Categorie archieven: Gastcolumns & blogs

Je motor verschepen naar Noord-Amerika, hoe doe je dat?

Met regelmaat publiceren we verhalen van vaste columnisten. Vandaag weer een leerzaam verslag van Hans den Ouden:

“Ik wilde graag een rondreis maken in Canada en Alaska en daarna nog naar de andere staten van de VS. Ik heb heel wat tijd besteed aan het uitzoeken wat de beste manier was omdat te doen. De eerste gedachte was natuurlijk om dan daar een motor, of in ons geval twee motoren te huren. Dia, mijn partner rijdt zelf en gaat niet achter op. Bovendien zijn wij kampeerders en voor twee personen een complete kampeeruitrusting en overige bagage op een motor meenemen, dat is een uitdaging. Huren blijkt echter erg kostbaar, vooral als je langere tijd gaat. Het goedkoopste adres wat ik kon vinden was een verhuurder in Seattle. De prijs kwam dan op US$18.000 voor twee GS’sen 75-800 voor drie maanden.

Een alternatief is natuurlijk kopen, maar dat heeft ook zo zijn problemen want op de meeste plaatsen moet je een lokaal adres hebben om de motorfiets te naam te stellen. Ook is verzekeren voor buitenlanders langere tijd vrijwel onmogelijk geweest. Ook daarvoor moest je een lokaal adres hebben. Inmiddels in 2020 gaat dat weer makkelijker, maar in 2018-2019 was het erg moeilijk, zo niet onmogelijk. Ook moet je die motor weer zien te verkopen onder de tijdsdruk van je vertrek. Of je moet de motor terug kunnen verkopen aan een dealer waar je hem gekocht hebt. Dat zijn allemaal zaken die best lastig zijn.

Ik wilde uiteindelijk het liefst op mijn eigen motor kunnen rijden want die ken ik en ook waren de motoren opgetuigd voor lange reizen en met extra bescherming voor off-road gebruik. Een aantal dingen daarbij zijn in Europa wellicht overbodig, maar je moet er rekening mee houden dat schade aan een cilinderkop, of een lekke radiator door steenslag niet eenvoudig is op te lossen als de afstanden groot zijn. Immers in de VS en Canada is er bijv. meestal maar één BMW dealer per staat en dat geldt voor veel andere merken ook. Dus je kan zomaar 500 km moeten rijden naar een dealer.

Nadat het besluit genomen was de motoren te verschepen naar de overkant, volgde uiteraard de vraag: hoe dan? Je kan het per schip doen (dat lijkt goedkoper), maar ook per vliegtuig. Dat laatste kan zelfs meestal in hetzelfde vliegtuig als waar je zelf zit. Doe je dat, althans vlieg je met die zelfde maatschappij als waarmee de motor is verscheept, dan krijg je vaak korting.

Per schip moet de motor meestal in een kist in een container, hetgeen tot extra kosten leidt, zowel aan de ene kant van de oceaan als aan de andere. Wil je ook weer terug, dan moet die kist immers ergens opgeslagen worden. Ook krijg je te maken met de onregelmatigheid van het scheepsvervoer. Schepen krijgen nog al eens te maken met omwegen omdat ze elders nog een vracht moeten ophalen. De kosten van opslag in de haven van aankomst en de kosten voor de douane zijn ook hoger dan bij reizen per vliegtuig. Het is meer dan eens voorgekomen dat een motor pas arriveerde toen de reiziger al weken in het land was. Dat soort ongerief heb je niet bij luchtvracht. Immers het vliegtuig gaat van A naar B- dat is tegelijk een voorwaarde want er mogen geen tussenstops gemaakt worden met “dangerous goods” aan boord.

Kies je voor het overvliegen, dan ga je met je motor naar de luchthaven (ook Amsterdam Schiphol is mogelijk), je geeft de motor af en gaat naar de vertrekhal en vliegt naar de overkant. Daar ga je weer naar de luchtvrachtafdeling en je haalt je motor op. Het meest aantrekkelijk is om te vliegen naar Canada en niet naar de VS. Dat is qua papieren en tijdelijke import veel makkelijker. Je kan dan wel gewoon de grens over en daarvoor hoef je ook niet tevoren een ESTA aan te vragen. Als je aan de grens komt, dan wordt e.e.a. geregistreerd en krijg je een Visa Waiver in je paspoort waarmee je voorts zonder problemen de grens iedere keer over kan. Je moet er wel opletten dat je die bij de laatste grensovergang achterlaat, anders heb je bij een volgende reis een uitdaging. Het is overigens wel handig om een ESTA te hebben, want wordt je a priori geweigerd, dan kan je je de moeite verder besparen.

Uiteraard zitten er wel wat haken en ogen aan de procedure van de luchtvracht. Er mag maar een paar liter benzine in de motor zitten en soms moet de accu losgekoppeld zijn. De motor moet huishoudelijk schoon zijn, maar hoeft niet ontsmet te worden. Wij hebben ze door de wasstraat gehaald de dag tevoren, zoals we ze altijd schoon maken. Ook is er wat papierwerk. Het belangrijkste is de Airway Bill en een aantal stickers die je op je motor moet plakken. Die papieren worden allemaal verzorgd door de transporteur. Je motor wordt op een pallet neer gezet en vastgemaakt met spanbanden zoals eigenlijk ook op een ferry gebeurt. De bagage mag er op blijven, maar er mogen geen batterijen en ook geen spuitbussen in de bagage zitten.

Het kostte ons in 2019 ongeveer €2500 per motor voor een retour en dan natuurlijk nog je eigen ticket. Maar daarvoor kan je dan ook ongelimiteerd rijden en net zo lang als je zelf wilt, binnen de voorwaarden van je toelating zonder Visum. Voor Canada moet je wel een ETA aanvragen en dan mag je er 180 dagen blijven, in de USA onder het VISA waiver programma mag je 90 dagen blijven.
Wij maakten gebruik van motorcycleexpres.com een bedrijf dat niet anders doet dan motoren over de wereld over laten vliegen en het bleek ook nog eens de goedkoopste optie. Ze verzorgen desgewenst ook de verzekering. Dat was toen wij weggingen nog even moeizaam, want er waren toen geen verzekeringsmaatschappijen die zgn. Foreign Nationals wilden verzekering. Die situatie was het gevolg van de Europese Privacy wetgeving. Twee weken voor vertrek was het rond. In Canada is een WA verzekering verplicht, in de VS wisselt het per staat.

Hou er rekening mee dat veel Amerikanen niet verzekerd zijn en dat een Casco (All Risk) verzekering de moeite waard is. Voor relatief weinig geld kan je er ook nog Roadside Assistance bij nemen. In geval van pech of schade is een Tow truck niet goedkoop.
Een andere bekende motor transporteur is JamesCargo.com, maar dan vertrekt je motor van uit de UK. Ik weet niet of en hoe dat gaat na de Brexit.”

Motorreizen is leren

Onderstaand verhaal is geschreven door motorreiziger Hans den Ouden, één van de vaste motorcolumnisten van Ikzoekeenmotor.nl. Samen met zijn vrouw Dia maakt Hans prachtige reizen!

LET’S GO TO THE OTHER SIDE: De Dempster Highway in Canada

(Reizen is leren.) Eind 2018 ging ik met pensioen na bijna 40 jaar gewerkt te hebben als kinderarts. Ik kom uit familie met veel reizigers.

Dia houdt gelukkig ook van reizen en motorrijden. Ik had al jaren het plan om na mijn pensioen op reis te gaan en het leek ons fantastisch om dan om te beginnen een reis te maken naar Canada en Alaska. Maanden van plannen en routes bedenken gingen vooraf aan dit project. Nou ja, we kwamen eerst nog een maand in India terecht, dus helemaal gepland was alles ook niet.

De motoren werden overgevlogen naar Vancouver in BC, Canada en na enkele familiebezoeken gingen we naar het noorden. Dit verhaal gaat over de Dempster Highway in de Yukon.

De motoren waren van nieuwe banden voorzien toen we vertrokken en de reis verliep zonder problemen. In een andere column zal ik daar over schrijven.

Op een middag zaten we in een hotspring en raakten aan de praat met twee dames die helemaal enthousiast waren over de Dempster Highway en vonden dat we die zeker moesten rijden.

Bij aankomst in Dawson City hadden we er inmiddels 5000 km opzitten. We gingen naar de Tourist Information Center en spraken daar uitvoerig met een van de medewerkers. Het bleek een Fries te zijn, die ook nog eens motorreed. Hij reed de Dempster elke jaar wel een keer. Het is een 740 km lange gravelweg en je moet de zelfde weg terug. De weg eindigt in Inuvik en dan kan je nog een kleine 150 km verder naar Tuktoyaktuk aan de Arctic Ocean. Dat laatste stuk is diepe gravel en er zijn geen hotels, dus je moet dezelfde dag weer terug naar Inuvik.

De eerste benzinepomp bleek in Eagle Planes te zijn, na 400 km. Op de hele weg is er geen telefoon ontvangst, er woont ook niemand op dat stuk. De Fries leende ons een jerrycan met 5 liter benzine, voor het geval Dia’s R1200 GS tekort zou komen. Mijn R1200 GSA had uiteraard voldoende actieradius.

De volgende ochtend vroeg gingen we vroeg op pad want 400 km gravel op een dag is een beste afstand.

Eagle Plains haalden we zonder problemen. We hadden besloten een hotelkamer te nemen, maar het hotel bleek vol. Er naast ligt ook een camping, dus sloegen we de tent op. De volgende dag reden we verder en al vrij snel hadden we de eerste lekke band en daar zouden er nog een aantal van volgen.

We hadden ons verkeken op wat de gewone all-road banden konden verdragen op de scherpe gravel en waarschijnlijk hebben we ook wat te hard gereden, hetgeen de kans op lekrijden vergroot. Het landschap is overigens betoverend en ik zou het zo weer doen, maar dan wel beginnen met verse banden.

Op het laatste stuk van de terugweg ging het mis. Dia had een gat in haar achterband dat zo groot was dat het niet meer geplugd kon worden. Ook twee pluggen hielden het niet, het bleef lekken. We reden een uitwijkplaats op en gingen onze opties afwegen. Na korte tijd reed er een campertje de parkeerplaats op. De camper was van Oskar en zijn vrouw Ursula. Zij hadden hun spullen achter moeten laten tijdens een trektocht en gingen die ophalen, dat was een tocht van 4 dagen lopen. Ze waren al drie jaar onderweg met hun Toyota Landcruiser camper vanuit Ushuaia naar Alaska.

Ursula kookte voor ons en we mochten hun camper lenen, zodat we enigszins mugvrij de dag door konden brengen terwijl we wachtten op de tow-truck. Die tow-truck ben ik gaan bellen in het wegwerkers station, 160 km verderop. Ze kwamen de volgende dag om 17:00 uur en we waren zodoende om 23:00 weer in Dawson City, op een vrijdagavond.  Gelukkig was er nog een hotelkamer voor een nacht beschikbaar. Uiteraard was er geen band van de juiste maat te krijgen in Dawson. Wel in Whitehorse, 400 km verderop.

Op maandag zou die besteld worden en dan zou hij er dinsdag zijn met de lijnbus. Alleen stuurde de jongen van de bandenservice in Whitehorse een goede en een verkeerde maat op. Daar Dia’s band er het ergst aan toe was hebben we die vervangen en zijn we naar Whitehorse gereden. Onderweg moest er nog een keer een plug in mijn achterband gestoken worden, het was het zevende lek. Gelukkig werden de banden vlot vervangen en konden we onze reis voortzetten. Uiteindelijk zijn een week zoet geweest met dit probleem. Daarna zijn er geen lekke banden meer geweest, ondanks dat we nog flink wat gravel hebben gezien. Een, eventuele, volgende keer gaan er dus eerst verse banden op de motoren alvorens we aan de Dempster beginnen en zeker geen all-road banden. We hebben in Whitehorse gekozen voor Heidenau Scout 60’s met Ride-on er in. Die hebben ons in de volgende 20.000 km geen problemen meer gegeven.

Vanaf Whitehorse zijn we de Alaska Highway opgereden richting Fairbanks, Alaska en we hebben de route dus wat verlegd.

Wil je de beelden ook via Youtube bekijken, dat kan via:

 

René Spruijt en zijn tweewielers

Van Berini M21 naar FLSTN.

Met 12 jaar (1960) fietste ik met mijn vriendje de omgeving van Roosendaal af, om alle motorcrossen op Bosbad Hoeven en wegraces op het stratencircuit van Etten-Leur te bekijken. Voor motorsensatie hoefde je niet ver weg.

Mijn eerste kennismaking als berijder van een gemotoriseerd voertuig was in 1963, de Berini M21 (automaat) van mijn oudste broer. Die zette ik zijdelings tegen de muur tot stilstand. Geen schade alleen een vreemde schaafplek op de rubber zijkant van de voorband. Het leukste vond ik het sleutelen aan het apparaat, er was nogal eens iets stuk en mijn broer had twee linkerhanden. Af en toe wat vervangen en proberen dat apparaat sneller te krijgen, vond ik een uitdaging.

En als ik 1964 dan eindelijk 16 word, ga ik een zomervakantie lang (5 weken) werken om een Puch VS50 met zo een platte knalpotuitlaat te kopen. Pijpjes eruit, afzagen en terug zetten voor de sound. Hoeveel sturen ik erop heb gehad weet ik niet meer maar meer dan 7 exclusief het oorspronkelijk stuur. Hoe hoger, hoe beter; verstelbare sproeier erop en draaien en rijden maar.

Als ik 18 word ga ik mijn A- rijbewijs halen,  gaat de brommer weg en komt er een Vespa 160GS, spierwit met een schoolbord zwart voorspatbordje waarop ik regelmatig nieuwe teksten schreef.

Dan schaft mijn jongste broer een Moto Guzzi V7 750 ook wit en later een Harley-Davidson FLH duo-glide aan. Daar mocht ik niet op, maar wel aan poetsen. Ook echt wel leuk.

In 1973 wil ik niet meer telkens nat aankomen op feestjes en schaffen we een Citroën 2CV aan.

Maar het bloed kruipt en dus komt er als Teun nog klein is toch een Yahama XT250 voor papa. In de bossen crossen was toen  nog niet echt verboden, maar het zou niet lang duren of het off-road rijden werd toch te hinderlijk bevonden voor natuurvoetgangers en bosfietsers. Er komen nog twee broertjes voor Teun en de auto moet groter/de motor weg.

Maar werkend in het basisonderwijs zijn er vakanties genoeg waarin ik een paar dagen/weekjes een motor kan huren om te toeren. Van alles gereden, geen japanner was mij heilig.

Dan komt mijn oudste zoon, als ik de 60 ben gepasseerd, of pa mee wil zoeken naar een motor, want hij heeft zijn A-rijbewijs gehaald. Dat doen we dus maar al te graag en kopen uiteindelijk een sportster 833 bij OIT in Breda.

Als ik een half jaartje met pensioen ben wil hij inruilen en ik neem hem over voor de inruilwaarde en word lid van DLHDC (Dutch Lighttown Harley Davidson Club). Elk Pinksterweekend mee op reis, want de ritten op zondag vanuit Roosendaal kosten te veel extra rijdtijd op 1 dag. Dan ruil ik de Sportster in voor een HD-FLSTN 1995 en geniet van het gekende ploffen van het 1340cc EVO-blok. Gelukkig heeft die  nog een choke en soms wat olie te veel. Zo blijft motorrijden toch wat het voor mij moet zijn, niet altijd als vanzelfsprekend en luxe hoort helemaal niet in dat rijtje. Nou ja, het windscherm dan, maar dat is ook alleen maar omdat het bij dat model hoort.

Gisteren spraken wij (redactie@ikzoekeenmotor.nl) met René Spruijt  , de schrijver van dit artikel. We gaan hopelijk in de toekomst vaker verhalen en motorgedachten van hem lezen. Wie meer wil lezen van hem kan deze site eens bekijken wellicht: //spruijt-n-spruyt.nl/

 

Een ode aan de klant!

Een ode aan de klant.
Deze column is geschreven door Rene Bruinsma, eigenaar van Perfect Dream Bikes.

Ondanks mijn leeftijd van 55 heb ik soms heimwee. Heimwee naar de tijd dat ik net was begonnen in een klein schuurtje, waar de motorzaak als hobby is ontstaan.

Elke klant, vriend of kennis die toen binnenkwam, ging een avontuur tegemoet,.. een leuke paar minuten, of soms zelf uren. Er werd gepraat over motoren, een probleem en oplossing of de aankoop van een product wat het motorrijden leuker maakte.
Elk product had een prijs en meer dan eens een levertijd. Dat kon een dag zijn, maar vaak ook een week en als het tegenzat; dan wachtte je een maand, ja toch ?

Mits je natuurlijk wel gewoon door kon rijden, was wachten helemaal niet erg. Het begeren is immers leuker dan het hebben.

Langzaamaan kwamen echter de bekende namen in de markt. Bolpuntcom, coolblue, aliexpres, je kent ze vast wel. Deze zaken zijn geen concurrenten te noemen, maar geven de consument wel een andere state of mind.

Als je nu wat wil hebben, dan moet dat vandaag, het moet vaak (te)goedkoop en het moet gratis weer retour als je er achter komt dat je het eigenlijk toch niet nodig had, niet mooi vindt, of gewoon wat beter en langer na had moeten denken voordat je op de “koop nu” button klikte. En uiteraard, ondanks dat je er al bijna niets voor betaalde, moet de service achteraf ook van ongekend niveau zijn.

Kocht je vroeger een uitlaat, dan werd die gewoon even tussendoor gratis voor je gemonteerd,( doen wij nog steeds ) …. maar wel uiteraard na het wachten op de levertijd en het maken van een afspraak in de werkplaats.

De klant die nu binnenkomt, wil dat de demper op voorraad is, wil minimaal 30% korting, en verwacht dan dat de demper stante pede gemonteerd wordt.
Uiteraard voorzien van een gratis bakje koffie en geen montage kosten. De slimme rekenaar snapt dan, dat na een simpele rekensom er geen winst meer overblijft.
Komt de beste klant dan thuis bij moeder de vrouw, die ook een mening heeft over de demper, dan blijkt de aankoop ineens toch een impuls aankoop geweest te zijn en moet de demper weer retour afzender.

En als je dan als dealer aangeeft, dat dat niet meer kan…. Tja, dan ben je aan de beurt. De klant vindt immers dat hij “rechten” heeft. Hij dreigt je overal zwart te maken, zowel mondeling als online en belooft dat al zijn “vrienden” nooit meer bij je zullen kopen. Dus ga je maar weer aan de slag met je rateltje en steeksleutels.

De klant die daarna komt, vraagt voordat hij zijn kroonplaatsticker van 12.95€ af wil rekenen, eerst hoeveel korting hij krijgt. “Nee meneer, daar kan ik geen korting op geven, vraagt u dat standaard ook bij de Albert Hein waar u elke week voor 100€+ euro boodschappen doet? Gun me die 30% bruto winst, zodat ik ook volgend jaar nog gewoon die leuke winkel heb, waar u zo leuk spullen en motoren kunt bekijken, gratis koffie kunt drinken… een technische vraag kunt stellen of toch eigenlijk wel tegen hele scherpe prijzen producten kunt kopen.”

Nooit in mijn leven heb ik van een half uur werk op de factuur een uur gemaakt (in tegenstelling tot verhalen over sommige grote concullega’s). Is er een duur onderdeel stuk, en kan ik dat gebruikt voor je bestellen, dan doen we dat.

Kortom…. Misschien ben ik een dromer, maar ik behandel je nog steeds, zoals ik zelf ook behandeld wil worden !

Hoe mooi zou het zijn, als iedereen eens een paar minuten nam om na te denken, over wat er nou echt belangrijk is in het leven.
Ik heb liever dat je die internet bestelling niet doet, of even uitstelt. Zodat je zeker weet dat je hem niet terug hoeft te sturen.
Dat je niet om korting vraagt op een prijs die eerlijk is,  maar geniet van het moment dat je in de winkel / shop bent, koffie drinkt en met je hobby bezig bent.
Dat je gewoon (gratis) antwoord krijgt op een vraag, die je niet online beantwoord krijgt.
Dat je je beseft, dat je anders misschien wel onderdeel bent van die groep mensen, die (te) vaak zei (bij een collega motorzaak die er mee stopte)…
Goh… wat jammer… het was zo’n leuk zaakje!

Zo!
En dan ga ik nu lekker genieten van een goede bak koffie en even snuiven aan de heerlijke geur die bij ons uit de werkplaats komt!

Want als ik heel eerlijk ben, dan gaat het bij ons gewoon heel goed en blijven we elk jaar groeien, ondanks dat (veel van) de klanten veranderen.
Wij als motorbedrijf groeien en veranderen natuurlijk gewoon mee, want met de stroom meezwemmen is nog altijd de makkelijkste weg.

Het neemt niet weg, dat ik soms even wegdroom naar die 20M2 garage, achter in een steegje waar het ooit begon. Jong en vol dromen, alles delend met mede motorrijders.

Dit verhaal heeft natuurlijk wel raakvlakken met elke kleine ondernemer. Dus, ik hoop dat als je de tijd hebt genomen om dit te lezen, dat je het misschien zelfs wel wil delen. Dan kan iedereen die dit leest heel even stilstaan, en naar zichzelf kijken om te beslissen welke klant  hij of zij wil zijn.

Want ik geloof heel eerlijk dat de klant waar ik elke dag een beetje gelukkiger van word, zelf ook een gelukkiger mens is!

Fijne dag nog. Groet, René Bruinsma

Eric Pont en zijn gouden motorrijbewijs

Soms moeten mensen heel veel moeite doen om een motorrijbewijs te mogen halen. Op de redactie kregen we dit levensverhaal van Eric Pont binnen. Ongelooflijk wat mensen soms kunnen doorstaan of over moeten hebben voor onze passie. Lees en verbaas je.

‘Dat er een kick is met motorrijden dat zal aan het eind van het verhaal wel duidelijk zijn.

Als de jongste in het gezin was het voor mij een mooie ervaring erbij toen beide broers bezig waren met motorrijbewijs en motor. Mijn oudste broer wilde een motor die na veel denkwerk en naslagwerk werd aangeschaft. Het was een Honda 500cc, daar begon hij mee. De andere broer was daar wat makkelijker in en vond dat het moest rijden en niet duur moest zijn. Tja, het studentenleven vereiste veel en al snel stond er toch een Jawa 350cc  in de garage.

Heerlijk om de motoren te zien. Mijn broers gingen er vaak mee op stap en maakten genoeg km’s. Snel werd de Honda 500 vervangen door een BMW 100rs. Een van de eerste uitvoeringen. Wel een hartstikke gave machine.

Er werden zelfs stappen ondernomen om naar evenementen te gaan. Veel werd toen ook door de KNMV georganiseerd en daar werd ook regelmatig naar toe gegaan. Als je dan de motoren zag, begon je daar natuurlijk helemaal van te kwijlen. Ja dat wilde ik gaan doen, motorrijden. Pa en ma vonden dat niks, veel te gevaarlijk en vooral voor mij, want het was het geval dat ik epilepsie had en dat ik motor rijden maar eens uit m’n hoofd moest zetten!

Tijdens mijn jeugd was de epilepsie onder controle. De insulten werden minder, medicatie werd verminderd. Dat ging de goede kant op, dacht ik. Het werk als kok in de restaurant keuken was mijn passie maar het was ook een heftige tijd. Lange werkdagen en de spanningen kunnen goed oplopen wat natuurlijk niet altijd goed is in combinatie met epilepsie. Maar dat was allemaal goed onder controle.

Totdat ik op 15-jarige leeftijd op de fiets werd aangereden door een persoon die net 2 weken zijn rijbewijs had. Het was een flink ongeval. Ik werd meegesleept onder de auto door met als gevolg flink letsel aan mijn gezicht en linker been. Mijn gezicht lag half open en mijn linker been was aan de binnenkant geheel weggeslagen. De chirurgen hadden genoeg werk om mijn spieren aan mijn been om te leggen zodat ik weer voldoende kracht had om te lopen. Helaas bleef mijn linker been voor een gedeelte verlamd en moest ik een spalk om. Mijn gezicht had ook de nodige schade. Dit is gelukkig na voldoende operaties zo goed als genezen. Daarna volgde nog meer dan genoeg bezoeken aan artsen, neurologen en revalidatie om toch fatsoenlijk te kunnen lopen. Maar eigenwijs als ik was ging ik door met veel sporten en oefeningen. Dit gaf wel een kleine beweging terug in m’n voet…das al iets. Weer een stapje vooruit, yyeess!

Ondertussen mocht ik beginnen met autorijles, wel in een automaat, omdat het linkerbeen nog niet voldoende gebruikt kon worden. Gelukkig waren er nog geen medische keuringen voor het rijbewijs, dat was toen nog niet nodig.

Aangezien de epilepsie goed onder controle was kon dat geen kwaad, en verzekeringen hadden er geen probleem mee. Maar, troost je, dat is niet van lange duur geweest. Het ongeval had de epilepsie nu heftiger gemaakt…vele aanvallen kwamen en medicatie liep flink omhoog. De auto was in de prak gereden en dit had weer de nodige gevolgen. Dan zat ik ook in een zwart. Na 3 ongelukken besloot ik dan ook zelf om mijn auto rijbewijs in te leveren. Nu waren er nog geen gewonden gevallen maar je wist maar nooit. Ik zou mezelf ook niet kunnen vergeven als ik iemand anders iets aandeed. Vele onderzoeken, scans en bezoeken aan neurologen is altijd het gevolg van een aanval. Helaas veranderde er niks…

Van de neuroloog kreeg ik vaak als antwoord dat ik die paar insulten per jaar maar moest accepteren. Maar het beheerste mijn leven totaal. 20 jaar lang heb ik geen auto gereden en was ik afhankelijk van anderen om op afspraken te komen. Altijd moest ik iemand lastig vallen als ik ergens heen wilde en het openbaar vervoer is echt geen pretje. Toen de aanvallen steeds vaker voorkwamen ben ik terug naar de neuroloog gegaan. Deze keer kwam ik bij een arts die ik nog nooit gezien had en ook zij had het idee om helemaal van voren af aan te beginnen en alle onderzoeken opnieuw te doen. Per toeval kwam er een arts langs van Kempenhaeghe die meteen op de MRI zag waar het epilepsie gedeelte zat.

Hij gaf aan dat het te opereren was!

WWWWAAAATTTT?! Ja, er ging een nieuwe wereld ging open …kan dat…? Wanneer  kan begonnen worden? Zou ik dan toch kunnen gaan motorrijden…?

Enfin, eerst beginnen met onderzoeken, veel onderzoeken een heel jaar. Hersenscans, EEG, MRI, CTscan en vele andere onderzoeken vonden plaats. Ook moesten er onderzoeken intern in Kempenhaeghe gedaan worden. Op naar het epilepsiecentrum een week lang observatie zonder medicaties om de “aanvallen” op te wekken om ze te kunnen onderzoeke. De hele dag liep ik met electrodes op mijn hoofd om alles te registreren voor het onderzoek. Het was een spannende tijd.

JJJAA, ik kon geholpen worden!  Dat zou gaan lukken, geloof me, er gaat zoveel veranderen, maar … dan gaat die motor er ook aan komen. Dat was een streefpunt.

Een jaar na het onderzoek, en allerlei bezoeken aan de specialisten, komt de oproep binnen om een hersenoperatie te laten doen om de epilepsie weg te nemen. Daarna zou een genezing volgen, het klonk zo eenvoudig.

De operatie was heftig en had veel gevolgen. Ik wilde niet bijkomen uit de narcose, mijn ogen bleven dicht. Een ingrijpende tijd voor ons gezin, die ons een hele sterke band van saamhorigheid heeft gegeven.  Gelukkig was dat niet bijkomen niet van lange duur en kon de genezing verder gaan. Het was een zware revalidatie. Ik kon wel denken wat en hoe ik iets wilde maar ik moest opnieuw leren schrijven en praten. Het formuleren van zinnen was een enorme uitdaging. Het zou tijd kosten en dat heeft het gedaan.

Veel dingen hebben nog gevolgen. Kracht in mijn armen had ik niet. Creatieve bezigheden lukte niet omdat ik me niet kon concenteren. Mijn karakter had ook een verandering doorgemaakt. Lachen en huilen had ik niet onder controle en ik kon zo maar uit het niets een ander persoon worden. Slapen ging gewoonweg niet; ik bleef klaarwakker soms wel een paar dagen achter elkaar. Mijn geheugen had ook problemen. Ik kon de eenvoudigste dingen niet onthouden. Dat zag er niet goed uit.

Vele bezoeken aan de ARBOdienst volgden. Vervanging van je werk door iemand anders. Vele gesprekken met mijn werkgever die gelukkig alle begrip had en me vaak moest zeggen dat ze liever een gezonde Eric terug hadden dan een halve Eric. Ik voelde me enorm gesteund door hem. Ondertussen zijn we een jaar verder en gaat het zelfs ter sprake komen of ik nog wel kan gaan werken. De nodige godvers zijn bij mij door m’n hersens gegaan, geloof me. Dit was de bedoeling niet van de operatie!

Gelukkig is in de loop van de tijd veel veranderd. Mijn geheugen is goed terug gekomen .De kracht van mijn lichaam is er ook weer volop en ik had weer genoeg energie om weer langzaam op te starten met m’n werk. Dat was vrij snel onder controle en ik kon weer aan het werk.

Na al die ellende was er voor mij nog maar een streven: het motorrijbewijs.

Dus ging ik uitzoeken wat de mogelijkheden waren om met het motorrijbewijs te beginnen. Heel veel communicatie met het CBR gehad, ze hadden van alles nodig, allerlei verslagen van chirurgie en neurologie.  De telefoon is vaak in de handen geweest en via de computer ook veel contact gehad. Ik was er heel enthousiast mee begonnen maar de moed is me vaak in de schoenen gezakt. Ik kreeg de ene tegenslag na de andere. Ondanks dat bleef ik toch heel positief en vriendelijk (met een berg geduld) tot het bericht binnen kwam: Ik mocht een testrit gaan maken in een auto.

“Nou we gaan eerst een testrit in de auto om te kijken of dat wel ging”…..en een tweede testrit. Het ging prima. Nu eens een testrit op een motor en ook deze verliep naar tevredenheid. Ik mocht verder. Eerst dan eens de theorie gaan doen en als ik die heb kunnen we beginnen met de praktijk. Flink blokken en examen doen, oké 2 x dan….

Maar het is een feit ik mocht gaan beginnen met motorrijles. En dat gaf me toch een kick om op een motor te rijden. De instructeur met de auto achter je aan. Het motorrijden ging naar mijn gevoel goed en een examen ging volgen. De nerveusiteit werd enorm voor het examen en dat was ook te verwachten dat ik ging zakken. Dat is balen.

De lessen op zich gingen prima alleen de examens opgeteld waren pittig. Aangezien je na een paar keer zakken (4  keer!) een ander examen krijgt van het CBR. Dat was een echte traktatie, en rust en relaxed dat examen doen. Dit werd beloond met het rijbewijs, weliswaar voor 2 jaar. Ik moest dan weer alles opnieuw aanvragen en weer veel dingen regelen.

Inmiddels zijn we een hele tijd verder. Ondertussen ben ik 56 jaar en heb nu 3 jaar m’n rijbewijs. Tussendoor heb ik m’n rijbewijs moeten verlengen en opnieuw testritten moeten maken. Ik noem mijn rijbewijs dan ook mijn “gouden rijbewijs”.

Ik heb het er allemaal voor over gehad. Ik heb al vele kilometers op de weg gezeten en het is iedere keer een beloning voor alle ellende die ik achter me heb gelaten. De vrijheid, de zelfstandigheid en de ontspanning die ik iedere keer weer beleef kan niemand me meer afpakken. Hoe lang ik nog motor kan rijden, dat weet niemand. Als het aan mij ligt dan nog wel tot ik dik in de 80 ben.’