Coos op Reis: VERS MAALTJE VIS

VERS MAALTJE VIS

Vandaag publiceren we het 39e verhaal van onze motorreiziger en verhalenmaker Coos van der Spek. Coos reisde  na zijn pensioen (voor Corona tijd) een 3-tal maanden door Zuid-Europa. Wij zijn op 9 februari begonnen met publiceren dus het “uitzenden” van de verhalen in onze serie “Coos op Reis” zal bij ons wellicht tot ergens in juli duren. We genieten wat langer door dus. Coos rijdt niet alleen wat rond. Coos luistert naar mensen, maakt overal en altijd vrienden, deelt zijn passie en verzamelt verhalen…  Enfin, laten we naar Coos luisteren: 

Het is 6 april. Ik ben in Mundaka, aan de noordkust van Spanje.

Ik heb sinds gisteren spiksplinternieuwe Spaanse banden, maar toch ga ik lekker naar het strand wandelen. Het is strakblauw en de weervrienden beloven 23 graden. Dat ga ik meemaken! Ik neem mijn draagbare Helinox stoeltje en e-book mee.

Voor mijn ontbijt moet ik werken: éérst de berg naar het dorp op wandelen voor de supermarkt. Dat jullie niet denken dat ik hier een luizenleventje heb, hè? Het valt soms echt niet mee. Soms dan, hè…. soms…. nou ja, heel soms dan….

Ik heb de laatste weken zoveel gelopen, dat mijn wandelsokken versleten zijn.

De gaten zitten er in. Natuurlijk heb ik nog een paar extra wandelsokken bij mij. Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je …..

Het strandje van Mundaka valt mij tegen. Ik vind het niks. De provinciale weg gaat bijna over mijn hoofd, de kleur van het zand staat mij niet aan, er liggen hondendrollen, ik vind het water een beetje laf en er staat een vals windje. Nou, veel meer commentaar heb ik niet op dat KUT-strandje, geloof ik.

Ik wandel nog een stuk door de omgeving en verzamel vast wat materiaal voor The Catch of the Day. Anders durf ik niet naar bed vanavond.

Verderop in het dorp vind ik een trap naar zee, met een extra stukje beton. Voor mij, denk ik. En helemaal prima voor mijn opvouwbare stoel. Uit de wind, zicht op het water en een lekker rustig plekkie om een boekje te lezen. De koning te rijk.

Ik zit er de hele middag. Ik moet er nu nog van gapen: A Lazy Friday Afternoon.

Ik sluit de vrijdagmiddag in het dorp af met een biertje en een schoteltje olijven, lekker tussen de vreselijk lawaaiige locals met hun ontiegelijk drukke blèrende koters, op een heerlijk intiem pleintje met oude, schaduwrijke bomen, aan de haven bij de zee. Een heel apart en aangenaam sfeertje. Hier ontmoeten de dorpsgenoten elkaar aan het einde van de werkweek. In Mundaka is geen reet te doen en dat is precies
haar charme.

Het restaurant bij de camping heeft in de wijde omtrek een meer dan uitstekende naam. Ik besluit om daar te gaan eten. Het is zo’n restaurant waar ze tussendoor de kruimeltjes brood van je tafellaken komen vegen. Ik voel mij altijd snel overal thuis, maar helemaal in dit soort restaurants… Lekker jôh. Ik geniet altijd erg van luxe.

Een groot bord houdt haar gasten bij de ingang tegen: het restaurant gaat pas om 21:30 uur open. Als je sjiek bent, dan moet je je ook sjiek gedragen, nietwaar? Alleen werkvolk heeft eerder honger. Die hebben immers hard gewerkt. Zoiets…

Ik ben te vroeg, dus ik bestel een kopje koffie en ga aan een tafel in de bar vast aan mijn reisverslag knutselen. Anders krijg ik van mijn vrienden op mijn kop.

Even vóór 21.30 uur verwijdert de manager met een theatrale zwaai het bord en gaat vol verwachting bij de trap staan wachten. Ik heb nog genoeg aan mijn verslag te knutselen, dus ik blijf nog even aan mijn tafel zitten. En ik vind het wel grappig om hem te jennen natuurlijk.

De manager draalt eerst wat in het rond, maar komt dan toch naar mij toe en nodigt mij uit om naar het restaurant te komen. Met een theatraal gebaar toon ik hem de klok van mijn iPhone. Het is 21:29 uur. Dat is mij nog te vroeg…. Whoehaaa…! Echt gebeurd.

We schieten allebei in de lach en zijn gelijk vrienden. Binnen praten wij geruime tijd over het Baskenland en de Basken. Hij vergelijkt het met Ierland en ik vergelijk het met Friesland. Dat zijn ook van die deugnieten… Het bommengooiensmijttijdperk in Baskenland is al lang voorbij, beweert hij. Maar echte vrienden worden ze echter nooit.

Als ik vraag hoe het komt dat de Basken een lichtere huidskleur hebben dan de Spanjaarden in het zuiden, dan vertelt hij mij lachend dat het komt omdat de Basken altijd aan het werk zijn en de Spanjaarden tijd hebben om in de zon te zitten. Ik moet zoooo lachen. Het is ook overal hetzelfde.

We praten over motorfietsen. Hij knalt met zijn crossmotor al tien jaar daar in de buurt door de natuur. De politie laat dat oogluikend aan de bewoners toe. Vaak hebben ze met elkaar op school gezeten of komen ze uit hetzelfde dorp. De manager is bezig om van een BMW K100 een soort caféracer te maken. Een erg bijzondere combinatie in mijn ogen.

Ik hoef de door mij bestelde tien jaar oude port niet te betalen. Invitación, staat er op de rekening. Krijg ik kado van hem. Dat is leuk. Een goeie Bask!

Mooie dag. Geen reet gedaan. Schaamteloos geleefd. Ledigheid is des duivels oorkussen. Nou en?

VERS MAALTJE VIS

Ik zit dus op mijn stukje beton in de zon mijn e-boekje te lezen. Blijkt het helemaal niet mijn stukje beton te zijn!

Ik hoor iemand achter mij zingen en er stapt geroutineerd een gebronsde Spanjaard in een zwembroek voorbij. In zijn ene hand heeft hij een duikbril en zwarte zwemvliezen en in zijn andere hand een lange stok met twee ijzers aan het einde en een groot mes. Hij trekt zijn zwemvliezen aan, schuift de duikbril voor zijn ogen en zonder een halve seconde te aarzelen duikt hij het steenkoude water van de oceaan in.

Tien minuten later stapt hij weer op de kant met twee grote vissen. Zo, lekkere verse en gratis vis voor vanavond, zingt hij in het Spaans….

Teringjantje, wat een mooi leven heb je dán…!

Delen op

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *