In februari 2020 publiceerden wij over Eifelhotel Malberg een mooi artikel. Toen was er nog geen vuiltje aan de lucht. Heel wat motorrijders en trouwe lezers van ikzoekeenmotor.nl hebben de afgelopen jaren dit fijne hotel bezocht. Het zou voor iedereen een mooi jaar gaan worden. In maart dit jaar begon de Corona ellende. Wij (redactie@ikzoekeenmotor.nl) vroegen aan Ronald en Gret’l wat de consequenties zijn voor hun droom. Zij schreven ons dit verhaal.
Eifelhotel Malberg – Covid19 en de plannen voor 2021
Inmiddels runnen wij, Ronald en Gret’l, al 5 jaar het Motorhotel “Eifelhotel Malberg”. Even een korte terugblik:
Gestart als “groene” hotelier en kok (niet als ondernemer) hebben wij een goed concept kunnen realiseren voor onze klanten. Zeker 99 % van onze gasten zijn meer dan tevreden en voelen zich bij ons “thuis”, heerlijk op hun gemak. Natuurlijk spelen er zich achter de schermen andere verhalen af…. Wij dachten als ondernemer dat alles in orde was (2016) tot dat er Controle van de brandveiligheid langs kwam! Er moesten extra vluchtwegen komen, branddeuren geïnstalleerd, noodverlichting aangebracht, alarminstallaties geïnstalleerd, rookgasafvoer vensters geplaats worden en ga zo maar door, kostenplaatje werd geschat op € 350.000,00! Tja daar sta je dan als startend ondernemer in een “vreemd” land. Gelukkig mochten we wel openblijven en gasten ontvangen. Inmiddels hebben we (in 2019) alles klaar gekregen en is ons Motorhotel één van de veiligste hotels in de regio.

Vol frisse moed en zonder verbouwingen gingen wij 2020 in, een goed gevulde agenda met mooie vooruitzichten naar de toekomst. Totdat de Covid19 om de hoek kwam kijken. Wij hadden tijdens het opladen van onze batterijen in Gambia wel iets vernomen over een virus, maar ja China dat was ver van ons bed, dus geen zorgen!
In maart kwamen de meldingen dat het Covid19 virus ook in Europe was aangekomen met de nodige gevolgen. Lichte paniek, toch wel. “Shit man”, zei ik tegen mijn vrouw Gret’l, nu kunnen we eindelijk iets verdienen dit jaar en dan komt die klote Covid 19 opduiken! Hotels en restaurants gesloten, ja en dan..? Wat met al je klanten die geboekt en betaald hebben? We namen contact op met enkele collega’s en overlegden wat te doen. Nu heb ik vroeger ook aan crisismanagement gedaan en verschillende bedrijfsproblemen opgelost, dus rustig nadenken en een goede oplossing bieden was de boodschap! Inmiddels hadden wij ook een zeer goede reputatie opgebouwd bij onze klanten en leveranciers en samen komen wij er wel uit.
Zo gezegd zo gedaan, onze klanten uitleg gegeven en een concreet voorstel gemaakt wat in de meeste gevallen, (95%) geen enkele discussie is geweest. Dan merk je pas hoeveel goodwill en waardering je terug krijgt van je klanten! Wie goed doet, goed ontmoet!
De Duitse overheid heeft bij aanvang een kleine financiële vergoeding geschonken. Een BTW verlaging toegepast en ze staan nu ook financieel bij in de maanden, november en december wegens de verplichte sluiting van Hotels en Gastronomie.
Hier in de Süd Eifel (Rheinland-Pfalz) was het constant een groene regio en ons bedrijf mocht vanaf 18 mei 2020 weer worden opengesteld voor onze gasten. Natuurlijk wel onder de strenge Covid19 voorwaarden. Wij hebben alle benodigde maatregelen genomen om onze gasten, onze medewerkers en ons zelf veilig doorheen dit Covid 19 jaar te loodsen. Onze gasten waren op voorhand per e-mail geïnformeerd welke maatregelen er genomen waren en aan welke voorwaarden ze moesten voldoen. Desinfecteren van de handen, afstand houden en een mond/neusmasker dragen.
Groot nieuws! Intussen is Vince de zoon van Gret’l en mijn bonuszoon ons team vanaf juni 2020 komen versterken. Hij heeft inmiddels ook een mooi appartement gevonden in Kyllburg, 5 minuten vanaf ons hotel. Wij zijn blij met deze Nederlandstalige hulp in de bediening, keuken, bar enz.

Ondanks de Covid 19 hebben wij een fantastische zomer achter de rug, met tevreden gasten zonder ook maar één Covid 19 incident te hebben gehad. Dankzij onze goede relaties met onze gasten en onze leveranciers kunnen wij overleven, en zien wij 2021 rooskleurig tegemoet. Tip voor onze collega’s: blijf optimistisch, iedereen zit met hetzelfde probleem. Het is een kwestie tijd en van blijven communiceren met klanten, collega’s en leveranciers!
Zijn er wijziging voor 2021? Zoals het er nu naar uitziet niet, behoudens de voorzorgsmaatregelen die zullen voorlopig wel blijven. Dit is alles naar gelang het virus zich ontwikkelt en hoe de voorschriften zijn voor de deelstaat Rheinland-Pfalz in Duitsland.
Wij wensen iedereen een mooi, veilig en virusvrij 2021!
Team Motorhotel: Ronald, Gret’l, Vince en Anja “Eifelhotel Malberg” The place to Be!
Eifelhotel Malberg
Am Annenberg 23 – 54655 Malberg
Tel. 0049 6563 9608505
E-mail:
info@eifelhotelmalberg.de
We brengen al een tijd verslag uit van de
We hadden gehoord dat er bij Boya Lake een aardige camping was en dat die in een mooi gebied lag. We stopten op de hoek bij de afslag om ons er van te vergewissen dat we de goede kant opgingen.
Vrijwel direct dook er een nieuwsgierige vos op die graag wilde weten wat we dan wel voor eetbaars in die koffers hadden zitten. Hij liet zich ook gewillig fotograferen.
De camping is prachtig. We stonden vlak aan het meer en naast ons stond een Australisch gezinnetje. De man was wel in Canada geboren en zelfs in de buurt. In de avond ging hij wandelen met zijn zoon in een draagstoeltje op zijn rug en vanwege de beren in de omgeving had hij de “bearspray” aan zijn riem vastgemaakt. Bearspray is gewoon traangas overigens. Hij had de veiligheidspin verwijderd zodat het direct gebruiksklaar was.
Een uurtje lopen van de camping was er een beverdam en een “beaver lodge”. We wandelden er heen, maar de bevers waren niet te zien.
Zo’n lodge is best een indrukwekkend bouwwerk. Ze zijn vaak wel 6 meter hoog en hebben een diameter van 2 meter. De ingang zit onder water, je kan ze er dus niet in- en uit zien zwemmen. Het zijn complete flatgebouwen en ze bouwen ze meestal in twee dagen.
Op de terugweg naar de camping zag ik een meter of 10 naast het pad iets zwarts zitten en inderdaad was het een zwarte beer. Hij was druk in de weer met bessen eten en had gelukkig geen belangstelling voor ons. Helaas waren de foto’s niet helemaal scherp, pas later zag ik dat de camera had gefocust op een boompje. Ik had niet echt de tijd genomen, de beer was toch best dichtbij.
Verder rijdend naar het zuiden zagen we een kleine grizzly, vlak langs de weg.
We namen de afslag naar Stewart en Hyder, dat is een enclave die hoort bij Alaska. Het is een ommetje van 130 km. Naar verluid kan je daar de grizzlies zien vissen op zalm. De zalmen waren er inderdaad in overvloed, de grizzlies waren er niet want we hoorden pas naderhand dat die er alleen ’s ochtends vroeg en laat in de avond zijn. Dat vertellen ze je niet als je de entree betaald. We vroegen zelfs of er grizzlies waren die dag.
De rit was wel prachtig en voerde ons langs de Bear Glacier, die heeft blauw ijs.
In 2019 is door de Covid de grens tussen de USA en Canada gesloten en de inwoners van Hyder konden de grens niet over, van maart tot eind oktober. De drie tieners die er wonen konden al die tijd niet naar school, want in Hyder is geen school meer. De school is in Stewart in BC. Nu mogen de inwoners in ieder geval de grens weer over, maar alleen voor boodschappen en school, niet voor sport en bezoek van vrienden of familie. De mensen zitten dus nu al acht maanden vast in hun dorp.
Na de rit over de Dempster Highway verbleven we nog een paar dagen in Dawson City. Na de Dempster Highway waren onze banden aan vervanging toe. Dat zou in Dawson City gebeuren, echter werden er vanuit Whitehorse twee verschillende achterbanden opgestuurd. We reden we daarom maar weer 530 km naar Whitehorse voor een tweede band.
Op de terugweg uit Alaska kwamen we weer langs Whitehorse en zouden we er nog een paar dagen verblijven. Daarover schrijf ik in een volgend hoofdstuk. We reden uit Whitehorse de Alaska Highway op, we kozen nu voor de zuidelijkere route, omdat we niet weer naar Dawson City terug wilden rijden. Het gevolg was wel dat we de jerrycan met reservebenzine niet terug konden geven aan de man in Dawson City. Uiteindelijk is dat toch nog goed gekomen.
Ik had de route zo gepland dat we langs Chicken in Alaska zouden rijden. Niet dat het zo een bijzonder stadje is, maar omdat het de eerste plaats in Alaska was, die een eigen website had en dat terwijl ze niet op het lichtnet waren aangesloten. Daar had ik toevallig eens over gelezen, ik schat al weer zo’n 25 jaar geleden. Door de bijzondere naam had ik het onthouden in het hoekje van mijn brein dat gevuld is met “nutteloze feitjes”. Je kan op
Ook hier was de man in het Visitors Centre een Fries. Een boerenzoon uit Witmarsum. Ondanks dat hij 82 was, werkte hij hier nog dagelijks. Hij had een leuke hobby, het restaureren van oude MG’s. De auto op de foto is van 1958 en wordt elke dag pontificaal als blikvanger voor het Vistors Centre geparkeerd. Hij sprak nog vrij aardig Nederlands, ondanks dat hij als jongetje van 8 hier was aangekomen.
De camping stond vol met grote RV’s van de “Snow Birds” zoals ze de bewoners er van noemen. In de zomer rijden ze naar het noorden en in de winter naar het zuiden, net als de trekvogels. Velen bezitten alleen zo’n RV en hebben geen huis meer, nou ja, dit zijn complete rijdende huizen. Vaak hebben ze nog een gewone auto, of zelfs een truck, mee op een aanhanger. Veel zijn er groter dan een stadsbus. Ze zijn ook van alle gemakken voorzien en nieuw kosten ze drie keer meer dan een gemiddeld huis. De afschrijving is wel indrukwekkend begrepen we van een eigenaar die ook motor reed, daarom hadden zij er een kunnen kopen voor $500.000 onder de nieuwprijs en hij was nog maar twee jaar oud.
Na een nachtje in Beaver Creek gingen we richting Fairbanks. Dat is een saai stuk met naaldbomen aan weerszijden. Het was erg druk in de stad, dat raak je ontwend na een aantal weken in het achterland. We zochten een camping in Fairbanks, zoals die stond aangegeven in de Garmin.
Op de plek waar de camping had moeten zijn, was echter een woonwijk en die stond er echt al wel een tijdje aan de huizen te zien. Grappig was dat er precies op die plek een grote elk rondliep die zich te goed deed aan de struiken in de tuinen.
We vonden wel een wasbox waar de modder van de Dempster Highway van de motoren afgespoeld kon worden. Die plek staat overal aangegeven, omdat daar veel mensen langskomen die via de Dalton Highway naar Prudhoe Bay gereden zijn. Dat is ook een weg, waarvan velen vinden dat je hem gereden moet hebben, net zoals bij ons de Noordkaap. Hij eindigt bij de Arctic Ocean. De weg is echter druk met vrachtverkeer en er is ook veel blubber. Hij wordt aangesmeerd met Calcium Chloride en dat gaat echt overal aan en tussen zitten. Ik had thuis al veel filmpjes op YouTube bekeken over deze weg en wij hebben hem na rijp beraad overgeslagen.
Vanwege de drukte in Fairbanks, we waren inmiddels toch wel erg gesteld op de ruimte en rust van “the middle of nowhere” besloten we niet verder naar een camping te zoeken en nog een eindje door te rijden. We draaiden de Denali Highway op richting Anchorage. Onderweg wilden we tanken. Dia heeft zo’n leuk handig tanktasje van SW-Motech met een ring op de tank. Het ding kwam met geen mogelijkheid los. We zijn maar op zoek gegaan naar een camping om dan in alle rust het probleem oplossen. De camping vonden we in Nenana, een gat met 100 inwoners maar een leuke plek. Na het opzetten van de tent zijn we aan de slag gegaan met de tanktas. Die kon van binnenuit losgeschroefd worden en dan kan je bij het mechaniek waarmee hij vastklikt op de tank. We zijn een uur bezig geweest met het uit elkaar peuteren en weer in elkaar zetten. Met veel gezucht en gesteun kregen we alle veertjes op hun plek en daarna werkte het ook weer. Deze dingen zijn dus niet echt stofbestendig.
De camping was prima, met overdekte kampeertafels en na een goede nachtrust vertrokken we vroeg richting Anchorage langs het Denali Park. De berg Denali heette een tijd Mount McKinley maar nu heeft hij zijn inheemse naam terug. De naam betekent “de hoge” en is de hoogste berg van Noord-Amerika met zijn 6194 meter. Hij ligt in een National Park waar je slechts bij loting met je eigen voertuig in mag en die zijn natuurlijk al lang van tevoren gereserveerd en dan krijg je een bepaalde dag toegewezen. Dat werkt natuurlijk niet als je op reis bent en niet hebt gepland wanneer je ergens bent. Wij hadden immers alleen de aankomst en vertrekdatum vastgelegd. Je kan echter ook met een toeristenbus door het park rijden. Dat schijnt wel leuk te zijn. Evenwel het was een donkere en regenachtige dag, sterker nog we hebben de hele berg niet gezien. Het was de enige dag dat we de hele dag in de stromende regen reden. We besloten door te rijden en gelukkig werd naar het zuiden het weer beter. Voor Anchorage had ik een afslag op genomen in de route, zodat we niet de hele dag op de snelweg zouden rijden.
We maakten een prachtige omweg door de bergen, met weer prachtige vergezichten. De laatste 50 km bleek echter onverhard te zijn. Het was redelijk diepe gravel en dat was na de avonturen op de Dempster toch even doorbijten. Het plan was om naar de BMW dealer te gaan in Anchorage en af te spreken dat we een 10.000 km oliewissel wilden doen als we er een paar dagen later weer langs zouden komen. Ik had me echter niet gerealiseerd dat het zaterdag was.
We reden rustig aan, een kleine 250 km. We kwamen langs de Miles Canyon, vlak voor Whitehorse. De Miles Canyon is een prachtige plek waar je leuk kan wandelen, zoals we dan ook gedaan hebben. De wanden bestaan uit gestolde lava. De lavawand is 110 meter diep en 8.5 miljoen jaar gelden ontstaan. Een indrukwekkend stukje van de Yukon Rivier.
Grappig was dat er midden in het bos een stel muziek zat te maken, een gitarist en een violiste. Niet voor het geld, maar gewoon voor de lol.
Iets noordelijker rij je dan Whitehorse binnen en na korte tijd kom je langs de SS Klondike II. Dat was het tweede schip met die naam. Deze schepen werden gebruikt op de Yukon voordat de weg van Whitehorse naar Dawson City er was. Begin jaren 50 werd het schip overbodig en werd er een cruiseschip van gemaakt, alleen daar bleek geen vraag naar. Uiteindelijk werd het, net voor de sloop, gered en nu is het een National Historic Site of Canada.
Weer een klein stukje noordelijker kom je bij de Takhini Hotsprings waar we gingen kamperen en in het warme water wilden dobberen.
Er liep zelfs een vosje over de camping. In de middag gingen we in de Hotsprings liggen. Nu waren we reeds in de Liard Hotsprings geweest waar je echt in een natuurbad ligt en dit is meer een zwembad met warm bronwater. Een deel was zo warm dat je het er maar een paar minuten volhoudt, dan zwem je naar het volgende bad waar het wat minder heftig is. De bron is al ruim 100 jaar bekend en in gebruik om in te baden. Al luierend daar spraken we twee dames die onderweg waren naar het zuiden en net van de Dempster Highway afkwamen. De Dempster is een onverharde weg en Dia moest daar tot dan toe niet zoveel van hebben. Evenwel, het enthousiasme van de dames was zo groot, dat we besloten die weg te gaan rijden. De Dempster is 740 km lang en eindigt in Inuvik.
Dan kan je nog een eindje verder naar de Arctic Ocean, daar ligt Tuktoyaktuk (in de volksmond Tuk geheten). Grappig is dat Tuk vroeger Port Brabant heette. Er wonen ongeveer 1000 mensen in 283 huizen, vrijwel allemaal mensen van inheemse stammen. Dit stuk van 140 km werd gepland in de jaren 70 van de vorige eeuw, maar was uiteindelijk pas in November 2017 klaar, het kostte $300 miljoen!
Er zijn veel bosbranden in Canada. De grootste oorzaak daarvan is de hogere temperaturen tegenwoordig, vooral in de winter. Daardoor gaan de “Mountain Pine Beetles” niet dood en deze kevers hebben veel naaldbomen gedood, die dan vervolgens makkelijk afbranden.
Tegenwoordig zijn er regelmatig bosbranden ten noorden van de poolcirkel, dat kwam vroeger zelden voor. Je ziet ook hele bossen die er bruin uitzien, je denkt het lijkt wel herfst, maar het zijn dus dode bomen. Het viel me trouwens deze zomer in Frankrijk ook op dat er daar ook zo veel dode naaldbomen waren. Naar ik begreep is dat ook het gevolg van een kever.
Dawson City is een goudkoorts stadje. De Klondike Goldrush. Nu wonen er nog 1375 mensen maar in 1898 waren hier kampen van goudzoekers met 40.000 mensen. Een van de beroemdste inwoners was Jack London, die er The Call of the Wild schreef (dat stond op mijn eindexamen boekenlijst Engels op de HBS). Er wordt nog steeds goud gedolven overigens, maar niet zoals vroeger.
Het stadje leeft nu vooral van het toerisme. Het is nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Door het ontdooien van de permafrost zijn er wel flink wat huizen aan het wegzakken, die staan daardoor helemaal scheef. Je kan je in de zomer nauwelijks voorstellen dat het 9 maanden per jaar winter is en de temperatuur daalt tot rond de -25°C en zelfs -40°C.
We zagen toevallig een aankondiging van een lezing in het dorpshuis van een gezin met drie jonge kinderen, dat een jaar in het achterland had gewoond. We besloten om er heen te gaan. Ze toonden veel prachtige natuurfoto’s en vertelden over hun belevenissen.
Vlak buiten Dawson City kan je een stukje de heuvels in rijden en daar vind je nog een gouddelfmachine. De Dredge No.4, zie foto, was de grootste van deze drijvende fabrieken. Het principe is hetzelfde als zeven met een pan, alleen dan in het groot want deze “dredge”kon 4.000 m3 per dag zeven. In totaal werd er met deze machine 8 kubieke ton goud gedolven in 46 jaar. Op het hoogte punt wasten ze 23kg goud uit per 3 à 4 dagen.
De hoeveelheid muggen was ook hier weer heftig. Daarom gingen we snel koken en dan de tent in. Door die muggen lagen we dan wel weer vroeg in bed.