Tag archieven: Dolf vertelt

Dolf en zijn liefde voor de Russische motorfiets

We volgen onze grote motorvriend en schrijver Dolf Peeters al jaren. Vandaag kwamen we deze tekst van hem tegen op Facebook en met toestemming plaatsen we hem hier even door aan een breder publiek. 

Grappig: Zo’n 25 jaar geleden kocht ik twee M72’s voor 500 gulden. Ik had via via van de dingen gehoord. Anders waren ze voor de oudijzerprijs weg gegaan. Zo’n 20 jaar geleden ontmoette ik Richard Busweiler die toen ‘hobby handelde’in ouwe Russerij.

Intussen rij ik nog steeds Russisch en verkoopt mijn inmiddels gewaardeerde vriend Richard gebruikte en nieuwe Urals (en Dneprs) in aantallen waar de gemiddelde Motoport dealer van droomt. Die ouwe Russische boxers zijn cultwaardig geworden. En Richard is nu zelfs officieel dealer van nieuwe Urals

Bijverschijnsel is dat die Russische scharreldieren nu meer en voor intussen best serieus geld worden aangeboden. En de prijzen stijgen nog steeds. Dat kan prima zijn. Want aan zo’n ouwe driewieler kun je een hoop pret beleven.

Maar het is wel handig als je bij en liefhebber (dus in elk geval een halve kenner) koopt. Want de dingen hebben meer karakter en dingesten dan de meest raszuivere klassieke Italiaan. En het is ook handig als je een beetje technisch bent. Als je wat onbevangen bent, en goede voorlichting/info wilt hebben zou ik je toch aanraden eerst eens bij Richard te gaan kijken.

De onderdelenvoorziening voor de ouwe Russen is 100+ %. Het op Tinternet scoren van het boek Mit Hammer und Schluessel is een aanrader.

Tip redactie:

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Bestel dan zijn boek via //bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

 

 

Dolf Peeters op de Zero (motorrijden zonder franje)

Toen ik (Dolf Peeters) zestien was kocht ik een Norton 99 Dominator. Voor 75 gulden.. Later en legaler bleef ik op goedkope motoren rijden. Eerst uit armoe. Daarna uit een soort vertedering. Daarna uit overtuiging. Omdat ze me snel genoeg waren. Omdat ik ze zelf kon onderhouden (en repareren). En dat die oudste en goedkoopste motorfietsen die ik had nu heel dure klassiekers zijn? Dat is toch grappig?

Mijn interesse, of noem het hebzucht, naar merken of types stopt aan het begin van de jaren negentig. Vanaf toen werden motoren naar mijn smaak lelijke Tupperware vermogenspakhuizen met een overdaad aan elektronica. Meer dan 120 pk en topsnelheden boven de 250 km/u? Dat is voor mij net zoiets als het hebben van een jongeheer van 49 centimeter: Heel indrukwekkend in de sauna. Maar wat kun je er nog mee? Dat lelijke gaat trouwens ver sinds Star Trek en Manga series blijkbaar ‘leading edge’ zijn bij motorfiets designers. Aan de esthetische kant zijn de huidige motorblokken zelf ook het best bediend door ze achter plestik te verstoppen.
En dat steeds groeiende leger aan elektronische regelneefjes dat de motor nog net toestaat dat er iemand met zijn fikken aan het stuur zit? Dat is de wildgroei die je krijgt als je techneuten en marketeers in één hok hebt laten slapen. ABS is slim. Maar voor de rest vertrouw ik op de software tussen mijn oren, in mijn rechter pols en mijn kont.
Mijn daily driver was tot voor kort een Moto Guzzi Cali 3 uit 1991. Die machine belichaamde alles wat ik van een motorfiets vraag. Maar na nog geen drie ton was hij zo moe dat hij op pensioen mocht. Hij is vervangen door een nette 1984’er.

In de tussentijd rijdt ik ‘voor werk’ af en toe nog op moderne motoren. Die machines maken de oude werktuigbouwkundige in mij erg blij. Maar emotioneel doen ze me niets. Ik blijf dus gewoon op ouwe zooi rijden. Maar soms heb ik medelijden met die gedateerde, brave verbrandingsmotoren. Zoals op het moment dat ik na wat korte winterritten een druipende klont mayonaise aan mijn oliepeilstol zie. Mayonaise hoort op frieten. Niet in motorblokken.

En dan wordt je uitgenodigd om op een elektrische motorfiets te rijden. De elektrische motorwereld is uit de puppiefase en hangt nu ergens tussen pubertijd en adolescentie. De mensen die er vakmatig mee bezig zijn, zijn nog onbevangen. Die insteek zal er ook toe geleid hebben mij als fossiel uit te nodigen voor wat een stille omgang over het mooiste klaagdijkentraject.

In E-motorland zijn Zero (USA) en Energica (It) blijkbaar de pioniers. Het zijn jonge bedrijven, geen motofabrikanten die een loodzware historie achter zich aan trekken. De gevestigde grote motormakers stellen zich nog wat terughoudend op. De nieuwelingen hebben niets te verliezen en hopen alles te winnen. De Zero’s en Energica’s zien er gewoon uit als moderne motorfietsen. Ze hebben ook een hele pluk elektronische hulpjes. Maar met de rijmodus op ‘street’ ben je gewoon net zo bediend als op een BMW R75/5. Maar daarna gaan de zaken anders. Je zet de sleutel op contact en je geeft ‘gas’. Dan rijd je. Naar gelang je meer ‘gas’ geeft ga je sneller. Helemaal traploos versnellend. En met een maximum koppel dat vanaf de eerste meter domweg ongelofelijk is. In mijn MTS tijd zaten we midden in de overstap naar de Nieuwe Eenheden. We moesten leren dat 1 kW gelijk stond aan 1, 36 pk. De 82 kW van de Zero SR/S is dus bijna 112 pk. Het – feitelijk constant aanwezige – max koppel is een massieve 190 Nm.

Het rijden op de Zero is motorrijden zonder franje aan het kleed. Alle emo-opties zoals geluid en trillingen zijn afwezig. Elektriciteit brengt motorrijden terug naar zijn naakte essentie. Dat is anders. Dat is wennen. Maar dat wennen gaat snel. Tijdens de rit greep ik maar één keer naar het afwezige koppelingshendel.
Qua actieradius blijft de zaak nog wat achter voor de lange rittenrijders. Je BMW GS met Touratech tank aftanken gaat sneller dan het stekkeren van je E-Motor. Veel sneller. Maar voor regionaal gebruik zijn er geen problemen.

Maar wat mij overhaalde om zo’n elektriekeling als volgende daily driver te kiezen is dat je zo’n fiets niet mishandelen kunt door hem niet op temperatuur te krijgen. Op een elektrische motoriets (met 5 jaar en onbeperkte kilometer garantie) heb je nooit meer mayonaise aan je dipstick.

En of mijn toekomstige boodschappenfiets straks net zo’n klassieker wordt als de Norton die ik voor 75 gulden kocht? Daar praten we over 35 jaar eens rustig over verder.

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Als je hier op zijn naam klikt dan vind je nog meer artikelen van hem op Ikzoekeenmotor.nl

Hou je van heerlijke (echte papieren) boeken over onze passie voor motoren? Je bestelt zijn boek via deze link.

Dolf Peeters: EEN LEASELUL

Tussen de files doorboemelen scheelt reistijd. Je maandagochtend kan niet meer kapot als er opeens een stuk of twintig auto’s naar links en rechts uitwijken om ruimte voor je te maken. Mozes moet even blij zijn geweest toen de Rode Zee zich voor hem opende. Maar soms gaat het minder. Een leaselul zet zijn iets te dikke Audi pal voor me. De lul zoemt zijn raam omlaag en middelvingert me. Ook een tweede inhaalpoging wordt afgeblokt. Weer die vinger. Dan komt de file tot stilstand. Ik jiffy mijn motor en klop op het raam van de leaselul. Die heeft een gezicht dat me vaag aan zapmomenten op tv herinnert. Lulmans kijkt strak voor zich uit. De file rijdt een meter of tien verder. Ik stap weer af en ga weer op zijn raam kloppen. Dat gebeurt nog een keer. Dan wringt de leaselul zich over de rechterbaan de vluchtstrook op en verdwijnt. Een kilometer of drie verder staat hij aan de kop van de file. Afgevangen door de politie.

Ik zet de motor neer en meng me in het gesprek tussen agent en leaselul. Zeg dat ik een aanklacht wegens poging tot doodslag wil indienen. Er stopt nog een auto op de vluchtstrook. Daar komt een leaseridder uit. Die stelt zich keurig aan de agent voor en zegt dat hij heeft gezien hoe de leaselul tot twee keer aan toe probeerde deze – een los duimgebaar – motorrijder van zijn motor te rijden. Kijk, dat is tekst. De leaselul wordt wat hysterisch. De agent vindt dat de zaak interessant wordt. We worden uitgenodigd in het busje te gaan zitten. De leaselul is laaiend. Of we trouwens wel weten wie hij is? De leaseridder kijkt hem bloot aan. “Als je zelfs al niet meer weet wie je bent, dan moet je zeker niet gaan sturen.” Lulmans maakt de fout door de agenten  fascisten te noemen. Dat is een woord waar heel veel spelfouten mee worden gemaakt in het Nationaal Dictee. Maar de agenten weten wat het betekent. De overeenkomst tussen inhalen over de vluchtstrook en de politie uitmaken voor fascisten? Het is verboden omdat het niet mag. In het knusse busje is het nu vier tegen een. De aanklacht tot poging tot doodslag wordt opgeschreven. De ene agent vraagt waarom ik telkens stopte om op de BN’ers ruit te tikken. Ik zeg dat ik hem voor zijn bakkes wilde meppen. De agent kijkt me aan met ogen die alles al gezien hadden. “Dat snap ik. Maar dat mag ook niet. “ Lulmans loeit dat hij bedreigd wordt en dat de politie het tegen hem gerichte geweld aanmoedigt.” Een agent zegt dat hij ook nog even mag blazen. De leaseridder en ik mochten weg. Bij het afscheid tikte ik ter hoogte van Lulmans nog even op het raam. Want vier keer is scheepsrecht. Toch? En als ik hem al zappend weer eens op de buis zie, dan loop ik naar de tv. En tik ik op de beeldbuis. Dat is een mooi ritueel.

Dit verhaal is gescheven door Dolf Peeters. Wil jij meer lezen van Dolf, klik dan op de groene tag onder het artikel op DOLF PEETERS.

Jaja internetters, een boek. Zo’n stapel met bedrukte papieren pagina’s waarin je lekker kunt lezen zonder dat er een batterijtje gaat knipperen. Het boek is inmiddels helaas uitverkocht.

Dolf Peeters: motoronderdelen zoeken, een kunst op zich

“Onlangs hadden we (onze schrijver Dolf Peeters / redactie) het over de vondst van een BMW R60/5. Dat ding had een jaar of twintig geslapen. En werd geadopteerd voor een paar honderd euro. Iemand vond het bericht zwaar gedateerd. Want een BMW voor dat geld? Dat was iets van jaren terug. Tegenwoordig werd er voor zo’n ding al gauw een paar duizend euro gevraagd. En dat was duidelijk te controleren op Marktplaats. De oplettende lezer had gelijk. Voor zover het Marktplaats, of desnoods het hele Internet betreft.

Gewoon, de echte mensenwereld

Maar vanuit ons beperkte universumpje is Internet, is Marktplaats, niet de norm der dingen. Wij zoeken – en vinden vaak genoeg – gewoon in de mensenwereld. Binnen de vrienden en kennissenkring. En dat resulteert dan niet gegarandeerd in aanklikken en wachten tot de doos bezorgd wordt. Maar via via kom je vaak bij mensen die zich digitaal niet of nauwelijks presenteren. We kennen intussen een handelaar voor wie het bijvoegen van een foto in een mailbericht absoluut te hoog gegrepen is. Dat zijn dan mensen waar je naar toe gaat en zo breidt je kennissenkring zich steeds verder uit.

En dan kom je weer op dat spanningsveld van prijzen

Een van de redactionele brommers, een 1984’er Moto Guzzi V65 die als daily driver wordt gebruikt had wat probleempjes en vroeg wat aandacht. Als je Moto Guzzi denkt in Nederland, dan denk je in elk geval aan TLM in Nijmegen. Dat bedrijf heeft Guzzi in alle genen, was één van de eersten die gebruikte onderdelen helemaal gedocumenteerd online zette en vanuit Nijmegen worden er gebruikte Guzzi onderdelen over de hele wereld verstuurd. Maar met de uurtarieven van TLM is het moeilijk slikken voor de eigenaar van een ouwe, kleine Guzzi.

De prijzen van gebruikte onderdelen

In de professionele motorsloopwereld is het al sinds jaar en dag zo dat de richtlijn is, dat de verkoopprijzen een derde tot de helft van de laatste nieuwprijs is. Dingen die bijna niemand zoekt zijn goedkoper. Heel zeldzame items zijn duurder. Maar elke discussie over die prijzen kan afgestopt worden met de vraag of ‘de markt’ het bedrag er voor wil betalen. Bij een serieuze organisatie als TLM is er al een hele hoop werk in de handel gestoken voordat het op de webshop komt. En de bedrijfskosten van een groot bedrijf moet je ook niet onderschatten. Aan het eind van het liedje biedt TLM een bijna dekkend aanbod aan hoogwaardige gebruikte Guzzi spullen voor bijna alle modellen met het koopgemak van een muisklik.

En zo vind je dan een accu zijdeksel voor € 96,59

Helaas heeft dat ding de verkeerde kleur. Maar het is er eentje zonder scheuren, krassen of afgebroken lipjes. Intussen is een kapot zijkapje geen ramp. Het doet alleen afbreuk aan de rest van de fiets die er nog best netjes uit ziet. Maar bijna 100 euro= Das serieus geld. Als de Guzzi dan tegen een elektrische ontstekingsprobleem op loopt, dan heeft dat prioriteit. Zelf kwam ik daar als ouwe wtb’er niet uit. Maar ik had goede dingen gehoord over Mark Wilmink uit Borne. Mark bleek geïnteresseerd in de rare storing. Want hij is geen motorhandelaar, hij is een techneut en repareert alleen Guzzies zonder injectie.

De Guzzi werd naar Borne gebracht waar Mark iets raars vond en oploste

Om de V65C bij hem in de bestanden te bergen deed hij een compressiemeting, een compressielektest en controleerde hij de lifthoogte van de nokken op de nokkenas. Dat geeft een mooi nulpunt voor de motor van een nieuwe klant en geeft een heldere indicatie van de toestand van het blok. De V65C bleek vermoeider dan gedacht. Om het mooi te maken worden volgende winter de koppen dus gerepareerd. Alles dik voor elkaar. Voor aflevering werd de Guzzi nog even op alle vloeistoffen en drukken gecontroleerd. Daarna werd de zaak nog even kort besproken en een van de laatste opmerkingen was “En je hebt toevallig geen zijdeksels voor een V65C denk ik”.

Die waren er toevallig wel

Nieuw, en ook in de verkeerde kleur. Maar het waren er wel twee voor € 30. Het blijkbaar hoge kilometrage – op de klok staat maar dik 40D km – had zich al eerder kenbaar gemaakt door carburateur problemen. Vervangende gasfabriekjes waren daarom al eerder gescoord bij een ander eenmansbedrijf, dat van Teun Beuzel uit Lochem. En Starten en laden uit Nijmegen heeft ooit een hele container vol imitatie Valeo startmotoren uit China laten komen. Die passen op veel BMW’s en Guzzies. En kosten nieuw – met drie jaar garantie – € 59,- En dat is dan alleen nog maar in het Guzzi wereldje. Een wereldje waarin Jan Robers uit Boekelo trouwens ook een ijkpunt voor de oudjes is. Dat zijn allemaal bedrijfjes die niet of nauwelijks adverteren. Dat is natuurlijk jammer als je een blad of een site hebt.

Maar ze bedienen een niche markt en voelen zich daar wel bij

En als je er bij eentje bent die zich bezorgd af vraagt of het niet allemaal uit de hand gaat lopen omdat hij de vorige dag zomaar zes mensen over de vloer heeft gehad? Dan heb je een goeie. En dat soort bedrijfjes zijn er gelukkig nog voor alle merken klassiekers.
En dan is er nog de ‘handel’ in de binnenste cirkel waar een stuur van een oude Amerikaan geruild werd tegen een stel uitlaatbochten van een motorfiets. Je moet ze alleen even vinden.

Maar onze insteek werkt niet voor iedereen

We hadden een kennis verwezen naar onze voortreffelijke vriend Kiat Que van Loods 8 . De brave kennis was naar het wat vage industrieterrein in Arnhem gereden. Hij had voor de zaak gestaan. En hij had er geen goed gevoel bij. Hij is door gereden.

Dus kost iets € 100 of een € 50?

Als je in de top van de markt online koopt en je wilt risicoloze kwaliteit klikken? Dan scoor je voor € 100. Als je de (vraag)prijzen op Marktplaats bekijkt? Dan weet je in elk geval wat er gevraagd wordt. Als je gewoon veel mensen kent en als je een beetje de tijd wilt nemen? Dan kun je op zoek in de kennissenkring of bij de kennissen van kennissen. Op die manier leer je veel mensen kennen en wordt het vinden van spullen steeds leuker, makkelijker en goedkoper. En leuker.”

Dit artikel is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is een trouwe schrijver op onze website. Dolf droomt motoren, weet van motoren en er stroomt volgens ons (redactie@ikzoekeenmotor.nl) olie door zijn aderen. Of benzine? We twijfelen nog.