddels de prachtige reisverslagen van onze vaste motorcolumnist Hans den Ouden. Hans heeft momenteel, door de pandemie weinig ruimte om te reizen, maar via zijn motorverhalen van de afgelopen jaren laat hij ons meekijken in de prachtige motorreizen die Hans en Dia samen gemaakt hebben. Hier een verslag van De Mustang Valley.

De Mustang Valley

Nadat we half september 2019 terug waren uit Canada, resteerde er nog een reis dat jaar. We hadden ergens onderweg besloten dat deze reis er ook nog bij kwam dat jaar. Met Siem Edink en Daviprasad Sahoo besloten we naar Nepal te gaan.

Eind 2018 had Siem een oproepje gezet op de Facebook groep “de motorrijder” met de vraag of er mensen belangstelling hadden voor een reis door India en eventueel ook Nepal. Zo gingen we in het voorjaar naar India en in het najaar naar Nepal.

Siem en David zijn gestart met een bedrijf (Bikers for India) om motorreizen naar India en Nepal te organiseren.  O.a. te vinden op Facebook: //www.facebook.com/groups/389844315144464/

De reis naar Nepal begint in New Delhi omdat daar de motorfietsen gehuurd worden. Het zijn Royal Enfield Motoren. Je kan zelf kiezen met welk model je wil rijden. Ik koos voor de Himalayan, maar mijn vrouw, Dia reed op een Classic 350. De Himalayan is een Adventure model en de Classic is een laag model. Verder waren Gertjan en Gerry mee, op respectievelijk een Thunderbird en een Classic. De reis begint in Delhi omdat Nepal een enorme importheffing op motoren van meer dan 250cc hanteert en daardoor is huren daar veel duurder dan in India.

Je ziet veel van het land met Siem, hij weet heel erg veel te vertellen over de cultuur en het land en hij kan je meenemen naar plaatsen waar buitenlandse toeristen zelden komen. Hij trekt al jaren rond in India en Nepal en de afgelopen jaren deed hij dat op de motor. Mocht je pech krijgen, dan neemt David het op zich om dat op te lossen en je kan dan op zijn motor verder rijden. Zodoende hebben de reizigers geen oponthoud. Er is dus geen volgauto en dat scheelt aanzienlijk in de kosten.

Dit verhaal gaat over de Mustang Valley om precies te zijn het stuk van de weg van Pokhara tot aan Kagbeni. Je kan nog verder noordwaarts, naar de Upper Mustang, maar voor dat laatste stukje van 50-75 km moet je een entree betalen van US$ 500. Voor het eerste stuk moet je ook wel betalen, maar dat is maar €35.-

De reis duurde 28 dagen en bevatte enkele reserve dagen voor het geval er oponthoud zou zijn. De weersvoorspelling was dat er veel regen werd verwacht in de Mustang Valley en dus werd het programma aangepast en bezochten we eerst Katmandu. Desondanks was de weg nog erg nat en modderig.

In Pokhara is een gezellige wijk aan het meer waar je prima kan eten en ook leuk kan winkelen want er zijn heel veel buitensport zaken. De Annapurna ligt in de buurt en veel trekkings in dat gebied beginnen in Pokhara. De prijzen zijn van een andere orde dan in Europa.

Eenmaal op weg verandert na korte tijd het asfalt in een waar off-road traject met grote keien en ook, doordat het immers kort tevoren flink geregend had, veel modder. We waren om 6:00 u. opgestaan en hadden om 17:00 u. 60 km afgelegd. De weg doet denken aan een wat breed geitenpad. Vroeger was er ook nog een rivier waar je door heen moest, maar daar is nu een omweg en een brug voor gemaakt. Overigens zal over enkele jaren de weg geasfalteerd zijn en dan is er weer een stukje spektakel minder.

De reis verliep niet zonder problemen, de Himalayan heeft geen kickstarter i.t.t. tot de Classic en ergens halverwege hield de dynamo van mijn motorfiets het voor gezien zodat de accu leeg liep.Het starten lukte dan ook niet meer. Gelukkig heb ik bij de Bush Mechanic training bij //berrt.nl geleerd hoe je een motor aan kan slepen, want aanduwen is in de modder geen optie. Een sleepkabel hadden we dan weer niet. Siem ging op onderzoek uit en kwam na tien minuten terug met een stevig stuk elektriciteitskabel. Dat hebben we tussen de steps vastgemaakt en daarmee de motorfiets aangesleept. Dat lukt wonderwel vlot. Later, na het tanken startte hij natuurlijk weer niet. Er kwam toevallig een local aangelopen, die zei dat hij dat wel voor elkaar kreeg zonder de sleep. En inderdaad, met een kleine run sprong hij er op ende motor sloeg aan en we konden weer verder.

Tegen zonsondergang waren we nog niet op de bestemming aangekomen en rijden in het donker is te gevaarlijk en ik had natuurlijk ook geen licht meer. Op de plek waar we stonden waren twee hotels. We besloten naar het White Mountain hotel te gaan dat door twee Nepalese zussen werd uitgebaat. Ze hadden voldoende kamers en zorgden voor prima eten. Bishnu de oudste was een gezellige dame. Ze nodigde ons uit om op de terugweg weer bij haar te komen en dan zou ze ons meenemen naar een hotspring. Dat hebben we inderdaad gedaan. We hebben trouwens nog steeds contact op Facebook.

In Kagbeni zouden we twee dagen blijven, dus dat gaf de mogelijkheid om de motor te laten repareren zonder tijdsverlies.

Wel reed er nog iemand lek en de Royal Enfields hebben tubes, dus even een plug steken gaat niet. Er zijn echter overal mensen die snel een band kunnen repareren, alleen moet je de motor daar dan wel zien te krijgen. Dat gaat daar niet met de wegenwacht. Je houdt een vrachtwagentje aan en de motor wordt ingeladen en vervoerd naar een reparateur, dat kost maar een paar euro.

Tussen Kagbeni, waar we sliepen, en Muktinath, het verste punt van deze reis, ligt opeens weer een prachtige asfaltweg. Muktinath is een heilige plek voor hindoes en boeddhisten. De afstand is maar 12 km vanaf Kagbeni maar het is wel 800 meter hoger. Muktinath ligt op 3800 meter. Zo hoog kan je in Europa nergens komen met de motor. En je rijdt in een betoverend landschap. Tussen bergen van meer dan 8000 meter. De laatste 2 km reden we te paard, een noviteit voor mij.

De terugweg verliep makkelijker dan de heenweg want de weg was nu een stuk droger. We kwamen langs het Dutch Café. Sinds 1998 woont de Nederlander Patrick Maas daar met zijn Nepalese vrouw Purda. Je kan er Douwe Egberts koffie drinken en appeltaart eten. Grappig hoe je die dingen toch weer waardeert als je een tijd alleen maar Indiaas en Nepalees eten hebt genoten.

Ook op de terugweg verbleven we in Pokhara en reden daarna door naar Butwal om daarvandaan naar Kailai te vertrekken. De weg tussen Pokhara en Butwal is een prachtige bergweg met strak asfalt. De weg meandert langs een rivier en heeft fraaie uitzichten. Na de overnachting in Butwal reden we verder westwaarts over een mooi geasfalteerde weg, het traject was 335 km. Echter na 38 km besloot een tegenligger in een blinde bocht 4 vrachtwagens te gaan inhalen. Ik reed voor en uiterst links aan de buitenkant van de bocht naar rechts en zag de auto op eens recht voor me. Ik dacht “wegwezen en bermvlucht”, maar op min of meer hetzelfde moment lag ik voorbij de motor op mijn buik in de berm. Ik zag pas later dat ik de auto op het rechter voorspatbord geraakt moet hebben. Zelf mankeerde ik gelukkig weinig anders dan wat schaafplekken en een gekneusde duim. Het pak met goede bescherming en motorlaarzen bewees zijn dienst. Aan de motor was aanzienlijke schade, die was niet meer rijdbaar.

De politie kwam snel ter plaatse en stelde vast dat de Nepalees de enige schuldige was en dat ik schadeloos gesteld moest worden. Naast de politie kwam ook het leger en er liepen uiteindelijk zo’n 20 man rond. Er werd een vrachtwagen aangehouden en zowel de motor als ik werden naar Butwal gebracht naar de Royal Enfield dealer waar de motor gerepareerd zou worden. Onderdelen daarvoor moesten echter uit Kathmandu komen en daar ging een week mee heen.

Uiteraard hebben we die dag een rustdag ingebouwd want ik was er behoorlijk van slag van en mijn hand was flink gezwollen evenals mijn linker knie.  De volgende dag gingen we weer verder. Het kostte wat moeite om mijn handschoen aan te krijgen over de zwelling van mijn hand maar verder ging het rijden goed.

De arme David heeft daar een week op moeten wachten, terwijl wij met zijn motor doorreden.

De reis naar Delhi verliep verder ongestoord. We brachten nog een dag door in Delhi en daarna vlogen we weer naar Nederland.

Wil je nog wat bewegende beelden bekijken over het rijden in India en Nepal? Check dan deze Youtube filmpjes:

en

 

 

Je motor verschepen naar Noord-Amerika, hoe doe je dat?

Met regelmaat publiceren we verhalen van vaste columnisten. Vandaag weer een leerzaam verslag van Hans den Ouden:

“Ik wilde graag een rondreis maken in Canada en Alaska en daarna nog naar de andere staten van de VS. Ik heb heel wat tijd besteed aan het uitzoeken wat de beste manier was omdat te doen. De eerste gedachte was natuurlijk om dan daar een motor, of in ons geval twee motoren te huren. Dia, mijn partner rijdt zelf en gaat niet achter op. Bovendien zijn wij kampeerders en voor twee personen een complete kampeeruitrusting en overige bagage op een motor meenemen, dat is een uitdaging. Huren blijkt echter erg kostbaar, vooral als je langere tijd gaat. Het goedkoopste adres wat ik kon vinden was een verhuurder in Seattle. De prijs kwam dan op US$18.000 voor twee GS’sen 75-800 voor drie maanden.

Een alternatief is natuurlijk kopen, maar dat heeft ook zo zijn problemen want op de meeste plaatsen moet je een lokaal adres hebben om de motorfiets te naam te stellen. Ook is verzekeren voor buitenlanders langere tijd vrijwel onmogelijk geweest. Ook daarvoor moest je een lokaal adres hebben. Inmiddels in 2020 gaat dat weer makkelijker, maar in 2018-2019 was het erg moeilijk, zo niet onmogelijk. Ook moet je die motor weer zien te verkopen onder de tijdsdruk van je vertrek. Of je moet de motor terug kunnen verkopen aan een dealer waar je hem gekocht hebt. Dat zijn allemaal zaken die best lastig zijn.

Ik wilde uiteindelijk het liefst op mijn eigen motor kunnen rijden want die ken ik en ook waren de motoren opgetuigd voor lange reizen en met extra bescherming voor off-road gebruik. Een aantal dingen daarbij zijn in Europa wellicht overbodig, maar je moet er rekening mee houden dat schade aan een cilinderkop, of een lekke radiator door steenslag niet eenvoudig is op te lossen als de afstanden groot zijn. Immers in de VS en Canada is er bijv. meestal maar één BMW dealer per staat en dat geldt voor veel andere merken ook. Dus je kan zomaar 500 km moeten rijden naar een dealer.

Nadat het besluit genomen was de motoren te verschepen naar de overkant, volgde uiteraard de vraag: hoe dan? Je kan het per schip doen (dat lijkt goedkoper), maar ook per vliegtuig. Dat laatste kan zelfs meestal in hetzelfde vliegtuig als waar je zelf zit. Doe je dat, althans vlieg je met die zelfde maatschappij als waarmee de motor is verscheept, dan krijg je vaak korting.

Per schip moet de motor meestal in een kist in een container, hetgeen tot extra kosten leidt, zowel aan de ene kant van de oceaan als aan de andere. Wil je ook weer terug, dan moet die kist immers ergens opgeslagen worden. Ook krijg je te maken met de onregelmatigheid van het scheepsvervoer. Schepen krijgen nog al eens te maken met omwegen omdat ze elders nog een vracht moeten ophalen. De kosten van opslag in de haven van aankomst en de kosten voor de douane zijn ook hoger dan bij reizen per vliegtuig. Het is meer dan eens voorgekomen dat een motor pas arriveerde toen de reiziger al weken in het land was. Dat soort ongerief heb je niet bij luchtvracht. Immers het vliegtuig gaat van A naar B- dat is tegelijk een voorwaarde want er mogen geen tussenstops gemaakt worden met “dangerous goods” aan boord.

Kies je voor het overvliegen, dan ga je met je motor naar de luchthaven (ook Amsterdam Schiphol is mogelijk), je geeft de motor af en gaat naar de vertrekhal en vliegt naar de overkant. Daar ga je weer naar de luchtvrachtafdeling en je haalt je motor op. Het meest aantrekkelijk is om te vliegen naar Canada en niet naar de VS. Dat is qua papieren en tijdelijke import veel makkelijker. Je kan dan wel gewoon de grens over en daarvoor hoef je ook niet tevoren een ESTA aan te vragen. Als je aan de grens komt, dan wordt e.e.a. geregistreerd en krijg je een Visa Waiver in je paspoort waarmee je voorts zonder problemen de grens iedere keer over kan. Je moet er wel opletten dat je die bij de laatste grensovergang achterlaat, anders heb je bij een volgende reis een uitdaging. Het is overigens wel handig om een ESTA te hebben, want wordt je a priori geweigerd, dan kan je je de moeite verder besparen.

Uiteraard zitten er wel wat haken en ogen aan de procedure van de luchtvracht. Er mag maar een paar liter benzine in de motor zitten en soms moet de accu losgekoppeld zijn. De motor moet huishoudelijk schoon zijn, maar hoeft niet ontsmet te worden. Wij hebben ze door de wasstraat gehaald de dag tevoren, zoals we ze altijd schoon maken. Ook is er wat papierwerk. Het belangrijkste is de Airway Bill en een aantal stickers die je op je motor moet plakken. Die papieren worden allemaal verzorgd door de transporteur. Je motor wordt op een pallet neer gezet en vastgemaakt met spanbanden zoals eigenlijk ook op een ferry gebeurt. De bagage mag er op blijven, maar er mogen geen batterijen en ook geen spuitbussen in de bagage zitten.

Het kostte ons in 2019 ongeveer €2500 per motor voor een retour en dan natuurlijk nog je eigen ticket. Maar daarvoor kan je dan ook ongelimiteerd rijden en net zo lang als je zelf wilt, binnen de voorwaarden van je toelating zonder Visum. Voor Canada moet je wel een ETA aanvragen en dan mag je er 180 dagen blijven, in de USA onder het VISA waiver programma mag je 90 dagen blijven.
Wij maakten gebruik van motorcycleexpres.com een bedrijf dat niet anders doet dan motoren over de wereld over laten vliegen en het bleek ook nog eens de goedkoopste optie. Ze verzorgen desgewenst ook de verzekering. Dat was toen wij weggingen nog even moeizaam, want er waren toen geen verzekeringsmaatschappijen die zgn. Foreign Nationals wilden verzekering. Die situatie was het gevolg van de Europese Privacy wetgeving. Twee weken voor vertrek was het rond. In Canada is een WA verzekering verplicht, in de VS wisselt het per staat.

Hou er rekening mee dat veel Amerikanen niet verzekerd zijn en dat een Casco (All Risk) verzekering de moeite waard is. Voor relatief weinig geld kan je er ook nog Roadside Assistance bij nemen. In geval van pech of schade is een Tow truck niet goedkoop.
Een andere bekende motor transporteur is JamesCargo.com, maar dan vertrekt je motor van uit de UK. Ik weet niet of en hoe dat gaat na de Brexit.”

Van Nederland naar China, op de motorfiets

Een solo motorreis van Nederland naar de grens met China. Oskar Verkamman schreef er een motorboek over.

In 2019 reed Oskar Verkamman solo op zijn motor vanuit Nederland naar de grens met China om te eindigen in Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië. Met zijn motor reed hij over bijna onbegaanbare wegen, over bergpassen op 4600 meter hoogte, langs woeste rivieren en ruim drieduizend kilometer door een verzengend hete woestijn. Maar niet alleen die landschappen maken het verhaal, vooral ook de bijzondere ontmoetingen met andere reizigers en locals doen dat. Zo werd hij verschillende keren uitgenodigd om bij dorpsbewoners te eten, kreeg hij een watermeloen in zijn handen geduwd bij een verkeerslicht of werd hij midden in de nacht gewekt terwijl hij met zijn tentje in de bergen overnachtte.

Het boek neemt je tijdens deze coronacrisis mee op reis. Je bent er echt even uit. Het boek laat je dromen van die reis die je als lezer misschien nog eens wil maken. Ook het politieke landschap in deze regio wordt kort aangekaart, niet oordelend, maar wel opmerkzaam. Bijvoorbeeld de situatie rond de grens Armenië en Azerbeidzjan waar het nu erg onrustig is.

In totaal legde Oskar Verkamman zo’n vijftienduizend kilometer af. Why? vroeg een Turkse man bij een pompstation. Ja, waarom? Goede vraag… Twee maanden onderweg met mooie ontmoetingen en waanzinnig mooie landschappen.

De corona periode gaf hem de gelegenheid om de mooie verhalen samen te vatten in zijn boek “De man aan de overkant”.

LeesTIP:
Dit boek is voor 19,95 te koop via: www.demanaandeoverkant.nl

 

Motorreizen is leren

Onderstaand verhaal is geschreven door motorreiziger Hans den Ouden, één van de vaste motorcolumnisten van Ikzoekeenmotor.nl. Samen met zijn vrouw Dia maakt Hans prachtige reizen!

LET’S GO TO THE OTHER SIDE: De Dempster Highway in Canada

(Reizen is leren.) Eind 2018 ging ik met pensioen na bijna 40 jaar gewerkt te hebben als kinderarts. Ik kom uit familie met veel reizigers.

Dia houdt gelukkig ook van reizen en motorrijden. Ik had al jaren het plan om na mijn pensioen op reis te gaan en het leek ons fantastisch om dan om te beginnen een reis te maken naar Canada en Alaska. Maanden van plannen en routes bedenken gingen vooraf aan dit project. Nou ja, we kwamen eerst nog een maand in India terecht, dus helemaal gepland was alles ook niet.

De motoren werden overgevlogen naar Vancouver in BC, Canada en na enkele familiebezoeken gingen we naar het noorden. Dit verhaal gaat over de Dempster Highway in de Yukon.

De motoren waren van nieuwe banden voorzien toen we vertrokken en de reis verliep zonder problemen. In een andere column zal ik daar over schrijven.

Op een middag zaten we in een hotspring en raakten aan de praat met twee dames die helemaal enthousiast waren over de Dempster Highway en vonden dat we die zeker moesten rijden.

Bij aankomst in Dawson City hadden we er inmiddels 5000 km opzitten. We gingen naar de Tourist Information Center en spraken daar uitvoerig met een van de medewerkers. Het bleek een Fries te zijn, die ook nog eens motorreed. Hij reed de Dempster elke jaar wel een keer. Het is een 740 km lange gravelweg en je moet de zelfde weg terug. De weg eindigt in Inuvik en dan kan je nog een kleine 150 km verder naar Tuktoyaktuk aan de Arctic Ocean. Dat laatste stuk is diepe gravel en er zijn geen hotels, dus je moet dezelfde dag weer terug naar Inuvik.

De eerste benzinepomp bleek in Eagle Planes te zijn, na 400 km. Op de hele weg is er geen telefoon ontvangst, er woont ook niemand op dat stuk. De Fries leende ons een jerrycan met 5 liter benzine, voor het geval Dia’s R1200 GS tekort zou komen. Mijn R1200 GSA had uiteraard voldoende actieradius.

De volgende ochtend vroeg gingen we vroeg op pad want 400 km gravel op een dag is een beste afstand.

Eagle Plains haalden we zonder problemen. We hadden besloten een hotelkamer te nemen, maar het hotel bleek vol. Er naast ligt ook een camping, dus sloegen we de tent op. De volgende dag reden we verder en al vrij snel hadden we de eerste lekke band en daar zouden er nog een aantal van volgen.

We hadden ons verkeken op wat de gewone all-road banden konden verdragen op de scherpe gravel en waarschijnlijk hebben we ook wat te hard gereden, hetgeen de kans op lekrijden vergroot. Het landschap is overigens betoverend en ik zou het zo weer doen, maar dan wel beginnen met verse banden.

Op het laatste stuk van de terugweg ging het mis. Dia had een gat in haar achterband dat zo groot was dat het niet meer geplugd kon worden. Ook twee pluggen hielden het niet, het bleef lekken. We reden een uitwijkplaats op en gingen onze opties afwegen. Na korte tijd reed er een campertje de parkeerplaats op. De camper was van Oskar en zijn vrouw Ursula. Zij hadden hun spullen achter moeten laten tijdens een trektocht en gingen die ophalen, dat was een tocht van 4 dagen lopen. Ze waren al drie jaar onderweg met hun Toyota Landcruiser camper vanuit Ushuaia naar Alaska.

Ursula kookte voor ons en we mochten hun camper lenen, zodat we enigszins mugvrij de dag door konden brengen terwijl we wachtten op de tow-truck. Die tow-truck ben ik gaan bellen in het wegwerkers station, 160 km verderop. Ze kwamen de volgende dag om 17:00 uur en we waren zodoende om 23:00 weer in Dawson City, op een vrijdagavond.  Gelukkig was er nog een hotelkamer voor een nacht beschikbaar. Uiteraard was er geen band van de juiste maat te krijgen in Dawson. Wel in Whitehorse, 400 km verderop.

Op maandag zou die besteld worden en dan zou hij er dinsdag zijn met de lijnbus. Alleen stuurde de jongen van de bandenservice in Whitehorse een goede en een verkeerde maat op. Daar Dia’s band er het ergst aan toe was hebben we die vervangen en zijn we naar Whitehorse gereden. Onderweg moest er nog een keer een plug in mijn achterband gestoken worden, het was het zevende lek. Gelukkig werden de banden vlot vervangen en konden we onze reis voortzetten. Uiteindelijk zijn een week zoet geweest met dit probleem. Daarna zijn er geen lekke banden meer geweest, ondanks dat we nog flink wat gravel hebben gezien. Een, eventuele, volgende keer gaan er dus eerst verse banden op de motoren alvorens we aan de Dempster beginnen en zeker geen all-road banden. We hebben in Whitehorse gekozen voor Heidenau Scout 60’s met Ride-on er in. Die hebben ons in de volgende 20.000 km geen problemen meer gegeven.

Vanaf Whitehorse zijn we de Alaska Highway opgereden richting Fairbanks, Alaska en we hebben de route dus wat verlegd.

Wil je de beelden ook via Youtube bekijken, dat kan via: