Tag archieven: motorcolumnist

Coos op Reis: UIT DE KAST

COOS KOMT UIT DE KAST

Het is bewolkt. Das nieuw! Maar het is al wél 17 graden. Het is buiten warmer dan binnen.

Ik ruim de boel op en sjor alles op mijn motorfiets. Luxe hoor, op mijn eigen opritje. Das wat anders dan alles van de 5e verdieping naar de garage op min 2 sjouwen. Mijn natte handdoek bind ik achterop. Ik ga hem vandaag droog rijden, heb ik bedacht.

Eén overnachting kostte 53 euro. Ik ben er twee nachten geweest en reken bij de receptie…. 96 euro af. Nou ja! Daarvóór gaan ze trouwens eerst met een karretje langs mijn hutje om de meterstanden op te nemen. Om te checken of ik ‘s nachts het wc-lichtje heb laten branden? En wat dat nog? Get a live!

Ik start de motor en ga op zoek naar een ontbijtje. Dat kost moeite. Het zit mij gewoon tegen. Ik cirkel al een poosje in Roquetas de Mar rond als ik plots een geschikte ontbijtplek zie. Omdat ik tegen het verkeer een éénrichtingsweg moet inrijden, kies ik voor een flink stuk trottoir. Om de één of andere reden denk ik dat dat minder erg is. Ik heb wel éérst goed gekeken. Of ik een juut zag natuurlijk. Stap ik daar binnen, zit er een juut in vol ornaat koffie te drinken… Heb ik weer. Maar gelukkig heeft hij meer interesse in zijn koffie en in zijn nieuwe vriendin.

Ik organiseer een in de lengte doorgesneden warm stokbroodje. Daarop een tomatenprutje zoals wij de boter smeren. Vervolgens Spaanse ham en Spaanse kaas. Ik zit er de hele dag om te glimjuichen. Wat was dát lekker. En zó simpel.

De eigenaar brengt samen met de verse jus en de café americano een praatje over motoren. Hij rijdt een Honda CB1300. Hij is razend enthousiast over mijn reisverhaal en met een grijns, een schouderklopje, een handdruk en ‘goodbye amigo’ neemt hij afscheid. Wat leuk! En ik reken vier euro af voor al dat lekkers…

Ik rijd langs Berja en bolder dieper de bergen in richting het meer van Benínar. Er wonen hier weinig mensen en het is doodstil. De weg is droog en de wind is redelijk. Het asfalt is op sommige stukken prachtig. Op die momenten ga ik er eens goed voor zitten. Als het asfalt slecht is, dan temporiseer ik en geniet van de fraaie uitzichten. Om elke hoek wacht een verrassing. Het is overal mooi.

Als ik op 1400 meter hoogte rijd, zie ik in de verte de sneeuw op de toppen van de bergen liggen. Het is een adembenemend gezicht.

Het asfalt is weer superstrak en ik kom sportief en bulderend naar beneden. Mijn uitlaat roffelt en veroorzaakt donkere klappen tegen de bergwanden. Ik nader een rotonde en schrik mij de tandjes: de hele rotonde is afgezet door wel twintig agenten in gele hesjes. Kut! Radarcontrole en ik ben er zonet met een flinke gang doorheen gereden, schiet er door mijn hoofd. Lullo! Vanavond niet uit eten en met blote billen in de kou naar bed! De kleine Spaanse hoofdcommissaris is staand net zo groot als ik, zittend op mijn buddyseat. Hij kijkt met zijn bruine ogen in mijn blauwe, schat mijn nationaliteit in, werpt een blik op mijn bagage, loopt om mijn pakezel heen, kijkt naar mijn kentekenplaat en gebaart dat ik gelijk door mag rijden. Gewoon controle van papieren. Ennuh,
niemand spreekt daar Nederlands natuurlijk…


Granada laat ik rechts liggen. Daar ga ik wel eens met Janny met een vliegtuig en een cabrio heen als we een rondritje Andalusië gaan doen. Jôh, een mens moet iets te wensen over hebben in deze armetierige tijden.


Ik lunch in de bergen op 1300 meter hoogte met een salade en een soep waar ik citroen in moet doen. Erg bijzonder. Ondertussen inspecteren twee poezen mijn motor.

Het was een mooie dag. Lekker gereden, prima weer en mooie dingen gezien. Geen kramp, maar er was ook geen extreme wind. Tips opgevolgd. Goed geoefend met ontspannen om onbewust bekwaam te worden….


Kijk nog even naar The Catch of the Day. Korte impressie van de dag.

COOS KOMT UIT DE KAST

Ik heb voor de komende twee dagen een vrijstaande bungalow op een camping in Torrox gevonden. Ik parkeer mijn motor heel luxe onder het huis. Ik heb een overdekt terras met schuifpui en een riante tuinset. Nou, hoe klinkt dat? Haha. Nee jôh, het is net zo’n ding als gisteren. Iets uit de jaren zestig. Pfff… Ik zie wel.

Ik sta onder de douche en leun even tegen de muur om ook mijn voeten in te soppen. Ik schrik, want de muur gaat heen en weer. Ik heb alleen maar water op, maar het voelt alsof ik een stevig glas wijn op heb. Wat blijkt? De douche is gewoon een soort kant-en-klare plastic douchekast die los in de badkamer staat, compleet met aansluitingen en douchegordijn…

Ik stap snel die kast uit…

P.S. Ben vandaag al weer twee weken op pad. Mijn regenpak heb ik nog niet aangehad. Best wel mazzel. Ik heb het tot nu reuze naar mijn zin!

Coos op Reis: DJANGO

“Het is prachtig weer in Roquetas de Mar. De wind is gelukkig gaan liggen. Ik ga op weg naar mijn ontbijt. What’s new?”

(Je leest het 15e verhaal wat we op deze website publiceren in de serie “Coos op Reis”.

Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en we reizen met hem mee in zijn verhalen.)

 

“In de campingwinkel hangt een corpulente, ongeschoren oude man onderuitgezakt op een  gammele burostoel achter een ouderwetse computer. Hij heeft een groezelig shirt aan en kijkt verveelt naar zijn beeldscherm. Ik vraag hem vriendelijk of hij Engels spreekt. Met moeite kan hij voor mij een half ooglid optrekken. Hij bromt dat hij geen Engels spreekt en richt zijn lodderige oog weer op het scherm. Het is zo’n belachelijke en onbeschofte vertoning dat ik de man midden in zijn gezicht hard uitlach. Gaat hij plotseling rechtop zitten en lacht hij met mij mee! Whoehaa! We gieren het samen uit. De dag is begonnen!

Ik scoor een bruin broodje en zo’n lekker mals Spaans hammetje. Ik zorg ervoor dat die lamlendige vetklep mijn eten niet aanraakt. Een heel klein beetje smetvrees heb ik wel, denk ik.

Verse jus d’orange is echt een utopische gedachte in het sobere campingwinkeltje. Dat koopt niemand daar. Al die campingoudjes scoren hier kilo’s sinaasappels voor een prikkie bij de boeren. Zij hangen ze als trofeeën in zakken aan hun plastieke huisjes. Als je geen zak met sinaasappels aan je caravan hebt hangen, dan ben je een sufferd en doe je niet mee met de rollatorbrigade. Ouwe gekko’s!

Op een stoepie in het zonnetje nuttig ik mijn ontbijt.

Het voordeel van een camping is dat je snel contact hebt. Het nadeel van een camping is dat iedereen een praatje komt maken…

Ik kom niet aan mijn broodje toe. Ze komen allemaal leuteren. De grappigste is de Duitse mevrouw die komt vragen of ik soms onwel ben geworden omdat ik op het stoepie zit. Tja, wie gaat er nou op straat zitten als je bij je caravan tien zitplekken hebt? Al die ouwetjes zitten al vanaf begin november achter de plastic raampjes van hun voortent te gluren en te wachten tot zo’n ouwe kale gek uit Nederland op het stoepie van het hoekie van de straat kwijlend het loodje legt. Dan heb je de familie in Nederland ook eens wat te vertellen, bedenk ik, traag kauwend op mijn bruine broodje.

En toch heeft zo’n camping wel wat. Het wordt in het winterseizoen een geheel eigen gemeenschap. Met veel nationaliteiten. De gemeenschappelijkheid zíe je en voel je aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan.

Tot nu verbleef ik in twee hotels, in een bed&breakfast, in een appartement en dan nu in een hutje op een camping. Die b&b beviel mij het beste. Maar dat was er ook wel eentje van een aparte klasse, met mijn motor in de grote parkeergarage onder het gebouw… Wat ruimere mobilehomes en mijn eigen tentje staan voor mijn reis o.a. nog op de planning. Hotels zijn lekker en luxe, maar toch een stuk massaler, anoniemer en rumoeriger. En ik heb dan minder zicht op mijn motor, schat ik in.

Mijn reis door Zuid-Europa is niet alleen een motorvakantie. Het is tegelijk een gewone vakantie. Maar wel lekker lang dan… Heerlijk om dat te kunnen combineren.

Ik probeer tijdens deze trip in principe overal tenminste twee nachten te blijven. Dan kan ik op de tweede dag iets gaan bekijken, iets gaan doen, gaan wandelen of fietsen of zwemmen, stukje hardlopen (ik heb mijn hardloopschoenen en spullen bij mij… ) etc. En dan hoef ik mijzelf ook niet elke dag te installeren. Ik noem mijn concept: avontuur en rust. Een contradictio in terminis!

Naast mijn passie voor motoren heb ik nog een passie: het strand. Het liefst bij Noordwijk. De ruimte, de zon, de zee, de rust maar óók de bulderende branding, de sensuele warmte van het zand aan mijn ouwe verbleekte botten, een spannend boek van Lee Child in mijn e-reader, lekkere bruine boterhammen van de bakker uit Linschoten in een zakkie, een kouwe chocomelk… Mmmmm. Strand is áltijd geweldig.

Dus …. vandaag ga ik heerlijk langs het strand wandelen. 17 kilometer staat op de planning. Lunch onderweg. Ik smeer mij goed in en ga op weg. Onderweg vang ik nog wat mooie plaatjes voor The Catch of The Day.

Deze verzonnen opslagplek van de winterbanden is wel erg bijzonder. Het valt mij wel meer op dat Spanjaarden veel vuil zo maar ergens storten. Ik kom onderweg ook wasmachines tegen die ze van bovenaan de berg naar beneden hebben gegooid. Een lelijke gewoonte. Dan is Spanje toch plots weer een bananenrepubliek.

Het was een lekkere relaxte, actieve dag. Hoe heet zoiets ook al weer? Een contradictio…..

DJANGO

Tijdens de lunch in een restaurant bezoekt Django mij. Gewoon even kennismaken. We vinden elkaar gelijk leuk. Django is een enorm grote, jonge, edoch vroeggrijze bouvier. Hij heeft de soepele loop van een tangodanser. Hij loopt niet, hij glijdt. Net de Moonwalk van Michael Jackson.


Met zijn postuur kan hij moeiteloos naar mijn heerlijke tappas op tafel gluren. Want Django vindt mij wel leuk, maar mijn tappas nog veel leuker. Zéér waarschijnlijk heeft hij in het verleden van zijn baas wel eens een enorme stuiter tegen zijn harige harses gekregen vanwege het stelen van  tappas. Daarom kijkt Django mij, tijdens het gluren naar mijn tappas, schuin en omzichtig aan. Ik schud in het Spaans nee. Django knort, draait zich om en danst naar binnen. Wát een leuke hond die Django…

Morgen reis ik weer verder. Langs de kust richting Malaga. Volgens de weersvoorspelling kan ik beter hier bij Almería blijven, maar ja, ik zal nog wel eens vaker minder weer krijgen. Ik kan niet overal omheen rijden. Morgen tot Motril door de bergen, dan de kustweg af. Ik ga. Ik heb zin.”

Coos op Reis: ZIJN ZE ÉCHT OP DE MAAN GEWEEST?

Werkelijk schítterend weer vandaag. Geen wólkje. Mijn telefoon voorspelt 21 graden. Whoeiii! Sorry voor mijn enthousiasme… Morgen zeker wél, maar vandaag geen heel erg spannende dag. Een beetje een opvuldagje, de opmaat tot Departure Day…  Dus ik moet bij het ontbijt even een dagbesteding verzinnen. Haha, wat een seniorenwoord, hé!

Omdat ik morgen met de motorfiets hier weer vertrek, organiseer en verzamel ik nu vast alle losse zooi en stop dat in zakjes, tassen en koffers. Dat doet normaal Janny. Maar die is hier niet. Ik ben het niet gewend en loop er dan ook al dagen in mijn hoofd over te miepen. Het is werkelijk in tien minuten gebeurd. Stelt niks voor.

De wintervoeringen zitten trouwens nu in een vacuüm getrokken zak. Tip van Coos! Die koop je voor een paar centen bij de Marskramer. Dat scheelt ruimte, jôh. Ik gebruik ze al jaren. En alles dat morgen niet meer past, flikker ik gewoon weg, besluit ik. Zo, DAS opgelost, zeiden we bij de DAS in Amsterdam.

Ik kledder factor 50 op mijn kaalgeschoren hoofd en deze keer smeer ik ook maar gelijk mijn knieholtes in. Pfff… En dan fluitend op pad natuurlijk. Naar het ontbijt natuurlijk. In de zon natuurlijk. Stralend weer natuurlijk.

Het verbaast mij dat dingen zo snel vertrouwd raken. Natuurlijk het weer, maar ook elke dag monter door dezelfde straten stappen, naar dezelfde palmbomen kijken, dezelfde oude Spaanse mijnheer gedag zeggen die elke dag op hetzelfde stoepie zit, naar hetzelfde winkelcentrum, op hetzelfde plein, op hetzelfde terras etc. Terwijl ik tóch zo’n enorme bloedhekel heb ‘aan elke keer hetzelfde’. Das niks voor mij. Maar die constantheid geeft ook rust. Dat is de andere kant.

Ik ben trouwens ook héél slecht in herhalingen. Zet mij aan de lopende band bij Volkswagen en ik laat heel VAG failliet gaan. Na het vierde moertje aan het nippeltje denk ik al lang ergens anders aan en draait de boel in de puin. En bij het vijfde moertje ga ik lopen klieren. Dat deed ik als kind al.

Maar jôh, eerlijk waar, dat ontbijtje én dat kekke pleintje én dat nikszeggende terrasje, waar die bloedmooie, lieve mevrouw met die donkere fonkelende ogen ondertussen precies weet wat ik elke dag bij haar nuttig, voelt voor die paar dagen wel heel lekker aan.

Tijdens het ontbijt ontdek ik een omgedraaid ANWB-setje. ANWB-setjes zijn paren die allebei dezelfde kleding dragen. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina van. Zoek maar eens op. De dame van dit setje draagt een broek met een opvallende print en een zwarte polo en de heer een zwarte broek en de polo in dezelfde opvallende print. Ik moet er stiekem om lachen.

Na mijn ontbijt wandel ik naar het lokale fietsverhuurbedrijf om een fiets te huren. Dat lijkt mij leuk.

Toen ik voor mijn 65e verjaardag een nieuwe Koga Traveller kado kreeg, ruilde ik mijn 43 jaar (!) oude Batavus-fiets in. Die zag er nog prima uit. Toch was de restwaarde minimaal. Maar ja, wat moest ik er verder mee?

Maar voor de fietsen die deze Spaanse mijnheer verhuurt, haalt elke eerlijke Nederlandse fietsendief zijn neus op. Wat een ongelooflijke barrels. En voor mijn 1.95 meter allemaal in kindermaatjes natuurlijk…

TIEN euro (!) huur voor één dag vraagt de señor, met droge ogen, voor een dergelijk lijk. Jôh, zeg ik tegen hem, ik wil alleen maar een fiets húren hoor, ik wil je hele bedrijf niet kopen…

Overigens moet ik voor het roestige geval ook nog HONDERD euro borg betalen. Hij denkt écht dat er mensen zijn die zo’n stuk schroot willen houden. En hij wil de fiets persé vóór 17:00 uur terug hebben. Hij is trouwens niet eens stiekem over zijn prijzen. Ze hangen gewoon aan de muur…. Hij kan krijgen wat Piet Heijn heeft gekregen en díe is er aan dood gegaan. Oplichter!

Dus een ander plan. Ik wil vandaag niet met de bus. De bus is voor Sissies, wees eerlijk. Ik besluit om via het strand langs de vloedlijn naar Santiago de Compastella te gaan lopen. Dat ligt een stuk noordelijker. Zei ik net nou Compastella? Het is ondertussen warm geworden en er staat een stevige wind. Whoeii!

De gemeente hoogt het strand al vast op voor het nieuwe toeristenseizoen. Nog een poosje en dan kun je het zand niet meer zien van de zonaanbidders.

Best veel werk om elk jaar dat zand weer aan te voeren, mijmer ik. Nou, daar hebben ze hier echt een héél simpele oplossing voor: gewoon met de dragline de zee in en zand scheppen. Je verzint het niet.

Op het strand donderen de Spaanse gevechtsvliegtuigen weer over mij heen. Ik schrik mij de tandjes en duik bijna plat in het zand. Ze oefenen veel formatievliegen, maar duikelen ook als harlekijnen over en naast elkaar en uit elkaar. Eéntje oefent touch and go en stormt recht op mij af. Nou, met hem ga ik geen riddergevecht aan. Ik geef mij over.

Wat een helse machines.

Ze oefenen verticaal stijgen en komen in formatie op volle snelheid weer wervelend naar beneden. Ik sta wel een uur te kijken.

Heb ik een foto? Is de paus …?

Restaurant San Antonio nodigt via een reclamebord haar voorbijgangers uit om een driegangendiner boven de zee te komen nuttigen. Dat lijkt mij erg luxe, maar ik ga niet. Mij te duur.

En dan ook nog ‘drinks not included’. Pfff.

Tijdens een “expreszo” heb ik op een terrasje een gezellig gesprek met een Engels echtpaar. Ze komen oorspronkelijk uit Manchester. Ik vertel ze dat ik ooit Manchester bezocht, in Old Trafford was en twee keer de Curry Mile heb gedaan. Ze zijn gelijk enthousiast. Curry Mile? Koekel maar en ga er maar eens lekker eten. Het echtpaar heeft al tien jaar een appartement in Spanje, maar zijn nu op de terugreis naar Engeland. Hij werkt bij de gemeente. Zij overwegen om naar Spanje te emigreren. Ze wonen nu in Yorkshire. Het is te koud en te nat daar. Wat houdt jullie tegen, vraag ik hen. De Brexit, roepen ze in koor. De koers van de pond ten opzichte van de euro, de gezondheidszorg in Spanje is duurder en de onzekerheid hoe het allemaal verder gaat uitpakken. Ze denken er nog over na. Maar hij mag binnenkort met pensioen, zegt hij glimmend. Wat hebben sommige mensen toch mazzel….

In de verte vertrekt een grote groep veldwerkers met een bus. Ze hebben kroppen sla geplukt. De sla is gelijk in plastic verpakt en in kratten gestopt. De kratten staan klaar en worden direct door een vorkheftruck in de reeds gereedstaande vrachtauto gezet. Iedereen is in 10 minuten vertrokken. Uiterst efficiënt proces.

Als Catch of the Day laat ik je ook zomaar wat foto’s van mooie dingen zien, die ik vandaag tegenkwam.

Morgen reis ik verder naar het zuiden. Ik slinger alle bepakking er dan weer op. En zal de vering weer op het gewicht van mijn onderbroekies afstellen. Ik moet vast weer aan dat extra gewicht wennen. Vroemmm! Ik heb er zin in. Ik ben hier klaar. Mijn doel is bereikt. Ik ben geaard in Spanje. Ik ben zelfs inmiddels wat gewend aan de enorme koelereherrie die alle Spanjaarden met hun televisies, radio’s, getelefoneer en weet ik veel wat maken. Ze zijn gek.

Ik zette vandaag ruim 23 kilometer op de schoenenteller. En ondanks de factor 50 voel ik mijn bolletje gloeien als zo’n ouderwets lampje.

Inmiddels totaal vet 100 km hier gewandeld. Lekker, man. Ik ben met de snelheid van cocaïne op een junkie verslaafd geraakt aan het wandelen. Heerlijk. Maar nu wil ik mijn vrijheid. Mijn motor. Zij gromt als een ontembare vrouw als ik langs haar loop. Ik wil spanning, zij wil sensatie, zij wil kilometers maken, ik wil verrotte spieren en gewrichten, pijn in mijn reet, ik wil de enorme stuwende kracht van die vette tweecilinder voelen, ik wil aan haar quickshifter rukken, ik wil …. on the move! Ik reis morgen verder. De volgende stop is circa 300 km verder. Het doel is Almería. Vroemmmm!!!

Ik heb voor mijn reis verder geen overnachtingen meer geregeld. Ik ga ‘op geluk’. Ik zie wel. Het moet immers een avontuur blijven.

Owja. Over foto’s gesproken…. Nog één afsluiter. Mijn vriend Jos reageert zojuist op één van mijn eerdere foto’s van een fraaie boom in Murcia. Hij laat weten een poosje terug precies dezelfde foto van dezelfde boom te hebben gemaakt. Dat kan best, want de moeder van Jos woont in Murcia. Haalde jij die foto ook van internet, vraag ik hem lollig. Jôh, vervolg ik, ik haal álle foto’s van internet! Ik ben trouwens ook gewoon thuis in Linschoten en verzin al die verhalen moeiteloos in de woonkamer. Janny heeft geen Facebook en weet niet eens dat ik elke dag een reisverslag maak.

Mwah, wees eens eerlijk, denk jij dan dat ze écht op de maan zijn geweest?

Coos op Reis: MURCIA

Ik word wakker met getik in mijn oren. Wat hóór ik toch? Het zijn grote dikke druppels water. Ze vallen op het zeiltje dat de BBQ droog houdt. Het regent!  Gekkenwerk. This is Spain, man! (Coos van der Spek vervolgt zijn verhalen, hier nummer 12 in de serie Coos op reis.)

Maar…..tegen de tijd dat ik al mijn standaard-thuis-dingetjes-in-volgorde heb gedaan en naar buiten stap, is het droog. Het is windstil en achter de wolken zie ik een waterig zonnetje.

Het leven is echt een stuk mooier als je, na je ontbijt en terwijl je blikken over zee dwalen, via de promenade naar je bushalte wandelt. Dat is absoluut níet te vergelijken met ’s morgensvroeg met z’n allen via  de A2 naar Amsterdam sukkelen. Om maar eens een naar voorbeeld te noemen. Jeetje, als ik iets niet mis, dan is het dat wel.

Herinner je je de fraaie muurtekening van eergisteren nog? Kijk, hij is hier noges. De regen van vanmorgen zorgt voor grote plassen op de weg. De Spanjaarden rijden er als gekken doorheen. Zit ik wel veilig in mijn bushokje, op weg naar Murcia?, vraag ik mij af.

De bus naar Murcia is van een andere busmaatschappij dan die van de keren ervoor. Deze rijdt wel op tijd. Maar, in tegenstelling tot de bus van eergisteren, heeft deze géén 220-volt stopcontacten, geen Windows-besturingssysteem voorin en beeldschermen in de hoofdsteunen waar je je eigen films via USB vanaf je smartphone kunt afspelen. Jullie dachten toch niet dat Spanje nog een bananenrepubliek was, hè?

De bus stopt bij een volgende halte.

Een gesluierde zwangere vrouw stapt met twee jonge kinderen in. Terwijl de vrouw haar geld opbergt, schakelt de buschauffeur in en trekt vast op… Lekker klantvriendelijk. De vrouw pakt zichzelf snel vast aan een paal en kan haar dochter nog net aan de punt van haar jasje grijpen, maar het jochie komt als een golfballetje door het gangpad aan stuiteren. Armen en benen alle kanten op. Ik schiet in de lach maar steek ook gelijk mijn arm uit en vang hem als Eddie PG op. Grote donkere ogen kijken mij stomverbaasd aan. Ik krijg een brede glimlach met veel witte tanden van zijn moeder. Wát een mooie dag.

Er is in deze omgeving veel landbouw. De landbouwwerktuigen hebben de wegen modderig gemaakt. Zelfs de buschauffeur schakelt terug voor de bochten en gaat er voorzichtig doorheen. Hij is vast niet bang dat zijn bus vies wordt, denk ik, het moet hier gewoon spekglad zijn.

De stad Murcia is rond 800 ontstaan. Er wonen een kleine half miljoen mensen.

Google Maps op mijn iPhone stuurt mij feilloos naar het centrum van de stad.

 

Daar geniet ik, op het grote plein voor de kathedraal, een poos van een abstracte, kunstzinnige expressie van een grote groep enthousiaste jonge mensen. Ik ontcijfer dat 8 maart de dag van de  internationale strijd voor de vrouwenrechten is. Dolle Mina’s heette dat in mijn tijd. Ik vind het allemaal prachtig en allemaal best, ze maken mij hier de pis niet lauw.

Trommels begeleiden de expressie en er is een enorme menigte op de been. Het is erg leuk om te zien wat ze uitbeelden en ik geniet volop.

Op zoek naar een lunchplek in de zon kom ik aan tafel met een stel van mijn leeftijd uit Limburg. Errug jonge goden dus. Zij zit in een elektrische rolstoel en ze zijn al vier weken met hun camper onderweg. Eind april terug in Nederland. Hoezo, beperkingen? Doen en gáán! We eten met z’n drietjes, wisselen kennis en ervaringen uit, het is erg gezellig en het is prachtig weer. Wat moet een mens nog meer?

GoogleMaps brengt mij naar de mooie plekken van Murcia. De stad moet een mengelmoes van Arabische, Joodse en Christelijke culturen zijn. Dat gaat samen met een rijk verleden. Maar dat ademt de stad voor mij niet echt uit. Ik zie natuurlijk wel pracht en praal in de kathedraal. Verrek,  dat rijmt. Het meeste is trouwens geroofd in het verleden.

En ik zie best mooie gebouwen.

Maar toch… Er is bijvoorbeeld slechts een beperkt voetgangersgebied. De auto’s, scooters, vrachtauto’s en bussen razen door de overige straten van de stad.

De stank van de stokoude diesels blijft lang hangen in de straten met hun hoge woongebouwen van zomaar 15 verdiepingen hoog.

Murcia? Mwah. Ik ben er geweest.
Ik hoef er niet persé noges heen.

 

Ik pak de bus van 18:00 uur terug. Na 70 minuten hobbelen ben ik weer waar ik de dag begon. Ik  loop langs zee terug. Er staat 17 kilometer op de schoenenteller. Best een relaxed dagje. Ik ga straks een plan voor morgen verzinnen.

Coos op Reis: SEARCH AND DESTROY

We volgen de avonturen van Coos van der Spek.

Bij het ontbijt begint zijn volgende verhaal in onze serie “Coos op Reis”. We rijden drie maanden met hem mee door Zuid-Europa.

Strálend weer. Joepie! Ik ben hélemaal opgewonden. En het is pas 09:15 uur!

Met een grote grijns rollen mijn dikke 1200cc twee-cilinder BMW GS Adventure Liquid Cooled en ik samen naar mijn ontbijt, hier aan het einde van de straat in Los Alcázares in Spanje. Ik strijk neer bij een leeg tafeltje en geniet op een door de zon verschoten roodplastic stoeltje van het zonnetje.

De ober brengt mijn café Americano en zet met een zwaai een héél gróót glas bier op de tafel bij een Duitser naast mij. Het is 09:20 uur…

Ik ben nog niet van mijn bier-verbazing bekomen als de Engelse mijnheer verderop een brandy bestelt. Pfff….

Nou, díe twee gaan vast niet lekker motorrijden vandaag, grijns ik. Na mijn ontbijt wens ik die twee alcoholisten een fijne dag en vertrek voor mijn rondrit in de omgeving.

De route van vandaag loopt via Casas Nuevas, gedeeltelijk óm en dóór het regionale park Humedal del Ajuaque y Rambla Salada. In één keer goed getypt. Olé. Het is een superroute om lekker relaxed te rijden, een beetje rond te kijken en gewoon wat te genieten. Het is een prachtig gebied, maar het asfalt is ruk. De héle dag trouwens. Ik maak met dit droge weer zelfs twee uitstapjes aan de achterkant. En ik heb aan extra gewicht bijna niks bij mij, want mijn reserve onderbroekies liggen allemaal opgevouwen in mijn appartement.

Als ik met mijn motorclub www.elbacon.nl op pad ga, dan houden we ons strikt aan de route. Maar nú, in mijn uppie, hóeft dat niet… Ik sla gewoon af en toe spontaan eens een weg in.

Eén zo’n weg brengt mij bij hardwerkende sinaasappelplukkers. Ik stop voor een praatje. Ze zijn blij met mijn onderbreking en met wat afleiding van het saaie werk. Een uit de kluiten gewassen Afrikaanse man vraagt of hij mee achterop mag. Ja, hoor, héb ik weer…. De patron vindt het allemaal wel leuk, maar kijkt ook zuinig op zijn horloge, dus ik vervolg mijn weg.

Ik rij genietend tussen de vele sinaasappel- en citroenboomgaarden door. Grappig, die dingen horen in zakkies in de schappen bij Albert Heijn in Woerden en nou rij ik er met mijn BMW langs, bedenk ik mij. Ik kan mij zo vaak dan op een kinderlijke manier over dit soort zaken verbazen.

Alles wat we thuis eten, groeit hier gewoon aan de kant van de weg. Zo kan ik mij ook verbazen over de verkoop van de enorme stapels vis in de Spaanse supermarkten. Wáár komen al die vissies in hemelsnaam allemaal vandaan? En er zijn zóveel supermarkten in de héle wereld…

Ik sta in een wat grotere en drukkere plaats, als een gehelmde kasteelheer in zijn metalen maliënkolder óp zijn kasteel, vooraan bij een stoplicht. In mijn spiegels wringt een jonge vrouw op een scooter zich tussen de auto’s door naar voren. Zij eindigt pal naast mij, kijkt opzij en glimlacht. Zij heeft een kort rokje aan en, óf verbeeld ik mij dat nou, een doorkijkblouse. Zij heeft donkere ogen, donker haar en haar lippen zijn felrood gestift. Ik krijg het Spaans benauwd. Potver, bij mij wil natuurlijk alleen zo’n hele grote kerel achterop…

Twintig kilometer verderop staat aan de linkerkant van de weg een kudde schapen. Ik stuur de Beamer de weg af en rij voorzichtig richting de schapen voor een fotomoment. Er komen gelijk twee honden op mij af. Eentje op een sukkeldrafje die goedmoedig whoehoefff zegt, maar het zelf eigenlijk allemaal niet meer zo gelooft. Hij is aan zijn pensioen toe. Heel herkenbaar… Hond Twee is echter nét in dienst en heeft nog héél wat te bewijzen. Zijn poten raken nauwelijks de grond en achter zijn lijf ontstaat een turbulente draaiing van lucht en stof als hij op topsnelheid als een Shrike-raket récht op mij, zijn indringer, af stormt. Search and Destroy staan, samen met mijn coördinaten, in zijn reptielenbrein geëtst.

Vanaf mijn kinderjaren waren bij ons flinke herdershonden in huis. Hollandse herders, Belgische herders en Duitse herders. Mijn vader trainde ze als verdedigingshond en haalde er diploma’s mee. Ik ben niet bang voor honden, hoor. Als ze maar groot genoeg zijn om mee te vechten. Dan vreet ik ze op. Maar deze aanstormende hond is zo’n tussenmaatje. Geen tafel én geen servet. Maar wél twee rijen blinkende tanden. Dat mooie nieuwe mes van mij is te ver weg én zit onhandig ingepakt in mijn tas en op mijn motor. Alhoewel, motor, onhandig…

Dus geef ik een vreselijke dot gas en dender, met drie koplampen aan, récht op Hond Twee af. We zijn als ridders met lange lansen in een steekspel. Het recht van de sterkste en de grootste. En de meeste moed. Hond Twee gooit zijn anker uit en zet alle vier zijn poten schrap. De hond is geen merkhond. Het is een bastaard en heeft van huis uit geen ABS meegekregen. Zijn achterkant schiet weg en hij komt als een honkbalspeler, op weg naar zijn home, met zijn achterlichaam naar voren tot stilstand. Hij bijt in het stof. Hij is verslagen. Hond Twee druipt af. En dan blijkt ook gelijk definitief de hiërarchie bepaald te zijn. Ik kan rustig wat plaatjes van zijn schaapies schieten.

Kort in de middag stop ik in een dorp bij een kruideniertje voor een broodje. Ik organiseer met handen en voeten bij moeder en dochter iets eetbaars bij elkaar. Moeder komt met mijn 1.95 meter ongeveer tot mijn navel. Ik reken twee euro af en krijg van dochter gratis twee sinaasappels mee. Wat leuk, hè. Maak een praatje met mensen en je zíet mensen. Én ze zien jou. Overigens kost een kilo sinaasappels daar 35 cent. Heel ander prijsnivo dan bij Albert Heijn…

Ik spoel bij de plaatselijke benzinepomp de eventuele pekel, wellicht opgelopen in de omgeving van Barcelona, van mijn motor. Zij is weer schoon en fruitig.

Onderweg doe ik nog even een wedstrijdje ‘wie heeft de grootste’, maar dat verlies ik echt hoor, ondanks mijn 1.95 meter…

Om 16:00 uur verschijnt er 21 graden op mijn dashboard. Een nieuw record. De lente is begonnen.

Als laatste nog even over herdershonden. Kijk eens wie er, héél relaxed, met zijn gitaar en mondharmonica, hier in het centrum, waar ik elke avond eet, een práchtige ouwe rockballad zit te spelen.

Het is zó móói en ik word er zó blij en vrolijk van. En kijk die grote herdershonden als makke schaapjes naast hem liggen. Ik geef de muzikant wat geld. Dat kan makkelijk, want gelukkig heb ik géén Belgisch pensioentje…

Het was een tóffe dag. Een culturele trip naar een stad is mooi, een wandeling door de natuur is super, máár….motorrijden is en blijft…..gewéldig….en ontroerend! Eén met de natuur, de geurtjes onderweg, het horen en voelen van je omgeving, de zon, de wind, de techniek, het sturen, het geronk van je motor, het donderen en trillen van het blok, het swingen in de bochten, gas geven, schakelen, remmen en gelijk die achterlijke gladiolen in die koekblikken in de gaten houden.

Machtig, man!