Tagarchief: Stories from abroad

Gannet Design en motorfietsen

GANNET Design in Zwitserland maakt motorfiets-, automobiel- en productontwerpen voor zowel zakelijke als particuliere klanten.  Ze ontwikkelen ontwerpconcepten, schetsen, illustraties voor diegenen die op zoek zijn naar een ontwerp op maat, en ze bouwen zelf ook custom motorfietsen.

Hun ontwerpen voor lifestyle- en luxeproducten, ook buiten de motorwereld, hebben eigenlijk altijd te maken met snelheid, precisie, techniek en vakmanschap.

Het is hun missie om altijd de merkstrategieën van de leverancier te blijven volgen en daar hun eigen unieke ideeën aan mee te geven.

Wil je een kijkje nemen? Ga naar //www.gannetdesign.com

Fotomateriaal: screenprints van de website van Gannet Design.


 

Itchy Boots bezoekt Inca Tempel op de motor

In aflevering 11 reist Noraly nog steeds op haar off-road Honda, genaamd Alaska, door Ecuador. Ze krijgt een rondleiding door een Inca tempel, Ingapirca. Om er te komen rijdt ze op haar motorfiets door de prachtigste uitzichten. Kijk en geniet. Haar enthousiasme is aanstekelijk. Ze neemt je mee in haar verhaal, alsof je er zelf bent.

 

 

Itchy Boots op de Chimborazo vulkaan

Nadat Noraly in deze aflevering 10 voldoende verse etenswaren heeft ingeslagen op de markt vertrekt ze voor een motorrit naar de Chimborazo vulkaan. Op de top van deze vulkaan ben je het verste verwijderd van het middelpunt van onze aardbol. Dit komt omdat onze aarde niet helemaal rond is en dikker rond de evenaar. De hoogte van de vulkaan zelf is 4400 meter, de weg is af en toe onbegaanbaar en de uitzichten zijn overweldigend, als de wolken niet in de weg hangen. Haar motorfiets wordt er weer aan herinnerd dat ze niets voor niets als off-road machine is gemaakt. Bij de vulkaan heeft ze prachtige drone-beelden gemaakt.

De KJ Henderson uit 1930

Zien we net dit prachtige plaatje. De KJ Henderson. De Rolls Royce onder de motoren. Heel even dachten we aan een concept model van een nieuwe elektrisch aangedreven motorfiets.

Blijkt dat deze prachtige motor al gebouwd is in 1930.
Meer lezen: ga naar //nl.wikipedia.org/wiki/Henderson_(motorfiets)
Of check het filmpje via

Het verhaal van Harley Davidson

We volgen vanuit de redactie uiteraard de beste YouTube kanalen over diverse merken motorfietsen vanuit de hele wereld. De juweeltjes proberen we eruit te halen en te delen met jou. Vandaag tonen we je graag deze documentaire over het merk Harley Davidson. Een stuk Amerikaanse geschiedenis. Life-style, merkentrouw en passie. Alles komt aan bod. Via Tripp On Two Wheels. Een prachtige film.

Motorrijders in de gezondheidszorg in Afrika

Al meer dan dertig jaar werkt er een prachtige organisatie in vijf Afrikaanse landen. Met de enorme goodwill van de motorgemeenschap wordt er voor gezorgd dat de gezondheidszorg de mensen in de armste en meest afgelegen delen van Afrika bereikt. Ze deden ons op de redactie denken aan de vroegere serie Flying Doctors, die dit met vliegtuigen in Australië doen.

Two Wheels for Life, de officiële liefdadigheidsorganisatie van motorracen, organiseert veilingen en evenementen met de hulp van de rijders en teams van MotoGP™. De programma’s die men ondersteunt zijn actief in vijf Afrikaanse landen;  Gambia, Nigeria, Malawi, Liberia en Lesotho.  Unieke systemen, geleverd door zusterorganisatie Riders for Health (Riders), zorgen ervoor dat motorfietsen en andere voertuigen dag in dag uit betrouwbaar blijven rijden.

Riders for Health, supported by Two Wheels for Life in the UK, in Lesotho, Africa January 2020. Images by Tom Oldham

Op deze manier kunnen gezondheidswerkers op betrouwbare wijze naar dorpen gaan om voor baby’s, kinderen en ouderen te zorgen, en de testresultaten kunnen naar laboratoria worden gebracht en snel worden teruggestuurd voor een snelle diagnose van ziekten.

Motorrijders en motorfans weten dat motorfietsen ongelooflijke machines zijn. Ze brengen mensen samen, ze zijn leuk om te rijden en te racen, en ze zijn ook het enige voertuig dat zorg kan leveren aan enkele van de meest afgelegen gemeenschappen in Afrika.

Wil je meer lezen over deze prachtige organisatie?

Ga naar //www.twowheelsforlife.org/about-us/

Coos op Reis: slapen, bij een andere vrouw

Het is 8 mei vandaag, prachtig weer en een strakblauwe hemel.

(Redactie: het was 8 mei toen Coos dit artikel schreef, nummer 70 in onze serie Coos op Reis, we publiceren later….  in het volgende motorverhaal komt Coos weer thuis.)

We hebben vannacht samen lekker dichies-bij-dichies geslapen en rijden kort na tienen weg. Dat is een mooie tijd. Ik heb vakantie, hè! Dus geen gehaast. Ik hoef niet naar mijn werk of zo. En er zit vandaag nog niemand op mij te wachten.  Het wordt een warme dag, dat voel ik nu al.

Waar heb ik al dit mooie weer toch aan verdiend? Ik heb in alle landen alle regels en geboden aan mijn grote motorlaarzen (maat 46) gelapt. Te hard gereden, foutief ingehaald, voorrang genomen, over de doorgetrokken streep geraced, door donker oranje gereden, kutbrommertjes klem gereden, ouwe vrouwtjes laten schrikken, tegen het verkeer in gemanoeuvreerd, verkeerd geparkeerd, teveel in de zon geweest, teveel gelopen, hard kut geroepen als ik struikelde, teveel gegeten, gedronken en noem maar op. En toch blijft elke dag dat mooie weer maar komen. Misschien hebben ze mijn misdaden gewoon niet gezien…. Ik ben ook niet zo’n opvallend type, nu ik er eens goed over nadenk.

Ik zie op mijn Garmin-navigatiesysteem dat ik nog circa 700 kilometer van huis ben. Dat is een mooi stukkie om in tweeën te delen en lekker nog wat binnendoor te prutsen.

Dat toeristisch rijden bevalt mij erg goed, overigens. Dat wordt straks met de ritten van de motorclub weer even omschakelen. Dan zien we alleen maar asfalt, links en rechts een waas van bomen en kijken we alleen maar naar de strepen op de weg. Anders vliegen we de bocht uit.

Ik laad een oude route van een paar jaar terug en ga op pad richting Bollendorf in Duitsland, vlak bij de grens met Luxemburg.

Het is 17 graden en das net nog een tikje fris met alleen een piepdun shirtje onder mijn motorjas. Mwah, het is maar 80 kilometer Autobahn, dus ik neem de gok. Het valt mee.

Op de Autobahn waarschuwen borden voor een hellingspercentage van 6% gedurende 4 kilometer. Snelheidscamera’s zorgen ervoor dat de auto’s zich aan de snelheid houden.

Ik begin de daling op 775 meter hoogte. Ik denk aan Peter Hermens. Hij zou vlot uitrekenen hoe hoog ik over 4 kilometer nog ben met 6% daling.
Tja, en dát komt dan weer door het kerstdiner met de familie en Peter, vele jaren terug…

Janny en ik namen het reeds klaargemaakte eten in een plastic kratje mee naar de familie bij ma in Zwijndrecht. Omdat het buiten toch net zo koud was als in de koelkast, plaatste ik het kratje op het terras in de tuin. Toen het tijd was voor het diner, kwamen we erachter dat ook de rode wijn nog in het koude kratje stond. In vier graden dus. Geen paniek. Peter checkte het maximale wattage van de magnetron, de inhoud van de flessen, de buitentemperatuur, stelde de gewenste temperatuur van de rode wijn vast en berekende uit het hoofd het aantal minuten dat de flessen in de magnetron moesten. En … de wijn was super!

Nou, ik ben een gewone boerenlul en ik zie pas na 4 kilometer hoe hoog het hier is. En nog belangrijker: het is hier gelijk 23 graden! Dat zou zelfs Peter niet weten. Whoeiii….!

Een Poolse vrachtauto is duidelijk niet gewend om in de bergen te rijden. Ik ruik dat hij zijn remmen aan het verbranden is. Gauw er achter vandaan. Na een klein uur mag ik de Autobahn af en kan ik lekker binnendoor rijden. Het feest gaat weer beginnen.

Ik meander kilometers lang mee met een prachtig authentiek regenwaterriviertje dat zich heel lang geleden in de kleigrond een weg heeft gebaand. Erg bijzonder voor mij, ik blijf er maar naar kijken. Zo mooi en ik kan daar zoveel fantasieën over hebben, jôh. Hoe oud zou dat riviertje nou zijn? En wat en wie heeft dat riviertje allemaal gezien? Wie is er in verdronken?

En ik blijf maar blij en gelukkig van al dat mooie groen. Ik maak foto’s aan de doorgaande weg en zwaai luchtig naar een Duitse motorrijder. Hij komt prompt terug om te vragen of alles in orde is en of ik hulp nodig heb. Weet hij veel dat ik zijn groene bomen zo mooi vind. Haha.

Motorrijders onder elkaar. Het blijft uniek. Toen ik in 1970 ging motorrijden, waren er minder dan 30.000 motorrijders in Nederland.

Nu meer dan een half miljoen. Maar het sfeertje blijft. Ongeveer dan.

Ik rij op de Weinstrasse van Stromberg en stop omdat het stoplicht op een kruising op rood gaat. Ik gluur een beetje gedachteloos om mij heen en check na een halve minuut het stoplicht. Verrek, alle stoplichten zijn plots uit! Huh? Ik ben even de weg volledig kwijt. Waarom sta ik hier eigenlijk? Nou, ze zijn hier gewoon klaar vandaag met kleur geven. Of zo. Ik geef een poep gas en speer er vandoor. Gekkenhuis.

Bij Knielingen steek ik de Rijn over. En daar besluit ik dat ik honger heb. Kort daarna dender ik een dorpje in.

Ik koop een broodje en wat fruit …

Fruit koop je immers gewoon bij de bakker.

 

Ondertussen zie ik dat het 28 graden is. Man, wat ben ik blij met mijn textielen doorwaaihandschoenen van Rukka. Koele handen houden je hoofd koel.

Ergens onderweg halen ze sjalotjes uit de grond. Ik ruik ze eerder, dan dat ik ze zie. Mmmmm….! Net een Franse groentewinkel. Tientallen mensen staan gebukt hun zware werk te doen.

Bij Neustadt an der Weinstrasse doemen in de verte de bergen op. Op de voorgrond de verse druivenranken voor de wijn van dit komende wijnjaar.

Het is nu 29 graden. Verderop is de weg afgezet vanwege een ongeluk met een bus. Gewoon midden in de polder. Hoe kan dat nou? Ik zie weer politie en ambulance staan. En na een paar minuten landt zelfs de traumahelicopter. Narigheid op het platte land. Snel er vandoor.

Ik kom in de bergen en rijd door een prachtig bos. In de schaduw is het heerlijk koel. De zon brandt het hars uit de naaldbomen. Ik ruik het. Van dat bos hebben ze sinds kort een natuurpark gemaakt. Op zaterdag en zondag is het verboden voor motorrijders.

Ook de weg naar Johanniskreuz is in het weekend afgesloten voor motoren. Logisch, want de weg kronkelt heel spannend als een slang door het gifgroene landschap. Dus maatjes, wijzig de route voor over drie weken. Dit is een topper om te rijden!

Ik ben het zat na de vijfde omleiding. Het is ondertussen tegen half zes en de avondspits is lekker op gang. Het is druk en warm en ik rijd door een woud van stoplichten. Ik erger mij aan die braveriken die 26 km rijden waar je 30 km mag. Grrrr…!

De laatste 130 km neem ik de snelweg. Veel sneller en koeler. En je mist Saarbrücken. Het is erg leuk om elke keer op jacht te gaan naar een slaapplek. En een bed te schieten. Spannend. Mannen zijn jagers. Dat is toch de natuur, hè?

Vandaag slaap ik in een Landhotel. Landhaus Oesen. Maar het is gewoon kamernummer 2 bij een oude mevrouw in een huis bij Bollendorf. Leuk en rustig. 40 euro met ontbijt en balkon met uitzicht. En gelukkig is het password van de WiFi niet zo lang : 7922382771669327. Zij kent het uit haar hoofd.

Ik dacht vanmorgen: ik schrijf vandaag een kort verhaal. Kunnen we zachtjes afkicken. Das niet gelukt. Wel minder foto’s. Maar dat komt omdat ik 450 kilometer moest overbruggen vandaag.

Pittig dagje! Pffff….

EN VANNACHT … SLAAP IK ZELFS BIJ EEN ANDERE VROUW….

Ik vertel Janny dat ik een oude mevrouw vond die een mooi pension bestiert. En hoe oud is die mevrouw?, vraagt Janny. Ik stuur haar een foto als bevestiging…

Maarruh …. is zij het wel…?

Coos op Reis: WAT STAAN ER WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S

Het is vandaag 6 mei. (Als Coos dit schrijft, redactie.) De zon schijnt uitbundig. Het is strakblauw en al lekker warm.

We lezen verhaal nummer 68 in de serie “Coos op Reis.” Nog een paar reisverhalen en Coos is weer thuis.

Het hotel in Völsch serveert heerlijke donkerbruine boterhammen en bruine broodjes bij het ontbijt. Gelukkig eindelijk eens geen witte broodjes. Super. En vers gesneden ham en kaas en zelfgemaakte jam. En maar liefst twee eitjes! Twee! Zou ze weten dat ik weer naar huis aan het rijden ben? En tijdens het uitgebreide ontbijt gratis uitzicht op de kale bergen in de verte. Wat een verwennerij.

Ik haal mijn motor uit de Tiefgarage van het hotel. Zij heeft lekker warm en droog de nacht doorgebracht. Ik rijd even zonder helm om het hotel want dan hoef ik de zooi wat minder ver te sjouwen.

Met de reclameslogan ‘Helm op, daar kun je mee thuis komen’ werd in juni 1972 het dragen van een helm op een motorfiets in Nederland verplicht. Daarvoor hoefde het niet.

Ik kocht mijn eerste motor reeds in 1970, maar we hebben nooit zonder helm gereden. Janny wilde het eigenlijk niet, maar ze moest er aan geloven. Ze mocht wel haar hotpants en haar knielange laarzen met plateauzolen aanhouden. Stom achteraf, maar wel errug leuk als je 18 jaar bent….

In de schaduw van het smalle straatje bij de ingang zadel ik alles op de rug van mijn BMW.

Vandaag rijd ik een route die ik jaren terug al eens ontwierp. De route gaat via Bolzano over een aantal beroemde passen naar Oostenrijk.

Maar eerst nog even een blik werpen op het kantoortje van de 88-jarige eigenaresse. Zij is net zo oud als mijn lieve moedertje. De computer staat er vast alleen voor de sier. Zij schrijft mijn rekening nog met de hand en telt de bedragen vervolgens uit het hoofd op met de snelheid van een zakjapanner. De tijd staat hier gewoon al jaren stil. En waarom niet? Wat is er mis mee? Helemaal niks, hoor.

Het is onderweg echt genieten van de vele paardenbloemen. Hele velden vol. Het contrast en het kleurenspel tussen de gele velden, de blauwe luchten en de witte besneeuwde bergen is fenomenaal. En ik kan alles zo goed ruiken! De lucht is schoon en zuurstofrijk. Het is super om hier te zijn en mee te maken. Wat een mooi land.

De route pakt een randje van Bolzano mee en slingert al snel via frisse, donkere tunnels naar het noorden. Links en rechts hoor en zie ik het wilde, steenkoude bergwater bulderen. Ik voel de koelte van het water door mijn dunne pak, dat vandaag maar uit één laag bestaat.

Ik begin de klim naar Penser Joch. De pas is ruim 2200 meter hoog en vormt de verbinding tussen het Sarntal ten noorden van de provinciehoofdstad Bozen en het Wipptal bij Sterzing. Het asfalt is droog en de kwaliteit is goed. Ik ga lekker. Het is mooi weer. Ik zit goed en scherp op de motor. Ik neem heerlijke lange doorlopers, maar ook scherpe, venijnige bochten. Het motormanagement staat inmiddels op dynamic en ik draai al stijgend het gas steeds vol open na het passeren van de apex. Wat een power! De dikke tweecilinders, elke 600 cc, stampen naar boven en naar beneden en zetten via allerlei ingenieuze assen hun enorme krachten om naar het rubber van het achterwiel. Het gaat super en het geeft een fantastisch gevoel.

Na de pas slingert de weg weer naar beneden. Lekker om daar weer even op te warmen. Het is er 24 graden.

En dan gaan we weer omhoog. Nu nemen we de Jaufenpass. Die is bijna 2200 meter hoog. De
zon schijnt nog steeds, maar in de wind is het fris.

Ik bestel op de top een koffie en een klein taartje. Nou ja, klein…. Ik zie Oostenrijkse motorrijders daar een halve liter Hefenweissen naar binnen tikken.

Ze blijven daar vannacht vast niet slapen. Holladiee!

Vervolgens draai ik fluitend en verwachtingsvol naar het Timmelsjoch. Deze pas ligt op ruim 2500 meter hoogte en staat bekend om haar fraaie wegen en schitterende vergezichten. Maar … die is helaas afgesloten. Wat een teleurstelling. Ik vertrouwde volledig op de traffic-info van mijn navigatiesysteem die de informatie rechtstreeks van het internet haalt. Maar dat blijkt een enorme misser van mij.

Ik moet rechtsomdraaien, helemaal terugrijden naar Vipiteno en dus nogmaals over de Jaufenpass. Op zichzelf geen echte straf want zo’n pas ziet er vanaf de andere kant weer heel anders uit. Maar toch gooit het danig mijn reisschema van deze dag in de war.

Mijn motormaatjes rijden over een paar weken dezelfde route. Hen adviseer ik om vóór vertrek van Seiser Alm op Timmelsjoch.com te checken of de pas die dag ook echt open is. Die dag heeft al een zwaar programma (450 km) en je kunt in dat geval beter maar gelijk over de oude Brenner gaan.

Ik ga snel op pad. Met de vlam in mijn pijp via de Brennerpas met mijn dertigtonner motor, ver van huis maar beter in mijn sas dan in Amsterdam bij DAS, zing ik in mijn potje. Op richting Innsbruck. Ik kies voor de oude Brennerpas, immers de Brennertunnel met tol is voor Sissies, campers en caravans met de Libelle of de grote ANWB-gids levensgevaarlijk op de hoedenplank. Nietwaar? Jôh, ik maak er gewoon een enerverende middag van. Wat maakt het uit?

De met groen aangegeven weg markeert op het kaartje het rechtsomdraaien en mijn omweg. Aan het einde van de dag gooi ik de handdoek in de ring. Op een camping, in de buurt van Innsbruck en vlakbij Natters en Mutters, vertellen zij mij luchtig dat één overnachting € 128,- kost.

Rudi Carrell liep ooit in één van zijn shows rond met vijftig ballonnen aan een touwtje. ‘Ballon te koop, ballon te koop’, riep hij hard. Hij vroeg één miljoen gulden voor één ballon. Ik hoef er maar één te verkopen, en dan ben ik binnen, was zijn redenatie… Nou, dat schijnen ze bij deze camping ook te denken. Ik zeg ze vriendelijk gedag, start mij motor weer en rijd verder richting het westen.

Rond vijven moet het regenpak aan. Er valt een stevige bui. Na een goed half uur rijden we er onder uit en kan het pak weer uit.

Het is nog wel ff puzzelen voor een goed hotel. Ik wil immers wel weer richting de oorspronkelijke route. Ik vind onderweg twee hotels, maar die zijn allebei dicht op zondag. Logisch, hoor. Wie wil er nou op zondag slapen? Of iets eten? Ik snap dat best… En in het derde hotel staan grote asbakken op tafel en zit iedereen te roken. Het is helemaal blauw binnen. Ik ben blij dat het weer wat beter met de pollen en mijn ogen gaat en ren snel naar buiten. Roken! Jôh, het is geen 1960 meer.

En plots heb ik geluk.

Een mooi hotel met een mooie kamer bij Hotel Jäger in Telfs voor 55 euro inclusief ontbijt.

Ik ben weer het ventje. Prima zo.

Morgen rijd ik de pas bij Reutte over naar Duitsland. Dan vervolg ik mijn weg deels door het Zwarte Woud en dan verder noordwaarts.

WAT STAAN ER TOCH WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S…..

“Hoe komt het toch dat er steeds zo weinig mensen op jouw foto’s staan?”, wordt mij gevraagd.

Dat klopt! Overbodige mensen probeer ik altijd te vermijden. Ik wacht vaak even tot iedereen opgehoepeld is. En helemaal als ze erg opvallende kleding dragen. Motorrijders met gele jassen of gele helmen. Brrrr…. ze verpieteren mijn foto.

OK, dus weinig mensen op de foto. Waarom? Dat komt door mijn schoonmoeder! Jammer genoeg is het lieve mens een paar jaar terug overleden, anders hadden we er samen nog eens hartelijk om kunnen lachen.

Wat gebeurde er namelijk altijd? Dan kwamen Janny en ik na de vakantie thuis met alle verhalen en foto’s uit een ver land. Vervolgens toonde ik trots de prachtigste foto’s van bergen en bruggen en gebouwen. Tja, en op die foto’s stonden soms andere toeristen. En dan vroeg ze altijd: ‘En wie zijn dat, Coos?’.

Hahaha. Mooi, hè? Dus dat gaat mij niet meer gebeuren… Proost!

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.

Coos op Reis: APPELTJE-EITJE

Op het moment dat ik dit schrijf is het 27 april. Voorjaar. Strakblauw.

Het belooft een prachtige dag te worden.

De lezers mogen weer met Coos op Reis, in deze 59e aflevering.

Ik pak snel mijn spullen bij elkaar, vul mijn drie grote blikken koektrommels met mijn zooi en sjor de rest in tassen en zakken met spinnen en bandjes vast. Bij de receptie claxoneer ik met mijn extra luide claxon, de Stebel Wolo Very Loud Black Twin. Wereldding om slapende weggebruikers wakker te schudden. Ik zwaai en pruttel de poort uit.

Ik rijd ongeveer dwars door Rome. Er zijn veel stoplichten en het verkeer is hectisch. En vreselijk bandeloos. Dít is gewoon een bandietenstaat. Niemand trekt zich ergens iets van aan. We gaan als tweewielers met z’n allen constant over de doorgetrokken streep. Eén doorgetrokken streep is géén streep. En bij twee doorgetrokken strepen aarzelen we één seconde en gaan we ook daar overheen. Eén keertje zelfs met z’n allen om een politieauto heen. Buitenom. Die vinden het best. We rijden gewoon soms hele stukken op de baan van het tegemoetkomende verkeer. Die gaan natuurlijk naar rechts opzij. Ruimte maken voor ons. Heel logisch. Haha. Inhalen doen we links en rechts. En werkelijk niemand vertrekt één spier. Er is geen enkele irritatie. Niemand wordt boos. Het fijne is ook dat dít verkeer tweewielers gewend is en er rekening mee houdt. Net als in Frankrijk. In Duitsland had ik voor deze overtredingen mijn motor kunnen inleveren. Pas na zo’n kleine 50 kilometer kan ik de stad echt achter mij laten.

Ik kom op  de Via Appia, één van de oudste wegen van Italië. Die weg bestaat al vanaf 300 voor Christus. Wat een weg is het. En zo oud is dat asfalt ook vast. Het is ondertussen 25 graden en ik ben blij dat de snelheid oploopt en dat ik wat meer rijwind vang. Dat levert overigens wel een verkeersslachtoffer op.

De route loopt via Velletri naar Terracina. Het is maar een saaie weg met veel stoplichten. Daarom verleg ik de route naar Priverno, wat meer in de bergen. En dat is veel leuker rijden. Een poosje later kom ik door het prachtige natuurgebied Parco Naturale dei Monti Aurunci. Het is allemaal (nog) erg groen. De weg loopt door een dal, dus links en rechts liggen de bergen. Het stuk door de bergen is prachtig.

In de loop van de dag ontstaat wat sluierbewolking. Toch zie ik 30 graden op mijn boardcomputer. Pfff..

Bij Mondragone kom ik weer aan de kust. Het blijkt dat deze plaats bekend is van de buffelmozzarella. Dat weet ik vanwege de talloze reclameborden. Ik heb trouwens in de hele omgeving niet één buffel gezien, dus ik heb geen idee waar die mozzarella vandaan komt.

De Italiaanse politie is echt de beste kameraad die je je kunt voorstellen. Op een tweebaansweg plaatsen zij twee keer hele duidelijke aankondigingen dat er verderop een snelheidscontrole gaat plaatsvinden. Dat kan je ook zien aan de tegenliggers die allemaal met hun lichten knipperen. Een paar kilometer verder rijd ik langs een driepoot met een camera in de berm. De politiemannen zitten lekker in de schaduw op een stoeltje de dag door te brengen. Ze verwachten waarschijnlijk een lage score… Iedereen tevreden!

Bij Napels besluit ik om Napels maar Napels te laten. Ik heb vandaag voldoende verkeersdrukte gezien. De toegangswegen zien er druk en vervuild uit. Het stinkt en alle voertuigen zijn gedeukt en geroest. In een buitenwijk kom ik door wat ongure buurten en zie ghetto’s achter hekken. Ik geef een toefje extra gas. Ach, ze kunnen gelukkig bij mij geen deur opentrekken, denk ik maar.

Ik zoek en vind een onderkomen op de camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata in Sorrento.

Nou,
morgen laat ik mijn villa met uitzicht op zee zien…..

APPELTJE-EITJE

Mijn zeer uitgebreide lunch komt natuurlijk nog gratis mee van het ontbijtbuffet. Appeltje-eitje….

Nog even wat plaatjes van deze dag?