Tagarchief: USA

Go West Young Man

Go West Young Man

Juist nu we niet kunnen reizen, niet mogen reizen, is het een troost om reisverhalen te kunnen lezen. Gewoon even dat gevoel alsof je de prachtigste routes langs indrukwekkende Amerikaanse kusten rijdt. Hans en Dia den Ouden reizen al jaren over de hele wereld en in hun motorreis-verhalen op Ikzoekeenmotor.nl delen zij met ons hun belevenissen. En of je deze verhalen nu leest als motorrijder, of als reiziger in het algemeen, het blijft genieten….        Hier weer een verhaal van Hans:  

Na het buitenaardse traject door Utah kwamen we aan in Nevada. Achteraf hadden we vanuit Utah nog Arizona in moeten rijden en dan vooral richting de Grand Canyon. Want dat is natuurlijk ook een schitterende omgeving. Dat hebben we dan nog te goed voor een volgende reis. Het stuk door Nevada was tamelijk leeg en er waren weinig campings en hotels langs onze route. Zo reden we 1200 km in twee dagen en we hebben geen enkele foto gemaakt. Soms reden we 200 km door een totaal leeg gebied. Een deel van dit traject ging langs de oude Route 66.

Bij een supermarkt kwam er een andere motorrijder aangereden op een KTM 1290. Hij keek naar onze nummerplaten en zoals iedereen wilde hij weten waar we vandaan kwamen. Zijn openingszin was: “I can tell  by your face that you’ve been on the road a long time.” En zo voelde het ook wel na 18.000 km.

De man was 76 en vertelde dat hij pas een off-road trip had gemaakt met zijn zoon en kleinzoon. Hij kreeg last van warmtestuwing (een zonnesteek) en hij belandde daardoor in het ziekenhuis. Het was dan ook flink warm. Ik heb hem onze “Cooldown” vesten laten zien en de werking uitgelegd. We zijn gestopt in Carson City, de hoofdstad van Nevada en hebben onze plannen aangepast. We besloten om richting Sacramento te rijden en dan langs de kust over Highway One naar het noorden te rijden.

We waren erg moe van de afgelopen twee dagen rijden en sliepen mede daardoor ook nog eens slecht. Daarnaast moest er gas gekocht worden voor het kooktoestel en die winkel ging pas om 09:00 uur open. De timing om daar gas te gaan kopen bleek goed, want het oude blik was die zelfde avond leeg. We reden een heel stuk langs Lake Tahoe, een iconische plek. Het meer is prachtig en is omgeven door bergen. Tegen de wanden staan veel enorm grote huizen tussen naaldbomen. Het deed ons denken aan Paris Plage.

Van dit stuk had ik geen route gemaakt en dus gebruikte ik de functie “kronkelroute” van de Garmin Navigatie. In Nederland werkt dat niet geweldig maar hier wel. Behalve 10 km snelweg ging het inderdaad alleen maar over kleine bochtige weggetjes. Wel werd het weer erg warm, de temperatuur liep op tot 38ºC.

Na Lake Tahoe volgende nog Lake Donner, ook een mooi meer in de heuvels. We kampeerden in Oroville op weg naar Ford Braggs aan de kust.

De volgende dag reden we een leuke slingerweg door Napa Valley, tussen de wijngaarden door en daarna alleen maar bochten tot we aan de kust waren. Het werd in de middag wederom 38ºC en ondanks de Cooldown vesten was het samen met het intensieve rijden erg vermoeiend. Gelukkig ging de weg in de middag door een bos met sequoia bomen. We vonden een camping die vol stond met deze bomen.

Het bordje bij de camping meldde dat er geen plek was, de ervaring heeft geleerd dat het toch vaak loont om dat nog even na te vragen. De dame aan de balie meende in eerste instantie ook dat ze geen plek had, maar uiteindelijk bedacht ze dat er toch nog een klein plekje beschikbaar was. Op de foto kan je zien dat klein een relatief begrip was.

De volgende dag reden we op de kustweg en daar was het een comfortabele 21ºC. Op de parkeerplaats bij de supermarkt kwam een zeker Larry naar me toe. Hij wilde alles weten van onze reis en wilde met ons op de foto. Hij reed ook op een GS, maar hij was nog nooit op reis geweest. Hij bleek een pastor te zijn, na het gesprek kreeg ik een boekje van hem, zie de foto, nu zou het vast goed komen met ons…

Vanaf Gualala reden we langs de kust noordwaarts over een prachtige weg, grotendeels met uitzicht over de oceaan. Na een half uur kwamen we bij wegwerkzaamheden waar we tien minuten moesten wachten op de tegenliggers.

Tijd genoeg dus voor een babbel met de verkeersregelaar en de agent die er toezicht hield. Uiteraard werd er uitgebreid gevraagd waar we vandaan kwamen en hoe we de motoren getransporteerd hadden.  Na wat selfies over en weer konden we weer verder rijden. De temperatuur vlak aan zee was wederom perfect met 21ºC. Na 150 km boog de weg, Highway One af landinwaarts en liep de temperatuur snel op naar 32ºC.

We kwamen langs de sequoiaboom waar je met de auto onderdoor kan rijden. Dat kost $10.- voor twee motoren. Het staat daar echter vol met van die bomen, daar kan je dan weer niet onderdoor, maar ach.  Highway 1 gaat over in de 101 en die loopt weer terug naar de kust, alleen dat is dan 150 km verder. We besloten te stoppen na slechts 185 km gereden te hebben en vonden een camping met zwembad.

We zijn twee uur gaan wandelen in St. Patricks Point State Park. Vlak aan de kust was het met 12ºC aan de frisse kant,

 

De volgende dag reden we Oregon in. Californië is een dure staat. De camping daar kostte $39 gemiddeld en in Oregon $16. De benzine was in Oregon $0,70 per gallon goedkoper. De camping in Humbug Mountain State Park was wat meer ingericht op tentkamperen i.p.v. RV’s.

Grappig is dat Amerikanen op een camping altijd onmiddellijk in de weer gaan met hout om een kampvuur te maken, dat zorgt kennelijk voor het “outdoor” gevoel of is het “survival”? In ieder geval zit je dus vaak in de rook en kerosine lucht. Iedereen heeft minstens twee honden bij zich. De buren hier waren continu in de weer met hun bedoeninkje. Het was verbazingwekkend om te zien wat ze meegesleept hadden. Ze hadden bijlen bij zich waar je een sequoia mee kon omhakken.

We reden verder langs de kust richting de ferry naar Vancouver Island. Onderweg zagen we veel arenden en in de zee zeehonden. Het was moeilijk om een camping te vinden want het was het laatste weekend van de schoolvakantie en dan trekken velen er nog even op uit, Uiteindelijk vonden we een KOA camping in Astoria, met nog een plek waar je de tent op een vlonder moet neer zetten. Dat paste maar net.

De volgende dag waren we in Washington en ook daar waren de campings erg vol. Bij een visten we net achter het net en werd de laatste plaats aan iemand anders vergeven. Het was inmiddels 16:30 uur en de dame van de camping zei dat er 100 mijl naar het noorden nog wel een camping was, dat is dus 160 km. We zagen er kennelijk moe en hopeloos uit, een van de mensen die wel een plekje hadden gekregen kreeg medelijden met ons en we mochten hun plekje hebben, zij zouden dan nog een eind naar het zuiden door rijden. Geweldig!

->> Volgende keer: Vancouver Island

Terug naar het Zuiden

“In to the lower 48”

Hier weer een verslag uit onze vervolgserie van de motorreizen die Hans den Ouden met zijn vrouw Dia maakte. Ze hielden een dagboek bij, en delen met ons alle beelden en verhalen. Als je onderaan op de tag “Hans den Ouden” klikt, dan kom je al zijn verhalen vanzelf chronologisch tegen. Alsof je meereist op je motorfiets….

Vanaf de Moon Shadows camping reden we verder naar het zuiden, richting de staat Washington.

 

 

Highway 3 naar de grens is erg leuk rijden met heel veel bochten in een stuk van 56 km.  De grens overgaan als je een Visa Waiver in je paspoort hebt is erg makkelijk. We hoefden alleen ons paspoort te laten zien en konden weer verder rijden.

Auto’s werden strenger gecontroleerd, die moesten allemaal de kofferbak openen en campers werden ook van binnen geïnspecteerd.

Tegen lunchtijd waren natuurlijk, zoals gewoonlijk alle picknick tafels als bij toverslag verdwenen. We zijn daarom op een boomstam gaan zitten van een bedrijf met historische voertuigen, zoals de huifkar op de foto. Er was een uitstapje bezig dat ons deed denken aan het TV programma “We zijn er bijna” – er stonden tien dezelfde campers op een rijtje.

 

Na de grensovergang reden we richting Spokane, dat is  een saai stuk en veel graanvelden, eindeloos tot aan de horizon. De temperatuur liep op van 12ºC naar 33ºC, de warmste week tot dan toe – het was inmiddels 1 augustus.

We zetten de tent op nabij de Coulee dam, ten noorden van Spokane. De herten, een moeder met haar nageslacht, fotografeerde ik voor de tent zittend.

De staat Idaho heeft naar het noorden een smalle uitloper en daarna kom je in Montana. We reden richting Coeur d’Alene Lake.  Dat is een prachtige plek en er staan dan ook schitterende huizen tegen de bergwand aan en daar loopt een heel leuk slingerweggetje. Kilometers lang genoten we van de omgeving.

De route was 450 km, we stopten op een leuke camping aan een riviertje, de St Joe river. De rivier was heerlijk om in te zwemmen. De camping had dan wel normale toiletten, maar geen douches. De rivier voldeed echte prima, ook voor het wassen van de kleren. We voelden ons net van die kleine Indiase vrouwtjes, die doen het immers ook zo.

We waren inmiddels al dagen op zoek naar een kapper, maar die zagen we nergens. Dus Dia heeft mijn haar geknipt en ik dat van haar. Ik heb geleerd dat het nog niet eenvoudig is.

De volgende dag reden we nog 120 km langs deze kronkelende rivier op de St. Joe River Road. Ik moest denken aan de Lekdijk, maar dan zonder drempels. We kwamen in totaal 2 auto’s tegen op dit traject. Ten zuiden van Missoula vonden we een camping aan het begin van de Lewis & Clark highway. Deze weg is genoemd naar de twee mannen die deze route voor het eerst aflegden, van het oosten naar het westen, in 1803. De expeditie vond plaats op verzoek van president Thomas Jefferson. Ze werden daarbij uitgebreid geholpen door de indianen (Nez Percé) en de relaties waren toen nog goed, sterker nog, de expeditie was mislukt zonder hun hulp door de invallende winter. Deze route is dus veel ouder dan route 66 en loopt een stuk noordelijker. Ze vertrokken vanuit St. Louis en eindigden aan de monding van de Columbia in Oregon.

De camping die net aan het begin ligt, bleek een Square Dance Hall te hebben waar elk weekend wordt gedanst sinds 1973. We waren er nog maar net of we raakten in gesprek met een van de de organisatoren die daar ook sinds 1973 optreden. Hij is een Duitser en zij bleek een Française.

Ze hebben daar een vaste stacaravan en elke zomer verzorgen ze het dansen gedurende een aantal maanden. We werden direct uitgenodigd om dit mee te maken inclusief hapjes en drankjes. De “gangmaker” vertelde ons alvast dat het kijken naar een Square Dance net zo spannend is als kijken naar opdrogende verf. Elke weekend staat de camping daarom min of meer vol want het trekt veel volk.

Het viel ons op hoeveel motoren er langs de camping reden op de Lewis & Clark highway, maar zodra je de weg oprijdt, staat er een bord dat aangeeft dat de komende 96 miles een “winding road” zijn, ofwel 150 km bochten. We reden in totaal 360 km, deels langs de rivier en deels door het land waar in 1863 grote veldslagen plaats vonden tussen de indianen en de “pioniers”. Er reden de hele dag veel motoren op de weg, bezig met hun Sunday Ride Out. We stopten uiteindelijk in Donnely waar het erg warm was.

Op 5 augustus 2019 waren we 52 dagen onderweg en hadden 16.000 km afgelegd. We reden 460 km door het eindeloze en uitgestrekte prairie landschap van Idaho. Het is zo enorm dat je het ook niet gemakkelijk kan fotograferen. Het gebied ligt op een hoogte van 1000 meter, het heeft indrukwekkende graanvelden en ook veel gras voor veevoer.

De temperatuur liep gestaag op tot 35ºC. We moesten elke anderhalf uur onze cooldown vestjes natmaken. We besloten een hotel op te zoeken in Arco want er was nergens schaduw, dus kamperen sprak ons niet aan.

Ook de volgende dag reden we nog een eind door de prairies tot we bij het Yellowstone Park aankwamen. Het park was erg druk en je mag er in voor $30 per motor.  Voor een auto hoeft maar $35 betaald te worden, onafhankelijk van het aantal inzittenden. Voor dat geld mag je er dan wel een paar dagen blijven. Alle campings waren echter vol, dus dat ging hem niet worden. In het park rij je eigenlijk in hetzelfde soort landschap als er buiten, alleen nu dan in de file.

De geisers zijn interessant om te zien, er stond een flinke file om het parkeerterrein op te rijden. Achteraf bleek dat aan de oostkant de wegen leuker zijn voor een motorrijder. Dan rij je via Beartooth Pass naar de ingang van het Yellowstone Park en dat moet een leuke weg zijn met haarspeldbochten. Die houden we dus te goed voor een volgende keer.

We verlieten het park via de zuiduitgang en na 410 km vonden we een zeer ruim opgezette camping, zij het wederom zonder douche. Gelukkig was er een wasbakje om te poedelen. Met deze temperaturen is dat noodzakelijk.

Op 7 augustus reden we verder naar het zuiden door het Grand Tetons National Park en het was weer een dag van 500 km.

Voor wat bewegende beelden, hier een kort filmpje:

 

The Cassiar Highway

Going South: The Cassiar Highway, Boya Lake

We brengen al een tijd verslag uit van de motorreizen die Hans den Ouden met zijn vrouw Dia maakte. Ze hielden een dagboek bij, en delen met ons alle beelden en verhalen. Als je onderaan op de tag “Hans den Ouden” klikt, dan kom je al zijn verhalen vanzelf chronologisch tegen. Alsof je meereist op je motorfiets. Hier “The Cassiar Highway.

De voorgaande twee dagen reden we 1200 km over de Alaska Highway tot aan het begin van de Cassiar Highway (ook wel Highway 37geheten). Deze weg is nog niet zo oud, hij werd voltooid in 1972 als gravelweg en het is er nog altijd erg stil. Ik las dat er ongeveer 700 voertuigen per dag overheen rijden. De weg is 874 km lang en inmiddels, op een enkele kilometer na, geasfalteerd. Er zijn geen dorpen aan de weg en na de supermarkt bij Dease Lake duurt het een hele tijd voor je weer wat voorraad kan inslaan. We hebben er daarom uitgebreid boodschappen gedaan.

We hadden gehoord dat er bij Boya Lake een aardige camping was en dat die in een mooi gebied lag. We stopten op de hoek bij de afslag om ons er van te vergewissen dat we de goede kant opgingen.

Vrijwel direct dook er een nieuwsgierige vos op die graag wilde weten wat we dan wel voor eetbaars in die koffers hadden zitten. Hij liet zich ook gewillig fotograferen.

De camping is prachtig. We stonden vlak aan het meer en naast ons stond een Australisch gezinnetje.  De man was wel in Canada geboren en zelfs in de buurt. In de avond ging hij wandelen met zijn zoon in een draagstoeltje op zijn rug en vanwege de beren in de omgeving had hij de “bearspray” aan zijn riem vastgemaakt. Bearspray is gewoon traangas overigens. Hij had de veiligheidspin verwijderd zodat het direct gebruiksklaar was.

Het draagstoeltje kwam tegen de “trekker” en spoot het enorm irriterende goedje over vaders been. Hij zette snel zijn zoon op de grond en rende het ijskoude water in om zich af te spoelen. Er was geen stromend water op de camping. Later op de avond -rond middernacht- hoorden we een plons in het water en gingen kijken. Hij zat wederom in het water, in de loop van de avond was het branderige gevoel weer zo toegenomen dat hij het niet meer uithield. Om twee uur hoorden we hem nog een keer te water gaan.

De veiligheidspal kan je er maar beter in laten tot je het echt nodig hebt.

Op de camping spraken we met een jong, Duits, stel met drie kleine kinderen. De jongste was nog geen jaar oud, de andere twee waren kleuters. Ze waren op de fiets, ze konden door de kinderen niet erg ver fietsen op een dag, zo’n 50 km. Daar er verder geen campings meer zouden zijn, de komende 300 km vroeg ik hoe ze dat deden met overnachten. Dat zouden ze op de parkeerplaatsen doen langs de weg. En eten? Er zijn geen winkels. Nou dat zouden ze wel krijgen van automobilisten die er stopten. Over de beren maakten ze zich geen zorgen. We vonden het allemaal wel erg optimistisch om zo te reizen met zulke jonge kinderen. We hebben het er nog vaak over gehad…

Een uurtje lopen van de camping was er een beverdam en een “beaver lodge”. We wandelden er heen, maar de bevers waren niet te zien.

 

Zo’n lodge is best een indrukwekkend bouwwerk. Ze zijn vaak wel 6 meter hoog en hebben een diameter van 2 meter. De ingang zit onder water, je kan ze er dus niet in- en uit zien zwemmen. Het zijn complete flatgebouwen en ze bouwen ze meestal in twee dagen.

Op de terugweg naar de camping zag ik een meter of 10 naast het pad iets zwarts zitten en inderdaad was het een zwarte beer. Hij was druk in de weer met bessen eten en had gelukkig geen belangstelling voor ons. Helaas waren de foto’s niet helemaal scherp, pas later zag ik dat de camera had gefocust op een boompje. Ik had niet echt de tijd genomen, de beer was toch best dichtbij.

Verder rijdend naar het zuiden zagen we een kleine grizzly, vlak langs de weg.

Het was daar, eind juli niet warm, 9ºC in de ochtend en rond de middag max. 15ºC. Het weer was wat wisselvallig met af en toe een bui.

We namen de afslag naar Stewart en Hyder, dat is een enclave die hoort bij Alaska. Het is een ommetje van 130 km. Naar verluid kan je daar de grizzlies zien vissen op zalm. De zalmen waren er inderdaad in overvloed, de grizzlies waren er niet want we hoorden pas naderhand dat die er alleen ’s ochtends vroeg en laat in de avond zijn.  Dat vertellen ze je niet als je de entree betaald. We vroegen zelfs of er grizzlies waren die dag.

De rit was wel prachtig en voerde ons langs de Bear Glacier, die heeft blauw ijs.

Hyder is een leuk historisch dorpje, het hoort bij Alaska en dus de USA, je moet bij vertrek langs de Canadese douane. Wonderlijk genoeg niet als je er inrijdt en dus vanuit Canada de USA in gaat. Hyder heeft 63 inwoners en eigenlijk is alles er Canadees, ook het geld, alleen niet in het postkantoor, daar moet je met US$ betalen.

In 2019 is door de Covid de grens tussen de USA en Canada gesloten en de inwoners van Hyder konden de grens niet over, van maart tot eind oktober. De drie tieners die er wonen konden al die tijd niet naar school, want in Hyder is geen school meer. De school is in Stewart in BC. Nu mogen de inwoners in ieder geval de grens weer over, maar alleen voor boodschappen en school, niet voor sport en bezoek van vrienden of familie. De mensen zitten dus nu al acht maanden vast in hun dorp.

De laatste paar honderd kilometer op de Cassiar Highway zijn een beetje saai en je hebt er geen cell phone bereik en op de campings is geen wifi. Dan ben ik toch altijd weer blij dat ik de Garmin Inreach (Mini) mee heb, zodat als de nood aan de man is, er toch hulp ingeschakeld kan worden via een satellietverbinding, je kan over de hele wereld hulp inroepen als het fout gaat. Het apparaatje heeft niet alleen een noodknop, je kan er ook textberichten mee versturen naar elke cell phone en zelfs de thuisblijvers je spoor laten volgen op een website. Je kan de InReach met BT koppelen aan je smartphone en een app. en dan is het

Aan het eind van de Cassiar reden we de bergen weer in en het werd meteen een heel stuk warmer. De temperatuur liep op van 12-15ºC naar 28ºC.

We sloegen de tent vlak ten zuiden van Merrit op. Daar we op weg naar het noorden ook doorheen gekomen. De camping heette Moon Shadows, er pal naast lag een festival veld waar de volgende dag een muziekfestival zou beginnen.  Als voorgerecht draaiden ze er nu jaren 70 muziek en country, heel gezellig zo.

De volgende dag zouden we de grens met de “lower 48” passeren en de USA inrijden.    ( …… wordt vervolgd …… )

Tip redactie: Wil je meer lezen over de motorreisverhalen van Hans den Ouden? Klik dan op deze tag, of hieronder op de tag “Hans den Ouden”.