Onze lezer en schrijver Hans den Ouden, was eerder dit jaar (in mei/j́uni ruim 3 weken) een motorreis door India (in Kashmir en Ladakh) aan het maken met zijn vrouw Dia en vriend Bas. Zijn verhalen zijn te volgen via hun Facebookgroep Motorcycle Travels. We mochten een verslag van 22 mei j.l. publiceren hier… lees maar mee. Hans schrijft ons:

De wekker liep af om 04:30. De afgelopen twee dagen hebben we veel tijd besteed aan het verkrijgen van de permits die nodig zijn in het buitengebied van Leh, zoals in de Nubra Valley en het Pagong Tso meer. De permit’s kan je alleen kopen via een reisbureau, je moet ook nog eens met een groep zijn van minstens drie. Het kantoor van de overheid waar het reisbureau zaken moet doen, was steeds gesloten.

Gisterenmiddag is het eindelijk gelukt. Dan is er nog het punt van de huurmotoren. Je mag hier eigenlijk alleen rijden met lokaal gehuurde motoren. Dat is geen overheidsbeslissing maar een afspraak, na eindeloze ruzies tussen de verhuurdersorganisaties.

Dus moet je hier in Leh een motor huren en natuurlijk ook weer inleveren, de lokaal te huren motoren zijn ook nog eens 80% duurder dan de motoren uit Delhi, waarvan de huur dan ook gewoon doorloopt. Het reisbureau, dat de permits voor ons verzorgde, is ook een verhuurbedrijf. Het was ons bekend dat de verhuurbedrijven doorgeven aan de checkpoints dat je op een “Delhi motor” rijdt en als je dus wordt tegengehouden, kost dat natuurlijk een hoop tijd en geld. Maar het is India… Dus als je vroeg op staat en langs het checkpoint bent voor ze open zijn, dan kan je je gang gaan.

Daarom zaten we dus vroeg op de motor. Het checkpoint, hadden we gezien op Google, is een half uurtje buiten Leh. We wisten alleen niet hoe laat ze daar zouden staan. Om 05:30 zaten we op de motoren en gingen op weg. Bij het checkpoint was het volledig uitgestorven en we konden zo door rijden, daarna hebben we nergens meer controle gehad.

De Khardung La pas is hoog, op de ”Highest motorable road in the world” aldus India. En inderdaad is 5359 meter hoog serieus hoog. Leh light op 3800m en dat is al pittig. We zijn daar twee dagen geweest om te acclimatiseren en de kans op hoogteziekte te beperken. We hadden overigens wel medicijnen meegenomen, mocht het toch zo ver komen.
Doordat we zo vroeg vertrokken waren, hadden we de weg voor onszelf. We hoorden later dat anderen, die later vertrokken waren, beneden waren tegen gehouden en een uur moesten wachten voor ze verder mochten. Bij het monument boven op de pas was het daarna vechten om een foto te maken. Wij waren er alleen.
De weg naar de top is aanvankelijk goed van kwaliteit, maar het laatste stuk, dat twee jaar geleden nog geasfalteerd zou zijn, is weer een zandpad met keien en natuurlijk haarspeldbochten. Dat zijn, als het asfalt weer verdwenen is, extra uitdagingen als je handen niet meer goed meewerken door de kou. De zuurstofspanning is erg laag boven op de pas, dus je kan er ook niet erg lang blijven als laaglander.
Dat we zo vroeg waren had dan wel weer een nadeel en dat was de kou. Het was er echt stervenskoud. De Himalayans hebben wel een thermometer aan boord, maar die zit te dicht bij de motor en is dus onbruikbaar. Op de telefoon hadden we in dit gebied sowieso geen bereik.

Mijn handen waren zo koud dat ik mijn vingers niet kon bewegen, mijn handschoenen uittreken ging al helemaal niet en de camera bedienen lukte ook niet. Met de dikke winterhandschoenen kan ik de Gopro niet aanzetten en de handschoenen uittrekken lukte me niet. Ik had overigens twee paar over elkaar aan. Gelukkig kon Bas wat foto’s maken. We reden door diverse sneeuwbuien, maar een paar honderd meter lager ging de zon schijnen en was het weer aangenaam.
De weg naar beneden reden we gemiddeld 15 km/uur.
Na de pas rij je de Nubra Valley in, daar was het druk. Het was vakantietijd in Delhi. Ook omdat het in Delhi erg warm was, gingen veel mensen naar de bergen om wat verkoeling te zoeken. Toen wij uit Delhi vertrokken was het er 49ºC. Veel mensen gebruiken er taxis en die rijden erg wild en als motorrijder, sta je onderaan de pikorde.
We reden naar het guesthouse in Diskit (3300m hoog) waar we kamers hadden besproken en lieten onze bagage achter. Het was nog vroeg, dus we besloten die middag de rest van de Nubra Valley ook te gaan verkennen, dat scheelde dan weer een dag, die we wellicht later zouden kunnen gebruiken. We reden door tot voorbij Turtuk, daarna is er nog een dorpje en dan kom je bij de grens met Pakistan en kan je niet verder. Je kunt er nog wel een steil zandpad op, maar dat trok ons niet zo. Na controle van onze permits, gingen we weer terug. We vonden de vallei wel mooi, maar de weg is wat saai en er was veel verkeer met, dieselwalm uitbrakende, busjes. De volgende dag reden we aan de andere kant van de rivier naar de hot springs bij Panamik. De hot springs zijn zo warm dat je er niet echt lang in kan blijven zitten. De mannen en vrouwen hebben daar ieder hun eigen badhuis.

Je kan er ook lunchen, zie de koks op de foto’s.. Deze kant van de Nubra valley is leuker om te rijden trouwens,

De volgende dat zouden we vertrekken naar Paging Tso een enorm bergmeer dat deels in China ligt. Het meer ligt op 4500m.
Dit filmpje hoort bij bovenstaand artikel: