We volgen onze enthousiaste Brit TheMissendenFlyer al wat langer. Een maandje terug schafte hij een Honda Goldwing aan. Hier deelt hij met ons acht geheimen via zijn YouTube kanaal:
Tag archieven: Youtube video
Vancouver Island
In onze vervolgserie motorreisverhalen weer een prachtig artikel van Hans den Ouden die met zijn vrouw Dia de mooiste motortrips maakte die je je maar kunt voorstellen. Je kunt ze allemaal vinden via deze tag.
Van Port Angeles in het noorden van de staat Washington namen we de ferry naar Victoria op Vancouver Island. We hadden geen idee hoe laat het schip vertrok, alleen dat hij regelmatig ging. Dus natuurlijk hebben we er net eentje gemist. Na verloop van tijd konden we toch mee. De ferry had niet veel ruimte voor de motoren en die werden op een wat provisorische manier tussen de auto’s aan de wand van het schip vastgemaakt. Gelukkig was de zee rustig. Victoria is de hoofdstad van British Columbia en een echte toeristentrekker. Het was er erg druk en wij zijn er daarom zo snel mogelijk uit vertrokken.
Op Vancouver Island zijn maar weinig wegen. Er is een weg naar het noorden en er zijn wat zijwegen aan deze weg, maar je kan dus geen rondje rijden. Ten noorden van Victoria loopt de weg langs de oostkust en zie je het vaste land aan de overkant liggen. Nabij Qualicum Beach reden we Highway 4 op richting Port Alberni.
Daar woont neef Doug met zijn vrouw Darcy, ik had de papieren voor de terugreis van de motoren bij hen laten afleveren, dus dat was goed geregeld. De transport firma had onderweg contact met ons opgenomen dat er wat wijzigingen waren en daardoor genoodzaakt waren nieuwe papieren te verzorgen. Vooral de Airway Bill is een essentieel papier, dat perse als “hard copy” bij de motor aanwezig moet zijn.
Na de lunch reden we door naar Tofino aan de westkust van het eiland. Het het plan was om daar een paar dagen te blijven en er een walvissen tocht te maken. De weg tussen Port Alberni was echter onder constructie waardoor er steeds maar een kant op gereden kan worden gedurende enkele uren. We moesten daarom een uurtje wachten voor we verder te kunnen rijden.
Aan het eind van de middag in Tofino bleek dat alle campings vol zaten, evenals de hotels. Een eindje naar het zuiden ligt Ucluelet. Dat is een leuk plaatsje en er was ook nog plaats op de camping.
De whale watching tour was gelukkig van hetzelfde bedrijf als in Tofino. Ik had tevoren uitgezocht met welke maatschappij we dat zouden willen doen. Sommige varen met trage, grote schepen en we hadden een voorkeur voor een rib. Die varen sneller en kunnen makkelijker bij de walvissen komen als die verder weg zijn. Het is voor de schepen verplicht, voor de veiligheid van de dieren, niet te dicht naar ze toe te varen. De soort die er veel voorkomt is de humpback whale, de bultrug.
Zodra je de haven van Ucluelet uitvaart kom je langs een aantal plaatsen waar groten aantallen zeeleeuwen liggen. Als je wel eens zeehonden bent wezen kijken bij de waddeneilanden, dan weet je dat je die daar meestal als kleine streepjes op het strand ziet liggen en een enkele keer eentje naast de boot. Hier zijn ze echter in grote aantallen aanwezig en op korte afstand te bezichtigen.
De Humpbacks waren gelukkig ruim vertegenwoordigd en ze bleven een tijd in de buurt. Het zijn niet de grootste walvissen, maar 12-15 meter is toch indrukwekkend. Ze wegen 25 tot 30 ton. Het is lastig om vanaf een deinende rib met een 600 mm lens goed scherpe foto’s te maken, maar gelukkig kan je tegenwoordig net zo vaak knippen als je wilt en dan zijn er altijd wel een paar goede bij. Overigens zagen we ze later ook nog vanaf de ferry en tijdens de grizzly beer tocht.
De volgende dag reden we richting Telegraph Cove. Dat is 446 km naar het noorden. Vancouver Island is iets groter dan België om even de maat aan te geven. Telegraph Cove is een honderd jaar oud vissersplaatsje met 20 inwoners, de weg er heen is schitterend. Het bestaat alleen van het toerisme en vooral het ecotoerisme. Je kan er walvistochten maken, dat zijn hier voornamelijk orca’s. Wij gingen hier naar toe, omdat je er ook speciale grizzly beer tochten kan maken. De prijs daarvan was weliswaar fors, €255 per persoon voor een dag, maar de dag was onvergetelijk en zie je geen beren dan mag je nog eens mee.
Wij zagen grizzlies van zeer dichtbij, gespot door een van de andere gasten en niet door de begeleiders. Verder waren ook hier de zeeleeuwen talrijk aanwezig en op de terugweg naar de haven moesten we nog uitwijken voor een humpback whale.
De volgende morgen reden we naar Port Hardy en gingen aan boord van de ferry. Om op het vaste land te komen moet je drie verschillende ferry’s nemen, dus je bent wel een tijdje onderweg. De overtochten waren geen straf, want het was prachtig weer en onderweg zagen we weer diverse walvissen, zelfs vrij dicht bij het schip. We hadden besloten, aangekomen op het vasteland, als nog te gaan raften in Lytton.
We reden daarom wederom via de Sea to Sky Highway richting Whistler. Toen we bedachten dat het mooi was geweest, bleek dat de eerstvolgende camping nog 50 km verder op was. Het was snikheet en een hotel met airconditioning leek een goed plan. We vonden er snel een. Het was net overgenomen door een nieuwe eigenaar, een Chinees. Alleraardigste mensen maar ze spraken weinig Engels. In de tuin dachten we twee grote, zwarte honden te zien liggen. Bij nadere inspectie waren het echter twee zwarte beren.
Overal wordt er gewaarschuwd om je vuilnis goed op te ruimen want de beren komen er op af en zoals wordt aangegeven: “Een gevoede beer, is een dode beer”. Ze blijven terugkomen en vormen dan een gevaar voor de mensen, waarna ze worden afgeschoten. Deze kennis had de hotelier kennelijk nog niet bereikt. Maar ik kon wel van dichtbij, mooie foto’s maken, van de spelende beren.
De volgende dag waren we weer in Lytton om te gaan raften met de Kumsheenrafting company. Dat is echt bijzonder spectaculair, “white water rafting”. Na instructie in de ochtend en wat oefenen op relatief rustig water. We gingen met 4 boten met ieder zes gasten het wilde water van de Thomson River op. Het water was zo wild, dat een aantal boten omsloeg in een van de verblokkingen. Twee mensen, uit India, vielen uit een andere boot in het water en bleken niet te kunnen zwemmen. Ondanks de zwemvesten raakten ze volledig in paniek en verdronken daardoor bijna. Ze bleven met hun gezicht naar beneden in het water liggen.
Wij konden er een uit het water trekken en daarna weer overhevelen naar de eigen boot. De andere drenkeling werd door een andere boot uit het water getrokken. Die gaan dit dus nooit meer doen. Het was een enerverende dag. Na terugkomst bij het bedrijf, kan je buiten in de hot tub weer ontspannen.
We reden de dag er na richting Banff om vandaar naar het noorden te rijden.
Voor wie de bewegende beelden wil zien, check:
Ben jij een beginnende motorrijder?
Motorrijden is veel meer dan jezelf vervoeren van A naar B. Vervoeren doe je met een auto, genieten doe je op de motor. Ongelooflijk knap trouwens hoe sommige motorvloggers tegenwoordig Youtubefilmpjes maken, waarin je halverwege ineens in een reclame voor allerlei scheerapparatuur zit. Je moet er van houden. Maar, er zitten best een paar geinige tips in. Met wat flauwe en leuke grappen tussendoor. We delen het even hier en laten het oordeel verder aan jou… Hij praat snel. En is op Youtube populair want Yammie Noob heeft meer dan 800.000 volgers.
Hij kocht de Goldwing!
Op Youtube volgen we heel wat “motorfiets-kanalen” en TheMissendenFlyer is er daar eentje van. Dit UK kanaal heeft 190.000 volgers! Zijn BMW 1200 GS doet hij niet weg, maar hij wilde er gewoon een echte luxe tourfiets bij. De Honda GL1800. En hij kan het mooi uitleggen, wij snappen hem wel. Hij heeft ruimte gebrek, en moet wel nadenken over welke hij dan gaat verkopen…
Dus Goldwing fans, ga hem maar volgen want hij gaat heel wat filmpjes maken hoor, deze enthousiaste Brit.
Met je motor over de Million Dollar Highway
Wyoming, Idaho, Colorado en Utah
(Trouwe lezers volgen via onze site de motorreisverhalen van Hans den Ouden en zijn vrouw Dia. We horen zelfs dat mensen die nooit motorrijden ze met heel veel plezier nu lezen. De wens om te reizen is zeker nu voor velen herkenbaar. Hier weer een volgend verslag van Hans. Facebookers vinden Hans en Dia ook hier.)
Vanaf het Yellowstone Park reden we verder naar het zuiden door de staat Wyoming, langs de grens met de staat Idaho naar Utah. We reden zo ver naar het zuiden, omdat ik in Colorado de Million Dollar Highway wilde rijden. Daarover later meer, want dat was een trip met een persoonlijk tintje.
We reden door het prachtige Grand Teton National Park en daarna nog door een ander park. Net zo fraai als Yellowstone en gratis toegankelijk. Het vinden van een aantrekkelijke camping viel niet mee. We reden er 10 voorbij zonder faciliteiten, alleen toilethuisjes met een grote bak waar het ongelooflijk stinkt en geen water is om je handen te wassen. Rond 16:00 uur begon het te regenen en de weg ging over in gravel. Dat is in de regen met een zwaar beladen GS een uitdaging. Aan het einde van de middag, na 450km rijden, hadden we daar geen zin meer in.
Daarom keerden we om en reden naar Kamas waar een hotel zou zijn volgens de Garmin. Er was alleen geen hotel. We hadden geen bereik op de telefoon, dus Google was ook niet te raadplegen. Vervolgens naar Woodland waar een Inn zou zijn. We troffen er inderdaad een prachtig huis, meer dan 100 jaar oud en de eigenaresse was een dame met Nederlandse ouders. Ze kwamen uit Utrecht, we waren er de enige gasten. De volgende ochtend pakten we de route weer op richting Duchesne. Het was niet heel erg mooi weer maar grotendeels droog.
Op 8 augustus reden we 415 km, grotendeels door de bergen. De dag begon fris met 12ºC en daarom met extra onderlaagjes, in de namiddag werd het 35ºC en het cooldown vest onder het motorpak kwam goed van pas. Onderweg hingen de onweersbuien boven de bergen en zagen we de bliksem in de verte. Gelukkig bleven we grotendeels droog. De camping in Grand Junction was prima, maar met 33ºC aan het begin van de avond was het zelfs nog te warm om de tent op te zetten.
Daar hebben we mee gewacht tot het bijna donker was.
Ook was het inkopen doen niet helemaal goed gelukt, er waren geen winkels in de buurt en daarom werd het een avondje water drinken in plaats van wijn.
De volgende dag reden we naar Ouray, het begin van de Million Dollar Highway. In 1966 was ik daar met mijn ouders en broer. Mijn vader werkte ondermeer voor de overheid op Curaçao en in die tijd kregen de uit Nederland afkomstige ambtenaren eens in de zes jaar een betaald “groot verlof”. Daar mijn ouders ook reizigers waren gingen we toen naar de U.S.A en Canada. We vlogen naar Denver, Colorado waar we de volgende dag een complete kampeeruitrusting aanschaften bij een warenhuis, David Cook geheten. Voor de tent, 4 luchtbedden, 4 slaapzakken, een kooktoestel en een grote koelbox betaalde mijn vader nog net geen $100.-
We reden via de Rocky Mountains naar de kust en kwamen we toen over deze weg. Mijn vader had de hele route gepland en ik lees in mijn vaders memoires dat het toen erg koud was in juli.
De Million Dollar Highway, tussen Silverton en Ouray,werd gebouwd in 1882-1883 door een ondernemer, Otto Mears. Hij was een succesvol ondernemer en wilde het zuidwesten van Colorado verbinden met de buitenwereld. Het bouwen van de weg kostte $10.000 per mijl. Ongelooflijk veel geld voor die tijd. Daarom werd er ook een aanzienlijke tol geheven, $5 voor een paard en wagen en $1.- voor elk stuk vee. Het aanleggen van de weg gebeurde door mannen aan touwen naar beneden te laten zakken naar de juiste hoogte, die plaatsten dan dynamiet en voor het ontplofte werden ze weer snel omhoog gehesen. De geschiedenis van Otto Mears, hoe hij als wees, zonder enig geld begon en zo ver wist te komen is de moeite waard om eens te lezen.
De man had een vooruitziende blik, want een paar jaar later liet hij een spoorweg aanleggen door de bergen van Colorado. Hij dacht ook dat de auto de toekomst had en werkte hij aan de verharding van het wegdek om autoreizen beter mogelijk te maken. Dat is dus echt “Living the American dream”
De weg heeft nog steeds geen vangrails en naar beneden kijken vanaf de motor voelde best wel spannend. Gelukkig was het mooi weer tot Durango. Daar begon het ongelooflijk hard te regenen. Een complete wolkbreuk. Na een half uur nam de regen gelukkig af en reden we richting Arizona langs het vierstatenpunt waar Arizona, Utah, New Mexico en Colorado aan elkaar grenzen. Er is dat een monument waar ik wilde gaan kijken, ook daar was ik in 1966. Tegenwoordig moet je $20 per voertuig betalen om het monument te bekijken en dat ging toch echt te ver.
We reden Utah in richting Monument Valley. Elke camping en elk hotel die we onderweg tegenkwamen zat vol, overwegend met busladingen Chinezen. Uiteindelijk kwamen we om 19:00u, na 568 km rijden, bij het Navajo reservaat aan en ook daar waren de tentplaatsen vol, maar we konden wel de laatste RV plek huren. Dat bleek achteraf gunstig, want de tentplekken bleken allemaal in het dal te liggen en konden alleen te voet bereikt worden, vanaf een hoger gelegen parkeerplaats en dat was dus een heel gesjouw geweest.
Nu stonden we boven op een plateau en hadden een schitterend uitzicht. Er stond een snoeiharde wind, zo hard dat we de tent maar ternauwernood opgezet kregen. We moesten grote keien verzamelen om op de scheerlijnen te leggen en de rotspennen vast te houden. Toen de zon eenmaal onder was, ging de wind gelukkig liggen en hadden we een prima plekje. Zowel de zonsondergang ’s avonds als de zonsopgang de volgende morgen waren sprookjesachtig. De hele omgeving is betoverend.
We zaten de volgende ochtend weer vroeg op de motor om de warmte voor te blijven. De Valley of the Gods en de “Road of the ancients” De weg door deze contreien, de Highway 95 is nauwelijks in woorden te vatten. Enerzijds rij je in een “onaardse” omgeving en anderzijds zitten de wegen ook nog vol bochten.
Bekend is natuurlijk het beeld uit Forest Gump, de film met Tom Hanks uit 1994, nabij Mexican Hat, dat is overigens vlak bij de plek waar we kampeerden. Er zijn mensen die er speciaal naar toe reizen om exact op die plek een foto te maken. Men stopt dan midden op de snelweg om een foto te maken. Hoewel het er stil lijkt, rijden er natuurlijk wel auto’s met meer dan 100 km/uur voorbij. Het staat inmiddels bekend als “Forrest Gump Point”
Na 410 km eindigden we in Escalante. Next stop: Carson City
(Wordt vervolgd….)
De Million Dollar Highway, al rijdend: