Tagarchief: Arnoud Haak

Arnoud Haak, op de motor naar Frankrijk

Arnoud Haak debuteert als schrijver. 


Motorrijders worden vaak afgeschilderd als rauwe mannen in pakken van krakend leer en stinkend naar olie en benzine, maar meestal zit er onder die outfit een klein hartje!

Hij is een fervent motorliefhebber, maar dan met name van de oudere modellen, de motoren op leeftijd. Tourritten maken, maar ook sleutelen zijn inmiddels een passie geworden. Dat levert veel praatstof op, maar ook schitterende avonturen. Hij vertrouwde ze aan het papier toe en op aandringen van vrienden en bekenden heeft Arnoud Haak (39) ze nu gebundeld tot een boek: ‘’Op de motor naar Frankrijk.’’

Zeg het woord: motor en een spreekwoordelijke, niet te stoppen waterval aan verhalen komt er uit zijn mond. Hoe hij met zijn Honda CB750 viercilinder een snelle sportwagen te slim af is op de autobahn of hoe hij samen met zijn dochtertje in de zijspan, eveneens van een respectabele leeftijd, een groep stoere motorrijders van het type ruige kerels met baarden en leren jacks, zover krijgt dat ze hun motoren even aan de kant zetten, zodat de weg vrij is en hij er met zijn span tussendoor kan. Prachtige verhalen, doorspekt met een gezonde dosis humor en cynisme.

Het schrijven is Arnoud niet vreemd. Al op jonge leeftijd mocht hij zijn opstellen voorlezen voor de klas en ook op de middelbare school vielen zijn verhalen in de smaak. Iets anders liep dat met zijn liefde voor de oldtimers. Waar elke scholier op de HAVO droomde van een flitsende scooter of met een kleurrijke Puch of Tomos op school kwam, raakte Arnoud geheel in de ban van een Kreidler. Zo’n gifgroene buikschuiver waarmee de nozems in de vorige eeuw indruk maakten. Dat leverde hem volop kritiek op, maar ook respect zoals te lezen valt in een verhaal. De auteur werd uitgedaagd om zijn bromfiets tegen een boomstam te plaatsen en dan voluit te gaan. Dat konden die scooters immers ook! Niemand die ervan uitging dat zo’n Kreidler met de nodige versnellingen veel meer power kan hebben. Het kunstje leverde een aardig modderpartij op voor de scooteraars, die nadien nooit meer een negatieve opmerking maakten over zijn rijwiel. Het kunstje werkte dus wel.

Motorrijders hebben altijd gesprekstof

De bromfiets heeft nog steeds een prominente plaats in zijn garage, maar daarnaast zijn er de nodige motoren bij gekomen. Voor hem zelf, maar ook voor zijn echtgenote die al net zo verslingerd is aan het motorrijden als hij zelf. Ze trouwden zelfs op de motor! Samen met de twee dochters trekken ze er dikwijls op uit in de twee zijspannen. Zelfs vakanties worden met de motoren gevierd.
Haak is geen snelheidsduivel, hij geniet van het motorrijden en van de omgeving. Elke zondagochtend gaat hij op pad. Alleen of met zijn dochters. ‘’Door het vele rijden, leer je de regio steeds beter kennen en daarbij ook de mooie wegen. Bovendien ontmoet je op deze manier veel motorrijders, we treffen elkaar bij een kop koffie en dan worden er allerlei wetenswaardigheden uitgewisseld. Er is altijd gespreksstof!” Tijdens die ritten maak je eveneens het nodige mee, zoals die keer dat hij een collega motorrijder ‘op sleep’ nam en hem naar zijn huis bracht. Of hoe hij dienst deed als koerier om een offerte bij een klant te brengen. ‘’De hele snelweg stond vast, allemaal files. Door er tussendoor te rijden kon ik de opdracht nog net op tijd naar het kantoor Amsterdam brengen!’’

Met een motor in de lift

Het meest ludieke voorval speelde zich echter af op een flat van vier hoog. Daar had een motorliefhebber met beperkte middelen een motor aangeschaft. Het voertuig was echter gedemonteerd en de onderdelen verdeeld over een aantal kratjes. Vol enthousiasme werd er gewerkt en stond er na enige tijd een prachtige machine te glimmen. Maar toen kwamen de problemen. Hoe krijg je zo’n apparaat naar beneden? Op kostelijke wijze weet de auteur de diverse pogingen te beschrijven om het gevaarte in de lift te krijgen en tot overmaat van ramp ook nog een woedende huismeester ten tonele te voeren.
Arnoud neemt in zijn verhalen de lezer mee in zijn beleving, laat hem genieten van de rit op de motoren en de liefde voor zijn rijwielen. Hoe hij zijn klassiekers door en door kent, zodat hij weet wat hij niet en wat hij wel kan doen. In 25 verhalen maakt de lezer kennis met deze passie.
‘’Motorrijders worden vaak afgeschilderd als rauwe mannen in pakken van krakend leer en stinkend naar olie en benzine, maar meestal zit er onder die outfit een klein hartje!’’

Het boek: “Op de motor naar Frankrijk” is online te bestellen bij: bestelmijnboek.nl. Het kost 17,95 euro. Binnenkort ook verkrijgbaar bij bol.com.

Met dank aan de Bornse Courant.
Tekst Annemarie Haak.

Arnoud Haak: “Die paar liters brandstof zijn heel wat goedkoper dan een psychiater”  

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Arnoud Haak. Tukker in hart en nieren. Geboren in Borne (Overijssel) en na wat omzwervingen daar maar weer neergestreken. In het ‘wilde Westen’ kon ik niet aarden.

Na de nodige baantjes in de ICT beland waarbij ik nu werk voor een softwarebedrijf in Oldenzaal. De liefde voor motoren en techniek zat er bij mij al vroeg in. Echter kon ik daar thuis niet zo veel andere kanten mee op dan technisch lego en mecano. Veel heb ik mezelf maar aan moeten leren. Gelukkig was mijn oom automonteur en wist mijn buurman ook nog het nodige. Vanaf mijn 16e ging het helemaal los en waren we voor alle redding verloren. Ik kan me mijn zenuwachtige moeder nog steeds goed voor de geest halen toen ik voor het eerst met een motor thuis kwam. Dat mijn neef zich even daarvoor met de motor in het ziekenhuis had gereden hielp ook niet echt mee natuurlijk. Daarnaast ben ik bekend van de motorverhaaltjes die ik met regelmaat schrijf. Binnenkort maar eens een bundel uitbrengen.

Arnoud en zijn dochtertje….

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Een Kreidler RMC uit 1977. Het moest een schakelbak worden. Scooters vond ik niks en op een damesbrommer wilde je eigenlijk niet gezien worden. Ik had hem letterlijk van de crossbaan gered en weer opgeknapt. Daarna lag de wereld voor me open. Hele reizen zijn op het ding ondernomen tot Noord Denemarken aan toe. Omdat als student de financiële middelen enigszins beperkt zijn, heeft de aflossing enkele jaren langer op zich moeten laten wachten dan strikt noodzakelijk. Dat betekende overigens niet dat hij weg ging. Hij is er nog steeds.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Een Honda CB750 F2 supersport. Wederom uit 1977, al was dat puur toeval. Ik kon hem voor een prikkie kopen dus dan moet je toehappen. Een vriend van mij heeft hem toen voor me opgehaald uit de Achterhoek. Ik had nog geen rijbewijs. Hij heeft nog een tijdje bij een kennis in Enschede gestaan terwijl ik voor rijlessen aan het sparen was. In het begin ging onze relatie nog wat stroef. Maar nadat ik de oorzaak had gevonden van het elektrische storinkje dat hem plaagde bleek hij onverwoestbaar. Zolang je het oliepeil maar in de smiezen blijft houden. Het was op deze motor dat ik mijn vrouw naar het stadhuis heb gereden.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik rij altijd. Als je op mooi weer wacht sta je veel stil. Al staan de meeste van mijn tweewielers wel op stal in het pekelseizoen. Mijn ST1100 Pan European is mijn trouwe metgezel voor de donkere maanden en als het glad is pak ik de zijspan. In het begin keken ze er nog wel van op. Tegenwoordig staat men perplex als ik een keertje op 4 wielen aan kom. “Is de motor stuk?” is dan de vraag.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Ik zou eerst een grotere schuur moeten kopen, vrees ik. Maar daarna zou ik meteen op zoek gaan naar een mooie Honda CBX. Prachtige machines vind ik dat. En een MV Agusta superamerica. Ook zo’n schoonheid. Een oude Moto Guzzi V7 wil ik ook nog eens. Misschien nog een Honda NR. Of een oude Henderson vier in lijn. Hoe veel was die prijs ook alweer?

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Het politiek correcte antwoord is natuurlijk dat die nog moet komen. Maar ik denk toch de eerste rit met mijn dochter in het zijspan. Er waren uiteraard de nodige drama’s aan vooraf gegaan van papa die ging rijden en dat zij niet mee kon. Uiteindelijk een zijspan gekocht en daarmee leren rijden. Toen kon ze mee. Motorjas en helmpje gekocht en daar gingen we. Beide vuistjes gingen de lucht in. Ze had het voor elkaar gekregen. Ze genoot en papa ook. De enige klacht was dat het te snel voorbij was. Nog steeds gaan we vaak samen rijden. De zijspan wordt ook vaak ingezet om met zieken of gehandicapten een rondje te rijden. Onlangs reed ik nog met een bejaarde dame die zo graag nog een keertje wou rijden. Geweldig om te zien hoe ze in die bak de dag van hun leven hebben.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Ik zou graag een keertje een rondje Engeland, Wales, Schotland, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland willen maken. Ook Ierland en Man staan nog op het verlanglijstje.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Zo snel als ik een nieuwe heb denk ik al weer aan de volgende. Helaas kan ik slecht afscheid nemen van de vorige dus de schuur staat vol ‘oud ijzer’. Het zijn allemaal oude bakken dus ze vreten geen brood. Niet zolang die motor APK er nog niet is.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Veel plezier, mooie momenten en vrijheid. Maar ook afzien, zelfredzaamheid en fysieke ongemakken. Het maakt je wel. Ik heb er mooie vriendschappen aan overgehouden met bijzondere mensen. En mooie verhalen. Die zijn we nu maar aan het opschrijven. Binnenkort maar eens kijken of we er een boek van kunnen maken.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Waarom een motor? Auto’s zijn geweldig maar je mist een stuk beleving. Laat mij maar motorrijden. Dat vind ik het mooiste. Tegen de kou en regen kun je je wel kleden. Gewoon lekker met je kop in de wind, vol in de elementen. Dat maakt mijn hoofd leeg. Na een rit kan ik de dingen ook weer veel beter in het goede perspectief zien. Die paar liters brandstof zijn heel wat goedkoper dan een psychiater.