In deze aflevering van Itchy Boots zien we dat haar routes en plannen niet altijd lopen zoals gepland. En dat levert dan weer bijzondere mooie reizen op. We hebben beloofd haar te volgen in Zuid-Afrika. We zullen misschien niet alle afleveringen hier posten maar we proberen de meeste wel even onder jullie aandacht te brengen.
Categorie archieven: Motorreizen
Coos op Reis: UIT DE KAST
COOS KOMT UIT DE KAST
Het is bewolkt. Das nieuw! Maar het is al wél 17 graden. Het is buiten warmer dan binnen.
Ik ruim de boel op en sjor alles op mijn motorfiets. Luxe hoor, op mijn eigen opritje. Das wat anders dan alles van de 5e verdieping naar de garage op min 2 sjouwen. Mijn natte handdoek bind ik achterop. Ik ga hem vandaag droog rijden, heb ik bedacht.
Eén overnachting kostte 53 euro. Ik ben er twee nachten geweest en reken bij de receptie…. 96 euro af. Nou ja! Daarvóór gaan ze trouwens eerst met een karretje langs mijn hutje om de meterstanden op te nemen. Om te checken of ik ‘s nachts het wc-lichtje heb laten branden? En wat dat nog? Get a live!
Ik start de motor en ga op zoek naar een ontbijtje. Dat kost moeite. Het zit mij gewoon tegen. Ik cirkel al een poosje in Roquetas de Mar rond als ik plots een geschikte ontbijtplek zie. Omdat ik tegen het verkeer een éénrichtingsweg moet inrijden, kies ik voor een flink stuk trottoir. Om de één of andere reden denk ik dat dat minder erg is. Ik heb wel éérst goed gekeken. Of ik een juut zag natuurlijk. Stap ik daar binnen, zit er een juut in vol ornaat koffie te drinken… Heb ik weer. Maar gelukkig heeft hij meer interesse in zijn koffie en in zijn nieuwe vriendin.
Ik organiseer een in de lengte doorgesneden warm stokbroodje. Daarop een tomatenprutje zoals wij de boter smeren. Vervolgens Spaanse ham en Spaanse kaas. Ik zit er de hele dag om te glimjuichen. Wat was dát lekker. En zó simpel.
De eigenaar brengt samen met de verse jus en de café americano een praatje over motoren. Hij rijdt een Honda CB1300. Hij is razend enthousiast over mijn reisverhaal en met een grijns, een schouderklopje, een handdruk en ‘goodbye amigo’ neemt hij afscheid. Wat leuk! En ik reken vier euro af voor al dat lekkers…

Ik rijd langs Berja en bolder dieper de bergen in richting het meer van Benínar. Er wonen hier weinig mensen en het is doodstil. De weg is droog en de wind is redelijk. Het asfalt is op sommige stukken prachtig. Op die momenten ga ik er eens goed voor zitten. Als het asfalt slecht is, dan temporiseer ik en geniet van de fraaie uitzichten. Om elke hoek wacht een verrassing. Het is overal mooi.
Als ik op 1400 meter hoogte rijd, zie ik in de verte de sneeuw op de toppen van de bergen liggen. Het is een adembenemend gezicht.
Het asfalt is weer superstrak en ik kom sportief en bulderend naar beneden. Mijn uitlaat roffelt en veroorzaakt donkere klappen tegen de bergwanden. Ik nader een rotonde en schrik mij de tandjes: de hele rotonde is afgezet door wel twintig agenten in gele hesjes. Kut! Radarcontrole en ik ben er zonet met een flinke gang doorheen gereden, schiet er door mijn hoofd. Lullo! Vanavond niet uit eten en met blote billen in de kou naar bed! De kleine Spaanse hoofdcommissaris is staand net zo groot als ik, zittend op mijn buddyseat. Hij kijkt met zijn bruine ogen in mijn blauwe, schat mijn nationaliteit in, werpt een blik op mijn bagage, loopt om mijn pakezel heen, kijkt naar mijn kentekenplaat en gebaart dat ik gelijk door mag rijden. Gewoon controle van papieren. Ennuh,
niemand spreekt daar Nederlands natuurlijk…

Granada laat ik rechts liggen. Daar ga ik wel eens met Janny met een vliegtuig en een cabrio heen als we een rondritje Andalusië gaan doen. Jôh, een mens moet iets te wensen over hebben in deze armetierige tijden.

Ik lunch in de bergen op 1300 meter hoogte met een salade en een soep waar ik citroen in moet doen. Erg bijzonder. Ondertussen inspecteren twee poezen mijn motor.

Het was een mooie dag. Lekker gereden, prima weer en mooie dingen gezien. Geen kramp, maar er was ook geen extreme wind. Tips opgevolgd. Goed geoefend met ontspannen om onbewust bekwaam te worden….

Kijk nog even naar The Catch of the Day. Korte impressie van de dag.
COOS KOMT UIT DE KAST
Ik heb voor de komende twee dagen een vrijstaande bungalow op een camping in Torrox gevonden. Ik parkeer mijn motor heel luxe onder het huis. Ik heb een overdekt terras met schuifpui en een riante tuinset. Nou, hoe klinkt dat? Haha. Nee jôh, het is net zo’n ding als gisteren. Iets uit de jaren zestig. Pfff… Ik zie wel.
Ik sta onder de douche en leun even tegen de muur om ook mijn voeten in te soppen. Ik schrik, want de muur gaat heen en weer. Ik heb alleen maar water op, maar het voelt alsof ik een stevig glas wijn op heb. Wat blijkt? De douche is gewoon een soort kant-en-klare plastic douchekast die los in de badkamer staat, compleet met aansluitingen en douchegordijn…
Ik stap snel die kast uit…
P.S. Ben vandaag al weer twee weken op pad. Mijn regenpak heb ik nog niet aangehad. Best wel mazzel. Ik heb het tot nu reuze naar mijn zin!
Itchy Boots: haar eerste motorrit in Zuid-Afrika
Zoals je in de eerdere berichten van Itchy Boots al zag volgen wij haar vlogs vanuit Zuid-Afrika. Inmiddels is ze aan haar eerste motorrit begonnen. Wij volgen haar op de voet, ehhh, in het wiel bedoelen we:
Coos op Reis: DJANGO
“Het is prachtig weer in Roquetas de Mar. De wind is gelukkig gaan liggen. Ik ga op weg naar mijn ontbijt. What’s new?”
(Je leest het 15e verhaal wat we op deze website publiceren in de serie “Coos op Reis”.
Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en we reizen met hem mee in zijn verhalen.)
“In de campingwinkel hangt een corpulente, ongeschoren oude man onderuitgezakt op een gammele burostoel achter een ouderwetse computer. Hij heeft een groezelig shirt aan en kijkt verveelt naar zijn beeldscherm. Ik vraag hem vriendelijk of hij Engels spreekt. Met moeite kan hij voor mij een half ooglid optrekken. Hij bromt dat hij geen Engels spreekt en richt zijn lodderige oog weer op het scherm. Het is zo’n belachelijke en onbeschofte vertoning dat ik de man midden in zijn gezicht hard uitlach. Gaat hij plotseling rechtop zitten en lacht hij met mij mee! Whoehaa! We gieren het samen uit. De dag is begonnen!
Ik scoor een bruin broodje en zo’n lekker mals Spaans hammetje. Ik zorg ervoor dat die lamlendige vetklep mijn eten niet aanraakt. Een heel klein beetje smetvrees heb ik wel, denk ik.
Verse jus d’orange is echt een utopische gedachte in het sobere campingwinkeltje. Dat koopt niemand daar. Al die campingoudjes scoren hier kilo’s sinaasappels voor een prikkie bij de boeren. Zij hangen ze als trofeeën in zakken aan hun plastieke huisjes. Als je geen zak met sinaasappels aan je caravan hebt hangen, dan ben je een sufferd en doe je niet mee met de rollatorbrigade. Ouwe gekko’s!
Op een stoepie in het zonnetje nuttig ik mijn ontbijt.
Het voordeel van een camping is dat je snel contact hebt. Het nadeel van een camping is dat iedereen een praatje komt maken…
Ik kom niet aan mijn broodje toe. Ze komen allemaal leuteren. De grappigste is de Duitse mevrouw die komt vragen of ik soms onwel ben geworden omdat ik op het stoepie zit. Tja, wie gaat er nou op straat zitten als je bij je caravan tien zitplekken hebt? Al die ouwetjes zitten al vanaf begin november achter de plastic raampjes van hun voortent te gluren en te wachten tot zo’n ouwe kale gek uit Nederland op het stoepie van het hoekie van de straat kwijlend het loodje legt. Dan heb je de familie in Nederland ook eens wat te vertellen, bedenk ik, traag kauwend op mijn bruine broodje.
En toch heeft zo’n camping wel wat. Het wordt in het winterseizoen een geheel eigen gemeenschap. Met veel nationaliteiten. De gemeenschappelijkheid zíe je en voel je aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan.
Tot nu verbleef ik in twee hotels, in een bed&breakfast, in een appartement en dan nu in een hutje op een camping. Die b&b beviel mij het beste. Maar dat was er ook wel eentje van een aparte klasse, met mijn motor in de grote parkeergarage onder het gebouw… Wat ruimere mobilehomes en mijn eigen tentje staan voor mijn reis o.a. nog op de planning. Hotels zijn lekker en luxe, maar toch een stuk massaler, anoniemer en rumoeriger. En ik heb dan minder zicht op mijn motor, schat ik in.
Mijn reis door Zuid-Europa is niet alleen een motorvakantie. Het is tegelijk een gewone vakantie. Maar wel lekker lang dan… Heerlijk om dat te kunnen combineren.
Ik probeer tijdens deze trip in principe overal tenminste twee nachten te blijven. Dan kan ik op de tweede dag iets gaan bekijken, iets gaan doen, gaan wandelen of fietsen of zwemmen, stukje hardlopen (ik heb mijn hardloopschoenen en spullen bij mij… ) etc. En dan hoef ik mijzelf ook niet elke dag te installeren. Ik noem mijn concept: avontuur en rust. Een contradictio in terminis!
Naast mijn passie voor motoren heb ik nog een passie: het strand. Het liefst bij Noordwijk. De ruimte, de zon, de zee, de rust maar óók de bulderende branding, de sensuele warmte van het zand aan mijn ouwe verbleekte botten, een spannend boek van Lee Child in mijn e-reader, lekkere bruine boterhammen van de bakker uit Linschoten in een zakkie, een kouwe chocomelk… Mmmmm. Strand is áltijd geweldig.
Dus …. vandaag ga ik heerlijk langs het strand wandelen. 17 kilometer staat op de planning. Lunch onderweg. Ik smeer mij goed in en ga op weg. Onderweg vang ik nog wat mooie plaatjes voor The Catch of The Day.
Deze verzonnen opslagplek van de winterbanden is wel erg bijzonder. Het valt mij wel meer op dat Spanjaarden veel vuil zo maar ergens storten. Ik kom onderweg ook wasmachines tegen die ze van bovenaan de berg naar beneden hebben gegooid. Een lelijke gewoonte. Dan is Spanje toch plots weer een bananenrepubliek.
Het was een lekkere relaxte, actieve dag. Hoe heet zoiets ook al weer? Een contradictio…..
DJANGO
Tijdens de lunch in een restaurant bezoekt Django mij. Gewoon even kennismaken. We vinden elkaar gelijk leuk. Django is een enorm grote, jonge, edoch vroeggrijze bouvier. Hij heeft de soepele loop van een tangodanser. Hij loopt niet, hij glijdt. Net de Moonwalk van Michael Jackson.

Met zijn postuur kan hij moeiteloos naar mijn heerlijke tappas op tafel gluren. Want Django vindt mij wel leuk, maar mijn tappas nog veel leuker. Zéér waarschijnlijk heeft hij in het verleden van zijn baas wel eens een enorme stuiter tegen zijn harige harses gekregen vanwege het stelen van tappas. Daarom kijkt Django mij, tijdens het gluren naar mijn tappas, schuin en omzichtig aan. Ik schud in het Spaans nee. Django knort, draait zich om en danst naar binnen. Wát een leuke hond die Django…
Morgen reis ik weer verder. Langs de kust richting Malaga. Volgens de weersvoorspelling kan ik beter hier bij Almería blijven, maar ja, ik zal nog wel eens vaker minder weer krijgen. Ik kan niet overal omheen rijden. Morgen tot Motril door de bergen, dan de kustweg af. Ik ga. Ik heb zin.”
Coos op Reis: PERSPECTIEF
Coos van der Spek vervolgt zijn motorreis. Drie maanden door Zuid-Europa, we lezen zijn 14e verhaal vanuit Spanje.
De wekker loopt om 07:00 uur af. Het is koud in het huis. Ik heb niet zo goed geslapen. Geen idee.
Ik plaatste gisteravond mijn reisverslag heel laat op de avond en noteer ‘s morgens vroeg al méér dan 35 reacties.
Mijn Facebookvrienden hebben ook niet zo goed geslapen, denk ik.
Ik ruim de laatste spullen op en laad alles in en op de motor. Das best even een werkje. Ik zie haar onder het gewicht diep in haar vering zakken.

Maar dáár heeft zo’n BMW R1200 GS Adventure een mooie oplossing voor: ESA. Dat staat voor Electronic Suspension Adjustment. Ik pas vóór vertrek met één druk op de knop aan het stuur mijn vering elektronisch aan. Ik voel de GSA zichzelf oppompen. Zij staat weer recht. Verder kan de vering van de GSA o.a. in de ‘harde’ stand staan. Dat gaat ten koste van het comfort, maar het geeft ook wel meer stabiliteit in de bochten. En dat is nodig met deze bepakking.
Overigens kan ik óók de dynamiek van het motorvermogen op het stuur aanpassen. Voor elk rij-karakter is een modus. Als het regent, als ik gewoon wil toeren of als alles lekker dynamisch en fel moet zijn. Prachtige techniek en allemaal bereikbaar onder wat knopjes.
Om 09:30 uur heb ik het ontbijt achter de kiezen, de sleutels bij het buro ingeleverd en dender ik het dorp uit. Het is prachtig weer en er staat een stevige bries. Ik gooi de machine een paar keer links en rechts om weer even aan het gewicht te wennen.
In Mazarrón vul ik de werkelijk enorme brandstoftank van de GSA voor een prikkie met benzine. Lekker dik dertig liter aan extra gewicht voorin hangen. Is goed voor de balans. Ooit was ik met een reisgenoot ten zuiden van de Pyreneeën. Mijn maat vroeg of ik moest tanken. Welnee, antwoordde ik, dat heb ik vorige week toch nog in Utrecht gedaan… De motorwereld kenmerkt zich door sterke verhalen.
Omdat de route veelal door de bergen voert, verwacht ik onderweg weinig horeca. Als ik plots door een stadje rijd waar de supermarkt wél op zondag open is, sla ik mijn slag. Bij twee bakken lekkers staat geen tekst, dus die kies ik allebei meteen. Met handen en voeten ritsel ik een plastieke vork en bezweer de blozende Spaanse señorita dat ik mijn héle leven van haar zal blijven houden.
De weg slingert omhoog en de wind is ondertussen tot stormkracht aangetrokken. Bij Puerto Lumbreras werp ik vanuit de verte even snel een blik op Castillo de Nogalte. Ik kijk vlug weer voor mij. Ik moet echt mijn aandacht op de weg houden.
Inmiddels waarschuwen borden boven de weg voor extreme wind en windstoten. De storm buldert om mijn Beierse kasteel en fluit en giert door alle schietgaten.
Niet normaal. Ik zie lege containers omvallen, reclameborden aan barrels gaan, afgewaaide palmboombladeren op de weg liggen en grote stukken losgelaten landbouwplastic door de lucht vliegen. Ronde, verdorde struiken bolderen sinister als verlaten geesten over de weg. Tumbleweeds uit horrorfilms!
Maar het is wél gewoon strakblauw en 18 graden in de bergen.
Ik heb weinig plezier op de motor. Het is gevaarlijk. Door de wind bonkt en schudt en steigert de zwaarbeladen BMW enorm. Als ik een bocht neem, en daardoor van rijrichting verander, ligt de wind op de loer om de motor en mij te grazen te nemen en ons een greppel in te flikkeren. Ik schroef het tempo terug. Het is te tricky. Jôh, ik ben gewoon een ouwe kale Sissie. Ik geef het toe. Maar ik kom vanavond wél veilig aan. Dat dan weer wel.
Ik rij onderweg door de beroemde Tabernaswoestijn. Het is de enige woestijn in West-Europa. De zon schijnt er 3000 uur per jaar. In de jaren zestig zijn hier veel westerns door regisseurs zoals Sergio Leone opgenomen. Eén daarvan is de bekende film The Good, The Bad and The Ugly.
De woestijn is nu een beschermd natuurgebied van zo’n circa 300 vierkante kilometers. Het ziet er daar vreselijk stoer uit. Kicken, man! Maar nu snel weer voor mij kijken en op de weg letten.
Waarschijnlijk hou ik door de bulderende wind het stuur te stevig vast. Ik krijg extreme kramp in beide handen. Mijn vingers staan gespreid en ik kan soms mijn duimen niet meer opponeren. Ik moet er voor afstappen en pauzeren. Ik doe ontspanningsoefeningen, eet een banaan, drink voldoende water, plas, heb op grotere hoogte de handvatverwarming aan en probeer het stuur meer losjes vast te houden. Het helpt wel, maar eigenlijk komt het de hele dag elke keer terug.
Ik zal mijn hulptroepen van thuis eens aanroepen, bedenk ik mij. Dus ik vraag via Facebook dokter Hans Den Ouden, onechte nicht en coureur Nikki van der Spek, instructeurs Stephan Moerkerken en Bert Duursma en ervaren motoragent Dennis. Hoe voorkom ik het? En wat doe ik verkeerd? Dan zie ik de kracht van social media. Ik krijg mijn antwoorden. En natuurlijk houd ik het stuur te stevig vast en moet ik meer ontspannen. En moet ik voldoende eten en drinken. En moet die klerewind een keer ophouden, mopper ik in mijzelf…
Na 300 km vind ik rond half zes een hutje op een strandcamping bij Almería.
De camping telt 700 plaatsen en was in december vol, aldus een Engels echtpaar. Als je meer dan 100 dagen blijft, dan krijg je 60% korting. Maar ik blijf zoveel dagen niet, dus ik betaal € 53,- per nacht. En aan mijn zo slim aangeschafte speciale ACSI-kortingskaart heb ik geen reet. Die geldt alleen voor een tentje.
Owja, en ik moet minstens twee nachten blijven. Maar het hutje is veel groter dan mijn tent, ik kan morgenochtend poepen op mijn eigen doossie en daarna onder mijn eigen douche stappen. In die volgorde trouwens. En al mijn spullen staan hier achter slot en grendel en mijn motor in mijn eigen tuin, op mijn eigen oprit. Voor € 53,- per nacht terug naar de jaren zestig, terug naar The Good, The Bad and The Ugly. Wat een goudmijn hebben ze hier aangeboord. Kleredieven. Jôh, wat kan mij het schelen…
PERSPECTIEF
Ok, ik zal eerlijk zijn. Ik zie mijzelf best wel een beetje als de grote flinke ik-durf-alles-reiziger. Stoere motor, voor een wereldreis beladen, slaapzakken en tentje en kookspullen mee, grote stoffige laarzen aan, intermediate handschoenen, navigatie en natuurlijk als een wijze uit het oosten een landkaart van Spanje en Portugal zichtbaar onder het ruitje van de tanktas. Heb je het beeld een beetje? Dat beeld ff vasthouden dan…
Ik heb benzine getankt. Ik sta nog een beetje te dralen, slokje water te drinken, mijn bepakking te controleren en zo. Komt de dame achter haar kassa vandaan om te vragen of ik soms ‘assistentie nodig heb bij het tanken’….
Jemig, ben ik toch plotseling weer zo’n hulpbehoevende ouwe bejaarde in Spanje…. Whoeii! Teringjantje….





















