DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL
We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:
Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.
Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.
De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…
Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.
Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.
Nou, mooi wat geleerd?
Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.
Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…
Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.
Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!
Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!
Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.
DE KAMPWINKEL
Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.
De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.
Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.
Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.
En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.
En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.
Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…
Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…
Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…
Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!
O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf:












