Tag archieven: Dolf vertelt

Een groene BMW K75

“Met een abolute voorliefde voor kleine motorzaken kom je in een fijnmazig netwerk van mensen die net zo denken als jij. Mensen die ook een beetje giechelig worden van financieringstrajecten boven de 20 miel voor een Avontuurlijke Allroad met satellietverbining en automatische bandenspanningscontrole systemen.

Dat soort bedrijven bestaat doorgaans uit maximaal twee manlijke cisgendes waarbij de zuiverste 20W50 door de aderen stroomt. Ze adverteren doorgaans niet eens echt en ze krijgen hun werk via mond tot mond reclame van tevreden klanten.

Rijk, beroemd of De Grootste worden staat niet in hun Plan van Aanpak. En via de tamtam kwam ik zo in contact met Raymond van der Molen, voormalig coureur en volbloed technicus. Zijn verdienmodel zit hem in onderhouds- en reparatiewerk, hij bouwt verantwoorde caferacers en customdigesten. Maar het meest hartveroverrend is dat de otoren die hij in de verkoop heeft staan vaak BMW K100’s en K75’s zijn. Dat zijn nog steeds de beste BMW’s aller tjjden en de vliegende bakstenen zijn feitelijk nog steeds spotgoedkoop.

En in een tijd waar in deze BMW’s nog vaak herwedergeverbouwd worden tot scrambler, caferacer, bobber of ander ongerief is de adoptie van een goeie, originele K75 of K100 ook nog eens iets dat je vol overtuiging kan verdedigen binnen de familie en kennissenkring.

Je vindt Raymond van der Molen in Wijhe waar je voor klassiekere BMW’s tegen aanzienlijk optimistischer prijzen natuurlijk al bekend bent bij Beck. Maar de conclusie was immers al dat de aanschafprijs niets met het plezier van je aankoop te maken heeft. “Genieten voor ‘weing’? “Kan het nog listiger? En wat kan er duurzamer zijn dan een groene K75? Voor maar 1150 euro?”

Deze groene BMW K75 vind je bij Vandermolenoldskoolracers.com.

🏍

Dit verhaal is geschreven door Dolf Peeters.
Dolf is geboren met de helm.
Een valhelm.
Omdat het leven een avontuur is.
Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen
in AUTOMOTOR Klassiek.

Klapband

‘Klapband’, is geschreven door Dolf Peeters.

Motorrijden in de Randstad? Een must! Geen files, alleen dolle pret! En zo vertrek je dan vrijdagmiddag van uit Dieren naar Amsterdam. Op de A12 ter hoogte van de afslag A2 hoor ik opeens het geluid van iemand die met dikke, slappe lippen ‘blubblubblub’ geluiden maakt. De altijd zo strak sturende Guzzi voelt opeens aan als of ik op een riant met pindakaas besmeerde boterham rijdt. En welke kant ik nu op ga heb ik even ook niet meer in de hand.

Gelukkig schiet me iets te binnen: ‘Klapband’.

Dus in de verte blijven kijken en de motor vederlicht met de toppen van de pinken dirigeren.’ Kijk; dat gaat prima! Maar het is natuurlijk meer geluk dan wijsheid dat ik overeind blijf. Op de vluchtstrook sta ik pal naast een praatpaal. Handig. De GSM ligt immers weer thuis. Mijn beschermengelen landen met verstuikte vleugels op de vangrail en kijken me bozig aan. Mijn moeder vond motorrijden ook maar niks. Na een uurtje in een milde regen komt er een wegenwachter. Die geeft me direct een oranje fluo hesje. Zo’n ding waar op gefrustreerde pedaalemmerrijders beter kunnen mikken. Er zijn 11 motorfietsen en drie motorscooters gepasseerd. Ze zwaaiden niet. Ze stopten niet. Wegenwachters plakken geen binnenbanden meer op de vluchtstrook tijdens de spits. Mijn WegenWachter probeert nog wat motorzaken te bellen. Maar die hebben geen tijd. Ik heb geen sigaren bij me. Dat maakt me wat narrig, Ik ben niet verslaafd, maar mijn systeem kan nu eenmaal niet 100 % functioneren zonder nicotine. Het begint zachtjes te sneeuwen. Elke seconde passeert er een auto. Mijn kop wordt koud. Kaalheid is een vloek. Ik zet mijn trouwe ROOF botspet op en voel me wat Willempie-achtig. Met dank aan André van Duin.

Na een uurtje komt er een lepelwagen.

Er zijn intussen weer 17 motorfietsen en twee scoots gepasseerd. Een motorrijder toeterde bemoedigend. Een autodebilist deed grappig als of hij op mij instuurde. Op de praatpaal staat dat je achter de vangrail moet blijven. De berger zegt dat hij de verwarming in zijn auto al hoog heeft gezet. We sjorren de motor aan dek. De berger is blij met ouwe Cali II. Het ding is tenminste met goed fatsoen vast te sjorren zonder dat er allerlei plestik breekt. De doorleefde Guzzi wordt in Utrecht bij de ANWB op het parkeer terrein gestald. Zaterdag hebben we eerst een crematie. Pas daarna kunnen de Guzzi repatriëringplannen beademd worden. Mijn lokale dumpdealer Gekra wordt gebeld. Gerrit hoort mijn verhaal aan en zegt dat ik zijn aanhanger niet nodig heb. Hij moet zondag toch naar Utrecht en pikt mijn motor wel even op. Dat is tekst. Mijn tweede belronde is naar TLM in Nijmegen. Daar ben ik al jaren een klant waar ze weinig aan verdienen. Wil hoort mijn huilverhaal aan en concludeert: ”Dat wordt te moeilijk. Ik druk wel een bandje om een gebruikt wiel. En morgen heb ik bij jou in de buurt een verjaardag. Oh ja; er ligt hier nog een stel handschoenen van je.”

Dit verhaal is geschreven door Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

Meer schade aan hun ego dan aan de motorfiets

Regelmatig plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

“Ben zooi aan het opruimen. En dan vindt je nog meer reisherinneringen:

Als je niet altijd je oude motor hebt ingeruild, maar er af en toe gewoon eentje bijgekocht hebt, dan heb je na verloop van tijd best wat oude dingen in de schuur staan. Als je de enige niet bent met die verder onschuldige afwijking, dan is het leuk om eens per jaar wat oud ijzer te voorschijn te halen voor een lang weekend weg.

Dit jaar gingen we voor onverdund avontuur. Of zo. We besloten naar Italië te gaan om weer eens de Stelvio te pakken. Net als vroeger. We keken op Internet: de Stelvio was er nog steeds. Dus we konden gaan.

Eenmaal in de buurt viel ons op dat er blijkbaar gloednieuwe zware allroads, adventure-motoren, Ducati’s en KTM’s waren uitgedeeld in de regio. En dan ben je niet eens verbaasd dat al die motards ook in de meest actuele, trendy motor outfits gestoken zijn.

Ons kwartet, en ik moet eerlijk zeggen onze verschijning, stak daar wat povertjes bij af. Maar ach, wij rijden voor ons plezier en niet voor het uiterlijk vertoon. Dat is natuurlijk een zwaktebod, maar onder elkaar komen we ermee weg. De ochtend van onze eerste dag zaten we na een laat ontbijt nog wat cappuccini te verdelgen toen er een fraai geboetseerde dame op ook alweer zo’n showroomshine Ducati aan kwam.

We dachten eerst blij verrast dat ze alleen bodypainting droeg, maar het was haar motorpak. Dat was waarschijnlijk dicht gestikt terwijl zij er al in zat. En haar motorlaarzen? Dat waren stilletto’s in dezelfde styling als haar pak. Natuurlijk waren haar helm en handschoenen ook ‘matching’ bij haar kleding en haar moto. Goed. Ze draaide de parking voor ons terras op….

En smakte tegen de grond. We bleven even zitten omdat we dachten dat dat misschien een nieuwe trend was, maar stonden toch maar op om haar en haar motorfiets overeind te zetten. Toen ze stond, stond ze scheef. Eén van haar hoge hakken had het tijdens de landing begeven. We begeleiden haar naar een tafeltje.

Ze kreupelde als een mank paard. Eén van ons, een man met een Über Romantische hang naar het Wilde Westen, was nog bezig met de Duc en keek ons, de drie andere ridders en de gevallen prinses na. Later droomde hij weg: “Haar billen bewogen als twee jonge coyotes in een jute zak”. Dat bedoelde hij poëtisch romanties. Niet veterinair.

Omdat we niet in functie van ridders op witte paarden waren, trokken we verder ons plan. Aan iemand die met stilletto’s aan de Stelvio bedwingen wil, daar moet je niet teveel aandacht aan besteden. In de dagen daar op pakten we de Stelvio vier keer. Dat was erg leuk. Onze oudgedienden genoten er ook van. Ze bewezen ook dat wegligging, vering en remmen van 40+ jaar jonge machines op een heel ander plan staan dan tegenwoordig. Spannend! Ze gaven geen klap verkeerd en bewezen dapper dat 50-60 paarden voldoende zijn om dikke pret te hebben.

Bij onze passenpakkerij viel trouwens wel op dat ‘omvallen in haarspeldbochten’ blijkbaar tot een voor ons tot op dat moment onbekend facet van het motorrijden is. We moesten vier keer een tussenstop maken om gevallen motorrijders te helpen met weer opstaan. Ze hadden stuk voor stuk meer schade aan hun ego dan aan hun machines. Alleen al omdat omdat schades aan bijna nieuwe machines doorgaans 100% verzekerd zijn. Maar het leek ons een verontrustende trend.

Intussen is het statistisch al zo dat er meer motorrijders actief sturend de Stevio op gaan dan dat er afkomen. Het verschil wordt gecompenseerd door lieden die de pas per ambulance of traumahelikopter verlaten. Wij deden het hele verhaal keurig met de rubbertjes op het asfalt. De terugreis was al net zo probleemloos.

Misschien pakken we volgend jaar de Stelvio op onze moderne motoren. Hoe gevaarlijk dat blijkbaar ook zijn kan.”

Cadzand in de regen

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Dolf schreef het boek “Mannen, motoren en (wat) meisjes”. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Hier een verhaal van hem:

Ernie is ooit, als dertienjarige naar Cadzand Bad gefietst. We besluiten de rit op de motor over te doen. In dertig jaar is Nederland erg veranderd. En vier ouwe motorfietsen zijn wat anders dan een fiets. Zeker als er een zijspan mee rijdt. De rit volgt zo natuurgetrouw de authentieke route. We rijden over fietspaden, door inmiddels gegroeide woonwijken, plantsoenen en winkelcentra. Het is hartje zomer dus iedereen denkt dat we een lokale vakantieactiviteit zijn. Het veer Kruiningen-Perkpolder is niet meer. Maar zo’n tunnel heeft ook wel wat. De oudgedienden daveren door de kilometerslange pijp die zich van voor tot achter met geblaf, geknal en gegrom vult. Wat spelen met de voorontsteking levert een onweersbui van daverende knallen en blauw paarse uitlaatvlammen op. Vakantiegangers met caravans dwarrelen verdoofd in ons spoor. De geluidsorkaan loopt ook voor ons uit. Dat heeft blijkbaar iets te maken met resonantiefrequenties. Het oplopen van blijvende gehoorschade is een feest!  Aan de andere kant van de tunnel komen we in een wat sombere klimaatzone, maar we halen Cadzand Bad, de badplaats met de lelijkste boulevard ooit. Het is een lange dag geweest en er moet dus eerst gefoerageerd worden. We lopen naar de Zeemeeuw. Daar is het gezellig druk op het terras. Iedereen knipoogt tevreden naar de zee. De bewolking neemt toe. Jacks en helmen mogen in een hoek van het terras uitrusten. We doen een bier en regelen asbakken. Er zit een man met Harley tattoos op zijn anabole schouders. Hij heeft een aanzienlijk jongere dame bij zich en is erg druk met het negeren van motorrijders zonder Harley tattoos. Zou dat eigenlijk pijn doen, een tattoo zetten? Er vallen wat druppels. Wij bestellen nog wat bier en een driedubbele bittergarnituur. Gefrituurde dingen zijn goed. Want een motor kan ook niet zonder olie. Het begint serieus te regenen. Het terrasvolk vlucht massaal naar binnen. Zomerregen is niet erg. We doen gewoon onze motorspullen weer aan. En waarom zou je je helm niet opzetten omdat je toevallig op een terras zit? De bediening snapt het volkomen. Onze bitterballen en dingen worden opgediend onder plastic. In de eetwaar zijn vrolijke parapluutjes gestoken die doorgaans op sorbets gezet worden. Het is stevig doordrinken om de glazen leeg te krijgen. We zoeken ons honk op. De volgende dag is het weer zomer. In Philippine zit een mosselrestaurant waarvan we de eigenaar kennen. De man heeft een mooie collectie Vincents achter de zaak staan. Een dag is zo voorbij.

Op de terugweg is er alleen nog wat consternatie bij de tolpoort. We zeggen dat we niet hoeven te betalen omdat er aan de andere kant van de tunnel een man met een tas staat die de voorverkoop van de kaartjes regelt. Er gaan direct twee tunnelaars met een dienstwagen op zoek naar de zojuist bedachte ondernemer aan het andere eind van de pijp. De terugreis gaat over gebaande wegen. Als je met tachtig over de snelwegen rijdt creëer je je eigen eiland van verkeersstilte. Zo’n weekend is zo voorbij. Jammer.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters? Hier bestel je zijn boek:

//bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

Als je Guzzi niet wil starten

We kwamen vandaag dit artikel tegen van Dolf Peeters, en met zijn toestemming delen we het graag met onze lezers.  Altijd handig in het handboek van sleutelaars aan oude klassiekers.

Stap voor stap op weg naar perfectie. Okay, daar moet je bij een wat oudere Italiaan een hoop stappen voor doen. Maar toch… De elektriek van de kleine Guzzies is naar Italiaanse aard gewoon karaktervol. Dat houdt dus in dat je er onverwachte storingen van kunt verwachten.

Een van de bekende problemen betreft het starten. De Italianen hebben zoveel elektriekerij over het contactslot laten lopen dat de motor – ook bij voldoende klemspanning op de accu – bij het starten regelmatig niet verder komt dan het zachtkens aantikken van het relais. Als je er een boosteraccu over zet, dan start hij wel.

Er zijn twee oplossingen: Een theelepeltje of een stukje extra elektrisch touw. Met dat theelepeltje sluit de startmotor kort. De oplossing met het externe touwtje is eleganter: touwtje van de + van de accu naar een waterdichte, veerbelaste schakelaar (scheepsbenodigdhedenwinkel, buitenboordmotorhandel) die normaal open is. Vandaar naar de aansluiting van het startrelais. Nooit meer problemen! Ik heb het originele draadje gewoon laten zitten. Want je weet maar nooit. Ik ben immers net zo’n ster met bedrading als dat Italianen zijn.

Tis alleen qua bediening handiger om die startknop over de rechter kant te bedienen. Dan kun je beter choken.

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Via deze link bestel je zijn boek:

//bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/