Tag archieven: gastcolumn

Een Reliant Robin 3 wieler, wat moet je daar nou mee?

Vandaag publiceren we motorverhaal 5 van Bart Meijer (Facebook).  Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

“In mijn eerste blog hier, over de Honda Cub C90 had ik al verteld dat ik ooit een Reliant kreeg, terwijl ik genoot van mijn motor met warme kuip.

Ja, daar sta je dan, te kijken naar een Reliant Robin 3 wieler die je van iemand krijgt omdat je zo zielig altijd motor reed bij weer en wind, zelfs in de winter. Ik heb natuurlijk iets gezegd in de zin van: “O, wat geweldig, super bedankt” Maar je kunt je vast mijn
verbazing en verwondering voorstellen, want wat moet je met zo’n ding? Hij moest opgehaald worden uit Stolwijk, want rijden deed hij niet. Zou hij dat ooit weer gaan doen?

Eenmaal thuis met de zielige driewieler, kreeg ik na 20 rondjes er om heen, deurtjes en motorklepje open en dicht, wel affectie voor het malle ding.

Een motor met zijspan, volgens de papieren….

met dak, deuren en verwarming. Ja, dan maar met handen maat 11 in een motorruimte ter grootte van een wastobbe een 4 cilinder
0,85 liter 4-takt motor afstellen. Deze had klepjes van het formaat van mijn duimnagel, en een constant vacuüm carburateur met verstelbare sproeier, die ik moest inregelen en smeren. Het elektra gedeelte van het merk Lucas was de grootste uitdaging, het ding had zelfs contactpuntjes als die van mijn oude Kreidler. Nou herinnerde ik me, dat in mijn lagere school tijd er ook iemand in het dorp rondreed met zo’n ding, en er altijd lacherig over werd gedaan. Een invalide wagentje, dachten we. Niets was minder waar, na reparatie bleek die 3-wieler een schrikbarend pittig karretje waarmee je graag
hard remde voor de bochten. Na een paar keer een fout te maken om te remmen in de bocht en dan wel op twee wielen te rijden, herinnerde ik mijn de woorden van mijn rij-instructeur: “Voor de bocht remmen en schakelen, en in de bocht GAS!”

Ja dat trok lekker, met achterwielaandrijving die dan lekker grip kreeg op het asfalt, en soms ging dat wat driftend de bocht door. Spelen met dat ding ! Nieuwe schrokbrekers voor en achter, lekkere zachte 10 inch bandjes, en het reed geweldig makkelijk 120 plus en het lag strak op de weg als je in de bocht gas gaf. Na geleerd te hebben de Reliant Robin 850 te tunen, had ik opeens geen 40 paardenkrachten, maar wel 52 op een gewicht van 395 kg. Een sportwagen in vermomming, eigenlijk een zijspanmonster met dak, deuren en verwarming waar je heerlijk mee kon driften, maar ook zeer zuinig mee kon rijden.

De Silverwing werd steeds minder interessant, want die verbruikte meer en ik moest veel voor het werk rijden, dus ging die naar een andere liefhebber. En als het dan echt flink vriest, word je samen met een vriend die ook voor de Reliant Robin gevallen was, echt dapper. Wij gaan het ijs op, hij eerst! Dit ging me bijna te ver, toen ik ook maar het ijs op ging zat mijn hart in de keel. Nou had ik wel eerder veel gespeeld met het malle 3-wielertje op sneeuw, maar onder dit koude spul zat een plons water. Beste lezers, dit was geweldig! Als een kind glijden over ijs, proberend niet de wal te raken, hadden we echt vreselijke lol. Voor een mooie foto zetten we een van de ijsrijders op een brug en 1 er onder, en terwijl ik de
camera afstel komt er gekraak dichterbij.

Met open monden kijken mijn vriend en ik naar een Volkswagen Golf, die op weg rijd naar verder en vergeten we die te fotograferen.”

Wil je alle verhalen van Bart Meijer op onze site lezen? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/bart-meijer/

Van kaal naar kuip, Bart zijn eerste motoren

We lezen motorverhaal 2 van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Mijn eerste motor (na het behalen van mijn motorrijbewijs), was een Kawasaki LTD 305 choppertje. Grappig fietsje al leek het wel erg op mijn les motor. Lekker niet meer achterom kijken omdat ik het papiertje had.
Eerder had ik al gereden op een Honda CB550 four, een geweldig ding die ik had weg gedaan aan een liefhebber, want rijden zonder rijbewijs was niet wijs. Zolang die in de schuur stond, lokte het
stiekem rijden me te veel.

Bart Meijer: “Mijn eerste motor was een Kawasaki LTD 305 choppertje.”

Toen ik mijn papiertje wel had, had ik heimwee, maar kocht wijs een zuinig motortje. Ondanks dat deze motorfiets niet snel was, en met het ruitje toch best wel koud, reed ik er dapper op rond door wind en weer, zelfs in de winter. Dikke winter overalls hielpen wel wat, behalve tegen het nat. Jakkes zo erg om met een nat kruis op het werk te komen. Het ding bracht me trouw waar ik gaan wilde, zonder gesputter en gedoe, maar het bleef een ding. Er zat voor mij geen ziel in, het was een vervoersmiddel. Opvallend, deze motor was helemaal niet zuinig maar wel betrouwbaar, stuurde heerlijk en gleed door de bochten.

Op weg naar mijn vriendin moest ik altijd over de Moerdijkbrug, dat was niet lekker. Niet de wind, of het water over de reling, maar het asfalt maakte die brug eng. Langs-sporen in het asfalt maakte dat het fietsje ging zwalken alsof je achterwiel naast je kont zat, dan links en dan rechts. Nee, van die brug kreeg ik het aan mijn eigen kleppen. Een keer, op de weg terug naar Dordrecht ging iemand mij lopen vervelen met zijn auto omdat ik niet snel genoeg was of zo. Het was net de in aanloop naar de Moerdijkbrug op dat enge asfalt ging de auto bestuurder mij nog verder lastig vallen. Dit was niet grappig meer. Opeens hoor ik grote klappen van andere motoren, een groepje bikers van een motorclub met dikke fietsen kwamen me te hulp, een paar van hen dwongen de auto naar de eerste baan en gebaarden hem normaal te doen. Na de brug namen ze de eerste afslag en staken ze hun hand omhoog als groet. Ik voelde mij gezien en merkte dat ik er met mijn kleine motorfiets toch bij hoorde !

Het fietsje zoop steeds meer als een ketter, niet normaal. Alles mooi afstellen, synchroniseren en nieuwe olie, het hielp geen moer. Op een mooie, zonnige dag, zouden mijn vriendin en ik naar een festival in Den Haag gaan. Van de snelweg af, eerste afslag, wilde ik even stoer klapperen met dat ding, en gaf flink gas. Er ging wat vliegen, niet wij, maar de riem.

“… met het onwillige ding op de aanhanger…”

Je kunt mijn stemming wel bedenken, diep bedroeft en pisnijdig. Weer thuisgekomen, met het onwillige ding op een aanhanger, kwam ik er achter dat die riem wel erg duur was. Een tijdje zoeken later kwam ik er achter dat een kettingset goedkoper was dan een riem, dus dat zette ik er dan maar op.

Opeens rijdt het motortje ruim 1:23, leuk, maar ik was het huppeltrutje zat. Snel verkocht, en weg er mee. Een jonge vrouw kwam hem kopen, met liefde in haar ogen, voor de in mijn ogen
minderwaardige motor die me toch al vele kilometers trouw gedragen had. Voor een paar knaken gaf ik het ding mee, zonder enige spijt aan een zeer blije vrouw.

Mijn oog viel op mijn pa’s Honda CX500, leuke fiets met cardan-aandrijving, geen snaar, ketting of onderhoud, en er is ook een model met kuip, de Silverwing.

Moest ik van kaal naar kuip?

Maar meneer, dat is toch een brommer?

We lezen een motorverhaal van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Ik ben een motorrijder, in hart en nieren kan ik je vertellen. Zelfs voordat ik mijn motorrijbewijs had, reed ik al stiekem motor, dat kon in de polder toen ik klein was. Wat ik ook reed, later met rijbewijs, ik had er altijd lol in. Op een gegeven moment, kreeg ik zelfs een Reliant Robin 3 wiel auto, omdat ik zo zielig altijd motor reed, in weer en wind. Zelfs dat was genieten, maar daar vertel ik later wel eens meer over.

Omdat ik steeds wat anders wilde ervaren, ging ik van het ene merk naar het andere merk, van stijl naar stijl. Ik reed, toen ik net les gaf, een Honda Silverwing GL500, wat was dat een luxe. Dat reed grappig, best wel goed maar vooral luxe. Ik kon, toen je nog mocht roken, zelfs op de motor op de snelweg gewoon een sigaretje roken op weg naar het werk.

De regen, vloog over me heen, en ik maakte vele veilige kilometers maar het jeukte. Tijd voor wat anders, of iets er bij? In mijn jeugd, toen ik altijd Kreidler RS reed, kon ik een paar maanden een Honda Cub C50 proberen. Een eigenwijs leuk ding, super zuinig, en zo’n mooi plop plop geluid.

Ik was van baan verwisseld, en gaf les in Woerden, wellicht dat ik daarom aan de C50 dacht? Ik reed vroeger bijna dezelfde weg, naar mijn middelbare school in Boskoop met de brommer, maar toen dus ook met die C50. Nostalgie?

Toen kwam de tijd dat ik iets meer verdienen, dus ben ik gaan kijken naar een Honda Cub C90, toentertijd een zeldzaam ding in Nederland. Dus na veel rondkijken heb ik er in Engeland maar een gekocht, met wat werk eraan, maar dat deerde me niet.

Lekker als vroeger, maar dan met nu handen maatje 11, klepjes stellen het formaat van mijn pink. Toen alles weer mooi schoon was, nieuwe kettingset er op, kleppen en carburateur afgesteld, moest er gereden worden. Met wat geluk, haalde ik 85 km/uur, met meewind wel 90 op de klok! De leerlingen wisten van het avontuur, en werden steeds nieuwsgieriger. “Meneer Meijer, gaat u nog eens naar school rijden met de C90?” Tja, dat kon ik niet laten.

Op stap met de Honda Cub, genietend, kwam ik niet ver. Bij Schoonhoven word ik aan de kant gezet door de politie. “Meneer, u hoort op het fietspad!” Zonder wat te zeggen en met een glimlach op het gezicht laat ik de papieren zien. “Maar meneer, dat is toch een brommer??” Na alles bekeken te hebben, mocht ik weer door en liet een stomverbaasde agent achter.

Bij Benschop net voor Oudewater, jawel, mag ik weer aan de kant. “Maar meneer. . . “ Weer staat een meneer de politie meneer met verbazing naar de papieren te kijken. Hij vraagt eens wat het verbruik is, de maximale snelheid, glimlacht en laat me weer gaan. Daarna word ik bijna elke dag van die week wel een keer aangehouden met de opmerking “Maar meneer, dat is toch een brommer??”

De laatste keer staan de agenten met zijn tweeën, en de ene herken ik. Die lacht breed en zegt geen woord. Zijn collega zegt uiteraard: “Maar meneer dat is toch een  . . . . “ De agent die me eerder aanhield, had het niet meer en vertelt schaterlachend: “Ja sorry meneer, maar mijn collega moest ik dit ook even laten meemaken, als u het niet erg vindt. U kunt weer gaan.”

Ik laat een schaterlachende agent achter, en eentje met nog steeds de mond open van verbazing .

Ton Eppenhof en zijn Royal Enfield accessoires

Ton Eppenhof houdt ons regelmatig via zijn columns op de hoogte van zijn zoektocht naar de juiste accessoires voor zijn Royal Enfield. Zijn eerdere verhalen lees je hier.

We kregen vorige week van hem dit vervolgverhaal ingezonden.

“In december kwam de koppelingskabel binnen. Deze 3 cm langere kabel is perfect. Ik wilde de kabel routing precies hetzelfde houden en de kabels in dezelfde standaard clips netjes langs de framebuis en net ver genoeg van de uitlaat voorpijp omhoog laten lopen. Daar moest de kabel net iets langer voor zijn dan de standaard kabel.

Verder kreeg ik (toch nog onverwacht op tijd) de zijtassen binnen met daarbij ook de beugels om ze te bevestigen. Aangezien er een paar gaatjes in de beugels zitten kon ik ze ook nog mooi van binnen tectyleren. Je weet nooit waar het goed voor is.

Het monteren was zo gedaan. Jazeker, ik ben blij met mijn kerstcadeau. Deze tassen passen beter bij de Interceptor. Ze volgen mooi de lijn van de uitlaten. Per tas kan je maar 3 kg bagage meenemen maar voor wat kleding of kleine spulletjes is dat voldoende. Daarbij heb ik ook de topkoffer nog en een grote rol die achter op het zadel kan liggen. Daarnaast moet ik nog ergens een tanktas hebben maar misschien koop ik er nog wel een die met magneten vast zit op de tank.”

Aanvulling redactie:

De zijtassen zijn geleverd door:

//ikzoekeenmotor.nl/bedrijven/gebroeders-van-doorn-motoren/

De motorfiets is geleverd door:

//ikzoekeenmotor.nl/bedrijven/axels-bike-shop/

Een ode aan de klant!

Een ode aan de klant.
Deze column is geschreven door Rene Bruinsma, eigenaar van Perfect Dream Bikes.

Ondanks mijn leeftijd van 55 heb ik soms heimwee. Heimwee naar de tijd dat ik net was begonnen in een klein schuurtje, waar de motorzaak als hobby is ontstaan.

Elke klant, vriend of kennis die toen binnenkwam, ging een avontuur tegemoet,.. een leuke paar minuten, of soms zelf uren. Er werd gepraat over motoren, een probleem en oplossing of de aankoop van een product wat het motorrijden leuker maakte.
Elk product had een prijs en meer dan eens een levertijd. Dat kon een dag zijn, maar vaak ook een week en als het tegenzat; dan wachtte je een maand, ja toch ?

Mits je natuurlijk wel gewoon door kon rijden, was wachten helemaal niet erg. Het begeren is immers leuker dan het hebben.

Langzaamaan kwamen echter de bekende namen in de markt. Bolpuntcom, coolblue, aliexpres, je kent ze vast wel. Deze zaken zijn geen concurrenten te noemen, maar geven de consument wel een andere state of mind.

Als je nu wat wil hebben, dan moet dat vandaag, het moet vaak (te)goedkoop en het moet gratis weer retour als je er achter komt dat je het eigenlijk toch niet nodig had, niet mooi vindt, of gewoon wat beter en langer na had moeten denken voordat je op de “koop nu” button klikte. En uiteraard, ondanks dat je er al bijna niets voor betaalde, moet de service achteraf ook van ongekend niveau zijn.

Kocht je vroeger een uitlaat, dan werd die gewoon even tussendoor gratis voor je gemonteerd,( doen wij nog steeds ) …. maar wel uiteraard na het wachten op de levertijd en het maken van een afspraak in de werkplaats.

De klant die nu binnenkomt, wil dat de demper op voorraad is, wil minimaal 30% korting, en verwacht dan dat de demper stante pede gemonteerd wordt.
Uiteraard voorzien van een gratis bakje koffie en geen montage kosten. De slimme rekenaar snapt dan, dat na een simpele rekensom er geen winst meer overblijft.
Komt de beste klant dan thuis bij moeder de vrouw, die ook een mening heeft over de demper, dan blijkt de aankoop ineens toch een impuls aankoop geweest te zijn en moet de demper weer retour afzender.

En als je dan als dealer aangeeft, dat dat niet meer kan…. Tja, dan ben je aan de beurt. De klant vindt immers dat hij “rechten” heeft. Hij dreigt je overal zwart te maken, zowel mondeling als online en belooft dat al zijn “vrienden” nooit meer bij je zullen kopen. Dus ga je maar weer aan de slag met je rateltje en steeksleutels.

De klant die daarna komt, vraagt voordat hij zijn kroonplaatsticker van 12.95€ af wil rekenen, eerst hoeveel korting hij krijgt. “Nee meneer, daar kan ik geen korting op geven, vraagt u dat standaard ook bij de Albert Hein waar u elke week voor 100€+ euro boodschappen doet? Gun me die 30% bruto winst, zodat ik ook volgend jaar nog gewoon die leuke winkel heb, waar u zo leuk spullen en motoren kunt bekijken, gratis koffie kunt drinken… een technische vraag kunt stellen of toch eigenlijk wel tegen hele scherpe prijzen producten kunt kopen.”

Nooit in mijn leven heb ik van een half uur werk op de factuur een uur gemaakt (in tegenstelling tot verhalen over sommige grote concullega’s). Is er een duur onderdeel stuk, en kan ik dat gebruikt voor je bestellen, dan doen we dat.

Kortom…. Misschien ben ik een dromer, maar ik behandel je nog steeds, zoals ik zelf ook behandeld wil worden !

Hoe mooi zou het zijn, als iedereen eens een paar minuten nam om na te denken, over wat er nou echt belangrijk is in het leven.
Ik heb liever dat je die internet bestelling niet doet, of even uitstelt. Zodat je zeker weet dat je hem niet terug hoeft te sturen.
Dat je niet om korting vraagt op een prijs die eerlijk is,  maar geniet van het moment dat je in de winkel / shop bent, koffie drinkt en met je hobby bezig bent.
Dat je gewoon (gratis) antwoord krijgt op een vraag, die je niet online beantwoord krijgt.
Dat je je beseft, dat je anders misschien wel onderdeel bent van die groep mensen, die (te) vaak zei (bij een collega motorzaak die er mee stopte)…
Goh… wat jammer… het was zo’n leuk zaakje!

Zo!
En dan ga ik nu lekker genieten van een goede bak koffie en even snuiven aan de heerlijke geur die bij ons uit de werkplaats komt!

Want als ik heel eerlijk ben, dan gaat het bij ons gewoon heel goed en blijven we elk jaar groeien, ondanks dat (veel van) de klanten veranderen.
Wij als motorbedrijf groeien en veranderen natuurlijk gewoon mee, want met de stroom meezwemmen is nog altijd de makkelijkste weg.

Het neemt niet weg, dat ik soms even wegdroom naar die 20M2 garage, achter in een steegje waar het ooit begon. Jong en vol dromen, alles delend met mede motorrijders.

Dit verhaal heeft natuurlijk wel raakvlakken met elke kleine ondernemer. Dus, ik hoop dat als je de tijd hebt genomen om dit te lezen, dat je het misschien zelfs wel wil delen. Dan kan iedereen die dit leest heel even stilstaan, en naar zichzelf kijken om te beslissen welke klant  hij of zij wil zijn.

Want ik geloof heel eerlijk dat de klant waar ik elke dag een beetje gelukkiger van word, zelf ook een gelukkiger mens is!

Fijne dag nog. Groet, René Bruinsma

Klassiek of gewoon oud?

“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.

Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.

Dolf Peeters, gast-columnist

Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.

De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.

Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.

Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.

Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.

En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers. Kijk maar eens op FB wat die doet….

In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.

“Wheeler dealers”

“Wheeler dealers” – is een GAST COLUMN van Dolf Peeters.

Omdat het tijdens ritten in en om de Randstad niet opschoot, heb ik een aantal jaren geleden mijn auto verkocht. Daarna scoorde ik goedkope, motoren die het liefst voorzien moesten zijn van: 1) Een cardan, 2) elektronische ontsteking en 3) kleppen die ik zelf zonder veel moeite kan stellen. Want wanneer je een motor als auto in zet, dan draai je kilometers en gaan officiële werkplaatsbezoeken op uurtarief er nogal inhakken. Bovendien: ik heb een hefbrug, nogal veel gereedschap en ik heb schik in het sleutelen. Toen liep ik weer tegen een dikke ouwe Guzzi aan. Uit ervaring weet ik dat die leuk, lomp en taai zijn. En ‘leuk’ is de toegevoegde waarde voor een werkpaard. Want doorgaans was de insteek dat het alleen maar om mijn ‘auto’ ging en ik dus geen emotionele binding met zo’n tweewieler hoefde te hebben. Onder mijn gebilte had zo’n werkpaard een beter leven dan een Grieks ezeltje, dat alleen op slaag en geen vreten liep. Maar de knuffelfactor ontbrak bijna per definitie aan mijn werkfietsen.

Dolf Peeters, gastcolumnist op Ikzoekeenmotor.nl

Tot de aanschaf van de Guzzi. En die viel alleen binnen mijn budget omdat de motorfietsen momenteel wel heel consumentenvriendelijk zijn geprijsd. De Suzuki VX800 die bijna drie jaar mijn ‘auto ’was, had een aantal sterke punten. Alleen al het feit dat ik hem van een 82 jarige ex politie motor rijinstructeur had gekocht die er al jaren maar één keer per jaar mee naar de officiële Suzuki dealer was gereden voor een beurtje. Het feit dat de tweecilinder VXsen niet erg gevraagd waren – en zijn – telde ook zwaar mee. Dat resulteerde in een lage prijs en in meer geld voor motorfietsen waar mijn hart wel ‘BoemBoem” van deed. Kortom: de 82jarige vroeg € 2600 euro. Toen ik na een poosje nog eens belde werden we het eens op € 1600, – Op Marktplaats zijn prijzen vraagprijzen. En de zoon van de ex rijinstructeur had eens gekeken hoe de verzameling aangeboden VXsen op Marktplaats zich gedroeg. Het best is de verkoopsituatie van de gestrekte Suzuki’s nog te omschrijven met ‘Marktplaats is het clubblad voor de Suzuki VX Club en de clubleden zijn er trouw’. Hoe veel onrecht dat de wat eigenzinnig sturende Vtwins ook aan doet. Zo’n Vtwin is doorgaans goed voor meer dan een ton probleemloos rijplezier. Affijn. Ik gooide mijn VX dus na 30D kilometer terug in de digitale vijver. En het bleef oorverdovend stil. Misschien ook wel omdat ik een kop had bedacht waar de  Suzuki zoekmachines van Marktplaats het wat moeilijk mee had een: “Hoera! Ik heb weer een Guzzi”. Een tweede poging op marktplaats gaf sneller reactie: iemand die Edwin of zo heette bood 220 euro, terwijl ik 750 euro als minimale prijs had opgegeven. Daarna kwam er een Engelstalige reactie van Thelma Louise. Ze vroeg wat gegevens die ik opstuurde naar haar G.mail account. Per ommegaande ging ze akkoord met de prijs. Ik hoefde alleen maar even de voertuiggegevens en mijn naam, adres en bank gegevens te sturen. Dan zou zij via Western Union betalen en de motor wel laten ophalen. Dat leek me geen goed idee. Ik heb hoe dan ook mijn bedenkingen tegen hulp aan Afrika, zeker als het Nigeriaanse oplichters betreft. Martin mailde “lijkt me wel wat. Ik kom kijken. Adres graag”. Martin kwam. Van af de andere kant van het land. De Suzuki stond buiten de garage op het pad. Vanaf de voordeur keek Martin er naar. Hij greep in zijn broekzak en hield drie biljetten van 100 uit gestoken. “Geef me de papieren maar, dan ben ik weg.” Ik zei hem dat ik het eens was met dat “weg zijn”. Hij keek me glazig aan en zei: “Lul. Je mist je kansen.” Exit Martin. Nu staat die VX me niet in de weg. Ik blijf hem gewoon voor lokaal werk gebruiken waar ik mijn nieuwe aanwinst toch weer net te lief voor vindt. En met Marktplaats en Speurders is het zo beroerd nog niet. Want kameraad Henk zette zijn motor er op en kreeg per ommegaande de reactie: “Dat is precies de motor die ik zoek. Hou hem vast. Ik kom er nu aan!” En inderdaad, dik twee uur later kwam er een blije man uit Schagen die bij binnenkomst direct het geld op tafel legde en zei: ”Zo. Nu ben ik aan een kop koffie toe!” Henk’s motor was dan ook geen VX 800 maar een Honda CB 450 uit 1966. Een motor die nooit gerestaureerd was, maar gewoon meer dan een halve eeuw rustig en zorgvuldig onderhouden was.

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.