Tag archieven: blog

Tobias bereidt zich voor op de zwaarste motorrit van zijn leven

In 18 maanden tijd bereidt Tobias zich samen met zijn Suzuki DR-Z4S voor op de ultieme test van mens en machine: de Baja 1000. Waarom? Om te ontdekken of moderne dualsports nog steeds het Dakar-dna hebben. In overleg met Suzuki Motoren mogen we dit artikel met jullie delen op Ikzoekeenmotor.nl.

Screenshot van de website van Suzuki Motoren

Lees het Suzuki Avontuur van Tobias:

In de Baja 1000 heb je 48 uur om 1000 mijl (1600 kilometer) aan ongetemde woestijn te trotseren, terwijl de trophy trucks je met 200 km/u om de oren vliegen. De gedachte alleen al doet ervaren rallyrijders duizelen, laat staan een leek als ik.

Hoe train je voor zoiets? En dan ook nog in Nederland, waar dergelijke wilde natuur in de verste verte niet te bekennen is. Het eerlijke antwoord is dat ik geen flauw idee heb, maar met wat Nederlands pragmatisme komen we hopelijk een heel eind.

Ik heb geleerd dat je een groot project het beste in behapbare brokken kunt opdelen. Voor de Baja 1000 ziet dat er zo uit:

  • je rijdt honderden kilometers door mul zand en de beruchte ‘silt beds’, een sliblaag van zand zo fijn dat het op bloem lijkt;
  • je kruist opgedroogde rivierbeddingen vol keien in voetbalformaat;
  • je slingert urenlang over verraderlijke singletracks die worden omzoomd door cactussen met keiharde, vlijmscherpe stekels;
  • je rijdt twee nachten door het pikkedonker met niets anders dan je motorverlichting en een hoofdlamp om de weg te vinden;
  • je deelt de route met twee- tot driehonderd andere voertuigen, soms schouder aan schouder, die allemaal zo snel mogelijk de finish willen halen;
  • je ziet de helft van de tijd geen hand voor ogen door het opwaaiende stof;
  • en als kers op de taart beginnen solorijders na 20 tot 24 uur te hallucineren als gevolg van slaapdeprivatie.

De individuele brokken klinken niet minder intimiderend, maar het zijn tenminste concrete dingen die je kunt oefenen.

Motortraining

Zonder goede basis komen we nergens, dus first things first. Gedurende deze eerste 12 weken richt ik me met name op het leren rijden in zand, het wennen aan lange ritten en het opbouwen van een goede fysieke conditie. Woestijn is in Nederland niet te vinden, maar wat wij wél veel hebben zijn crossbanen, inclusief een paar hele zanderige. Jeffrey Herlings staat in de motorcross niet voor niets bekend als de Koning van het Zand.

Een Nederlandse woestijnracer raadde me de banen in Berghem, Boekel, Budel, Nunspeet en Lommel aan. Die zijn het zwaarst en moeilijkst, zei hij in iets minder beschaafde krachttermen. De komende 16 maanden zal ik daarom wekelijks op deze banen te vinden zijn.

Zestien maanden klinkt lang, maar als je het trainingsschema uitschrijft, wordt duidelijk hoe snel de tijd voorbij vliegt. Alles in mijn training is daarom gericht op snelle progressie en een stevige opbouw. Na 12 weken is het doel om vier moto’s van 40 minuten te kunnen rijden. Ter vergelijking: dat is meer dan het dubbele van wat er in officiële MXGP-races wordt gereden.

De motorcrosstraining wordt aangevuld met wekelijkse trailritten. Ook die ritten bouwen snel in duur op: van 3 à 4 uur in de eerste vier weken tot 8 à 9 uur na week 12. Het doel tijdens deze ritten is om een gemiddelde snelheid van 40 km/u vast te houden. Dat klinkt langzaam, maar dit is inclusief alle technische passages, pauzes en pitstops. Als ik die snelheid tijdens de Baja 1000 weet vast te houden, zou ik er precies 40 uur over doen. A man can dream…

Belangrijk tijdens deze trailritten is om de stilstand zo veel mogelijk te beperken. Dat betekent slim gebruikmaken van het terrein en dingen als eten, drinken en actief herstel zo veel mogelijk op de motor doen.

Fysieke training

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de Baja 1000 boven alles een uitputtingsslag is. Ja, het terrein is pittig, maar de grootste strijd voer je tegen je lichaam en de vermoeidheid. Tijdens een van mijn late-night researchsessies stuitte ik op deze post op het forum ThumperTalk:

“Personally I’m good for racing 500 miles, or 11 or so hours on the bike. After that I start to forget where I’m at and what I’m doing. Then I slowly begin to fade. Then fatigue sets in. And then I wished I never rode motorcycles in the first place. I’m blown away by the guys who Ironman Baja. They are sick individuals who love pain. After hundreds of miles on a dirtbike, racing at high speeds is truly, very difficult. The miles just don’t go by very fast. You try not to look at mile markers, because it’s just a reminder of how much farther you have to go. What torture.”
— Dan Lorenze

De enige manier om die vermoeidheid tegen te gaan, is door fysiek én mentaal in topconditie te zijn. Fitness is nooit mijn hobby geweest en ik heb geen idee hoe je je brein traint om te floreren in tegenspoed. Daarom heb ik de hulp ingeschakeld van de meest actieklare mannen ter wereld: de Special Forces.

Voor dit project werk ik samen met Unbreakable Academy, dat zich specialiseert in weerbaarheidstrainingen en wordt geleid door Nederlands best getrainde teamleider van de Special Forces en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden, Sander Aarts (bekend van het Videoland-programma Special Forces VIP).

Middels trainingsprogramma’s en coachingsessies gaan Sander en zijn team mij leren het maximale uit mezelf te halen en door te zetten wanneer mijn lichaam niets liever wil dan opgeven. Voordat ik aan die trainingen kan beginnen, moet ik eerst ‘basisfit’ worden. Natuurlijk is wat de Special Forces basisfit noemen, helemaal niet zo ‘basis’.

Wil je weten wat het inhoudt? De eerste officiële aflevering van The Dualsport Experiment kun je hier bekijken:

“Wheeler dealers”

“Wheeler dealers” – is een GAST COLUMN van Dolf Peeters.

Omdat het tijdens ritten in en om de Randstad niet opschoot, heb ik een aantal jaren geleden mijn auto verkocht. Daarna scoorde ik goedkope, motoren die het liefst voorzien moesten zijn van: 1) Een cardan, 2) elektronische ontsteking en 3) kleppen die ik zelf zonder veel moeite kan stellen. Want wanneer je een motor als auto in zet, dan draai je kilometers en gaan officiële werkplaatsbezoeken op uurtarief er nogal inhakken. Bovendien: ik heb een hefbrug, nogal veel gereedschap en ik heb schik in het sleutelen. Toen liep ik weer tegen een dikke ouwe Guzzi aan. Uit ervaring weet ik dat die leuk, lomp en taai zijn. En ‘leuk’ is de toegevoegde waarde voor een werkpaard. Want doorgaans was de insteek dat het alleen maar om mijn ‘auto’ ging en ik dus geen emotionele binding met zo’n tweewieler hoefde te hebben. Onder mijn gebilte had zo’n werkpaard een beter leven dan een Grieks ezeltje, dat alleen op slaag en geen vreten liep. Maar de knuffelfactor ontbrak bijna per definitie aan mijn werkfietsen.

Dolf Peeters, gastcolumnist op Ikzoekeenmotor.nl

Tot de aanschaf van de Guzzi. En die viel alleen binnen mijn budget omdat de motorfietsen momenteel wel heel consumentenvriendelijk zijn geprijsd. De Suzuki VX800 die bijna drie jaar mijn ‘auto ’was, had een aantal sterke punten. Alleen al het feit dat ik hem van een 82 jarige ex politie motor rijinstructeur had gekocht die er al jaren maar één keer per jaar mee naar de officiële Suzuki dealer was gereden voor een beurtje. Het feit dat de tweecilinder VXsen niet erg gevraagd waren – en zijn – telde ook zwaar mee. Dat resulteerde in een lage prijs en in meer geld voor motorfietsen waar mijn hart wel ‘BoemBoem” van deed. Kortom: de 82jarige vroeg € 2600 euro. Toen ik na een poosje nog eens belde werden we het eens op € 1600, – Op Marktplaats zijn prijzen vraagprijzen. En de zoon van de ex rijinstructeur had eens gekeken hoe de verzameling aangeboden VXsen op Marktplaats zich gedroeg. Het best is de verkoopsituatie van de gestrekte Suzuki’s nog te omschrijven met ‘Marktplaats is het clubblad voor de Suzuki VX Club en de clubleden zijn er trouw’. Hoe veel onrecht dat de wat eigenzinnig sturende Vtwins ook aan doet. Zo’n Vtwin is doorgaans goed voor meer dan een ton probleemloos rijplezier. Affijn. Ik gooide mijn VX dus na 30D kilometer terug in de digitale vijver. En het bleef oorverdovend stil. Misschien ook wel omdat ik een kop had bedacht waar de  Suzuki zoekmachines van Marktplaats het wat moeilijk mee had een: “Hoera! Ik heb weer een Guzzi”. Een tweede poging op marktplaats gaf sneller reactie: iemand die Edwin of zo heette bood 220 euro, terwijl ik 750 euro als minimale prijs had opgegeven. Daarna kwam er een Engelstalige reactie van Thelma Louise. Ze vroeg wat gegevens die ik opstuurde naar haar G.mail account. Per ommegaande ging ze akkoord met de prijs. Ik hoefde alleen maar even de voertuiggegevens en mijn naam, adres en bank gegevens te sturen. Dan zou zij via Western Union betalen en de motor wel laten ophalen. Dat leek me geen goed idee. Ik heb hoe dan ook mijn bedenkingen tegen hulp aan Afrika, zeker als het Nigeriaanse oplichters betreft. Martin mailde “lijkt me wel wat. Ik kom kijken. Adres graag”. Martin kwam. Van af de andere kant van het land. De Suzuki stond buiten de garage op het pad. Vanaf de voordeur keek Martin er naar. Hij greep in zijn broekzak en hield drie biljetten van 100 uit gestoken. “Geef me de papieren maar, dan ben ik weg.” Ik zei hem dat ik het eens was met dat “weg zijn”. Hij keek me glazig aan en zei: “Lul. Je mist je kansen.” Exit Martin. Nu staat die VX me niet in de weg. Ik blijf hem gewoon voor lokaal werk gebruiken waar ik mijn nieuwe aanwinst toch weer net te lief voor vindt. En met Marktplaats en Speurders is het zo beroerd nog niet. Want kameraad Henk zette zijn motor er op en kreeg per ommegaande de reactie: “Dat is precies de motor die ik zoek. Hou hem vast. Ik kom er nu aan!” En inderdaad, dik twee uur later kwam er een blije man uit Schagen die bij binnenkomst direct het geld op tafel legde en zei: ”Zo. Nu ben ik aan een kop koffie toe!” Henk’s motor was dan ook geen VX 800 maar een Honda CB 450 uit 1966. Een motor die nooit gerestaureerd was, maar gewoon meer dan een halve eeuw rustig en zorgvuldig onderhouden was.

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.