Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!

Delen op

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.