All the way to land’s end and back.
Anchorage-to Homer…
Hier weer een volgend stuk van de motorreis die Hans den Ouden met zijn vrouw Dia maakt. Ze hielden een dagboek bij, en delen met ons alle beelden en verhalen. Als je onderaan op de tag “Hans den Ouden” klikt, dan kom je al zijn verhalen vanzelf chronologisch tegen. Alsof je meereist op je motorfiets.
We hadden nog geen camping op het oog toen we bij de BMW dealer waren in Anchorage, daarom vroegen we aan de dame die er werkte of zij er een kon aanbevelen. Ja zei ze, er zijn er een aantal, maar de leukste is bij de Harley-Davidson dealer en die is ook nog gratis. We reden er heen en meldden ons aan. Gezellige tent en aardige lui. De camping bleek een grasveld naast het gebouw te zijn en het sanitair was in het gebouw.
Er tegenover zaten meerdere restaurants. We bleken de enige gasten te zijn en daarbij was het een industrieterrein waar het was gevestigd. Dia zei meteen al dat ze het niet zo’n fijne plek vond, maar ik zei: “ach, wat kan er nou gebeuren?”
Afijn we hebben de tent opgezet en zijn gaan eten aan de overkant. Daar het redelijk uitgestorven was gingen we op tijd naar bed met het idee om vroeg te vertrekken. Om plm. 23:00 was er wat geschreeuw in de omgeving en dat hield niet op, het werd zelfs steeds erger. We zagen wat dronken zwervers op het terrein en bij het gebouw. Het was nog licht, uiteindelijk ben je in het hoge noorden. De lui waren evident dronken, aan het schreeuwen en luid aan het kotsen. Ze kwamen weliswaar niet in de buurt van onze tent, maar van slapen kwam het niet omdat ze ook steeds tegen de metalen vuilnisbakken schopten. Tot overmaat van ramp lag de “camping” strak onder de aanvliegroute van een plek waar watervliegtuigen landden. Gemiddeld kwam er elk kwartier een over en ze waren op dat moment ongeveer op 200m hoogte, een oorverdovend lawaai. Het werd zo geen goede nacht.
We besloten om 03:00u dat het mooi was geweest en hebben de tent afgebroken en we zijn vertrokken. We zagen tijdens het wegrijden uit de wijk dat er opmerkelijk veel zwervers in die buurt rondliepen.
Op naar het zuiden, langs de kust van het Kenai Peninsula. Rechts de zee en links de bergen. Een prachtige route, alleen hingen er dikke wolken boven op de bergen. Apart was dat het donkere wolken waren en wij reden in de zon.
Naderhand bleek dat het geen wolken waren maar rook van voorgaande bosbranden die bleef hangen tegen de bergwanden.
Aangekomen in Homer bleek dat de meeste campings vol waren. Alleen op de dure KOA camping was er plek voor ons en naast ons stond een andere BMW GSA rijder, Jeffrey uit Nieuw-Zeeland. Een schapenfokker die samen met een partner een grote schapenfokkerij uitbaatte. Omdat ze het samen deden kon hij elke jaar drie maanden op reis. Hij had heel Zuid-Amerika al gezien en dit was zijn eindpunt, nu ging hij net als wij omkeren en weer terug naar de “lower 48”. De motor liet hij steeds achter in de USA om het jaar daarop weer terug te keren.
Een paar duizend kilometer verderop stonden we toevallig weer naast elkaar op de camping in Whitehorse. Daarover later meer.
Opvallend was dat ook deze camping vooral was ingericht op RV’s, er was bijvoorbeeld maar één wc, wel vier douches, dat dan weer wel. De tentplekken zijn dan een soort gemalen steen met een houten omlijsting waardoor de tent er eigenlijk net niet op past. Dat hebben we vaker meegemaakt.
Er bloeien daar prachtige paarse bloemetjes, de camping stond er vol mee, maar ook de omgeving. Dat geeft een vrolijk beeld.
De volgende dag reden we weer terug naar Anchorage zochten een wat rustigere camping op en ontmoeten daar al weer een andere GS rijder, Charles uit Tennesse. Hij was gestopt met zijn baan en had geïnvesteerd in een aantal appartementen. Eens per maand vloog hij naar huis om zijn zaken te regelen en dan kwam hij weer terug om zijn reis voort te zetten. Dat deed hij nu al een aantal jaren.
Dinsdag, zoals gepland, waren we bij de BMW dealer voor de oliewissel. I.v.m de garantie deden we dit bij de dealer en verder onderhoud was nu niet nodig. Dat hadden we tevoren afgesproken met de dealer in Nederland.
We waren op dat moment 39 dagen op reis en precies 10.000 km onderweg. Vervolgens vertrokken we richting Tok. Een prachtige stuurweg. Helaas betrok de lucht na 200 km en voordat we ons regenpak hadden kunnen aantrekken begon het keihard te regenen. Gelukkig duurde het maar een minuut of 20 voordat de zon weer doorbrak.
In de middag werd het weer somber en we besloten in het plaatsje Glacier View een kamer te zoeken. In de Mountain Goat Lodge had je geen eigen badkamer maar er was wel een bubbelbad dat je kon reserveren. Vanuit het warme bad kijk je uit over de bergen. Prima zo.
In de avond kwamen we aan in Tok waar we verbleven op de Eagle Claw Motorcycle Campground. Op internet stonden nogal wat verhalen over deze camping. Het zou een prima plek zijn waar je geweest moest zijn als motorrijder. Wij vonden hem evenwel matig en aan de prijs. Achteraf lag er tegenover een veel betere camping die de helft kostte. In de ochtend vertrokken we richting Whitehorse via Beaver Creek. We kwamen vroeg langs de grens en moesten de gebruikelijke vragen beantwoorden aan de Canadese douane. Heeft u wapens bij u en heeft u drugs bij u? Dat is eigenlijk het enige wat ze vragen en dan mag je weer door.
We hadden inmiddels contact gehad met Eldo Ens van het Visitors Centre in Dawson City en die vond het een prima plan als we de, van hem geleende, jerrycan achterlieten bij de Fries, Sid geheten, van het Visitors Centre in Beaver Creek. Al die Friezen daar kennen elkaar. Het was een kille dag, 10º C, dus Dia maakte nog even van de gelegenheid om nog een extra laagje aan te trekken onder haar pak. Aan het eind van de middag arriveerden we in Whitehorse en hadden er 600 kilometer opzitten. En even later kwam ook Jeffrey uit Nieuw-Zeeland de camping op rijden.
H
ij had inmiddels ook drie keer lek gereden en ging net als wij de volgende dag naar de Yahama dealer voor nieuwe banden.
Nu waren onze voorbanden met inmiddels 14.000 km ook aan vervanging toe. Dia vond het wel een uitdaging om de voorwielen zelf te demonteren en met een beetje hulp van Jeffrey ging dat prima.
Daarna reden we verder naar het zuiden naar de Cassiar Highway (Highway 37). Paul van Hooff schreef er uitgebreid over in zijn boek “Man in het zadel”. Toen was de weg nog niet geasfalteerd en waren benzinepompen schaars. Nu is het strak asfalt en kan je elke 100 km tanken. Winkels en restaurants zijn er nog wel schaars, maar ja er woont ook vrijwel niemand. In Dease Lake is een supermarkt, dat is het dan wel. We hadden gehoord dat de camping bij Boya Lake de moeite waard was, dus daar sloegen we af.
Volgende keer de vos, de bevers en de beer en dan de verder de Cassiar Highway af.
Wil je meer lezen over de motorreizen van Hans en Dia?
Tik hier op de tag.

Geheel corona proof, aangezien je gemakkelijk 1,5 meter van elkaar kunt blijven en de activiteit natuurlijk in de buitenlucht plaats vindt. De touren duren gemiddeld 2 uur inclusief uitleg en de tocht. Natuurlijk kan dit ook langer (op maat bespreekbaar). Inmiddels verzorgt Teamsverbinden.nl de tour op diverse mooie locaties in ons land, variërend van de Achterhoek tot op Terschelling.
De e-choppers zijn heel makkelijk te besturen, men dient wel minimaal 16 jaar te zijn en in het bezit te zijn van een brommercertificaat of een rijbewijs B.
Je wordt ontvangen op locatie waar je koffie krijgt aangeboden met een lokale lekkernij. Hierna volgt er een uitleg omtrent de bediening van de e-chopper en ga je gewapend met een route op pad. Indien gewenst kun je natuurlijk een begeleider/instructeur inhuren die de groep begeleidt. Dit heeft als voordeel dat deze persoon de route kent en meer kan vertellen over de omgeving.
Na de rit over de Dempster Highway verbleven we nog een paar dagen in Dawson City. Na de Dempster Highway waren onze banden aan vervanging toe. Dat zou in Dawson City gebeuren, echter werden er vanuit Whitehorse twee verschillende achterbanden opgestuurd. We reden we daarom maar weer 530 km naar Whitehorse voor een tweede band.
Op de terugweg uit Alaska kwamen we weer langs Whitehorse en zouden we er nog een paar dagen verblijven. Daarover schrijf ik in een volgend hoofdstuk. We reden uit Whitehorse de Alaska Highway op, we kozen nu voor de zuidelijkere route, omdat we niet weer naar Dawson City terug wilden rijden. Het gevolg was wel dat we de jerrycan met reservebenzine niet terug konden geven aan de man in Dawson City. Uiteindelijk is dat toch nog goed gekomen.
Ik had de route zo gepland dat we langs Chicken in Alaska zouden rijden. Niet dat het zo een bijzonder stadje is, maar omdat het de eerste plaats in Alaska was, die een eigen website had en dat terwijl ze niet op het lichtnet waren aangesloten. Daar had ik toevallig eens over gelezen, ik schat al weer zo’n 25 jaar geleden. Door de bijzondere naam had ik het onthouden in het hoekje van mijn brein dat gevuld is met “nutteloze feitjes”. Je kan op
Ook hier was de man in het Visitors Centre een Fries. Een boerenzoon uit Witmarsum. Ondanks dat hij 82 was, werkte hij hier nog dagelijks. Hij had een leuke hobby, het restaureren van oude MG’s. De auto op de foto is van 1958 en wordt elke dag pontificaal als blikvanger voor het Vistors Centre geparkeerd. Hij sprak nog vrij aardig Nederlands, ondanks dat hij als jongetje van 8 hier was aangekomen.
De camping stond vol met grote RV’s van de “Snow Birds” zoals ze de bewoners er van noemen. In de zomer rijden ze naar het noorden en in de winter naar het zuiden, net als de trekvogels. Velen bezitten alleen zo’n RV en hebben geen huis meer, nou ja, dit zijn complete rijdende huizen. Vaak hebben ze nog een gewone auto, of zelfs een truck, mee op een aanhanger. Veel zijn er groter dan een stadsbus. Ze zijn ook van alle gemakken voorzien en nieuw kosten ze drie keer meer dan een gemiddeld huis. De afschrijving is wel indrukwekkend begrepen we van een eigenaar die ook motor reed, daarom hadden zij er een kunnen kopen voor $500.000 onder de nieuwprijs en hij was nog maar twee jaar oud.
Na een nachtje in Beaver Creek gingen we richting Fairbanks. Dat is een saai stuk met naaldbomen aan weerszijden. Het was erg druk in de stad, dat raak je ontwend na een aantal weken in het achterland. We zochten een camping in Fairbanks, zoals die stond aangegeven in de Garmin.
Op de plek waar de camping had moeten zijn, was echter een woonwijk en die stond er echt al wel een tijdje aan de huizen te zien. Grappig was dat er precies op die plek een grote elk rondliep die zich te goed deed aan de struiken in de tuinen.
We vonden wel een wasbox waar de modder van de Dempster Highway van de motoren afgespoeld kon worden. Die plek staat overal aangegeven, omdat daar veel mensen langskomen die via de Dalton Highway naar Prudhoe Bay gereden zijn. Dat is ook een weg, waarvan velen vinden dat je hem gereden moet hebben, net zoals bij ons de Noordkaap. Hij eindigt bij de Arctic Ocean. De weg is echter druk met vrachtverkeer en er is ook veel blubber. Hij wordt aangesmeerd met Calcium Chloride en dat gaat echt overal aan en tussen zitten. Ik had thuis al veel filmpjes op YouTube bekeken over deze weg en wij hebben hem na rijp beraad overgeslagen.
Vanwege de drukte in Fairbanks, we waren inmiddels toch wel erg gesteld op de ruimte en rust van “the middle of nowhere” besloten we niet verder naar een camping te zoeken en nog een eindje door te rijden. We draaiden de Denali Highway op richting Anchorage. Onderweg wilden we tanken. Dia heeft zo’n leuk handig tanktasje van SW-Motech met een ring op de tank. Het ding kwam met geen mogelijkheid los. We zijn maar op zoek gegaan naar een camping om dan in alle rust het probleem oplossen. De camping vonden we in Nenana, een gat met 100 inwoners maar een leuke plek. Na het opzetten van de tent zijn we aan de slag gegaan met de tanktas. Die kon van binnenuit losgeschroefd worden en dan kan je bij het mechaniek waarmee hij vastklikt op de tank. We zijn een uur bezig geweest met het uit elkaar peuteren en weer in elkaar zetten. Met veel gezucht en gesteun kregen we alle veertjes op hun plek en daarna werkte het ook weer. Deze dingen zijn dus niet echt stofbestendig.
De camping was prima, met overdekte kampeertafels en na een goede nachtrust vertrokken we vroeg richting Anchorage langs het Denali Park. De berg Denali heette een tijd Mount McKinley maar nu heeft hij zijn inheemse naam terug. De naam betekent “de hoge” en is de hoogste berg van Noord-Amerika met zijn 6194 meter. Hij ligt in een National Park waar je slechts bij loting met je eigen voertuig in mag en die zijn natuurlijk al lang van tevoren gereserveerd en dan krijg je een bepaalde dag toegewezen. Dat werkt natuurlijk niet als je op reis bent en niet hebt gepland wanneer je ergens bent. Wij hadden immers alleen de aankomst en vertrekdatum vastgelegd. Je kan echter ook met een toeristenbus door het park rijden. Dat schijnt wel leuk te zijn. Evenwel het was een donkere en regenachtige dag, sterker nog we hebben de hele berg niet gezien. Het was de enige dag dat we de hele dag in de stromende regen reden. We besloten door te rijden en gelukkig werd naar het zuiden het weer beter. Voor Anchorage had ik een afslag op genomen in de route, zodat we niet de hele dag op de snelweg zouden rijden.
We maakten een prachtige omweg door de bergen, met weer prachtige vergezichten. De laatste 50 km bleek echter onverhard te zijn. Het was redelijk diepe gravel en dat was na de avonturen op de Dempster toch even doorbijten. Het plan was om naar de BMW dealer te gaan in Anchorage en af te spreken dat we een 10.000 km oliewissel wilden doen als we er een paar dagen later weer langs zouden komen. Ik had me echter niet gerealiseerd dat het zaterdag was.
Je staat naar een unieke motorfiets te kijken. Het oorspronkelijke bouwjaar is 1983 en op de oude teller stonden 35.000 kilometer. Bij
Deze Ducati is zo een motorfiets die je niet dagelijks tegenkomt. Wie hem wil bekijken, of kopen, kan terecht bij
In Nederland rijden ruim 208.000 vrouwen motor! Oftewel een op de drie motorrijders is vrouw!
Motormeiden gaat over alles wat met motoren en de lifestyle daaromheen te maken heeft. Met humor, girlpower en een laagje lipgloss.
“Als je je vriendin wilt verrassen met een origineel motor-cadeau dan kun je bij Motormeiden helemaal los gaan”. Motormeiden heeft een kledinglijn met leuke items zoals motorsokken, t-shirt, scarf met windstopper en andere handige motor-must-haves. Met de opbrengst van de kledinglijn worden de ritten georganiseerd, die meestal gratis zijn. Daarnaast heeft Motormeiden ruim 10 verkooppunten in Nederland en België. Bekijk
Op Facebook staan regelmatig foto’s van meiden die zijn geslaagd voor hun rijbewijs! “Tijdens het afrijden droegen ze allemaal de sokken van Motormeiden. Je zou bijna zeggen dat de sokken geluk brengen tijdens een examen.” Klik
Ook worden er leuke ritten in Nederland georganiseerd, die van start gaan bij de Ambassadeurs van Motormeiden. De ritten zijn meestal gratis zodat je ook andere meiden leert kennen. Houd hiervoor de website en facebook in de gaten.
Tijdens de ritjes merken we dat veel meiden het spannend vinden om voorop te rijden en een groepje te begeleiden. Dit jaar zal Bonnie Tracer de ‘workshop voorrijden’ opzetten zodat je weet wat er bij komt kijken als je met je vriendinnen gaat motorrijden je zelf het voortouw neemt.