Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: PORTUGAL – NEDERLAND

Het is stralend weer en een strakblauwe hemel. Er waait een frisse wind. … (We vervolgen onze serie “Coos op Reis”) …

Het is maandag, dus het is wasdag! Op de camping verkopen ze niks, zelfs geen brood, maar ik heb nog wat bramen over van gisteren. Eérst maar eens wassen en de was ophangen. En dan naar het dorp.

Ik kocht thuis bij de Hema een tube wasmiddel, speciaal voor ‘wasjes onderweg’. Nou, en dát ben ik…

Ik ga binnen nog even op de bank zitten om mijn schoenen aan te trekken en … flikker zó door de bank naar beneden. Ik kan bijna niet uit die houten put komen. Whoehaa! Schande, de kwaliteit die ze tegenwoordig leveren voor 30 euro per nacht. Gelukkig kan ik ‘m zelf snel repareren.

Ik wandel naar het dorp en zie dat er ruim tien campers net buiten de camping geparkeerd staan. Dat scheelt natuurlijk verblijfkosten, maar waarom dan tóch naast een camping? Of gaan ze daar dan gewoon douchen en gelijk de pot onder kakken? Overigens zie je in toenemende mate campers wildkamperen. In woonwijken, op parkeerplaatsen, bij havens. Jôh, het zijn net meeuwen, ze zijn en schijten óveral…

In het dorp scoor ik een voedzame brunch. Ondertussen besluit ik dat ik hier tot donderdag blijf. Ik denk nog na of ik Lissabon wel tijdens het Paasweekend wil bezoeken. Mwah… Maar na Lissabon ga ik het binnenland van Portugal verder verkennen. Daar vertel ik later over.

Ik maak een flinke wandeling over de rotsen en langs de Atlantische Oceaan. Wat een enorme zware golfslag hier. En wat een enorm geweld en gebulder. Daar is de golfslag van de Middellandse Zee maar een pisplasje bij. En berenleuke strandjes. Absoluut een gebied om noges terug te komen. En heerlijk die zee weer. Morgen is het een paar graden warmer, dus…

Aan zee waait het te hard, dus ik zoek de luwte van de camping op. Met op de achtergrond het gewapper van mijn frisse heetgestoomde onderbroekies, lees ik lekker op mijn luxe vouwstoel, uit de wind en in het zonnetje, op de camping een elektronisch boekie. Wees eerlijk: welke motorrijder heeft géén luxe vouwstoel bij zich? Nou?

PORTUGAL – NEDERLAND

In Spanje en Portugal staat bijna overal de televisie aan. In supermarkts, winkels, in bars en ook in restaurants. Loeihard. En de bezoekers en het personeel schreeuwen er allemaal over heen. Wat een idioterie. Hier kom je echt van je lawaaifobie af en leer je jezelf afsluiten. Je moet, anders word je gek. Als het kan, dan selecteer ik mijn restaurants op de afwezigheid van televisie. Ik heb níks met televisie, reclames, nieuwsuitzendingen, praatprogramma’s, discussieprogramma’s en weet ik veel. Voor mij geldt: opinions are like ashholes, everyone has one…

Maar vanavond lukt het mij niet om televieloos te eten. Ik heb mijn zinnen gezet op een visrestaurant waar ik zelf mijn vissie mag kiezen.

En helaas, de tv staat aan. Sterker nog, er zijn zelfs twéé televisies. Je moet en zal kijken. Ze staan allebei wel gelukkig op dezelfde zender afgestemd. Want dat durven ze ook: twee verschillende zenders aanzetten mét het geluid aan. En in een bar dreunt daar de muziek van de audio-installatie dan weer overheen. En iedereen maar schreeuwen en blèren en telefoneren via de speaker en met stoelen over de harde plavuizen schuiven. Er is geen Spanjool die zachte doppies onder de poten van zijn stoel plakt. Néé, het moet en zal pokkenherrie maken. Heb je het beeld een beetje? Het went. Afsluiten. In een andere partitie gaan en daar je eigen programma verder draaien…

Enfin, vanavond tonen ze voetbal op de televisie: Portugal – Nederland. Ik had géén idee. Grappig als je Nederlander bent en in Portugal zit. En hélemaal grappig dat ik niet eens kijk. Zelfs niet als het 3:0 wordt voor Nederland. De eigenaar staat maar met zijn hoofd te schudden. Zou dat nou voor het verlies van Portugal zijn óf dat hij totaal niet begrijpt dat deze Nederlander geen enkele belangstelling voor zijn vonkenbak toont?

Vergeet de Catch of the Day niet!


Coos van der Spek reist drie maanden door Zuid-Europa.

Wil jij meer verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”?  Klik dan op deze link, en we hebben ze allemaal op een rij gezet voor je.

Itchy Boots rijdt de Sani Pass in Zuid-Afrika

We plaatsen met regelmaat hier afleveringen uit de serie van Itchy Boots, vanuit Zuid-Afrika. Hier aflevering 14. Ze publiceerde deze op 29 maart j.l. en ruim 1 week later is deze opname op Youtube nu al bijna 285.000 x bekeken! Logisch. Het is de zwaarste bergpass van Zuid-Afrika, op de grens met Lesoto. Voor een beginnend off-road motorrijder is dit geen aanrader. Er zitten stukken weg bij (voor zover je het weg kunt noemen) waar de meeste van ons zouden denken: “Bekijk het maar, ik draai om”.  Noraly niet, die moet naar boven…. en terug.

Coos op Reis: LAATSTE BRATWURST VOOR AMERIKA

Vandaag reis ik weer verder. Met héél veel zin! Ik vertrek van Albufeira en rijd met een grote bocht naar Sines. Die plaats ligt aan de westkust, 100 kilometer onder Lissabon. Het is een rit van een kleine 300 kilometer.

Het is droog en het blijft vandaag droog, de zon schijnt, het waait als een malle en ik zie 17 graden op mijn dashboard.

Ik rijd met de zwaar beladen BMW-motorfiets door wat badplaatsen. Soms is de weg lekker heuvelachtig en dansen we samen, met de muziek van een Portugese fado zachtjes in mijn hoofd, door de bochten. En steeds is daar de zee weer, het oneindige zoute water dat mijn hart altijd wat sneller laat kloppen…

Vlak voor Portimão passeer ik via een moderne tuibrug de monding van de Arade river. Vervolgens rijd ik Praia da Rocha in. En daar ontdek ik onmiddellijk waarom er ook negatieve verhalen over Portugal zijn. Werkelijk enorm daar. Allemaal flats van zomaar 30 verdiepingen. Als je daar  achter de boulevard wandelt, zie je het daglicht niet. Absurd. Dan is Albufeira toch heel wat gezelliger.

Pal op mijn route hebben ze een groot hek geplaatst. Dwars over de straat. Achter het hek zijn ze een enorme put aan het graven om er nóg een flatgebouw tussen te proppen. Jeetje! Het is een chaos in dat straatje. Ik vecht met mijn navigatiesysteem om uit de drukte en weer ergens terug op mijn route te komen. Maar de vele eenrichtingswegen brengen mij in een gebied waar ik niet wil zijn. De aardstralen zijn hier niet goed, dus wegwezen. Vertrouw altijd op je gevoel en je instinct. Er blaft een straathond woedend naar mij. Hij is erg kwaad. Hij blaft zo hard dat hij met vier poten tegelijk van de grond komt. Hij zet zich in beweging en komt vanaf de zijkant op mij af. Ik besteed geen aandacht aan hem en rijd hem hooghartig voorbij. Plots zie ik puntjes van twee flapperende hondenoren in mijn spiegel en het geblaf verstomt niet. Dat stinkt naar de misdaad. Potver, de lummel komt mij achterna. Ik geef twee streepjes gas en de hond verdwijnt rap uit mijn spiegel.

Het herinnert mij wél aan een gebeurtenis uit het verleden. Janny en ik waren onderweg van Rotterdam door de polders naar Giessenburg. We reden samen op mijn Kreidler-brommer en waren 17 jaar. Een grote pokkenhond sprong uit een hek en rende ons hard en blaffend achterna. Janny wachtte rustig tot de dolle hond naast ons liep en een poging deed om in haar kuit te bijten. Precies getimed gaf ze hem met haar vlakke hand een ferme klap op zijn platte harses. Benggg! Wég hond. Whoehaa! Echt gebeurd.

Ik verlaat Praia da Rocha en dender een prachtig wit dorp door. Om de hoek staan twee stoere politie-agenten in uniform, compleet met pistolen, knuppels en handboeien aan hun lichaam. Ik krijg van beiden een brede grijns en ze steken hun hand op. De politie is je beste kameraad!

Het asfalt is erg wisselend. Soms prachtig, soms erg onbetrouwbaar. Ik doe het rustig aan, zodat ik om mij heen kan kijken. Lekker, hoor. Niemand van de motorclub achter mij om mij op te duwen. Lekker Remi-alleen-op-wereld zijn. Heerlijk.

Het gebied waar ik doorheen rijd, is zeer afwisselend. Ik zie veel bloemen en het is erg groen. Dat komt wellicht omdat er de laatste tijd veel regen viel. Soms is het polderachtig, zoals Het Groene Hart waar ik woon, soms heuvelachtig zoals de Ardennen, soms meer bergachtig zoals het in Oostenrijk kan zijn, soms wat ruiger zoals in Het Zwarte Woud, soms bosachtig en soms lijkt het op glooiend Texel. En ik ruik de zee. Het is prachtig. Mooi gebied. Ik geniet met volle teugen. Uh …. schreef ik nou vol….?

Ik stop, want ik wil tanken. Dat wil ik op tijd doen want dat heb ik mij voorgenomen. Ik kan bij de benzinepomp kiezen tussen Gasóleo en Gasolina. Nou, lekker dan. Ik kom er ff niet zo snel achter wát nu precies benzine en wát nu precies diesel is. Ik herinner mij mijn vriend Gerry, een paar jaar geleden in Italië. Hij tankte per ongeluk diesel. Wat een gezeik levert zo’n simpele vergissing op. Ik twijfel en twijfel en besluit gewoon om de volgende pomp te nemen.

Ondertussen denk ik aan een mooi nummer van David Bowie met de tekst: put it on fire with gasoline. Maar ja, wáár deed hij dat nou mee? En ondertussen is Bowie ook dood.

Voor de zekerheid vraag ik bij de volgende pomp tóch even wat nu precies benzine is. Ik moet gewoon even op de 95 letten, blijkt dan. Wat een spraakverwarring hier, joh. Ik heb inmiddels nu ruim 200 km met deze tank gereden en ik twijfel nog steeds…. Haha. Wat een muts ben ik, hè?

Omdat ik niet onnodig veel tijd in een restaurant wil verspelen, stop ik bij de Lidl voor een broodje.

Vlak bij de gevel ligt een jonge dood vogeltje. Tegen zijn vader en moeder vertel ik straks dat hij een KIA (Killed in Action) is. In het echies is hij met zijn botte harses tegen de glazen winkelruit van de Lidl gevlogen. Suffie!

Ik zoek in de winkel mijn lunch bij elkaar en vind kaas uit Maasdam. Het is flets verpakt en de kaas heeft de kleur van stopverf. Kaasfabrieken in Nederland: doe er wat aan. Ik schaam mij voor jullie product! Ik kies voor de véél duurdere Spaanse ham. Lekker, jôh. De vette randjes deel ik bij de vuurtoren op het méést zuidwestelijke puntje van Europa met de broer van onze kater Tijger. Hij smult er van.

En kijk wat je daar op dat puntje van Europa nog meer kunt kopen. Zoooo grappig!


Op een picknickbank houd ik een hazenslaapje in de zon. In tien minuten beleef ik de meest prachtige dromen. Ik word wakker van een motorfiets die aan komt scheuren en vlak achter mijn motor stopt. Ik heb je toch niet wakker gemaakt?, vraag een vriendelijke Engelsman. Ik vind het onbeleefd om zijn vraag bevestigend te beantwoorden. Hij stelt zich voor als Mike en staat hier te shinen met zijn BMW. We zitten samen een uurtje te kletsen. Hij vertelt dat hij met pensioen is, al dertien jaar in Lagos woont en zijn vrouw een bar in Lagos runt. Hij rijdt deze weg altijd om het motorseizoen op te starten. We keuvelen gezellig over motoren, motorrijden, de omgeving en hij geeft mij tips over routes in de buurt. Het is erg gezellig.

Over zessen vind ik in Porto Covo, een stukje onder Sines, bij een camping op een paar minuten wandelen van het dorp én van het strand, een stacaravan met drie kamers voor…. 30 euro per nacht. Het moet niet gekker worden!

Lekker gereje vandaag. Prachtig motorweer.

Coos op Reis: Drie Ferrari’s

Het is al weer eind maart. Er zijn weliswaar wolken, maar er is ook heel veel zon. En het is droog!
Prima weer voor “Coos op Reis”.  Factor 50, korte broek en jas. Das een logische combinatie.

Morgen verlaat ik Albufeira en reis ik verder. Dan ga ik via Sagres naar Sines, aan de westkust van Portugal, een stukje onder Lissabon. Daarom ruim ik vast in de caravan wat rommel op en pak wat zaken bij elkaar. Mijn regenpak leg ik ook vast klaar.

Ontbijten doe ik met het Belgische echtpaar met hun drie honden: eentje is stokoud en wil het liefst op schoot. Hij is daar écht veel te groot voor maar weet dat nog steeds niet; eentje heeft zichtbare ondertandjes en een gespleten verhemelte en maar één oog, en de laatste heeft een klompvoet omdat hij de spieren van zijn andere poot moet ontwikkelen. Deze hond is zes maanden oud en heet Duke. Maar zijn vrienden noemen hem Djoek. Dus ik ook…

Eigenlijk val ik met mijn kale harses, mijn Mengele brilletje en mijn flaporen in dit gezelschap helemaal niet zo op, besef ik. Dat stelt mij gerust, want het is hier retegezellig.

Vandaag wandel ik via het strand naar Olhos d’Água, een pokkeneind weg. Gelukkig wil ik het zelf.

Op de rotsen ontmoet ik een echtpaar uit Oud-Beijerland, gebóóóre Rôtterdam, kèje goed hóóóre…. Zij was, net als Janny en ik, eind jaren zeventig hier voor het laatst. Zij heeft, net als Janny en ik, járen op Zalmplaat (Portugaal) gewoond en hij is, net als ik, geboren in de oude Provenierswijk in Rotterdam. We staan zowat een uur over het leven, hoop, angsten en gevoelens te praten en hebben zoveel overeenkomsten dat ik ze persé niet durf te vragen of ze mijn overleden vriend Cor uit Oud-Beijerland gekend hebben. De kans is echt te groot en ik wil er eigenlijk op deze mooie dag niet aan herinnerd worden.

Hier kan je even meewandelen op de rotsen. Niet misstappen, hoor:

Ik nuttig een heerlijke salade op het strand van Praia da Oura. Als de vijf in de klok zit, dan mag je een drankje. Welnu, het is vijf over half drie, dus…..

0nderweg trekt ma met een gemotoriseerde lier het vissersbootje van pa veilig op het droge en doen twee meeuwen zich te goed aan een aangespoelde vis. Voor hen een echte Catch of the Day! Ze vinden hem te lekker om zich even weg te laten jagen. Ik respecteer hun maaltijd en ga niet dichterbij voor de foto.

DRIE FERRARI’S

‘s Avonds wandel ik naar restaurante O Veleiro, hét beroemde restaurant dat de dame in de rolstoel mij een paar dagen terug op de berg adviseerde. De indeling is daar bijzonder omdat veel tafels redelijk strak tegen elkaar staan. Het is druk en de ober wijst mij een plaats toe.

En zo raak ik een hele avond in gesprek met de Engelsman naast mij. Hij zit alleen aan tafel. Hij vertelt mij dat hij al 45 jaar lang drie keer per jaar met zijn vrouw aan de Algarve komt. Als ik hem vraag waar zijn vrouw is, maakt hij als een Italiaanse maffiabaas met zijn wijsvinger een snijdende beweging langs zijn keel en vertelt olijk dat zij in november binnen een tijdsbestek van drie weken aan de gevolgen van kanker is overleden. Ik neem even een slokje water om mijn grijns te verstoppen. Dat gebaar met die wijsvinger. Het kan niet waar zijn, toch? Maar de Engelsman toont geen enkel verdriet en zet vrolijk zijn verhaal voort. Ik huiver er een beetje van. Vijfenveertig jaar is toch niet niks, denk ik. Toch? Ze zal toch wel een beetje aardig zijn geweest? Soms?

Mijn buurman adviseert mij om het toeristenmenu te nemen: olijven en brood, plus boter en sardinepaté, een bord soep, een groot bord met kip piripiri met salade en rijst en friet, een halve fles wijn, een creme brulee en een expreszo. Voor…tadaaa…€ 10,50. Wat denk je dat ik doe? Ik doe het. En het is werkelijk uitstekend! Zie je wel: ga in een vreemde stad altijd eten waar het druk is. Maar het eten is véél teveel allemaal. Ik laat een grote hoeveelheid staan. Als je drie keer per dag buiten de deur eet, dan moet je dagelijks écht beheerst eten en drinken, anders ga je vroeg dood. Echt waar. Als ik met mijn 1.95 meter onder de 88 kilo blijf, dan voel ik mij goed. Maar gelukkig verbrand ik veel energie met mijn wandelingen.

De Engelse mijnheer is 72 jaar, woont in Essex, ten oosten van Londen, en was bij Ford jarenlang eindverantwoordelijk voor de investeringen van innovaties, vertelt hij monter. Hij vertelt luchtig, maar met glimmende oogjes, dat hij, naast ‘zijn estate’, ook nog twéé Ferrari’s heeft. Met de oudste heeft hij lang geracet en is hij twee keer kampioen in zijn klasse geworden, praat hij verder.

Hij weet alles van de circuits in Engeland, het nieuwe in Portugal, Zandvoort, de Nordschleife bij de Nurburgring, Ferrari en Lamborghini, hellingshoeken en G-krachten en weet ik veel… Hij vertelt honderduit. Het duizelt mij van alle techniek.

Hij is voorzitter van een Ferrari-club en organiseert vaak evenementen. Daar komen beroemdheden als leden van Pink Floyd, Cliff Richard en nog veel meer op af.

Die andere Ferrari gebruikt hij op de circuits in Engeland en ‘gewoon’ als vervoermiddel op de openbare weg.

Maar hij wil ook alles weten van mijn motorfiets en mijn reis. Ik laat hem foto’s zien en vertel waar ik vandaan kom en wat mijn verdere plannen zijn. Hij vindt het prachtig. Hij wil ook weten of ik met mijn motor ooit op de Nordschleife reed. Met mijn antwoord dat ik ‘erg van het leven hier op aarde houd’ is hij tevreden.

Omdat zijn vrouw overleden is en ze toch geen kinderen hebben, overweegt hij nu om nóg een Ferrari F12 met 800 pk aan te schaffen. Die heb je niet voor 350.000 euro. De levertijd is twee jaar, dus hij twijfelt nog een beetje. Zijn overleden vrouw hield helemaal niet van Ferrari’s, zegt hij bedroefd. Ik denk dat hij eerder daar bedroefd over is, dan dat ze is overleden. Maar ja, in zijn laatste hemd zitten straks geen zakken, dus nú kan het, spreekt hij blij…

Hij is superhappy met mijn visitekaartje van Indian Ocean, het Indiase restaurant waar ik gisteravond mijn very very spicy Chicken Curry Madras at. Zijn vrouw hield ook al niet van Indiaas eten, vertelt hij, al weer wat mistroostig. Nou, ik denk wel te weten waarom hij niet zo droevig is over het verlies van zijn vrouw, hoor. Geen Ferrari, geen Indiaas, wat moet je nou met zo’n mens?

Het is laat geworden. We nemen afscheid. Nice, we share the same interests, zegt hij, en wandelt weg, zomaar uit mijn reisverslag…

Mooie dag. Gezellige lange avond.

The Catch of the Day: